• Oogst week 27 – 2021

    Een modern verlangen

    Hanna Bervoets (1984) is auteur van onder meer romans, scenario’s, korte verhalen, essays en toneelstukken. Haar boeken worden regelmatig genomineerd voor belangrijke literaire prijzen. In 2017 kreeg ze de Frans Kellendonk-prijs voor haar gehele oeuvre.

    Dit jaar schreef zij het goed ontvangen boekenweekgeschenk Wat wij zagen, waarvan de vertaalrechten al voor het verschijnen aan zeven landen werden verkocht. Vrijwel gelijktijdig verscheen Een modern verlangen, een bundel met veertien korte verhalen over, op het eerste gezicht, gewone mensen, vaak met een licht ironisch tintje.

    Alles in deze verhalen draait om menselijke relaties terwijl de personages zoeken naar hun plek in de wereld.

    Een modern verlangen
    Auteur: Hanna Bervoets
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Osebol

    De Zweedse journalist Marit Kapla (1970) woont in Göteborg, maar komt oorspronkelijk uit Osebol, een plaatsje dat vierhonderd kilometer bij Stockholm vandaan ligt. Als tiener verliet ze het dorp en als volwassen vrouw keert ze er terug om het leven van de inwoners in kaart te brengen. De meeste bewoners zijn naar de stad vertrokken, de winkels zijn gesloten en verkeer is niet welkom op de toegangsweg naar het dorp.

    In Osebol vertelt Kapla de verhalen van de volwassenen die er nog wél wonen. Het resultaat is een meeslepende, poëtische ode aan het Zweedse platteland. In Kapla’s thuisland werden meer dan twintigduizend exemplaren van Osebol verkocht.

    Osebol
    Auteur: Marit Kepla
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De Parelduiker

    Op de cover van De Parelduiker de prikkelende vraag: ‘Kreeg Elisabeth Eybers terecht de P.C. Hooftprijs?’ Dat zou je toch denken, voor wie hem toegewezen krijgt die ook verdient. Jurist en letterkundige H.U. Jessurun D’Oliveira vraagt zich af, met de uitreiking van de in Zuid-Afrika wonende Nederlandse dichte Alfred Schaffer, die in het Nederlands schrijft, hoe het heeft kunnen gebeuren dat in 1991 de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eylbers deze prijs kreeg terwijl de reglementen dat eigenlijk niet toestonden; zij schreef in het Zuid-Afrikaans. En hoe het kan dat de P.C. Hooftprijs nooit aan een Vlaming, die toch in het Nederlands schrijft, werd toegekend.

    Van Lieneke Frerichs, waarvan onlangs de biografie van Nescio is verschenen een bijdrage over Japi, de hoofdpersoon in De uitvreter. Lang werd er gespeculeerd wie daarvoor model stond. Frerichs onderzoekt de verschillende speculaties, zoals die van Schrijver Eelke de Jong en K. Schippers, die in de Haagse Post van november 1971 de naam van ene Arie Rezelman noemden als zijnde ‘mogelijk model’ voor de uitvreter. Interessant stuk met verrassende uitkomst.

    Een stuk over een vergeten bloemlezing, UitverkorenVerhalen en gedichten over vervolgde mensen, (1979) samengesteld door onderduikster en verzetsstijdster Beccy de Vries. Ellen Krol vraagt zich af waarom deze bloemlezing met bekende en onbekende auteurs over de Jodenvervolging vergeten is. En wie was Beccy de Vries eigenlijk?

    Verder een stuk van Peter Daerden over de Waalse schrijver Conrad Detrez, die in de jaren zeventig als radioreporter in Lissabon belandde: het theater van een wedergeboorte, gedrenkt in verlangens naar gebronsde jongelui, de poëzie van Pessoa en de onoverkomelijke saudade. Jelto Drenth schrijft over de operaheldin en mannenverslindster Lulu van Frank Wedekind. Vic van de Reijt gedenkt journalist Igor Cornelissen (1935-2021). En enkele vroege gedichten van Doeschka Meijsing.

     

     

    De Parelduiker
    Auteur: Eindredactie: Hein Aalders
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Teveel autofictie in historisch opgezette roman

    Teveel autofictie in historisch opgezette roman

    De positie van de vrouw is de voorbije eeuwen en zeker de laatste decennia sterk verbeterd, zeker in de westerse wereld. Toch is het werk nog niet af. Een van de mensen die daar actief toe bijdraagt is de Zweedse feministe en invloedrijke schrijfster Karolina Ramqvist. Met haar vijfde roman, De berenvrouw, vertelt ze het schrijnende verhaal van een gevallen en verbannen vrouw in de zestiende eeuw die tracht te overleven op een onbewoond eiland. De auteur tracht via verschillende bronnen de geschiedenis te reconstrueren waarbij ze alles terugkoppelt naar haar eigen leven. Daardoor kan De berenvrouw moeilijk een gewone roman genoemd worden. Het is een bont allegaartje geworden van non-fictie, memoires, autobiografie en ook wel fictie en dat maakt het geheel minder sterk dan waarschijnlijk de bedoeling was. Het idee is nochtans veelbelovend, de link tussen de lotgevallen van de zestiende-eeuws Marguerite en Ramqvists eigen verhaal, wie ze was en wat ze is geworden.

    In 1541 vertrekt Marguerite met haar voogd naar de nieuwe Franse gebieden in Canada, waarvan hij het hoofd zal worden. Onderweg valt ze ten prooi aan een seksueel schandaal en wordt ze samen met haar nieuwe geliefde achtergelaten op een onbewoond eiland. Daar moeten ze de strijd aangaan tegen de kou, honger, wilde dieren en de eenzaamheid. Als haar man en later haar kind sterven, blijft ze achter met haar kamermeisje, die even later zelfmoord pleegt. Dan is Marguerite alleen met de elementen. Op zich een sterk verhaal dat zeker de moeite waard is om uit te spitten. Alleen is de manier waarop Ramqvist dit doet niet echt aantrekkelijk en aangenaam om lezen. Daar zijn diverse redenen voor. Ze verwijst uitgebreid naar de verschillende bronnen die ze hiervoor heeft geraadpleegd.

    Meerdere bronnen

    Eerst is er de geschiedschrijver André Thevet die de naam van Marguerite voor het noemt in 1574, maar dan blijkt dat ook Margaretha van Navarra al over ‘de vrouw op het eiland’ had geschreven. Verder las ze  de zestiende-eeuwse schrijver François de Belleforest, maar de grootste invloed lijkt A colony of One: the history of a Brave Woman (1983) van Elizabeth Boyer te hebben gehad. Meer en meer krijgt de aandacht voor de bronnen de overhand en vervalt de ‘roman’ in een soort van historische kritiek. Op zich niets mis mee, maar wie een roman verwacht stoort zich aan de wetenschappelijke insteek. Het uitpluizen en doorgronden van die bronnen lijkt obsessief te worden waardoor zowel het verhaal als de bedoeling van het werk naar de achtergrond verdwijnen.

    Dan is er de wat onduidelijke terugkoppeling naar het leven van Karolina Ramqvist zelf. Ze laat doorschemeren dat ze door een ‘duistere periode’ is gegaan en dat ze door dit boek uit die spreekwoordelijke put tracht te klimmen. Of de persoonlijke crisis te maken heeft met haar schrijverschap of met haar moederschap, waarnaar ze heel vaak verwijst, wordt niet geëxpliciteerd, wellicht is het een combinatie van beide. Het staat sowieso vast dat het schrijven van deze roman een soort therapie was voor de auteur. Alleen rijst hier de vraag naar de methodiek en de verhaalstof. Ramqvist hoorde het verhaal over Marguerite van een vriendin en had beloofd er niet over te schrijven. Uiteindelijk kon ze het niet loslaten en zag ze de gelijkenissen met haar eigen worstelingen. Voor haar blijkbaar het ideale uitgangspunt voor deze roman. 

    Therapeutisch zelfbeklag

    Het verhaal over Marguerite is en blijft boeiend. Ook de weergave van de verschillende bronnen en de verschillende interpretaties van wat er precies gebeurd is in 1541 kan aangenaam leesvoer bieden. De beschrijving van het zware leven op het eiland en de dramatische gebeurtenissen raken de lezer en stemmen tot nadenken. De zoektocht van de auteur naar overblijfselen uit die tijd draagt bij aan de spanning en het achterhalen van de waarheid. Zo gaat ze op zoek naar het kasteel van waaruit de missie is vertrokken, bezoekt ze musea met overblijfselen en gebruiksvoorwerpen uit die tijd om zich een beter beeld te vormen en alles tot in de details te kunnen beschrijven.

    Het meest interessante is de pentekening van het eiland waarop verschillende cruciale gegevens staan aangeduid. Het jammere van het geheel is dat Ramqvist te pas en te onpas komt aandraven met haar schrijverssessies in New York, Mexico City of Californië, waar ze aan feministische bijdragen werkt die niet echt ter zake zijn op dat moment. Ook haar voortdurend gezeur en getwijfel over het moederschap en schrijverschap halen constant de drive en spanning uit het verhaal. Ramqvist had met De berenvrouw een fantastische historische roman kunnen schrijven, de stof lag voor het grijpen, maar ze maakte er een therapeutisch zelfbeklag van dat de hele mystiek rond de verhaalstof teniet doet. 

     

     

  • Oogst week 6 – 2021

    De berenvrouw

    Het jaar 1541 lijkt niet ver af te staan van het heden in De berenvrouw van Karolina Ramqvist. Niet alleen omdat het verhaal van Marguerite de la Rocque, een daadwerkelijk historisch figuur, te maken heeft met seksuele intimidatie en verbanning, victim blaming avant la lettre, zeg maar – helaas weer en altijd actueel – maar ook omdat Ramqvist haar eigen verhaal met dat van Marguerite vervlecht. Ramqvists reflectie op haar moeder- en schrijverschap speelt namelijk een belangrijke rol in De berenvrouw. In de roman wordt De la Rocque na een seksschandaal van een schip gezet en achtergelaten op een onherbergzaam eiland in Newfoundland, waar ze het hoofd moet bieden aan de beren die er leven en in de wildernis bevalt van een zoon. Ramqvist doet verslag van haar leven en toont de lezer tegelijkertijd hoe ze tot het schrijven van het verhaal is gekomen, en welke keuzes haar eigen leven bepaald hebben.

    De berenvrouw
    Auteur: Karolina Ramqvist
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    In mijn mand

    Van schrijver en filosoof Lieke Marsman, die Tsead Bruinja op 21 januari van dit jaar officieel opvolgde als Dichter des Vaderlands, verscheen In mijn mand. Het is een maatschappelijk geëngageerde dichtbundel waarin zij reflecteert op het leven met een levensbedreigende ziekte, en de plek, de waarde, die ziekte en dood in een mensenleven en de maatschappij hebben. Marsman schrijft vanuit haar eigen ervaringen, zoals ze ook deed voor haar eerder verschenen bundel De volgende scan duurt vijf minuten: in 2018 werd kraakbeenkanker bij haar gediagnosticeerd, ze wordt inmiddels behandeld voor uitzaaiingen. Het leven met een levensbedreigende ziekte wakkert juist ook strijdvaardigheid en politiek activisme in haar aan. In 2020 stelde ze in een interview met Trouw al: ‘(…) me verdiepen in politiek is meer dan alleen afleiding. Ik wil geen verhaal houden van “die ziekte levert ook goeie dingen op”, toch is er ergens een soort oerkracht aangewakkerd. Die oerkracht voelt ongeveer als wanneer ik een gedicht aan het schrijven ben en alles op zijn plaats valt. Dat je ineens heel helder ziet: dit woord moet daar, en deze drie zinnen moeten er helemaal uit en die zin moet hier. In de kunst noemen ze dat inspiratie, in de politiek eerder gedrevenheid. Het is een fijn gevoel. Dat je heel scherp ziet waar ergens een probleem is en wat daaraan gedaan kan worden.’

    In mijn mand
    Auteur: Lieke Marsman
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    De andere kant van de zee

    Drie personages delen in De andere kant van de zee hun herinneringen aan de opstand van de zwarte bevolking in Angola tegen de koloniale Portugese onderdrukker, die in 1961 plaatsvond en leidde tot de Portugese koloniale oorlog (of ‘Overzeese Oorlog’). Aan het woord komen een kolonel, een directeur van de post en de dochter van een plantagehouder. Zij delen hun ontworteling en verdriet. Lobo Antunes schrijft de lezer het hoofd van de personages in: hij laat leestekens achterwege, beschrijft associatief of juist haarscherp de omstandigheden en creëert zo een stream of consciousness.

    Schrijver en psychiater António Lobo Antunes put uit eigen ervaring: hij was als arts-psychiater in Angola gestationeerd in 1973, tijdens de koloniale oorlog, en schreef naar aanleiding daarvan ook zijn romandebuut Memória de Elefante (1979).

    Lobo Antunes wordt wel ‘het geweten van Portugal’ genoemd vanwege zijn scherpe maatschappijkritiek en grillige karakter, en wordt door velen gezien als kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur (hij zag de prijs aan zich voorbijgaan toen landgenoot en collega-auteur José Saramago die in 1998 won). Lobo Antunes heeft inmiddels 31 romans op zijn naam staan.

    De andere kant van de zee
    Auteur: António Lobo Antunes
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 37 – 2020

    Begeerte

    Begeerte (1995), de verhalenbundel waarmee Manon Uphoff vijfentwintig jaar geleden debuteerde, is afgelopen zomer heruitgegeven. Voor de heruitgave schreef Uphoff een voorwoord waarin ze de essentie van haar latere werk herleidt tot deze verhalenbundel. In haar eigen woorden zou Vallen is als vliegen (2019) de ‘ultieme uitbarsting’ zijn van de vulkaan waarvan Begeerte de ‘eerste eruptie’ was. Dit jaar werd Vallen is als vliegen genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Het boek behaalde de shortlist. Uphoff beschrijft in Vallen is als vliegen met behulp van een omfloerste, metaforische stijl het misbruik dat haar jeugd tekende. De zware thematiek van de roman, die wordt geschetst met behulp van sprookjesachtige beelden, komt in Begeerte al naar voren: de hoofdpersoon van het titelverhaal ‘hield van sprookjes, maar niet die waarin alles tot een zoet einde komt’. Uphoff verwijst naar de strijd van Andersens kleine zeemeermin, die haar vissenstaart inruilt voor echte mensenbenen, met als keerzijde van de afspraak een continue, vlammende pijn. En zo vergaat het haar personage – symbolisch, dan – ook.

    Begeerte
    Auteur: Manon Uphoff
    Uitgeverij: Querido

    De val van Thomas G.

    Nelleke Noordervliet beschrijft in De val van Thomas G. hoe een controversiële uitgave (Hedendaags fanatisme) het hoofdpersonage, uitgever Thomas Geel, van zijn geloofwaardigheid berooft. Hij sterft enkele maanden later, zijn vrouw reconstrueert de gebeurtenissen voorafgaand aan zijn dood en stelt haar ervaring op schrift, en ondertussen is een jonge journalist geïnteresseerd in Geels kant van het verhaal in de hoop op een scoop. Noordervliet onderzoekt aan de hand van de verschillende stemmen in het boek actuele culturele tendensen, waaronder trial by media.

    De val van Thomas G.
    Auteur: Nelleke Noordervliet
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Nora, of brand Oslo brand!

    Ook Johanna Frid legt in haar Nora, of brand Oslo brand! pijnpunten van deze tijd bloot. ‘Het begon allemaal met een foto.’ Het hoofdpersonage, Johanna, is jaloers op de ex-vriendin van haar vriend Emil – en laat Instagram nu net de perfecte voedingsbodem vormen voor het zaadje van die ziekelijke jaloezie van haar, als telkens beschikbare spiegel van haar ongenoegen en als podium voor de kwaliteiten van Nora, Emils ex. Bovendien wordt Johanna niet alleen geplaagd door dit gevoel van tekortschieten: haar arts ontdekt een ongevaarlijke cyste op haar eierstok en ze lijdt aan een constante pijn in haar baarmoeder. Nora, of brand Oslo brand! kreeg de Dagens Nyheters kulturpris toegekend. Het is Frids debuut.

    Nora, of brand Oslo brand!
    Auteur: Johanna Frid
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Hommeles in de Zweedse Academie

    Hommeles in de Zweedse Academie

    Even recapituleren. U herinnert zich misschien nog dat de Nobelprijs voor Literatuur in 2018 niet werd toegekend als gevolg van een intern schandaal bij de Zweedse Academie, die elk jaar een winnende schrijver moet selecteren. Achteraf ging hij alsnog naar Olga Tokarczuk, maar het leed was geschied en de reputatie van het Nobelprijscomité kreeg een lelijke knauw. In feite ging het om de nasleep van een MeToo-schandaal dat aan het licht werd gebracht door de jonge Zweedse journaliste Matilda Gustavsson (1987). Zij schreef een boek over de hele affaire: Het bolwerk.

    Terug naar het begin. We schrijven 2017, de affaire Weinstein is aan het licht gekomen en ook komiek Bill Cosby wordt beschuldigd van ernstig misbruik. Journaliste Matilda Gustavsson werkt bij de Zweedse krant Dagens Nyheter en beseft dat er iets aan het veranderen is: ‘Zolang ik me kan heugen werden de ervaringen die nu onder de noemer “seksuele intimidatie en seksueel misbruik” worden samengevat, behandeld als een vrouwenaangelegenheid. Of als een weerbarstige en taaie arbeidsomstandighedenkwestie. Of als iets wat eigenlijk in de privésfeer thuishoort.’ Met andere woorden: MeToo betekent voor haar dat klachten over seksueel wangedrag verschuiven van de privésfeer naar het openbare terrein.

    Spin in het web

    Dat besef brengt Gustavsson op het spoor van een zaak waarover ze al langer hardnekkige geruchten opvangt. De spin in het web is ene Jean-Claude Arnault, een Fransman die al sinds de jaren zestig in Zweden woont, met de vooraanstaande dichteres Katarina Frostenson is getrouwd en uitbater is van Forum, een bekend kunstencentrum in Stockholm waar tentoonstellingen, voordrachten, concerten enzovoort plaatsvinden. In het culturele milieu van de Zweedse hoofdstad was het een publiek geheim dat Arnault zijn handen niet kon thuishouden. Wanneer Gustavsson de geruchten natrekt, komt ze via via in contact met een aantal vrouwen die haar weifelend beginnen te vertellen over schokkend misbruik. Nu is MeToo een zeer ruime parapluterm geworden voor allerlei vormen van grensoverschrijdend gedrag die kunnen variëren van ongewenste aanrakingen of stalking tot nog veel erger, maar in het geval van Arnault was er maar een geschikt woord om de feiten te beschrijven: verkrachting.

    Hoe komt het dat hij in een progressief land als Zweden, met een aangepaste wetgeving voor seksuele misdrijven, zo lang ongestraft zijn zin kon doen? Gustavsson haalt daarvoor meerdere redenen aan in haar heldere analyse. Ten eerste was Arnault een spilfiguur in het Zweedse culturele milieu. Hij had contacten tot op het hoogste niveau en de macht om iemands carrière te maken of te kraken. Daar maakte hij gretig gebruik van om zijn slachtoffers te intimideren: een jonge schrijfster of kunstenares kon haar carrière wel op haar buik schrijven als ze durfde te klagen. Het is helaas een terugkerend fenomeen: MeToo gaat eigenlijk veeleer over machtsmisbruik dan over seks.

    Slachtoffers en wraak

    Een tweede oorzaak van het probleem is veeleer psychologisch van aard en verklaart ook waarom seksueel misbruik zo vaak onder de radar blijft. Veel slachtoffers voelen immers schaamte en vinden het te pijnlijk om aangifte te doen van de feiten, laat staan om ze voor een volle rechtbank te herhalen: ‘Die ideeën maken van een verkrachting een aanval op de essentie van de vrouw. Ze raakt tot in het diepst van haar wezen bezoedeld en de dominante emotie achteraf is in de meeste culturen dan ook schaamte. In fictie zint het slachtoffer soms op bloedige wraak. Maar meestal staat ze onder de douche en probeert ze zich vergeefs schoon te schrobben.’ Gustavsson komt zo ook in contact met vrouwen die met hun traumatische ervaring leerden leven door de feiten voor zichzelf te minimaliseren (‘Ik had gewoon een slechte onenightstand meegemaakt’).

    Daar komt nog bij dat slachtoffers vaak met onbegrip worden geconfronteerd en vernederende, irrelevante vragen krijgen over de kleren die ze op het moment van de feiten droegen, de drugs of alcohol die ze hadden gebruikt en hun eigen seksuele voorgeschiedenis of vermeende promiscuïteit. Sommige slachtoffers van Arnault zochten bijvoorbeeld aanvankelijk zelf toenadering, of stemden zelfs in met seks – tot hij gewelddadig werd. Nog steeds worden MeToo-zaken geminimaliseerd, terwijl er echt geen enkel geval is dat alleen maar over vervelende knipoogjes of enigszins misplaatst geflirt gaat.

    In het verlengde hiervan ligt ook een juridisch probleem waar de slachtoffers in dit boek zich maar al te goed bewust van waren. In westerse rechtssystemen ben je onschuldig tot het tegendeel is bewezen, en de moeilijkheid met verkrachtingszaken is dat die schuld vaak erg moeilijk hard te maken is. Meestal zijn er namelijk geen onafhankelijke getuigen en ontbreken er materiële, forensische bewijzen. Zelfs een lichamelijk onderzoek biedt lang niet altijd uitsluitsel, omdat slachtoffers zich in een paniekreactie vaak passief, zelfs afwezig opstellen tijdens een verkrachting en niet actief weerstand bieden. Kortom, het is jouw woord tegen het zijne, zoals blijkt uit de vele anonieme getuigenissen in dit boek.

    Meerdere keren buiten zijn boekje gegaan

    Maar Gustavsson zette door en verzamelde genoeg getuigenissen om Arnaults positie aan het wankelen te brengen. Na een zeer spraakmakend artikel kwam de hele zaak in een stroomversnelling, waardoor zelfs de nobele Zweedse Academie op haar grondvesten ging daveren. Omdat zijn echtgenote, die hem tot de laatste snik bleef verdedigen, lid was en bovendien bleek dat Arnault ook in andere opzichten zijn boekje te buiten was gegaan – bijvoorbeeld door de naam van de Nobelprijswinnaar meermaals op voorhand te lekken – verzeilde het onaantastbare instituut in een diepe crisis en namen meerdere leden ontslag. Het probleem werd zo groot de Nobelprijs voor de Literatuur in 2018 niet kon worden uitgereikt.

    Of dat laatste nou zo erg was, valt misschien nog te betwisten. De prijs gaat doorgaans toch naar oudere successchrijvers die hun schaapjes allang op het droge hebben en vaak zelfs al wat op hun retour zijn. Daar komt nog bij dat de selectie op zich toch eigenlijk een farce is. Hoe kan zo’n comité een objectieve winnaar kiezen uit de hele wereldliteratuur, zelfs als het zich laat adviseren? Eigenlijk is het jammer dat dit schandaal niet meteen de gelegenheid was voor een verstrekkende hervorming. Zou het bijvoorbeeld niet beter zijn om het prijzengeld elk jaar te verdelen onder een aantal veelbelovende auteurs die het geld hard nodig hebben, en de selectie daarvan toe te vertrouwen aan regionale subcomités die tenminste de kandidaten gelezen hebben?

    Arnault zit ondertussen een gevangenisstraf van twee jaar uit omdat een aantal slachtoffers dankzij het moedige doorzettingsvermogen van Gustavsson, die nooit is gezwicht voor de pogingen tot intimidatie van Arnault en diens omgeving, alsnog aangifte deden. Wel rijst er na het lezen van dit boek nog een prangende vraag: hoe kan je in de toekomst verhinderen dat machtige mannen hun positie misbruiken om hun seksueel misbruik toe te dekken? Op dat gebied is er duidelijk nog veel werk aan de winkel.