• Leven zoals een boom leeft, zonder verwondingen

    Leven zoals een boom leeft, zonder verwondingen

    De Beierse stad Augsburg ligt op het punt waar de rivieren Lech en Wertach samenvloeien. Een eind verder stroomopwaarts aan de Wertach ligt Nesselwang. Deze twee plaatsen en rivieren vormen het decor van Omstandigheden, de jongste roman van Koos van Zomeren. Maar ze zijn meer dan een decor. Ze zijn ook de aders en ankerpunten, de metaforen, van de gedachtenstroom van hoofdpersoon Ronald Walraven die op zijn tweeënzeventigste zijn leven overziet en nadenkt over ouderdom, dood en hoe zaken anders hadden kunnen lopen.

    Het heden van de roman is 2018, Walraven heeft twee kinderen, dochter Debbie en zoon Leo. Hun namen vormen de titels van de twee delen van de roman. Het kortste eerste deel, ‘Ach Debbie’, draait om een laatste bezoek van vader en dochter aan het gebied van Lech en Wertach, waar het gezin zoveel vakanties doorbracht. ‘Wat verwacht je daar te zien?’, vraagt Debbie vóór hun vertrek. ‘Nou, niet veel misschien’, is het antwoord van Walraven: ‘een rivier en nog een rivier en hoe die als één rivier verdergaan – dat is waarschijnlijk alles’.

    Wegenkaarten

    Walraven hecht aan wegenkaarten. Hij is zeer precies in het uitstippelen van routes. In de roman worden de kaarten compleet met nummer, jaar van uitgave en schaalgrootte genoemd. Ze zijn Walravens houvast: ‘Dan is daar dat punt op de kaart en dan weet ik: daar ben ik geweest’.
    De reis van vader en dochter is een tastend onderzoek naar wat Debbie bezighoudt: ‘Ik heb steeds het gevoel dat je me iets wilt vertellen en dat het er maar niet van komt’. In feite is het een zelfonderzoek van Walraven die zich afvraagt waarin hij ten opzichte van zijn dochter is tekortgeschoten. Want wat in dit eerste deel een normale vakantietocht van vader en dochter zou kunnen lijken, komt in het tweede deel met de titel ‘Beste Leo’ in een heel ander licht te staan. Dat tweede deel kondigt hij tegenover zijn dochter in het eerste al aan als hij zegt te overwegen zijn zoon een brief te willen schrijven.

    Paarden

    In de brief aan ‘Beste Leo’ wordt al snel duidelijk dat de zojuist beschreven tocht met Debbie een heel andere dimensie heeft. Hij was niet wat hij leek en niet voor niets blijkt de naam in de titel te zijn voorafgegaan door ‘Ach’ – maar laten we hier een spoiler vermijden.

    De aanleiding voor Walravens brief vormt een een kranteninterview met Leo, die als kunstenaar grote bekendheid geniet om zijn schilderijen van paarden. Daarin maakt hij zijn vader ernstige verwijten. Hij blijft, net als in andere openbare optredens, obsessief vasthouden aan gebeurtenissen die in het gezin zouden hebben plaatsgevonden die voor hem een ongeneeslijk trauma vormen. Het interview is des te pijnlijker omdat Leo tien jaar geleden resoluut heeft gebroken met vader, moeder en zus en hen nooit meer iets heeft laten horen. Maar is dat echt zo? Walraven begint er aan te twijfelen als uit een boek een ansichtkaart dwarrelt van Leo aan Debbie die ruim na de breuk te dateren is.

    Het is één van de vele betekenisvolle aanleidingen die Walraven dwingen tot zelfonderzoek. Hij moet de raadsels waarvoor het verleden hem stelt onder ogen zien. Dat mondt uit in overdenkingen als deze: ‘Het is voorbij, dat besef ik maar al te vaak. Maar het zou niet voorbij zijn als het er niet was geweest, en als het er geweest is moet het ergens gebleven zijn, en als het ergens gebleven is moet ik het kunnen vinden. In de tussentijd moet ik maar zien te leven zoals een boom leeft: er zijn geen verwondingen, er zijn alleen maar omstandigheden’.

    Woordenangst

    Ronald Walraven was in zijn werkzame leven boekhandelaar. In 2006, een paar jaar voor de financiële crisis, heeft hij zijn zaak verkocht, maar zijn liefde voor boeken en kaarten is gebleven. Hij strooit in zijn mijmeringen volop met boektitels en zijn oordelen daarover; onder de gewaardeerde boeken zijn die van W.G. Sebald, die in het dorp Wertach aan de gelijknamige rivier werd geboren. In de brief aan Leo haalt Walraven herinneringen op aan zijn vakanties, zijn wandelingen, zijn relatie met zijn eigen vader en zijn honden. Bij die laatste spelen vooral de herinneringen aan de verdrinkingsdood van de ene en de ziekte van een andere hond een belangrijke rol. Daartussendoor lopen hinderlijk (voor hem) zijn ouderdomsklachten aan de lies en zijn ‘woordenangst’, de vrees in een gesprek te stokken omdat hij niet op de simpelste woorden kan komen.

    In Walraven herkennen we veel van de auteur van Omstandigheden, Koos van Zomeren zelf: zijn politieke verleden, zijn liefde voor de natuur, maar ook zijn relativering en zijn ironie. Een sterk voorbeeld van het laatste is dat hij Walraven laat zeggen dat hij romans met een gestaag toegenomen wantrouwen leest, vooral als die trauma-literatuur zijn: je vermoedt als lezer al gauw waar het heen gaat, maar dat geeft de auteur in het laatste hoofdstuk pas prijs. Omstandigheden zelf is echter precies zo’n roman. Pas aan het slot wordt de lezer de ware aard duidelijk van het conflict dat door kleine voorafgaande details gedoseerd is uitgeserveerd.

    Toespelingen

    De ironie gaat, zoals in veel werk van Van Zomeren soms gepaard met een grimmigheid en een relativering die zijn hoofdpersoon tot een sikkeneur lijken te maken. Er zijn tal van toespelingen die bij de lezer een glimlach van herkenning oproepen. Zo memoreert hij een bezoek van uitgever Geert van Oorschot aan zijn voormalige boekwinkel die hem (hem aansprekend als ‘Mijnheer Walschap’!) overhaalt om meer boeken uit de Russische Bibliotheek in voorraad te nemen; het is een bekende anekdote over de befaamde uitgever. En welke lezer krijgt niet meteen een beeld van een zekere politicus bij ‘de aanstichters van de rechtse revolte’: ‘Die beloven niks. Alleen maar afbraak. Wollt ihr die totale Vernichtung? Nou, dan gaan we dat regelen! Hoor je ze juichen, Leo?’ En zuur is hij, bijna op zijn Komrijs, als hij over de televisie vaststelt dat die ‘een venster op de wereld [had] zullen zijn, maar alles wat je krijgt is een venster op Volendam, inteelt’.

    Omstandigheden (op het omslag gezet als Omstandig heden, zonder afkortingsteken en met spatie, zal een verwijzing zijn naar het heden vanwaaruit Walraven zijn hele leven overziet) is een boek waarvan de plot zich moeizaam ontvouwt, mede door de springerige gedachtenstroom van de protagonist. Er valt echter volop te genieten van stijl, associatieve sprongen en wisselende stemmingen. Van Zomeren bewees al eerder (Sneeuw van Hem en De man op de Middenweg) dat hij veel meer kan dan reportages en columns schrijven. Omstandigheden is er een mooi nieuw voorbeeld van.

     

  • Oogst week 25 – 2019

    Liefde, als dat het is

    Marijke Schermer (1975) is opgeleid als actrice, maar heeft na haar afstuderen geen toneel meer gespeeld. Wel schreef ze toneelstukken en libretto’s en regisseerde haar eigen en andermans werk.
    Daarbij schreef ze korte verhalen en de romans Mensen in de zon (2013) en Noodweer (2016) die beiden goed ontvangen werden, geeft ze les aan de schrijversvakschool Amsterdam en aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (writing for performance).

    Deze week verschijnt haar nieuwe roman Liefde, als dat het is.
    Daarin gaat het over de liefde. Sev en David ontmoeten elkaar in bed. Geen relatie spreken ze af. Zij was er nooit erg goed in en hij is na een gelukkig huwelijk van twintig jaar verlaten en heeft geen idee meer wie hij is. Behalve hen, volgen we Terri, Davids vertrokken echtgenote, hun kinderen en Terri’s nieuwe vriend. Een speurtocht naar wat het is en hoe het moet: samenzijn, een individu zijn in het collectief van het gezin, leven buiten het gebeitelde verband.

    Liefde, als dat het is
    Auteur: Marijke Schermer
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    De Dolfijn

    Mark Haddon is vooral bekend door zijn internationale bestseller Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht, dat volop met literaire prijzen werd beloond. Minder bekend zijn zijn boeken Het akkefietje, Het rode huis en De pier stort in maar ook voor een van de verhalen uit dit laatste boek heeft hij een prijs gekregen.

    Mark Haddon wordt geprezen om zijn inzicht in de menselijke geest, om de mythische, sprookjesachtige sfeer die hij oproept in zijn boeken en de fantasievolle verhalen.
    Zijn roman De Dolfijn is onlangs in vertaling verschenen. Ook hier weer een mooi avontuur getuige de flaptekst: een pasgeboren baby is de enige overlevende van een verschrikkelijk vliegtuigongeluk. Ze wordt in welvarend isolement opgevoed door een overbezorgde vader. Als een huwelijkskandidaat langskomt, heeft hij snel door dat er iets niet in de haak is. Hij moet halsoverkop vluchten en ontsnapt aan boord van De Dolfijn, met een huurmoordenaar op zijn hielen…
    Zo begint een wild avontuur. Een stoere roman die van de moderne tijd naar de Klassieke Oudheid springt; waarin piraten tekeergaan, een prinses de hand van een gladiator wint, en vrouwelijke geesten met een lampreienmond een man naar de hel sleuren. En waarin de leden van een gebroken gezin over de aardbol zwerven, op zoek naar een nieuw thuis.

     

    De Dolfijn
    Auteur: Mark Haddon
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Trocadéro

    Deze week is ook de nieuwe roman van John-Alexander Janssen (1984) verschenen, getiteld Trocadéro. Een boek over Julian Perceval die niets liever wil dan rechter worden. Hij heeft gesolliciteerd en vertrekt naar Parijs. Hij is niet op zoek naar vriendschap, maar ontwikkelt toch intensieve banden met zijn buurmeisje en met twee Nederlandse studenten. Het contact met een van hen, tegen de achtergrond van een explosief en woelig Parijs’ decor, neemt echter gaandeweg verontrustende vormen aan. Zodanig zelfs dat alles wat hem lief is op het spel komt te staan en een verlies onvermijdelijk lijkt.

    John Alexander Janssen (1984) studeerde geschiedenis, filosofie en rechten en is docent geschiedenis. In 2014 won hij de Prix de Paris (gericht op het stimuleren van innoverend geschiedkundig onderzoek), die hem in staat stelde te werken aan zijn romandebuut Een verhaal uit de Zonnestad dat hem in 2017 de Bronzen Uil Publieksprijs opleverde.

     

     

    Trocadéro
    Auteur: John-Alexander Janssen
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Hooiberg

    Tot slot aandacht voor de nieuwste van Koos van Zomeren, Hooiberg. Waarvan gezegd wordt dat het een verzameling louter onvergetelijke bijzaken is. Maar of dat werkelijk zo is, dat van die bijzaken? Het zou zomaar een zelfportret of een roman kunnen zijn.
    Of een boek waarvan Van Zomeren zelf zou kunnen zeggen:

    ‘Bij zo’n boek, stel ik me voor dat iemand het leest en zo vrij is om te zeggen: “Koos, wat heb je een ráár boek geschreven” – en dan ben ik intens tevreden.’ Maar zonder meer is Hooiberg een niet te missen boek uit het oeuvre van Van Zomeren. Dat er een jonge hond in voorkomt is zeker alsook een kikker met een bomgordel.

     

    Hooiberg
    Auteur: Koos van Zomeren
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    P.C. Hooftprijs voor bescheiden maar ijzersterke oeuvre van Marga Minco

    De P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza is toegekend aan Marga Minco. Het is goed te vernemen dat drie literatoren ernaast zaten en Marga Minco, tegen hun verwachtingen in deze oeuvreprijs zal ontvangen. In de zaterdageditie (8-12-’18) van Trouw werd door drie kenners van de literatuur desgevraagd gespeculeerd welke schrijvers voor deze oeuvreprijs – die jaarlijks  afwisselend wordt toegekend voor proza, essayistiek en poëzie – in aanmerking komen. De namen die vielen waren Jeroen Brouwers, Arnon Grunberg en Koos van Zomeren en op de valreep twee vrouwen: Nelleke Noordervliet en Mensje van Keulen.
    Toen Minco’s naam werd genoemd waren ze het erover eens dat haar werk ‘uitmuntend en bekend’ is, maar haar oeuvre leek hen te klein om in aanmerking te komen en bovendien stond ze niet ‘midden in het literaire debat’. Op social media wisten ze beter, daar werd geopperd (zo meldde het stuk) dat Marga Minco de P.C. Hooft-prijs ‘nodig eens moest winnen’.

    En dat gebeurde, dankzij de juryleden: Mathijs Sanders (voorzitter), Gustaaf Peek, Daniëlle Serdijn, Vamba Sherif en Franca Treur, die oordeelden dat Minco’s oeuvre dan wel bescheiden is ‘in toon en omvang, maar dat met iedere generatie blijft winnen aan zeggingskracht’. Waarmee deze jury laat zien dat wat van waarde is in het Nederlandse literaire landschap, niet uit het oog verloren mag worden.

    Oorlogsjaren

    Marga Minco (geb. Sara Menco, Ginneken, 1920) groeide op in een orthodox-joods gezin. Op 18 jarige leeftijd begint ze als film- en toneelcriticus bij de Bredasche Courant en schrijft daar ook haar eerste literaire stukjes. Ze wordt in 1940 ontslagen omdat ze joods is. Haar ouders worden verplicht naar de Amsterdamse Jodenbuurt te verhuizen, waar zij bij hen intrekt. Wanneer op een dag mannen de woning van de familie binnendringen, vraagt vader Minco of zijn dochter even de jassen wil halen. Deze kans benut zij om via een poortje in de tuin te ontsnappen. Een scene die in haar debuut, Het bittere kruid staat beschreven. Ze ziet haar ouders, broer en zus nooit meer terug. Minco gaat van onderduik naar onderduikadres. Haar ervaringen gedurende de bezettingsjaren zetten de toon voor haar latere schrijverschap. In haar oeuvre zijn al haar herinneringen en oorlogservaringen verwerkt.

    Marga Minco trouwde na de oorlog met de dichter en vertaler Bert Voeten (1918-1992) die zij in 1938 leerde kennen bij de krant. Ze kregen twee dochters, Betty en de publiciste Jessica Voeten.

    Het bittere kruid

    Minco is vooral bekend om haar debuut, Het bittere kruid (1957) waarvoor ze de Vijverbergprijs, (voorloper F. Bordewijkprijs) ontving. Vele jongeren, zo niet alle scholieren lazen deze kleine kroniek voor de leeslijst – Waarmee ‘Lezen voor de lijst’ dan toch zijn dienst bewijst. In 1985 werd het boek verfilmd. Daar was ze allerminst gelukkig mee omdat de film teveel afweek van haar boek. In de titelrol werd opgenomen dat Minco zich distantieerde van de film die dezelfde titel draagt als haar boek. Haar hele oeuvre bestaat  uit zo’n zestien kleine romans, verhalenbundels en drie kinderboeken.

     

    Andere bekende werken van Marga Minco zijn:  Een leeg huis (1966), De val (1983), De glazen brug (Boekenweekgeschenk 1986), Nagelaten dagen (1997) en Storing (2004).
    In 2015 verscheen in de reeks Gedundrukt van Van Oorschot, een twintigtal van haar beste verhalen en de met de tijd steeds indrukwekkender geworden roman Een leeg huis, onder de titel Na de sterren. Met de door haar zelf aangedragen titel van deze dundrukuitgave, speelt ze met haar bescheidenheid: zij komt, met een ‘dundruk’ na de schrijvers, ‘de sterren’ A. M.G. Schmidt en Carmiggelt.

    Bescheidenheid

    De 98-jarige schrijfster geeft sinds 2010 geen interviews meer, gelezen wordt ze nog steeds. Onlangs verscheen de 57ste druk van de kroniek Het bittere kruid. In 2015, rond de dundrukuitgave, stemde ze nog toe in een ‘papieren interview’ met Arjan Peters: ‘Dingen die ik noteren moet’: Acht vragen aan Marga Minco.’ (VK 2-10- ‘15).

    In het radioprogramma ‘Nieuws en Co’,  werd dochter Jessica Voeten gevraagd naar de reactie van haar moeder op de prijs. Marga Minco reageerde verrast en verheugd maar ook: ‘Hoe kan dat nou. Ik heb al zo lang niets meer geschreven.’
    ‘Maar het is voor je hele oeuvre’, sprak haar dochter. ‘Maar dat is niet zo groot,’ besloot de bescheiden schrijfster.

    Uitreiking

    Gezien de leeftijd en gezondheid van de laureaat zal de prijs van 60 duizend euro niet, zoals gebruikelijk, in mei worden uitgereikt in het Haagse Literatuurmuseum, maar in januari bij de schrijfster thuis.

    In 1999 werd haar oeuvre bekroond met de Annie Romeinprijs en in 2005 met de Constantijn Huygensprijs.

     

     

  • Oogst week 18

    Alle vogels

    Koos van Zomeren (1946) heeft meer dan negentig titels op zijn naam staan waaronder dichtbundels, romans en thrillers als egodocumenten. In al zijn werk neemt de natuur een belangrijke plaats in. In Alle vogels zijn al zijn stukken die hij ooit over vogels geschreven heeft – over het leven van de huismus voor Nieuwe Revu (1977 ) tot Het verlangen naar klapekster (2014) – gebundeld. Het is een zeer omvangrijke bundel geworden waarvan je het idee krijgt dat Van Zomeren over vogels alles wel in beeld heeft gebracht. Het mooie is ook dat Van Zomeren mens en vogel altijd met elkaar in verband brengt. En dat alles geïllustreerd met prachtige penseel tekeningen van Erik van Ommen.
    Zoals Koos van Zomeren in de verantwoording bij dit boek schrijft komen overal in zijn oeuvre ‘vogels voorbij, zoals vogels maar al te vaak voorbijkomen: terloops, maar niet onopgemerkt’.

    Alle vogels
    Auteur: Koos van Zomeren
    Uitgeverij: Singel Uitgeverijen

    Klare lucht zwart

    De thematiek in de eerste drie boeken van de Amerikaanse schrijver David Vann (1966) was moord en zelfmoord. Gruwelijk mooie boeken en van Vann wordt dan ook niet verwacht dat hij ooit een feelgood novel zal schrijven. Ook nu heeft hij weer een tragedie geschreven; een hervertelling van een figuur uit de Griekse mythologie, Medea: tovenares uit Colchis die Jason hielp het Gulden vlies te veroveren. Hij nam haar mee naar Griekenland, maar liet haar in de steek voor de dochter van de koning van Korinthe, waarna Medea gruwelijk wraak nam door hun twee zoontjes te vermoorden alsook de koning van Korinthe en zijn dochter. Zo verteld de mythe. Maar Vann beschrijft Medea niet als een tovenares maar als een mens van vlees en bloed. Daarmee biedt hij een nieuwe en realistische kijk op Medea. Op bezwerende en sfeervolle wijze brengt hij Medea tot leven. Van haar positie in de Griekse maatschappij, haar liefdesrelatie met Jason en haar tragische neergang. In poëtisch proza beschrijft David Vann de epische reis van het schip de Argos. Volgens de uitgever is Klare lucht zwart ‘de meest intieme, humane hervertelling van Medea tot nog toe.’ Gaat dat lezen.

    Klare lucht zwart
    Auteur: David Vann
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    God speelt drieband

    Herman Leenders (1960) is een Vlaams dichter en prozaïst die met God speelt drieband, zijn achtste uitgave publiceerde, waarvan vijf dichtbundels. Als prozaïst debuteerde hij met een verhalenbundel, waarna de novelle De echtbreukeling verscheen dat toentertijd op ‘Recensieweb’ een wondermooi boek werd genoemd.

    In God speelt drieband volgen we Karl die tot over zijn oren verliefd wordt op Katrien, de mooiste vrouw die hij tot dusverre heeft gekend en bemind. Met haar neemt zijn leven een nieuwe vlucht, waar hij in het geheel niet op voorbereid is. Door de ijle hoogten die hij aldus bereikt, is hij veroordeeld tot een onvermijdelijke neergang. Meer valt er niet over te zeggen dan dat het verhaal wat zweverig overkomt. Maar een recensie zal binnenkort meer uit de doeken kunnen doen. Tot zover.

    God speelt drieband
    Auteur: Herman Leenders
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Een hondenleven – maar wel een mooi hondenleven

    Een hondenleven – maar wel een mooi hondenleven

    ‘Een juweel van een boek, dat gaat over het leven en dood; over geloof, hoop en liefde, en over de twijfel aan de zin van dat alles. En dat geschreven in een stijl die ruimte biedt voor ironie, wrevel en melancholie. Wie wil er nog méér?’ 

    Dit schreef ik in mijn tijd als NRC-recensent over Koos van Zomerens Het Verhaal uit 1986. Het was des schrijvers 16e publicatie. Sindsdien verschenen van hem nog meer dan 40 titels.

    Begonnen als journalist en bevlogen communist en socialist (mede-oprichter  van de SP, na vijf jaar nam hij afstand van de partij) is de nu 70-jarige Van Zomeren al meer dan de helft van zijn leven fulltime schrijver.
    Hij is ook een verwoed wandelaar. De natuur heeft zijn grote belangstelling en veel van zijn werk gaat daar ook over. Sterker nog, als het eigenlijk over iets anders gaat, sleept Koos van Zomeren er altijd wel een observatie bij over de natuur ter plekke, een plant of een dier (‘De ontlasting van gieren is verbazingwekkend genoeg volkomen steriel’), een berg of een dal, een water of een lucht. En dankzij zijn fragmentarische vertelstijl kan hij zich dat ook permitteren.

    Van Zomeren bewandelt zijn verhalerspad met vaste tred, maar kijkt voortdurend om zich heen en stopt geregeld voor een herinnering, een anekdote, een moment van bezinning.
    En zo schreef hij ook Alptraum (het Duits voor nachtmerrie), over het leven en de dood van zijn hond Stanley. Honden van 14 zijn bejaard, maar een terrier blijft ook dan een terrier en Stanley zag een gems in de bergen bij Grindelwald (Zwitserland), ging op jacht en viel 70 meter naar beneden. Zijn baas bedroefd en met schuldgevoel achterlatend: was ik die dag maar niet met Stanley op pad gegaan, had ik maar niet zoon Jan meegenomen die nog een stukje verder wilde, had ik maar beter opgelet. Ook de tocht met de stervende Stanley van dierenkliniek naar dierenkliniek laat de schrijver niet los. Had het anders gekund, had het anders gemoeten?

    ‘In de auto, eerst in Grindelwald, later onderweg naar Interlaken, heeft Stanley nog twee keer een keel opgezet. Hartverscheurend. Maar of dat ook betekent dat hij pijn had, of dat hij zich van zijn ellende bewust was? Ik meen zelfs dat hij begon te worstelen om zich los te werken (al die tijd ruggelings bij Jan op de arm) – maar dat kan eigenlijk niet; of dat begrijp ik niet: hoe een hond met uitgebreide verlammingsverschijnselen kan beginnen te worstelen.’

    In 2004 verscheen Het complete Rekelboek, over Van Zomerens vorige hond  Rekel die veelvuldig in zijn NRC-column optrad. Het was en is een bestseller bij hondenliefhebbers. Van Zomeren was niet van plan ook over Stanley een boek te vullen. Maar het verdriet over de dood van de hond en alle herinneringen die dat opriep leidden vanzelf tot het maken van notities en het maken van notities vanzelf tot dit boek. Ook in Alptraum zullen veel hondenliefhebbers zich herkennen. Maar hopelijk vindt het boek ook andere lezers. Dat is het waard.

    Van Zomeren – inmiddels 70 – vraagt zich in het verhaal meermalen af of het zin heeft een nieuw hondenleven aan het zijne te binden. Want hoeveel jaar heeft hij zelf nog te gaan? En wat zal er met de hond gebeuren als hij eerder overlijdt?  Een google-onderzoekje leert dat hoe groter een hond is, hoe korter hij leeft. Een Great Dane (Duitse dog, leeftijdsgrens 6 – 8 jaar) zou dan de beste keus zijn. Maar Koos van Zomeren is – meldde hij zelf – digibeet en googlet dus niet. Uiteindelijk werd het toch weer een border collie meldt hij aan het slot van Alptraum. Er zit voor Koos van Zomeren nu niets anders op dan minstens 84 te worden.  En hopelijk doet hij dat schrijvend.

     

     

     

  • Bladlof

    Bladlof

    Er was eens een tijd dat de nacht pikzwart was en de nachthemel een fonkelend schouwspel dat met stomheid sloeg. Vrees en verwondering hielden de mens in hun greep, een besef van volstrekte nietigheid en kosmische verbondenheid tegelijk:

    Als uw hemel ik zie – uwer vingeren werk,
    Maan en sterren die gij daar stelde,
    Wat is dán de mens dat gij acht op hem slaat.

    (Psalm 8, vertaling Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde)

    Die tijd ligt achter ons en komt nooit meer terug. De hemel boven Nederland zien wij ’s nachts als door een smerig venster. U kunt uw vakantiebestemming kiezen op grond van de afwezigheid van lichtvervuiling, en dan nog krijgt u slechts een flauwe afspiegeling te zien van de sterrenhemel die de psalmdichter voor ogen had.
    Alleen op volle zee bestaat het nog. Cees Nooteboom zei eens in een interview: ‘Als ik midden op de Stille Oceaan aan de reling sta en naar de sterren kijk, vraag ik me niet af of ik nog kauwgom heb’.
    Is er iets anders dat ons diezelfde ervaring van overweldigende grootheid kan bieden? Iets dat onze aandacht van kauwgom naar de kosmos leidt? Al het water in de zee, alle zandkorrels op het strand? Maar die zijn zo weinig ‘aanwezig’, zo gemakkelijk te negeren.

    Ik stel voor: boomblaadjes.
    Kijk even uit het raam. Geheid dat u blaadjes aan de bomen ziet. Vijf maanden geleden waren ze nergens te bekennen. Dat alleen al geeft reden tot verwondering. Hoezo ‘doodgewoon’. Hoeveel blaadjes zien wij op een dag? En hoeveel bomen zouden er eigenlijk in heel Nederland zijn? Daar zijn cijfers over. Vraag me niet hoe de geleerden het hebben klaargespeeld – een bron van verwondering op zichzelf – maar de teller stond een paar jaar geleden op 3.040.288.194.283 bomen ‘van meer dan tien centimeter dik op borsthoogte’ op onze hele planeet. Dat zijn er dus ruim 3040 miljard. Daarvan staan er 344 miljoen in ons land. Er zitten natuurlijk ook naaldbomen bij. (Deze cijfers komen uit ‘Nature’ en op YouTube vindt u er een filmpje over. Bedenk wel dat er jaarlijks wereldwijd 15 miljard bomen verdwijnen door menselijk toedoen.)

    Maar hoeveel blaadjes heeft nu een boom? In Het bomenboek van Koos van Zomeren lees ik: ‘Een beetje beuk heeft er 300.000’. De schrijver zegt dat in een passage waarin hij zijn licht opsteekt bij een bomenprofessor uit Wageningen. Natuurlijk is niet elke boom ‘een beetje beuk’ maar het geeft een indruk.
    Sta er even bij stil. Het rekenwerk laat ik graag aan u over. Begint het u te duizelen? Hier past slechts één woord: ‘ontzaglijk’. Want daar gaat het hier over: ‘ontzag’. Is het niet verbijsterend dat dit verschijnsel zich jaar in, jaar uit aan ons voordoet? Is het niet bizar dat het zich rondom ons afspeelt zonder dat we erbij stilstaan? In Japan is het bloeien van de kersenbomen aanleiding tot ingetogen feestelijkheden. Protestanten kennen een ‘Dankdag voor het gewas’. En het Jodendom heeft Toe Bisjvat, het ‘Nieuwjaar der bomen’.

    Er zou veel te vertellen zijn over de rol die boomblaadjes spelen in de Nederlandse poëzie, van het blad als vanitas-symbool bij Adriaan Roland Holst tot het ’doodgewone’ boomblad bij Chris van Geel.
    Het mooiste bladgedicht is echter van de grote Guido Gezelle. Bij hem is een blaadje op het water een beeld van de eenheid tussen ziel en godheid, uitdrukking van het zelfde kosmische besef als van de psalmist:

    Zoo rompelend en zoo rimpelend
    als water
    Zoo lag ’t gevallen bladjen op
    het water
    En m’ ha’ gezeid het bladjen ende
    ‘et water
    ’t En was niet ’t een een bladje en ’t an-
    der water
    Maer water was het bladje en ’t bla-
    dje water
    En ’t viel ‘ne keer een bladjen op
    het water