• Er gebeurt niets in Rathbone Road

    Er gebeurt niets in Rathbone Road

    ‘Het leven is mooi, Joan. Dat geweldige feit heb ik ontdekt in mijn werk met terminalen’. Het is de slotzin van de eerste brief die Eliza Peabody schrijft aan haar vriendin Joan, een buurvrouw van de briefschrijfster die met achterlating van wat tijdelijke adressen is vertrokken met een kwakkelend been.
    De eerste drie brieven zetten meteen de toon. Joan antwoord nooit. Waren ze wel echt vriendinnen? En al snel sijpelt bij Eliza de twijfel door of ze zich niet te veel bemoeit met iemand die ze eigenlijk nauwelijks kent. We zitten in de roman Hoogachtend, Eliza Peabody van Jane Gardam, die geheel uit brieven is opgebouwd. Die worden steeds langer, zonder dat Joan er ooit op reageert, en langzaam groeien ze uit tot een autobiografie van Eliza, die steeds zonderlinger trekken krijgt. We lezen dat Eliza een diplomatenvrouw is die door haar man is verlaten. Vanuit haar huis aan Rathbone Road 34 in Londen kijkt ze uit op de verlaten woning van Joan op nummer 43 (een omkering van nummers die symbolisch is zoals de lezer aan het slot van de roman zal beseffen), waaruit ook Joans man Charles, vertrokken is. Ook hij was een diplomaat en Joan vergezelde hem dus, net als Eliza dat bij haar man deed, op ambassades in verschillende landen.

    Eliza ontpopt zich als een overbezorgde zorgzame vrouw. Ze is actief in de Christelijke Huisvrouwenbond en werkt als vrijwilliger in een hospice, waar ze – als schoonmaakster – een bijzondere band opbouwt met de op sterven liggende Barry. Deze patiënt noemt haar vanwege haar oorbellen de Kermiskoningin. Dat is de naam die de Nederlandse vertalers gebruiken voor wat in het Engels tevens de titel van de roman is: Queen of the Tambourine. Maar Eliza’s zorgzaamheid beperkt zich niet tot het hospice. Ze probeert de reddende engel te zijn voor iedere buurtgenoot die zij problemen toedicht. Het leidt allemaal tot komische en soms hilarische taferelen van misverstanden en ongelukkige samenlopen. Bovendien krijgt Eliza dan wel geen reacties per post van haar zorgenkind Joan, maar er verschijnen wel twee keer mannen aan de deur die door haar zouden zijn gestuurd.
    Gaandeweg gaat er bij de lezer iets wringen. Razend knap zaait Jane Gardam steeds meer verwarring. Wat is die Ratbone Road voor idiote buurt? Of haalt Eliza zich van alles in het hoofd? Al die momenten in de roman dat de lezer geneigd is in schaterlachen uit te barsten, krijgen steeds meer een wrange ondertoon. De hilariteit verschuift naar een tragikomedie, die uiteindelijk uitloopt op een exposé van het verleden van Eliza die alles verklaart. Meer mag er in deze bespreking niet over worden prijsgegeven.

    Hoogachtend, Eliza Peabody – beetje vreemde Nederlandse titel wel vanwege dat afstandelijke ‘Hoogachtend’ waar geen enkele brief daarmee is ondertekend en de toon vaak juist amicaal is – is geraffineerd opgebouwd, zet de lezer herhaaldelijk op het verkeerde been, is doorspekt met onweerstaanbaar komische dialogen en gedachten en kluchtige situaties.
    Als Eliza aan Tom Hopkin (één van de mannen die door Joan is gestuurd) bekent dat haar man Henry haar op Kerstavond heeft verlaten, staat dat er zo: ‘Ik wist dat er iets broeide toen hij na de mis met Charles binnenkwam. Ineens stonden ze gewoon op en gingen weg. Vóór de pudding’.
    En als Charles een verklaring geeft voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de diplomatieke dienst zegt hij: ‘Oordelen is een vrouwelijk tekort dat wordt goedgepraat met het gevaarlijke woord “intuïtie”’.

    Ook de beschrijving van het hospice werkt op de lachspieren. Het werd ooit Caesar’s Farm genoemd omdat het zou zijn gebouwd op de restanten van een Romeinse legerplaats. Toen de nonnen kwamen trokken ze zich er niets van aan en doopten het tot Het Hospice van Sint-Julianus. Eliza snapt dat: ‘Van Julius naar Julianus (…) De heilige die een leproos in zijn eigen bed stopte en door een engel werd aangemoedigd zich in de echtelijke liefde te verblijden. O, hij is dé man voor mij’.
    Ronduit kluchtig is de brief over de keer dat Eliza zichzelf heeft buitengesloten en ze overal in de buurt om ladders vraagt om haar eigen huis binnen te kunnen klimmen.
    Hoogachtend, Eliza Peabody zit bovendien vol literaire toespelingen en grappen. Zoals in de belevenissen van de kinderboekenschrijfster Anne Robin, ook al bewoonster van Rathbone Road of in de discussies over dichter Coleridge. Grappig zijn ook de namen die in de roman opduiken: die van Peabody zelf (erwt), Conundrum (raadsel) en Penumbra (halfschaduw) bijvoorbeeld. En wat te denken van de straatnaam Rathbone Road?

    Maar als die verhalen worden verteld is de lezer al aardig op weg te vermoeden dat er iets ingrijpends met Eliza gebeurd moet zijn toen, jaren geleden, begin juni de kermis zijn tenten kwam opzetten.
    De opmerking hierboven over de Nederlandse titel mag niet verhullen hoe prachtig de vertalers alle grappen en tragiek hebben overgebracht. Een mooi voorbeeld is in de discussie over Coledridge deze lastig te vertalen dialoog:

    They looked non-plussed.
    I said, ‘Why isn’t non-plussed minussed? Or just nought?’
    ‘Minussed? Nought?’
    ‘You both look minussed’.

    Het werd in handen van Gerda Baardman en Kitty Pouwels – vaste vertalers van de vele romans van Gardam die al in het Nederlands verschenen:

    Ze keken gebelgd.
    ‘Waarom heet het trouwens gebelgd? Waarom niet geduitst of gefranst?
    ‘Geduitst? Gefranst?
    ‘Jullie kijken allebei zo gefranst’.

    Gardam heeft de geschiedenis van haar hoofdpersonage vervat in een virtuoze stijl en opbouw. Wie het boek na afloop weglegt zou nog eens die allereerste brief moeten lezen waarmee de roman begon. Dan dringt door hoe gelaagd zelfs dat begin al is en hoeveel al door Gardam vooruitgewezen is naar Eliza’s lot.
    ‘Hier gebeurt niets’, schrijft Eliza twee keer aan Joan. Ja. Het wapen van de ironie beheerst Gardam bovenal.

  • Oogst week 43 – 2019

    En ook de liefde

    In zijn enthousiaste recensie over Die nacht zag ik haar van Drago Jančar, hier op Literair Nederland, eindigt Daan Pieters met de vraag ‘Mogen we de stille wens uitspreken dat vertaler en Balkanspecialist Roel Schuyt in de toekomst nog meer verborgen schatten bovenhaalt?’
    Roel Schuyt is in ieder geval wel weer de vertaler van een volgend boek van Drago Jančar, En ook de liefde. Daarin wordt een vrouw vanuit de Sloveense stad Maribor weggevoerd naar het concentratiekamp Ravensbrück. Zij betaalt hiermee voor de vrijheid van haar geliefde.

    In dit boek zet de schrijver ‘geweld en machtswellust, die een mens tot waanzin drijven, tegenover de liefde. En tegenover de wil om voor die liefde op te komen, tegen elk verval van menselijke waardigheid in’.

    Drago Jančar (1948) is een van de belangrijkste Sloveense schrijvers van dit moment. Hij is zijn leven lang politiek geëngageerd geweest en tot aan het einde van de jaren 70 tegengewerkt door het regime. Pas vanaf de liberalisering in het midden van de jaren 80 kreeg hij de kans zijn romans, korte verhalen en toneelstukken te publiceren .

     

     

    En ook de liefde
    Auteur: Drago Jancar
    Uitgeverij: Querido

    De dood van koning Arthur

    De verhalen over Koning Arthur en de Ronde Tafel zijn een van de meest bekende voorbeelden van de hoofse cultuur. Maar in De dood van koning Arthur, het sluitstuk van de 13e eeuwse driedelige cyclus, komt een wreed einde aan die mooie wereld van eeuwigdurende trouw, moed en liefde. De werkelijkheid blijkt minder ideaal.

    Hannie Vermeer-Pardoen heeft niet alleen dit boek uit de Oudfranse tekst vertaald, maar ook voorzien van een toelichting waarin zij de verbanden tussen deze tekst en de beide andere delen uit de cyclus duidt. Voor een goed begrip, – dat kwam al aan de orde in een gesprek dat Hans van Pinxteren en Andrea Kluitmann in 2012 met haar hadden -, vindt zij het belangrijk om oude teksten van historische context te voorzien. Ook nam zij een Lijst van eigennamen op.
    De dood van koning Arthur is deze maand bij uitgeverij IJzer verschenen.

    De dood van koning Arthur
    Auteur: onbekend
    Uitgeverij: IJzer

    Op de klippen

    Als u nog nooit iets van Jane Gardam (1928) hebt gelezen, wordt het misschien eens tijd. Bij uitgeverij Cossee is weer een nieuwe mogelijkheid verschenen om kennis te maken met het werk van deze gelauwerde en internationaal succesvolle schrijfster. Haar oeuvre omvat inmiddels meer dan dertig boeken, romans, verhalen en kinderboeken.

    In 2017 werd ze in Nederland bekend met de roman Een onberispelijke man uit 2004. Op de klippen verscheen al in 1978, Jane Gardam behaalde er toen de shortlist van de Man Booker Prize mee.

    Op de klippen speelt in de jaren 30 aan de Engelse kust. Margarets wereld verandert als er een nieuw dienstmeisje komt inwonen, met alle gevolgen van dien.
    ‘De keurslijven gaan af en het leven van deze stijve Engelsen trilt op zijn grondvesten. Hoe blijf je jezelf, en hoe ver ga je wanneer je wordt meegesleurd in het verlangen naar een ander leven?’
    Laat het maar aan Gardam om dit te beschrijven!

     

     

    Op de klippen
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee
  • Oogst week 44

    De dochter van Crusoe

    Deze week een vertaalde roman uit 1985 van Jane Gardam, poëzie van Karel Wasch, een kerstverhaal zonder woorden van Frank Flöthmann en een roman van de Duitse schrijver Uwe Timm.

    Jane Gardam (1928) publiceerde meer dan dertig boeken waaronder romans, verhalen en kinderboeken. Ze is de enige auteur in Engeland die twee keer met de Whitbread/Costa Award werd bekroond. Toch maakten wij in Nederland pas in 2017 kennis met haar door de uitgave van de Old Filth-trilogie bij uitgeverij Cossee die direct een groot succes werd.
    De roman De dochter van Crusoë uit 1985 werd onlangs vertaald. Het boek is deels gebaseerd op Gardam’s eigen jeugd en die van haar moeder in het Yorkshire van begin vorige eeuw.
    De zesjarige Polly Flint wordt bij twee vrome tantes achtergelaten in een huis aan de Engelse kust. Met om zich heen niets anders dan de duinen en een uitgestrekt landschap leest Polly zich de dagen door. Daarbij ontwikkelt ze een grote verwantschap met Robinson Crusoë: zij leeft immers net als Crusoë eenzaam en verlaten aan de kust en ze zijn beiden de held van hun eigen verhaal. De beschrijvingen van het leven van Polly strekt zich uit over acht decennia. Ze ontmoet de liefde en de overzichtelijke Victoriaanse eeuw maakt plaats voor de grote veranderingen van de twintigste eeuw. We worden meegenomen in de veranderingen in het leven van Polly en hoe het huis aan de Engelse kust omsloten wordt door woonwijken en autowegen.

    En ja, het is zoals de schrijver Ian McEwan al zei: ‘Jane Gardams boeken behoren tot de grote schatten van de Engelse literatuur.’

    De dochter van Crusoe
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Icarië

    In het werk van Uwe Timm (1940) spelen autobiografische apsecten en het verleden van Duitsland een grote rol. Zijn boek Mijn broer bijvoorbeeld (2003) gaat over zijn zestien jaar oudere broer die bij de Waffen-SS diende en in 1943 in Oekraïne is gestorven. Het werd door NRC Handelsblad geselecteerd als een van de beste boeken van 2003. In eigen land ontving hij dit jaar de prestigieuze Schiller-Preis voor zijn hele oeuvre.

    Ook in Icarië dat zich afspeelt in het Duitsland van 1945, verweeft hij feiten met fictie. De oorlog is verloren en geallieerde troepen rukken op langs verwoeste steden. De Amerikaanse officier Michael Hansen krijgt opdracht van de geheime dienst uit te zoeken welke rol de vooraanstaande rassenhygiënicus dr. Alfred Ploetz heeft gespeeld in het Derde Rijk. Hansen verricht zijn werk vanuit een geconfisqueerde villa, legt beslag op een luxe cabriolet en wordt verliefd op de jonge Duitse weduwe Molly.
    Uwe Timm wilde al meer dan veertig jaar over dr. Alfred Ploetz – die de grootvader van Timm’s vrouw is en van grote invloed was op de rassenleer van de nazi’s – schrijven. Nu het zich eindelijk liet schrijven is het evenals Mijn broer bijvoorbeeld, een zeer persoonlijk werk geworden waarvoor hij een indrukwekkende hoeveelheid research pleegde.

    Icarië
    Auteur: Uwe Timm
    Uitgeverij: Podium

    Het geluid van denken

    Dichter, biograaf, columnist en essayist, Karel Wasch, publiceert voor het eerst een gedichtenbundel bij uitgeverij In de Knipscheer. Zijn gedichten gaan over liefde en schuld, en indringende thema’s als een tragische vriendschap, een zieke moeder, katholieke rituelen als een processie en spanningen in een gezin. In deze bundel neemt de dichter de lezer mee op een odyssee door zijn leven, maakt hem deelgenoot van zijn ontheemding, de turbulenties in zijn geest. Volgens de uitgever is Het geluid van denken ‘een bundel voor de poëzieliefhebber, persoonlijk, gedurfd en buiten de gebaande paden van de mediawerkelijkheid.’
    En kan gelezen worden als een poëtische autobiografie ‘waarbij de lezer als een blinde een beeld aftast, voelt wat het voorstelt en er zo zijn eigen betekenis aan geeft.’

    Het geluid van denken
    Auteur: Karel Wasch
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Stille nacht

    De tekenaar Frank Flöthmann maakte al eerder van traditionele vertellingen een getekende versie; zonder tekst. Daarbij is het steeds weer verbazend hoeveel informatie Flöthmann kwijt kan in enkele simpele beelden.
    Zo hertekende hij verhalen van Shakespeare, maar ook maakte hij een animatiefilm over het Kindeke Jezus waarbij de enige woorden gebruikt worden voor de inleiding die aldus luiden: ‘Er zijn verhalen die zo groot zijn, dat ze geen woorden nodig hebben’.

    Zo heeft hij nu ook het kerstverhaal met tekeningen vertaald naar deze tijd. Waarin vragen naar voren komen als: ‘Wat geef je een kind dat de hele wereld in zijn hand houdt? En als dat kind de zoon van God is maar niet wil slapen, houdt zijn stiefvader dan ook nog van hem? En is het wel verantwoord van de Drie Wijzen om een klein kind zo veel geschenken te geven?’ Een kerstverhaal met humor en liefde voor detail en zonder woorden: dat prikkelt de verbeelding.

    Er wordt gezegd dat zijn boek over het kerstverhaal behoort tot de hoogtepunten van de stille strips.

    Stille nacht
    Auteur: Frank Flöthmann
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Het eindejaarslijstje 2017 van Menno Hartman

    Het eindejaarslijstje 2017 van Menno Hartman

    Wanneer ik mijn jaar in boeken bekijk, ontkom ik niet aan verbazing over een vreemd soort veelvormigheid. Ik zou als ik boekhandelaar was op basis van dit lijstje niet makkelijk een suggestie durven geven van wat ik nu eens zou moeten lezen. Heb je die suggestie wel, dan hoor ik het dolgraag ik leef van tips! Waarschijnlijk is ieders lijstje volstrekt eclectisch.  En is het slechts het jaar – dit fraaie en vreemde  2017 – dat de titels voor mij verbindt.

    Omdat ik soms een blogje over een boek schrijf, voeg ik een, hopelijk stimulerende korte regel onder de titel toe, en een linkje.

    Derek Walcott Omeros

    ‘Ik zuchtte dan om drie redenen: 1. om uiting te geven aan mijn intense bewondering van dit mooiste aller twintigste-eeuwse epische gedichten.’ Doorlezen

     

    Rebecca Sollnitt The faraway nearby

    ‘Solnit vraagt zich bij een enorme lading abrikozen uit de tuin van haar moeder af wat die plek en die boom voor haar betekend hebben. Bomen staan voor levens.’ Doorlezen

     

     

     

     

    Jared Diamond Collapse

    ‘Het type onderzoek is mooi: per boerderij wordt de mestvaal afgeschraapt en geteld hoeveel botjes van zeehonden zijn, en hoeveel van geiten en koeien etc. Schitterend inzicht verkregen via de afvalput.’ Doorlezen

     

    Ivan Toergenjev Lentebeken

    ‘In Toegenjevs Lentebeken wil de familie van de Duitse-Italiaanse  schone waar de Russische hoofdpersoon als een blok voor valt, niet dat hij zijn Russisch landgoed verkoopt, want daarmee verkoopt hij ook zijn lijfeigenen, en doet hij dus mee aan het in standhouden van slavernij.’ Verderlezen, vooral over slavernij

     

     

     

    László Krasznahorkai Satanstango

    ‘Hoe langer je over Satanstango nadenkt, hoe beter het boek klopt.’ Doorlezen

     

    Jane Gardam, trilogie

    ‘Dat is wel iets verslavends moet ik zeggen, ik zou het verhaal nog rustig vijf keer verteld kunnen krijgen indien geschreven door Jane Gardam.’ Doorlezen

     

     

    Junichiro Tanizaki De brug der dromen

    ‘Ik vond in deze bundel naast het geweldige voorwoord van Jos Vos, de vertaler – zo lees je maar weinig voorwoorden – de verhalen De brug der dromen,  en Het geheim, Omtrent mijnheer Van de Groenheuvel echt heel bijzonder.’ Doorlezen

     

    Noah Yuval Harari Sapiens

    ‘Harari weet er dan soms een inzicht van Dawkinsiaanse vindingrijkheid in te moffelen. Zoals dat het toch knap is hoe de plantensoort graan de mens heeft weten te domesticeren. Niet andersom inderdaad.’ Doorlezen

     

     

     

    Nu lees ik zelf rustig door in Orhan Pamuks, De vrouw met het rode haar met een mengeling van verbazing en irritatie. Maar ik lees blijkbaar toch door.

    Gelukkig nieuwjaar!

     

     

  • Zonder gemis

    Zonder gemis

    In mijn kamer hangen twee zeefdrukken van Ron van der Werf, Mysterie I en II (2003). Twee abstracte werken die ontegenzeggelijk een duo vormen, want de kleurstellingen zijn duidelijk op elkaar afgestemd en de composities komen in hoofdlijnen overeen. Blijkbaar wilde Van der Werf tweemaal een vergelijkbaar verhaal vertellen, met hier en daar een andere insteek. Of beter gezegd, vanuit een iets gewijzigd innerlijk vertelt hij tweemaal hetzelfde of op zijn minst een vergelijkbaar beeld. Waardoor ik me altijd afvroeg of de zeefdrukken elk voor zich dezelfde zeggingskracht zouden hebben. Kunnen ze het ook op eigen kracht, of heeft de een de ander nodig? Soms probeer ik het weleens en dan kijk ik heel lang naar een van beide zeefdrukken, om er dan achter te komen dat het altijd een geamputeerd beeld oplevert, alsof er iets ontbreekt. Een onbewust gemis.

    Datzelfde heb je soms met boeken. Het overkwam me laatst toen ik Old Filth had uitgelezen (Een onberispelijke man), Jane Gardam’s boek over Sir Edward Feathers, gepensioneerd rechter uit een ander tijdperk. Feathers is geboren en opgegroeid in het verre Oosten, naar Engeland teruggestuurd om naar school te gaan, in de oorlog verder ontworteld geraakt en na de oorlog naar het Oosten teruggekeerd om in Hongkong een gevierd rechter te worden. Maar na zijn pensionering gaat hij terug naar Engeland  om daar zijn oude dag te slijten. Dit leven van Feathers ontvouwt zich in Old Filth langzaam, steeds door zijn ogen gezien. Toen ik het boek uit had zat ik nog met allerlei vragen, onduidelijke passages of gaten in het leven van Feathers. Niet omdat het slecht was geschreven of opgezet. In tegendeel, maar de gaten waren er desalniettemin, wat ik overigens niet heel vervelend vond, omdat dat ook een beetje het leven is. Maar het knaagde wel, dat gebrek aan volledigheid. Een beetje een soortgelijk gevoel als het kijken naar een van de twee Mysteries van Van der Werf.

    Pas toen ik Old Filth had uitgelezen kwam ik erachter dat het het eerste deel is uit een literair drieluik. In The man in the wooden hat kan je het verhaal nog eens beleven, maar dan door de ogen van Betty, Edward Feather’s echtgenote. Waarschijnlijk in grote lijnen vergelijkbaar, met hier en daar natuurlijk de persoonlijke inkleuring van Betty. En in Last Friends krijg je zelfs een derde kans om het verhaal te herbeleven, maar dan vanuit het gezichtspunt van Terry Veneering, Feather’s professionele rivaal en kortstondige minnaar van Betty. Nu heb ik nog twee mooie boeken te gaan, met alle gelegenheid om de gaten uit Old Filth gevuld te krijgen, zodat ik een completer beeld krijg van het verhaal dat Gardam te vertellen heeft, zonder gemis.

     

     

     

  • De man die niet kon liefhebben

    De man die niet kon liefhebben

    Jane Gardam debuteerde in 1971 op haar veertigste met een kinderboek; sindsdien schreef ze vijfentwintig boeken waarmee ze talloze prijzen won waaronder twee keer de ‘Withbread book of the year award’ voor de beste roman. Ze is in Nederland niet zo bekend: Old Filth (2004) schreef ze op zesenzeventig jarige leeftijd en verscheen onlangs in vertaling als Een onberispelijke man.

    Voormalig advocaat en rechter Edward Feathers is het prototype van de Britse gentleman: gereserveerd en met een typische zelfspot. Bolhoed, paraplu, stiff upper lip: ‘An Englishman will walk but never run’ zoals Sting zingt in Englishman in New York. Jane Gardam weet haar hoofdpersoon zo te karakteriseren dat je hem voor je ziet; een kalme man. Maar onder dat kalme voorkomen leeft een man die worstelt met zijn verleden.

    Weduwnaar
    ‘Old Filth’, wordt hij in juridische kringen genoemd, naar een zelfverzonnen acroniem ‘Failed In London Try Hongkong’. Sinds zijn pensionering woont hij op het platteland in Dorset met zijn vrouw Betty. Na haar overlijden is hij op zichzelf aangewezen. Er is een tuinman en een huishoudster, die hij ‘mevrouw Eh’ noemt, omdat hij haar naam maar niet onthouden kan. Zijn eenzaamheid dwingt hem contact te maken met zijn buurman, Terry Veneering. Een oud-collega die ten tijde van zijn standplaats Hong Kong tevens zijn grootste vijand was en vermoedelijk de minnaar van Betty, zijn vrouw.

    Schaarse informatie
    Vermoedelijk, want Gardam houdt meer achter aan informatie dan ze prijsgeeft; af en toe laat ze achteloos een aanwijzing vallen die suggereert dat er meer aan de hand is dan ze laat zien. Zo telefoneert Betty met Terry om hem te condoleren met het verlies van zijn zoon. Een gesprek waaraan verder niet meer gerefereerd wordt, maar waarvan de heimelijkheid te denken geeft. Gardam is spaarzaam met verklaringen en laat het aan de lezer om conclusies te trekken. Met schaarse aanwijzingen die ze hier en daar als broodkruimels langs de verhaallijn laat vallen, voert ze de lezer mee naar de uiteindelijke apotheose.

    Waar het moeizame contact met Veneering slechts een intermezzo is, evenals de verschijning van Betty na haar dood, die Feathers regelmatig waarneemt en met wie hij gesprekjes voert. Deze intervallen zijn een aanzet voor Feathers zich te verdiepen in zijn verleden. Hij besluit zijn nichtjes te bezoeken – die samen met hem in een pleeggezin waren ondergebracht – om te praten over hun gedeelde verleden. In die tijd is er iets voorgevallen, wat door Gardam zeer geraffineerd wordt uitgesponnen door de hele roman.

    Geen achtergrond
    In Borneo, destijds in handen van de Engelsen, stierf zijn moeder tijdens zijn geboorte, zijn vader keek niet naar hem om. Edward wordt opgenomen door de inlandse bevolking. Voor zijn vijfde jaar, stuurt zijn vader hem naar Engeland om een Engelse opvoeding te krijgen. Hij komt bij een pleeggezin in Wales – samen met twee nichtjes – tot hij naar kostschool gaat en later naar de universiteit. Zijn vader ziet hij nooit meer.

    Ik heb geen achtergrond. Ik ben losgerukt uit mijn omgeving. Ik ben op een andere achtergrond geplakt als een uitgeknipte vorm’, denkt Feathers. Hij wordt daardoor ‘slecht in  liefhebben’, zoals zijn nicht hem veel later in een brief vertelt.

    Dat wat Edward overkwam, was het lot van veel kinderen in de Engelse koloniën. Ze werden ook wel ‘weeskinderen van de Raj’ genoemd, waarbij de ‘Raj’ de periode van overheersing door de Britten in India en andere delen van Azië aangaf. De kinderen werden naar Engeland gestuurd voor een klassieke opvoeding en zagen hun ouders pas na jaren terug. Vaak werden ze als betalende gasten opgenomen door wildvreemden of werden ze bij onverschillige familieleden ondergebracht. Het overkwam Kipling, die in Baa Baa Black Sheep schreef hoe hij als kind in een pleeggezin door mishandeling en verwaarlozing bijna blind geworden was –  hij koos ervoor om afstand te nemen door het verhaal in de derde persoon te schrijven. Het overkwam Saki, die in zijn korte verhaal Shredni Vashtar beschreef hoe het leven was voor een kind dat moest wonen bij een onbekend familielid dat met tegenzin de zorg op zich nam. En het overkwam dus Edward Feathers, die pas veel later kon praten over hoe het eraan toe ging in het pleeggezin, maar steeds verzweeg wat het ergste was.

    Langzame doordringen van de tijd
    De herinneringen van Feathers springen van Hong Kong naar Londen, van de oorlogstijd naar zijn tijd op kostschool. Als hij na de begrafenis van zijn vrouw op reis gaat om zijn nichtjes te bezoeken, verstuikt hij zijn enkel op de trap van een hotel. Wanneer hij uitgeput op de dokter wacht, valt hij in slaap: ‘en heel voorzichtig, een stukje per keer, liet hij het verleden toe.’

    Nu eens in Feathers’ woorden, dan weer door de verteller, worden de herinneringen stuk voor stuk prijsgegeven, waarbij hij tot de conclusie komt: ‘Ik ben mijn hele leven, vanaf mijn vroege kindertijd, verlaten, of gedumpt, of gescheiden door de dood, van iedereen van wie ik hield of die om me gaf (…)’. En hij vraagt zich af of ‘mijn eenzame leven – ik heb me eigenlijk altijd alleen gevoeld – het gevolg is van wat ik gedaan heb toen ik acht was (…)‘.

    Nadat hij een dominee gesproken heeft en bij monde van zijn een van zijn nichtjes alles opgebiecht is wat hem bezwaarde, besluit hij nog één reis te maken: naar Singapore. Op het vliegveld ziet hij Betty weer naast hem staan. Als hem door een voorbijganger gevraagd wordt of er iets mis is, antwoordt hij: ‘Er is niets mis,’ zei Filth. (…). Er is helemaal niets mis.‘ Want hij was thuis.

    In een toegevoegd hoofdstuk praten twee rechters met elkaar over de dood van Old Filth: ‘Hij was net uit een vliegtuig gestapt. Wist je dat? Ging terug naar waar hij vandaan kwam.

    Bruisend
    Gardam heeft met dit boek een prachtig overzicht geleverd van de koloniaal tijdperk. Edward is een onberispelijke man maar ook een zeer complexe persoonlijkheid. Gardam schrijft terughoudend en doet dat in prachtig, soepel proza. Als de dominee arriveert in het hotel waar Feathers verblijft, blijkt de laatste nog steeds in bed te liggen, ‘met zijn ivoren neus naar boven gericht’. De dominee onderneemt actie: ‘(hij) hees de oude botten van het bed, liet de ivoren waaiers die Filths voeten waren in zijn leren slaapkamerpantoffels van Harrods glijden, plantte Filth op een stoel met een rechte rug en zette een tafel voor hem neer.’

    In het nawoord kondigt Gardam aan dat er nog twee delen zullen verschijnen, Een trouwe vrouw, waarin hetzelfde verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van zijn vrouw Betty. Momenteel schrijft Gardam aan het derde deel, Last Friends getiteld en zal het verhaal zijn van Veneering en zijn vriendschap met het echtpaar Feathers als ze oud zijn en in Dorset wonen. Gardam onthult: ‘Tot het allerlaatst hebben zij – wij – een verborgen leven. Er zijn vooral vaak verborgen kinderjaren.’ Naar de verschijning van deze twee boeken in Nederlandse vertaling wordt reikhalzend uitgekeken.