• Zachte hand

    Zachte hand

    Een boek als een zachte hand. Kan dat? Ik ben daar gevoelig voor. Dat alles zonder oordeel wordt gepresenteerd, de auteur zich niet op de voorgrond dringt, het verhaal mij toekomt. Hoe de schrijfster op elke pagina een geschiedenis met zachte hand naar voren schuift. Hier, neem het, voor jou.

    Ook de moordaanslagen in Dublin worden op deze manier naar voren geschoven. En ik neem ze aan. Het is wel even slikken hoe nuchter, precies en meedogenloos het er staat. Dit is een knappe roman over het leven op een Iers eiland tijdens ‘The Troubles’ in 1979.

    ‘Joseph McKee loopt op zaterdag 9 juni in Belfast naar de slager, vlak bij de speelhal aan Castle Street waar hij een baan heeft als portier. Hij is vierendertig jaar, katholiek en werkt als vrijwilliger voor de IRA. Twee leden van Ulster Defence Association komen op een motor vlak naast hem rijden en schieten Joseph McKee vier keer in het achterhoofd, terwijl ze flink gas geven om de schoten te maskeren.’

    Als leesclub waren we ervan onder de indruk. Het meest indrukwekkende boek tot nu voor de leesclub gelezen, klonk er. We vroegen ons niet af wat de schrijfster ons wilde laten zien. We zagen het.

    Ik fietste langs de IJssel waarvan het water met de dag stijgt. Ik dacht aan een  jongen van lang geleden, denk jaren zeventig. Vriend van  de man (toen mijn vriend). Ze speelden schaak. Na elke zet smeerde de schaakvriend een stokbroodje voor zichzelf, waarna hij het mes in zijn mond stak, het door opeen geperste lippen naar buiten trok, in een bergje boursin stak. Toen was alles zacht. Ik bedoel, je hield je oordeel voor je.

    De moorden op het vasteland lijken het leven op het eiland niet te beïnvloeden. De Atlantische oceaan als buffer. De vrouwen bakken scones, er is room en appeltaart, er wordt whisky geschonken. De dertienjarige James vangt en vilt konijnen voor in de stoofpot.

    In de film The Banshees of Inisherin, dat speelt tijdens de Ierse burgeroorlog in 1923 op het kleine, (fictief) Ierse eiland Inisherin, hebben de eilanders ook genoeg aan hun hoofd om zich om een burgeroorlog te bekommeren. Twee vrienden maken elkaar het leven tot een hel, de enige huwbare vrouw verlaat het eiland om als bibliothecaresse te gaan werken. Van over het water worden rookpluimen waargenomen, de eilanders kijken elkaar aan, zeggen, ze schieten weer, en gaan verder. Dan het besef. Dat waar ook ter wereld, we uitzicht hebben op een oorlog, erlangs leven. Dit is schrijven in een nieuwe vorm, ver voorbij aan poëzie.

    James zegt voorbij de helft van het boek:

    ‘Er is een vrouw omgekomen bij een bushalte.
    Ze was jonger dan mama.
    We praten hier niet over politiek, James, zei Michéal.
    Dat is toch geen politiek, zei James. Het is een feit. Er is een vrouw omgekomen bij een bushalte. Opgeblazen met een bom.’

    Er zijn alinea’s waarin zonder onderbreking van perspectief wordt gewisseld. Ik lees het, bewonderend. ‘James snoof om zijn longen vol te zuigen met de vreemde geur die ik de hele dag zou willen inademen, nooit meer naar buiten.’ Vanuit de verteller die beschrijft hoe James geuren (verf, terpentine) opsnuift, gaat het perspectief als vanzelfsprekend over naar James zelf. En ik neem het.

    Er kwam een berichtje voorbij over een gevierd Australisch schrijfster die haar literaire prijzen aan de oorspronkelijke bewoners van Australië geeft. Het voelde als belangrijks, ik kan het niet meer terugvinden.

    De Engelse kunstschilder, Lloyd en de Franse taalonderzoeker JP Masson, die aan proefschrift over de taal werkt,verstoren de orde op het eiland. James, de jongste bewoner van het eiland is gefascineerd van de schilder. Masson dwingt James haast om zijn Ierse naam, Séamus, te gebruiken. Al wat menselijk is komt in dit boek voor. Heimelijkheid, rivaliteit, verraad. Aan het eind is er een iemand die teleurgesteld wordt, een iemand die zijn belofte niet nakomt, iemand die in zijn vuistje lacht.

    Sommige boeken zijn een voorrecht om te lezen. Een boek als een zachte hand waarmee de geschiedenis van Ierse kolonisatie door de Engelsen (en hoe dat uit de hand is gelopen) gepresenteerd wordt. Dat ik Audrey Magee bij het dichtslaan van dit boek intens bewonder.

     

     

    De kolonie / Audrey Magee / vertaling Lette Vos / 390 blz. / uitgeverij Oevers (2025)


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over wat ze leest en haar beweegt.

     

     

  • Oogst week 2 – 2026

    Moed, deemoed

    Een drijvend terras in the Donau, twee vriendinnen die met elkaar in gesprek zijn. Een van de twee, Marija wil de verschillen tussen haar ouders, beiden van Servische afkomst, uit de doeken doen om zo de nauwe Nederlandse blik op Serviërs in Nederland te verruimen. Schrijven, wil ze, over de wereld van haar jeugd. Haar vader stamde af van vechters die voor de Turken vluchtten. Naar het Dinaragebergte in Montenegro en verder, verder, richting Bosnië en Kroatië. Haar moeder stamt af van boeren die overleefden door te verdragen, zich vasthoudend aan tradities van nederigheid en dienstbaarheid. Wat als die beide werelden onder je huid zijn gaan zitten?

    Gordana Grbavci (1965-2024) groeide op in het voormalige Joegoslavïe en vluchtte tijdens de Balkanoorlog samen met haar gezin naar Nederland. Moed, deemoed schreef ze in het Nederlands, haar nieuwe taal. Helaas overleed ze, net na het schrijven van haar boek, bij een ongeluk tijdens haar vakantie. Ze werd 59 jaar.

    Moed, deemoed
    Auteur: Gordana Grbavdi
    Uitgeverij: De kleine Uil

    De kolonie

    In de zomer van 1979 reist meneer Lloyd, een Engelse schilder, naar een eilandje voor de westkust van Ierland. Zonder het te merken wordt hij gevolgd door Jean-Pierre Masson, een Fransman die al jaren op het eiland komt en de taal van de bewoners bestudeert. Deze Fransman is fel gekant tegen eilandbezoekers. Hij wil het isolement van de bewoners en daarmee hun taal beschermen. De bewoners zelf hebben echter zo hun eigen ideeën over wat zij belangrijk vinden en wat zij van het leven verlangen. Het verhaal speelt tegen de achtergrond van The Troubles, het Noord-Ierse conflict, en de aanslagen van de IRA die daar onderdeel van waren.

    Audrey Magee is een Ierse romanschrijver en journalist. Ze studeerde Duits en Frans aan het University College Dublin en journalistiek aan de Dublin City University. Ze werkte twaalf jaar lang als journalist en schreef voor, onder andere, The Times, The Irish Times, The Observer en The Guardian. Haar eerste roman, The Undertaking, stond op meerdere shortlists en werd genomineerd voor meerdere prijzen. Haar tweede roman, De kolonie, stond op de longlist van de Booker Prize en op de shortlist van de Orwell Prize.

    De kolonie
    Auteur: Audrey Magee
    Uitgeverij: Oevers

    Ontaard

    Het is 1925 en na tien jaar lang hard werken beseft Roelof dat het hem in het Drentse veen niet zal lukken zijn droom waar te maken: een eigen stukje land. Daarom schraapt hij zijn laatste geld bij elkaar, neemt hij afscheid van iedereen die hij kent, inclusief zijn verloofde en stapt in Rotterdam op de boot naar Canada.

    In 2025, precies honderd jaar later, heeft Roelofs achterkleindochter in heel haar leven nog nooit iets avontuurlijks gedaan. Dat verandert als ze de brieven van haar overgrootmoeder vindt. Wat is er met Roelof gebeurd? Waarom is hij spoorloos verdwenen in Canada? Ze pakt wat spullen bij elkaar, neemt afscheid van familie en vrienden en maakt de reis die Roelof ooit heeft gemaakt. Honderd jaar later, op zoek naar het verhaal van haar voorvader.

    Marion Bruinenberg (1989) is schrijver, journalist, zelfstandig redacteur en vertaler. Ze studeerde Rechtsgeleerdheid, Nederlandse Taal en Cultuur en Journalistiek en ging naar de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ze heeft als redacteur bij de Volkskrant gewerkt en als stagiair, bureauredacteur en acquirerend redacteur bij verschillende uitgeverijen. Haar debuut, Nieuweling, kwam uit in 2022. Ontaard is haar tweede roman.

    Ontaard
    Auteur: Marion Bruinenberg
    Uitgeverij: Querido
  • Kracht van deze roman zit in de verhoudingen binnen het gezin

    Kracht van deze roman zit in de verhoudingen binnen het gezin

    Midden in de crisisjaren in Amerika vertrekt vader Arnold met zijn vrouw Willa en drie dochters naar het platteland om boer te worden. Verteld vanuit het perspectief van de middelste dochter Margret, ontvouwt zich in Nu in november een pijnlijk portret van aftakeling, extreme droogte, armoede en dood. Vertaler Lette Vos is verantwoordelijk voor de goed leesbare en stijlvolle vertaling, waarin de lyrische stijl en natuurbeschrijvingen goed tot zijn recht komen. 

    Al vanaf het begin is het duidelijk dat de relaties binnen het gezin op springen staan. Het gezin staat op allerlei manieren onder druk. Door de hypotheek op het land, die ze maar niet kunnen afbetalen, de droogte, maar ook door onderlinge conflicten. De jaren en seizoenen laten ze stil voorbijgaan, terwijl de aanhoudende droogte hun armer en armer maakt. De komst van de knecht Grant, waar Merle en Margret stiekem verliefd op zijn, kan ook het tij niet keren voor de noodlijdende boerderij van de familie Haldmarne. 

    Sterke beelden van het uitblijven ven regen

    Nu in november verscheen oorspronkelijk in 1934, middenin de zogenaamde ‘Dust Bowl’. Door slechte landbouwtechnieken en extreme droogte mislukte in de jaren dertig veel oogsten in het binnenland van Amerika. Het fijnstof van het akkerland bracht grote schade toe aan natuur en milieu en vele boeren raakten alles kwijt. Een aantal bekende Amerikaanse kunstwerken reflecteren hierop, denk aan boeken van John Steinbeck (The Grapes of Wrath), de muziek van Woody Guthrie (Dust Bowl Ballads), maar bijvoorbeeld ook scenes uit Interstellar van regisseur Christopher Nolan, die het Amerika uit de film modelleerde naar beelden uit die jaren dertig. Ook Josephine Johnson (1910-1990) liet zich inspireren door The Dust Bowl voor haar debuut Nu in november. In 1935, een jaar na publicatie, won ze op 24-jarige leeftijd met de roman de prestigieuze Pulitzer Prize. Tot op de dag van vandaag is ze de jongste schrijver die ooit de Pulitzer Prize won, een uitzonderlijke prestatie. Ze zou nog enkele romans en kortverhalen bundels publiceren, alsook poëzie. 

    Nu in november wordt om meerdere redenen  een moderne klassieker genoemd. Dat heeft te maken met de tijdloze observaties die uit het boek blijken. Allereerst is er de natuur die sterk naar voren komt in Johnsons beschrijvingen van het droge akkerland, de magere beesten en vooral het eindeloze uitblijven van de regen. Aangrijpend is de beschrijving van de storm die de boerderij net mist, waardoor maar een paar druppeltjes het noodlijdende akkerland bereiken: ‘De wolken dreven verder en verwaaiden. Grote vlakken hemel werden vlekkeloos als glas. Het onweer klink heel ver weg bijna hoorbaar… Alles was nog precies zoals daarvoor.’ Zinnen die voor de hedendaagse lezer in tijden van schijnbaar onomkeerbare klimaatverandering, door merg en been gaan. 

    De rol van mannen 

    Hoewel de aanhoudende droogte een grote rol speelt, lijkt de kracht van deze roman juist in de verhoudingen binnen het gezin te zitten. In de afgebakende ruimte van de boerderij gaan de gezinsleden behoedzaam met elkaar om. Kerrin, de eigenwijze dochter, wordt zo veel mogelijk vermeden, net als vader Arnold die onredelijke woede-uitbarstingen heeft als hij vermoed dat er bij het koken eten verspild wordt. Grant, de knecht die bij het gezin komt inwonen, lijkt wat rust te brengen, maar ook hij kan het uit elkaar vallende gezin niet bij elkaar houden. Een brand en het ontslag van Kerrin als onderwijzeres, brengt het gezin definitief ten val. 

    Het boek bevat scherpe observaties over ras, klasse en gender. Bijvoorbeeld de familie Ramsey, een zwarte familie die het net als de andere boeren niet redt en de huur niet meer kan betalen. Ze worden uitgezet, de eigenaar van de boerderij, Turner, zegt daarover: ‘Zwarten zijn geen goede huurders,’ (…) Een witte man had het wel gered.’ Naast het overduidelijke racisme, raakt dit ook aan de rol die de man in dit boek heeft. Mannen zoals vader Arnold zijn de baas en in zijn hoofd is een onoverbrugbare scheiding tussen man en vrouw. Mannen werken op het land, vrouwen in het huis. Kerrin mag onderwijzeres worden, maar de andere zussen zijn voornamelijk thuis. Het idee dat de moeder en zussen zouden kunnen helpen om de boerderij bij elkaar te houden, komt simpelweg niet in hem op. In een woede-uitbarsting, gelijkend op die van haar vader, zegt Kerrin tegen Margret: ‘Jij hebt toch nog nooit iets anders gekend dan eindeloos taarten bakken en boeken lezen? Met je snoezige bloemblaadjes en je onkruid.’

    Meer dan een klassieker

    Het is schrijnend om te zien dat hoe verder het gezin (ook door de dood) uit elkaar valt, hoe meer verantwoordelijkheid er noodgedwongen bij Margret komt te liggen. Maar dan is het al te laat om het gezin nog te kunnen redden; Kerrin heeft zelfmoord gepleegd en moeder Willa sterft aan haar verwondingen van een brand. 

    Nu in november wordt door het aansnijden van hedendaagse thema’s vaak getypeerd als een klassieker die nog steeds actueel is. Dat doet het boek te kort, want hetzelfde valt te zeggen over legio andere boeken. Het is ook niet verwonderlijk dat goede schrijvers thema’s aansnijden (leven & dood, liefde, racisme, klimaatverandering), die decennia later nog steeds op een of andere manier actueel zijn. Wat dit boek zo bijzonder maakt is dat iemand op jonge leeftijd een bijzonder krachtig portret van een noodlijdende familie heeft geschreven. De meanderende natuurbeschrijvingen en de scherpe dialogen aan de eettafel maken dit boek meer dan de moeite waard. Nu in november is vooral een kundig geschreven tijdsdocument dat niets aan kracht heeft verloren.

     

     

  • Oogst week 12 – 2024

    Verzet

    In Verzet schrijft Chris Keulemans (Tunis, 1960) over de strijders, de denkers, de slachtoffers en de leiders die hij ontmoet. ‘Het moment dat mensen tot verzet overgaan fascineert me. Wanneer klikken ze wakker? Wanneer kookt het onrecht over? Wat hebben ze nodig om in actie te komen – en wie? Wie worden de leiders, wat kenmerkt ze en heeft de beweging ze nodig?’ En: ‘hoe ontstaat de verbeelding van een wereld waarin de vijand niet bestaat?
    Overal zie ik mensen in verzet komen. Het onrecht valt ze van alle kanten aan. Ze weten niet waar ze moeten beginnen. Van een betere toekomst durven ze niet eens te dromen. Maar ze komen overeind. Ze zoeken bondgenoten. Grimmig verzet is het vaak, ontstaan uit wanhoop, woede en lijfsbehoud. Gedoemd te mislukken. Onmogelijk te weerstaan. Zoals in mijn geboortestad.’

    Keulemans schrijft al jaren over kunst, engagement, migratie, muziek, cinema en oorlog in boeken, kranten en tijdschriften (o.a. de Volkskrant, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer). Voor zijn publicaties reisde hij de hele wereld rond. In 2021 kwam zijn boek Gastvrijheid uit bij Uitgeverij Jurgen Maas waarin hij op zoek gaat naar de kunst van de gastvrijheid. Deze week verscheen bij dezelfde uitgeverij Verzet. Het boek wordt op zondag 24 maart a.s. gepresenteerd bij Boekhandel van Noord op het Buikslotermeerplein in Amsterdam. Daar zal hij geïnterviewd worden door Massih Hutak. Hutak is rapper en schrijver, zet zich in voor leesbevordering en geeft rap- en schrijfworkshops.

     

    Verzet
    Auteur: Cris Keulemans
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Nu in november

    Met haar roman Nu in november die oorspronkelijk in 1934 in de Verenigde Staten verscheen won Josephine Johnson een jaar later de Pullitzer Prijs voor fictie. Ze was toen 24 jaar.

    Nu in november is het verhaal van een gezin – vader, moeder en drie dochters – dat van de stad naar het platteland verhuist om een nieuw leven op te bouwen.

    […] ‘We verhuisden onze bedden mee in de huifkar. De auto was verkocht, evenals het leeuwendeel van onze inboedel. We hadden ons andere leven achtergelaten alsof het nooit had bestaan. Alleen wat we vanbinnen met ons meedroegen, de dingen die we hadden gelezen en in ons geheugen hadden opgeslagen, reisde met ons mee, samen met de boeken die we drie generaties lang hadden verzameld maar niet konden verkopen omdat de aarde al tot haar knieën in de boeken waadde. We verruilden een wereld die in de knoop zat, in de war was en zichzelf overschreeuwde voor een omgeving die even hard was en mensen net zo goed kon dwarsbomen of verjagen, maar waar je er ten minste iets voor terugkreeg. Dat gold voor de oude dan weer niet.’ […]

    Het leven op het platteland is zwaar, en er breekt een tijd van grote droogte aan.
    Nu in november is niet alleen het verslag van die moeilijke tijd door de ogen van een van de dochters, maar vertelt ook over klasse, ras, en klimaat en is daardoor nog steeds actueel.

    Nu in november
    Auteur: Josephine Johnson
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De Parelduiker, 2024/1

    In het eerste nummer van dit jaar van De Parelduiker is het de beurt aan Julien Ignacio (Goudjakhals) om antwoord te geven op de door De Parelduiker aan jonge schrijvers gestelde vraag welke boeken of schrijvers op hen van invloed zijn (geweest), en op welke manier.

    Reinjan Mulder beschrijft de Amsterdamse jaren van de Duitse exilschrijfster Grete Weil: haar pijnlijke ervaringen als fotograaf in de Beethovenstraat, en haar onderduik in de stad. Nu de Hollandse Schouwburg, waar zij bij de Joodse Raad werkte, weer als gedenkplaats zijn deuren opent, vraagt Mulder zich af: hoe heeft Grete Weil zich twaalf jaar lang in Amsterdam staande gehouden?

    Voorts o.a.:
    – Als je geen toekomst hebt, stem je op het verleden’. Bulgaarse dichters en een nabije oorlog in Sofia (Jan Paul Hinrichs)
    -‘Huizen storten in, liefde verbleekt’. Rolland, Zweig en Martin du Gard boven het strijdgewoel (Bart Slijper)
    – In de rubriek De Laatste pagina: John Albert Jansen, 1954-2024 (Anton de Goede)
    – In de rubriek ‘Schoon en haaks’: Jan Paul Hinrichs bespreekt marginale uitgaven van en over Hein van der Hoeven & Diederik Gerlach, Harry Mulisch, Frieda Koch & Lucebert, Thomas Rosenboom, Ramón Gómez de la Serna, Hans Kleiss, Maurice Gilliams en F.C. Terborgh.
    – En nog veel meer.

    De Parelduiker, Tijdschrift over schrijvers, literatuur en hun geschiedenis
    Uitgever Van Oorschot
    Losse nummers €14,50
    Jaarabonnement €59,50 (digitaal: €36,75).

     

    De Parelduiker, 2024/1
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Alle denkbare ellende bij talentvolle jonge schrijfster

    Alle denkbare ellende bij talentvolle jonge schrijfster

    Leila Mottley (2003) was zeventien jaar toen ze Nightcrawling schreef, haar debuut. Behoorlijk indrukwekkend, het boek werd alom geprezen en stond op de longlist van de Booker Prize in 2022. Het juryrapport meldde onder andere: ‘Kwellend en betoverend met een beklemmend beeld van gemarginaliseerde jongeren die de donkerste hoeken van een volwassen wereld verkennen.’ Ook Oprah Winfrey gaf aandacht aan Nightcrawling. Toch zijn dit geen aanbevelingen om er dan maar van uit te gaan dat het boek ook heel goed is. Niet dat het slecht is, maar het is wel enigszins overschat.

    Het verhaal is gebaseerd op een rechtszaak waarin in 2015 het Oakland Police Department werd beschuldigd van seksuele uitbuiting van een tiener, een zaak die vervolgens in de doofpot werd gestopt. Mottley, woonachtig in Oakland in Californië, zelf destijds een tiener, was diep onder de indruk van de zaak. Uit een onderzoek uit 2010 bleek dat seksueel geweld door agenten de op één na meest gerapporteerde vorm van wangedrag door de politie is. Dit, en de rechtszaak uit 2015, werd samen met een paar minder bekende zaken de basis van Nightcrawler.

    Overleven door brutaal te zijn

    Kiara is een zeventienjarig meisje van kleur, ze is mondig en slim. Haar vader, ooit lid van de Black Panther beweging, is dood. Haar moeder doet een poging tot zelfmoord maar wordt op tijd gevonden. Als behalve de vader ook het jongste zusje dood is, gaat de moeder de gevangenis in. Kiara woont dan samen met haar oudere broer Marcus in de flat van haar ouders, maar de huur gaat omhoog en ze hebben geen inkomen. Marcus verliest zich in zijn muziek, hij wil een rapper worden en weet zeker dat hij zal doorbreken, wat Kiara ernstig betwijfelt. ‘Ik zie hem staan achter het glas, met zijn ogen dicht en zijn vleugels gespreid als een sprookjesversie van mijn broer zijn omhelzing. Het zou zomaar kunnen dat Tupac ligt te rillen in zijn graf want mijn broer kan gewoon niet rappen, het lijkt wel of zijn tong in de knoop zit en de enige woorden die ik versta zijn bitch, ho en deze nigga heeft goud en ik zou het liefst tegen hem zeggen dat deze hele kelder weet dat hij nog twee weken na papa’s dood ons toilet onder kotste omdat hij fysiek niet met verdriet om kan gaan.’

    Kiara probeert een baantje te vinden, wat haar niet lukt zonder schooldiploma en ervaring. Ze heeft geleerd dat ze kan overleven door brutaal te zijn, maar dat werkt lang niet altijd. Ten einde raad komt ze in de prostitutie terecht, ze tippelt op straat en zonder pusher neemt ze risico’s. ‘Het verschil tussen de politie en mannen op straat is dat de agenten er graag een spelletje van maken. Ze slaan niet meteen aan het neuken, maar kijken eerst kwijlend naar me en bedenken hoe ze me precies zo bang kunnen maken dat mijn angst me opslokt en er alleen een lijf overblijft waar ze lekker overheen kunnen gaan, handen die ze vast kunnen binden achter mijn hoofd en angstzweet dat ze op kunnen likken.’

    Kiara doet het puur om het geld. Maar soms betalen ze haar niet eens of ze geven te weinig, want de zogenaamde bescherming van de politie is volgens hen ook betaling. Ze laat zich meenemen naar een louche hotel waar politiemannen samenkomen en ze haar inzetten als hoofdprijs van pokerspelletjes. ‘Ze hebben net twee potjes gepokerd en de winnaars mochten naast mij zitten. Nu zijn ze aan het blackjacken terwijl agent 220 zijn hand richting mijn onderbroek laat kruipen; 81 houdt hem dichter bij mijn knie dan mijn kruis en kijkt bewust de andere kant op. Ik heb nog nooit zo graag iets willen terugdraaien als nu. Ik had nee moeten zeggen toen de politieman uit de steeg mijn nummer vroeg, toen hij vroeg of hij het door mocht geven aan een paar maten van hem, toen die maten me vroegen om in te stappen, toen ik dat deed.’

    Het wordt allemaal plastisch beschreven en wat Kiara overkomt is erger dan een gezond denkend mens voor mogelijk houdt. Ze was acht jaar toen ze getuige was van de bevalling van buurjongetje Trevor. Zijn moeder is zwaar aan de crack en alle vrouwen uit de flat willen weten hoe ze het kind aflevert: ‘…en toen zag de hele meute de haartjes, het piepkleine koppie dat zich uit haar wurmde en haar binnenstebuiten keerde… En met zijn allen zagen we hoe het kindje uit zijn moeder kwam gedreven, met meer bloed dan haar op zijn hoofdje…’

    Rauw en poëtisch

    Prostitutie en smerige agenten, dood, moord en drugs, armoede en honger, het komt allemaal voorbij en Kiara raakt erdoor gepokt en gemazeld. Als Trevor, dan negen jaar, door zijn aan drugs verslaafde moeder in de steek wordt gelaten, neemt Kiara de zorg voor hem op zich. Het zijn de lichtpuntjes in het verhaal, samen met Trevor kan ze nog een beetje kind zijn, en het zijn deze scènes die haar goede hart tonen. ‘Trevors koppie vanochtend deed het hem – zijn blik trok me uit de put waar mama me in had gegooid. Ik heb een lijf en een familie die me nodig heeft, dus ik heb me erbij neergelegd dat dit de enige manier is om ons overeind te houden, daarom sta ik weer op de blauwe straat.’

    Als een agent zelfmoord pleegt en Kiara’s naam in zijn afscheidsbrief noemt, komt het tot een rechtszaak. Kiara moet getuigen en ze krijgt een advocate toegewezen. Deze Marsha is een blanke vrouw op naaldhakken, in mantelpakjes en met een mooie auto. Kiara mag haar niet echt, hun werelden verschillen dag en nacht, maar ze is van haar afhankelijk. ‘”Ja, waarom doe je dat eigenlijk?” Ik heb Marsha nog nooit met zoveel woorden gevraagd waarom ze haar halve leven voor mij en mijn zaak opoffert, terwijl de mensen in de rij staan om bakken geld voor haar neer te leggen. “Gerechtigheid, hè?” Ze lacht erom, maar ik hoor aan haar stem dat het niet de echte reden is. Bovendien geeft Marsha volgens mij geen fuck om gerechtigheid.’

    Het einde van Nightcrawler is zwak, het verhaal zakt weg in mooischrijverij en diepzinnige overpeinzingen die nergens heengaan. De rechtszaak, die toch een groot deel van het boek beslaat, biedt geen uitsluitsel en vervolgens blijft de toekomst van Kiara onzeker, behalve dat haar vriendin Alé haar redt van de eenzaamheid en Trevor, die van haar was afgenomen door de kinderbescherming, even terugkomt om zijn bal te halen.

    Belangrijke stem

    Mottley geeft met dit boek een stem aan zwarte meisjes en vrouwen, transgenders en jongens die slachtoffer zijn van geweld en intimidatie. Het is een urgent en belangrijk verhaal over armoede, racisme, politiegeweld, sekswerk, vriendschap en eenzaamheid. Haar schrijven getuigt van veel talent en is soms poëtisch, soms diep doorvoelt, maar soms ook leest het als een oefening creatief schrijven voor studenten. Het is nogal beschrijvend, er worden heel veel metaforen gebuikt, de spanningsboog zakt regelmatig in en er komen te veel thema’s aan bod, waardoor het verhaal de focus hier en daar verliest.

    In het nawoord zegt Mottley dat Kiara op pure fictie berust en haar omgeving non-fictief is. Het dwingt bewondering af dat Mottley zich zo goed in haar protagoniste heeft ingeleefd, maar het is ook dubbel, want de opeenstapeling van ellende die Kiara is overkomen lijkt ineens iets teveel van het slechte.

     

  • Oogst week 39 – 2023

    Het lange antwoord

    Het lange antwoord is de debuutroman over de vele vormen van moederschap van Anna Hogeland. Alle aspecten komen voorbij: zwangerschappen, miskramen, bevalling, complicaties bij de bevalling, doodgeboren kinderen, abortus, eiceldonatie, ivf-behandelingen, onvruchtbaarheid enzovoort. Centraal in de roman staan de twee zussen Margot en Anna. De roman begint met een telefoongesprek tussen de twee dat al meteen duidelijk maakt dat er een zekere afstandelijkheid is tussen hen. Anna, die in verwachting is van haar eerste kind hoort via de telefoon van Margot (die al een zoontje heeft en voor de tweede keer in verwachting was) dat ze een miskraam heeft gehad. ‘We hoefden er verder geen woorden aan vuil te maken, zei ze, ze wilde gewoon liever dat ik het van haar hoorde dan van onze moeder. En ze wilde dat ik me vrij bleef voelen om tegenover haar over mijn zwangerschap te praten – toen ze belde zat ik op negen weken (…) Daarna wist ik niet zo goed of ik haar nog eens moest bellen, of ze het nog verder over haar miskraam wilde hebben, ook al beweerde ze van niet. Eigenlijk was ik verbaasd dat ze het me überhaupt had verteld. We waren nooit het type zussen geweest dat hun diepste geheimen met elkaar deelt en aangezien ik altijd het gevoel had dat die dynamiek bewuster van haar kwam dan van mij deed ik mijn best om dat te respecteren’.
    Die afstandelijkheid verandert als zij in een later gesprek komen op Elizabeth, wier verhaal het onderwerp van het eerste hoofdstuk vormt.

    Het lange antwoord
    Auteur: Anna Hogeland
    Uitgeverij: De Geus

    Moedermelk

    Nora Ikstena (1969) is een Letse schrijver, die studeerde in Engeland en Amerika, maar werkzaam is in haar geboorteland. Ze heeft al een twintigtal boeken op haar naam staan, maar Moedermelk is het eerste van haar dat we nu ook in het Nederlands kunnen lezen. Het verhaal gaat over drie generaties vrouwen die op verschillende manieren te maken hebben met de Sovjetonderdrukking. Globaal bestrijkt de roman de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van de Muur, de tijd dus dat Letland deel was van de Sovjet-Unie. Vertellers zijn afwisselend een moeder en haar dochter. De moeder is arts. Haar carrière wordt gesmoord als ze het opneemt voor een vrouw die door haar echtgenoot wordt mishandeld. Ze weigert haar dochter haar moedermelk te geven omdat die (door haar verbitterdheid over de Russische onderdrukking) doordrenkt is van onderdrukking. Daartegen wil ze haar dochter beschermen, die later een afkeer ontwikkelt van de melk die de kinderen op school gedwongen moeten drinken. Toch is er hoop via de derde vrouw in de roman, de grootmoeder van de dochter, wier optimisme het niet-onderdrukte Letland vertegenwoordigt.

    Moedermelk
    Auteur: Nora Ikstena
    Uitgeverij: Koppernik

    Teer

    Hoofdpersonages in Teer van Toni Morrison zijn het verliefde zwarte stel Jadine en Son. Ze komen beiden uit totaal verschillende werelden. Jadine is een beeldschoon fotomodel, ze heeft gestudeerd aan de Sorbonne en wordt financieel gesteund door een rijke familie. Son is een voortvluchtige man  man, die zijn vrouw heeft vermoord. ‘Teer’ uit de titel verwijst naar een benaming (‘Tar baby’) die blanken volgens Morrison vroeger gaven aan zwarte meisjes. Son vertelt Jadine het mythische verhaal van de teerpop. Omdat teer in de geschiedenis werd gebruikt om materialen aan elkaar te hechten, zoals het biezen mandje van Mozes, staat het beeld van de teerpop voor de zwarte vrouw die dingen bij elkaar weet te houden. In het Nawoord bij de roman van Neske Beks lezen we meer over: ‘Handig is te weten dat dit een Afro-Amerikaanse mythe [over Broer Konijn, Broer Vos en de teerpop] is die oorspronkelijk door totslaafgemaakten werd verteld’. Morrsison zei erover: ‘In het boek (…) gebruik ik dat oude verhaal omdat het, ondanks het grappige, vrolijke einde, mij vroeger bang maakte. In het verhaal komt een teerpop voor voor die door een witte man wordt gebruikt om een konijn te vangen’.
    Het uit 1981 stammende Teer van Toni Morrison is nu verschenen in de statige Perpetuareeks van Athenaeum.

    Teer
    Auteur: Toni Morrison
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 12

    Pingping

    Pingping is de achtste roman van Mariët Meester – schrijver van fictie en non-fictie. Het is een bijzondere uitgave omdat het een eenmalige druk betreft van duizend genummerde en gesigneerde exemplaren. Een experiment van de schrijver, die de oplage laag wil houden om zo een bijdrage te leveren aan een andere manier van omgaan met spullen. Er zal dan ook geen herdruk verschijnen. Meester heeft veel gereisd, en daarover veel geschreven.
    Haar eerste roman, Sevillana verscheen in 1990. Twee van haar non-fictieboeken gaan over haar ervaringen met de Roemeense Roma, waar ze een periode mee samenleefde. Haar boeken kunnen gerust onderzoeksliteratuur genoemd worden, ook in haar romans speelt het onderzoekende een rol. Niet zelden is de hoofdpersoon iemand die terugstapt uit het normale leven en op onderzoek gaat naar nieuwe manieren van leven. Zo ook in Pingping, waarin de jonge vrouw Lily nogal abrupt van de stad naar de polder verhuist. Ze wil niets meer met geld verdienen te maken hebben, Dat valt nog niet mee in een wereld waarin iedereen juist het tegenovergestelde wil. Meesters zet fijne personages neer en beschrijft hen met enige introspectie en een gezonde dosis zelfspot. ‘”Ach aansteller,” zei ze hardop tegen zichzelf, haar stem klonk dun. “Wijvengezeik.” Ze overdreef , dat deed ze ’s nachts altijd.’

    Pingping
    Auteur: Mariët Meester
    Uitgeverij: Uitgeverij Caprae (2020)

    De breedsprakige dame

    Maeve Brennan (1917-1993) was journalist en schrijver van korte verhalen en behoorde vanaf 1949 tot de staf van The New Yorker. Tussen 1953 en 1968 schreef ze columns die ze baseerde op haar wandelingen door New York voor diezelfde krant. Restaurant bezoek, mensen die haar opvielen, haar eigen handelen en gedachten daarover zijn het onderwerp van haar columns. Ze schreef ze onder het pseudoniem ‘The Long-Winded Lady’. Ze beschrijft haar belevenissen en observaties in het New York van de jaren zestig en zeventig op ongekende wijze. Brennan geeft elke ontmoeting, observatie van mens, dier of gebouw tot in detail weer. Zo schrijft ze in een van haar columns uitvoerig over hoe een jongen naar zijn vader rent, een puber die haar als reusachtig overkomt, ‘hij rende heel onhandig, alsof hij zeven armen en zeven benen had die hij allemaal onder controle moest houden’. Ook lezen we over de afbraak van de laagbouw in New York, iets wat ze zeer betreurde. Achterin het boek is een brief uit 1969 opgenomen die ze aan haar collega, schrijver en redacteur  William Maxwell schreef. En begint met, ‘Ik dacht dat ik je een brief zou schrijven als ik de drie woorden ‘koud en zonnig’ in een eerste zin zou krijgen. En zoals je ziet: het is me gelukt.’
    Haar hele leven is ze op een paar korte relaties na, altijd alleen geweest. In 1993 stierf ze vrij ongelukkig in een verzorgingstehuis.

    De breedsprakige dame
    Auteur: Maeve Brennan
    Uitgeverij: Athenaeum – Polak & Van Gennep (2020)

    De reizigers

    Toneelschrijver Regina Porter debuteerde in 2019 met De reizigers, een portret van twee families en een confronterende analyse van het moderne Amerikaanse leven. De roman wordt geïntroduceerd als een toneelstuk, eerst worden de personages voorgesteld onder ‘Dramatis persona’. Er wordt een ‘Tijd van handeling’, vanaf de burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig tot het eerste jaar van het presidentschap van Obama, gegeven, de belangrijkste plaatsen van handeling en enige achtergrond informatie. Het voelt als goed voorbereid een verhaal in gaan. Het gaat over de zwarte Agnes Miller die zich in 1966 met haar vriendje op een verlaten weg in Georgia bevindt en door de politie wordt aangehouden. En James Vincent, geboren in een wit arbeidersmilieu, ontsnapt aan zijn milieu door advocaat te worden. Beide levens kruisen elkaar, de keuzes die ze maken worden van generatie op generatie overgedragen. Een geschiedenis van het moderne Amerika. Hier in daar zijn er in de roman klein formaat afbeeldingen opgenomen die het verhaal goed begeleiden.

    De reizigers
    Auteur: Regina Porter
    Uitgeverij: De Bezige Bij (2019)
  • Zomerlezen – Onbehaaglijke bespiegelingen

    Leerschool

    Waar uitgevers nogal eens boeken van het lichte genre aanprijzen als vakantielectuur is er geen enkele reden om in de zomer niet iets van meer gewicht te lezen. Zomer met warmte, licht en vrije tijd is uitermate geschikt voor bespiegelingen over wat er allemaal niet deugt in het leven.

    Een religie kan mensen houvast en troost geven, maar in doorgeschoten vorm zal ze de menselijke geest altijd ook beschadigen. Wie daar niet van overtuigd is, kan zich verdiepen in het meisje Tara in Leerschool van Tara Westover. Zij groeit op in een mormoonse gemeenschap in Utah, de ouders zijn streng religieus. Ze hebben zich afgekeerd van de maatschappij. Tara moet net als haar zus en broers werken in de schroothandel van haar vader op hun boerderij. Daarbij gewond raken zien de ouders als de wil van God waarin mensen niet horen in te grijpen. De eerste negen jaar van haar leven bestaat Tara administratief niet en haar moeder schat haar zestien op het moment dat ze dertien is. De vader denkt dat de overheid openbaar onderwijs gebruikt ‘als truc om kinderen van God af te keren’, reden waarom de zeven kinderen niet naar school gaan – totdat enkelen van hen zelf voor onderwijs kiezen. Ook Tara wil uiteindelijk naar de Brigham Young University, waar blijkt dat ze nog nooit van de Holocaust heeft gehoord. Uit schaamte voor haar achtergrond houdt ze afstand van iedereen. Ze leert alles wat er te leren valt, waarna school en kerkgemeenschap haar steunen bij verdere studie: ze mag zelfs naar het Britse Cambridge.

    Leerschool is een adembenemend relaas over de worsteling van een jonge vrouw die alles in het leven zelf moest veroveren, terwijl ze gekweld werd door lichamelijke pijnen en schuldgevoelens omdat ze haar familie had verraden door zich aan hun wurgende regime te onttrekken.

     

    Leerschool
    Auteur: Tara Westover
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Kind, beloof me dat je de kogel kiest

    Over heel andere beschadigingen gaat Kind, beloof me dat je de kogel kiest van historicus Florian Huber, een indrukwekkend boek over gebeurtenissen waar nog weinig mensen vanaf weten: de zelfmoordgolf onder de Duitse bevolking aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tientallen jaren is deze verdrongen en verzwegen geweest, Huber vestigt er de aandacht op. Gevoed door nazipropaganda werden burgers uit alle soorten beroepen en alle lagen van de bevolking radeloos van angst voor de binnentrekkende Russen in het oosten en Amerikanen in het westen, overtuigd als zij ervan waren slachtoffer te worden van moord en verkrachting als straf voor het verliezen van de oorlog en de daden van de nazi’s. Met duizenden tegelijk pleegden ze zelfmoord door zich op te hangen, te verdrinken, dood te schieten of de polsen door te snijden. Ouders vermoordden hun kinderen alvorens zelf de dood te kiezen en soms liep dat mis en overleefde of een kind of een ouder.

    Huber baseert zich op dagboeken, brieven en verslagen van gewone mensen die getuigen van de zelfmoorden. Hij verdiepte zich in de geestesgesteldheid van mensen die liever dan de overwinning van de geallieerden te aanvaarden de eigen ondergang zochten. Ook begrepen velen na de oorlog niet waardoor zij zich de jaren ervoor zo hadden laten verblinden.

    Een opzienbarend en verhelderend boek dat zich door de literaire stijl van Huber laat lezen als een roman.

    Kind, beloof me dat je de kogel kiest
    Auteur: Florian Huber
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Vrouw

    Om een beetje in de sfeer te blijven: Karl Ove Knausgård schrijft in ‘Vrouw’– het laatste deel van Mijn strijd, verschenen in 2016 – een essay van vierhonderd pagina’s dat voornamelijk handelt over de mentaliteit en drijfveren van de jonge Hitler en hetgeen daaruit is voortgevloeid. Na gedachten over een gedicht van Paul Celan komt hij op nazi-Duitsland en pakt hij Mein Kampf uit de kast dat daar al een tijdje stond. Hij probeert Hitler – voordat dat deze ‘der Führer‘ werd – te duiden, haalt vrienden en bekenden uit die tijd aan, ontleedt ieder woord in het vermaledijde boek en concludeert dat Hitlers woorden een symbool van menselijke boosaardigheid zijn.

    Lezers die alleen geïnteresseerd zijn in het leven van Knausgård kunnen het essay gewoon overslaan. Daarbuiten kijkt hij terug op het schrijven van Mijn strijd en vraagt hij zich af waarom hij zijn familie en vrienden erin betrok. De schrijver is vrijwel overal wijdlopig, het lijkt alsof hij iedere in hem opkomende gedachte aandacht geeft en wijdt ellenlange zinnen – er staan soms komma’s waar beter een punt had kunnen staan – aan zijn onderzoek. Maar zijn redeneringen snijden hout, vervelen nooit en komen langs de vele omwegen altijd weer op het uitgangspunt terug. Behalve een begenadigd schrijver is Knausgård ook een gedegen denker waardoor zijn eigenzinnige gedachten een genoegen zijn om te lezen.

     

    Vrouw
    Auteur: Karl Ove Knausgård
    Uitgeverij: De Geus