• Oogst week 7 — 2026

    Vrouwen in duistere tijden — Tien denkers van blijvende betekenis

    In Vrouwen in duistere tijden — Tien denkers van blijvende betekenis bespreekt Alicja Gescinska tien toonaangevende vrouwen in tien biografische portretten. Rosa Luxemburg, Anna Achmatova, Edith Stein, Hannah Arendt, Martha Gellhorn, Simone Weil, Jeanne Hersch, Etty Hillesum, Barbara Skarga en Judith Shklar. Vrouwen die streden tegen onderdrukking, tegen de ontmenselijking en vernietigingsdrang van de twintigste eeuw. Veel van hen werden vervolgd voor hun daden van verzet: ze stierven in kampen of leefden in ballingschap.

    Alicja Gescinska (1981) is een Pools-Belgische filosoof en schrijver. Ze werd geboren in Warschau en vluchtte op zevenjarige leeftijd naar België. Daar groeide ze, na een kort verblijf in een asielcentrum in Brussel, op in het Oost-Vlaamse dorp Lede. Gescinska studeerde Moreelwetenschappen en promoveerde in 2012 tot Doctor in de Wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. Sindsdien werkt ze als onderzoeker, docent en schrijver. Ze schrijft zowel fictie als non-fictie en in 2017 won ze de Debuutprijs voor haar roman Een soort van liefde. Vrouwen in duistere tijden is haar meest recente boek. 

    Vrouwen in duistere tijden — Tien denkers van blijvende betekenis
    Auteur: Alicja Gescinska
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Moet dwalen

    Isi Witlamm snakt naar romantische liefde, naar eeuwige zelfs. Een allesbepalend en misschien wat gevaarlijk verlangen. Want wat kun je redelijkerwijs van het leven verwachten? In Moet dwalen laat Charlotte Mutsaers hem, de titel zegt het al, dan ook hopeloos verdwalen. Met zijn visie van eeuwige liefde als baken blijft Isi geloven dat hij de weg weer zal vinden. Wellicht tevergeefs.

    Charlotte Mutsaers (1942) is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze studeerde Nederlands, werkte als docent en volgde de avondopleiding tekenen en schilderen aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (sinds 1968 Gerrit Rietveld Academie). Sinds de jaren tachtig verschenen er veel romans, verhalen, poëzie en essaybundels van haar hand. Haar werk werd genomineerd voor alle grote literaire prijzen, waarvan ze onder andere de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs ontving.

    Moet dwalen
    Auteur: Charlotte Mutsaers

    Uitgeverij: Prometheus

    Meester van de trommels


    In Meester van de trommels laat José Eduardo Agualusa zijn personage Leila Pinto het liefdesverhaal van haar grootouders vertellen. Dit verhaal, over Jan en Lucrécia, is verweven met de geschiedenis van het Koninkrijk Bailundo en het hedendaagse Angola. Agualusa doet hiermee een alternatieve werkelijkheid uit de doeken: antikoloniaal en bedoeld om te laten zien hoe veelvormig de geschiedenis van een land kan zijn.

    José Eduardo Agualusa (1960) is een Angolese schrijver en columnist van Portugees-Braziliaanse afkomst. Hij studeerde landbouwkunde en bosbouw in Lissabon en woont momenteel op Ilha de Moçambique, waar hij werkt als schrijver en journalist. Zijn eerste boek, een roman, verscheen in 1989. Sindsdien publiceerde hij een groot aantal romans, korte verhalen en novelles. Agualusa won meerdere prijzen waaronder, in 2017, de International Dublin Literary Award. Zijn boeken werden vertaald in vijfentwintig talen.

    Meester van de trommels

    Auteur: José Eduardo Agualusa
    Uitgeverij: Koppernik
  • Tragedie

    Tragedie

    In 2013 begint Barack Obama aan zijn tweede ambtstermijn, maakt Koningin Beatrix bekend dat zij zal aftreden, wordt Kroatië lid van de Europese Unie, krijgt het Vaticaan een nieuwe paus, wordt het Rijksmuseum heropend, roept de Egyptische regering de noodtoestand uit, wordt de honderdste editie van de Ronde van Frankrijk gereden, zijn in een voorstad van Damascus veertienhonderd doden gevallen door een aanval met zenuwgas, is in Zwolle een zeldzame sperweruil gespot, vindt er een aanslag plaats in een winkelcentrum in Kenia met zevenenzestig doden en worden in Angola in een nacht drieduizend families uit hun huizen verjaagd om plaats te maken voor een van de futuristische projecten van presidentsdochter Isabel dos Santos. Alleen van dit laatste werd geen melding gemaakt.

    Albertina de Fatima woont in 2013 al een kwart eeuw op het schiereiland Areia Branca in de baai van Luanda samen met duizenden anderen, vissers, arme stedelingen. Ze woont met haar familie in een huis dat ze omschrijft als een paleis, is er gelukkig. Ze weet niets van de plannen van presidentsdochter Isabel dos Santos, die het eiland wil omtoveren tot, ’Baai van Luanda’, voor recreatieve doeleinden. Op een nacht wordt het eiland bezet door politie, marine en leger, zeven dagen lang. Net als alle bewoners wordt Albertina haar huis uit gejaagd, opgejaagd. Huizen worden platgewalst. Waarna de bewoners met vrachtwagens vol van het eiland worden afgevoerd en aan een zwerversbestaan beginnen.

    ‘Luanda raast op volle snelheid in de richting van de Grote ramp. Acht miljoen mensen die schreeuwen en huilen en schaterlachen. Een feest, een tragedie. Alles wat er maar kan gebeuren, gebeurt ook. Wat niet kan gebeuren, gebeurt ook.’
    Na de krantenberichten over Luanda Leaks deze week, kon ik niet anders dan Het labyrinth van Luanda, van de Angolees/Portugees schrijver José Eduardo Agualusa erbij pakken. Een roman uit 2009, gesitueerd in Luanda 2020. In een land dat de burgeroorlog die van 1975 tot 2002 duurde, nog steeds niet te boven is. Waar chaos ruimte biedt aan verstrengelde belangen en arme bevolkingsgroepen niet meetellen. De wereld die Agualusa beschrijft in Het labyrinth is complex, bizar en wonderlijk en wordt op een of andere manier inzichtelijker gemaakt door de Luanda Leaks. 

    Albertina woont nu met vier andere families in een hutje van bij elkaar geraapte golfplaten op een oude vuilnisbelt in het centrum van Luanda. Het stinkt er, vliegen en ratten zitten overal. Als Albertina wil baden, wacht ze tot de mannen naar buiten gaan om te voetballen. Op het eiland waar ze woonde, woont niemand meer. Wat doet de tijd met misstanden uit het verleden vraagt een man zich af in Het labyrinth: ‘Alles is veranderd, zelfs het verleden. (…) Wat had u anders verwacht, je kunt geen nieuwe toekomst opbouwen zonder eerst het verleden te veranderen.’
    Wie de wereld wil leren begrijpen, wil weten hoe een Nederlands baggerbedrijf betrokken kon raken bij een Angolees schandaal, leest deze ingenieuze roman van Agualusa, naast de Luanda Leaks. Met het inzicht, komt de verandering.  

     

    Het labyrinth van Luanda / José Eduardo Agualusa / vertaling Harrie Lemmens / Meulenhoff


    Inge Meijer (pseudoniem), reist met het OV, schrijft over ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

  • Roman als gebeurtenis

    Roman als gebeurtenis

    Staande onder aan de vuurtoren op Cabo São Vicente, de zuidwestelijkste punt van Portugal én Europa, krijg je het gevoel dat de wereld ophoudt. Die wereld is inmiddels in ruim vijfhonderd jaar tijd al aardig in kaart gebracht. Maar hebben we het over literatuur, dan bestaan er voor de gemiddelde West-Europese lezer nog veel blinde vlekken.
    Angola is er zo één.

    Met de romans van José Eduardo Agualusa (1960 – Huambo, Angola) is Angola echter definitief op de kaart gezet. Niet het Angola dat we misschien denken te kennen, het Angola dat onafhankelijk werd van Portugal in 1975, toen de bevrijdingsbeweging MPLA aan het bewind kwam en waarmee het kolonialisme definitief was verslagen. Of toch niet? Er brak een gruwelijke burgeroorlog uit, waarbij regeringsgetrouwe troepen, met steun van de Sovjet-Unie en Cuba, het opnamen tegen de rebellen van UNITA van Jonas Savimbi dat op zijn beurt hulp kreeg van het apartheidsbewind in Zuid-Afrika.

    Van Agualusa zijn inmiddels zes romans in het Nederlands vertaald. Angola, de burgeroorlog, de corruptie, staatsterreur zijn thema’s die in zijn werk terugkeren. Echter niet in de vorm van geschiedenislessen, maar verweven in een complexe vertelstructuur, waarmee Agualusa recht probeert te doen aan de onvoorstelbare gebeurtenissen in Angola.  ‘In Angola zitten de eerlijke lui in de gevangenis en de bandieten spelen de baas’, zegt één van de personages.
    Hoofdpersoon in zijn jongste, in het Nederlands vertaalde roman Het genootschap van onvrijwillige dromers, is Daniel Benchimol, een 55-jarige journalist, ‘verzamelaar van verdwijningen’, zoals hij in een vorige roman Een algemene theorie van het vergeten, wordt genoemd. ‘Personages’, vertelde José Saramago eens in een interview met het Eindhovens Dagblad in 2002, ‘hebben een eigen universum, maar soms ontsnappen ze gewoon.’

    De tegenstelling tussen MPLA en UNITA speelt een grote rol in de roman: ‘democratie versus communisme’, zegt Hossi, een voormalige UNITA-strijder. Maar die wordt in een kliniek in Havana waar hij terecht is gekomen, direct op de vingers getikt door een Cubaanse psychologe: ‘Nee, kameraad, aan de ene kant jullie, marionetten van het imperialisme, gesteund door de Zuid-Afrikaanse racisten, aan de andere kant de socialistische kameraden en de proletarische internationalisten.’
    Die ideologische tegenstelling beantwoordt echter niet aan de werkelijkheid, al was het alleen maar omdat Hossi zijn UNITA-leider Savimbi haatte en omdat de Sovjets en hun helpers, de Cubanen, minder altruïstisch waren dan ze zich wilden voordoen.

    En dan de dromen. Hossi wordt gedroomd door personen in zijn omgeving. De Cubaanse inlichtingendienst is zeer geïnteresseerd. Stel je voor dat je via dromen een hele bevolking kan manipuleren: de natte droom van een totalitaire staat. Maar dan blijkt dat Hossi op die dromen van anderen waarin hij verschijnt geen enkele invloed heeft. En dan smelt de Cubaanse interesse als ijs in de zon, een van de mooie voorbeelden van de humor waarmee Agualusa zijn roman doordrenkt.
    Deze roman, maar dat geldt ook voor zijn vorige, zijn agglomeraties van verhalen, die op een losse manier met elkaar zijn verbonden. Verschillende personages hebben ieder op hun eigen manier ervaringen met dromen en de betekenis ervan. De een maakt kunst op basis van haar dromen; een neuropsycholoog probeert met behulp van hersenactiviteit dromen in beeld te brengen en Daniel droomt de levens van mensen die hij niet kent. En toch zal een van zijn dromen werkelijkheid worden. Maar dat blijkt pas aan het slot.

    Zoals alle grote literatuur, geweldig vertaald door Harrie Lemmens, die de schrijver in de Nederlandse literatuur heeft geïntroduceerd, bevat deze roman van Agualusa ook aanwijzingen hoe de schrijver, via zijn personages, de rol van de literatuur ziet. ‘De betekenis?!’, vraagt beeldend kunstenaar Moira Fernandes in een discussie aan Daniel. ‘Ik wil helemaal geen betekenis. Integendeel, ik wil iets wat de normale betekenis van de dingen onderuithaalt.’ Een roman is als een landschap in de visie van Agualusa: ‘Zodra een landschap je kwetst of ontroert, of boos maakt, is het geen landschap meer en wordt het een gebeurtenis’, zegt Moira Fernandes. Het zou me niet verbazen als zij nog eens opduikt in een volgende roman. Om naar uit te zien!

     

     

  • Oogst week 13

    Het genootschap van onvrijwillige dromers

    De Portugees/Angolese schrijver José Eduardo Agualusa kan nogal op overrompelende wijze – waarin droom en werkelijkheid nooit goed los van elkaar zijn te zien – een verhaal vertellen. Dat hij nu een roman heeft geschreven waarin dromen de verbindende factor zijn, belooft een fabuleus avontuur te worden. Al moet de werkelijkheid niet helemaal opzij geschoven worden. Veelal schrijft hij met het regime van Angola in zijn achterhoofd en is veel te duiden als kritiek op dat land.

    Hij schreef veertien romans waarvan er zes vertaald zijn, allen door Harrie Lemmens. In de laatst vertaalde roman Het genootschap van onvrijwillige dromers draait het om vier mensen, vreemden voor elkaar maar verbonden door hun dromen. Zo droomt de Angolese journalist Daniel Benchimol  van mensen die hij niet kent. Een Mozambikaanse kunstenares die in Kaapstad woont, ensceneert en fotografeert haar dromen. Een Braziliaanse neurowetenschapper filmt hen beiden. Een voormalige guerrillastrijder en hotelier met een duister en gewelddadig verleden heeft een geheimzinnige relatie tot zijn dromen. Dromen brengt deze vier personages bij elkaar in een land dat wordt gedomineerd door een totalitair regime dat op de rand van ineenstorting staat. De roman kan gezien worden als een politieke, satirische en onderhoudende fabel maar ook als een pleidooi voor de terugkeer van de droom als wapen van verzet in deze tijd; een en ander geheel op een wijze verteld die Agualusa toevertrouwd is.

     

    Het genootschap van onvrijwillige dromers
    Auteur: José Eduardo Agualusa
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik (2018)

    Onder de toonbank.Pornografie en erotica in de Nederlanden

    Al sinds 1677 is er gedoe om illustraties van vrouwen van lichte zeden.  De toenmalig uitgever en boekverkoper Timotheus ten Hoorn moest verantwoording afleggen bij de schout voor de illustraties in het boek De dwaalende hoer. Drie eeuwen later vinden tijdschriften als Big Boobs en Cocky in oplages van meer dan 100.000 exemplaren hun weg naar de gretige afnemers. Wel onder de toonbank verkocht uiteraard. Wat ooit begon met een stel ‘vieze’ boekjes die alleen onder de toonbank verkocht werden, groeide uit tot een ware industrie van seksblaadjes die open en bloot bij de sigarenboer verkrijgbaar waren. Hoe veranderde De dwaalende hoer (1677) in de blaadjes Chick (1968‒2009) of Candy (1968-2016)?

    Aan de hand van opruiende en prikkelende illustraties vertelt Onder de toonbank de geschiedenis van de Nederlandse erotica en pornografie. De belangrijkste periodes van de Nederlandse pornografie werden door Inger Leemans, Marita Mathijsen en Bert Sliggers onder de loep genomen. Waarbij er ook aandacht is voor thema’s als pornografische strips, homo-erotica en kolonialisme in de pornografie. Kortom een rijk geïllustreerd overzichtswerk van de Nederlandse pornografie.

     

    Onder de toonbank.Pornografie en erotica in de Nederlanden
    Auteur: Bert Sliggers; Jos van Waterschoot
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Door alle honderd harten wit te kalken

    Henk van der Waal (1960) ontving in 1996 de C. Buddingh’-prijs voor zijn debuutbundel De windsels van de sfinx. Zijn bundel De aantochtster (2003) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Deze week kwam zijn tiende bundel, Door alle honderd harten wit te kalken uit. De dichter baant zich volgens de uitgever ‘in de tien meanderende gedichten – zijn het klaagzangen, zijn het liefdesliederen? – een weg naar licht.’

    Hoe dat licht te karakteriseren?

    ‘Je kunt dat zijn noemen, of geluk, of doordesemde aanwezigheid / het is in ieder geval iets wat van buiten komt, maar / gek genoeg diep van binnen in je brandt / iets wat je gekregen hebt / iets wat je te zijn hebt / iets wat je te geven hebt: / liefdesgemoed’.

     

    Door alle honderd harten wit te kalken
    Auteur: Henk van der Waal
    Uitgeverij: Querido

    Ik, J. Kessels

    Schelmenromans worden ze ook wel genoemd, de romans over J. Kessels van P.F. Thomése. Voor deze Kessels stond een vriend model verklaarde Thomése onlangs in de nieuwsshow op zaterdagochtend en ook vertelde hij erbij, dat hij inmiddels geen contact meer heeft met die vriend.

    J. Kessels was het favoriete personage van Thomése met wie hij vele avonturen beleefde: van Tilburg tot Hamburg, van New Orleans tot aan de San Francisco Bay. Ontgoocheld neemt de auteur zich voor om nooit meer een letter aan hem te wijden. Zijn ex-beste vriend zelf dacht er anders over. Lezen dus, om te weten hoe een vriendschap (niet geheel ongestraft) tot onderwerp kon zijn van een romancyclus. En komisch is het ook.

    Ik, J. Kessels
    Auteur: P.F. Thomése
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Een koe

    Een koe

    Er riep een koe door de nacht. Het was een mooie roep; donker en dwingend. Het riep herinneringen op aan momenten dat je in de ochtendnevel van een feest naar huis fietste. Die koe in de nacht wekte net als de nachtelijke misthoorn van een trein het verlangen wekt om weg te trekken, zomaar ergens heen. Mijn lief sliep, zuchtend en stoom afblazend, waarbij de lucht zijn mond met een pfffff-end geluid verliet, als een band die leegliep. Het is niet erg wakker te liggen zei ik tegen mezelf en draaide op mijn andere zij. Maar ik had ook nog José Eduardo Agualusa in mijn hoofd. En iets uit Bekentenissen van een nieuwsgierig mens van Maarten Asscher. Waarin hij schrijft hoe irritant het is als een Portugese José wordt uitgesproken als een Spaanse José. Een Portugese José spreek je als ‘zjosé en niet als het harde Spaanse ‘gossé’. Dat het pedanterig is om dit te corrigeren, betweter die je dan bent. En dat ik laatst in Paradiso bij leesclub Le Monde was, waar een boek van Agualusa besproken werd en waar de moderator, ‘Gossé’ Eduardo Agualusa zei en ik me (dankzij Asscher) inhield.

    Weer riep een koe door de nacht, urgenter nu. Het leek me een andere koe dan de eerste. Daardoor kwam ik in een staat van alertheid. Alsof ik straks verantwoording zou moeten afleggen over dat verschillend klinkende boegeroep en vanaf welk weiland dat dan kwam. Dat die koeien dan voor de nachts gemuilkorfd zouden worden. En of ik dat wilde; nee, dat wilde ik niet, dus laat die koeien nu maar. En ik probeerde niet naar koeien te luisteren. Maar Agualusa was er nog. Ik draaide me op mijn rug en dacht aan Een algemene theorie van het vergeten. Waarin zoveel verhalen zitten als het leven zelf. Het verhaal van de hoed, dacht ik, zit verweven door de roman. Dat ging zo (geloof ik):

    Er lag een hoed naast een vuilcontainer. Iemand vertelt dat een man in de grond is verdwenen, precies op de plek waar de hoed ligt. Dat hij met eigen ogen zag hoe de man er het ene moment was en het volgende alleen zijn hoed. Zo ontstond het verhaal van de man die in de grond verdween. Ik moest denken aan een Angolese jongeman bij Leesclub Le Monde. Hij zei: ‘Ik lees niet.’ Hij zei niet: ‘Ik lees nooit’. Het was op aandringen van zijn Nederlandse vriendin dat hij het boek heeft gelezen. ‘Een knap boek’, vond hij het, want: ‘Niets is moeilijker dan orale verhalen opschrijven.’ In de stilte van de nacht begreep ik waarom hij ‘Ik lees niet’ zei.  Dat als je met verhalen, zoals in het boek van Agualusa, bent opgegroeid, niet hoeft te lezen. Ik nam me voor, vanaf morgen verhalen te vertellen waarin de waarheid een schier onopvallend aspect zal zijn.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

  • Je weet niet wat je leest

    Je weet niet wat je leest

    Om de chaos en rauwheid van het leven in Angola ten tijde van de onafhankelijkheid (na 400 jaar Portugese kolonisatie) en de daarop volgende 27 jarige burgeroorlog te beschrijven, heeft José Eduardo Agualusa (1960) het in werkelijkheid gebeurde gegeven  gebruikt van de vrouw die zich gedurende de burgeroorlog inmetselde in haar flat en zo de oorlog overleefde. Daaromheen wervelen personages waarvan het leven op drift geraakt is en die allen direct of indirect met de vrouw verbonden zijn.

    Van de in Angola geboren Portugese schrijver verscheen onlangs Een algemene theorie van het vergeten, zijn vijfde door Harrie Lemmens in het Nederlands vertaalde roman. De titel kan de indruk geven dat je een boek in handen hebt waarin een theorie over de werking van het geheugen uit de doeken wordt gedaan. Niets is minder waar. Geen weerslag van een studie naar vergeetachtigheid maar van verborgen geschiedenissen in Angola van de jaren 1975 tot 2002. Maar wees gewaarschuwd: Agualusa voert zijn personages in zo’n bevlogen verteltrant op dat er wel eens een enkele uit beeld verdwijnt. Wat overigens niets af doe aan de intensiteit van de vertelling. Die zit in de manier waarop Agualusa zijn personages opvoert, zonder uitgebreid in te gaan op plaats, tijd of herkomst, zijn ze er.  

    Pure fictie

    Het boek begint met een opmerking vooraf. Agualusa zegt dat hij de kopieën van tien schriften kreeg waarin de in 2010 op vijfentachtigjarige leeftijd overleden Ludovica Fernandes Mano, kortweg Ludo, een dagboek bijhield tijdens de eerste jaren van haar geïsoleerde leven. Hij zegt dat haar dagboeken en gedichten hem geholpen hebben het drama dat Ludo heeft beleefd, te reconstrueren. Om licht ironisch te besluiten: ‘Ze hebben me geloof ik geholpen haar te begrijpen. Desondanks is wat u zult lezen fictie. Pure fictie.’ En dat is het mooie aan de boeken van Agualusa, je weet niet wat je leest.

    Ludo lijdt sinds haar kinderjaren aan straatvrees. In haar jeugd is haar iets overkomen dat als ‘Het ongeluk’ wordt aangeduid waarna ze zich helemaal niet meer op straat durft te begeven. Wanneer haar ouders overlijden vertrekt ze met haar zus Odete en haar Angolese zwager Orlando vanuit Aveiro, Portugal naar Angola. Ze betrekken  een appartement op de elfde verdieping van een flat in Luanda. Als de onafhankelijkheid op het punt van uitbreken staat, vluchten de Portugezen massaal het land uit. Ook verdwijnen er Portugezen waar nooit meer iets van vernomen wordt, zoals ook Odete en Orlando die op een avond spoorloos verdwijnen. In de complete chaos die dan heerst ontstaat een burgeroorlog die 27 jaar zal duren.

    Uit angst voor plunderaars die de Portugezen willen verdrijven, metselt Ludo eigenhandig een muur (er is zand, cement en stenen voorhanden) om zich in haar appartement af te scheiden van de rest van de flat. Ze verbouwt groenten en druiven op het dakterras en om het appartement te verwarmen, verbrandt ze de meubels en duizenden boeken uit de bibliotheek van haar zwager. Haar leven geeft ze inhoud door een dagboek bij te houden en gedichten te schrijven : De dagen verglijden alsof ze / vloeibaar zijn. Ik heb geen / schriften en ook geen pennen meer. Ik schrijf met brokjes / houtskool korte gedichten op de muren / Ik ben zuinig met eten, water en woorden. //  (…).

    Overleven

    Wanneer de schriften vol zijn, gaat ze verder op de muren: (…) Als ik nog ruimte op de muren had, zou ik een / algemene theorie over het vergeten kunnen schrijven. (…) In dit huis hebben alle muren mijn mond.

    Er is onder andere sprake van een duif met een briefje in een kokertje aan zijn poot en diamanten in zijn ingewanden; een jongetje wiens moeder in haar strijd tegen handel in organen voor zijn ogen wordt doodgestoken; een lid van de geheime politie; een schaapsherder met zijn zoon: een witte hond met de naam Spook; een journalist die ‘De verzamelaar van verdwijningen’ wordt genoemd; een dochter die ter adoptie is aangeboden en een aap die Che Guavara heet. Een bonte verzameling aan gelukszoekers met hun eigen verhaal die aan het einde van het boek, (dood of levend) als bij de apotheose van een toneelstuk, over elkaar heen buitelen, dan toch nog hun plek krijgen.

    Poëtisch, humoristisch en verleidelijk

    Agualusa schrijft ogenschijnlijk zeer intuïtief, zonder vooropgezet plan. Zijn taal is poëtisch, humoristisch en verleidelijk. De grens tussen werkelijkheid en fantasie is flinterdun. Dat wat hij nodig heeft om zijn verhaal te kunnen vertellen, schrijft hij erbij: want alles dient het verhaal. Zoals wanneer Ludo het plan opvat zich in te metselen, lijkt hij ter plekke te verzinnen dat Orlando, voor hij verdween, het plan had een zwembad op het dakterras aan te leggen. Daarom liggen er zakken cement, zand en stenen op het terras. Die kan Ludo goed gebruiken om die muur te metselen. Die ze ook nog eens in één ochtend klaar kreeg. Fantastisch.

    Het geeft aan dat handelingen en hoe het verhaal in elkaar steekt ondergeschikt kunnen zijn aan het verhaal zelf. Het gaat om het zichtbaar maken van een leven in chaos. Terwijl in onze westerse samenleving alles is gericht op de toekomst – hoe het beter kan, meer en grootser – is het gros van de mensheid bezig met overleven. Dat is wat Theorie van het vergeten voelbaar maakt: wij hebben geen idee hoe het is te leven in een wereld waarin niets vast staat.

    Geloofwaardige fictie

    In het boek zijn twee gedichten, die het personage Ludo geschreven heeft, niet geschreven door de auteur, zoals te verwachten, maar door de Braziliaanse dichteres Christiana Novoa. Zij schreef die gedichten op verzoek van hem, aldus Agualusa in een dankbetuiging.
    Vertaler Harrie Lemmens verzorgde een mooi nawoord waarin hij onder meer vermeldt dat de fictie van Jose Eduardo Agualusa nog wel eens een eigen leven kan gaan leiden. Zo heeft de auteur in een van zijn boeken (Regenseizoen, 1996) een dichteres als personage opgevoerd. Hij deed haar zo geloofwaardig uitkomen dat de uitgever hem later vroeg een anthologie uit te brengen van het werk van de dichteres. De kunst om waarachtig te maken wat niet bestaat is Agualusa niet vreemd. Het kan dus zijn dat Christiana Novoa niet bestaat of, als ze bestaat, zijn die gedichten, waarvan hij zegt dat zij ze geschreven heeft, niet door haar geschreven. Maar dat terzijde. Voor wie zich wil laten overrompelen: lees dit boek.

     

     

  • Wegwijzer in de wereldliteratuur

    Eerst was er het tijdschrift Raster (1967) en toen dit in 2008 ter ziele ging, was er drie jaar later Terras. Juist, een anagram van Raster. Maar meer dan alleen een anagram is Terras een voortzetting van dat eens zo befaamde tijdschrift. Ook de redactie van Terras streeft ernaar een podium te zijn voor internationale literatuur en kunst. Aan elke editie werken dan ook veel vertalers mee en wordt er werk van internationale schrijvers gepubliceerd, waar je zonder Terras niet zo snel, buiten hun al vertaalde romans/dichtbundels om, werk van zou tegenkomen. Dat je ze daar dan dankbaar voor bent.

    In Door de nacht, het 9e nummer van Terras zijn bijvoorbeeld twee verhalen van de uit Portugese ouders in Angola geboren schrijver José Eduardo Agualusa (1960) opgenomen. Agualusa was in 2013 te gast in Utrecht tijdens City2cities. Een schrijver van magisch realistische literatuur. Agualusa publiceerde meer dan vierendertig titels en werd in vijfentwintig landen vertaald. Vier titels van hem werden in het Nederlands vertaald waaronder de futuristische  roman Labyrint van Luanda, die hij in Amsterdam voltooide met steun van het Nederlandse Fonds voor de Letteren. De twee verhalen hier gepubliceerd, zijn vertaald door Anne Lopes Michielsen en komen uit de verhalenbundel Fronteiras Perdidas – contos para viajar (1999), Verloren grenzen – verhalen voor op reis. Het is mooi om werk van deze schrijver hier aan te treffen.

    Anders dan in het merendeel van de literaire tijdschriften staan er in Terras weinig of geen debuten. Het werk van buitenlandse schrijvers wordt namelijk vergaard uit reeds gepubliceerd werk. De Italiaanse schrijver Fabio Morábito (1955) groeide op in Mexico-stad en schreef al zijn werk in het Spaans. Het verhaal De schikking (vertaling Heleen Oomen) is uit de bundel La vida ordenada (Een geordend leven) uit 2000. Het is één van de verhalen die sterk tot de verbeelding spreken van een schrijver waarover je meer wilt lezen. Je krijgt het gevoel, wat het korte verhaal betreft, buiten de voetsporen van laten we zeggen Raymond Carver te treden, die gek genoeg tot een soort oervader van het korte verhaal is bestempeld. Maar er zijn meer, zeer goede, prachtige en intrigerende verhalen over de grenzen te vinden. Je zou ze willen ontdekken. Gelukkig dat Terras daar de helpende hand bij kan bieden.

    Een schrijver, waarvan je gewild had dat je hem al kende, is de Peruaan Julio Ramón Ribeyro (1929 – 1994). De koning van de dakterrassen (vertaling: Jos Kockelkoren) is een fantastisch (mooi) verhaal over een jongen die aan de dwingende ogen van zijn moeder ontsnapt door de dakterrassen van de hele buurt af te struinen en van alles van zijn gading te verzamelen. Op een dag ontmoet hij een oude man in een ligstoel die vanuit een wijsheid, die tot niets verplicht, hem dingen laat ontdekken over zichzelf. Dit gaat goed tot zijn moeder dit ontdekt. Van Ribeyro is alleen zijn eerste boek in het Nederlands verschenen. Verwacht wordt nu natuurlijk dat er meer van zijn verhalen vertaald zullen worden. Vooral ook omdat in 2010 in Spanje een honderdtal van zijn verhalen opnieuw zijn uitgegeven onder de titel La Palabra de Mudo, (vrij vertaald) Het gedempte woord. Laten we in stilte afwachten.

    Van de kunstenaar Klaas Kloosterboer (1959) zijn in het midden van het katern op glanzend papier, zes schilderijen afgedrukt. Kijk, en dat maakt Terras zo rijk in beleving. Er is met zorg en aandacht gezocht naar het juiste papier, kleurendruk, lettertype, soepelheid en vorm van het papier. Een fijn tijdschrift. Ga over de grens met Terras en neem gewoon een abonnement.

    Voor meer: kijk op www.tijdschriftterras.nl Ook voor een abonnement.