• Oogst week 46 – 2025

    De droom van elke cel

    Maricela Guerrero is een Mexicaanse dichteres die in 2006 debuteerde. Ze heeft inmiddels een aantal dichtbundels op haar naam staan, waarvan De droom van elke cel (2018) door Lisa Thunnissen uit het Spaans vertaald werd. In een afdeling van deze bundel is een lerares biologie aan het woord, mevrouw Olmedo genaamd, die door middel van plantkunde de relatie tussen mens en natuur verheldert. De taal staat daarbij centraal: de taal van de plantkunde met haar Latijnse namen, maar ook de vergelijking tussen plant en taal: vertakkingen, afstamming, netwerk. Sommige gedichten laten zich dan ook lezen alsof ze uit een biologieboek genomen zijn, maar de onderliggende betekenis gaat dieper. Er lopen wolven door de bundel, die saamhorigheid aanduiden en zorgzaamheid. Natuur en mens moeten verenigd en beschermd worden. Guerrero roept op tot doorbreken van het ‘imperium’, tot opstand en verzet. Vertaalster Thunnissen schreef een verhelderend nawoord.

    ‘Tonaliteiten

    Er klinkt gespin, gebries dat maant:
    Het regent harder dan verwacht en de aarde brult:
    een daad van wederopbouw:
    we dromen wordingen bladgroen
    herstel:
    adem:
    regen
    op de planten en de bomen op het braakland van hiernaast:

    tonaliteiten
    waarin de dag weerklinkt
    dat we elkaar ontmoetten
    en geliefden werden
    netwerken
    en verzoenende blikken.

    Een wolvin ligt op de loer hoog in het bos’

     

    Auteur: Maricelea Guerrero
    Uitgeverij: M10Boeken

    Ik trek mijn species aan

    Hoe vaak gebeurt het dat een dichtbundel meerdere drukken mag beleven? Ik trek mijn species aan van Sasja Janssen werd in 2014 voor het eerst gepubliceerd en mag zich dit jaar verheugen in een vierde druk. Het is Janssens derde bundel, waarin ze als dichter onderzoekt hoe je je als individu staande kunt houden te midden van alle anderen. Wat is belangrijker: het bewaken van je eigen identiteit of het gevoel bij een groep te horen? Zijn we onderling inwisselbaar of onderscheiden we ons door onze kenmerken? Zijn we als mensen vervangbaar of blijft de herinnering aan onze eigenheid bestaan? Janssen beschrijft op geheel eigen wijze hoe de wereld geschapen zou kunnen zijn, waarbij de taal een grote rol speelt. Leven en dood zijn  onlosmakelijk met elkaar verbonden en gaan naadloos in elkaar over: elk einde betekent een nieuw begin. Zowel bijtend als teder dicht Janssen over een universum dat ze zelf geschapen heeft, zoekt ze naar betekenis van zoiets vergankelijks als een mensenleven, naar manieren om te overleven en om tot de kern van jezelf te komen.

    ‘Tot vandaag alleen woorden gebruikt, maar zijn daarmee
    moeten ophouden, de ramen dampen van onze gist

    door het spartelende, het vallende, het tedere, het misselijke
    het zoete, het vleselijke, het blauwige bengelen om elkaars hals.

    We hebben ons gezongen. We hebben ons voor het eerst.

     

     

    Auteur: Sasja Janssen
    Uitgeverij: Querido

    Wat deed ik daar

    Tsead Bruinja gaf zijn bundel Wat deed ik daar de wijdlopige ondertitel ‘een voluptueus biografies visiedocument met intermezzo’s en af en toe een gedicht’ mee. De ironische toon die in in de ondertitel gezet wordt, is de opmaat voor de rest van de bundel. Of het werkelijk biografisch te noemen is, blijft in het ongewisse: weliswaar neemt Bruinja in de bundel diverse rollen op zich en vertelt hij over zijn jeugd, zijn ouders, het dorp waar hij opgroeide, maar dat hoeft niet allemaal waar te zijn. Eerder is het een zoektocht naar hoe hij in het leven staat. De gedichten zijn divers van vorm en inhoud: prozagedichten, een dialoog met ChatGPT, liefdesgedichten, zowel in het Nederlands als soms ook in het Fries. Er is een afdeling met gedichten waarin de dichter gesprekken voert met ouderen in een zorginstelling en zich daarbij zo inleeft, dat elk gedicht begint met de metamorfose van de dichter in de ondervraagde. Ontroering en humor gaan hier hand in hand.

    ‘lentige herfst winterig zonnetje

    als ik mij straks enigszins krakkemikkig zonder mijn jeugdigheid te verliezen
    langs geluk gebrek en ongemak richting een nieuwe onbekommernis begeef
    hoop ik dat het waar is wat ze zeggen en meer nog hoop ik dat het niet alleen
    een dorp vergt om een kind groot te brengen maar er evenzogoed een dorp
    voor nodig is om die laatste jaren tot een fatsoenlijk einde te laten komen
    zodat ik onderweg naar het gedroomde hiernamaals of de sublieme stilte
    bevrijd van achterdocht en argwaan ervan uit kan gaan dat ik genoeg fooi
    op de toog heb laten liggen om het er een keer op aan te laten komen’
    Deze bundel is genomineerd voor de 3- of 4 jaarlijkse Karel van de Woestijneprijs.

     

     

    Auteur: Tsead Bruinja
    Uitgeverij: Querido
  • Alles gebeurt tegelijkertijd

    Alles gebeurt tegelijkertijd

    Nu de wereld in een herhaling van zetten vervalt, er minder dan niets geleerd lijkt van het verleden, weet je niet waar te kijken. Zelfgenoegzame leiders die online hun gelijk halen, wil je de weg versperren. Spreeuwen vliegen schetterend op uit de meidoornhaag. Dat alles tegelijkertijd gebeurt. Terwijl de deurbel gaat, worden op de radio uitspraken van politici herhaald, overhandigt de postbode je een stapel platte dozen, stapt de buurman in zijn auto, verdwijnt de buurkat met gestrekte staart door een gat in de heg, zeg je lachend dankuwel. Denk, spreeuwen, deurbel, radio, meidoorn, politici, kat. Denk buurman, postbode, auto, heg. Denk klein en kijk naar een beeldessay van Mexicaanse kunstenaressen, samengesteld door Fernanda Ramos Mena getiteld, ‘Echo’s van een tijd / Die ontwricht / Aan het ontwrichten is / werd ontwricht’. Zie in de ontwrichting een mogelijkheid. Een reeks afbeeldingen met tekstregels, zie het als een poëtische oefening.

    Je loopt door het huis, een collega appt je dat de voorgenomen btw-verhoging op cultuur niet doorgaat. Je voelt je als een kind met huisarrest dat weer mag buitenspelen. Kijkt naar de opgekrulde kat op de bank, de toegeknepen ogen. Luistert naar de stem van Jimena Casas, ‘no estamos solos, estamos aquí’, op de website van Terras. En leest over een piramide die uit het wegdek steekt, hoe geschiedenis door de aardkorst heen puilt. 

    ‘Telkens als ik terug ben in Mexico’, schrijft Chloe Aridjis (vertaling Caroline Meijer), ‘valt me weer op hoeveel elementen uit het dagelijkse leven je kunt omschrijven als barok: onze zonsondergangen, onze keuken,onze vervuiling, onze corruptie.’ 

    Buiten reinigt een buurman met een hogedrukspuit zijn kant van de schutting.

    Lees Maricela Guerrero (vertaling Lisa Thunnissen), ‘Soms lijkt het knullig en klein om te zoeken naar een taal in bekende termen. / Het geeft moed om problemen te formuleren in inheemse en onbekende talen.’ Getiteld ‘De droom van elke cel’ in de betekenis van een ‘lege ruimte: als een blad dat kan worden beschreven.’

    Er is behoefte aan een verhaal, aan bladzijden omslaan, verder gaan.

    Over  die piramide in Mexico-stad. Het gebeurde in 1978, toen elektriciens een stuk weg openbraken om bedrading weg te werken, ‘stuitten ze op een loodzware, stenen schijf waarop Coyolxauhqui stond afgebeeld. Ze hadden de godin van de Maan gevonden, een belangrijke godin uit de Mexica-cultuur, die wij kennen van de Azteken.’, schrijft gastredacteur Bernke Klein Zandvoort (die sinds zeven jaar deels in Mexico woont), in haar inleiding. En hoe in Mexico verleden, heden en toekomst door elkaar lopen.

    Zoveel meer dat je lezen wilt. ‘Gradaties van bijziendheid’ van Andrea Chapela (vertaling Lies Doms):
    ’49. Wetende dat ik binnenkort op reis ga, pak ik het schrijven weer op. Ik lees Glass (Object Lessons) van John Garrison en bewonder zijn poging om glas te plaatsen binnen de kunst van het verleden en de verbeelding van de toekomst. (…)
    50. Mijn eerste dagen in Madrid gaan voorbij in een waas van de ergste jetlag van mijn leven. Het kost me een week om mijn aankomst te verwerken, mijn koffer uit te pakken en mijn nieuwe kamer op orde te brengen.’

    De hogedrukspuit van de buurman werkt de schutting met geweld tegen de grond (niet echt, maar het zou kunnen). De kat drukt zichzelf in het groene kussen van de bank. Je kunt niet alles lezen, maar dan toch van Gloria Gervitz (vertaling Bart Vonck) nog dit:

    ‘En mijn grootmoeder speelde altijd dezelfde sonate
    Een meisje eet een waterijsje op de zonovergoten straathoek
    Een man wacht op een vrachtwagen en leest de krant
    Het licht breekt
    En het wasgoed hangt in de zon. Ondoorgrondelijk is grootmoeders sonate
    Jij zie dat het zomer was. O, muziek’.

    Het leven in fragmenten. Maar denk niet dat citaten genoeg zijn om het geheel te bevatten. Het is een vleugje van iets goeds, iets dat gelezen moet worden. Werk van zesentwintig Mexicaanse of in Mexico wonende vrouwelijke auteurs (waaronder . Of, zoals Bernke Klein Zandvoort haar inleiding beëindigt: ‘(…) je mee te laten voeren door de scherpe, tedere, kolkende, rauwe en rouwende, zichzelf bekijkende taal – in de hoop dat tijdens het lezen elk woord bloem mag worden.’ Doe maar, kijk maar, lees maar. Verlaat Nederland voor even en zie de dingen in perspectief.

     

    Terras #26 Magia/No Magia



    Inge Meijer is een pseudoniem en schrijft over wat zich in de kantlijn van de literatuur begeeft.



     

     

  • De aarde roept

    De aarde roept

    Aarde eten – geofagie. Het gebeurt. Onder andere in Afrika en Zuid-Amerika, door zwangere vrouwen en hun baby’s. Om gezondheidsredenen. Het zou de stofwisseling bevorderen en infecties tegengaan. De ik-figuur in de korte debuutroman Aarde eten van de Argentijnse schrijfster, lerares en activiste Dolores Reyes eet ook aarde. Eerst om mensen die het vies vinden dwars te zitten, later ‘voor anderen die wilden praten. Anderen die er niet meer waren’. Ze internaliseert ze, zoals in de Bijbel profeten als Jeremia en Ezechiël het Woord van God aten. De opdracht van het boek laat niets aan duidelijkheid te wensen over: ter nagedachtenis aan Melina Romero, die in 2014 op zeventienjarige leeftijd verdween en een maand later dood werd teruggevonden, en aan Araceli Ramos, die door wurging om het leven werd gebracht. 

    Internaliseren

    De ik-figuur in Aarde eten kan weinig meer doen dan aarde eten, nu haar moeder is overleden en onder die aarde was gestopt, ‘de onbekende aarde van dit kerkhof waar we nooit hebben gelopen, mama of ik.’ Internaliseren, ‘om in het donker mijn dromen te zien. (…) Het voelt goed, ze onthult dingen, laat me zien.’ Zoals profeten zieners waren én onrecht aan de kaak stelden.
    Ze woont na de dood van haar moeder enige tijd bij een tante die niets van haar begrijpt en verhuist daarna samen met haar broer Walter, op wie ze gek is, naar een achterbuurt in een niet nader aangeduide stad. Ze leven van het salaris dat Walter in een garage verdient. Naar school gaat ze niet meer, zoals veel kinderen uit de buurt. Veel contact met de buitenwereld hebben ze niet en een telefoon hebben ze ook niet meer. Alleen enkele vrienden van Walter komen over de vloer om met zijn PlayStation te spelen.  

    Op een dag duikt een vrouw op die aan de ik-figuur vraagt of ze soms helderziend is. De vrouw zegt hulp nodig te hebben van iemand zoals zij, die aarde eet waarop een lichaam had gelegen. Ze zoekt Ian, haar zoon, zoals zoveel vrouwen in Argentinië doen. Ook Ian wilde nog steeds praten vanuit de buik van de ik-figuur, waarin de aarde als een foetus lag. Een man met een soortgelijke vraag volgt. Zijn nichtje María was nooit aangekomen op de verpleegkundeopleiding waar ze studeerde. De naam van de man is Ezequiel. Hij is politieagent en valt daarom volgens de ik-figuur niet helemaal te vertrouwen.

    Flesjes met aarde

    Mensen lieten in de tuin van de verder naamloze ik-figuur flesjes met aarde achter en een kaartje waarop de naam van een familielid stond. Mensen gaven geld, veel geld voor ‘het consult, ongeduldig vragend wat ze ziet’. Wat ze zag was vooral ‘heel veel licht’, antwoordde ze dan. Of een glinstering die veranderde in twee zwarte ogen. Een keer zag ze letters op een muur, maar ‘lezen in dromen was praktisch onmogelijk.’

    Zou María nog leven? Om haar te vinden, springt de ik in een rivier. Tevergeefs, want María blijkt verdronken. Ontvoerd en verdronken. Ezequiel, die dus wel degelijk een goed hart heeft, redt de ik-figuur uit het water van de immense rivier.
    De ik droomt veel. Gaandeweg het boek ook – zowat om het meestal korte, soms zelfs heel korte hoofdstuk – over haar oud-lerares juf Ana die haar steeds nader komt. Zij was op een dag ook verdwenen en werd vermoord teruggevonden in een fabrieksloods. Zo lopen werkelijkheid en droom telkens in elkaar over. 

    Latijns-Amerikaanse literatuur

    De sfeer van deze debuutroman doet dan ook denken aan die van andere Latijns-Amerikaanse schrijvers, waarin aarde en water vaak ook een grote rol spelen, evenals licht en donker. In die zin komt het boek aan de ene kant vertrouwd over, maar aan de andere kant is er ook een duidelijk verschil: Reyes schrijft niet in de barokke stijl die we kennen van veel Latijns-Amerikaanse schrijvers, maar in een uitgebeende, kale stijl. Zij paart het magisch-realisme uit de Latijns-Amerikaanse literatuur aan een politieke realiteit die ze slechts aanduidt. En al duidt ze deze alleen maar aan, het gaat je al lezend onder de huid zitten. Haar symbolische taal en de soms religieus geladen beelden zijn uiteindelijk één roep om de levenden en de doden bij name te (blijven) noemen, mannen en vrouwen. Een boodschap die zowel klein als groots is. Net als deze debuutroman zelf. 

     

     

  • Oogst week 16 – 2022

    Een Hollandse jongen aan de Ebro

    In de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) vochten vrijwilligers uit vele landen mee tegen generaal Franco. Een van hen was de 22-jarige Nederlandse metselaar Evert Ruivenkamp, die samen met ongeveer 650 andere Nederlanders naar Spanje vertrok om Franco’s fascisme te bestrijden. Wellicht als enige hield Ruivenkamp een dagboek bij. Uitgeverij Jurgen Maas heeft dit nu uitgegeven met als titel Een Hollandse jongen aan de Ebro.

    Evert, nooit eerder in het buiteland geweest, laaft zich aan het onbekende en heeft oog voor de leuke Spaanse meisjes. Hij voelt zich als op avontuur, zoals in zijn verslagen te lezen is. Die zijn aanvankelijk vrolijk, maar zijn toon verandert als hij de oorlog aan den lijve gaat ondervinden. Hij wordt ingezet aan het front, maakt kennis met de heersende ellende en ziet zijn kameraden sneuvelen. Voor zijn moed en plichtsbesef wordt hij in 1938 toegelaten als lid van de Spaanse Communistische Partij. Uiteindelijk keert hij terug naar Nederland waar hij bij het verzet gaat als Duitsland Nederland binnenvalt. In 1943 wordt hij opgepakt en gefusilleerd.
    Zijn dagboek doorstond de oorlogen op een of andere manier. Een paar jaar geleden werd het teruggevonden in het nachtkastje van zijn dan net overleden oudste zus.

    Yvonne Scholten, eindredacteur van de website Spanjestrijders.nl, schreef een inleiding en nawoord bij Een Hollandse jongen aan de Ebro. De website bevat namen en biografieën van de spanjestrijders en over twee van hen publiceerde Scholten een boek.

    Een Hollandse jongen aan de Ebro
    Auteur: Evert Ruivenkamp
    Uitgeverij: Jurgen Maas 2022

    Aarde eten

    De Argentijnse schrijfster Dolores Reyes (1978) studeerde literatuurwetenschappen en is leraar en feministisch activist, of activistisch feminist. Ze heeft zeven kinderen.

    Aarde eten uit 2019 is haar eerste roman, iets wat recensenten en lezers nauwelijks kunnen geloven omdat het als zo’n volmaakt en beheerst boek wordt gezien. ‘Voor de slachtoffers van femicide, voor hun nabestaanden’ staat er voor in het boek. In Argentinië vinden jaarlijks zo’n driehonderd moorden op vrouwen plaats, om het simpele feit dat ze vrouw zijn.

    De jonge dochter van de vrouw die op de eerste pagina’s van het boek begraven wordt, ontdekt dat ze door het eten van aarde visioenen krijgt van vermoorde en vermiste mensen.
    ‘Ze laten je hier achter, mama, ook al wil ik het niet. Ook al laten mijn handen niet los, jij blijft hier. Ik geloof dat ik weinig kan doen, behalve aarde eten van deze plek, zodat ze niet meer vijandig is, de onbekende aarde van dit kerkhof waar we nooit hebben gelopen, mama of ik. […] Ik doe mijn ogen dicht om met mijn handen op de aarde te steunen die jou nu toedekt, mama, en het wordt nacht in mijn hoofd. Ik knijp mijn vuisten dicht, schep haar op en breng haar naar mijn mond. De kracht van de aarde die jou verzwelgt is duister en smaakt naar boomstronk. Het voelt goed, ze onthult dingen, laat me zien.’

    Door het aarde eten krijgt ze visioenen. Dat wil ze niet bekend laten worden, maar mensen krijgen er toch lucht van en komen haar hulp vragen over verdwenen dierbaren, meestal vrouwen. Ze willen weten wat er met hen is gebeurd. In de sloppenwijk waarin de dochter woont is geweld aan de orde van de dag. Als zij ouder is voelt ze de verantwoordelijkheid tegenover de wanhopige zoekers toenemen. ‘Ik begon te zien dat degenen die naar iemand op zoek zijn iets hebben, een teken bij de ogen, de mond, het vleesgeworden mengsel van pijn, woede, kracht, wachten. Iets gebrokens, waarin degene die niet terugkeert leeft.’ laat Reyes haar aarde-eter vertellen. Als ze in een visioen de moord op haar broer voorziet, wil ze deze proberen te voorkomen, al weet ze niet hoe.
    El Paìs noemt Aarde eten ‘Een van de beste, krachtigste en meest complexe romans van de afgelopen tijd.’

    Aarde eten
    Auteur: Dolores Reyes
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek 2022

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling

    Uitgeverij AFdH geeft in één band twee verhalen van Stefan Zweig uit: Boekenmendel en De onzichtbare verzameling, vertaald door Ton Naaijkens. Met foto’s van Maria Austria.

    De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942) werd geboren in Wenen in een welgesteld joods zakenmilieu en was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een van de meest populaire Duitstalige auteurs, zowel in eigen land als daarbuiten. Hij studeerde filosofie en literatuur en schreef biografieën, poëzie, drama, verhalen en essays met het perspectief veelal op het verleden gericht. Zweig was Europees georiënteerd, bracht mensen en idealen samen. In de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich vrijwillig als verslaggever, waarna hij grote weerzin tegen oorlog ontwikkelde. Na de opkomst van het nationaalsocialisme zwierf hij jarenlang door Europa. Daarna week hij uit naar Brazilië, waar hij in 1942 zelfmoord pleegde, samen met zijn vrouw. ‘Ik pas niet meer in deze tijd. Deze tijd bevalt mij niet meer,’ schrijft hij in zijn afscheidsbrief. Zijn grote psychologische inzicht – mede opgedaan in zijn vriendschap met Freud – komt terug in zijn verhalen.

    In Boekenmendel drijft de illegaal in Wenen verblijvende Oekraïense Jood Jacob Mendel, een geniale antiquaar, zijn boekhandel in het koffiehuis Gluck. De ik-verteller noemt hem een ‘voorwereldse boekensauriër van een uitstervend ras’. Mendel kent alle titels en alle prijzen van alle boeken en via de verteller wordt zijn tragische geschiedenis tegen het decor van de Eerste Wereldoorlog duidelijk.

    Ook het tweede verhaal, De onzichtbare verzameling, handelt over een gepassioneerde bibliofiel en verzamelaar, die te maken krijgt met de inflatie van na de Eerste Wereldoorlog. Zijn vrouw verkoopt goedbedoeld zijn kostbare grafiekcollectie tegen dumpprijzen.
    In beide verhalen zijn Zweigs grote thema’s te herkennen: Europa, dat Zweig zag als een samenhangend cultuurgebied, fanatisme en humanisme, plus zijn melancholie over de wereld van gisteren.

     

    Boekenmendel, De onzichtbare verzameling
    Auteur: Stefan Zweig
    Uitgeverij: AFdH 2022 (2e druk)
  • Oogst week 40 – 2020

    De overvloed

    De Amerikaanse schrijfster Annie Dillard (1945) selecteerde voor de bundel De overvloed haar beste en beroemdste essays – waaronder het magistrale stuk over een zonsverduistering. Dillard staat bekend om haar diepgaande, vrijmoedige denken waarin de verwondering over wat ze waarneemt tot op het bot wordt uitgeplozen. In De wezel gaat ze tijdens een wandeling op een boomstam om zich heen zitten kijken en ontwaart naast zich op de grond een wezel. Zij ziet hem en hij ziet haar. ‘Ik heb een minuut lang in die wezenloze hersens gezeten, en hij in die van mij,’ schrijft ze over de ontmoeting. Dillard is iemand die kijkt en kijkt, nadenkt en ongeremd schrijft over dat wat ze waarneemt. In een hotelkamer ziet ze een reproductie van een tronie in fruit, het bekende schilderij van Arcimboldo: ‘Zo’n afbeelding waar je eigenlijk niet naar wilt kijken maar die je tot je chagrijn niet uit je hoofd krijgt. Ze wordt je opgedrongen door een of ander van smaak gespeend pratend fatum: ze wordt onderdeel van de complexe innerlijke meuk die je overal met je meesleept.’ De taal waarin ze haar bespiegelingen weergeeft is intens, krachtig en toch licht van toon, niet zonder humor. Maar niet geschikt voor luie lezers.

     

     

    De overvloed
    Auteur: Annie Dillard
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Gemeente zegt ik Nederlands leren

    Saïd El Haji is schrijver, columnist en publicist. Hij studeerde in Leiden Nederlandse taal en letterkunde. In 2000 won hij de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor De kleine Hamid, een kort verhaal dat hij uitwerkte tot zijn debuutroman De dagen van Sjaitan (2000) waarmee hij roem oogstte. In dit boek rekent hij af met zijn strenge, gelovige vader tegen wie hij al jong in opstand kwam. Als NT2 docent geeft El Haji les aan vluchtelingen en andere anderstaligen. Daarover gaat Gemeente zegt ik Nederlands leren. El Haji stelt zijn leerlingen vrijpostige vragen als: Spreken Marokkanen beter Nederlands dan Turken, Waarom moet je nog steeds Nederlands leren als je al dertig jaar in Nederland woont, en Wie ben jij? El Haji’s leerlingen zijn soms weinig of niet naar school geweest, of al op oudere leeftijd. Maar hij stimuleert ze allemaal om ook vragen te stellen, want van vragen stellen word je wijzer en van nieuwsgierigheid ga je praten. De soms wrange resultaten tekent hij op met humor en mededogen. Gemeente zegt ik Nederlands leren is Saïd El Haji’s vijfde boek.

     

     

    Gemeente zegt ik Nederlands leren
    Auteur: Said El Haji
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Duel

    In Duel, het dertiende boek van Eduardo Halfon (Guatemala, 1971) reist de schrijver behalve van de Verenigde Staten naar Guatemala en van Polen naar Italië af naar zijn geest. Overal waar hij komt stuit hij op zijn eigen onbeantwoorde vragen, over wat het is om mens te zijn in de wereld, en wie hij zelf eigenlijk is. De verteller is net als de schrijver ingenieur en heeft dezelfde familieachtergrond. In zijn autofictie komen mysteries uit zijn jeugd bovendrijven en schrijft hij over broers en zussen en Joodse voorouders uit Egypte, Syrië, Polen en Libanon. Geworstel met de eeuwige herinneringen aan de holocaust ontbreken niet. De ingewikkelde familiegeschiedenis vormt voor Halfon een bron voor de zoektocht naar zijn eigen identiteit. In een van de verhalen meent hij de ooit gestolen ring van zijn grootvader te ontdekken aan de vinger van een douaneambtenaar. Verlies is een terugkerend thema; in de mix van journalistieke verhalen en een speurtocht naar de betekenis van zijn persoonlijke ervaringen kan alles en iedereen plotseling verdwenen zijn. Eduardo Halfon won vele literaire prijzen en wordt gezien als een van de beste Latijns Amerikaanse schrijvers van het moment.

     

     

    Duel
    Auteur: Eduardo Halfon
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • De kunst van vertalen en vergeten schrijfster in vertaaltijdschrift Pluk

    De kunst van vertalen en vergeten schrijfster in vertaaltijdschrift Pluk

    In de inmiddels vijfde editie van vertaaltijdschrift Pluk is werk van tien buitenlandse schrijvers in vertaling opgenomen, waaronder een vergeten Engelse schrijfster. Een vertaler moet naast taalbeheersing, ook een goede neus hebben om literair waardevol werk naar voren te halen.
    De Engelse schrijfster Barbara Pym (1913-1980) ging de geschiedenis in als de meest onderschatte schrijfster van de vorige eeuw. Ze werd gevonden door vertaalster Engels, Anda Schippers.

    Volgens de New York Times, die in 2017 een artikel aan haar wijdde, is Barbara Pym ’forever being forgotten, and forever revived.’ In 1977 was haar eerste revival en zes jaar later opnieuw, maar echt doorbreken deed ze nooit. Haar boek Excellent Women (1952), is volgens de NYT haar meest perfecte en beroemde roman. In 1980 door Djuke Houweling vertaald als Geweldige vrouwen. Nog twee romans werden van haar vertaald maar ook in Nederland brak ze niet door.
    Daar komt wellicht verandering in nu Anda Schippers een fragment uit Pyms eerste roman Some tame Gazelle, heeft vertaald. Het fragment geeft een typisch Engelse setting weer van het dorpsleven rond een parochie en waarin twee zussen die op het platteland wonen, de hoofdrol spelen. Een roman die om een vertaling vraagt.

    Van de Frans/ Portugese schrijver Valério Romão (1974) is een kort verhaal in vertaling van Anne Lopes Michielsen opgenomen. Het verhaal ’Om je maar niet te zien’ ((uit de verhalenbundel Da família) zou je een typisch Portugees verhaal – voor wie de romans van António Lobo Antunes kent – kunnen noemen. Een zin van achttien regels is niet ongewoon. Interpuncties zijn schaars waardoor je het verhaal wordt ingezogen en er niet eerder van loskomt als de laatste punt gelezen is. Precies, net als bij Lobo Antunes. Het verhaal, waarin een man zijn kinderen bij zijn vrouw weghoudt om duistere redenen, zit onwrikbaar in elkaar.

    Dat er meerdere vertalingen mogelijk zijn van een en dezelfde tekst, laten de vertalers Pieter Scherpenberg en Jorrit Bosma zien. Beiden maakten ze een vertaling van een verhaal van de Amerikaanse kortverhaal schrijver Robert Coover. Deze dubbelvertaling ontstond tijdens een vertaal-slam, waarbij meerdere vertalers zich over een brontekst bogen. Daaruit bleek maar eens dat elke vertaler anders te werk gaat. Dit laat tevens zien dat vertalen zo eenvoudig nog niet is. Beide vertalers lichten hun vertaalkeuze toe waardoor de tekst aan betekenis wint, en soms verliest. Om de vertalers te kunnen volgen is het originele verhaal ook opgenomen: ‘Going for a beer’ dat door de een vertaald is als: ‘Een pilsje pakken’ en door de ander: ‘Even een biertje drinken’.

    Vertaalster Heleen Evenhuis vertaalde drie gedichten van de Chinees/Amerikaanse dichteres Wendy Chen vanuit het Engels. Geklonken poëzie, zoals water door een bedding gaat, een gevoel teweeg brengend van een helder stromen en tegelijk een onvermijdelijke donkere diepte laat zien. Hierbij twee strofen uit: 2 (1967): ‘De velden bolden als een bontdikke vacht / onder de middagzon. Mannen en vrouwen / Sloofden in zijn diepe plooien. // Ma was van streek; het verdriet / straalde van haar gezicht als vloeibaar / over de aarde gegoten maanlicht.’
    De vertaalster schrijft in haar inleiding op de poëzie van Chen, dat ze een dichter is ‘van wie we meer gaan horen’. Wat doet vermoeden dat haar bundel (Unearthing) vertaald zal gaan worden.

    Elke bijdrage in Pluk is als een schot in de roos voor de verwachtingsvolle lezer die geraakt, verrast en meegesleept wil worden. En al lezende komt het besef dat er nog veel moois te ontdekken valt in de onzichtbare boekenkasten van de wereldliteratuur. De vertalers staan in ieder geval klaar, nu de uitgevers nog. Denk overigens niet dat dit vertaaltijdschrift enkel voor vertalers is, bovenal is het voor de lezer die in Pluk zijn eigen literaire vondsten kan doen.

    Aan deze editie werkten nog de volgende  vertalers mee: Lies Lavrijsen, Lore Aertsen, Heleen Oomen, Ymke van de Staay, Myrthe van den Bogaert en het samenwerkingsverband In Triplo. Aan elke vertaling gaat een inleidend stukje vooraf met een kleine biografie van de auteur en een toelichting op het werk. Met grappige illustraties van Jelko Arts.

     

    PLUK verschijnt twee keer per jaar.
    Losse nummers 15 euro
    Voor een abonnement klik hier.

  • Martin de Haan wint Filter Vertaalprijs 2018

    Gisteren werd op Wereldboekendag door de jury van de Filter Vertaalprijs in samenwerking met Het Literatuurhuis Utrecht bekend gemaakt dat van de vijf genomineerden Martin de Haan voor de nieuwe vertaling van Choderlos de Laclos, Riskante relaties (Arbeiderspers) de prijs gewonnen heeft.

    Les Liaisons dangereuses is een omvangrijk werk en werd de afgelopen vijftig jaar al driemaal eerder vertaald. Volgens de jury is met de vertaling van Martin de Haan pas ten volle van het boek te genieten.

    Martin de Haan (1966) is essayist en vertaler van (voornamelijk) Franse literatuur. Hij is onder meer vaste vertaler van Milan Kundera en Michel Houellebecq. In samenwerking met vertaler Rokus Hofstede vertaalde Martin de Haan werk van o.a. Régis Jauffret en Marcel Proust. Als essayist publiceerde hij een boek over Michel Houellebecq, Aan de rand van de wereld, en tal van beschouwingen in dagbladen en tijdschriften.

     

    De Filter Vertaalprijs wordt jaarlijks beschikbaar gesteld voor de meest bijzondere vertaling uit het voorgaande jaar. Het prijzengeld bedraagt € 10.000 en werd dit jaar bijeengebracht door de uitgeverijen Atlas Contact, Boom, De Bezige Bij, Lebowski, Singel Uitgeverijen, Vantilt, Van Oorschot, Wereldbibliotheek en enkele anonieme begunstigers die hiermee willen bijdragen aan een hogere waardering voor vertaalprestaties.

    Overige genomineerden waren:
    Kiki Coumans voor Het raam gaat open als een sinaasappel van Guillaume Apollinaire (Uitgeverij Vleugels)
    Piet Gerbrandy en Casper de Jonge voor Poëtica van Aristoteles (Historische Uitgeverij)
    Lisa Thunnissen voor De cowboykampioen van Aura Xilonen (Uitgeverij Wereldbibliotheek)
    Han van der Vegt voor Omeros van Derek Walcott (Bananafish)

    De jury bestond dit jaar uit Jacqueline Bel (voorzitter), Erik van den Berg, Harm-Jan van Dam, Vicky Francken, Robbert-Jan Henkes (winnaar van de prijs in 2017) en Eva Wissenburg (secretaris).