• In levenden lijve

    In levenden lijve

    Zelfs wie tijdens de middelbare schoolopleiding geen klassieke talen heeft gehad, kent de meeste van de traditioneel genoemde eerste twaalf Romeinse keizers wel. Bijvoorbeeld uit de geschiedenis (Augustus), de literatuur (Julius Caesar en Caligula) of een tentoonstelling (Domitianus, zoals momenteel in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden). Enkelen zijn bij het grote publiek minder bekend, met name die uit de tijd van de burgeroorlog (Galba, Otho, Vitellius), maar, schrijft de bekende classicus, historicus en docent Mary Beard in het voorwoord van haar boek Twaalf keizers: ‘Hun invloed reikt veel verder’ dan hun naamsbekendheid.

    Wat zij zich in dit lijvige en rijk geïllustreerde boek afvraagt, is hoe die beeldvorming is ontstaan. Ze is daarbij ook geïnteresseerd in hoe wij ernaar kijken. Een originele invalshoek, die de basis vond in een serie lezingen die zij in 2011 in Washington gaf. De rode draad in de beeldvorming wordt telkens gevormd door ‘ontdekkingen, foutieve identificatie, hoop, teleurstellingen, controverses, interpretaties en herinterpretaties’ als het gaat om afbeeldingen van de keizers in allerlei kunstuitingen vanaf de renaissance tot nu toe.

    Keizer x of y?

    Het is Beards bedoeling om de keizers ‘hun rol in het verhaal terug te geven’, zoals ze wat onscherp formuleert. Dat wil zeggen: duidelijk maken waarvoor al die afbeeldingen op munten en beeltenissen eigenlijk dienden. Enige scepsis is haar daarbij niet vreemd: is dit nu wérkelijk keizer x of y? Enige zelfgenoegzaamheid ook niet: schrijvers x, y en z zaten er hélemaal naast, maar eureka, ik heb het gevonden! Dan bleek er sprake te zijn geweest van onder meer verdraaiingen, toe-eigening van het klassieke verleden of perspectiefwisselingen. Bovendien werden de keizers zonder een attribuut afgebeeld en werden eventuele gebreken weggepoetst, wat toeschrijven er natuurlijk ook niet makkelijker op maakt.
    Uitzonderingen vormden karakteristieken als een geplooide hals en een prominente adamsappel bij Julius Caesar, en beschrijvingen van tijdgenoten als bron. Wat overigens ook weer lang niet altijd alles zegt, want veel keizerbeelden werden na identificatie alsnog ontmaskerd. Of liever misschien: pasten niet meer in de onderhavige tijd.

    Politiek en continuïteit

    Het was misschien niet eens de bedoeling ze als individu te beschouwen, omdat ze geacht werden een politieke identiteit en continuïteit weer te geven. Zoals Beard het beschrijft, doet het een beetje denken aan het televisieprogramma In levenden lijve, waarin Derek de Lint probeert te achterhalen hoe een historisch persoon er nu werkelijk uitgezien zou kunnen hebben. Al gaat het daar misschien niet primair om, ook in de Romeinse tijd niet. Volgens Petrarca bijvoorbeeld moeten de keizerlijke koppen worden gezien als de belichaming van een morele les. Welke, blijft in duister gehuld, al heeft Beard het elders over de klassieke deugden en Caesars ‘genade’ (clementia).

    Illustraties bij de geschiedenis

    Waren al die keizerskoppen niet eerder gewoon illustraties bij de geschiedenis van het Romeinse Rijk of een levensbeschrijving van een bepaalde keizer? Niet meer en niet minder. Ook Beard zwalkt daar een beetje. Dit heeft misschien te maken met het feit dat haar boek niet zo strak is opgebouwd, wat na tien jaar werken daaraan ook een beetje valt te begrijpen.

    In ieder geval valt het verschijnen ervan min of meer samen met de grote tentoonstelling over keizer Domitianus in Leiden, ‘Een vergeten keizer’ genaamd. Dat kan wel kloppen want ook bij Beard vind je opvallend weinig over deze laatste van de twaalf keizers. Morele vragen roept dit boek ook op, gezien de levens en handelingen van de keizers, maar de antwoorden zullen we zelf op het spoor moeten zien te komen. Daarvoor is Beards stellingname te neutraal en te veel beperkt tot museale objecten. Maar een mooi boek blijft het, voor iedereen die in de klassieken is geïnteresseerd.

     

  • Oogst week 50 – 2021

    Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu

    De Britse classica en hoogleraar Mary Beard schrijft over de oudheid, geldt als de bekendste classicus ter wereld en heeft al vele boeken gepubliceerd. Ze treedt regelmatig op in de media en maakt daarmee de oudheid bekend bij een breed publiek. Nu is er haar boek Twaalf keizers – De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu. Het is een verrassend verhaal over tweeduizend jaar kunst- en cultuurgeschiedenis dat laat zien hoe macht eruitziet, wie er in de kunst worden herdacht en waarom.

    Volgens Beard hebben Romeinse heersers als de meedogenloze Julius Ceasar en de driftige Domitianus tweeduizend jaar model gestaan voor de beeldvorming van de machtigen en de rijken.

    In hoofdstuk 2 vertelt Beard dat in 2007 een ploeg Franse archeologen uit de Rhônebedding een marmeren buste opdregde waarvan ze aannamen dat het Caesar was. ‘Sindsdien is de kop onderwerp geweest van tientallen krantenartikelen en minstens twee tv-documentaires,’ schrijft Beard. ‘Over het belang van de vondst en over de vraag of het beeld inderdaad is wat wordt beweerd zijn archeologen en historici het nog steeds niet eens. De sceptici wijzen erop dat de kop uit de Rhône er toch echt heel anders uitziet dan de Caesar op de munten uit zijn tijd […] De voorstanders van de theorie leggen juist de nadruk op bepaalde overeenkomsten tussen de kop en kenmerkende trekken op de muntportretten…’.

    Twaalf keizers - De verbeelding van de macht van de antieke wereld tot nu
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Atheneum

    De lunchroom

    In De lunchroom van Hans Muiderman probeert een man aan een tafeltje in een lunchroom een memorie te schrijven over zijn grootvader. Nadat hij jeugdherinneringen heeft laten passeren dwaalt hij in gedachten rond in zijn grootvaders lege huis en constateert dat de herinneringen onvolledig en vervormd zijn. Wat hij niet meer weet verzint hij erbij.

    Hans Muiderman is sinds 2010 full time schrijver. Begonnen als docent film aan de Theaterschool in Utrecht met lessen scenarioschrijven en filmanalyse schreef en redigeerde hij publicaties over media, kunst en cultuuronderwijs. Eerder publiceerde hij gedichten, schreef liedteksten, regisseerde cabaret en stond zelf op het podium. Hij is medeoprichter van Elders Literair, een platform voor literatuur, beeldende kunst, fotografie, film en architectuur. En hij is columnist bij Literair Nederland.

    Muiderman schrijft romans, korte verhalen en reisverhalen waarin herinneringen het steeds terugkerende thema vormen. Zijn hoofdpersonen hebben vaak een leegte in zich die zij proberen op te vullen met herinneringen, niet zelden aangevuld met fantasie. Want volgens Muiderman zijn herinneringen vals en vervormd en altijd een constructie van de verbeelding.

    De lunchroom
    Auteur: Hans Muiderman
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Verzamelde verhalen

    De Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973) was een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Ze studeerde filosofie, debuteerde met gedichten en schreef ook verhalen. Van de romantrilogie Doodsoorzaken voltooide ze alleen het eerste deel, Malina. Voor ze de andere delen kon afmaken overleed ze ten gevolge van een brand in haar appartement. Er zijn alleen fragmenten van deel III gepubliceerd.

    Uitgeverij Koppernik brengt de Verzamelde verhalen uit, met daarin dag- en weekbladpublicaties en ongepubliceerde verhalen die voor het eerst in het Nederlands zijn vertaald. Het boek bevat eveneens Bachmanns eerste verhalenbundel Het dertigste jaar waarin de nadruk op het intellect ligt. Ook de bundel Simultaan is opgenomen, waarin een aantal personages uit de romancyclus Doodsoorzaken voorkomt. In deze verhalen is er een grotere rol weggelegd voor liefde en gevoel.

    In Bachmanns werk gaat het vaak over destructieve krachten, en vrouwen komen er bij haar doorgaans slecht af. Niet zelden gaan ze ten onder in fysiek of emotioneel geweld. Bachmanns literatuur is droefgeestig. De dood ziet zij als ‘het enige toevluchtsoord voor de ontzettende krenking die het leven is.’ Deze scherpzinnige schrijfster paart diepe psychologische inzichten aan onverschrokken taalgebruik dat haar een eigenzinnige stem geeft.

    Verzamelde verhalen
    Auteur: Ingeborg Bachmann
    Uitgeverij: Koppernik
  • Oogst week 35 – 2018

    Zeemansgraf voor een kort verhaal

    We beginnen dit nieuwe boekenseizoen met een debuut met een intrigerende titel, Zeemansgraf voor een kort verhaal geschreven door Dorothée Albers (1966). Albers studeerde Franse Taal- en Letterkunde en Communicatiewetenschap en is o.a schrijfcoach.

    ‘Zeemansgraf voor een kort verhaal vertelt het verhaal van drie generaties musici. Saxofonist Jurre wordt als pasgeboren baby weggehaald bij zijn moeder Jet, een concertpianiste, waardoor ze elkaar nooit ontmoeten. En wanneer Jurre ontdekt dat hij geadopteerd is, houdt hij dit voor zichzelf. Ook zijn dochter Fine komt dat niet te weten.

    Hoewel deze drie generaties gescheiden zijn door het leven, zijn zij verbonden door hun muzikale talent, waarvoor zij alles overhebben, maar die ook een zware last op hun leven legt.’

    Zeemansgraf voor een kort verhaal
    Auteur: Dorothée Albers
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    In aanwezigheid van Schopenhauer

    Michel Houellebecq is al jaren zeer gefascineerd door de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 – 1860).
    In In aanwezigheid van Schopenhauer geeft hij aan waarom.

    … ‘Dat is meer in het algemeen het doel van dit boek: aan de hand van een aantal van mijn favoriete passages wil ik laten zien waarom Schopenhauers intellectuele houding in mijn ogen een voorbeeld blijft voor elke filosoof in spe; en ook waarom je, zelfs als je het aan het eind van de rit met hem oneens blijkt, niet anders dan grote dankbaarheid jegens hem kunt voelen. Waarom, om nogmaals met Nietzsche te spreken, “het feit dat zo iemand heeft geschreven, werkelijk het plezier om op deze aarde te leven heeft vergroot”.’

    Martin de Haan is de vaste vertaler van de boeken van Houellebecq. Van hem verscheen in 2015 Aan de rand van de wereld. Michel Houellebecq. Portret in dertig korte stukken. Hij schreef een uitgebreid voorwoord in In aanwezigheid van Schopenhauer.

    In aanwezigheid van Schopenhauer
    Auteur: Michel Houellebecq
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hoe wij kijken

    De BBC-reeks Civilisations is een remake van de bekende serie Civilisation uit 1969. Het oorspronkelijke Civilisation kwam voort uit de visie van kunstkenner en presentator Kenneth Clark. Clark besteedde vooral aandacht aan de tijd vanaf de Middeleeuwen.

    De nieuwe serie biedt een blik op kunst en cultuur in zes continenten, van oertijd tot nu. De verschillende afleveringen worden gepresenteerd door Simon Schama, Mary Beard en David Olusoga. Aan de hand van kunstenaars en objecten uit verschillende culturen staan zijn stil bij het ontstaan en de ontwikkeling van de menselijke creativiteit, en hoe beschavingen elkaar daarbij beïnvloedden.

    In het verlengde van die serie zijn afgelopen juli en augustus bij uitgeverij Athenaeum de boeken Met gelovige ogen van Mary Beard en Verering van de vooruitgang van David Olusoga verschenen.

    Beard is een Britse classica, o.a. hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge en auteur over de Oudheid in The Times Literary Supplement. Zij weet die periode voor een breed publiek toegankelijk te maken. In Hoe wij kijken onderzoekt zij ‘hoe de menselijke gestalte werd vormgegeven in een aantal van de vroegste kunstuitingen ter wereld – van de gigantische stenen hoofden van de Olmec in Midden-Amerika tot het terracottaleger van de eerste keizer van China. Ze legt uit hoe een uit de oudheid afkomstige weergave van het menselijk lichaam de manier waarop mensen in het Westen hun eigen cultuur en die van anderen zien beïnvloedt, en soms vervormt. In het tweede deel
    van het boek staat deze vraag centraal: wat is de functie van de beeldende
    kunst in de religie? Met andere woorden: hoe kijken we naar
    mensen en naar goden?’

    Hoe wij kijken
    Auteur: Mary Beard
    Uitgeverij: Athenaeum

    Eerste ontmoetingen

    David Olusoga is dus een van de andere presentatoren van de hierboven genoemde serie Civilisations.

    ‘De van oorsprong Nigeriaanse historicus David Olusoga reist de wereld rond om de geschiedenissen die volken met elkaar verbinden aan elkaar te knopen. We lezen wat er met de kunst gebeurde tijdens het tijdperk van de ontdekkingsreizen, toen beschavingen elkaar voor het eerst ontmoetten. Natuurlijk was dat een periode van veroveringen en vernietiging, maar het was ook een tijd van wederzijdse nieuwsgierigheid, wereldhandel en de uitruil van ideeën.
    Met de industriële revolutie in de negentiende eeuw veranderde de kijk van de kunstenaar op de wereld: de nieuwe fabrieken, de urbanisatie en de onderwerping door Europa van andere volken lieten hun sporen na in de kunst.’

    Eerste ontmoetingen
    Auteur: David Olusoga
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Was de wreedheid tegen de indianen opzet? 

    Was de wreedheid tegen de indianen opzet? 

    De toon lijkt meteen gezet in de proloog: Het is ironisch te noemen dat het beeld van een zo essentieel deel van onze geschiedenis grotendeels wordt bepaald door een boek dat geen enkele poging doet om een evenwichtig beeld te schetsen.
    De auteur van De aarde huilt, Peter Cozzens, verwijst hier naar het befaamde boek van Dee Brown Bury my Heart at Wounded Knee. Volgens Cozzens had Brown eigenlijk alleen maar oog voor het perspectief van de slachtoffers. Daar was Brown overigens eerlijk in (de ondertitel was An Indian History of the American West), maar hij deed het daarbij voorkomen, schrijft Cozzens, alsof de Amerikaanse overheid uit was op uitroeiing van de indianen. Die opzet is er nooit geweest, stelt hij. Toch is De aarde huilt minder polemisch dan het citaat uit de proloog doet vermoeden. Cozzens blijft het houden bij een indiaanse geschiedenis blijkens de ondertitel De strijd van de indianen om West-Amerika.

    Wounded Knee
    Veel televisiekijkers uit de jaren 60 en70 van de vorige eeuw zullen opgegroeid zijn met romantische beelden van het zogeheten Wilde Westen, zoals Bonanza, Buffalo Bill of Billy the Kid. En menige lezer deed zijn kennis over indianen op uit de verhalen over Winnetou en Old Shatterhand, geschreven door Karl May, een man die nooit een indiaan had gezien. Die geromantiseerde versies werden door Dee Brown overhoop gehaald (zijn boek verscheen in 1970 al in Amerika, maar pas in 1999 in een Nederlandse vertaling als Begraaf mijn hart bij de bocht van de rivier). In Amerika zorgde het boek voor een schokgolf omdat de Amerikaanse regering oorlogsmisdaden tegen de indianen zou hebben gepleegd. De enorme aandacht die het boek losmaakte zorgde bijvoorbeeld voor de befaamde hit We are all wounded at Wounded Knee van Redbone. Bij die rivier verloren de indianen de laatste slag in een oorlog die zo’n 25 jaar had geduurd. Het slagveld was steeds verder opgeschoven van de grens tussen oost en west, de frontier, ongeveer gelegen ter hoogte van de Mississippi.
    Besteedde Brown vooral aandacht aan de slachtingen aan het eind van die oorlogsperiode, de gevechten bij Pine Ridge en Wounded Knee, bij Cozzens vullen die twee amper een hoofdstuk in zijn lijvige verslag.

    Verdragen
    Cozzens erkent dat de federale troepen onder de indianen wrede slachtingen aanrichtten. Dat was volgens hem echter geen blinde uitvoering van een genocidebeleid, maar een gevolg van tal van factoren. Die waren inderdaad complex. De federale regering stond voortdurend onder druk van kolonisten die oprukten naar goudvelden of vermeend vruchtbaar land en weinig respect hadden voor de indianen die die gebieden al eeuwenlang bewoonden. De vele indianenstemmen vochten bovendien vaak onderlinge conflicten uit, waardoor ze door de blanken tegen elkaar konden worden uitgespeeld. De regering hobbelde voortdurend van verdrag naar verdrag met de verschillende stammen, gericht op vrede, maar in feite uitmondend in alsmaar meer beperkingen voor de indianen die werden verdreven naar reservaten in gebieden die voor de blanken toch niet interessant waren. Zo schoof de frontier steeds verder naar het westen op.
    Aan dat systeem van verdragen kleefden nogal wat manco’s. In de praktijk schoten de indianen er steevast niets mee op, maar dat systeem was dan ook een drugconstructieVerdragen sluit je tussen soevereine staten en de diverse indianenstammen waren dat niet. Vaak was zelfs niet eens duidelijk wie ze eigenlijk precies vertegenwoordigden.

    Zootje
    Maar wat in het verhaal van Cozzens vooral opvalt is de ontstellende hoeveelheid communicatieproblemen. De regering snapte bijvoorbeeld bar weinig van de cultuur van de indianen als het ging over het begrip eigendom, het belang van de jacht op de bizon, de riten binnen de stammen enzovoort en omgekeerd begrepen de indianen weinig van de drijfveren van de blanken. Voeg daar nog eens bij wat voor ongeregeld zootje de regeringstroepen soms waren. Ze werden vaak aangevoerd door niet voor hun taak berekende of zelfs stomdronken leiders, en op pad gestuurd om bevelen uit te voeren die waren gebaseerd op valse geruchten of moedwillig gezaaide verwarring voortkomend uit persoonlijke geldingsdrang of wraaklustige motieven. En dan had het leger ook nog eens te maken met troepen waaruit de soldaten deserteerden zodra ze het elders financieel beter konden krijgen.

    Spanning
    Cozzens is een veelschrijver over de Amerikaanse Burgeroorlog en de oorlogen van de indianen tegen de kolonisten en blanke immigranten. Hij is van huis uit militair historicus en dat is te merken. Hij schrijft alle verhalen bijzonder sappig op en doet dat ook nog op een manier die een thrillerschrijver niet zou misstaan. Een willekeurig voorbeeld (hij beschrijft de slag bij de Mil Creek in 1879): Op 29 september liet kapitein Payne zich met het grootste zelfvertrouwen in het zadel glijden. Het was een heldere ochtend met een briesje, en de keten heuvels en steile hoogtes aan beide zijden van de smalle Milk Creek lagen ogenschijnlijk rustig te bakken in de zon. Om halftien ’s ochtends betrad de cavalerie te voet de vallei. Behalve de soldaten leek er geen levend wezen te bekennen.
    Althans niet binnen gezichtsafstand.

    Dat leest als een spannend verhaal, maar toch wordt het in het boek een pondje te veel. Cozzens is helemaal in zijn element als hij de diverse treffens tussen indianen en federale troepen – en die waren er nogal wat tussen 1866 en 1891 – beschrijft. Dan verliest hij zich in details over strategieën, tactische fouten en gehanteerde tactieken. Wie minder in dat soort zaken geïnteresseerd is krijgt de neiging de pagina’s wat sneller om te slaan, niet wegens de spanning maar vanwege de wijdlopigheid.

    Excessen
    Cozzens slaagt er ook niet helemaal in om het beeld dat Dee Brown op riep te laten kantelen. Weliswaar voert hij voldoende aspecten aan die het verdedigbaar maken dat de regering geen genocide of zelfs oorlogsmisdaden voor ogen had, maar zijn boek wemelt van de voorvallen waarin vrouwen en kinderen werden aangerand en gedood en strijders van de indianen op wrede manieren werden vermoord (wat de indianen overigens omgekeerd ook deden). Er lag dan wel geen vooropgezet plan aan ten grondslag, het gebeurde wel degelijk. We moeten Cozzens meegeven dat hij zijn ogen ook niet sluit voor die excessen.

    Een vraag die de Nederlandse vertaling tenslotte nog oproept is waarom de indiaanse hoofdmannen een hele enkele keer een Engelse naam en, nog sporadischer, een inlandse naam krijgen maar vrijwel altijd een vernederlandste. Het doet zelfs wat vreemd aan Zittende Stier te lezen, waar Sitting Bull net zo bekend is. Een enkele keer zou je ook wat meer willen weten over de herkomst van de namen, maar die vraag hoort waarschijnlijk niet bij de vertaler maar bij Cozzens thuis: zouden de indianen hun strijders zelf ‘Romeinse neus’ of ‘Hoeren Jim’ hebben genoemd of kwamen hun tegenstanders op dat idee?

     

     

  • Oogst week 40

    Tarantula

    Deze week twee omvangrijke boeken; een historische roman en een moderne klassieker uit 1981. De nieuwe vertaling van Bob Dylans Tarantula en een mensen/dierenboek over varkens.

    De enige roman – hoewel wat is een roman als je deze in het licht van liedteksten beschouwt – die Bob Dylan (1941) schreef, werd deze week opnieuw in het Nederlands uitgebracht. Dylan schreef  Tarantula in 1966 en het werd in 1971 gepubliceerd. Wat te verwachten van een roman van Bob Dylan? In ieder geval geen gestroomlijnd verhaal, daarvoor is de tekst te grillig en ongrijpbaar. Het is meer als een liedtekst opgeschreven, gezien de zinsbouw en het ritme van woorden waarmee het ook wel Dylans vreemdste songtekst genoemd wordt.

    Dylan toont zich, net als hij ooit deed in het radioprogramma Theme Time Radio Hour, waarvoor hij de muziek overal en nergens vandaan haalde. Ook in Tarantula komen we ze tegen: Aretha Franklin, Woody Guthrie, Leadbelly, de Carter Family en vele, vele anderen.

    Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat waardoor de dwarsverbanden in deze schat aan muziekstijlen zichtbaar worden gemaakt.

    Hoe Robbert Jan Henkes en Erik Bindervoet zich waagden aan een nieuwe vertaling van het schier onvertaalbare boek is te beluisteren op NPO1. Zij vertellen over het boek en de manier waarop zij zich de tekst van Dylan eigen maakten.

    Tarantula
    Auteur: Bob Dylan
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Varkens

    Ken het varken, dan ken je jezelf, zou wel eens een nieuwe leus kunnen worden na het lezen van Varkens van culturele wetenschapper Thomas Macho. Varkens zijn geliefd om hun bewezen intelligentie en gehaat om hun varkensgedrag (snorken en snuiven en altijd die smerige modder vermengd met eigen uitwerpselen). Macho volgde de carrière van het varken vanaf de vroegste domesticatie tot aan zijn positie als vlees- en metaforenleverancier nummer één. Het is een prachtig geïllustreerd pleidooi voor een fraai dier, een portret van oude en nieuwe rassen en vormt het bewijs dat het varken en de mens in complexiteit en tegenstrijdigheid niet voor elkaar onderdoen.

    Varkens verschijnt in November.

    Varkens
    Auteur: Thomas Macho
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De aarde huilt

    Peter Cozzens (1957) is een Amerikaans historicus en schreef meerdere boeken over de burgeroorlog. De strijd van de indianen is het omvangrijke verhaal van de decennialange strijd tussen het Amerikaanse leger en de stammen van de Great Plains en de Rocky Mountains aan het eind van de negentiende eeuw. Na een ontmoeting met president Abraham Lincoln dacht indianenleider Magere Beer dat hij niets te vrezen had van het leger. Lincoln had hem wel gezegd dat ‘zijn kinderen’ soms niet luisterden, maar Magere Beer had dat niet begrepen. Onbevreesd reed hij de troepen tegemoet. Wat dan volgt is geschiedenis. Cozzens schrijft niet alleen over de veldslagen en campagnes, maar ook over de slechte leefomstandigheden van de soldaten aan het front en de waardeloze verdragen, de onderlinge strijd tussen stammen en facties, de mentaliteit van de indiaanse krijgers en de ethische vragen die de betrokken officieren van het Amerikaanse leger zich stelden.

    De aarde huilt
    Auteur: Peter Cozzens
    Uitgeverij: Athenaeum Polak & van Gennep

    Lanark

    De Schotse schrijver en kunstenaar Alasdair Gray (1934) schreef meer dan 30 jaar aan zijn eerste boek Lanark, dat uiteindelijk in 1981 werd gepubliceerd. Na publicatie van dit moderne visioen van de hel dat als decor de steden Glasgow en Unthank heeft, werd hij direct vergeleken met Dante, Blake, Joyce, Orwell, Kafka, Huxley en Lewis Carroll.

    De roman opent met: “Je kwam Café Elite binnen via een trap vanuit de foyer van een bioscoop. Op twee derde van de weg naar boven was een deur die naar de bioscoop zelf leidde, maar mensen die naar de Elite gingen klommen verder en kwamen in een grote, groezelig ogende ruimte vol stoelen en lage koffietafels.’ Op de Athenaeumboekensite is het verdere fragment te lezen.

    Deze moderne klassieker uit de Schotse literatuur is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Lanark
    Auteur: Alasdair Gray
    Uitgeverij: Koppernik BV
  • Op de vlucht naar moed

    Op de vlucht naar moed

    Voor een nieuwe Dave Eggers maakt elke boekhandel onmiddellijk ruimte vrij. De schrijver, die in 2000 met zijn romandebuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit de literaire wereld binnen stormde, bleef successen oogsten met onder andere Wat is de Wat (2006), Zeitoun (2009) en De Cirkel (2013). En nu is er Helden van de grens.
    Eggers staat met twee benen in de maatschappelijke vraagstukken en beschrijft invoelend hoe mensen die ondergaan. Zo komt de lezer in Wat is de Wat dichtbij de Soedanese vluchteling Valentino Achak Deng en kan hij in De Cirkel griezelen bij de gedachte hoever de technologische mogelijkheden ons kunnen drijven tot handelen dat we eigenlijk niet willen.
    In het zojuist verschenen Helden van de grens slaagt Eggers er opnieuw in om een deuk te slaan in een leefwijze, vooral de Amerikaanse, die voldoet aan normen die de schijn van een hoge ethiek moeten ophouden, met als knots achter de deur de claimcultuur als het fout gaat. Onder die leefwijze ligt echter de vervreemding van de mens van zichzelf.

    We volgen in de Helden van de grens Josie, een jonge vrouw uit Ohio, op een trektocht door Alaska. Ze is weg bij de vader van haar kinderen, Carl, die zich druk maakt om milieu en maatschappij (hij steunt de Occupybeweging), maar geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gezin. Hun kinderen Paul van 8 en Ana van 5 zijn door Josie meegenomen zonder dat ze dat Carl heeft verteld. De kinderen kennen haar reisdoel evenmin; ze weten zelfs niet dat Carl en Josie uit elkaar zijn. De pientere Paul voelt zich ondertussen verantwoordelijk voor zijn jongere, ondernemende en impulsieve zusje.

    Camper
    Maar er ligt meer ten grondslag aan het vertrek van Josie. De reis is niet alleen een vlucht voor Carl maar ook voor spoken uit het verleden die, naarmate de rit door Alaska vordert, voor de lezer langzaam opdoemen: een jongen, Jeremy, die is omgekomen in Afghanistan, nadat Josie hem had aangeraden zich als militair aan te melden voor uitzending; en een patiënte, Evelyn, die een schadeclaim tegen Josie heeft ingediend omdat ze als tandarts niet heeft gezien dat zij (Evelyn) een dodelijke tumor ontwikkelde. Om van een slepende rechtsgang af te zijn heeft Josie haar praktijk verkocht. Met de kinderen en een beetje geld in een fluwelen zakje dat ze angstvallig verbergt, vliegt ze naar Anchorage in Alaska. Daar huurt ze  een aftandse camper waarmee ze naar haar halfzus Sam wil.

    Het wordt een bizarre tocht door de wilde natuur als een soort spirituele groei naar zelfinzicht. De rit voert haar langs verlaten plekken, brengt haar oog in oog met gevaren en levert bijzondere ontmoetingen met mensen en groepjes die een beetje buiten de maatschappelijke orde lijken te staan – in elk geval buiten de orde die Josie gewend is. Daarbij komt ze voortdurend zichzelf tegen.

    Moedig
    Haar argwaan en achterdocht spelen op als mensen juist heel vriendelijk voor haar zijn, ze neemt voortdurend verkeerde beslissingen en voelt zich de hele reis achtervolgd door Carl of een deurwaarder, hoewel ze er eigenlijk zeker van is dat niemand behalve Sam weet dat ze in Alaska rondtoert. Dat gedrag breekt haar ook bij Sam op – de halfzus die haar weer confronteert met hun vreemde voogdijgeschiedenis – want ook bij haar slaat ze weer op de vlucht.
    Bovenop die bekommernissen is er ook nog eens de grote bosbrand die juist tijdens haar verblijf Alaska teistert en haar uiteindelijk van de laatste hechting aan materie geneest.

    Daartussendoor confronteren de kinderen Josie door hun gedrag met haar falen als moeder. Tot aan het slot van deze roadnovel het inzicht doorbreekt, eerst tijdens een verblijf bij een muziekgroep en daarna in een soort parabel vol donder en bliksem. In een onstuimige klimpartij door de woestenij valt alles voor Josie, Paul en Ana tenslotte op zijn plek: ‘ze wilden moedig zijn, wisten dat er geen andere keuze was dan moedig te zijn, dat er niets groters was dan moedig zijn. Op dat ogenblik begreep Josie dat in plaats van een moedig mens te zoeken – en daar was ze al jaren naar op zoek, besefte ze – het veel beter was om mensen moedig te maken. Ze moest geen integere, moedige mensen zoeken. Ze moest ze maken.’

    Lafbekken
    Het is een directe terugverwijzing naar het begin van de roman als Josie net in Anchorage is geland: ‘Dus waar waren de helden? Ze wist alleen dat waar zij vandaan kwam de mensen lafbekken waren. Nee, er was één dappere man geweest en zij had aan zijn dood meegewerkt. Eén moedige man die nu dood was. Iedereen nam maar en nam maar en Jeremy was dood. Zoek iemand voor me die dapper is, vroeg ze de donkere bomen buiten. Iemand met inhoud, eiste ze van de bergen daarachter.’

    Het zijn ingrediënten voor een breed en diepmenselijk verhaal. Toch wil het Eggers maar niet lukken om de lezer in deze nieuwe roman blijvend mee te slepen. Om het maar eens simpel te zeggen: het boek had wel wat dunner gekund om er juist scherper in te hakken. Nu is de zoektocht naar zichzelf in de ongerepte natuur soms wat te zweverig en te soft en leidt de opeenstapeling van voorbeelden van Josie’s wantrouwen, onzekerheid en verkeerde keuzes eerder af dan dat ze lezer dichter bij haar brengt. Maar dat heeft er misschien mee te maken dat Helden van de grens ook wel erg Amerikaans is.

    Najaarszonnewende-meezingmiddag
    Dat zit hem primair in de keuze voor Alaska als gebied waar de reis zich afspeelt. Die staat heeft voor de Amerikaan de lokroep van het land waar nog wildernis te vinden is en de natuur nog zuiver is. Er is moed voor nodig om er te wonen omdat Alaska zo haaks staat op alle zekerheden en opgeblazenheid van de Amerikaanse burgermaatschappij. Waarover Eggers ook nu weer hilarisch schrijft, bijvoorbeeld als het gaat over de spagaat van moeders die willen werken en tegelijk 24 uur bij hun kinderen moeten zijn, zelfs bij activiteiten op school:

    Maar die andere ouders met hun oordelende blikken, wanneer werken die? Het is hun baan om al die activiteiten bij te wonen. Dat is hun werk, impliceren ze en ze laten ook doorschemeren dat jij en jouw reële werk oké zijn, maar ook treurig en nalatig. Maar dat zeggen ze niet. Ze zeggen: het geeft niet als je er niet bij kunt zijn, bij de najaarszonnewende-meezingmiddag en de eindewintersleeliederenbraderie-en-hapjesdag. Helemaal niet erg van dat ouder-en-kind-badmintondubbel-lentelichtjesavondfestijn (…) Hoeft niet, hoeft niet, hoeft niet, geeft niet, geen probleem, al ben je natuurlijk een egoïst en gaan je kinderen naar de verdommenis.’

    Nee, dan Alaska! Daar bestaat deze tweestrijd niet.

    IJspriester
    Er zit een mooie verwijzing naar de betekenis van Alaska in de ‘ijspriesterogen’ van Paul. Vermoedelijk zinspeelt Eggers daarmee op pater Bernard R. Hubbard (1888–1962), die in het begin van de 20ste eeuw veel aan het beeld van Alaska als ongerepte wildernis heeft bijgedragen en die door zijn ontdekkingstochten de bijnaam ‘The Glacier Priest’ kreeg.

    Een andere mooie vondst is dat Josie ook fysiek in haar uitgeleefde camper meedraagt wat ze juist dacht ontvlucht te zijn. Zo zijn er de problemen met de toiletafvoer, die de lezer doen denken aan Carl wiens darmen zo opspeelden dat hij voortdurend op de wc zat. En in de camper vindt Josie oude nummers van het tijdschrift Het Westen van Weleer, waarin ze steeds de rubriek ‘Vervaagde sporen’ leest. Daarin zijn mensen op zoek naar familie en hun verleden. Josie, die zelf geen familie heeft (haar vader en moeder zijn al vroeg uit de ouderlijke macht ontzet en broers of zussen heeft ze niet; Sam is alleen halfzus vanwege dezelfde voogdijvoorziening) leest in het blad juist steeds die rubriek.

    Eggers betoont zich in Helden van de grens opnieuw een scherpe en humoristische analyticus van de verhouding tussen de mens en de maatschappelijke ontwikkelingen. Maar mag het ietsje minder breedvoerig?