• Oogst week 45 – 2024

    Geef niet mee! Een biografie van Ellen Warmond

    De gedichten van Ellen Warmond (pseudoniem van Pietronella Cornelia van Yperen, 1930-2011) waren voor vele lezers de eerste kennismaking met moderne poëzie. Vooral in de jaren zestig en zeventig werden verschillende van haar bundels opnieuw gedrukt in verband met het zich manifesterende feminisme in die jaren en haar ‘vrouwelijke stem’ waarvoor ze in 1987 de Anna Bijnsprijs kreeg voor haar gehele oeuvre. Maar Warmond wilde liever als individu beschouwd worden en niet beoordeeld worden op haar vrouwzijn. Haar existentialistische gedichten zijn getekend door melancholie en het verlangen naar onafhankelijkheid, haar taalgebruik is licht en relativerend. In haar debuut Proeftuin uit 1953 is al de overwegend sombere teneur van haar latere werk te herkennen, haar afstandelijkheid en haar ironie, maar ook haar angst die ontstond nadat zij als kind het bombardement op Rotterdam meemaakte. Ze danste in het Rotterdams Ballet Ensemble en was secretaresse op een handelskantoor, een baan die het noodzakelijk maakte dat zij een pseudoniem koos voor haar bundels. Haar gedichten hebben weliswaar verwantschap met die van de Vijftigers, maar staan toch op zichzelf. 

    Trudy van Wijk schreef eerder een biografie over de poëzie van Ida Gerhardt, Wat zingt het popelend refrein. Na haar dood in 2020 werd de biografie over Ellen Warmond voltooid door Bertram Mourits.

     



    Geef niet mee! Een biografie van Ellen Warmond
    Auteur: Trudy van Wijk
    Uitgeverij: Walburgpers

    We moeten 'misschien' blijven denken

    Esther Jansma debuteerde in 1988 met de bundel Stem onder mijn bed. Sindsdien heeft ze meerdere dichtbundels geschreven, waarvoor ze diverse literaire prijzen ontving, waaronder in 2006 de A. Roland Holstpenning voor haar gehele werk.

    Het verstrijken van de tijd is een thema dat in de poëzie van Esther Jansma regelmatig terugkeert. Ze vraagt zich af waarom de dingen niet kunnen blijven blijven zoals ze zijn. In haar elfde bundel, We moeten ‘misschien’ blijven denken, trekt ze dit thema door tot aan de uiterste consequentie van de eindigheid van tijd, het afscheid nemen van het leven. De drie spreekstemmen die ze al eerder liet horen in haar met de Halewijnprijs bekroonde bundel Picknick op de wenteltrap (1997) leveren door de hele bundel heen in korte, tragikomische dialogen commentaar op wat er gaande is. 

    Als archeoloog en speciaal dendrochronoloog ontwikkelde Jansma een methode om de ouderdom van houten voorwerpen vast te stellen, zoals je bij een boom de jaarringen telt. Ook in haar gedichten graaft ze diep om de herkomst van gebeurtenissen en emoties te herkennen. ‘Het hoefde alleen maar gevonden te worden’, schreef ze in haar gedicht ‘Alles is nieuw’. 

    Haar poëzie is beïnvloed door een moeilijke jeugd, zoals ze zelf aangeeft. Haar vader stierf toen ze zes was en met haar moeder was er geen sprake van een liefderijke band. Ook de dood van haar ongeboren dochter en pasgeboren zoon hebben groeven gekrast in haar werk. Woede en beheersing wisselen elkaar af in een beeldende en sterke taal.

     

    We moeten 'misschien' blijven denken
    Auteur: Esther Jansma
    Uitgeverij: Prometheus

    Verzamelde gedichten

    Jean Pierre Rawie is een van de weinig dichters in Nederland die nog traditionele gedichten schrijft, vormvaste sonnetten met eindrijm. In 1979 debuteerde hij met Het meisje en de dood. Hij is met Annie M.G. Schmidt, Nel Benschop en Toon Hermans een van de meest geliefde dichters, die vaak geciteerd wordt in rouwadvertenties. Daardoor duurde het tot 1989 voordat Rawie met zijn bundel Woelig stof ook erkenning kreeg van de literaire kritiek. Uiteindelijk ontving Rawie in 2008 de Charlotte Köhler Prijs voor zijn gehele oeuvre

    Dat het zo lang geduurd heeft eer men het werk van Rawie op waarde schatte is nu nauwelijks meer voor te stellen. Zijn thema’s zijn al even klassiek: verval, dood, melancholie en verloren liefde. Zijn grote eruditie blijkt uit zijn vertalingen uit negen verschillende talen van poëzie vanaf de dertiende eeuw tot aan het midden van de vorige eeuw. Deze vertalingen werden opgenomen in afdelingen in zijn bundels. Ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Rawie werden een groot aantal van zijn vertalingen opgenomen in Een luchtbel in een vluchtige rivier, voorzien van zijn eigen commentaar. Ook werd er in 2006 Verzamelde verzen uitgebracht.

    Nu is er een uitgave verschenen waarin alle gedichten van Rawie zijn verzameld vanaf het begin van zijn dichtersloopbaan tot en met de bundel met vertalingen. Een absolute must have  voor de talloze bewonderaars.



    Verzamelde gedichten
    Auteur: Jean Pierre Rawie
    Uitgeverij: Prometheus
  • ‘Langzaam overdachte woorden die we meenden’

    Afgelopen weekend vond de 40ste Nacht van de Poëzie plaats in TivoliVredenburg te Utrecht. Zaterdagavond stipt acht uur werd de avond afgetrapt en ruim zeven uur later, in de vroege zondagochtend half vier, wensten de vertrouwde presentatoren Piet Piryns en Esther Naomi Perquin de bezoekers na alle poëzie en spektakel een wel thuis en een goede nacht. Tussen die twee tijdstippen in trok een parade langs van dichters en dichteressen uit Nederland en Vlaanderen. Onder hen nieuwkomers als Mahat Arab en Joke Van Caesbroeck, evenals oudgedienden Jean Pierre Rawie en Judith Herzberg. Waarbij die laatste de kwaliteit van de nacht muntte met haar zinsnede, ‘Langzaam overdachte woorden die we meenden’.

    Voor de bezoekers van dit uitverkochte huis was er zoals altijd meer te zien en te doen dan een mens aan kan. Om te beginnen alle dichters en entr’acts natuurlijk. Omdat tradities er blijkbaar toch zijn om te worden gebroken was de eersteling van deze 40ste editie NIET degene met wie vorig jaar de 39ste Nacht van de Poëzie werd afgesloten. Het spits werd afgebeten door Bart Chabot. Bij zijn introductie werd nog wel even verwezen naar zijn leven als BN’er en naar zijn gezin met wie hij het Boekenweekgeschenk 2024 schrijft. Maar Chabot zelf hield het bij de poëzie, die hij nog altijd overtuigend de zaal in kan slingeren.


    Enthousiaste performances

    Hoogtepunt was wel het optreden van Gerda Lenten-Havertong, die op indringende wijze poëzie voorlas in het Sranantongo van Michaël Slory en Robin Ravales (‘Dobru’) en in het Nederlands voorlas. Toewijding en enthousiasme spatten van Havertongs performance af  – en ze had zich mooier gekleed dan welke andere deelnemer ook. Het publiek sloot Gerda hartstochtelijk in het hart. Ook Elmar Kuipers gedichten waren er trouwens in twee talen: hij las ze in het Fries, en achter hem op een groot scherm waren Nederlandse vertalingen te lezen. Het leverde een poëzie-ervaring op die gelaagd en geslaagd was.

    ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen van poëzie een avondje lachen’, aldus Remco Campert. Buddingh’ is al jaren dood, Campert inmiddels ook. Of het waar is of niet – gelachen werd er zeker, en sommige publiekslievelingen speelden daar ook duidelijk op in. Hans Dorrestijn noemt zich welbewust cabaretier, en Joost Oomen liet zien en horen dat een welhaast bezeten-gejaagd en geestig optreden heel goed met poëtische zeggingskracht kan worden uitgevoerd.


    Dansen en dichten

    De entr’acts waren alle van een muzikale opzwependheid, ter afwisseling met intrinsieke sereniteit die poëzie toch nog altijd nog aankleeft. Zangeres Naaz wist in het Koerdisch een dramatische urgentie over te brengen op haar publiek van hetgeen zij zong. Merkwaardig was het optreden van Hollywoodster Michael C. Hall en zijn band. De enigszins dreunend-dreigend monotone muziek kon kennelijk niet alle bezoekers bekoren. Toen het later werd en stilaan meer en meer bezoekers huiswaarts keerden en alleen de diehards overbleven, werden de beats van de optredens feller en veranderde de grote zaal van Vredenburg in een goed gebruikte dansvloer: bij de flitsende show van de band Kuzko rond half drie ’s nachts bleef vrijwel niemand stil zitten of -staan. Als vervolgens weer een dichter aantrad was de aandacht optimaal ververst.

    Dichterskwartet

    In de wandelgangen waren verschillende activiteiten. Er was poëzie te koop in antiquarische uitgaven en nieuwe publicaties. Er waren gedichten te beluisteren via een poëzietelefoon en wie wilde kon de live opname van een podcast bijwonen. Wat een buitenkans bleek, want wanneer ben je nou getuige van een gesprek over poëzie tussen Ingmar Heytze, Jean Pierre Rawie en John Jansen van Galen? En omdat de Nacht inmiddels al veertig jaar bestaat en daar veel beeldmateriaal van beschikbaar is, werd er tussen alle bedrijven door genoten worden van foto’s, video’s en geluidsfragmenten van dichters die lang geleden optraden.

    Bovendien werd er ter gelegenheid van de 40ste nacht een dichterskwartet uitgegeven door ILFU die de ‘Nacht’ organiseert. Om thuis nog eens mee te spelen. Dus ja, het was zeker een goede nacht. Volgend jaar weer!

     

     

     

     

    Foto’s: Reinder Storm