• Oogst week 17 -2020

    Gekkenwerk

    Er verschijnt zoveel moois dat we er soms niet onderuit kunnen een titel meer op te nemen in de oogst van de week dan de gebruikelijke drie. Te beginnen met een roman over de geheimen van een oorlogsjournalist door Minka Nijhuis, een boek met 575 haiku’s van Kees van Kooten (Haikoots wel te verstaan), een nieuwe gedichtenbundel van Daniël Vis en een lijvig boek over de koloniale geschiedenis buiten de Verenigde Staten van Daniel Immerwahr.

    Minka Nijhuis (1958) verbleef als oorlogscorrespondent onder andere in Syrië, Irak, Oost-Timor en Afghanistan vanwaar zij verslag deed voor verschillende media. Voor haar journalistieke werk ontving ze in 2017 de Nieuwspoort Prijs van het Vrije Woord. Ze schreef meerdere non-fictie boeken over haar ervaringen, in 2009 werd ze met haar boek Birma: land van geheimen genomineerd voor de Bob den Uyl Prijs. Gekkenwerk is haar eerste roman, een roman in briefvorm waarin Lotte, beginnendd als stewardess maar met de ambitie om oorlogscorrespondent te worden, schrijft ze haar neef Alexander. Brieven die een uiteenzetting zijn van haar gedachten, haar plannen en ondernemingen. Deze neef schrijft evenwel nooit terug, er komen geen brieven van hem in de roman voor, maar de gerichtheid waarmee Lotte aan hem schrijft, maken hem tot een belangrijk personage in deze roman.

     

     

    Gekkenwerk
    Auteur: Minka Nijhuis
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    575 Haikoots

    Kees van Kooten is een liefhebber van de haiku. Als bewonderaar raakte hij er min of meer door besmet en kon het schrijven ervan niet meer laten. Een haiku is een versvorm van zeventien lettergrepen en bestaat uit drie versregels van respectievelijk vijf, zeven en vijf lettergrepen. Dat het er 575 zijn geworden is dan ook te herleiden naar de opbouw van de haiku.

    Voor de ooit vermaarde Bescheurkalender (1973-1986) van Van Kooten en De Bie, schreef hij zo nu en dan al de zogenaamde Haikoot. Hoewel de oorspronkelijke haiku overwegend gewijd is aan de natuur, gaat een Haikoot over van alles en nog wat. Deze werkwijze resulteert in originele waarnemingen van ons aller doen en laten. 575 Haikoots is een ruime en bonte verzameling Haikoots en voorzien van passende foto’s door Van Kooten zelf.
    Hier is er een:

    uitgevallen roos
    siert nog even de paden
    met een feesttapijt

    575 Haikoots
    Auteur: Kees van Kooten
    Uitgeverij: De Harmonie

    Amerika buiten de Verenigde Staten

    Daniel Immerwahr is een Amerikaanse historicus die onderzoek deed naar de koloniale gebieden buiten VS, zoals de Guano-eilanden en de Filipijnen. In Amerika buiten de Verenigde Staten vertelt Daniel Immerwahr over gebieden die geen vertegenwoordiging hadden in het Amerikaanse Congres, maar er wel door werden bestuurd. In het geval van Puerto Rico is dat tot op de dag van vandaag nog zo.

    Hoewel dit niet strookt met het beeld dat Amerika van zichzelf heeft als voormalige kolonie, is het tot ver in de twintigste eeuw de situatie dat de Stars and Stripes wapperen op eilanden en militaire bases over de hele wereld. Na de Tweede Wereldoorlog nam de VS afstand van het kolonialisme. De tegenwoordige wereldwijde invloed van Amerika doet echter in wezen niet onder voor imperiale macht, zelfs vandaag heeft het nog gebieden over de hele wereld. Een boek over Amerika dat je visie op dit land doet veranderen.

    Amerika buiten de Verenigde Staten
    Auteur: Daniel Immerwahr
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het weefsel

    De dichter Daniël Vis (1988) won in 2014 het NK Poetry Slam. In datzelfde jaar publiceerde hij Crowdsurfen op laag water, waarover Menno Wigman zei, ‘Eindelijk weer een jonge dichter met een grote mond. En hij maakt het nog waar ook.’
    In 2018 volgde zijn tweede bundel Insect Redux.

    Het werk in zijn nieuwe bundel Het weefsel wordt ‘onvoorspelbaar en rücksichtlos’ genoemd. Hierbij een kleine voorproeve:

    ‘de gestalte
    op dat schilderij van munch —

    de opengesperde mond —

    schreeuwt niet,
    maar legt de handen tegen het hoofd

    om de schreeuw niet te horen.

    de angst,

    een fundamentele
    gebeurtenis —

    dat ik er ben —

    en opnieuw
    ontstaan

    de draden die het gekopieerde dna
    in de zich delende cel verdelen —

    een techniek
    van het aanwezig blijven.

     

     

     

    Het weefsel
    Auteur: Daniël Vis
    Uitgeverij: Prometheus
  • Bovenburen en stilte

    Bovenburen en stilte

    De Wereldgezond- heidsorganisatie heeft helemaal gelijk: als je de bron van geluid vervelend vindt, ervaar je dat geluid ook eerder als storend. Ik kan het beamen. Het stoorde mij nogal dat de kinderen van mijn nieuwe buren er een genoegen in scheppen om op z’n tijd van de bank af te springen of met een skate board over de drempel op het balkon te belanden. Het is zoiets als met de bovenburen van Roos van Rijswijk zoals ze dat in De olifant van de bovenbuurman  beschrijft. Die bovenburen doen een stoelendans op polkamuziek waarvan ze ‘de klanken zo lekker op hun borstkas voelen’.

    Tot er opeens een meisje van een jaar of twaalf voor mijn deur stond met een vraag. We babbelden wat en nu ik de andere leden van het gezin, waaronder haar twee jaar jongere broertje ook ken, vind ik dat gespring of gebonk lang zo erg niet meer. Met een minuut of wat is het over. Laat ze. Het zijn kinderen.
    Sterker nog: ik werd nieuwsgierig. Met name naar hun muziekkeus. Waar zouden Syrische vluchtelingen naar luisteren? Op een dag hoorde ik muziek en spitste mijn oren. Het klonk als lichte muziek, met een vleugje traditionele klanken. Wat had ik dan verwacht? Syrische volksmuziek, zoals componist Merlijn Twaalfhoven die wel in zijn werk integreert? Ik sprak mezelf vermanend toe: wat een vooroordeel! Alsof ik dagelijks draaiorgel- of carillonmuziek afspeel, volgens een van de hoofdpersonages in de detective Startpunt Amsterdam van Helen McInnes, zo’n beetje het ergste wat je je kunt voorstellen.

    Misschien is de les die Roos van Rijswijk mij leerde, om met de oude man in Shakespeares Macbeth te spreken: Make good of bad and friends of foes. Als je dat doet, wordt niet alles beter, maar wel anders. Omdenken heet dat geloof ik. Gespring als een olifant betekent dan: we moeten onze opgekropte energie kwijt. Het gebonk met het skateboard over de drempel is trouwens voorbij, dat was té erg moeten ook mijn buren inmiddels gedacht hebben. Nachtmerries van het broertje, die mij wakker doen schrikken, betekenen wellicht: ik doorleef de ellende in Syrië weer alsof het hier-en-nu gebeurt. Maar dat is inlegkunde en hoeft helemaal niet zo te zijn. Geschreeuw tegen me van het oudste meisje, al bijna volwassen, kan ik niet plaatsen, maar zou ik wel willen begrijpen. Is het misschien een uiting van onmacht?

    Hoe dan ook, voor het vervolg moet ik het boekje Als stilte steekt van Désanne van Brederode er nog maar eens op naslaan. Zij is ervaringsdeskundige, ik nog maar een leek die graag wil leren én – vooral – afleren, dat in ieder geval. Misschien wordt deze column over vijfentwintig jaar net zo gelezen als het verhaal ‘Homo’ (1968) van Kees van Kooten (opgenomen in Van Kooten Sterk verdund): als een tijdsbeeld en voor alles als een beschrijving van gekoketteer, zoals de auteur het bij De Wereld Draait Door zelf omschreef. Wie zal het zeggen.

     


    Els van Swol leest wat los en vast zit en slaat geen toneelvoorstelling van Shakespeare over. Zij bezoekt regelmatig het concertgebouw en schrijft daarover in haar columns.

  • Over tien dagen start het Nijmeegs Boekenfeest

    Agenda

    Het Nijmeegs Boekenfeest is inmiddels een begrip in de regio. Op 16 maart a.s. zijn onder meer Kees van Kooten, Dimitri Verhulst, Oek de Jong en Joost Conijn te gast.

    Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen stelt zich voor de zevende keer open voor lezers, schrijvers, dichters, muzikanten, dj’s en wetenschappers. Rondom het thema van de Boekenweek, Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden is een afwisselend programma samengesteld.

    Schrijver van het Boekenweekgeschenk Kees van Kooten is eregast en staat garant voor een knallende performance. Dimitri Verhulst (De helaasheid der dingen) en Oek de Jong (Pier en oceaan) worden geïnterviewd over hun nieuwste werk. Marijke Hanegraaf, de nieuwe Stadsdichter van Nijmegen, opent de avond. Kunstenaar en avonturier Joost Conijn leidt ons de nacht in met zijn bewust onbevangen werkwijze. Dichters Jaap Robben en Anneke Claus treden op met een groots harmonieorkest. De meermaals bekroonde dichteres  Hagar Peeters draagt voor, singer-songwriter Awkward i brengt een muzikale bewerking van een gedicht, journalist en schrijver Marcel Rözer presenteert zijn nieuwe boek over de donkere kant van zijn familiegeschiedenis en het Soeterbeeck Programma gaat over een stem geven aan het verleden.

    Literair tijdschrift Op Ruwe Planken presenteert een nieuw verbond van schrijvers uit Amsterdam, Tilburg en Nijmegen. De winnaars van de belangrijkste schrijfwedstrijden in de regio Aan het woord! & De Nijmeegse Nieuwe laten van zich horen. Het heerlijke foute tijdverdrijf Karaoke mag niet ontbreken bij dit thema. De Potpourri Quiz onderwerpt u aan een luchtige literatuurtest. En met een goed foute disco zetten dj’s Lenkens en Alain Fènèr de muzikale geschiedenis op swingende wijze naar hun hand, tot diep in de nacht.

     

    Zaterdag 16 maart 2013
    Concertgebouw De Vereeniging, Keizer Karelplein 2d, Nijmegen
    Deuren open: 19.30 uur
    Aanvang: 20.00 uur
    Toegang: € 17,50 / € 15 (bibliotheekleden) / € 10 (student/CJP)
    Voorverkoop online: www.obgz.nl/activiteiten
    Voorverkoop kassa: Bibliotheek De Mariënburg, selexyz dekker vd vegt en de Stadsschouwburg
    Voor meer info kijk op: www.nijmeegsboekenfeest.nl

     

  • Recensie ‘Gerardje, notities van een Reve-liefhebber’ – Theodor Holman

    Het lijkt de laatste tijd iets stiller geworden rond Gerard Reve, de in 2006 overleden volksschrijver, zoals hij zichzelf graag noemde. Deze stilte zal echter in het najaar worden doorbroken door een vuistdikke biografie van Nop Maas. In de tussentijd mogen we genoegen nemen met dit boek van Theodor Holman, die zich al jaren fan noemt van Reve. Holman ontmoette Reve eenmaal en zag hem nog een aantal malen optreden. Dat is jammer, want de ontmoeting waar het boek mee begint is op z’n zachtst curieus. Er wordt veel gezopen zoals bijna altijd in het gezelschap van Reve maar er worden ook stevige noten gekraakt. Over politiek wordt gesproken, literatuur, pornografie en Schopenhauer. De volgende ochtend vertelt ome Gerard aan Theodoortje een heus sprookje, terwijl ze samen in de slaapkamer op bed liggen. Joop Schafthuizen, de laatste levensgezel van Reve houdt een oogje in het zeil.

    Vlak voor het afscheid dreigt het dan toch nog mis te gaan, wanneer Holman zegt: “Tegen mij heeft Karel gezegd dat hij nog van je houdt.” Gedoeld wordt op Karel van de Reve, de broer van Gerard, waarmee de markies al jarenlang in onvrede leeft. Reve antwoordt: “Nou zeg dan maar tegen hem dat ik hem haat. En dat ik bid voor zijn dood. Misschien knapt hij daarvan op! En als hij niet voortmaakt, dan kom ik met een ijzeren knuppel en dan sla ik zijn kop in, al moet ik er levenslang voor naar de gevangenis…Hij is erger dan mijn vader was. Mijn vader was een bruut.” Of Holman de boodschap daadwerkelijk heeft overgebracht wordt niet vermeld. Ik betwijfel het. Het is meteen het meest interessante gedeelte van het boek.

    Holman werpt in dit boek een aantal werkvragen op: Waarom werd Reve katholiek, terwijl hij toch op dat geloof zat te schelden? Was hij eigenlijk al homo toen hij getrouwd was? Hoe heeft hij zijn stijl ontwikkeld? Heeft de oorlog invloed op Gerardje gehad? Was Gerard eigenlijk niet te burgerlijk om romantisch-decadent te zijn? Had hij ook vriendinnetjes? Wat was de invloed van zijn vader, die ook schrijver was? En van zijn moeder? Is het niet ironisch, dat Mulisch hem zijn ironie verweet?

    Om bij de laatste vraag te beginnen: Reve had een onwaarschijnlijke hekel aan Mulisch. In een van zijn (gefingeerde-) gesprekken met de Majesteit (Juliana?) stelt Reve: “Het werk van Mullis is vullis, majesteit, maar dat van Reve is het echte leven.” Minder leuk is de passage: “Zelf is hij een bastaard, door een alpineus goro goro tiepe, dat jaren lang in de gevangenis heeft gezeten, bij een Jeminitische water & vuur vrouw verwekt. Bij vermenigvuldiging komen de slechtste eigenschappen van de paarders op de voorgrond, dat is bekend. Het muildier is onvruchtbaar.” De ‘bastaard’ (een term direct geleend van nazi-propagandaleider Julius Streicher) is Harry Mulisch.

    Mulisch komt met een weloverwogen antwoord ? door Holman niet begrepen ? waarin hij stelt dat de ironie van Reve verhult wat hij eigenlijk wil zeggen, en dat uiteindelijk na het wegnemen van het masker van diezelfde ironie, de naakte waarheid overblijft. Reve gebruikt zijn ironie dus gewoon als dekmantel. Het grootste gevaar van ironie! Dat is overigens ook een stelling van de door Reve zo bewonderde Schopenhauer (Of had hij hem nooit gelezen?). Achter de dekmantel loert in Reve’s geval: racisme. Reve heeft zich in die tijd op niet mis te verstane manier denigrerend uitgelaten over ‘zwarten’ maar neemt dat later terug. “Alle koffiebonen in de Jumbojet en opblazen de boel!”

    Wat verder opvalt, is dat hij eigenlijk met de grote schrijvers uit zijn tijd in een voortdurende staat van oorlog en nijd leeft. Met Hermans raakt hij na een bloedeloze correspondentie gebrouilleerd. (…) “Achter de naam Age Bijkaart (nomen est omen) verschuilt zich om een of andere laffe reden de Nederlandse schrijver W.F.Hermans, broer van de minder dan middelmatige verrekijkkomiek Toon Hermans. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.”

    Jan Wolkers scheldt hij uit en Mulisch haat hij. Over Simon Vinkenoog meldt hij: “Ik had hem moeten doodslaan, want hij heeft tienduizenden drugsdoden op zijn geweten.” (Dat citaat is uit het boek weggelaten). En ook ex-vriend en tijdelijk uitgever Johan Polak is in ongenade gevallen. “Waarde Johan. Ik zou het liefst willen, dat je niet op de avond in de Allerheiligste Hart kerk kwam, maar met een van je beroepsurningen elders in de stad de avond doorbracht. Mijn waarschuwing terzake Reptiel Rogier is gemeend. Ik zal op hem inranselen, en hem zo mogelijk doden. Jij hebt nooit iets begrepen, en zult ook nooit iets begrijpen. Dat hindert ook niets, als jij me maar, voorgoed, tot mijn Dood, met vrede laat.” Ironie? Ook Josine Meijer, waarmee hij zijn diepe zielenroerselen deelde kan later geen goed meer doen, daarover schrijft hij later: “Zo’n Josine Meijer bijvoorbeeld, dat vond ik altijd een klein etterwijfie, daar hoeft geen correspondentie van te worden bewaard.”

    Geert van Oorschot, die ook een optrekje heeft in de buurt van Poet Laval in Frankrijk waar Reve resideert, ontwijkt hij. Hij weet dat Van Oorschot hem groot heeft gemaakt en dat hij hem nu in de steek laat voor een andere uitgever. En over Joop den Uyl zou Reve gezegd hebben, volgens Paul van ’t Veer in Het Parool: “Een vieze kale uilebal!” “Dat vieze verzint hij,”schrijft Reve later, “ik heb de door God over ons gestelde minister-president nimmer vies genoemd.” De lijst van vijanden groeit, vrienden blijven er weinig meer over.

    En zo heeft hij uiteindelijk alleen nog Carmiggelt over, een alcoholist in ruste ? Reve probeerde dat te worden ? een burgerman, maar vooral erg ongevaarlijk in z’n meningen over politiek en maatschappij. Bovendien een middelmatig schrijver. We komen ze tegen in een nummer van het blad Hollands Diep waarin de heren in de tuin van Carmiggelt gezeten een ‘bammetje’ eten. Niets aan de handa dus, zoals Reve wel eens uitriep. Gezapigheid van het ergste soort. De vraag van Holman of Gerard eigenlijk niet te burgerlijk was om decadent-romantisch te kunnen zijn, wordt hiermee positief beantwoord. Gerard was een versluierde burgerturf.

    Het moge inmiddels duidelijk zijn dat deze recensent niet erg gecharmeerd is geraakt van het ‘ karakter Reve.’ Dat is waarschijnlijk nooit de bedoeling van Theodor Holman geweest. Maar hij schildert Reve als een rabiate verslaafde aan drank en pillen, een onvermoeibare op seks beluste frustraat (Tijgertje, Jakhalsje, Woelrat, Reptiel Rogier, Matroos Vos, Schafthuizen, ze passeren de revue) en een wankelbeen op het gebied van politiek, godsdienst en homovrijmaking.
    Interessant is overigens dat de psychiater C.J.Schuurman door Reve wordt bewonderd. Deze Schuurman zou hem weer op de been hebben geholpen na een van zijn zoveelste instortingen. Holman drijft de spot met Schuurman omdat deze zijn penis heeft laten opereren en aan dezelfde ‘kwaal’ zou hebben geleden als Gerardje destijds in zijn huwelijk met Hanny Michaelis. Voor Hanny Michaelis blijft de deur van huize Reve overigens ook geopend.

    Of Reve al tijdens zijn huwelijk met Michaelis homo was, staat als een paal (sorry!) boven water. De schrijver Hans Plomp bezocht het echtpaar. Tijdens dat bezoek rukt Reve zich onder de tafel af omdat hij Hans zo’n ‘Adonis’ vindt. (niet opgenomen!). Het was in die tijd niets bijzonders wanneer homo’s getrouwd waren met een vrouw. Holman komt aan met vriendinnetjes van Reve, maar echt overtuigend klinkt dat niet.

    Een en ander wil echter niet zeggen dat Holman geen interessant en leesbaar boek heeft geschreven. Het leest als een trein en staat vol grappen en grollen, want gevoel voor humor had Gerardje zeker. Zijn onvermoeibare drang om te choqueren (de Ezel-affaire o.a.) komt voort uit een hang naar publiciteit. Reve was naast gefrustreerd ook nog ijdel. Dat hij zijn tijdsgewricht kon bespelen wordt ook duidelijk, maar een en ander doet nu af en toe hopeloos gedateerd en puberiel aan.

    Interessant is het hoofdstuk waarin Holman probeert te achterhalen waarom Reve zo’n persoonlijke stijl had ontwikkeld. Een stukje tekstanalyse waar we van smullen. Dat Carmiggelt een soort literaire leermeester is geweest van Reve durf ik echter te betwijfelen. Reve schreef wel eens een Kronkel als Simon Carmiggelt geen zin had. Kees van Kooten overigens ook. Zou Carmiggelt in de stijl van Reve hebben kunnen schrijven? Wel waren in de jaren ’60 en ’70 de epigonen van Reve talrijk. Zijn stijl werd met graagte nagedaan. Was uniek. Zo schrijft auteur Bob den Uyl later: “Het heeft me jaren gekost om van de Reve-stijl los te komen!” En Heere Heeresma schrijft met zijn Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp een antwoord op De avonden.

    De gedachte dringt zich op dat de schrijfstijl en droge humor van Reve meer sporen hebben achtergelaten dan zijn daden. Denk aan de programma’s van Wim T. Schippers of Jiskefet. Is zijn leven daarentegen wel zo interessant geweest? Gelukkig wordt ook het toneelwerk van Reve door Holman kort belicht en dat is nodig omdat het in de vergetelheid was geraakt. Verder zien we Reve in de oorlog aan de gang gaan (met trieste gevolgen!) en komen erachter dat het meesterwerk De avonden maar zeer gedeeltelijk autobiografisch was. Zijn Engelse avontuur wordt een deceptie.
    Het maakt het boek van Holman tot een prachtige opwarmer voor het echte werk en hij heeft ook nooit de pretentie gehad een volwaardige biografie te schrijven. Mooi voor scholieren om kennis te maken met de volksschrijver. Deze recensent heeft inmiddels een hekel aan hem gekregen.