• De zomerboeken van Mathijs van den Berg

    De zomerboeken van Mathijs van den Berg

    Medewerkers van Literair Nederland en hun boeken die meegaan op vakantie of tijdens zomerse dagen in eigen tuin gelezen worden.

    Mathijs van den Berg leest deze zomer:

    Charles Baudelaire – Mijn hoofd is een zieke vulkaan
    Ted Hughes – Kraai
    Lucebert – Vaarwel achtergelaten gedichten
    Lieneke Frerichs – Nescio, Leven en werk van J.H.F. Grönloh
    Matthijs van Boxsel – De topografie van de Domheid

     

    ‘Baudelaire is het prototype van de gekwelde dichter. Zijn brieven zullen hierover hopelijk meer inzicht verschaffen. Verder vind ik Kiki Coumans een geweldige vertaler. Dichter Ted Hughes is als persoon omstreden en daarom extra interessant. In deze bundel opent hij de krochten van zijn ziel. De vondst vorig jaar van vroege gedichten van Lucebert was een sensatie. Ik ben benieuwd of ze dezelfde kwaliteit hebben als zijn hoofdwerk. Nescio is een van mijn lievelingsschrijvers. Ik verheug me op onbekende anekdotes en uitspraken. Door zijn unieke invalshoek biedt  ‘domgeer’ Matthijs van Boxsel in zijn werk een verrassende kijk op mens en maatschappij en prikkelt daarmee de geest.’

     

    Lees meer over Mathijs van den Berg

  • Nog steeds even mooi

    Nog steeds even mooi

    Weer was de langste dag voorbij.
    De dagen kortten nog nauwelijks
    merkbaar, maar wij wisten ‘t,
    ook deze zomer zou voorbijgaan’

    Zo begint het verhaal Mene Tekel in het gelijknamige boekje van Nescio en ik denk direct weer terug aan mijn middelbare schooltijd. Daar is mijn liefde voor literatuur ontstaan. Wanneer mijn leraar Nederlands geen zin had om les te geven, ging hij voorlezen en dan het liefst verhalen van Nescio. Dat kon hij heel goed en wij leerlingen waren een en al oor.  Het opnieuw lezen van Mene Tekel brengt die herinnering weer terug alsook de vreugde die het lezen van het proza van Nescio geeft. Het blijft een genot om hem weer te lezen!

    Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar publiceerde eerder al de deeltjes Dichtertje, Titaantjes en De Uitvreter, en dan nu Mene Tekel, mooi vormgegeven door Joost Swarte en geïllustreerd met zijn prachtige tekeningen. De tekstverzorging is van Lieneke Frerichs. En zo ontstaan kleine juweeltjes van boekjes.

    Mene Tekel verscheen vlak na de Tweede Wereldoorlog. Vier verhalen zijn tijdens of na de Eerste Wereldoorlog geschreven, de andere twee tijdens de Tweede Wereldoorlog. Des te meer valt het op dat in die vertellingen de oorlog geen enkele rol speelt, het gaat vooral om het leven in en buiten de stad en het filosoferen over het leven. Het mooie is dat de hooggestemde idealen van Bavink en zijn vrienden, hun ambitie om de wereld te veroveren zo relativerend wordt verwoord, dat het tegelijkertijd droefgeestig is.

    De zes schetsen spelen zich alle in Amsterdam en omgeving af. Vooral het titelverhaal, ‘Buiten-IJ’ en ‘Pleziertrein’ zijn sfeervol. Nescio’s beschrijving van het leven op het landlandschap en de opstelling van Bavink, Bekker en Hoyer die wel even de wereld zullen veroveren hebben weinig aan zeggingskracht verloren. Een voorbeeld uit Buiten-IJ:

    ‘Wij liepen van de stad af, wij stapten hard, de zolen van Hoyer, die heel waren, klepperden op de keien. Bavink zwaaide z’n stol boven z’n hoofd en ik gaf Hoyer een duw. Wij waren blij en uitbundig om niets, om ’t mooie weer, om den zonneschijn, om de lucht om ons heen, die wij ademden en om de lucht boven ons, die wij zagen. Wij gingen uit om de wereld te veroveren; alleen Hoyer geloofde daar niet aan, die wist niet beter dan datti op den Zeeburgerdijk liep, bij de slachtplaats.’

    Ook het laatste, zeer korte verhaal, geschreven op 3 augustus 1943, getiteld: ‘Dit jaar’, is een klein juweeltje:

    ‘Dit jaar kom ik nog al eens weer in Kortenhoef en sta dan op ’t kerkhofje, opzij van de kerk en kijk over ’t land naar den rand van het Gooi en den toren van Hilversum. Een laatste klaproosje ging verleden week heen en weer op een zuchtje wind. In ’t kromme pereboompje kregen de peertjes al wat kleur. Het is dan weer het begin van de eeuw. Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. “Het leven heeft me veel geleerd”, zegt de oue sok.’

    De meeste van deze verhaaltjes zijn meer dan 100 jaar oud; het – weer – lezen en waarderen vraagt wel van de lezer datti zich kan verplaatsen in die tijd. Maar als dat lukt, kan hij genieten van het proza van Nescio dat nog steeds prachtig is om (voor) te lezen.

    Mene Tekel

    Auteur: Nescio
    Met tekeningen van: Joost Swarte
    Uitgegeven door: Nijgh & Van Ditmar Amsterdam
    Aantal pagina’s: 53
    Prijs: €18,99

  • 150 jaar Herman Gorter – Een avond in Perdu

    Agenda

    Op 26 november is het precies 150 jaar geleden dat Herman Gorter (1864-1927) werd geboren. Ter viering van zijn verjaardag presenteren Van Oorschot, Huis Clos en Perdu twee nieuwe boeken.

    Bij Huis Clos verschijnt een heruitgave van Gorters lange, nooit bij leven gepubliceerde Een dag in ’t jaar (1889), onder de titel: Een glorieus ding, bezorgd en toegelicht door Johan Sonnenschein. Bij Van Oorschot verschijnt het brievenboek Geheime geliefden: brieven aan Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos, bezorgd door Lieneke Frerichs.

    Een glorieus ding:
    Gorter is nog altijd een geliefd dichter om wat hij schreef als twintiger: zijn lyrische epos Mei (1889) en zijn wilde lyriek uit Verzen (1890). Weinigen weten dat hij precies tussen die twee klassiekers nòg een meesterwerk schreef: Een dag in ’t jaar. Een groot gedicht over een jongen die zijn veilige torenkamer achterlaat voor een tocht naar de grote stad, waarin het Amsterdam van eind negentiende eeuw te herkennen valt. Daar aangekomen wordt de sensitieve dichter overvallen door de prikkels die het stadsleven te bieden heeft. Is aanvankelijk alles mooi, jong en lente, gaandeweg verandert het straatbeeld en blijkt de grootstad ook een bedreigende jungle waarin het ‘zwarte mannengespuis’ ronddoolt op zoek naar wijn en ‘bloedig vleesch’. In dit zorgvuldig gecomponeerde gedicht verstrijkt behalve een dag en een jaar ook een mensenleven – ja zelfs een hele beschaving. Een dag in ’t jaar bevat de meest duistere en decadente poëzie van een geboren natuurdichter.
    Waarom Gorter Een dag in ’t jaar nooit heeft willen publiceren, wordt uitgebreid toegelicht door neerlandicus Johan Sonnenschein (1980).

    Geheime_geliefde_54058d93aba43Geheime geliefden:
    Volgens zeggen moet Gorter een charismatische uitstraling hebben gehad. Naast zijn vrouw Wies Cnoop Koopmans had hij twee belangrijke geliefden: Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos, beiden aanvankelijk bijlesleerlingen. De verhouding met Ada begon rond 1901 en de briefwisseling met Jenne in 1910. Gorters vrouw was waarschijnlijk van beide verhoudingen op de hoogte. Jenne wist van het bestaan van Ada, maar Ada is altijd onkundig gebleven van de relatie met Jenne. Pas bij Gorters onverwachte dood in 1927 werd haar op pijnlijke wijze duidelijk dat niet zij, maar Jenne de belangrijkste vrouw in Gorters leven was geweest, die bovendien tot (literair) erfgename was benoemd.

    Alle bewaard gebleven brieven van Gorter aan deze twee vrouwen zijn bij elkaar gevoegd. Het boek begint met de brieven aan Ada Prins. Gorter had met haar een warme, aardse relatie, zoals de verliefde, van geluk overlopende brieven duidelijk maken. Toen hun verhouding wat verflauwde werd Gorter verliefd op Jenne. Zij werd al spoedig in alle opzichten Gorters muze en ze stond hem bij in het beoordelen van zijn werk. Maar Gorter heeft het contact met Ada niet kunnen missen en meende ongetwijfeld ook dat zij niet zonder hem kon. Alles komt in deze brieven aan de orde, maar de belangrijkste thema’s zijn de liefde en de poëzie, en hoe die zich in Gorters gedichten met elkaar versmelten.

    Tijdens deze presentatie dragen Johan Sonnenschein en Lieneke Frerichs fragmenten voor uit Gorters adolescentiegedicht en zijn liefdesbrieven. Onder andere Margot Schaap geeft een reactie op Een dag in ’t jaar.
    Dick van Halsema en Marie Meeusen lezen ieder een brief voor die zij speciaal voor deze gelegenheid aan Gorter schreven. Frank Keizer brengt zijn liefdesgedicht ‘Voor Herman Gorter’ ten gehore.
    Een avond Herman Gorter

    Aanvang: 20.00 uur
    Deur open: 19.30 uur
    Entree: gratis

    Kloveniersburgwal 86
    1012 CZ Amsterdam
    Tel: 020 627 62 95
    info & reserveren