• Verstandsverbijstering

    Verstandsverbijstering

    Dat ik pas de volgende ochtend weet dat ik geen pure chocola had moeten eten toen ik achteroverleunend op de bank naar een serie keek die nogal teleurstelde. Er was thee met een tahin blondie, waar dus chocola in zat. Gehakte dadels en cashewnoten had ook gekund. Altijd als migraine me  overvalt, denk ik aan wat ik gegeten, gedaan of nagelaten heb waardoor het beest gewekt werd. Gisteren viel de dag uit mijn handen door nieuwsberichten over de NAVO-top (zet die radio dan toch uit!). Weemakende berichten op X van Rutte ter verwelkoming aan Trump deden me de das om. Dat je op zo’n moment iemand wil pootje haken. Languit wil zien gaan. Ga dan hoeveelheden afwegen, de tahin, suiker, meel, hak een brok chocola in stukken. Bak er wat van.

    Zie hoe weinig consistent ik ben, neem me wel meer dingen voor die ik subiet vergeet. Laatst, ik zat hoog in mijn sociale vaardigheden, nodigde ik een goede bekende die ik lang niet gesproken had, uit eens langs te komen. Ik had gerept van ‘iets lekkers te maken’. Toen weken later de kennis op de afgesproken dag en tijd aanbelde, tegen etenstijd geen aanstalten maakte te vertrekken, drong dat ‘iets lekkers te maken’ zich plots aan me op. Wat is dat toch. Misschien moet ik briefjes ophangen zoals Susan Sontag een briefje met NEE naast haar telefoon legde. Of het beantwoorden van vragen over mijn beschikbaarheid aan anderen overlaten. Dat ik alleen maar nee hoef te schudden.

    In 2019 emigreerde schrijfster Lia Tilon naar Spanje. Ze schreef er een aantal blogs over voor Tirade.nu. Ik zoek ze soms op als ik zoek naar evenwicht, schoonheid. Haar blogs scheppen een ruimte waarin ik verdwijn. Ze bevraagt zichzelf over heimwee, wat dat is. Ik denk aan de jaren dat er dagen van heimwee waren toen ik in het buitenland woonde. Dagen die me nu voorkomen als belangrijk, intens. Dat ik iets mis nu de diepte van heimwee afwezig  is. Dat eigen maken van een nieuwe omgeving. En hoe mooi zij dat beschrijft, daar ben ik dan even, op een prettige manier, jaloers op.

    ‘Aankomen in het huis van een vreemde vertoont nogal wat overeenkomsten met halverwege in een film vallen; om het verhaal te kunnen volgen moeten eerst de koffers worden geopend, de spullen worden uitgepakt. Door te kiezen voor de dezelfde bedkant als thuis, je horloge net als thuis onder het nachtlampje te leggen en je ondergoed naast de T-shirts in de kast, probeer je je vertrouwd te maken met onbekende kamers, je drukt op de lichtknoppen om te zien welke lampen er gaan branden en kijkt in de keuken of de glazen schoon zijn. Pas daarna, als je een beetje een idee hebt van het hoe en het wat, ben je in staat om onderuit te zakken en je schoenen uit te schoppen.’, schreef Lia Tilon in een van haar blogs.

    Dat ik wel weer eens op reis zou willen, halverwege in een film zou willen stappen.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest.

     

  • Verhalen en een bepaald evenwicht in poëzie in Tirade

    Verhalen en een bepaald evenwicht in poëzie in Tirade

    Naast dat literaire tijdschriften een podium zijn voor literaire, niet eerder gepubliceerde bijdragen, is het ook een podium voor beeldende kunstenaars, al spelen ze een begeleidende rol. De cover van deze editie is gesierd met een linosnede van Anne Caesar van Wieren. Een schaap in de armen van een wolf (niet de wolf alleen in kleren, ook het schaap). De wolf huilt met opgeheven kop en gesloten ogen vol overtuiging naar een felrode maan, het schaap, met sluw toegeknepen oog, kijkt weg uit de omhelzing, als wil het zeggen: ‘geloof niets van wat u hier ziet’. Dan ontstaat de neiging te geloven dat wat er in deze editite aan literair werk is opgenomen, te maken heeft met verborgen agenda’s, versluierde waarheden. 

    Sasja Janssen opent met het gedicht ‘Virgula’. Is dit een godin, een plant? Nee, het is een middeleeuws interpunctieteken, gebruikt om in een tekst een rustmoment aan te brengen. Maar Sasja Janssen schept haar eigen Virgula, als getuige van een schakelmoment in een leven. Waar in kamers met een bed en koelkast, in een shagrokend tijdperk met een liefde geleefd wordt, tot die liefde eindigt: ‘en daar kom jij pas goed tot leven, Virgula, in het uitzicht op een grote sparrenboom, / in de groene eenzaamheid, ik slaap nog een laatste nacht bij de jongen, dan loeit de ochtend ineens vertrek en ik steel het lage bed met mijn wollen deken, stijf van / ouderdom // de witte kat huilt, en samen wachten we, we wachten tot iemand ons uit deze kamer haalt’ Virgula als interpunctie in het leven van een dichteres, schakelend naar nieuwe richtingen. 

    Bepaald evenwicht in poëzie 

    Vijf gedichten van Maarten Buser, waarin een zoeken naar houvast, wegzinken in beelden, in gedachten. Fijne gedichten die een bepaald evenwicht hebben bereikt tussen waarneming, woordkeuze en indeling van strofen.

    ‘Hoorbaar ademt het tuinafval
    Ik wil geloven want dat geeft vorm
    Onder de aangeharkte bladeren slaapt

     een wolf. Kan iemand me bijpraten
    over de regels, vandaag nog?
    Iemand heeft een wildrooster 

     gefiguurzaagd en ik blader door
    (…)’

    Van de Somalische dichter en schrijver Alara Adilow zijn drie gedichten opgenomen. Getiteld, ‘In het dagelijkse’, ‘Het spijt me moeder’ en ‘De grot’, indringende poëzie, over seksuele geaardheid, soms bezwerend, doortastend, vaak met een mythische lading, maar zeer aansprekend. De laatste strofe van ‘De grot’, Seizoenen verschroeien, / rivieren spartelen in de hitte als vissen op het droge. / We verliezen elkaar in het felle licht. / Kiezen op de dood te wachten / bij de oevers van een kaal geworden waterlichaam. De dood rijdt aan op een mank stekeldier.’ En lees meer van haar in Tirade.

    Meer poëzie van de Zuid Afrikaanse dichter Pieter Odendaal, vertaald door Jente Rhebergen en Willemijn van den Geest, van Sean O’Brien, vertaald door Willem Groenewegen, en Tonnus Oosterhoff. 

    Lees de verhalen

    Van Viktor Frölke een geweldig mooi verhaal over moeder/zoon relatie. ‘Waarom ik met mijn moeder ben getrouwd’. Zoon gaat met zijn moeder naar Parijs en vraagt zich gaandeweg van alles af over de aard van hun relatie. ‘(…) we besluiten te wandelen naar Hotel du Vieux Saule, een romantisch hotelletje in de Marais waar ik eerder met mijn vrouw sliep. Kan het Freudiaanser? Vast, maar voorlopig is dit me Freudiaans genoeg.’
    Ze delen dezelfde hotelkamer, hij begint te fantaseren hoe het zou zijn met zijn moeder te vrijen. ‘Een van de oudste en moreel diepst verankerde verbodsbepalingen uit de menselijke samenleving behoedt me hiervoor. Maar waarom (…)? In de pianiste van Elfriede Jelinek houdt een alleenstaande moeder haar dochter in gijzeling. Maar er is mij geen verhaal bekend van een moeder en een volwassen zoon die met elkaar naar bed gaan – gewoon, omdat ze dat leuk vinden. Aan de andere kant, misschien is het ook niet leuk – een beetje zoals zand eten. Het kan wel, maar is niet leuk.’ 

    Later bekijkt de zoon een foto, een selfie genomen toen ze in de wachtkamer van Gare du Nord zaten. De moeder in spijkerbroek, krant uitgespreid over haar benen, zoon lezend in Verzamelde Gerard Reve, ‘beiden content met elkaar en de situatie. Zo zit ik met mijn vrouw zelden, omdat zij geen hardcore lezer is.’ Ja, om het verhaal helemaal te lezen, lees deze Tirade. 

    Waarin ook een verhaal van Lia Tilon, schrijfster van onder meer de prachtige roman Archivaris van de wereld. ‘Los draad’ is een beklemmend verhaal met details die je op de feitelijke beelden drukken zonder dat er veel wordt uitgelegd. Over de bevreemding van een vrouw  ten opzichte van het harde leven. Ze denkt zich een leven waarin ze zwanger is, haar man aandachtig is, de dingen verzorgd worden. Tegen alles in gelooft ze dat het goed komt. ‘(…) met twee handen tegelijk duwt ze tegen de ijzeren schommel. Hij is niet stuk, hij kraakt alleen maar alsof. Eigenlijk denkt ze, klinkt het als de roep van een vogel, misschien een roodstaart.’ Prachtig beeld.

    Meer verhalen van Fabienne Rachmadiev, Alejandro Morellón, Sofie Lakmaker (fragment uit De geschiedenis van mijn seksualiteit), en een fragment uit een roman van Inge Bever waar nog aan gewerkt wordt. En alles wat in deze Tirade is opgenomen is waarachtig en toont de werkelijkheid in vele gedaanten.

     

    Hier is Tirade te bestellen.

     

  • Witgekalkte muren

    Witgekalkte muren

    Ik kan opeens verlangen naar leegte, naar een kamer met witgekalkte muren, kaarsrechte boekenkasten en een stoel. In de keuken een fornuis, een tafel en een plank aan de muur voor spullen. Geen zesendertig koffie- en theebekers maar zes borden, een steelpan,  een soeppan en wat waterglazen, ook geschikt voor wijn of andere dranken. In de rest van de ruimte een radslag kunnen maken, alleen zijn met mijn gedachten.
    Dan niet denken aan de zolder die volstaat met dozen met boeken, prullaria en mappen, veel mappen met ik weet niet wat. Daartussen kampeerspullen, (wat een behoorlijk compact woord is maar in wezen een bijeenraapsel van slaapzakken, matjes, bekers, borden, touwen, haringen, hamers, zaklampen), vloerkleden, manden met kerstspullen (die ik altijd in maart wil wegdoen, maar weet dat ik daar in december last mee krijg), en sjaals die van niemand zijn maar waarvan je niet weet of er ooit eens iemand zal zeggen een sjaal kwijt te zijn, en dat jij weet: ‘Hé, die ligt bij mij op zolder.’ Dat de dingen dan voor even weer kloppen.

    Begin vorige eeuw startte Albert Kahn een groot project. De filantroop wilde een wereld in verandering in beeld brengen. Het samenbrengen van verschillende culturen door middel van afbeeldingen was voor Kahn een soort wereldvredesmissie. Hij stuurde verschillende mensen de wereld over om foto’s te maken, waaronder zijn chauffeur Alfred Dutertre, de verteller in een roman van Lia Tilon.
    ‘Hij hield me voor dat ik foto’s maak van een wereld in overgang. Hij gelooft dat onze tradities het anker vormen dat wij nodig hebben bij ruwe zee. Zichtbaar vergenoegd met zijn nautische vergelijking. Tradities bieden houvast en geven vorm aan ons bestaan. Hij zei dat het belangrijk is te begrijpen wie eenieder is – waar hij vandaan is gekomen. Ik geloof dat hij bang is dat wij het verleden vergeten.Wat een drieste gedachte: een chauffeur uit Parijs die de afkomst komt tonen van de Amerikanen en Chinezen! Hij zegt dat hij ook op zijn andere zakenreizen zal laten fotograferen en deze autochromes zal exposeren. Zodat men elkaar kan leren kennen. Ik weet het werkelijk niet. Vragen veel gebeurtenissen dan niet om vergetelheid? Omdat ze anders blijven groeien? Woekeren en de vruchtbare grond verarmen?’

    Nu denk ik erover foto’s te maken van mijn spullen. Foto’s zeggen meer dan de werkelijkheid laat zien. Dat heeft te maken met de onbeweeglijkheid van de tijd. Ik kan er de witgekalkte muren mee behangen. Dat wat je ziet, is wat je ziet. De lichtval, de opstelling en het perspectief geven me ruimte te ontdekken waar ik vandaan kom. Foto’s als gedachten die de woorden hebben losgelaten, zoals gedachten beelden zijn waar later pas woorden bijkomen.

     

    Lees de prachtige roman  Archivaris van de wereld van Lia Tilon, over de missie van Albert Kahn om wereldvolkeren via fotobeelden te verenigen.


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

     

  • Fotograferen omwille van de wereldvrede

    Fotograferen omwille van de wereldvrede

    In het Musée Albert-Kahn in Boulogne-Billancourt (Parijs) wordt een unieke collectie van meer dan 72.000 kleurenglasplaten van de meest uiteenlopende volkeren bewaard. De steenrijke Franse bankier Albert Kahn gaf in het begin van de twintigste eeuw aan tientallen fotografen de opdracht om alles en iedereen ter wereld te fotograferen. Met zijn levenswerk dacht hij de wereldvrede te bewerkstelligen.

    Lia Tilon zag in TV-gids een aankondiging voor een BBC-documentaire over ‘de man die de wereld wou fotograferen’. Ze vergat te kijken, maar later dook die intrigerende gedachte weer in haar hoofd op. Ze zocht de documentaire – The Wonderful World of Albert Kahn – op en was onmiddellijk verkocht. Ze zag dadelijk potentieel voor een roman en ging op onderzoek. Zo belandde ze in dat Musée Albert Kahn, waar ze ‘het archief van de planeet’ aantrof.

    Archivaris van de wereld is een roman, of beter gezegd: een gefictionaliseerde biografie, gebaseerd op de levens van multimiljonair Albert Kahn (1860-1940) en zijn chauffeur Alfred Dutertre. De roman beschrijft op een unieke manier het levensproject van Kahn, gezien door de ogen van zijn jonge chauffeur en medewerker Dutertre.
    Aan het eind van de negentiende eeuw werkte Kahn zich in Frankrijk op tot een bekend bankier en zakenman. Hij behoorde tot de hoogste kringen, maar bleef onbereikbaar en mysterieus. Als overtuigd pacifist had hij maar één doel: wereldvrede realiseren.
    Hij beschikte over de nodige financiële middelen en kon zich daardoor een experimentele aanpak veroorloven. Zo stuurde hij studenten met beurzen de wereld rond om het echte leven te zien, zodat ze hun ervaringen later in Frankrijk konden delen. Zijn grootste project kwam er echter pas na de uitvinding van de fotografie door de gebroeders Lumière. In 1908 stopte hij zijn chauffeur Dutertre een camera in de hand, maande hem om de handleiding te lezen en wat lessen te volgen, en nam hem daarna mee op wereldreis. Dit is het uitgangspunt van de roman.

    Alfred Dutertre leert werken met verschillende camera’s en vergezelt Kahn op de reis die hem naar alle uithoeken van de wereld zal brengen, van Amerika over Hawaï en Japan tot China. Kahns boodschap – leg alles en iedereen vast, maak verbinding tussen de mensen, zorg dat we elkaar leren kennen en bewerkstellig zo de wereldvrede – klinkt Dutertre een beetje naïef en utopisch in de oren, maar natuurlijk gaat hij graag mee op de reis van zijn leven. Dat Tilon niet Kahn zelf, maar Dutertre als hoofdfiguur voor haar roman koos is een bewuste keuze, die goed uitpakt. Ze wilde Kahn van een afstand bekijken, zodat ook zijn mysterieuze en vreemde eigenschappen tot uiting komen. In Archivaris van de wereld doet Dutertre afwisselend verslag van de reis via dagboekaantekeningen en van het relaas van Kahns leven in Boulogne bij Parijs. Naast het boeiende reisverslag zijn de uittreksels over het leven in Parijs zeker ook het lezen waard. Kahn ontvangt schrijvers als Kipling en Joyce en voert interessante gesprekken met hen. Het boeiendste zijn echter zijn vele ontmoetingen, gesprekken en discussies met zijn enige echte vriend en vroegere leermeester, de Franse filosoof Bergson.

    Hoewel Kahn een ongemeen boeiend (roman)personage blijkt, is het aandeel van Dutertre niet te onderschatten. Tilon laat hem evolueren van een jonge, onderdanige chauffeur van 21 tot de steun en toeverlaat van de oude en zwakke Kahn. Als Kahn door de beurscrash van 1929 in 1931 bankroet gaat, zijn villa in verval raakt en zijn project op sterven na dood is, blijft Dutertre hem als enige steunen. De dreiging van de Tweede Wereldoorlog drukt zwaar op de zieke Kahn, maar dan toont Dutertre enkel die autochromes (fotoplaten) die de moeite waard zijn en getuigen van een vredig leven om zijn opdrachtgever niet te ontmoedigen. Hij staat hem bij tot aan zijn dood. De ware relatie tussen de twee blijft onduidelijk, maar de personages groeien zichtbaar naar elkaar toe. Hun relatie is vol wederzijds begrip, en tussen de regels door kan een echte vriendschap gespot worden.

    Tilon schrijft in korte zinnen en vrij gedetailleerd. Dit lijkt op het eerste gezicht te leiden tot een nogal  zakelijke en koele tekst, maar niets is minder waar. Langzaam maar zeker worden de personages uitgediept. We leren de Don Quichote in Kahn kennen, bij wie alles in het teken staat van die (te grote?) ambitie, dat ene ideaal. Tegelijk zien we hoe bij Dutertre de twijfel toeneemt over dat ambitieuze plan, maar hij blijft Kahn ondanks dat trouw.

    Archivaris van de wereld is een zich traag ontwikkelend verhaal waarin de schoonheid in de ware zin van het woord geleidelijk wordt opgebouwd. Het is een verhaal om bij te mijmeren met een soort van blijde boodschap en vol nostalgie. Een verhaal om te koesteren.