• Duitse humor

    Duitse humor

    De Duitse schrijfster Iris Hanika (1962) was journaliste voor onder andere de Frankfurter Allgemeine Zeitung en publiceerde diverse romans, waaronder Das Eigentliche, in het Nederlands uitgebracht onder de titel Het eigenlijke. Het boek werd onder meer onderscheiden met de Literatuurprijs van de Europese Unie en de Preis der LiteraTour Nord.
    Hoofdpersoon Hans Frambach werkt als archivaris bij het Instituut voor Exploitatie van het Verleden, waar hij documenten uit de nalatenschap van één overlevende van de kampen archiveert. Het Instituut moet enorm zijn want Hans werkt op de zestiende verdieping. We leren alleen de receptioniste en Hans’ directe chef kennen. Met de receptioniste heeft hij een ijzige band, zijn chef overdondert hem. Hij stuurt hem naar Shanghai om daar kisten met spullen van een uit Duitsland geëmigreerde Joodse componist op te halen. De chef is alleen maar bezig zich te laten gelden binnen de wereld van de archieven om budget los te peuteren en een naam te vestigen. Het verleden speelt voor hem niet echt een rol.

    Herdenkingsindustrie

    Het Instituut is opgericht om de Duitser te confronteren met het oorlogsverleden en met het gegeven dat niet alleen herdenkingen daarin belangrijk zijn maar ook het duister zelf. Dat was de grondslag van de stichting: ‘Iedereen wist het. Het was geen geheim en stond niet ter discussie. Het was echt het eigenlijke.’
    Hans is eenzaam en niet gelukkig en lijdt onder een schuldgevoel over de Naziterreur. Hij windt zich op over het feit dat hij zo druk bezig is met die zwarte en zware periode uit de geschiedenis, terwijl de maatschappij er steeds onverschilliger voor wordt. Hij verwijt de Duitsers de doodzonde van ‘acedia’ (luie onverschilligheid) en noemt de Stolpersteine en het grote Holocaustmonument in Berlijn producten van de Herdenkingsindustrie: niet gericht op het eigenlijke maar op vermaak, zoals films over de oorlog. ‘Ons verleden is voor het massapubliek compatibel geworden. Ze hebben het goed laten uitrijpen en alle nuances ervan afgeschuurd.’
    Ook ergert hij zich aan het feit dat de kerken zich het Leed toe-eigenen. Ze vergelijken Auschwitz met Golgotha en suggereren zo dat het lijden een hogere zin had. Hans maakt zich vreselijk driftig over de claim die de kerk legt op de ellende van de oorlog en deze gebruikt om haar eigen gelijk te halen. ‘Wat eigenlijk niet te verdragen is, is de volkomen zinloosheid van dat leed. Elk leed. Het is de zinloosheid, niet het lijden dat niet te verdragen is. Omdat die zinloosheid, de zinloosheid van deze misdaad je algauw tot het inzicht brengt dat überhaupt alles zinloos is.’ laat Hanika hem zeggen.

    Hans heeft een vriendin, Graziela, bij wie hij zijn verhaal, zijn eenzaamheid en zijn zwaarte kwijt kan. ‘De enige mens met wie hij praatte, die met hem praatte, de enige mens, een gouden stapsteen in de grijze zee.’ Ze spreken elkaar bijna dagelijks, meestal telefonisch. Hij hoopt een relatie met haar te beginnen, maar Graziela kiest voor haar minnaar, een getrouwde man. Ze praat veel met Hans om haar geluk en haar twijfels over deze minnaar te delen en schroomt niet om Hans midden in de nacht te bellen als de minnaar het uitmaakt. Graziela heeft veel invloed op Hans, die zich gemakkelijk laat manipuleren. Uiteindelijk neemt hij een beslissing.

    Eigentlichkeit en uneigentlichkeit

    Deze roman van Hanika is geprezen om zijn ironische en lichte benadering van een collectief fout verleden in Duitsland. Als Nederlander missen wij misschien wel het een en ander van die, mogelijk typisch Duitse, ironie. Die is niet altijd te duiden en verwijst mogelijk naar bronnen die we in Nederland minder of niet kennen. In 1965 werd een essay gepubliceerd over humor bij Thomas Mann. De schrijver, Käte Hamburger, stelt daarin dat de humor bij Mann berust op een volgehouden contrastwerking tussen “Eigentlichkeit” en “Uneigentlichkeit”.
    ‘Met Eigentlichkeit bedoelt ze de mythes en illusies over de werkelijkheid die in de loop der tijd bij elkaar zijn geschreven, verteld en gefabuleerd en tot een ideologisch conglomeraat gesmeed waarbinnen mensen functioneren en elkaar zand in de ogen strooien. Humor moet je daarin kunnen zien, je moet het willen zien.’ Dit citaat komt uit de zinvolle en behartenswaardige beschouwing over de humor bij Thomas Mann die Kees ’t Hart in zijn laatste bundel (Victorien, ik hou van je, 2021) heeft opgenomen. Voor de humor in Het eigenlijke gaat dat misschien ook wel op.

    De keuze voor de vertaling van de titel van de roman, Het eigenlijke, had treffender gekund. Mooier, passender, duidelijker zou wellicht Het wezenlijke zijn. Tegenwoordig wordt er eigenlijk in zo goed als elke zin (kijk naar de talkshows) ‘eigenlijk’ gebruikt: dat is onnadenkend en mogelijk een uiting van overdreven onzekerheid of valse bescheidenheid of gewoon communicatieve onhandigheid. In de meeste gevallen is het eigenlijk storend en overbodig. Los daarvan heeft Iris Hanika een bewonderenswaardige roman geschreven die een groot taboe op een andere wijze durft te belichten. 

     

  • Oogst week 15 – 2021

    Het eigenlijke

    De Duitse schrijfster Iris Hanika (1962) won de LiteraTour Nord-prijs en de EU-prijs voor literatuur met haar roman Das Eigentliche, in het Nederlands vertaald als Het eigenlijke door Jantsje Post.
    Het ‘eigenlijke’ betekent voor iedereen iets anders. Voor Hans Frambach, de hoofdfiguur in deze roman, zijn het de misdaden in het nazitijdperk waar hij na de oorlog niet mee leven kan. Hij werkt als archivaris bij het Instituut voor ‘Exploitatie van het Verleden’ in Berlijn maar overweegt een andere baan te zoeken.

    Voor zijn enige vriendin Graziela stond verbijstering over dit oorlogsverleden centraal – totdat ze een man ontmoet die haar begeert en vanaf dat moment zoekt ze ‘het eigenlijke’ in de vleselijke liefde; een concept waar ze nu aan begint te twijfelen.
    Is het het nationaalsocialisme dat verantwoordelijk houden voor hun ongelukkig zijn? Of is het hun eigen onvermogen waardoor ze geen geluk vinden? Iris Hanika laat zien hoe misdaden uit het verleden tot op de dag van vandaag een rol spelen in het leven van anderen. Met een belangrijke rol voor de professionalisering van het herdenken, en waartoe dit kan leiden.

     

    Het eigenlijke
    Auteur: Iris Hanika
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Chinatown

    Uit Ronelda S. Kamfers (1981) vierde, tweetalige bundel Chinatown, spreekt een activistische en overtuigende taal. Er zit woede in haar gedichten, evenals ironische humor. Kamfer dicht over haar geschiedenis van complexe familieverhoudingen, hoe je een dochter opvoedt in het Zuid-Afrika van nu. Ronelda S. Kamfer zegt de helft van haar leven op zoek te zijn geweest naar een vorm van feminisme die ook over haar en de vrouwen uit haar gemeenschap gaat. ‘Mijn moeder en ik hadden de stille afspraak dat ik met mijn leven zou doen wat ik zelf wilde. Ze keek dan ook niet op toen ik zei dat ik wilde schrijven. De enige waarschuwing die zij me gaf was: ‘As jy besluit wat jy gaan skryf, moenie skryf vir ’n gat nie.’ (Als je weet wat je gaat schrijven, vrkloot het dan niet.)

    Haar moeder kan tevreden zijn, er is integendeel iets ‘vrkloot’. Met deze uitdagende bundel confronteert ze op vaak luchtige wijze haar lezers met de realiteit van marginalisering, armoede en geweld, alles  beschreven vanuit haar eigen ervaringen. Daarnaast bevat Chinatown ook intieme gedichten over liefde, familie en ouderschap. Kortom, een zeer uitgesproken bundel.

     

    Chinatown
    Auteur: Ronelda S. Kamfer
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Stilte is mijn moedertaal

    De Eritrese schrijver  Sulaiman Addonia (1972) vluchtte in 1976 met zijn familie naar een vluchtelingenkamp in Soedan, waar zijn vader vermoord werd. Met zijn moeder en jongere broer verhuisde hij naar Jedda waar hij zijn jeugd doorbracht. In 1990 vroeg hij asiel aan in Engeland en sindsdien woont hij in Londen. Hij debuteerde met de roman Als gevolg van liefde waarin hij over zijn eigen ervaringen schreef over het leven in een vluchtelingenkamp.

    Zijn tweede roman Stilte is mijn moedertaal gaat over Saba, een jong meisje dat met haar familie hals over kop moest vluchten en speelt eveneens in een vluchtelingenkamp. Ze komen terecht in een Oost-Afrikaans vluchtelingenkamp. Het leven daar is hectisch en onveilig voor een jong meisje. Dan is er ook nog Hagos, haar zwijgende broer die ze beschermen moet tegen de gangbare normen. Broer en zus weigeren zich te schikken in de rol die hen wordt opgelegd. Aan de hand van intrigerende personages onderzoekt de schrijver wat het betekent om een man of een vrouw te zijn. Wat het betekent een individu te zijn wanneer je geen thuis of toekomst hebt.

    Addonia analyseert hoe het kan dat een samenleving in staat is de oorlog te verklaren aan haar eigen vrouwen. Hij vertelt de verhalen die nodig zijn om te overleven in een vijandige omgeving.

     

    Stilte is mijn moedertaal
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Oogst week 48 – 2020

    De reparatie van de wereld

    De Kroatische auteur Slobodan Šnajder (1948) won in zijn vaderland verschillende literaire prijzen, maar is in het Nederlandse taalgebied nog onbekend. Daar komt nu verandering in, want zijn grote historische roman De reparatie van de wereld is door Roel Schuyt naar het Nederlands vertaald.

    Deze roman draait om Vera en Kempf, die elkaar na de Tweede Wereldoorlog ontmoeten, een zoon krijgen en voor elkaar bestemd lijken te zijn. Tijdens de oorlog vocht Kempf echter bij de SS, terwijl Vera als partizaan ten strijde trok tegen de nazi’s. Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, dreigt het verleden hen in te halen.

    De reparatie van de wereld
    Auteur: Slobodan Šnajder
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Jaguarman

    Raoul de Jong (1984) was columnist voor onder meer NRC Handelsblad en Het Parool. Voor zijn boeken won hij meerdere prijzen, zo werd De grootsheid van het al het Beste Rotterdamse Boek.

    Recent kwam Jaguarman uit, waarin De Jong zijn reis naar Suriname beschrijft. Nadat hij op volwassen leeftijd zijn vader ontmoet, die hem vertelt over een voorouder die zichzelf kon veranderen in een jaguar, raakt De Jong gefascineerd door het land. Tijdens zijn reis ontmoet hij Surinaamse auteurs en helden. Hoewel Jaguarman gebaseerd is op verhalen uit De Jongs familie en wat de mensen in Suriname hem vertelden, is het boek geschreven als een avonturenroman.

    Jaguarman
    Auteur: Raoul de Jong
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    De Vriendt keert terug

    Jeruzalem, 1929, er wordt een aanslag gepleegd op Jitschak Jozef de Vriendt, een Thora-geleerde en schrijver. Hij overleeft dit niet. De Joodse internationale media geven de Arabieren vrijwel meteen de schuld, maar de baas van de geheime dienst, Irmin, gelooft dat niet. Hij start een onderzoek dat wordt belemmerd door religie, politiek en tradities van duizenden jaren oud.

    Hoewel deze roman in 1933 voor het eerst werd gepubliceerd, zijn de conflicten nog steeds actueel. Dat is het verhaal van De Vriendt keert terug, geschreven door Duitse auteur Arnold Zweig (1887-1968). Zweig woonde onder meer in Zwitserland, Frankrijk en Palestina. Jantsje Post en Lilian Caris zijn verantwoordelijk voor deze nieuwe vertaling van De Vriendt keert terug.

    De Vriendt keert terug
    Auteur: Arnold Zweig
    Uitgeverij: Cossee
  • Zomerlezen – Beste dikke boekenlijstje

    Geheime kamers

    Jeroen Brouwers’ Geheime kamers verscheen in 2000 en is in mijn ogen een meesterwerk, een van zijn beste boeken. De compositie van het verhaal, de taal waarin Brouwers het verhaal vertelt, zijn imponerende stijl, de metaforen en verwijzingen die hij gebruikt, de spanning die hij weet op te roepen, maken het lezen van dit boek tot een genotvolle tijdpassering. Het mooie is dat hij van een tamelijk simpel en een in de literatuur veel behandeld thema – de relatie tussen een man en een vrouw, in dit geval twee echtparen – een rijk boek weet te maken.

    In veel boeken van Brouwers komen zijn hoofdpersonen in situaties terecht waarin ze eigenlijk niet willen zijn: een lift die vastzit, een huwelijk dat eigenlijk voorbij is, een vader wiens kind eerder doodgaat dan hijzelf, een grijsaard die tegen zijn zin een cruise maakt over de Middellandse Zee. Ook in dit boek is de hoofdpersoon een deerniswekkend figuur die niets dan ellende ontmoet in zijn leven. Hij vindt zichzelf een non-valeur maar van alle figuren in het boek is hij eigenlijk de enige die deugt. Al doet hij steeds de verkeerde dingen op de verkeerde momenten maar weet toch te overleven.

    Brouwers weet dit verhaal zoveel breedte en diepte te geven, dat het uiteindelijk gaat om de fundamentele existentie van de mens, zijn moraliteit en zijn lust tot al dan niet te willen leven.

     

     

    Geheime kamers
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Olympus

    De lijfarts

    Maria Stahlies De lijfarts verscheen in 2002; het is nog steeds een boek dat het lezen meer dan waard is.

    Het knappe van Maria Stahlie vind ik haar veelzijdigheid als romancier. Ze schrijft prachtig, componeert consciëntieus, met veel oog voor detail (schept er een genoegen in om met getallen te spelen en er een symbolische betekenis aan te geven) en tekent in heldere stijl scherpe psychologische portretten van haar personages, die tot op zekere hoogte worstelen met het leven.

    De lijfarts is een van haar mooiere boeken, vooral omdat het verhaal je in alle opzichten zo weet te boeien dat het je niet meer loslaat. Wanneer je De lijfarts hebt uitgelezen, vind je Egidius vast ook heel mooi.

     

     

    De lijfarts
    Auteur: Maria Stahlie
    Uitgeverij: Prometheus

    Het achtste leven (voor Brilka)

    Nino Haratischwili’s, Het achtste leven (voor Brilka), verscheen in 2014; een familie epos over acht levens uit zes generaties van de familie Jasji, in één ruk uit te lezen, althans als je even de tijd hebt. Het verhaal over deze familie uit Georgië speelt zich af in Rusland en beslaat de hele twintigste eeuw. Het knappe is dat de persoonlijke lotgevallen van deze familie ingebed worden in de politieke en sociale ontwikkelingen in Rusland, met name de jaren waarin Stalin aan het bewind was. Daarmee stijgt het ver uit boven het afzonderlijke leven van de diverse familieleden maar laat het ook zien welke invloeden die ontwikkelingen hebben op hun levens. Mooi geconstrueerd en prachtig beschreven door Brilka, de jongste telg uit het geslacht Jasji. Van haar wordt verwacht dat zij haar leven pas inricht nadat zij kennis heeft genomen van de levens van de voorgaande generaties. Haar tante Nitsa vertelt haar daarover en wij mogen meelezen.

    Een heerlijk boek om je in te verliezen.

     

     

    Het achtste leven (voor Brilka)
    Auteur: Nino Haratischwili
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Goudzand

    Wanneer je deze drie boeken uit hebt, wacht nog een mooi boek: Konstantin Paustovski, Goudzand bevat korte verhalen, dagboeken en brieven van de schrijver die nog niet eerder zijn gepubliceerd. Zijn zesdelige autobiografie De geschiedenis van een leven is één van de mooiste boeken uit de twintigste eeuw. Dan vraag je je af of daaraan nog iets kan worden toegevoegd: ja, dat kan dus! In Goudzand vertelt Paustovski de geschiedenis van Rusland vanaf de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren 60. Deze geschiedschrijving lardeert hij met ontroerende brieven aan zijn vrouw, vrienden en collega-schrijvers. Hij moet ook oppassen met zijn publicaties omdat het Russische regime na de Tweede Wereldoorlog de kritiek van schrijvers op de Russische politiek en maatschappij niet duldde. Paustovski schreef kritische brieven aan Brezjnev en de partijtop wanneer er weer een collega werd gedwarsboomd in zijn werk of gevangen genomen werd.
    Een schitterend boek, prachtig geschreven, intrigerend om te lezen.

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  •  ‘Und ewig, ewig sind die weissen Wolken’

    Lea staat op het schellinkje bij de uitvoering van Mahlers Das Lied von der Erde. De tranen biggelen over haar wangen, ze heeft nooit eerder zulke muziek gehoord. Op het hoogtepunt – Und ewig, ewig sind die weissen Wolken. Ewig, ewig – drukt ze zich aan de borst van de man naast zich, die zijn arm om haar heengeslagen heeft. Ze ontmoeten elkaar voor het eerst, de muziek heeft ze in elkaars armen gedreven. Hij is David Goldstaub – componist, liegt hij. Ook Lea liegt – ze is zangeres, zegt ze. Ze nemen een hotelkamer. Na een nacht vol passie vertrekt David in stilte. Hij heeft in Polen een leven vol vernedering en angst achter de rug, voortgejaagd door pogroms en golven van Jodenhaat. Na de ontmoeting met Lea, dit warme, gewillige dier, voelt hij zich bevrijd en neemt hij het lot in eigen hand, hij pleegt zelfmoord. Lea vertrekt naar Duitsland, op zoek naar een betere toekomst. Negen maanden later baart ze een dochter: Manja.

    Anna Gmeyner gaf haar boek – in 1938 voor het eerst verschenen, nu uitgebracht in een nieuwe vertaling – Manja’s naam, met als ondertitel Ein Roman um Fünf Kinder. De vijf kinderen vormen inderdaad het brandpunt, maar om hen heen rukt de barbarij op. Manja speelt zich af in het Berlijn van de jaren twintig en dertig, de Eerste Wereldoorlog is achter de rug, een nieuwe oorlog ligt in het verschiet. Het is een periode van economische malaise, hollende inflatie, opkomend fascisme, smerige rassenhaat, politieke verdwazing en grootscheeps alledaags geweld. De dreiging is voelbaar op iedere pagina; wie het boek destijds gelezen heeft, kan onmogelijk volhouden dat we niet wisten wat er in Duitsland aan de hand was.

    De kinderen, vier jongens en een meisje, zijn allemaal even oud en komen min of meer bij toeval met elkaar in aanraking, omdat ze buren zijn, bij elkaar in de klas zitten, of omdat hun ouders elkaar kennen. Ze komen een paar keer per week samen bij ‘de muur’, de verkruimelde resten van een bouwval op een afgelegen veldje bij de rivier. Er staat een kersenboom, een klimboom, ze maken een hol en houden er een konijntje. Karli mijmert over ‘zijn Manja’: Ze waren in hetzelfde ziekenhuis geboren, bijna op dezelfde dag. Hij had haar gevonden en de muur ook en die had hen bij elkaar gebracht, hij had Franz de muur laten zien en Franz aan Harry en Harry aan Heini, en zo waren ze vrienden geworden, door Manja en de muur. Manja is het licht in hun leven, de jongens willen later allemaal met haar trouwen, desnoods in groepsverband: Met Manja waren ze levend en kleurig geworden als een prentenboek, vol avonturen, vreugde, spanning en spel. Iets in het leven om je op te verheugen, blijdschap die sterker was dan de angst. 

    De muur is het weerkerende rustpunt in een stad die met de dag grimmiger wordt, de schrijfster laat het zien aan de hand van wat er op school en op straat gebeurt, maar ook in gewone Duitse gezinnen: het gezin van een arts, oorlogsprofiteur, fanatieke nazi, schoonmaakster, vakbondsman. Het gaat om meelopers, verzetsmensen, moreel bevlogen intellectuelen, wereldvreemde dwarsliggers, angstige conformisten. De kinderen proberen de ‘nieuwe tijd’ te verwerken als ze elkaar bij de muur ontmoeten. Heini houdt Manja voor dat ze later zullen trouwen. Dat kan toch helemaal niet, Heini, er komt een wet tegen… hoe heet het ook alweer? Ze bedoelt ‘rassenschande’. Heini: Volgens mijn vader is dat allemaal gezwets. Manja: Maar als we kinderen krijgen hebben die kromme benen en zijn ze idioot. Ik ben van een … van een voor-Aziatisch-oriëntaals, Oost-Baltisch, Midden-Aziatisch, Noord-chamitisch mengras van Afrikaanse stammen. 

    De muur geeft het boek structuur. Het schijnt dat Gmeyner ook in ander werk zo’n soort procedé heeft toegepast – het is de invloed van theater en film waar ze als beginnend schrijfster nauw bij betrokken was. Het biedt de mogelijkheid om haar scènes snel te monteren, wat het boek vaart en spanning geeft. Ze schrijft fraaie, levensechte dialogen, maar heeft meer in huis. Haar analyse van de maatschappelijke constellatie is trefzeker en overtuigend. Ze is geen verteller op de achtergrond, maar laat haar personages aan het woord om uit te leggen wat er gaande is. Zoals de arts Heidemann, ongetwijfeld haar favoriete spreekbuis. Hij bekijkt het portret van Hitler dat hij zojuist van de muur gerukt heeft in zijn ziekenhuis. Een kortzichtige fanaticus. De held van de kleine man. De held van de middelmatigen. Er zijn niet alleen maar onbeschaafde ruwe mensen onder zijn aanhangers, niet alleen furies; er zijn ook wanhopige mensen, enthousiaste mensen, hongerige mensen, die het wachten meer dan beu zijn, jongeren wie een toekomst is beloofd. De beschrijving van geweld is nooit larmoyant, daardoor aangrijpend en effectief. Niemand vraagt wat er in deze nacht in alle straten, in alle hoeken en afgelegen bossen van het hele land gebeurt. Het is een wetteloze nacht. Er worden geen misdaden gepleegd omdat er geen aanklagers zijn. Er worden geen gruweldaden gepleegd omdat niemand verantwoording vraagt. Niemand hoort iets, niemand ziet iets. De nacht stopt zijn oren dicht. De nacht doet net alsof hij niets ziet in het donker. Het wordt niet ochtend. Het wordt niet licht. Het wordt niet dag. 

    Manja, indrukwekkend boek. Gmeyner laat alle centrale kwesties zien die na de oorlog de gemoederen heftig zullen beroeren – wat is beschaving?, zijn er ook goede Duitsers?, hoe rijm je de Duitse cultuur met de Duitse moordzucht en rassenwaan?, moet je fysiek of juist intellectueel verzet plegen?, hoe schuldig zijn we als we niets doen? Niet als traktaat, maar als vanzelfsprekende vragen, je moet ze wel stellen in het licht van de gebeurtenissen. Ze heeft overigens niet altijd een antwoord klaar. In het nawoord bij de vertaling, geschreven door Heike Klapdor, wordt geopperd dat Manja een ‘vrouwenboek’ zou zijn, vanwege de onderlinge solidariteit van de vrouwen die in conflict komen met hun mannen en met de staatspropaganda. Vrouwen als slachtoffer dus, onderworpen aan hun mannen die door de straten marcheren en joden opjagen. Onzin! Gmeyner voert inderdaad diverse mannen ten tonele als laffe pestkoppen, leugenaars, domme sadisten, maar haar vrouwen doen er niet voor onder –conciërge Frau Reuter, hoofdzuster Mathilde of Frieda Meissner, moeder van vriendje Franz, bezorgen je stuk voor stuk nachtmerries.

    Manja is ondanks de titel ook geen opwekkend kinderboek. In de liefdesnacht van Lea en David is Manja’s lot getekend. De solidariteit van de muur wordt uiteindelijk doorbroken als één van de jongens jeugdcrimineel Martin in het gezelschap introduceert. De gevolgen laten zich raden, Manja wordt sindsdien genadeloos achtervolgd en aangerand. Ze volgt tenslotte het voorbeeld van haar vader. Zelfmoord.


    Manja
    De vriendschap van vijf kinderen

    Auteur: Anna Gmeyner
    Vertaald door: Jantsje Post
    Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
    Aantal pagina’s: 480
    Prijs: € 26,90

    Oorspronkelijke titel: Manja. Ein Roman um Fünf Kinder. (1938)