• Meesterlijke vertelling

    Meesterlijke vertelling

    Elke verschuiving in de geschiedenis kent zijn kantelmoment, de overgang van het een naar het ander. Zoals bij het overkoken van melk het moment tussen warm en oververhitting niet gezien wordt (al sta je er met je neus bovenop), zo zien we veel niet. Op zo’n moment dromen we weg, drukdoende andere zaken. Life is what happens while you’r busy making other plans.’ Geloven dat het allemaal wel zal meevallen. Omdat je er niet aan wilt dat wat jij niet wilt, toch geschiedt. Zo trekt Poetin triomfantelijk met zijn zelfbenoemde vredesmissie gebieden binnen waar hij niets te zoeken heeft. En ik deed het ook, terwijl het nieuws gonsde, liet ik me bekoren door een verhaal. Een prachtig verhaal, een meesterlijke vertelling, om het idee, de constructie. Over een jongeman die vorig jaar, terwijl hij in schrijversresidentie was op de Cité Universitaire Paris, in een secretaire op zijn kamer een ‘geparfumeerde’ brief, gedateerd 06/08/1986 van ene Gambetti Lodizio vond.

    Deze Lodizio, zoon van een Nederlandse non en een Milanese klokkenmaker, was in 1986 schrijver in resident in dezelfde kamer als de jongeman in 2021. De brief richt zich tot de in Rome wonende ‘Sig. Murau’, zijn literaire leermeester. ‘Beste Murau,’ schrijft Lodizio, ’Toen ik nog een internaatskind was, prees ik de dagen waarop de regen tegen mijn zolderraam sloeg. Gehuld in een liturgisch dekbed voerde ik een dankregendans uit. Ik hoefde met regen niet naar buiten. Ik hoefde niet te spelen met andere kinderen.’ Waarna Lodizio de omgeving, die hij vanuit zijn raam beziet, en het gedrag van de mederesidenten beschrijft, ‘De andere schrijvers (…) vulden hun verblijf in met veldonderzoek in de stad. Elke dag zag ik (…) een opgewonden polonaise voorbijtrekken van residenten die gebroedelijk elkaars ruggen als ondergrond gebruikten voor hun notitieboekjes.’ Lodizio voelt angst en schaamte opkomen bij de gedachte dat hij zich onder de mensen zou moeten begeven. Een goed schrijver heeft zich immers enkel te verhouden tot zijn werktafel. Maar het waren de tijden van engagement, verhalen die op straat lagen.

     ‘Ik slenterde naar mijn kamer, Murau. Daar probeerde ik mezelf aan mijn bureau al schrijvend op een terras te fantaseren’. En later: ‘Als schrijver zal ik dan ook wel uit de tijd zijn. De contemporaine schrijver mag blijkbaar niet meer uit woorden bestaan, maar moet van vlees en bloed zijn. Hij wordt op podia gesleurd, weg van zijn natuurlijke habitat; het bureau en de witte muur, waarop zijn ogen de beelden projecteren die hij optekent. Daar staat de echte schrijver op het podium, zijn handen vastgeklampt aan het katheder.’ Lorizio schrijft over het ‘Bal masqué’ waartoe het schrijversleven verworden is. ‘Op de gang spotte ik een actrice, die ook de rol van schrijfster op haar naam had staan. Een rol die ze zo goed speelde dat ze een toegangskaartje tot de residentie had veroverd.’ Dit alles geschreven in de lijdzame vertelsfeer van Le grand Meaulnes. Deze brief stuurde de vinder naar de redactie van Kluger Hans, die deze plaatste. Maar belangrijker is te weten dat donkere regendagen en schrijvers samengaan. Je afvraagt, wanneer was dat kantelmoment dat een schrijver zijn werk niet meer genoeg was eigenlijk?

     

     

    Let wel: dit verhaal ‘Brief aan Murau’ is fictie, geschreven door Daan de Jager, gelezen in het prachtig uitgegeven literair tijdschrift Kluger Hans #41, waarin nog veel meer moois staat, maar waarvan dit verhaal zich even als beste verhaal voordeed. Wat natuurlijk een zeer persoonlijke, maar geen fictieve mening is.


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft met de ramen open.

  • Oogst week 44 – 2021

    Miniapolis

    Op een ochtend komt Jonathan zijn moeder tegen in de tram. Eén probleem: ze is al vier jaar dood. Toch gaan ze samen op zoek naar het landhuis waar zijn moeder is opgegroeid. Twee andere mannen verlaten de stad gelijktijdig. Het viertal ontmoet elkaar, letterlijk en figuurlijk, en leert dat de reis niet altijd belangrijker is dan de bestemming. Rob van Essen (1963) schreef meerdere romans. Met Visser werd hij genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en met De goede zoon won hij deze prijs zelfs in 2019. Zijn nieuwste roman Miniapolis bevat dezelfde humor en vervreemding als in zijn eerdere werk.

    Miniapolis
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Dit soort kleinigheden

    De Ierse auteur Claire Keegan (1968) won verschillende prijzen voor haar romans en korte verhalen. Haar nieuwste roman Dit soort kleinigheden gaat absoluut niet over kleine thema’s. Het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig, in het katholieke Ierland. Hoofdpersoon Bill heeft een bedrijf in hout en kolen. Hij is zelf de zoon van een tienermoeder die het huis werd uitgezet. Tijdens de feestdagen bezoekt hij vanwege zijn werk een klooster waar jonge vrouwen gedwongen worden om in de wasserette te werken onder de noemer ‘heropvoeding’. Deze roman is opgedragen aan de vrouwen en kinderen hebben geleden op de plaatsen waar ongetrouwde zwangere vrouwen werden weggestopt.

    Dit soort kleinigheden
    Auteur: Claire Keegan
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Kluger Hans #41 Gêne

    Kluger Hans is een platform voor nog onbekend literair talent, zowel in woord als in beeld, waarbij woord en beeld elkaar versterken. Twee keer per jaar komt er een nieuw nummer uit. Nummer #41 is net verschenen en heeft als thema ‘gêne’, en dan vooral in de literatuur. Is gêne iets wat overwonnen moet worden of juist iets wat je kunt vieren? Daan de Jager, Jonathan van der Horst, Bas Tuurder, Nic Wouters, Daan Kogelmans, Anna Wegloop, Anke Cuijpers, Hanne Craye, Nikki Dekker, Marloes van der Singel, Sixtine Bérard, Gaël van Heijst, Farīd ad-Dīn ʿAṭṭār in vertaling van Remi Hauman, Frederick Seidel in vertaling van Mattijs Deraedt en beeldend kunstenaars Corentin Grossman en Joëlle Dubois droegen bij aan dit nummer. Het nummer is hier te bestellen.

    Kluger Hans #41 Gêne
  • Een veelzijdig tijdschrift met rijk verbeeldende bijdragen – Kluger Hans #39

    Een veelzijdig tijdschrift met rijk verbeeldende bijdragen – Kluger Hans #39

    Het twee jaarlijkse literaire tijdschrift Kluger Hans, dat zichzelf omschrijft als literair boorplatform voor opkomend en onbekend talent, gaat met zijn vormgeving de interactie met de lezer aan. Een vormgeving die immer verrassend is. Er was al eens een editie doorboord met kleine ronde gaten door de bladzijden, en een editie waarvan de cover opengescheurd moest worden om toegang tot het blad te verkrijgen. Langs de geperforeerde lijnen weliswaar, toch leverde dat voor een enkele ongeduldige lezer een gescheurde cover op. Deze editie heeft als thema algoritmes, gevaren en mogelijkheden daarvan voor de literatuur en haar lezers, worden onderzocht.

    Algoritmes zijn ‘de reflectie van jouw handelen, de sporen die je op de wereld  achterlaat: rauw en ongebundeld.’, schrijft Leonieke Baerwaldt in het verhaal ‘Atlantis’. Over hoe de data die we achterlaten, over ons denkt. Hoe het water ons aan de lippen komt, er dijken van karton geprint worden en ‘het oeverloos gepraat over wat belangrijk is en wat niet’ ons een gevoel van belangrijkheid geeft, maar de nietszeggendheid zich opdringt. Mooie tekst over een wereld waarin ‘we verdrinken’. Ze beschrijft mensen die doen alsof er niets aan de hand is, die selfies maken met het Centraal station als achtergrond’ (waar veel data van is). Baerwaldt brengt het idee dat een stad kan spreken tot leven. Luister, stelt ze voor, ‘Als je je oren spitst in de richting van het Westen dan hoor je haar zachte stem:’ “De boeken die zijn achtergelaten dobberen door mijn biblio- / theken. Ik probeer ze uit: de woorden en de zinnen. laat ze in / mijn lege ruimte zingen. Ik zeg dingen als: ‘er was eens’ en /  ‘lang geleden.’ Het klinkt hol als in een zwembad.” Bij het verhaal staat een QR-Code, middels welke het verhaal online te beluisteren is. Alsof je vanuit de bladzijden de wereld van het verhaal betreedt, het werkt betoverend.

    Lees-algoritme stickeren

    Ook zit er een stickervel in waarmee de lezer zijn eigen lees-algoritme kan bepalen door na het lezen van een tekst de bijbehorende woorden van het vel te halen en die op de cover van het tijdschrift te plakken. Daar ontstaat dan een eigen leven in de tijdlijn van de lezer, het algoritme. Na de vormgeving onderzocht te hebben – teksten zijn afgedrukt alsof ze nog in een werkdocument staan – de uitdaging een papieren algoritme samen te stellen te hebben vervuld, zijn er de woorden. De geschreven bijdragen, een verhaal, gedachte, een gedicht, zoals de bijdrage van Willemijn Kranendonk. Waar je volledig door geobsedeerd kunt raken. Zij schreef een ‘Objectief wiskundig model’,  waarin de regel ‘[[Het enige wat wij doen is het voorspellen van voorspelbaar gedrag]]’, genoeg zegt.

    Het is een spiegel die men voorgehouden krijgt, zoals uit de bijdrage van Pieter van de Walle, Sara Eelen en Sarabot blijkt. Waarvan de laatste, Sarabot, algoritmes zijn die de menselijke dichtkunst overbodig zou kunnen maken. Sarabot dicht: ‘rekken we elk punt van een kom / vormden en log zich wel / moest je delen van dagenlang / in waarde worden gedrukt / in schril contrast / met veel/ (…)’

    Verbinding tussen woord en beeld

    Joost Vormeer schreef het verhaal ‘Führerstandsmitfahrt’, dat aldus begint: ‘Stel je voor: op een ochtend in de zomer van ’95 komt Mark Henderson thuis na een lange nacht hakken in de Energiehal.’ Dit stel je je voor ,en het verhaal ontrolt zich als een trein. En een ‘Führerstandsmitfahrt’ is een treinreis met in de cabine een camera die eindeloze treinreizen opneemt, die afgespeeld wordt in de lege uren op tv. Tijdens het kijken naar zo’n treinreis ziet Mark zichzelf op een perron van een klein station in een bosrijk omgeving staan. Hoewel hij nog nooit in Duitsland is geweest, een geweldig verhaal. Jezelf tegenkomen in een wereld die uit algoritmes bestaat.

    Elk nummer worden gelinkt aan een peter en een meter die het nummer ‘onder hun vleugels’ nemen, wat een bijzonder en vertrouwenswaardig gevoel geeft, een tijdschrift onder je hoede nemen, het koesteren, behoeden en vooruit helpen. Voor deze editie zijn dat de wiskundige en filosoof Jean Paul Van Bendegem en Spoken Word kunstenaar Hind Eljadid.
    Kluger Hans vraagt van de lezer een actieve inzet, een onderzoekende geest en een combinatie van beiden, om de verbinding te maken tussen woord en beeld, tussen voor- en achterkant. Als een online-magazine maar dan op papier, een blad waar je niet zomaar doorheen bent, en dat is een heerlijkheid.

    Verder bijdragen van Ella Bronder, Lotte Loncin, Leen Pil, Lieselot Mariën, Babeth Fonchie, Kate Dejonckheere, Andrea Koll, Levi Jacobs, Arno Boey, Esther De Someer en Ramy El-Dardiry. De kunstbijdragen zijn van Karel Koplimets en Sandrine Morgante, Yasmin Van ’tVeld schreef een begeleidend stuk over hun werk .

     

    Kijk voor een abonnement en meer info op Kluger Hans

     

  • Oogst week 2 – 2020

    Vanuit het duister stralend licht

    De oogst van dit nieuwe jaar bevat twee titels uit het oude jaar, waaronder een literair tijdschrift, een nieuwe uitgave van de duizend-en-één-nacht vertellingen en de deze week verschenen roman over David Livingstone.

    Toen de Schotse ontdekkingsreiziger David Livingstone in 1873 in een klein gehucht in West-Afrika overleed, besloten zijn rouwende bedienden zijn lichaam naar de dichtsbijzijnde havenstad te brengen om hem te verschepen naar zijn thuisland voor een waardige begrafenis. Een tocht van tweeënhalf duizend kilometer wordt te voet afgelegd, het ontzielde lichaam van Livingstone op schouders gedragen. Met dit gegeven, en na veel onderzoek naar de feiten, schreef de in Zambia geboren schrijfster en advocate Petina Gappah de roman Vanuit het duister stralend licht. Ze heeft voor deze roman meer dan tien jaar historisch onderzoek gedaan, maar benadrukt dat het een roman is. In de proloog wordt op de geschiedenis vooruit gelopen: ‘Tijdens de lange, gevaarlijke tocht om hem naar huis te brengen, verloren tien leden van ons gezelschap het leven.’ Het verhaal van de tocht wordt verteld vanuit twee perspectieven, de mondige Halima en de diepgelovige Jacob.

    Vanuit het duister stralend licht
    Auteur: Petina Gappah
    Uitgeverij: AtlasContact

    De vertellingen van duizen-en-één-nacht

    De verhalen uit Duizenden-en-een-nacht zijn zo oud als de mensheid. Aanvankelijk dacht men dat de verhalen oorspronkelijk Perzisch waren. Later ontdekte men dat deze verhalen afkomstig zijn uit verschillende Arabische landen, deels van het Indiase subcontinent en uit Afrika. Het verhaal gaat dat het meisje Sjarazaad zich vrijwillig aanmeldt als een van de meisjes die koning Shahriaar elke nacht uit het volk kiest om met haar te slapen, de volgende ochtend wordt het meisje van die nacht omgebracht. Dit, omdat de koning eens bedrogen werd door zijn vrouw, wat hem niet weer zal gebeuren als hij ze steeds ombrengt. Maar Sjarazaads vertelt hem elke nacht zo’n mooi verhaal dat hij hongert naar meer. Ze houdt dit 1001 nachten vol, waarna de koning zoveel van haar houdt dat hij haar tot zijn definitieve vrouw maakt. Wat een mooi sprookje, en al haar verhalen zijn over de hele wereld heen vertaald. Richard van Leeuwen vertaalde al in de jaren negentig deze erotische sprookjes. Voor deze uitgave koos Van Leeuwen de mooiste passages die Floris Tilanus met prachtige pentekeningen illustreerde.

    De vertellingen van duizend- en-één-nacht zijn veelal liefdesverhalen, erotische passages, (imaginaire) reisverhalen en zelfs schelmenromans.

    De vertellingen van duizen-en-één-nacht
    Auteur: Gekozen en vertaald door Richard van Leeuwen
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Terras

    Het halfjaarlijkse literaire tijdschrift Terras bevat net zoveel pagina’s als waarin een goede roman verteld wordt. Deze zeventiende editie draagt het thema ‘Theater’. De redactie onderzocht wat er met een tekst gebeurt als je hem in het theater brengt. En wat je moet doen met een tekst om er theater van te maken. En vervolgens: wat gebeurt er als een toneeltekst in een literair tijdschrift verschijnt? Van Terras is bekend dat het de literaire grenzen opzoekt, eroverheen gaat, zo ook met het thema ‘Theater’. Met een niet eerder vertaalde theatertekst van schrijver Roland Barthes, De kracht van de klassieke tragedie, in vertaling van Walter van der Star. Een stuk uit 1968 van de Italiaanse auteur en filmmaker Pier Paolo Pasolini, Manifest voor een nieuw theater, vertaald door Piet Joostens, is gericht aan ‘De lezers’ en begint zo:
    ‘ 1) Het theater waar jullie op zitten te wachten zal, ook al is het volkomen nieuw, nooit het theater kunnen zijn waar jullie op zitten te wachten. Immers, als jullie op een nieuw theater zitten te wachten, dan doen jullie dat onvermijdelijk in de context van de ideeën die jullie al hebben, meer nog, iets waar jullie op zitten te wachten is iets wat op een bepaalde manier al bestaat.’ Wat een meesterlijke gedachte is en waarmee de redactie van Terras voortschrijdend uit de voeten kan; niets is volgens de verwachting in dit tijdschrift, maar des te prikkelender als je je erin verdiept. En wie verdieping zoekt, komt terecht bij Terras.

    Verder bevat dit nummer onder meer bijdragen van de Cubaan Carlos A. Aguilera, de Noor Johan Harstad, de Zwitser Jürg Federspiel en de Oostenrijkse Kathrin Röggla. Binnen het Nederlands taalgebied haalden ze toneelauteurs Bruno Mistiaen en Dounia Mahammed uit de literaire schaduw.

     

    Terras
    Auteur: Onder redactie van Kim Andringa, Tommy van Avermaete, Herman van Bostelen, e.a.
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers
  • Oogst week 48 – 2018

    De zwarte heer Bazetub

    Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) is een Duitse schrijver die tijdens de oorlogsjaren zijn land ontvluchtte en vriendschappelijke banden onderhield met Nederlandse schrijvers als Albert Helman en Hendrik Marsman. Van 1947 tot 1954 woonde hij met zijn vrouw in Amsterdam. Zijn debuut Het eiland van het tweede gezicht werd in vertaling van Wil Boesten, in 2004 een zogenaamde culthit. In De zwarte heer Bazetub (Der schwarze Herr Bahßetup, uit 1956) en onlangs ook vertaald door Wil Boesten, is een omvangrijke autobiografische roman. Thelen was namelijk ook vertaler vanuit het Portugees en in de jaren na de oorlog krijgt hij de opdracht als tolk en gids op te treden voor de Braziliaanse professor Da Silva Ponto. Deze professor moet een toespraak houden bij het Vredespaleis in Den Haag.

    Thelen loodst deze ‘heer en meester Bazetub’ door het naoorlogse Amsterdam en Den Haag.
    Ondertussen raakt de vredesconferentie van de professor steeds verder uit het zicht en worden er honderden zijpaden bewandeld, waarmee Thelen zijn opdrachtgever gerust wil stellen. Waar ze komen laten ze een spoor van verwarring na. Professor ‘Bazetub’ heeft zijn missie al lang uit het oog verloren. Thelen loodst hem door het verregende Amsterdam, zorgt dat hij anarchistische fietsers overleeft en regelt voor de professor een extra trein naar Den Haag voor een zitting in het Vredespaleis. Kortom, Thelen doet vreselijk zijn best om zijn rol als privésecretaris tot het slot dapper te volbrengen.
    De heer Bazetub – de rechtsgeleerde en minister Manuel Francisco Pinto Pereira (1889-1956) – heeft inderdaad met tolk Albert Vigoleis Thelen door de randstad gedwaald.

    De zwarte heer Bazetub
    Auteur: Albert Vigoleis Thelen
    Uitgeverij: Cossee

    Simeliberg

    Onlangs was de Zwitserse schrijver Michael Fehr (1982) in Nederland en maakte nogal indruk op het Crossingborderfestival met zijn enthousiaste vertelkunst. Naast schrijver is Fehr ook performer en woont sinds kort in Londen. Hij publiceerde drie boeken. Voor hij de roman Simeliberg af had, won hij in 2014 met een fragment uit Simeliberg al twee literaire prijzen: de Kelag-Preis en de Preis der Automatischen Literaturkritik in Klagenfurt.
    Simeliberg wordt omschreven als een poëtische krimi. Er komt een berg in voor waar lijkwagens af en aan rijden. Er is sprake van een geldschat in de la van een vereenzaamde oude boer. Diezelfde boer wordt verdacht van moord op zijn vrouw. Er is de gemeentesecretaris Anatol Griese, die als taak heeft de vereenzaamde boer in te rekenen. Hij wordt met zijn jagershoed en buitenmodel emigrantengeweer door de plaatselijke bevolking argwanend bekeken en door de betreffende instanties van het kastje naar de muur gestuurd.
    Een afspraakje bij een bevriende boerin vormt het begin van een fatale kettingreactie, waarbij Griese zich meer en meer verstrikt in zijn taak en de intrige zich (volgens de achterflap) ontrolt als een tragikomische zwart-witfilm.

    Simeliberg
    Auteur: Michael Fehr
    Uitgeverij: Koppernik BV

    Kluger Hans #35

    Literaire tijdschrift Kluger Hans kiest voor veelstemmigheid in de editie Denkmal. Met fysiek-beeldend werk: ‘Fleeting Parts’ van Milena Naef, bestaand uit marmeren beeldhouwwerken waaruit gaten zijn gehouwen die perfect rond lichaamsdelen passen (zie ook de cover). Veel bijdragen in deze editie waarin tekst en beeld een relatie met elkaar aangaan, zoals het werk van schrijfster Marjan de Ridder dat zich verbindt met het werk van kunstenares Femme ter Haar.
    Er is werk in opgenomen van jonge dichters en schrijvers die aan elkaar gekoppeld werden tijdens een residentie van een week. Mooi beeldend werk met eenvoudige, maar sterk sprekende teksten als: ‘hun kind schrijft op de muur van een toilet: ‘Bel mij als je eenzaam bent’ gaat naar huis en vergroeit daar verder met de muren(…)’. Een zeer veelzijdige editie die in de kern het thema draagt: ‘onschuldige woorden bestaan niet, onschadelijke beelden evenmin’.
    Verhalen van Annelies Leysen, Dennis Pauwels en Felix Sandon. Een editie waar je niet gauw op uitgekeken en in uitgelezen raakt.

    Kluger Hans #35
    Auteur: redactie

    Hoop over been

    De titel van de derde bundel van Joep Kuiper Hoop over been ligt dicht tegen ‘Vel over been’ aan. Dat laatste duidt op uitputting, schraalte het einde nabij en zo meer van alles wat te weinig is. ‘Hoop over been’ geeft het tegenovergestelde aan: er is hoop. Hoop, om kaalslag te omhullen, te vervullen met woorden, met poëzie.
    Hierbij een gedicht uit de bundel:

    jij was het

    ja! ik dacht dit ben jij, en jij was het
    die woord noch bon teruggaf, nooit reageerde
    op de bekentenissen van mijn wegmisbruik,
    de lijst met doden,

    jij was het
    die mij niet wilde arresteren;
    ik smeekte je, dan toch op zijn minst een
    proces-verbaal,

    een nachtje in een warme cel
    een chocolademelk eventueel, en als het echt
    niet anders kon,
    een executie hier en nu, in de sneeuw

     

    Hoop over been
    Auteur: Joep Kuiper
    Uitgeverij: Karaat
  • Laatste edities literaire tijdschriften 2017 – Parelduiker, Tirade en Terras

    De parelduiker 2017/5: Jan Cremer

    Niets zo goed voor de literatuur als ingesneeuwd te zijn of door andere ‘maatschappijontwrichtende’ weersomstandigheden het huis niet uit te kunnen. De droom wellicht van menig lezer, om dan eindelijk eens de boekenkast te inspecteren op ongelezen exemplaren, of, voor wie wil weten wat er zoal speelt op het literaire podium, de literaire bladen van a tot z te gaan lezen. Oh, heerlijke winterse dagen waarbij de wind om het huis giert en alleen de leeslamp verlichting brengt. En dat met de laatste edities uit 2017 van De Parelduiker, Tirade en Terras.


    Neerlandicus Johannes van Der Sluis (1981) schreef voor De Parelduiker een mooi stuk over de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone (1914-1951). Mooi vooral omdat hij zijn enthousiasme over deze schrijver zo aanstekelijk onder woorden brengt. Van der Sluis is een Crone liefhebber en verschanste zich met zeven dozen nalatenschap van de schrijver die hem, net als Nescio, nooit meer heeft losgelaten. Dat er een C.C.S. Croneprijs bestaat, die in het leven is geroepen om het literair klimaat in de stad en de regio Utrecht tot bloei te brengen, moge bekend zijn.

    Dat het toekennen van literaire prijzen kan verworden tot een precaire aangelegenheid, lezen we in een bijdrage van letterkundige H.U. Jessurun d’Oliveira (1933). Vooral in tijden van een veranderende seksuele moraal zoals in de jaren zestig. Toenmalig jurylid van de Prozaprijs Amsterdam Jesserun d’Oliveira, droeg in 1967 Ik Jan Cremer Tweede deel voor als een van de kanshebbers. Deze nominatie bracht literair Nederland volop in beroering en er ontstond al snel een kamp voor en tegen.

    Vijftig jaar na dato doet d’Oliveira uit de doeken waar de vertegenwoordigers van de tegenpartij zich op beriepen en hoe aan Jan Cremer uiteindelijk toch die prijs werd toegekend. Het artikel is met aantrekkelijke documenten geïllustreerd, waaronder de afdruk van een brief waarmee een burger uit Almelo de burgemeester van Amsterdam oproept de prijs niet uit te reiken:

    U zoudt mij een bizonder genoegen doen indien U weigert een dergelijk sadistisch figuur een prijs uit te reiken, laat staan een hand te geven. 99,9% van de bevolking zal U daar dankbaar voor zijn!!

    Ook de ‘bekende schrijfster Maps Valk’, zo schrijft d’Oliveira, schreef een brief en keerde zich tegen Jan Cremer. Ondanks de protesten kreeg Cremer de prijs. Hoewel het bedrag van 4000 gulden linea recta naar de belasting ging, waar de schrijver nog een schuld had openstaan.

    Voor wie Maps Valk niet kent, kijk eens op dbnl.org waar enkele zeer lezenswaardige verhalen van haar staan, die tegelijk laten zien waarom zij het boek van Jan Cremer de prijs niet waardig vond. Evenwel een leuke bijvangst bij de grote namen die er in deze Parelduiker staan.

    Opvallend is dat Carmiggelt in verschillende bijdragen opduikt. In een van de dozen van C.C. Crone ontdekte Van der Sluis een ansicht van Carmiggelt aan de weduwe van Crone. In een stuk over Peter van Straten, wordt een tekening van Carmiggelts hoofd (2009) afgebeeld. En dan is er een bijdrage van Wim Hazeu over de ongemakkelijke verhouding die Carmiggelt onderhield met Lucebert; ‘Krokodillentranen van Carmiggelt, Of hoe hij Lucebert uitdaagde’. Zo kom je nog eens wat te weten.

    Jack van der Weide schreef een nieuwsgierig makend stuk over een vergeten schrijfster die bevriend was met de schilder Jan Veth en Lodewijk van Deyssel. Christine Boxman (1857-1924) publiceerde twee romans. Mede dankzij Clare Lennart die in 1934 haar eerste roman Stille wegen las, en haar bewondering daarover uitsprak, werd zij niet geheel vergeten.

    Ja mensen, lees, lees, lees De Parelduiker om je nieuwsgierigheid naar ons literair verleden te onderhouden.

    De parelduiker 2017/5: Jan Cremer
    Auteur: Hein Aalders
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Tirade

    Tirade omhelst de vorm en zet de vent buiten de deur. Waarmee maar gezegd wordt dat er naar het werk gekeken wordt en niet naar de man/vrouw erachter, dit naar aanleiding van alle discussies in de media over hoe een romanfiguur beoordeeld mag worden. Veel vertaalde poëzie, o.a. enkele gedichten uit de bundel Crow van Ted Hughes en vluchtelingengedichten van Adnan Adil. Het blad opent met vier tienregelige gedichten met een verleidelijk binnenrijm van Emma Crebolder. Eenvoudige poëzie die een wereld aan handelingen, geuren en kleuren verraadt. En dat in steeds tien regels van hooguit zes woorden.

    Femke Baljet maakt haar debuut in de literatuur met het verhaal ‘Moederdag’. Een ijselijk sterk verhaal over een man die zich een leven verzint. Zich een zoon wenst, zo niet van zichzelf dan toch van een ander. Zeer onderkoeld geschreven en in veelzeggende zinnen: “Ik loop nu achter hem. Af en toe kijkt hij om zich heen maar nooit achterom, zijn magere benen houterig als de benen van Pinoccio.  Het begint koud te worden, hij heeft te weinig kleren aan.” Een verhaal waarin een onvermijdbare spanning schuilt.

    Verder verhalen van onder andere Jan van Mersbergen, Pieter Kranenborg en Oscar Spaans.
    Carel Peeters neemt in zijn ‘Kroniek van een roman’, Rob van Essens Winter in Amerika onder handen. Hij vindt het een levenloze roman: ‘(…) met een door niets verantwoord cynisme geschreven. Freewheelend.’ Boude uitspraken die evengoed er toe aanzetten deze roman te gaan lezen. Wat een mooi resultaat is van een interessante kroniek.

    Ted van Lieshout laat zich in de rubriek ‘De tirade van… ‘ uit over het afschaffen van kinderliteratuurprijzen. Gedurfd en eerlijk toont hij aan waar het ontbreken van onderscheidingen in de jeugdliteratuur toe leiden kan. “Wanneer er onder de kinderboekenschrijvers geen competitie meer bestaat zullen we veel van hetzelfde krijgen voorspelt Van Lieshout, en stomen we onze jeugdige lezers nooit klaar voor de ‘echte’ literatuur. Want: “… zo holt de leesvaardigheid van kinderen – en automatisch de volwassenen van de toekomst – achteruit.
    Ja, dan denk je wel verdorie, daar moet iets aan gedaan worden!

    Tirade
    Auteur: Onder redactie van Daan van Doesborgh, Anja Sicking en Marko van der Wal
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    TERRAS #13 China

    Chinese literatuur is een van de oudste literaire tradities ter wereld en gaat duizenden jaren terug. Het is nog maar sinds kort dat Chinees proza en poëzie steeds meer binnen het bereik van de Nederlandse lezers komt. Deels heeft dit mogelijk te maken met het feit dat de gebruiken en omgangsvormen in China volkomen vreemd zijn voor de westerse lezer. En natuurlijk speelde de Chinese censuur een grote rol, daardoor werd er maar weinig vertaald. Gelukkig zijn er op dit moment veel vertalers uit het Chinees, zo laat Sylvia Marijnissen – zelf vertaalster uit het Chinees en recensent van Chinese literatuur – in deze editie zien. Veel proza, poëzie en essays uit China, Hongkong, Taiwan en de VS.
    Marijnissen nodigde enkele vertalers uit om hun favoriete passages uit de Chinese literatuur te vertalen. Dat levert een boeiende verzameling literatuur op die een mooi zicht geeft op het China van nu. Met onder meer een vertaling door Daan Bronkhorst van enkele gedichten van Liu Xia, (weduwe van Liu Xiaobo, de mensenrechtenactivist en winnaar Nobelprijs voor de Vrede, in 2017 in gevangenschap overleden). Liu Xia schrijft toegankelijke poëzie, hier en daar teder en licht, hoewel haar omstandigheden benauwend zijn. Zoals in het gedicht: ‘Ingesloten – voor Xiaobo’.

    Zodra je op de trein stapte / ging ik zitten wachten bij de telefoon, / vol angst. Er zijn dingen / waaraan ik niet ontkom / je verdween plotseling / en liet me je schaduw die / bleef hangen.

    Verder in het nummer: Drie door Laurens Vancrevel vertaalde gedichten van Breyten Breytenbach en een essay van schrijver en vertaler Piet Meeuse, ‘Over het nut van fictie – Twee theorieën over het vertellen van verhalen’. Een boeiend stuk waarin Meeuse stelt dat fictie ons helpt te overleven: ‘Fictie komt tegemoet aan (…) het zoeken naar oplossingen voor ingewikkelde problemen. Daardoor wordt ons gedrag flexibeler en zijn we beter in staat toekomstige problemen op te lossen.’

    Terras lezen is als reizen over de wereld, naar ongekende gebieden waarbij je de verassingen van andere culturen ervaart. En dat alles vanonder de schemerlamp.

    Wie meer wil lezen over vertaalde Chinese literatuur: kijk eens op de website van Sylvia Marijnissen.

    TERRAS #13 China
    Auteur: Onder gastredactie van Silvia Marijnissen
    Uitgeverij: Stichting iwosyg
  • What’s in a design

    What’s in a design

    De redactie van Kluger Hans is in de afgelopen drie jaar twee keer volledig van wacht gewisseld. Stijl en toon van het tijdschrift lijken hier niet onder te lijden. Ergo, steeds beter komt uit de verf waar oprichter Xavier Roelens in 2008 de nadruk oplegde, namelijk dat ‘literatuur iets is tussen lezer en auteur en geen van beiden precies weet wat er staat.’ Zoals de lezer  meer uit een tekst haalt dan de auteur er heeft in gestopt, wordt ook de zin of onzin van een tekst voor een groot deel door lezers bepaald, of die nu recensent zijn of niet. En dan is vormgeving ook nog een ding.

    Zin en onzin speelt ook in deze 32e editie van Kluger Hans een rol. Alleen al de titel, ‘Pallaschk’, een niet bestaand woord dat door het af te drukken toch enige betekenis krijgt, al was het maar die van de onzin. Vormgeving en een speelse lay-out horen bij Kluger Hans maar deze 32e editie is een ware lees- en zoektocht geworden. Om het redactionele stuk te lezen moet het tijdschrift een kwartslag gedraaid worden en: Follow the Lyrics. De vraag om een gebruiksaanwijzing laat zich even gelden. Maar we lezen dapper verder, al draaiend en kerend naar gelang de tekst zich wil laten lezen. Het consequente aan deze editie lijkt aanvankelijk de paginanummering die, ongeacht hoe de tekst is afgedrukt, rechtsboven en linksonder van de op leesniveau gebrachte bladzijde te vinden is. Wat het doorbladeren van het tijdschrift, terugzoekend naar een bepaalde pagina, tot een duizelingwekkende belevenis maakt.

    Je kunt je het plezier van de vormgevers voorstellen. Kom, dit gedicht op de kop en dit verhaal overdwars. Eerlijk gezegd heeft het wel wat wanneer je eenmaal de weerstand die het kan oproepen, overwonnen hebt. Toch zijn er teksten die aan de vormgeving ten onder kunnen gaan. Dat gebeurt een beetje met de twee gedichten van Greetje Kruidhof, (al doorbladerend zijn ze niet terug te vinden, ze lijken verdwenen, hoe vreemd, ah wacht hier staan ze). De gedichten staan op een wit blad, met witte letters in een mintgroen balkje, schuingedrukt op de bladspiegel, het tweede gedicht op de volgende bladzij, schuin op zijn kop (waarbij dan tegelijk opvalt dat de paginanummering toch niet zo consequent is als gedacht). Korte gedichten waar vooral bij het tweede, ‘Dood is een soort doofstom’,  de vormgeving in de weg zit. Het tijdschrift laat zich lastig openvouwen, je moet het een kwartslag draaien om dit stollend mooie gedicht, dat in een schuine hoek haast van de bladzijde glijdt, tot je te nemen:

    Dood is een soort doofstom
    dat zich uitbreidt in je lijf.

    Je wordt een pop in cadeauverpakking
    zonder dat iemand die uitpakt

    Je bent niet langer gevoelig voor trillingen
    of voor klappen op het hoofd.

    Van de haar in je oog weet je niets
    Als iemand je rechtop zet, val je om.

    Dood is gewoon
    niks anders dan gisteren.

    Worstelend met de tekst door de vormgeving heen. Maar dan: waar geworsteld wordt, wacht onderspit of overwinning. En dat laatste is het. De speelsheid van de verscheidenheid in dit blad, scherpt de geest omdat je er wat voor moet doen.
    Er zijn mooie stukken proza en poëzie. Het verhaal (normale blad ligging) Zomerzwaarte van  Annemarie Peeters over vriendschap, een kinderwens en de twijfels daarover als je een vriendin ziet worstelen met de impact die een kind met zich meebrengt: “‘Vakantie? Het komt eruit als een schreeuw, rauw van snot. ‘Ik heb al meer dan twee jaar geen dag vakantie meer gehad! Geen dag, ik zeg het je!’ Ze loopt naar buiten met het kind op haar arm. Anouk staat op en verdwijnt in de toiletten.Wen er maar aan, echoën haar oren in de stilte.”

    En Hier wonen de mensen van Lies Gallez in 16 genummerde alinea’s, verdeeld over vier pagina’s waarbij de volledige conventionele lay-out is losgelaten. Een verhaal in sterke beelden waarvan hier alinea 16: “Voor het eerst in mijn leven had ik een gewoonte. Op zondag ging ik naar mijn vader. En ik stak mijn duim op naar de buurman. Ik geloofde dat ik ergens moest zijn. En daar was ik.”

    In samenwerking met digitaal cultureel magazine De Optimist, een bijdrage van Dries van Doorn. Het gedicht nader tot u, een vierluik met entr;actes (waarin hij zij eigen werk ondertiteld en van commentaar voorziet), zet voor een moment onze visie over  het wereldgebeuren te kijk.
    De kleurige collages van Pieter De Clercq, in dieproze en goudbruin met titels als; ‘I Hope There is Some Room Left in the Middle’ zijn een prettige onderbreking van de teksten. Naar mate er meer ontdekt wordt, des de groter de vreugde over het aanbod, het vernuft van de constructie en de plek voor iedere auteur en kunstenaar is een genoegen te ontdekken. En wie wil dat niet: ontdekt worden.

    Een Kluger Hans waar je niet zo maar klaar mee was. Dat niet alleen omdat witte letters in mintgroen, of mintgroene letter op een wit fond zich moeilijk lezen laat. Toch werkt het door, dat anders kijken naar een tekstpresentatie. Na dit leesavontuur kan het zomaar gebeuren dat je overweegt de boekenkast opnieuw in te richten. Op alfabet maar dan te beginnen met rechtsonder de A en eindigend linksboven met de Z.

    Verder met bijdragen van Moya De Feyter, Salomé Mooij, Dorien Couton, Rinske Kegel, Anna Van Hoof, Greetje Kruidhof, Drien Van Doorn, Pim Cornelussen, Maciek Chełmicki, Lies Gallez, Annemarie Peeters, Eline Crols, Mattijs Deraedt, Anneleen Van Offel, Lander Severins, Stefanie Huysmans, Daniël Vis, Hans Depelchin, Bas Tuurder, Lies Jo Vandenhende, Nils Geylen, Janine Jongsma, Jill Marchant en Leen Pil. Beeldbijdragen van Jan Laroy en Pieter De Clercq.

    In samenwerking met Jeugd & Poëzie (Soet-poëzieprijs), Creatief Schrijven (Naft voor Woord) en De Optimist.

     

    Kijk voor meer of een abonnement op: KlugerHans