• Heerlijk boek zeer geschikt voor in het onderwijs

    Heerlijk boek zeer geschikt voor in het onderwijs

    Anders dan bij haar eerdere boeken Hoe lees ik? en Hoe lees ik korte verhalen? heeft Lidewijde Paris dit boek niet de titel gegeven van een gebruiksaanwijzing, maar is het eerder een verontschuldiging die de veronderstelde moeilijke kanten van een gedicht wil afzwakken. Op de titel, Een gedicht is ook maar een ding volgt per hoofdstuktitel een aantal bijvoeglijke bepalingen als: ‘dat het hart beroert’;  ‘dat zich voor alles leent’; ‘waar hard aan gewerkt is’ en nog andere. Aan de hand van ruim honderdveertig voorbeelden legt Paris uit wat een gedicht kan zijn, voorbeelden die ze gekozen heeft omdat ze die zelf mooi vindt of omdat ze goed illustreren wat ze wil uitleggen. De gedichten nemen ons mee dwars door de tijd, beginnende bij ‘hebban olla uogala’, van Van Alphen naar Vasalis, en eindigend bij Kouwenaar, maar moderner dan de Vijftigers wordt het niet. Dat is geen bezwaar: de geciteerde gedichten zijn alle herkenbaar voor de lezer die zich vaker met poëzie bezighoudt en de beginnende liefhebber krijgt meteen het puikje van de poëtische canon voorgeschoteld. 

    Om poëzie te leren begrijpen, zegt Paris, moet je een ‘innerlijke antenne’ hebben die je vertelt wat je mooi vindt, maar je moet ook weten waar je op moet letten. Daarom vertelt ze per hoofdstuk over een aspect van de technische kant van poëzie: de ontwikkeling van het metrum, de functie van rijm en ritme, rijmschema’s, maar ook behandelt ze de stromingen in de poëzie en geeft ze een kijkje in de keuken van de dichter. 

    Waardevol naslagwerk

    Dit boek is een kleine ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse poëzie die niet alleen heel prettig leest, maar ook een waardevol naslagwerk is. Paris trekt je mee in de bevindingen van haar speurtocht naar voorbeelden van gedichten die haar uitleg ondersteunen. Ze analyseert de gedichten op een heel persoonlijke wijze en plaatst elk gedicht in zijn tijd binnen de historische en literaire context en eventueel de achtergrond van de dichter. Zo weet ze bij het Lied van Heer Halewijn verbanden te leggen met de Sirenen van Homeros, De rattenvanger van Hamelen en de huidige reclame op de televisie. Het zijn deze zijpaadjes die het boek zo aantrekkelijk maken. Paris maakt het ook voor iedereen mogelijk die zijpaadjes te kunnen volgen door gedichten en citaten uit het Middelnederlands en ook uit latere eeuwen waar nodig te vertalen in modern Nederlands. 

    De dichtkunst in Nederland heeft een lange weg afgelegd, schrijft Paris. Ze doet uit de doeken hoe de moderne dichters de regels van de poëzie lieten varen, maar nog steeds op de schouders staan van hun traditionelere voorgangers. In de moderne poëzie zijn herkenbaarheid en betekenis niet altijd de belangrijkste elementen: klank, ritme en de poëtica van de dichter spelen ook een rol. En de drang om te begrijpen moet soms worden losgelaten: ‘Als je iets niet begrijpt, heeft dat een reden,’ aldus Paris. Soms heeft de dichter het zo gewild en er met opzet voor gezorgd dat zijn gedicht niet te begrijpen is.

    Begrijpen van poëzie

    Paris stelt dat er drie dingen aan te pas komen om een gedicht te begrijpen: het gedicht zelf, de context en de achtergrond van de dichter en zijn poëtica, maar ook de lezer zelf met al zijn ervaringen en herinneringen, die steeds weer aan verandering onderhevig zijn. Want wat je vroeger zo mooi vond, kan nu tegenvallen en andersom. Ze illustreert dat met heel persoonlijke voorbeelden, waarmee ze haar poëzietheorie, om het zo maar eens te noemen, dicht bij de lezer brengt. 

    Hoewel het een prachtig, enthousiast geschreven boek is, zijn er toch een paar kanttekeningen te plaatsen: Paris stelt met betrekking tot het gedicht Oote van Jan Hanlo dat ‘iets een gedicht is als de dichter zegt dat het een gedicht is.’ Dat is twijfelachtig: een gedicht mag zich dan wel onttrekken aan traditie, regels en verwachtingen, maar alleen de bewering van de dichter dat iets een gedicht is, trekt ook veel geschreven tekst de poëzie binnen waarvan je in de verste verte niet zou durven beweren dat het er thuishoort. Niet elk versje wordt een gedicht door het zo te noemen, niet elk boodschappenlijstje is poëzie. 

    Het zou ook interessant zijn geweest als Paris een hoofdstuk had gewijd aan ‘foute’ gedichten, waar het online van wemelt en in overlijdensadvertenties en poësiealbums. Wel haalt ze het gedicht Zwarte hoofden van Jan Prins aan, dat volgens haar tegen het randje van kitsch aan ligt. Eens legde ze de kwestie van kitsch en kwaliteit voor aan dichter Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Ze vroeg hem of er een gedicht is dat hem ‘ongelooflijk dierbaar is, maar dat verouderd, truttig traditioneel, sentimenteel, helemaal niet goed of misschien zelfs kitsch is?’ Tot haar verbazing kende Kouwenaar veel van dat soort gedichten: de situatie en het moment waarop je het gedicht voor het eerst las bepaalden de dierbaarheid, kwaliteit had daar vaak ‘geen snars’ mee te maken. Paris en Kouwenaar bedachten toen het plan om alle dichters bij Querido (waar Paris uitgever was) te vragen naar hun ‘geheime foute gedicht’. Het kwam er niet van, Kouwenaar overleed en ze waren vergeten elkaar ‘- stom, stom, stom! –’ te vertellen wat hun geheime foute gedicht was. Maar het zou mooi geweest zijn als Paris niet  aansluitend had vertelt wat haar keuze zou zijn geweest en vooral: waarom dat gedicht? Het zou een goed voorbeeld kunnen zijn van het verschil tussen kunst en kitsch, tussen kwaliteit en knutselwerk, waarmee veel lezers geholpen zouden zijn. Een laatste opmerking betreft de zetduivel die talloze malen heeft toegeslagen in dit boek: letters en woorden die zijn weggevallen, of juist dubbel in een zin terechtgekomen zijn, en de letteromkering waardoor het ‘gestolen brood’ in een gedicht van Martin Veldman, De jongen I, verderop in de tekst van Paris een ‘gesloten brood’ wordt. Je vraagt je af wat de juiste versie is.

    Aanpak bij het begrijpen van poëzie

    Maar dat zijn niet meer dan kanttekeningen bij een heerlijk boek, dat ook heel goed in het onderwijs te gebruiken zou zijn. Paris doet er voor het plezier nog een quiz bij, waarin beginregels van bekende gedichten moeten worden afgemaakt en ze heeft ook een begrippenlijst van literaire termen opgenomen, evenals een aantal handige vragen bij het lezen van gedichten, die de lezer zichzelf kan stellen. Ze raadt aan dicht bij je eigen gevoel te blijven: raakt het gedicht je op de een of andere manier, kun je er troost, herkenning, of een andere emotie in terugvinden? Daarna kun je nagaan of je er meer van wilt begrijpen. Daartoe heeft Paris een ‘Klein noodplan van aanpak bij het begrijpen van gedichten’ toegevoegd aan hoofdstuk 6 (maar de hoofdstukken zijn niet genummerd) dat heel geschikt is om als docent samen met leerlingen te behandelen. In dat geval zou het wel wenselijk zijn om ook werk van jonge, moderne dichters op te nemen.

    De speurtocht van Paris naar de ontwikkeling van Nederlandstalige poëzie door de eeuwen heen is een reis die ze niet alleen maakt, maar samen met de lezer als reisgenoot, waarbij ze onderweg op tientallen mooie bezienswaardigheden in de vorm van gedichten wijst en laat zien hoe er gekeken moet worden naar details, technieken, vorm en inhoud. Maar bij dit lezen, staat het genieten voorop. 

     

  • Lessen in lezen

    Lessen in lezen

    ‘Reading is a majority skill but a minority art,‘ schrijft Julian Barnes. Dit is toepasselijk voor Hoe lees ik? van Lidewijde Paris. Want iedereen kan een boek lezen, maar het doorgronden ervan, het begrijpen wat een auteur ermee bedoeld heeft, is nog niet zo gemakkelijk. Kennis van hoe verhalen in elkaar zitten, helpt daarbij. Met Hoe lees ik? maakt Paris deze kennis toegankelijk voor de gewone lezer, zonder te vervallen in droge analyses. Het is een prettig geschreven gids vol handvatten om meer uit boeken te halen met mooie voorbeelden uit moderne verhalen en klassieke romans.

    Lidewijde Paris (1962) is ruim 25 jaar actief in het boekenvak, onder andere als boekverkoper, journalist, redacteur en uitgever. Haar leeservaring en enthousiasme voor fictie wil ze met een groter publiek delen in Hoe lees ik? In drie delen bespreekt ze een aantal literaire middelen die schrijvers inzetten om hun verhaal te vertellen. Basisbegrippen als motief, thema, perspectief en verteller komen aan bod in het eerste deel. Ook gaat ze in dit deel in op het verteltempo en hoe een auteur spanning creëert: welke passages worden uitgebreid verteld en aan welke zaken besteedt de verteller nauwelijks aandacht? Het fijne aan Hoe lees ik? is dat Lidewijde Paris niet alleen op dit soort begrippen ingaat omwille van de analyse, maar juist laat zien hoe je daardoor als lezer bij het verhaal betrokken raakt of hoe je daardoor de betekenis van een verhaal kunt duiden.

    Na het eerste deel dat vooral over de structuur van verhalen gaat, bespreekt Paris in het tweede deel de meer of minder expliciete stijlelementen, de ’toeters en bellen’, zoals ze het zelf noemt. Denk onder andere aan beeldspraak en symboliek. In het derde deel gaat het om de context van de literatuur. Hierbij bespreekt ze opvattingen over hoe literatuur eruit zou moeten zien en wat de functie ervan is. Terecht benadrukt Paris dat niet alleen schrijvers hier ideeën over hebben, maar lezers net zo goed. Ook gaat ze in op het referentiekader van de lezer. Omdat iedere lezer zijn eigen opvattingen en referentiekader heeft, leest iedereen ook anders en vindt iedereen andere dingen opvallend aan een verhaal. En dat is prima. Herhaaldelijk benadrukt Paris dat het gaat om mogelijke leeswijzen; er is geen goed of fout: ‘Overigens vind ik dat iedereen mag lezen zoals hij of zij wil. Wil hij lezen om geraakt te worden, om troost te vinden of even met het hoofd bij andere dingen te zijn: geweldig! Maar misschien brengt mijn visie nieuwe leesideeën of -mogelijkheden.’

    Breed publiek
    Met dit boek heeft Paris duidelijk een introductie willen geven tot de verhaalanalyse. Ze maakt de begrippen op toegankelijke wijze duidelijk en ze maakt daarbij steeds gebruik van sprekende voorbeelden, van Max Havelaar tot De Da Vinci Code. Uiteraard kan ze hierin niet volledig zijn, maar af en toe versimpelt ze iets te veel.

    Met de betrouwbaarheid van de verteller zit het bijvoorbeeld iets ingewikkelder dan Paris het hier doet voorkomen. Ze omschrijft de onbetrouwbare verteller als: ‘degene die mij het verhaal vertelt, vertelt niet alles’. Maar bij het beoordelen van hoe betrouwbaar een verteller is, gaat de lezer niet alleen uit van volledigheid van het vertelde, maar juist ook van zijn eigen normen, waarden en verwachtingen. Het is slechts een kleine kanttekening bij een prima inleiding.

    Door de opbouw legt Hoe lees ik? niet alleen goed uit, maar heeft het ook een instructief karakter. Paris introduceert een bepaald begrip, geeft een romanfragment of kort verhaal en licht vervolgens toe hoe je met het besproken begrip betekenis kunt geven aan het verhaal. Vaak spoort ze haar lezers expliciet aan om bij het lezen van de voorbeeldfragmenten bewust te letten op de besproken literaire middelen:

    ‘Lees en probeer uit te vinden wat voor perspectief en verteller hij heeft gekozen. Waar en wanneer krijg je signalen ‘waar het eigenlijk over gaat’? En bij wie ligt je sympathie? Wie heeft gelijk?’

    Op die manier kan iedereen zijn eigen lezing vergelijken met die van Lidewijde Paris. Dit maakt Hoe lees ik? ook interessant voor geschoolde lezers voor wie de uitleg van de literaire begrippen niet per se nodig is. Voor hen ligt de waarde in de uitwerking van Paris’ lezing.

    Zo heeft dit boek wat te bieden voor een breed publiek, maar de focus ligt toch vooral op de gewone lezer zonder voorkennis van de structuur en de ‘toeters en bellen’ van literatuur.

    Maar gaat al die analyse niet ten koste van het gewone leesplezier? Integendeel, stelt Paris: ‘een schrijver die zo veel moeite heeft gedaan mij niet rechttoe rechtaan iets over te brengen, verdient het dat ik op onderzoek uit ga naar zijn aanwijzingen. Het mag wat training vergen om een natuurlijke artistieke argwaan te ontwikkelen, maar als die er is, wordt een tekst steeds rijker.’ Juist door zich op de gewone lezer te richten is Hoe lees ik? een ideale gids voor iedereen die het lezen tot kunst wil verheffen.

     

     

  • Oogst week 36

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen

    De eerste pagina’s van Een ongeduldig verlangen nodigen direct uit om door te lezen. Willem Nijholt komt na een stormachtige tocht in Nederland aan. Nog gekleed in zijn tropengoed stapt hij samen met zijn broertje naar buiten, het dek op.

    Maar al meteen merkten we hoe de ijzige winterkou ons heftig in de klauwen greep, ons liet kleumen in onze dunne, lichte tropenkleren, ons liet glibberen op het gladde, met een laag ijzel bedekte dek, ons kon laten neerkletteren. Hoe alles wat je handen aanraakten onmiddellijk vast zou vriezen als je geen wanten of handschoenen aanhad. En Jan en ik hadden handschoen noch want, muts noch winterkleding.’ 

    Maar: ‘We hadden het gehaald! De Jap was verslagen. Wij, kinderen, hadden in Indië jaren van honger meegemaakt, dagelijks onder bewaking van de Jappen op onze knieën moeten liggen hakken in de keiharde tropische grond, onder de koperen ploert, met een geweer in de rug en geschreeuw aan je kop.

    Eigenlijk nog maar kort na het verschijnen van Met bonzend hart, zijn brieven aan Hella Haasse, verschijnt er weer een nieuw boek van Willem Nijholt. In Een ongeduldig verlangen vertelt hij over zijn jeugd in Indië, de tocht naar Nederland en zijn eerste tijd daarna.

    Volgende week een lange recensie!

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen
    Auteur: Willem Nijholt
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Het Sumatra van Bloem

    Ook over Indonesië, over het eiland Sumatra om precies te zijn, gaat Het Sumatra van Bloem, dat Marion Bloem samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers heeft gemaakt. Ze reizen door een overweldigende natuur, langs de smalle Trans Sumatra Highway.
    Ook dit boek is een reis door de tijd, al gaat het hier niet over de auteur zelf, maar over haar familie. Bloem heeft haar leven lang verhalen gehoord o.a. van en over haar grootmoeder en vader. Die verhalen geeft ze door in dit boek.

    Daarnaast bevat het boek prachtige foto’s, maar ook recepten uit de bijzondere keuken van Sumatra.

     

     

    Het Sumatra van Bloem
    Auteur: Marion Bloem
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    De schooldagen van Jezus

    Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee behoeft geen betoog. Zijn nieuwe boek, De schooldagen van Jezus (niet te verwarren met zijn boek De kinderjaren van Jezus), gaat over Símon en zijn pleegzoon David.

    De schooldagen van Jezus toont ons een vader die zijn kijk op de wereld baseert op logica en feiten, die meer op zijn geest vertrouwt dan op zijn lichaam, en een zoon die in alles het tegenovergestelde lijkt. Maar dan gebeurt er iets in het schoolgebouw dat de hele stad op zijn kop zet. Langzaam ziet Simón in dat er misschien nog een andere kant van het menselijk bestaan is: iets náást denken en ratio. Het lichaam, het gevoel, de dans; iets wat vooralsnog ongrijpbaar voor hem was, maar waar Davíd het levende bewijs van is. Simón zet alles op alles om zijn zoon te kunnen liefhebben en eindelijk te begrijpen.’

     

     

     

    De schooldagen van Jezus
    Auteur: J.M. Coetzee
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Hoe lees ik?

    Op het omslag van Hoe lees ik? van Lidewijde Paris staat al een aantal vragen. ‘Wat wil de schrijver?’ ‘Hoe is de opbouw van het verhaal?’ ‘Weet iemand alles beter?’

    Het is een aanzetje tot de inhoud van het boek. Hoe lees ik? geeft gelukkig niet aan hoe je moet lezen, of wat je uit een boek moet halen. Dat is voor iedereen anders, betoogt Paris, maar toch geeft ze een paar aanwijzingen die elke lezer kunnen helpen een tekst eens anders te lezen. Hoe lees ik? staat vol met dat soort suggesties, aan de hand van zinnen, alinea’s, verhalen en romans. Van de Max Havelaar via De zwarte met het witte hart naar David Mitchell. Het eindigt met allerlei tips voor leesclubs, boekhandelaren, scholen, beginnende schrijvers en alle andere lezers.

     

     

    Hoe lees ik?
    Auteur: Lidewijde Paris
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam