• Zomerlezen – Beste dikke boekenlijstje

    Geheime kamers

    Jeroen Brouwers’ Geheime kamers verscheen in 2000 en is in mijn ogen een meesterwerk, een van zijn beste boeken. De compositie van het verhaal, de taal waarin Brouwers het verhaal vertelt, zijn imponerende stijl, de metaforen en verwijzingen die hij gebruikt, de spanning die hij weet op te roepen, maken het lezen van dit boek tot een genotvolle tijdpassering. Het mooie is dat hij van een tamelijk simpel en een in de literatuur veel behandeld thema – de relatie tussen een man en een vrouw, in dit geval twee echtparen – een rijk boek weet te maken.

    In veel boeken van Brouwers komen zijn hoofdpersonen in situaties terecht waarin ze eigenlijk niet willen zijn: een lift die vastzit, een huwelijk dat eigenlijk voorbij is, een vader wiens kind eerder doodgaat dan hijzelf, een grijsaard die tegen zijn zin een cruise maakt over de Middellandse Zee. Ook in dit boek is de hoofdpersoon een deerniswekkend figuur die niets dan ellende ontmoet in zijn leven. Hij vindt zichzelf een non-valeur maar van alle figuren in het boek is hij eigenlijk de enige die deugt. Al doet hij steeds de verkeerde dingen op de verkeerde momenten maar weet toch te overleven.

    Brouwers weet dit verhaal zoveel breedte en diepte te geven, dat het uiteindelijk gaat om de fundamentele existentie van de mens, zijn moraliteit en zijn lust tot al dan niet te willen leven.

     

     

    Geheime kamers
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Olympus

    De lijfarts

    Maria Stahlies De lijfarts verscheen in 2002; het is nog steeds een boek dat het lezen meer dan waard is.

    Het knappe van Maria Stahlie vind ik haar veelzijdigheid als romancier. Ze schrijft prachtig, componeert consciëntieus, met veel oog voor detail (schept er een genoegen in om met getallen te spelen en er een symbolische betekenis aan te geven) en tekent in heldere stijl scherpe psychologische portretten van haar personages, die tot op zekere hoogte worstelen met het leven.

    De lijfarts is een van haar mooiere boeken, vooral omdat het verhaal je in alle opzichten zo weet te boeien dat het je niet meer loslaat. Wanneer je De lijfarts hebt uitgelezen, vind je Egidius vast ook heel mooi.

     

     

    De lijfarts
    Auteur: Maria Stahlie
    Uitgeverij: Prometheus

    Het achtste leven (voor Brilka)

    Nino Haratischwili’s, Het achtste leven (voor Brilka), verscheen in 2014; een familie epos over acht levens uit zes generaties van de familie Jasji, in één ruk uit te lezen, althans als je even de tijd hebt. Het verhaal over deze familie uit Georgië speelt zich af in Rusland en beslaat de hele twintigste eeuw. Het knappe is dat de persoonlijke lotgevallen van deze familie ingebed worden in de politieke en sociale ontwikkelingen in Rusland, met name de jaren waarin Stalin aan het bewind was. Daarmee stijgt het ver uit boven het afzonderlijke leven van de diverse familieleden maar laat het ook zien welke invloeden die ontwikkelingen hebben op hun levens. Mooi geconstrueerd en prachtig beschreven door Brilka, de jongste telg uit het geslacht Jasji. Van haar wordt verwacht dat zij haar leven pas inricht nadat zij kennis heeft genomen van de levens van de voorgaande generaties. Haar tante Nitsa vertelt haar daarover en wij mogen meelezen.

    Een heerlijk boek om je in te verliezen.

     

     

    Het achtste leven (voor Brilka)
    Auteur: Nino Haratischwili
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Goudzand

    Wanneer je deze drie boeken uit hebt, wacht nog een mooi boek: Konstantin Paustovski, Goudzand bevat korte verhalen, dagboeken en brieven van de schrijver die nog niet eerder zijn gepubliceerd. Zijn zesdelige autobiografie De geschiedenis van een leven is één van de mooiste boeken uit de twintigste eeuw. Dan vraag je je af of daaraan nog iets kan worden toegevoegd: ja, dat kan dus! In Goudzand vertelt Paustovski de geschiedenis van Rusland vanaf de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren 60. Deze geschiedschrijving lardeert hij met ontroerende brieven aan zijn vrouw, vrienden en collega-schrijvers. Hij moet ook oppassen met zijn publicaties omdat het Russische regime na de Tweede Wereldoorlog de kritiek van schrijvers op de Russische politiek en maatschappij niet duldde. Paustovski schreef kritische brieven aan Brezjnev en de partijtop wanneer er weer een collega werd gedwarsboomd in zijn werk of gevangen genomen werd.
    Een schitterend boek, prachtig geschreven, intrigerend om te lezen.

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  • Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

    Vertaling jeugdwerk Paustovski herzien

    Konstantin Paustovski  (1892-1968) staat de laatste jaren weer volop in de belangstelling. In 2016 verscheen Goudzand. Verhalen, dagboeken, brieven. Begin 2017 is het eerste van drie delen van zijn hoofdwerk Het verhaal van een leven verschenen in de Russische bibliotheek van Van Oorschot. Eerder, tussen 1967 en 1984, bracht de Arbeiderspers dit werk al uit, in zes delen Privédomein. Wim Hartog is de man die Paustovski een Nederlandse stem heeft gegeven. Wim Hartog vertaalt niet alleen met grote toewijding het werk van zijn geliefde auteur, maar is ook verantwoordelijk voor annotaties en aantekeningen. Een citaat uit een artikel van Bert Wagendorp (de Volkskrant, 25 juni 2016) naar aanleiding van het verschijnen van Goudzand: ‘Als ik soms de Nederlandse Paustovski word genoemd, dan is dat voor mij geen aantasting van mijn ego, maar een geuzennaam.’

    Autobiografische roman
    Hartog tekent ook voor de vertaling van Paustovski’s eerste, sterk autobiografische roman, De romantici. Hij vertaalde het werk voor het eerst in 1995, een tweede druk is uit 2000. De derde herziene druk  (februari 2017) vult hij aan met aantekeningen en verwijzingen naar foto’s en brieven in Goudzand. 

    De oorspronkelijke titel van De romantici luidt Romantiki, roman. Bij de Nederlandse vertaling ontbreekt de ondertitel roman. Het boek bestaat uit drie hoofdstukken – Het leven, Hoe het begint en hoe het eindigt en Grauwe oorlogsdagen. Ter afsluiting een nawoord van Paustovski’s zoon Vadim en aantekeningen van de vertaler.

    Zwerversbende
    In Het leven maken we kennis met de studenten, Aleksej, Stasjewski, Garibaldi en Maksimov. Zij brengen het advies van hun leraar Duits op het gymnasium, ‘de oude Oskar’ in praktijk: ‘Conformeer je niet! Ga rondtrekken, wees een zwerver, bemin vrouwen, maar loop in een grote bocht om gevestigde burgers heen.’ Zij trekken als een ‘zwerversbende’ van stad tot stad. Uit hun lijflied: ‘Ons leven gaat van kroeg tot zee / van zee tot nieuwe havens. / In roezemoezige cafés, / Aan wodka overgoten tafels, / Verzuipen we ons wel en wee, / De nacht verscheurt aan ochtendrafels.’

    Maksimov is de schrijver van het stel, ‘de personificatie van Paustovski’, aldus Vadim Paustovski. Deze Maksimov beschrijft de havens, de zee, de oude kapiteins en hun verhalen en de kroegen van bekende en onbekende plaatsen op de Krim aan de Zwarte Zee.  Het is de tijd van stoomboten en straten met gaslantaarns, kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Maksimov noteert zorgvuldig zijn indrukken van de stadjes en de zee. ‘De zee aan het einde van de tuin was als met melk volgegoten. De bladeren vielen. In de schemering van de grauwe hemel begonnen de gloeikousjes van de lantaarns te sissen en op de schepen gingen sobere lichten aan. De avond was duifgrijs, droevig en erg vochtig.’

    Op een avond ontmoet de schrijver in een van de kroegen een ‘wonderschoon’ meisje. Hij kende haar al van toen zij nog ‘een jong meisje’ was. Via haar krijgt de lezer een beeld van Maksimov: ‘Aan alle mannen zit wel een hoekige kant. Als je je eraan stoot, dan doet het pijn. U heeft zo’n kant niet. U bent anders. Iedereen voelt dat in u. Het komt maar zelden voor dat mensen echt kijken. Of ze staren je aan of hun blik glijdt langs je heen. Maar uw blik is rechtuit en kalm, alsof u iets zoekt wat anderen niet zien.

    Maksimov schrijft dat het lijkt alsof hij van haar begint te houden. Op een bijzondere avond, als er ‘zodiakaal licht’ boven de zee te zien is, vraagt hij haar of zij weet wanneer er eerder zulk licht te zien was… Ze moet hem het antwoord schuldig blijven. Maksimov: ‘In de nacht dat Dante Beatrice ontmoette.’ Chatidze noemt hem daarop een ‘mooiprater’. Maksimov verbaast zich erover dat er liefde in zijn leven is gekomen: ‘Op de een of andere manier vloeide alles dooreen: de lege tuinen, de zon boven de zee, het blauwe water, de rode bakken van de schoeners, de vreugde voortdurend zilte mist in te ademen… Boven dat alles rees de steeds sterker wordende liefde voor Chatidze uit.’  

    De combinatie nabije liefde en schrijven is voor hem geen gelukkige. Hij voelt dat hij afscheid van haar moet nemen: ‘Ik moet weg. Dan wordt mijn smartelijk verlangen naar Chatidze nog sterker en zal zij mij helpen met schrijven. Ik vraag mijzelf af of ik al voldoende heb geleden om schrijver te kunnen zijn.’ Daarop vertrekt hij naar Moskou. Chatidze blijft achter op de Krim.

    Moskou
    Het contrast met het zuiden had niet groter kunnen zijn. In Moskou is het winter. ‘Alles was onvriendelijk’, schrijft Maksimov, ‘In plaats van menselijke gezichten zag je bivakmutsen, in plaats van vrouwelijke lichamen vormeloze sleetse overjassen. Dit riep een gevoel van droefenis op maar daar groeide ik van en er schoten mij steeds vaker nieuwe, sterke ideeën te binnen.’ In zijn eenzaamheid komt hij weer tot schrijven. Hij werkt aan zijn boek dat Het leven moet gaan heten. Aan zijn vriend Semjonov legt hij uit waarover het moet gaan: ‘In het leven van eenieder – van onbekend tot groot, van ongeletterd tot gecultiveerd – schuilt altijd een schrijnend verlangen naar een ander, vreugdevoller bestaan. Daardoor wordt het verlangen naar het paradijs, naar het beloofde land geboren en ontstaan de droombeelden van dichters, de stelsels van filosofen en een van tijdperk naar tijdperk overlopend smachten naar onbereikbare oorden.’ 

    Chatidze is op afstand. Ze onderhouden weliswaar briefcontact, maar hij is desondanks bang haar te verliezen. Die angst lijkt bewaarheid te worden als hij Natasja, het zusje van Semjonov ontmoet. Zo komt Maksimov tussen twee vrouwen in te staan – Chatidze in het zuiden en Natasja in het noorden. Voor beiden koestert hij een sterke liefde. Aan Chatidze schrijft hij vanuit Moskou dat hij van zijn anker is geslagen: ‘Ik hou van u en van haar en begrijp niets van dit leven.’

    Polen
    Het laatste hoofstuk speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog. De vriendengroep is uit elkaar gevallen. Maksimov weet niet of hij hen zal terugzien. Hij is als ziekenbroeder gedetacheerd aan het front in Polen. Hij ziet de verschrikkingen van de loopgravenoorlog, de lijken van soldaten en paarden in de rivier. De oorlogsbeelden zijn ook zichtbaar in zijn natuurbeschrijvingen: ‘Verkoolde wilgen staken hun zwarte reusachtige armen naar de regenachtige hemel op.’  En: ‘De opgezwollen verstijfde lijken van paarden verhieven al hun vier poten hemelwaarts, alsof zij om genade smeekten.’ En: ‘In het westen smeulde de zonsondergang als een bloedige wond.’ Het zijn droefgeestige grauwe dagen. Tijdens een beschieting noteert hij: ‘Ik ben op het kruis geslagen van deze vervloekte grauwe oorlogsdagen, deze lange entractes voordat er totale verstandsverbijstering optreedt.’  Een van zijn romanfiguren laat hij verzuchten: ‘Wie heeft in hemelsnaam die oorlog bedacht? Daar heeft toch zeker niemand iets aan!’

    Dorst naar het leven
    Liefde en schrijverschap zijn de belangrijkste thema’s in De romantici. De liefde voor het leven en voor twee vrouwen. Deze liefdes, het lijden en de af en toe opduikende melancholie, heeft hij nodig voor zijn schrijverschap. Uit de briefwisseling met Chatidze blijkt dat ze hem aanmoedigt te schrijven. Hij kan verwoorden wat zij niet kan. Ze schrijft: ‘U schrijft over de dorst naar het leven. Hetzelfde overkomt ook mij nu, alleen ben ik niet in staat het te beschrijven.’ Natasja zegt iets soortgelijks over zijn schrijven: ‘Jij moet honderden mensen vreugde schenken.’

    In het nawoord schrijft zoon Vadim over de biografische achtergronden van De romantici. Alle hoofdpersonen hebben echt bestaan. Paustovski heeft heel zijn leven gebalanceerd tussen ‘echt en verzonnen.’

    In deze autobiografische roman zijn de natuurbeschrijvingen het sterkst. Hierin is de latere Paustovski al zichtbaar, de schrijver die vooral bekend is geworden door zijn natuurevocaties. In dit jeugdwerk blijft schrijver Maksimov enigszins op de achtergrond; alle gebeurtenissen lijken hem te overkomen. Vadim wijst erop dat zijn vader niet ingaat op de ‘psychologische complicaties’ van de liefde voor de twee vrouwen. Hij gebruikt deze liefdes als ‘stimulans voor zijn creativiteit.’

    Fijn dat Paustovski-vertaler Wim Hartog De romantici heeft herzien. Zijn vertalingen zijn goed verzorgd, met verrassende vondsten, zoals rinkinken (‘De trein stoof voort terwijl de koppelingen rinkinkten’), sproos, betekenis: ruw, gebarsten (‘Mijn lippen waren sproos’) en sit / sitsen (‘jurken van sits’ / ‘sitsen jurken’). Het boek is een welkome aanvulling op de eerdere Paustovskivertalingen.

    Tot slot een advies van Natasja: ‘Stop nooit brieven van geliefde vrouwen tussen de bladzijden van een boek.’

     

     

  • Schilder van de tinten van de menselijke ziel

    Schilder van de tinten van de menselijke ziel

    ‘Helaas ben ik alleen in het schrijverschap echt wie ik ben (…) Ik voel mij bijna voortdurend een vreemdeling in dit harde en onvriendelijke leven, en heel vaak hulpeloos’. Die zelfbespiegeling schrijft Konstantin Paustovski (1892-1968) in een brief van 13 december 1946 aan Tanja Jevtejeva, zijn derde vrouw. Het citaat is een krachtige samenvatting van zijn leven. Dat stond geheel in dienst van zijn schrijverschap en was getekend door de twee wereldoorlogen, de Russische Revolutie en daarop volgende burgeroorlog, maar ook door censuur, armoede, papierschaarste, geldgebrek en ziekte (astma en aan het eind van zijn leven hartfalen). Toch was het een leven vol reizen, aandacht voor schoonheid en verliefdheden. Maar vooral: prachtige vertellingen.

    Veel lezers van zijn zesdelige Verhaal van een leven weten dat al. Toen de Arbeiderspers ze tussen 1967 en 1984 in de reeks Privé-domein uitgaf, bleken ze ook in Nederland diepe indruk te maken.
    En nu is er Goudzand, een verzameling dagboekfragmenten, brieven aan zijn vrouwen, kinderen en vrienden, journalistieke stukken en enkele verhalen. Voor wie de zes delen Privé-domein nooit las, een uitstekende kennismaking met de veelzijdigheid van Paustovski en voor wie dat wel deed een prachtige achtergronddocumentatie en uitnodiging om de autobiografische verhalen nog eens te herlezen. Dat kan, want in het najaar verschijnt er een dundrukeditie in twee delen van bij Van Oorschot, die ook Goudzand verzorgde. Ook de vertaler is dezelfde: Wim Hartog.

    Zintuiglijk
    De uiteenlopende bronnen voor Goudzand maken dat het boek nogal verschillende stukken kent. Het meest opvallend zijn de verschillen in stijl. In brieven en artikelen is Paustovski vrijwel steeds de grote stilist die we ook uit Verhaal van een leven kennen: een verzorgd taalgebruik, met oog voor nuances en details, voor de schoonheid van de natuur en een bijna zintuiglijke beleving, zoals in een dagboekfragment uit 1920:

    ‘Krol [een van de troetelnamen van zijn eerste vrouw Jekaterina Zagorskaja] heeft op haar naamdag witte chrysanten gekregen. Winterse bloemen, hun vermoeide blaadjes lijken op sneeuwvlokjes. Ze zijn bijzonder mooi als ze in een koude kamer staan met ijspatronen op de ruiten. Hun bittere geur is heel droevig. Ik weet niet waarom ik aan die besneeuwde, bodemloze dagen in Moskou moet denken en aan de stem van Boema [jeugdvriendin van Jekaterina].’

    Heel anders is hij in zijn dagboeknotities. Die schreef hij duidelijk alleen voor zichzelf. Soms raak je er als lezer de weg in kwijt, zoals in dit fragment uit 1922:

    ‘Bij Njoera. Een afgelegen steegje. Een kleinburgerlijke kamer. Haar man heeft een winkeltje. Ik haalde herinneringen op aan de winter in de buurt van Kazan, aan Nikolasja Roednev en Tamara, zijn vrouw. Feuilletons van Tsenovski. Een Bulgaar. Uitgekookt. Oompje Ljonja en de huid van een jaguar. Een grammofoon bij de Brelidzes thuis.

    Geheugen
    Toch vormen ze een belangrijke informatiebron: ‘Je moet dagelijks aantekeningen maken. Anders lossen de dagen op als rook, als een rossige luchtspiegeling’, tekent hij in maart 1927 op. Vadim, de zoon van Paustovski uit zijn eerste huwelijk, haalt het citaat ook aan. Van hem is achter in Goudzand een persoonlijke terugblik opgenomen op het leven van zijn ouders. Vadim is wat verbaasd over die opmerking omdat hij zijn vader kende als iemand die op zijn waarneming en zijn geheugen vertrouwde. Maar daarvoor maakte hij die notities juist, constateert hij na wat nadenken. Zijn vader hoefde niet altijd terug te grijpen naar zijn boekjes en schriften, want het opschrijven alleen al had hem geholpen de gegevens in zijn geheugen op te slaan. Zoals een schilder schetsen en studies maakt voor hij aan zijn doek begint.

    In Over aantekeningenboekjes en het geheugen, verhaal 28 uit Onrustige jeugd (het tweede deel van Verhaal van een leven), bevestigt Paustovski dat. Hij levert daarin meteen de titel voor Goudzand: ‘Voor een schrijver is het geheugen bijna alles. Het opgespaarde materiaal wordt er niet alleen maar opgeslagen. Het meest waardevolle wordt er als in een toverzeef achtergehouden. Stof en molm vallen erdoor en worden door de wind weggevoerd en slechts het goudzand blijft achter.’

    Geuren, stemmen, kleuren
    Naast de stijlverschillen tussen brieven, verhalen en dagboeken valt ook de rijke variëteit aan toonzettingen op.
    Er is de romantische Paustovski die zijn eerste vrouw Jekaterina in 1916 schrijft: ‘Kinderen geloven op hun eigen, kinderlijke manier in God. In hun geloof schuilt een bijzondere schoonheid en betovering. De grote schoonheid ervan is dat ze van God houden en deze herkennen in moeders stem, in de geur van appels, in de doorzichtigheid van water en in het lichtschijnsel van de olielampjes bij de iconostase, ja eigenlijk in alles. God onthult hun alles en verleent hun tere, tedere leven een bijzondere kracht. Ik hou van jou net zoals kinderen in God geloven.’

    Er is de introspectieve Paustovski, bijvoorbeeld in zijn dagboek in 1920: ‘God heeft mij op aarde gezet met een gave voor kleuren. Daarom ben ik kunstenaar. Ik voel heel scherp de nuances en stemmingen van de dagen, ondanks mijn bijziendheid. Ook de tinten van de menselijke ziel voel ik aan. Als ik schrijf, zet ik de woorden neer als penseelstreken, als verf op een doek, en zelfs mijn gedachten zijn kleurschakeringen, soms bleek, soms dieprood, maar het meest van al goud of met een gouden gloed, vervuld van warmte van binnenuit.’ (Je zou bijna zeggen dat Paustovski een synesthetisch brein had).

    Sparrenbossen
    De invoelend observerende schrijver is hij ook, zoals in het korte essay over de naïeve schilder Niko Pirosjmanisjvili, getiteld Het leven op een tafelzeiltje (pagina 252).

    En de sarcast, bijvoorbeeld wanneer hij op 6 mei 1943 over Russische ambtenaren schrijft: ‘Het is een ongelooflijke rompslomp met de paperassen om je vertrek te regelen. Alles gaat vreselijk langzaam omdat er bij alle instanties, naast een permanente rechtsverdraaiing, enorm lange lunchpauzes bestaan die ook nog eens op heel verschillende tijdstippen plaatsvinden. Bovendien zijn de klerken al een uur voor de lunch ontoerekeningsvatbaar vanwege het vooruitzicht van voedsel en na het eten ook nog omdat hun verwachtingen niet zijn uitgekomen.’

    En de ontroerende Paustovski is er, zoals hij zich in 1959 zijn ontmoeting met en afscheid van Lydia Delectorskaya (de in Parijs wonende Russische, die zijn werk vertaalt in het Frans), herinnert: ‘“Komt u een keertje naar Rusland”, zei ik tegen Lydia Nikolaevna, “al is het maar om te horen hoe bij ons de sparrenbossen ruisen.’”.

    Tenslotte de geëngageerde Paustovski in een journalistieke brief aan zijn lezers in Amerika uit 1960: ‘Schrijvers hebben onder meer als taak voor de mensen heel de glorie, schittering en verwondering te laten zien van het echte leven dat vaak schuilgaat achter verminkingen, toegebracht door beestachtig optreden van de mens.’

    Vlekken
    Dat wilde Paustovski: kijken in de ziel. Hoop bieden in een soms wanhopig ontsporende wereld.
    Goudzand staat vol van voorbeelden daarvan.

    Maar is er dan helemaal niets negatiefs over deze uitgave op te merken? Toch wel. Een boek als dit kan niet zonder goede namenlijst, zonder verklarende noten en zonder tijdlijn. In alle drie is voorzien. En ze zijn een welkome toevoeging. Helaas grijpt de lezer daarin echter meerdere keren mis. Wat zou het verder mooi zijn geweest als een overzichtskaart opgenomen was van alle plaatsen waar Paustovski werkte en woonde.
    Maar dat verhoudt zich allemaal tot de schrifturen van Paustovski zelf als de inktsmetjes op een vel papier met een prachtige tekst van hem. Of zoals hij zich onder een brief uit februari 1961 aan een ex-studente verontschuldigde:

    ‘Excuses voor de vlekken.
    Komt door een amandelblad.’

    Zelfs van zo’n ontsierend detail kon hij nog de schoonheid verwoorden.

     

  • Oogst week 25

    De goedheid van vreemden

    Van de Argentijnse schrijfster Claudia Piñeiro (1960) zijn in Nederland inmiddels een paar boeken verschenen, maar erg bekend is ze hier nog niet. In eigen land zijn haar boeken populair en won ze er diverse prijzen mee.

    Nu is van haar De goedheid van vreemden verschenen waarin een vrouw na twintig jaar terugkeert naar Buenos Aires. Ze is iemand anders geworden: haar uiterlijk, haar stem, zelfs haar voornaam. Zullen de mensen die haar gekend hebben beseffen wie ze voor zich zien? En zal híj haar herkennen? Mary Lohan oftewel Marilé Lauría oftewel María Elena Pujol keert terug naar de plek waar ze een gezin had – tot ze besloot te vluchten. Waarom keert ze nu terug en waarom vluchtte ze destijds als een dief in de nacht?

    … ‘Nu, vandaag, in dit vliegtuig dat me terugbrengt naar de plek waar ik ben weggegaan, heb ik vier foto’s bij me: die drie en eentje waarop ik met Robert sta, voor ons huis. Maar ik kijk er ook niet naar. Ik heb ze bij me, dat is alles, ik weet niet eens goed waarom eigenlijk.’

    De goedheid van vreemden
    Auteur: Claudia Piñeiro
    Uitgeverij: Uitgeverij Atlas/Contact

    De moeder van Ikabod

    Na Magdalena, waarin ’t Hart over zijn moeder schreef, verschijnt nu De moeder van Ikabod, een bundel met luchtig vertelde, autobiografische verhalen aan de hand van zijn bekende thema’s. De liefhebbers van ’t Hart kunnen hun hart ophalen. Ogenschijnlijk alledaagse gebeurtenissen zoals de verkoop van een huis, een plechtige uitvaart, een kerkdienst, een ontmoeting op een treinstation, een bezoek aan de markt of een casino pakken tragikomisch uit. Of soms juist beklemmend, zoals in ‘De beroving’ of ‘De stiefdochters van Stoof’.

    De moeder van Ikabod
    Auteur: Maarten 't Hart
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    Goudzand

    En dan blijkt er ook nog voor Nederland onbekend werk van Paustovski te zijn! Vertaler Wim Hartog vond het in o.a. het Russisch Verzameld werk en vertaalde het voor Uitgeverij van Oorschot. Zeshonderd pagina’s persoonlijke geschriften waarin Wim Hartog Paustovski de ongelofelijke geschiedenis van diens eeuw laat vertellen.

    Het is voor mij reden om Verre jaren uit de kast te pakken en het eerste hoofdstuk ‘De dood van mijn vader’ te herlezen.

    ’s Nachts hoorden we iemand die aan de overkant van de rivier met een lantaarn stond te zwaaien, met lange uithalen roepen. Ik ging met oom Ilko naar de waterkant toe. De rivier bulderde en bruiste als een ijzige waterval over de dam heen. Het was in het holst van de nacht en pikdonker. Geen ster stond aan de hemel. De prikkelende koelte van het wassende water en van de dooiende aarde streek langs ons gezicht. Aan één stuk door werd er aan de overkant geroepen en met de lantaarn gezwaaid maar de woorden gingen verloren in het donderende lawaai van het woedende water.’ 

    Het is moeilijk om niet de hele middag door te blijven lezen…

    Uitgeverij van Oorschot noemt het verschijnen van Goudzand: ‘Voor de kenner een feest, voor wie nu met Paustovski kennismaakt een uitermate overtuigende inkijk in het werk van deze schrijver van wereldformaat.’

    Ik noem mij geen kenner van Paustovski, maar hem lezen is inderdaad een feest!

     

     

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Onbekend werk Konstantin Paustovski

    Onbekend werk Konstantin Paustovski

    Maandag 27 juni wordt er in De Balie onbekend werk van Konstantin Paustovski (1892-1968) gepresenteerd. Goudzand. Verhalen, dagboeken en brieven is een zeshonderd pagina’s tellende uitgave die bestaat uit nooit eerder in Nederlandse vertaling verschenen persoonlijke geschriften, samengesteld en vertaald door Wim Hartog en opgedoken uit het Russische Verzameld werk en andere bronnen.

    Paustovski schreef met Verhaal van een leven een van de mooiste egodocumenten uit de twintigste-eeuwse literatuur waarin hij zijn eigen ervaringen paart aan de bloedigste en verschrikkelijkste episodes uit de Russische geschiedenis met een buitengemeen goed ontwikkeld oog voor het schone, het ontroerende. Hartverscheurende tragiek en hartverwarmende liefde staan in zijn werk dan ook vaak naast elkaar.

    Nu is er de ‘onbekende Paustovski’: Goudzand, bijeengebracht door vertaler Wim Hartog waarin Paustovski zijn ongelofelijke geschiedenis van die eeuw vertelt. Voor de kenner een feest, voor wie nu met Paustovski kennismaakt een uitermate overtuigende inkijk in het werk van een schrijver van wereldformaat.

    De middag bestaat uit interviews en voordracht en (onder voorbehoud) wordt er een film vertoond.

    Het aantal plaatsen is beperkt, kaarten zijn hier verkrijgbaar.

     

  • Ingenieurs van de ziel – Boek van de week

    ‘Het socialistisch realisme en de realiteit waren in een onmogelijke spagaat beland.’ Frank Westerman maakt deze opmerking bijna terloops, ergens halverwege zijn Ingenieurs van de ziel; en toch is er geen treffender samenvatting denkbaar.

    De titel van het boek van de week verwijst naar Stalins beroemde opdracht aan schrijvers: ‘De mens wordt herschapen door het leven en jullie moeten behulpzaam zijn bij het herscheppen van de ziel. Jullie, schrijvers, zijn de ingenieurs van de ziel.’ Onder leiding van Maksim Gorki moesten zij (waaronder naast Gorki vooral Platonov en Paustovski in het boek voorkomen) eenvoudige taal gebruiken en de mensen op de hoogte stellen van de grote sprong voorwaarts die Rusland onderging. Mensen moesten weten dat de socialistische heilstaat dankzij zijn industriële, technologische kennis Moeder Natuur onder controle kon krijgen. Zelfs als het een woestijn betrof, waar het bijna constant vijftig graden is en alles in een grote wolk van verdamping wegstuift. Deze plek de rode draad in het boek – is de Karakoem-woestijn in het huidige Turkmenistan. Daar was in 1847 de Baai van Kora Bogaz ontdekt, zo groot als Vlaanderen, waar dankzij de specifieke ligging zeer bijzonder zout neersloeg: glauberzout. Een prachtige kans voor Moskou om te laten zien wat er technisch mogelijk was. Er werden chemische industrieën neergezet, academici gestuurd en de jeugdafdeling van de Partij moest de socialistische boodschap gaan verkondigen. Bij aankomst kregen de kolonisten al snel te maken met een ontnuchterend feit: er was nauwelijks drinkwater. Ook hier hadden de fysische ingenieurs echter een oplossing voor: de ombuiging van vijf immense rivieren dwars door midden Rusland naar de Karakoem-woestijn.
    Dit was kort gezegd – het materiaal waar de schrijvers mee moesten werken. Vooral Konstantin Paustovski was bij het project betrokken – in 1932 brak hij door als Sovjetschrijver met de Baai van Kora Bogaz, een lyrische beschrijving van de hele onderneming. Hoe Paustovski de onmogelijke spagaat tussen realiteit en socialistische realiteit wist vol te houden, blijkt al snel als Westerman in dit boek op zoek gaat naar de bronnen: Paustovski kende de realiteit helemaal niet. Hij was nooit in de Baai geweest.

    Ingenieurs van de ziel werd vorig jaar genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en wordt binnenkort vertaald in het Engels.