• Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Mens & geld

    Mens & geld

    ‘We are living in a material world’ zong Madonna in 1984 al. Ellie en Freya, de hoofdpersonages uit Geld verdienen van Hanna Bervoets zijn misschien geen typische ‘material girls’, maar veel geld verdienen is wel hun doel. Ellie tipt Freya om te investeren in een aandeel dat zeker meer waard zal worden. Wat de lezer verwacht, gebeurt natuurlijk, het blijkt een financiële bubbel te zijn. Maar toch ga je gaandeweg meer en meer begrijpen waarom je zou willen winnen in het kapitalistische systeem en waarom het tussen de mens en geld zo vaak fout gaat.

    Na jaren ontmoet Ellie haar oude vriendin Freya weer. Freya blijkt in de problemen te zitten, ze zit in een scheiding en wil voor haar kind zorgen. Ellie voelt zich schuldig naar Freya, omdat die zich over haar ontfermde op de middelbare school en haar uit haar isolement haalde. Ze geeft haar daarom de gouden tip om Matador, een belegingsapp te gaan gebruiken. Ellie helpt haar om aandelen te kopen van een Australische wijnhandelaar, Royal Estate, die volgens Ellie binnenkort door het dak gaan. Ellie leeft in een zelfgekozen isolement en kan na het ontslag bij haar reguliere baan van haar Matador beleggingen leven. Ze ziet geen kwaad in het delen van het gouden aandeel, want Freya deed vroeger toch ook alles voor haar?

    Freya wil na hun gesprek nog wat meer bijverdienen door Ellie’s gouden tip in een cursus te gieten en te verkopen. Hierdoor koopt een groep die voornamelijk bestaat uit vrouwen uit Freya’s netwerk het magische aandeel. Het devies: het aandeel vasthouden tot het de maximale waarde heeft behaald, het zogenoemde ‘HODL’. Wat aanvankelijk lijkt op een slimme financiële beslissing, krijgt echter een bizarre en duistere wending. Want al snel worden alle investeerders getroffen door vreemde ongelukken en mysterieuze gezondheidsproblemen. Het aandeel lijkt wel vervloekt. Dan gebeurt natuurlijk wat de lezer al aan zag komen: het aandeel blijkt niet alleen snel veel meer waard te worden, maar ook vrijwel onmiddelijk daarna alle waarde te verliezen. Het was een bubbel.

    HODL

    In Geld verdienen is overduidelijk een ervaren schrijver aan het werk, het is niet voor niets Bervoets tiende boek. Het is een spannend en op een goede manier plotgedreven boek, waarbij je steeds slim van hoofdstuk naar hoofdstuk wordt gedreven door cliffhangers en (voorspelbare) onthullingen. Je zou Hanna Bervoets kunnen verwijten dat het voor de literaire lezer niet literair genoeg is, dat Ellie en Freya te weinig diepgang hebben en dat het verhaal te veel leunt op het plot. Dat is echter niet terecht. Het feit dat het verhaal soepel wegleest is in dit geval niet omdat het oppervlakkig is. Het plot en de personages staan helemaal ten dienste van het thema: wat geld met mensen kan doen.

    In het vasthouden van je aandacht en het aan het denken zetten over dat thema slaagt het boek zeker. Gaandeweg het boek wordt het contrast tussen Freya en Ellie steeds schrijnender. Ellie heeft een moeilijke jeugd, met weinig vrienden, tot Freya haar uit die eenzaamheid haalt. Ellie gebruikt al haar geld om zichzelf voor te bereiden op het ergste, ze bouwt aan een vrij overdreven overlevingspakket. Freya lijkt haar leven meer op orde te hebben. Maar of ze echt een goede vriendin is die simpelweg het beste met Ellie voor heeft, wordt steeds lastiger te geloven als je meer over hun verleden leert. De relatie tussen de twee komt onder allesbeslissende druk te staan als het aandeel exponentieel in waarde toeneemt. Dan komt uiteindelijk toch de ware aard van de mens naar boven. Ook bij de andere investeerders die met schulden achterblijven. Het boek eindigt in chaos na het klappen van de bubbel.

    Material girls

    Geld verdienen gaat over de dunne lijn tussen echt en nep, in vriendschap, maar ook in bezit. Het gaat niet om het wonderaandeel op zichzelf, het gaat om twee vriendinnen en de worsteling met een kapot kapitalistisch systeem. Dat systeem benadeelt de mens, maar zoals Geld verdienen laat zien vooral de vrouw. Veel vrouwen met het aandeel hebben dat niet alleen maar om rijk te zijn, om zogezegd een ‘material girl’ te zijn. Ze willen het geld gebruiken om zich vrij te kopen uit een systeem dat hen benadeelt, bijvoorbeeld Freya die het geld gebruikt om haar scheiding te bekostigen.

    Jezelf vrij maken lijkt alleen te kunnen met veel geld. Dat zie je ook bij twee van die vrouwelijke investeerders, Lorie en Samia. Ze ontmoeten Freya op een cursus van MissBusiness en raken zo ook in de ban van het aandeel. Samia wil een eigen bedrijf opzetten, Lorie wil naar Griekenland, om te zwemmen in een infinity zwembad. Het wonderaandeel maakt dat ze opeens kunnen gaan dromen, dat ze verder kunnen. Maar door het aandeel krijgt Samia uitslag over haar hele lichaam en Lorie durft door haar pleinvrees niet meer het huis uit. Is dat het waard, als je daarna je droom kunt leven? Want ben je echt rijk met een wonderaandeel, maar zonder plezier in het leven? En is alles te koop, ook de liefde, macht en seks? Nee natuurlijk niet, denkt de lezer. Maar toch is het interessant om te zien wat er gebeurt als je de kapitalistische fantasie wél gelooft en probeert te winnen in het systeem. De chaos in de tweede helft van het boek, die steeds ongeloofwaardigere vormen aanneemt, laat al te meer zien: ook de material girl blijft een fantasie. Alles van waarde is uiteindelijk weerloos tegen de macht van het geld.

     

     

  • In memoriam Harrie Geelen (1939–2025)

    In memoriam Harrie Geelen (1939–2025)

    Harrie Geelen (10 januari 1939 – 30 augustus 2025) was illustrator, schrijver, tekstdichter, scenarist, tekenfilmmaker, bewerker en vertaler. Zijn werk, verspreid over verschillende media, bereikte talloze lezers, luisteraars en kijkers. Generaties groeiden op met de muzikale kinderseries Oebele en Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, die hij in de jaren zeventig schreef. Zijn jaren bij de Toonder Studio’s leverden korte tekenfilms op die nog altijd een eigen plaats innemen in de Nederlandse animatiegeschiedenis. Hij vertaalde talloze animatiefilms en regisseerde de nasynchronisatie van bekende Disneyfilms. Als illustrator was hij betrokken bij tientallen boeken, vaak in samenwerking met zijn levenspartner Imme Dros.

    Voor het blad Vooys, mocht ik samen met een mederedacteur een aantal jaar geleden het illustere duo interviewen. Ik was als kind helemaal verzot op de Griekse Mythen vertaald door Imme Dros en voorzien van Harrie Geelens bijzondere illustraties. Al vanaf het moment dat we binnenstapten in hun huis in Hilversum, kreeg ik het idee dat dit een ander interview dan anders zou zijn. Het witte herenhuis in Hilversum was binnen een kleurige boel, met vrolijke meubels en overal boeken en illustraties. Het was er donker en daardoor geheimzinnig. Ook toen het donker werd mochten de lampen niet allemaal aan, voor Imme die last van haar ogen heeft. We wilden Dros en Geelen eigenlijk spreken over het onzegbare en hoe je dat op papier brengt, maar in plaats daarvan spraken we vijf uur lang over hun rijke carrière en hun jeugd. Tussendoor werden we regelmatig voorzien van thee, wraps en koekjes van Texel (waar Imme Dros geboren is).

     

    Vanaf de bank was Harrie Geelen vrijwel onafgebroken aan het woord, af en toe ruw onderbroken door Imme Dros die ook graag wat wilde zeggen. Het was een vrolijke en enthousiaste man, die ons hals over kop meesleurde naar zijn werkkamer om zijn laatste projecten en zijn werkwijze te laten zien. Tussen zijn verhalen door buitelde het van de boektitels en projecten. Zijn werk werd ook veelvuldig bekroond, hij ontving onder meer de Zilveren Penseel voor Juffrouw Kachel (1992), de Zilveren Griffel voor Herman het Kind en de Dingen (1994), de Gouden Penseel voor Het beertje Pippeloentje (1995), de Woutertje Pieterse Prijs samen met Imme Dros voor Bijna Jarig (2006) en in 2014 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

    Over het op papier stellen van het onzegbare kwamen we bij ons interview niet echt meer te spreken, want zodra we eenmaal waren gaan zitten gaven we de regie van het gesprek uit handen. Harrie vertelde wel dat hij in zijn tekeningen niet de letterlijke handeling vatte, maar de dreiging, de weidsheid, de eenzaamheid of juist de tederheid van het geschrevene. Hij maakte beelden die er net zo goed niet hadden kunnen zijn, echt als ondersteuning van de tekst, maar die het boek wel onvergetelijk maakten.

     

    Harrie Geelen liep ook vaak tegen de beperkingen van zijn werk aan. Zijn verfilming van Annetje Lie in het holst van de nacht (2004), naar het gelijknamige boek van Imme Dros was een technisch hoogstandje in de begindagen van de digitale wereld. Hij maakte het voor de VPRO, maar echt succesvol werd het niet. Ook financieel waren er soms beperkingen, maar daarover zei hij: ‘Taal kost gelukkig verder niks; dat zit in je hoofd, en dat kun je opschrijven.’

    Hij laat een immens en veelzijdig oeuvre na, maar bovenal de herinnering aan een kunstenaar die nooit koos voor de makkelijke weg. Hij vond schoonheid in beperkingen en wist met schijnbaar ongeschikte middelen werelden op te roepen die velen inspireerden.

    Aan het eind van het interview vroeg ik Imme Dros en Harrie Geelen om mijn exemplaar van De macht van de liefde te signeren. Imme zette een snelle krabbel, maar Harrie tekende een prachtig Trojaans Paard voorin. Een echte Harrie Geelen, grove lijnen, waarin niet de vorm maar de essentie het belangrijkste is. Het wordt hoog tijd om die maar eens in te lijsten.

     

     

    Deels gebaseerd op Vooys 40.3: ‘In taal heb je andere dingen nodig dan woorden’ Interview met Imme Dros & Harrie Geelen door Jan Douwe Westhoeve & Bram Scharpach

     

     

  • Belangrijke thema’s komen niet echt uit de verf

    Belangrijke thema’s komen niet echt uit de verf

    De opdracht van de Moor van Abdelkader Benali gaat over de kracht van verhalen en de effecten van migratie, maar weet op veel punten niet te overtuigen van de urgentie van die thema’s. Het boek heeft geen eenvoudig plot: de Nijmeegse schrijver Omar, half Italiaans, half Noord-Afrikaans, zit op een dieptepunt in zijn leven omdat zijn roman maar niet wil vorderen. Dan ontmoet hij Sarah, door wiens gedichten hij zo gecharmeerd is dat hij ze heeft vertaald. Sarah werkt in het dagelijkse leven voor het Wagenings ingenieursbureau Waal & Partners. Dat bureau is ingehuurd door de Al-Falak groep, een rijk bedrijf uit het Midden-Oosten, om het door overstromingen bedreigde Venetië te verplaatsen naar de woestijn. 

    Sarah biedt hem spontaan een baan aan bij Waal & Partners. Dat biedt nieuwe kansen voor Omar, hij mag als Chief Officer Storytelling naar Venetië om de verhalen van de inwoners daar te beschrijven. Hij spreekt in Venetië allerlei bijzondere mensen en krijgt vooral nieuwe inspiratie voor zijn roman, die een novelle wordt. Opvallend is dat hij in Venetië vooral migranten spreekt over wat migratie betekent. De mening van een kwart miljoen Italiaanse inwoners is irrelevant voor de Al-Falak groep. 

    Niemand stelt een vraag 

    De novelle vormt het tweede gedeelte van het boek. Hierin staat het vluchtelingenkamp Heumensoord bij Nijmegen centraal, waar eind vorige eeuw en in 2015 vluchtelingen werden geplaatst. Dit verhaal staat grotendeels los van de eerdere verhaallijn, behalve dat het ook over migratie en vluchtelingen gaat. Aan het eind van het boek is de Venetië-verhuizing geannuleerd en Waal & Partners plotsklaps verdwenen. Maar Omar heeft zijn novelle in elk geval afgekregen. 

    Wat betreft het plot zijn er enkele opvallende dingen op te merken. Allereerst is het helemaal niet duidelijk waarom de Al-Falak groep Venetië wil verplaatsen en waarom niemand in het boek vraagtekens durft te zetten bij deze ronduit ongeloofwaardige onderneming. Een simpele mail van Sarah overtuigd Omar dat het een goed idee is en ook in Venetië wordt het vrijwel niet ter sprake gebracht. Het is dan ook geen verrassing dat het plan nooit van de grond komt, het plan werd in eerste instantie al niet geloofwaardig gepresenteerd. De verhaallijn met Waal & Partners, Sarah en de verhuizing van Venetië lijkt vooral overbodig. Omar had ook uit zichzelf naar Venetië kunnen gaan om daar als schrijver de verhalen van migranten te verzamelen. Dat had het een veel geloofwaardiger verhaal gemaakt en de lezer aardig wat verwarring bespaard. 

    Boek-in-boek-methode

    Het boek bestaat voornamelijk uit korte gesprekken en ontmoetingen met personen in Venetië die nooit echt tot een afronding of diepere laag komen. Omar ontmoet iemand, trekt een aantal hoofdstukken met die persoon op en abrupt is de persoon verdwenen. De gesprekken gaan voornamelijk over het uitwisselen van verhalen of over de kracht van verhalen. Ook de novelle die in het boek zit (netjes in een ander font gepresenteerd), weet niet te overtuigen. Het boek-in-het-boek, een beproefd literaire methode, komt hier niet echt sterk over. Ondanks dat het over een belangrijk onderwerp gaat, migratie, is nergens de urgentie voelbaar doordat de personages weinig diepgang hebben. Dat lijkt vooral te zitten in de abrupte manier waarop mensen in Omar’s leven verschijnen en weer verdwijnen. Elke vorm van spanning of urgentie wordt binnen enkele pagina’s opgelost. 

    Bijvoorbeeld aan het begin van het boek: Omar worstelt met zijn roman, waar hij maar niet verder in komt. Zijn relatie met zijn (naamloze) vrouw, is daardoor moeizaam, want hij heeft het gevoel dat hij minder waard is dan zij: zo verdient hij bijvoorbeeld minder dan zijn vrouw. Als hij Chief Officer Storytelling wordt bij Waal & Partners, krijgt hij opeens een riant salaris inclusief een gouden visitekaartje. Hierdoor gaat hij wat luxer leven, kookt hij bijvoorbeeld niet alleen maar macaroni met gehakt, maar ook moussaka, tajine en couscous. Prompt wordt hij beloond met ‘genegenheid tussen de lakens’ en zijn alle relatieproblemen opgelost. ‘Ze zag een man die “ja” tegen het leven zei, en wat ze zag beviel haar zeer.’ 

    Omdat hij (geheel toevalligerwijs) een baan aangeboden kreeg van Sarah, is gelijk zijn hele relatie met zijn naamloze vrouw gered. Over huwelijksproblemen wordt de rest van de roman amper meer gerept, sterker nog: aan het eind van de roman is de liefde tussen Omar en zijn vrouw helemaal opgebloeid. Naast dat het redelijk ongeloofwaardig is, zorgt dit ervoor dat er geen urgentie meer is. Alle problemen die Omar ondervindt, zijn binnen een paar pagina’s opgelost of afgekapt. 

    Geen dieper besef over migratie

    Het is jammer dat deze roman niet uit de verf komt, want de thema’s die Benali aansnijdt zijn belangrijk: de kracht van verhalen en de diepgaande effecten van migratie. Herhaaldelijk wordt in dit boek die kracht van het verhaal aangehaald, ‘Verhalen bieden perspectief. Ze brengen vergezichten, zorgen voor verbinding.’ In de stukken over de migranten in Venetië zijn aanzetten te vinden voor een belangrijk verhaal over migratie. Alleen worden die aanzetten amper afgemaakt en komen niet tot een dieper besef hoe verhalen precies migratie stuwen en beïnvloeden. Dat is een gemiste kans. 



  • Migratie als iets diep menselijks 

    Migratie als iets diep menselijks 

    Oroppa van Safae el Khannoussi begint met de huiveringwekkend doodskreet van kunstenares Salomé Abergel. Het duurt bijna 400 pagina’s voordat Abergel daadwerkelijk overlijdt en in de tussentijd wordt de lezer meegenomen langs allerlei personages uit haar rijke leven. Na de verdwijning van Salomé Abergel uit haar huis aan de Amsterdamse Churchill-laan, zoekt snackbareigenaar en huisbaas Hbib Lebyad iemand om op het huis te passen. Hij vraagt voor die nobele taak een werknemer van hem, de jonge vrouw Hind el Arian. Als Hind niet werkt in de snackbar (die ze van Hbib ‘restaurant’ moet noemen) is ze te vinden in coffeeshop Rainblow City. Ze kan lastig haar draai vinden in het grote huis, zeker als ze in de kelder Abergels huiveringwekkende kunst vindt. Salomé’s zoon Irad, geboren in een Noord-Afrikaanse gevangenis, heeft een kroeg in Parijs waar het uitschot van de stad zich ophoudt. Hij komt naar Amsterdam na zorgwekkende verhalen over zijn moeder, en voor haar nagelaten kunst. Tegelijkertijd doet galeriehouder Hannah Melger er alles aan om Abergels kostbare kunst veilig te stellen. 

    Een geschiedenis van liefde en geweld

    Dit zijn de openingszetten van de ambitieuze debuutroman van Safae el Khannoussi. Een gelaagd verhaal, waar elke bladzijde weer nieuwe personages aan toegevoegd worden, met nieuwe perspectieven die het een boek met een allesbehalve eenvoudige plot maken. Voor de lezer die de puzzelstukken naadloos in elkaar wil laten passen, kan het een frustrerende leeservaring zijn. Maar als je je overgeeft aan het verhaal, is het een zeer indrukwekkend debuut. Net zoals Hinds ontdekking van de kunstkelder van Abergel wil de lezer steeds verder, steeds dieper afdalen in het verhaal van trauma, liefde, kunst en geweld. Want Oroppa is gevuld met geweld.

    De jonge Salomé Abergel belandt in ‘de jaren van lood’ in de Marokkaanse gevangenis onder de meedogenloze koning Hassan II die elke vorm van onschuldig verzet hard strafte. In de gevangenissen, waar ze gedurende jaren verblijft, zijn alle denkbare en ondenkbare vormen van geweld en verkrachting aan de orde van de dag. De angst voor ‘De Pelgrim’, het archetype voor de folteraar, blijft zelfs jaren later in Nederland nog bestaan. Centraal in de roman staat het idee van het 21e arrondissement; een fictieve plaats waar het uitschot van de wereld samenkomt. Het is een vrijplaats, waar de verstotene van de wereld een plek vindt om te schuilen voor het ontoombare trauma. 

    Europa als monster

    De personages in deze roman zijn allen complex en gelaagd, met hun eigen vertelstem en geschiedenis. Veelal zijn het migranten die stuurloos zijn geraakt in Europa. Het is mooi hoe Europa in deze roman verbeeld wordt als een monster; niet als een veilig paradijs. Je verleden neem je immers altijd met je mee. Migratie wordt in deze roman geen verwaterde politiek, maar blijft iets diep menselijks. Juist de verschillende vertelstemmen maken het mogelijk om de nuances en paradoxen van migratie weer te geven die buiten de literatuur zo ver te zoeken zijn. 

    De ambitieuze en zeer geslaagde opzet en de prachtige zinnen maken dit een atypisch debuut. Oroppa heeft meer gemeen met de groots opgezette boeken van Gabriel García Márquez of Salman Rushdie dan met de gemiddelde Nederlandse debutant. Door de caleidoscopische opbouw, de vele personages en ook de uitzichtloosheid waarin personages zich in bevinden is het geen eenvoudig boek. Maar wat deze roman zo geslaagd maakt is dat de lezer gaandeweg, moe gebeukt van alle martelingen en trauma’s, ziet dat kunst en taal uiteindelijk overwint. Het is te zien in de kunst die Abergel maakte, in het schrijven van de ‘Angstcahiers’ en in de troosteloze dichteres die aan het eind van het boek opduikt. Safae el Khannoussi weet de helende, overwinnende en ook grappige effecten van de taal zeer overtuigend over te brengen. De kunst blijkt de plek te zijn waar de terreur niet toeslaat, waar de tiran, ‘De Pelgrim’ of welke agressor dan ook geen vat op heeft.



  • Kracht van deze roman zit in de verhoudingen binnen het gezin

    Kracht van deze roman zit in de verhoudingen binnen het gezin

    Midden in de crisisjaren in Amerika vertrekt vader Arnold met zijn vrouw Willa en drie dochters naar het platteland om boer te worden. Verteld vanuit het perspectief van de middelste dochter Margret, ontvouwt zich in Nu in november een pijnlijk portret van aftakeling, extreme droogte, armoede en dood. Vertaler Lette Vos is verantwoordelijk voor de goed leesbare en stijlvolle vertaling, waarin de lyrische stijl en natuurbeschrijvingen goed tot zijn recht komen. 

    Al vanaf het begin is het duidelijk dat de relaties binnen het gezin op springen staan. Het gezin staat op allerlei manieren onder druk. Door de hypotheek op het land, die ze maar niet kunnen afbetalen, de droogte, maar ook door onderlinge conflicten. De jaren en seizoenen laten ze stil voorbijgaan, terwijl de aanhoudende droogte hun armer en armer maakt. De komst van de knecht Grant, waar Merle en Margret stiekem verliefd op zijn, kan ook het tij niet keren voor de noodlijdende boerderij van de familie Haldmarne. 

    Sterke beelden van het uitblijven ven regen

    Nu in november verscheen oorspronkelijk in 1934, middenin de zogenaamde ‘Dust Bowl’. Door slechte landbouwtechnieken en extreme droogte mislukte in de jaren dertig veel oogsten in het binnenland van Amerika. Het fijnstof van het akkerland bracht grote schade toe aan natuur en milieu en vele boeren raakten alles kwijt. Een aantal bekende Amerikaanse kunstwerken reflecteren hierop, denk aan boeken van John Steinbeck (The Grapes of Wrath), de muziek van Woody Guthrie (Dust Bowl Ballads), maar bijvoorbeeld ook scenes uit Interstellar van regisseur Christopher Nolan, die het Amerika uit de film modelleerde naar beelden uit die jaren dertig. Ook Josephine Johnson (1910-1990) liet zich inspireren door The Dust Bowl voor haar debuut Nu in november. In 1935, een jaar na publicatie, won ze op 24-jarige leeftijd met de roman de prestigieuze Pulitzer Prize. Tot op de dag van vandaag is ze de jongste schrijver die ooit de Pulitzer Prize won, een uitzonderlijke prestatie. Ze zou nog enkele romans en kortverhalen bundels publiceren, alsook poëzie. 

    Nu in november wordt om meerdere redenen  een moderne klassieker genoemd. Dat heeft te maken met de tijdloze observaties die uit het boek blijken. Allereerst is er de natuur die sterk naar voren komt in Johnsons beschrijvingen van het droge akkerland, de magere beesten en vooral het eindeloze uitblijven van de regen. Aangrijpend is de beschrijving van de storm die de boerderij net mist, waardoor maar een paar druppeltjes het noodlijdende akkerland bereiken: ‘De wolken dreven verder en verwaaiden. Grote vlakken hemel werden vlekkeloos als glas. Het onweer klink heel ver weg bijna hoorbaar… Alles was nog precies zoals daarvoor.’ Zinnen die voor de hedendaagse lezer in tijden van schijnbaar onomkeerbare klimaatverandering, door merg en been gaan. 

    De rol van mannen 

    Hoewel de aanhoudende droogte een grote rol speelt, lijkt de kracht van deze roman juist in de verhoudingen binnen het gezin te zitten. In de afgebakende ruimte van de boerderij gaan de gezinsleden behoedzaam met elkaar om. Kerrin, de eigenwijze dochter, wordt zo veel mogelijk vermeden, net als vader Arnold die onredelijke woede-uitbarstingen heeft als hij vermoed dat er bij het koken eten verspild wordt. Grant, de knecht die bij het gezin komt inwonen, lijkt wat rust te brengen, maar ook hij kan het uit elkaar vallende gezin niet bij elkaar houden. Een brand en het ontslag van Kerrin als onderwijzeres, brengt het gezin definitief ten val. 

    Het boek bevat scherpe observaties over ras, klasse en gender. Bijvoorbeeld de familie Ramsey, een zwarte familie die het net als de andere boeren niet redt en de huur niet meer kan betalen. Ze worden uitgezet, de eigenaar van de boerderij, Turner, zegt daarover: ‘Zwarten zijn geen goede huurders,’ (…) Een witte man had het wel gered.’ Naast het overduidelijke racisme, raakt dit ook aan de rol die de man in dit boek heeft. Mannen zoals vader Arnold zijn de baas en in zijn hoofd is een onoverbrugbare scheiding tussen man en vrouw. Mannen werken op het land, vrouwen in het huis. Kerrin mag onderwijzeres worden, maar de andere zussen zijn voornamelijk thuis. Het idee dat de moeder en zussen zouden kunnen helpen om de boerderij bij elkaar te houden, komt simpelweg niet in hem op. In een woede-uitbarsting, gelijkend op die van haar vader, zegt Kerrin tegen Margret: ‘Jij hebt toch nog nooit iets anders gekend dan eindeloos taarten bakken en boeken lezen? Met je snoezige bloemblaadjes en je onkruid.’

    Meer dan een klassieker

    Het is schrijnend om te zien dat hoe verder het gezin (ook door de dood) uit elkaar valt, hoe meer verantwoordelijkheid er noodgedwongen bij Margret komt te liggen. Maar dan is het al te laat om het gezin nog te kunnen redden; Kerrin heeft zelfmoord gepleegd en moeder Willa sterft aan haar verwondingen van een brand. 

    Nu in november wordt door het aansnijden van hedendaagse thema’s vaak getypeerd als een klassieker die nog steeds actueel is. Dat doet het boek te kort, want hetzelfde valt te zeggen over legio andere boeken. Het is ook niet verwonderlijk dat goede schrijvers thema’s aansnijden (leven & dood, liefde, racisme, klimaatverandering), die decennia later nog steeds op een of andere manier actueel zijn. Wat dit boek zo bijzonder maakt is dat iemand op jonge leeftijd een bijzonder krachtig portret van een noodlijdende familie heeft geschreven. De meanderende natuurbeschrijvingen en de scherpe dialogen aan de eettafel maken dit boek meer dan de moeite waard. Nu in november is vooral een kundig geschreven tijdsdocument dat niets aan kracht heeft verloren.

     

     

  • Zoveel meer dan het uitsterven van een diersoort

    Zoveel meer dan het uitsterven van een diersoort

    De nieuwste roman van de Belgische schrijver Charlotte Van den Broeck is een wervelende en diepgravende zoektocht naar een uitgestorven diersoort: de Tasmaanse tijger. Die tocht begint in de Antwerpse Zoo waar in 1911 een Tasmaanse tijger, ook wel thylacine genoemd, werd tentoongesteld als een exotisch product uit het verre Tasmanië/Lutruwita.

    De thylacine was een gewild dier bij dierentuinen over de hele wereld, onder meer door zijn unieke uiterlijk. Het beest heeft karakteristieke tijgerstrepen maar lijkt eerder op een wolf. De meeste Tasmaanse tijgers haalden de zoo overigens niet, ze overleden onderweg, op zee of na hoogstens enkele jaren in een kooi. De Antwerpse tijger zou een van de laatste zijn. Het beest is vermoedelijk enkele decennia later uitgestorven hoewel enkelen nog geloven dat het beest buiten het zicht van de mens voortleeft. In vijfentwintig hoofdstukken maakt Een vlam Tasmaanse tijgers de mythe van de thylacine plaats voor een verhaal dat zo veel meer is dan het uitsterven van een diersoort.

    Onderzoeksinstellingen en natuurgebieden

    De lezer gaat met Van den Broeck mee door de archieven, natuurgebieden, musea en onderzoeksinstellingen van Europa tot Australië, op zoek naar de resten van het uitgestorven dier. Met een verfijnde schrijfstijl, waarbij elk woord de juiste plaats heeft gevonden, beschrijft ze de archieven en musea; de lugubere potten met losse lichaamsdelen op sterk water en schimmige documenten over de handel in alle lichaamsdelen van het beest. Ze ontmoet bijzondere figuren die de Tasmaanse tijger omringen. Onderzoekers die het beest willen klonen, zelfbenoemde experts die het zouden hebben gezien en wetenschappers die hun hele leven hebben gewijd aan het onderzoeken van de laatste resten van de thylacine

    Het (vermoedelijk) uitgestorven dier heeft in het heden en verleden een bijzondere groep mensen rond zich verzameld. Zoals Morton Allport, die meer dan honderd jaar geleden zo vrijgevig was om het museum van natuurwetenschappen in Brussel skeletten en een schedel op te sturen. In het museum werd hij uitgebreid geroemd als ‘uitstekend bioloog’, maar recent onderzoek liet zien dat hij de dieren verhandelde voor invloed in wetenschappelijke kringen. In het heden komt Van den Broeck in aanraking met onderzoekers zoals Dr. Sleigtholme, die van de Tasmaanse tijger zijn levensproject heeft gemaakt. In zekere zin lijkt hij alleen nog te leven voor het in kaart brengen van het inmiddels uitgestorven dier. Een nobele maar soms ook manische daad, zo laat Van den Broeck zien.

    Constructie van een troostvol verhaal

    Tussen al die bijzondere verhalen schetst Van den Broeck een verhaal dat in diepste zin over verlies en de constructie van een troostvol verhaal gaat. Dat de Tasmaanse tijger (waarschijnlijk) is uitgestorven, is te wijten aan de manier waarop de mens met het dier is omgegaan. Het verlies heeft een diep gat geslagen bij lokale bewoners en wetenschappelijke onderzoekers, die allemaal op hun eigen manier die leegte proberen te vullen. Met mythische verhalen, zeer gedetailleerd onderzoek of het onderzoeksinstituut dat de thylacine probeert te klonen. Maar het gaat ook om verlies van ‘agency’. De beesten die tegen hun wil verscheept, mishandeld en gedood werden. De brute wijze waarop dat gebeurde, wordt op indringende wijze beschreven.

    Maar ook de ‘agency’ van Aboriginals op Tasmanië / Lutruwita, die helaas niet beter werden behandeld. De oorspronkelijke bewoners werden op systematische wijze uitgemoord. Of de behandeling van vrouwen zoals Alison Reid, de vrouwelijke directeur van de dierentuin van Hobart, de hoofdstad van Tasmanië. Reid werd begin twintigste eeuw niet erkend of betaald voor haar werk in de zoo van haar vader. Haar vader was directeur, maar zij deed ‘de facto’ al het werk. Na zijn dood werd haar de dierentuin ontnomen omdat een betaalde post voor een vrouw ondenkbaar was. Niet veel later stierf in diezelfde dierentuin de laatste Tasmaanse tijger in gevangenschap. 

    Beeldend geschreven en boeiende dialogen

    Van den Broeck traceert steeds een nieuw puzzelstukje dat verbonden is aan de Tasmaanse tijger en legt het op de juiste plaats. Elk hoofdstuk is een geheel en haakt weer feilloos aan in het volgende hoofdstuk. Het is een zeer beeldend geschreven geheel en de dialogen blijven paginaslang boeien. Van den Broeck weet heel goed de lichtvoetigheid te behouden, zonder ooit de ernst van het onderwerp uit het oog te verliezen. De secundaire literatuur, het meta commentaar, lijkt wat losjes aan het hele verhaal verbonden. Bijvoorbeeld de stukken over Donna Haraway doen de lezer verlangen naar meer. 

    Een van de Tasmaanse-tijger-fanaten, Neil Waters, heeft zich na de dood van zijn dochter vol overgave gestort op de theorie dat het beest nog in leven zou zijn. Alles moest bij hem wijken voor het bewijzen dat het dier nog leefde. Hij zag het zelf wel drie keer en gelooft dat het ook op het Australische vasteland nog leeft en zich kundig weet te verbergen voor de mens. Na het lezen van dit boek begrijp je dit geloof helemaal. Het verlies van de dochter en het collectieve verlies van de diersoort zijn verbonden, ergens is het dezelfde emotie en dezelfde wens: koste wat kost terughalen wat je nooit had willen verliezen.

    Een vlam Tasmaanse tijgers is een boek dat alles in zich heeft. Een schijnbaar kleine gebeurtenis, het uitsterven van de Tasmaanse tijger, krijgt een persoonlijke en urgente lading. De Tasmaanse tijger staat voor alles wat we hadden, maar uit het oog verloren zijn en wanhopig proberen terug te krijgen. En dat alles feilloos opgeschreven, lichtvoetig en toch gedragen en literair.