• Fietstocht om inzicht te krijgen in afkomst en aard

    Fietstocht om inzicht te krijgen in afkomst en aard

    Dichter en prozaïst Jacob Groot laat in zijn nieuwste roman Toen ik alle dingen zag, een man een fietstocht maken langs de kust van Noord-Holland, van Velsen tot aan Den Helder. De reden waarom hij dat doet, wordt niet helemaal duidelijk: hij heeft een opdracht gekregen van zijn vrouw Eva, maar welke opdracht dat precies is, wordt niet onthuld. Wel wordt door zijn vrouw middels een codewoord, ‘Wolkendek’ gerefereerd aan een gebeurtenis tijdens een nacht, ‘waar we ons nog altijd blind op staren’. De ontknoping daarvan is de opdracht die de naamloze fietser meekrijgt, maar waar verder in het boek niet meer over gesproken wordt.

    Belangrijker is de opdracht die de man zichzelf geeft: een fietstocht maken door het Noord-Hollandse landschap dat in hem verankerd ligt, om daardoor inzicht te krijgen in zijn afkomst en zijn aard. De provincie zit in zijn genen, ‘ze is een bouwsteen van wie ik ben.’ Daarom gaat hij in de roman voortdurend een dialoog aan met zichzelf en maakt hij de lezer deelgenoot van zijn invallen, fantasieën, dromen en herinneringen. 

    Niets gebeurt zomaar

    In dichterlijk proza beschrijft Groot de bespiegelingen van de hoofdpersoon tijdens zijn queeste op zijn groene Raleigh-racefiets. Hij laat zijn gedachten gaan over het landschap, over de auteurs Herman Gorter en Jorge Luis Borges die hij als zijn reisgenoten beschouwt. Ook Roland Holst en Kouwenaar worden besproken. De zinnen waarin hij dat doet, zijn vaak uitzonderlijk lang, uitgesmeerd over de volledige pagina: een brij van hoofd- en bijzinnen waarin het soms moeilijk is te bepalen waar het over gaat zonder gedegen kennis van zinsontleding. Ook deinst Groot niet terug voor moeilijke woorden en begrippen die waarschijnlijk iedereen moet opzoeken. Dat draagt ertoe bij dat de moeilijkheidsgraad van deze roman hoog ligt, ook door de talloze verwijzingen naar de Bijbel en andere literatuur.

    De Bijbel, de Koran en de Misjna worden al in het begin van de fietstocht door de hoofdpersoon in de grond begraven, misschien als symbool voor het loskomen van gevestigde tradities, een blanco begin te maken. Want in deze roman gebeurt niets zomaar en blijft niets zonder betekenis: in de proloog richt de auteur zich rechtstreeks tot de verteller: ‘En u verteller? U vindt dat we in wezen alles moeten kunnen zien, zelfs als het achter een koppig wolkendek verborgen ligt? Maar belangrijker is dan toch de vraag of u het zaakje voor ons opklaart? Dat laatste is natuurlijk ook uw opdracht, dus kwijt u zich vanzelfsprekend van die taak, al dient u zich eerst nog voor te bereiden.’

    De fietstocht van de man lijkt gaandeweg op een pelgrimage, inclusief de verleidingen van mooie, wulpse vrouwen zoals diverse heiligen die moesten doorstaan. Maar in tegenstelling tot hen bezwijkt de hoofdpersoon, die zichzelf beschouwt ‘als een profeet in de woestijn’ wel voor die verleiding, al is het niet duidelijk of dit alleen in zijn fantasie gebeurt. 

    Zoon van Alkmaar

    De beproevingen beginnen pas goed als zijn fietsband lek is, het avond wordt en hij uitgeput is. Op een camping maakt hij kennis met een oude man, die hem helpt en die op zijn vader lijkt. Hij zal deze man, die zich voorstelt als Salomo Keizer, nog twee keer tegenkomen; de tweede ontmoeting eindigt zonder enige aanleiding en ongeloofwaardig in een worstelpartij: Jacob vecht met de engel. Daarna begeleidt Salomo de hoofdpersoon in de trein van Schagen naar Den Helder. Als Salomo vraagt, wat de ander zoekt, vertelt deze een verhaal over de Zoon van Alkmaar, die naar de grote stad wilde, die ertoe doen wilde: ‘How to star?’ Het is een ironische verhaal over je anders voordoen dan je bent. De Zoon van Alkmaar is auteur en raakt onder invloed van de media, hij schept niets meer, maar levert maatwerk. ‘Je zelfbeeld beeldt alleen nog maar je publieke afwezigheid af.’

    Het verhaal wordt dan steeds mystieker. De hoofdpersoon gaat naar een hotel, ‘Lands End’ genaamd, waar hij verwacht wordt en niet hoeft te betalen. Ook bezoekt hij een rock-café met de naam ‘De Engel’, waar een band speelt die de Dämmerung heet. Namen met een culturele lading.
    Het gesprek eerder met Salomo in de trein brengt een catharsis teweeg: de hoofdpersoon besluit terug te gaan naar huis, naar Eva, ‘terug naar de recapitulatie en de evaluatie en de vergetelheid.’

    De bedevaart is dan allang een odyssee geworden met een Penelope aan het einde van de tocht. Groot noemt zijn protagonist dan ook ‘Nobody’, een verwijzing naar de naam die Odysseus zichzelf geeft als de Cycloop vraagt wie hij is: Niemand. 

    Dichterlijke taal

    Naast de vele verwijzingen naar de Bijbel en de Klassieke Oudheid worden er ook begrippen uit de alchemie aangeduid. De roman bestaat uit drie delen, waarvan de laatste twee ‘Transfiguratie’ en ‘Stralende nacht’ getiteld zijn. Al met al heeft Groot veel verwijzingen en symboliek gebruikt, maar dat voorkomt niet dat het einde onbevredigend is. Na het boek te hebben gelezen, blijft de vraag waar het allemaal om ging. Aan het taalgebruik is te merken dat Groot een dichter is. De indruk blijft dat deze roman beter tot zijn recht zou komen als dagboek in plaats van een reisverslag van een spirituele fietstocht. En hoewel de lezer met regelmaat rechtstreeks wordt aangesproken door de hoofdpersoon, lijkt het hele relaas niet voor hem bestemd, maar dient het als middel tot  reflectie voor de verteller zelf. De vraag blijft of je een hoofdpersoon in een roman of het lyrische ik in een gedicht mag vereenzelvigen met de auteur.

    Taalkundige Marc van Oostendorp schreef onlangs in een blog voor Neerlandistiek, het online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek, dat ‘ik en jij in gedichten niet de gebruikelijke betekenis hebben, maar los staan van de werkelijkheid.’ Als dat ook voor een roman zou gelden dan zou de hoofdpersoon los staan van de auteur Jacob Groot. Dat lijkt onwaarschijnlijk, de fietser en de Zoon van Alkmaar lijken zijn alter ego’s te zijn. Niet dat het er echt toe doet. Groot heeft een intrigerende maar bij vlagen, vage roman geschreven, met genoeg gedachtes, filosofische overpeinzingen om iedereen bezig te houden tijdens de lange reis.

     

     

  • Oogst week 6

    Menselijke voorwaarden

    Een  geschiedenis verteld in 1440 bladzijden van de Japanse schrijver Junpei Gomikawa, een lang gedicht van Jacob Groot en een aan poëzie gerelateerd brievenboek van Judith Herzberg en Chr, J. van Geel kwamen deze week onder onze aandacht.

    Menselijke voorwaarden is een oorlogsverhaal dat voor het eerst in zestig jaar na verschijning in vertaling wordt uitgegeven. Het gaat over een deel van de Tweede Wereldoorlog waar in Nederland weinig bekendheid over is: de strijd tussen Japan en de Sovjet-Unie in Mantsjoerije.
    Kaji is een pacifist en laat zich afwijzend uit over de Tweede wereldoorlog, wat wordt aangezien  als een gebrek aan vaderlandsliefde. Om zich vrij te stellen van dienstplicht accepteert hij een baan als personeelschef bij de Laohulingmijnen. De mijnbouwonderneming blijkt corrupt en de Chinese dwangarbeiders worden uitgebuit en mishandeld. “Wanneer hij ondanks eerdere toezegging toch in het leger terechtkomt en ook daar voor de zwakkeren opkomt maakt hij juist promotie vanwege durf en moed. Hij probeert desondanks vast te houden aan zijn morele overtuiging, maar de omstandigheden maken dat hij steeds minder mens wordt en zich gaandeweg ontwikkelt tot een brute killer.”

     

    Menselijke voorwaarden
    Auteur: Jumpei Gomikawa
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Brieven 1962-1974

    Judith Herzberg en Chris van Geel waardeerden elkaars gedichten en raakten bevriend met elkaar. Ze schreven in hun brieven over poëzie en konden elkaar ook de waarheid vertellen over hun werk. In hun brieven kwam ook een deel van hun werk tot stand. Een groot deel van de brieven van Judith Herzberg zijn verloren gegaan door een brand die het huis van Van Geel in de as legde. Toch ontstaat er tijdens het lezen een beeld van een correspondentie omdat Van Geel refereert aan haar schrijven. Zoals in de brief van 12 juli 1967:

    “Lieve judith en huyck (man van Judith ivdg),
    wat schrijf je toch een leuke brieven. Je bent een vogel, maar wat voor een zou ik niet kunnen zeggen, je voegt er een vogel aan toe. Een groot soort en niet schrikachtig.”

    En dan gaat het verder over uitgeef aangelegenheden, ontmoetingen met andere dichter en de twijfels over een strofe.

    Brieven 1962-1974
    Auteur: Judith Herzberg ; Chris van Geel
    Uitgeverij: Bas Lubberhuizen

    Verlies me niet

    Jacob Groot is dichter, romancier en essayist. In 2012 ontving hij de A. Roland Holstpenning voor poëzie. Verlies me niet is een lang gedicht in tweeënvijftig  taferelen over verlaten. Over wat is verlies nu precies en of we iemand echt kwijt kunnen raken. Heb je dan verloren als je iemand  kwijtraakt? Kan een afscheid je verrijken? De poëzie van Groot geeft alle mogelijke antwoorden. Het is geen troostpoëzie, ‘maar haar samenhang verbindt en haar schoonheid verlicht’.

     

     

    Verlies me niet
    Auteur: Jacob Groot
    Uitgeverij: De Harmonie ( jan. 2018)
  • Dichtersproza

    Dichtersproza

    Als dichters een roman gaan schrijven krijgt de lezer het moeilijk. Want een plot maken behoort niet tot de dichtersvaardigheden. En het schrijven van een vlotte tekst meestal ook niet. Dichter/schrijver Jacob Groot bewees dat al in zijn vorige twee romans, Billy Doper (2008) en Adam Seconde (2012) en nu opnieuw in Geloof in mij (november 2016).
    Hij schrijft prachtig proza in een mengeling van bloemrijke taal en ironische terzijdes. Maar lezers die dachten een verhaal voorgeschoteld te krijgen voelen zich als een luis op een teerton: het schiet maar niet op.

    Een voorbeeld: de protagonist gaat op weg naar zijn werk in een wijnhandel:
    Monter verliet hij het woonhuis in de friste des morgens, Aurora nog op de wolken, en toog hij volgzaam maar wakker per openbaar vervoer naar de plaats van delikt om onder toezicht te doen in opdracht waartoe was besloten op grond van samenspraak, praktijk voor contract in theorie, al dan niet ondertekend maar gewettigd met het oog op bekrachtiging die voortvloeit uit gemeenschappelijk belang, in eerste instantie van gever en nemer met betrekking tot het bewuste werk ter plekke, al snel, steeds ruimer, binnen grotere gehelen, van de ijver omwille van voorspoed in de omgeving, uitgestrekt tot de abstractie staat binnen de landsgrenzen, opgenomen en gewist door het metabegrip unie, in diverse continentale maten en soorten, hoewel mondiaal getoetst op rendement, zodat hij in de hoedanigheid van arbeider op de eerste werkdag tijdens de ochtendpauze al besefte dat hij weliswaar geld verdiende, maar het in feite tegelijk alweer uitgaf aan een niet door hemzelf gekozen doel, waarna wat hij overhield een fooi genoemd kon worden, mechanisch gedropt in het zakje van de loonslaaf die hij was, lot dat hij deelde door warmte te verspreiden, niet te versagen, van binnen muziek te maken, net als de negers op de plantages, in zijn geval een geneuriede nabootsing van tophits, en banden aan te knopen met genoten, bij voorkeur minderbedeeld met visie en slagkracht, omwille van de denkbeeldige broederschap in een heilstaat.

    I rest my case! Dichter, het woord zegt het al, is het tegendeel van opener.

    Jacob Groots proza is een genot als je houdt van traag lezen, woord voor woord, zin na zin, en geen behoefte hebt aan een begrijpelijk en meeslepend verhaal. De eerste vier hoofdstukken, samen bijna de helft van het boek laten zich als volgt samenvatten:

    Oude Aarde
    Dorpsstraat, Ons Dorp. Freddie Combo, postbode, en Teddie, huisvrouw, hebben één zoon.
    Dat is Eddie Combo die, als jongen al zwemmend in een groot meer bijna verdrinkt maar een stem hoort die hem aangeeft hoe hij zich kan redden.
    De stem van God? Dat kan niet want God bestaat niet.

    Bij wijze van voorbode
    Het gezin moet het dorp verlaten en gaat in een kleine stad in het Noorden des lands wonen. Freddie wordt portier en Eddie bezoekt de HBS en woont een optreden van Rex Gildo bij, een bekende Duitse Schlager-zanger.

    Toename in wijsheid
    Het is 1963. Eddie verstoort een catechisatie-klas door het woord te nemen en niet meer af te staan. Hij voelt dat hij een redenaar is. Hij maakt indruk op klasgenoot Heidi, maar vrijt niet met haar, al biedt ze zich wel aan. Later worden ze toch een stel. Maar uiteindelijk raakt het weer uit.

    Hogere School
    Eddie hoort de hit van de Monkees ‘I’m a believer’ en hij voelt zich door hun geloof aangeraakt.

    Ook werkt hij een dag in een wijnhandel, maar HET gebeuren van deze levensperiode is zijn toetreden tot de Nieuwe School van het Hoger Bereik. Hij houdt daar een lange rede en wordt verleid door Lucy, de vrouw van de Leider. Na een dag moet hij echter alweer vertrekken. De reden: hij stoort. In arren moede verdiept hij zich in het Jodendom.

    Op zoek
    Ook uit de rest van de hoofdstukken blijkt dat Eddie op zoek is naar het Ware Geloof en van alles probeert om dat te bereiken. En liever nog: het te verkondigen als een moderne profeet. Of dat lukt is aan het slot van Geloof in mij niet duidelijk, zoals veel zaken toch wat wazig blijven in deze roman. Maar wie houdt van bewerkelijk proza mag dit boek van Jacob Groot niet missen.

     

     

  • Oogst week 41

    Door Ingrid van der graaf

    Gustaaf Peek is een schrijver die je steeds nieuwsgierig maakt naar zijn volgende boek. Na vier jaar komt hij eindelijk met een nieuwe roman, Godin held. Na zijn laatste roman, Ik was Amerika ( waarvoor hij de BNG Literatuurprijs ontving), bleef het vier jaar stil. Maar nu is er dan Godin held, een roman over een stel dat sinds hun schooltijd verliefd op elkaar is maar niet met elkaar leeft. Ze leven jarenlang van geheime ontmoetingen in hotelkamers. Een romance, of ook wel: een bevlieging, een affaire of een obsessie genoemd. Volgens de uitgever het ‘onverhulde verhaal, verteld van einde tot begin. Wat natuurlijk een mooi perspectief biedt, vertellen van einde tot begin. Uit zijn vorige romans is gebleken dat Peek zich goed kan inleven in zeer uiteenlopende personages. Een recensie over dit boek volgt binnenkort. Godin held werd uitgegeven bij Querido, 274 blz., prijs €19,99.

    Dichter en prozaschrijver 9200000028425277Jacob Groot publiceerde dertien dichtbundels en drie romans waarvan de laatste Adam seconde, alsmetafysische liefdesroman werd betiteld. Nieuwe zon is een groots opgezet poëzie boek. Een ‘bewustzijnsstroom van 26 hoofdstukken waarin zich een dramatische denktocht voltrekt, een megagedicht dat alle grenzen passeert, een passieboek’, aldus de uitgever. De hoofdstukken zijn getiteld naar de letters van het alfabet. A ik ademde de bedwelming (…) B Ik sliep met de mensheid‘. Nieuwe zon is groots van structuur en van een overrompelende taal.  Nieuwe zon is verschenen bij Uitgeverij De Harmonie. Prijs: € 29,90, Blz.: 200.

    9789028425835_VRKDe Finse schrijver Tuomas Kyrö is een bestseller auteur in eigen land. Haas & bedelaar is zijn eerst roman die in het Nederlands vertaald is zodat we ook hier mogen ervaren wat voor een schrijver Kyro is.
    Fragment van de flaptekst: De Roemeen Vatanescu vertrekt naar het koude en donkere Finland om er te gaan bedelen. Met andere bedelaars zet hij een feestmaal op touw met de inhoud van een afvalcontainer, maar hun werkgever, de mensenhandelaar Jegor Koegar, wijst dit bacchanaal ten strengste af. Het conflict loopt zo hoog op dat Vatanescu zowel internationale misdaadorganisaties als de politie moet zien te ontwijken. Hij vlucht samen met een ter dood veroordeelde haas – die eigenlijk een konijn is. Ze belanden in Lapland, op het bouwterrein van het Nationaal Ideeënpark, en komen zelfs tot in de hoogste regionen van de Finse politiek. Haas & Bedelaar werd uitgegeven door Wereldbiblitheek. Prijs: 19,95.

    9200000022205921Inez Weski schrijft wekelijks voor Opzij over strafzaken. Met De jacht op het recht, over de advocaat en de rest van de wereld maakt Weski haar debuut. Ze is bekend van haar werk in grensoverschrijdende strafzaken. In De jacht op het recht beschrijft ze met scherpe pen en met humor haar trektochten door het woud van de hedendaagse strafprocedures. Bevlogen vertelt ze over de pracht van haar vak, of over het recht, dat zoveel gemeen heeft met kunst: soms zo mooi en altijd zo kwetsbaar. En dat alles lardeert ze met hilarische gebeurtenissen en absurde banaliteiten, zoals de onmenselijke inrichting van menig moderne rechtbank. De jacht op het recht is uitgegeven door Querido. Prijs: € 18.99, Blz.: 196.

     

  • Recensie door Rein Swart

    Recensie door Rein Swart

    Onbegrijpelijke dikdoenerij over een pornoverslaving 

    Adam Seconde lezen is een enorme worsteling. Wat te schrijven over deze lyrische beschouwingen rond een Noord-Hollandse pornofiel, een aan porno verslaafd geraakte jongeman? Wat bezielt een schrijver om een kleine vierhonderd pagina’s lang, net als Adam boven Eva, boven dit onderwerp te blijven hangen, zonder tot een verlossend inzicht te komen? Moet dit tot kunststukje verheven worden?

    Het lezen van dit boek doet sterk denken aan hermetische poëzie, waarbij het een hele kunst is de regels te decoderen, terwijl dat niet op de eerste plaats komt. Poëzie gaat meer nog over vervoering, klank, de charme van de raadselachtigheid. Als lezer van proza ben je al gauw op zoek naar betekenis, duidelijkheid, houvast, hoe zit het verhaal in elkaar?

    Adam Seconde komt uit de Streek, het gebied tussen Hoorn en Medemblik. De kleigrond vormt een tegenstelling met het duingebied rond Egmond aan Zee, waar het verhaal zich afspeelt. In zijn jeugd was Adam al gefascineerd door seksualiteit. Als hij autonummers noteert langs de kant van de weg, hangt er opeens een wonderlijke geklede jonge vrouw boven hem.

    ‘Vlak onder de zoom van haar leren mini hangen gewichtjes aan haar lippen, flarden kille avondlucht boven het aanzwellende asfalt, ze buigt, drukt zich tegen de bank van de parkeerplaats, ritst het leer omhoog. Doet ze een plas? Kan je niet goed zien. Duwt ze een hand tussen haar benen tot de bewegingsloze stand ontstaat, met onzichtbare schokken?’

    Adam jaagt dit soort ervaringen na en bekijkt harde pornobladen. Hij krijgt later een verhouding met Eva Première, die in het land van Maas en Waal woont. Zij vindt het moeilijk te accepteren dat Adam zich bezighoudt met internetporno en met andere vrouwen.

    Je vraagt je af of de schrijver zich realiseert wat hij de lezer aandoet met zijn associaties, en zou hem willen voorhouden dat porno burgerlijk is, zoals bijvoorbeeld ook Tweede Kamerlid Myrthe Hilkens stelt, dat de koppeling tussen porno en  mystieke vereniging op een drogreden berust en dat het bij pornoverslaving om iets heel anders gaat dan bij tantrische seks. Adam Seconde zoekt alleen maar naar het gaatje. Dat kan hem niet groot genoeg zijn.

    De verslaving neemt dermate ernstige vormen aan dat Adam gaat afkicken op een etage van de vroegere huisdokter Ron Tauber die samen met zijn vrouw Sandra inmiddels dik geld verdient aan producten uit de farmaceutische industrie en zich daarmee kan voorzien van verschillende huizen verspreid over Europa. Adam mag een aantal zomermaanden doorbrengen in hun appartement in Egmond aan Zee. De lezer vermoedt dat hij wraak wil nemen op de dokter en Sandra, vanwege de malversaties van Tauber maar daarvan blijkt in zo’n driehonderd pagina’s weinig. Pas op het eind keren we terug naar de beginscène die zich afspeelt op een zomerdag in 2006 waarin Adam vastgebonden boven zijn geliefde hangt, terwijl Sandra opgesloten zit in de badkamer. Ze heeft daarvoor nog de dokter vanuit Zwitserland opgeroepen om snel naar Nederland te komen omdat er iets niet helemaal goed gegaan is met de ontwenningskuur die Adam zou ondergaan.

    In het lange gedeelte daartussenin wordt in cryptische beelden en paradoxale taal verslag gedaan van de versmelting tussen twee personen in de oersoep. Elementen als de zee, het heen en weer gaan van de golven, de uitstorting in de branding, het surfen, zowel op de golven als op internet voeren naar Anita Feller, een pornoster, die niet neukt maar alleen zichzelf bevredigt en daarmee Adam begeestert. De taal is extatisch, geëxalteerd, of misschien past hier gezwollen beter. Groot gebruikt vaak lange ingewikkelde zinnen, zoals over een dag dat Adam een bezoek brengt aan een seksbioscoop in Alkmaar. ‘Want het betrof zo’n dag dat hij om de een of andere reden, die geen uitleg behoeft, niet onmiddellijk van plan was de kaasstad, na haar te hebben betreden, te verlaten, omdat, maar dit wist hij niet zeker, het kon zijn dat hij de kaasstad had uitverkoren om hem dit te onthullen, en dat hij de melk had geproefd vanuit de trein die immers het veld tot de einder waar de zee stroomt openbaart, en toen gedacht had, vanuit de beslagen coupé gezien, dat de melk en de kaas vandaag niet noemenswaardig van elkaar verschilden.’

    De tekst is doorspekt met buitenlandse en vooral Engelse termen, zoals in ‘Dit is de drive-in wereld, dit is coming home als going nowhere.’  Het is alsof een nieuwe Vinkenoog is opgestaan, bezwerend, maar dan meer op het seksuele dan op het spirituele vlak. ‘Kies leeftijd, ogen, taal, sterrenbeeld, sekse, maten, kies young, teeny, oma, dier, kies fucking, kies sucking, kies facial, kies fetisj, kies tijd, kies plaats, handeling, kies. Kies. Onkies.’

    Opvallend is de bijbelse connotatie, die al begint met de namen Adam en Eva. Veel uitdrukkingen zijn ontleend aan de christelijke eredienst zoals Ere zij God, maar dan toegepast op seksuele diensten. Af en toe breekt de verteller in en treedt in dialoog met de hoofdpersoon, waarbij het onduidelijk blijft wie er aan het langste eind trekt.
    ‘Dit is het moment. Vertel het maar. Nee, vertelt u het maar.’

    Verder zijn er flauwiteiten rond Ronnie Tober, Pipo de Clown met Potverdikkemedosie, meneer de Uil met Beste kijkbuiskinderen en het spelletje Wie van de drie. Als dit een thriller was geweest zou je het erop houden dat Eva de dader is geweest, die Sandra heeft opgesloten omdat ze geen concurrentie duldde en Jacob ophees om hem helemaal voor zichzelf te hebben. In deze wel erg lyrische beschouwingen gaat de plot ten onder aan onbegrijpelijike dikdoenerij.

     

    Adam Seconde

    Auteur: Jacob Groot
    Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
    Aantal pagina’s: 320
    Prijs: € 19,90

     

  • De dood schittert als het leven

    De dood schittert als het leven

    In een van de eerste decennia van de vorige eeuw verscheen bij uitgeverij De Wereldbibliotheek een Nederlandse vertaling van Leaves of Grass. Het was een wonderlijke – niet verantwoorde – keuze uit dit werk door Maurits Wagenvoort. Het duurde lang voordat in Nederland een nieuwe vertaling van dit boek verscheen. In juni was het zover.

    Walt Whitman publiceerde zijn eerste uitgave van Leaves of Grass in 1855. En bleef zijn leven lang hetzelfde boek opnieuw uitgeven, vermeerderd en verbeterd. Zo begint het:

    I Celebrate myself,
    And what I assume you shall assume,
    For every atom belonging to me as good belongs to you.

    I loafe and invite my soul,
    I lean and loaf at my ease… observing a spear of summer grass.

    En het loopt uit in een poging het heelal, de hele kenbare wereld in poëzie te vatten. Het mondt uit in een enorme opsomming van al het zijnde, een bejubeling van elke atoom die de dichter als zijn bezit ervaart en wil delen. Dit is poëzie van het grote gebaar. Het is eigenlijk wonderlijk dat in de jaren ’80 niet een goede vertaling van dit werk is verschenen. De dichters die zich Maximalen noemden en Nederland wilden bevrijden van poëzie waarin de betekenisvolle stilte van een dubbele witregel voor het hoogst haalbare stond – hebben zij Whitman als held op het schild getakeld?
    Het heeft iets geweldig naïefs dit gedicht, deze verbale waterval. Er was een periode dat een schrijver kennelijk nog kon proberen zijn Divina Commedia te scheppen, zijn Paradise Lost. Het Al omvattend kunstwerk is na zekere datum geproblematiseerd. Wanneer was dat? Na Mei van Gorter? Is er een ideologisch probleem?
    Whitman staat in New York en voelt de wereld door zich stromen, hij heeft het allemaal gezien, hij heeft Borges’ Aleph in de hand gehad, de lezer heeft hem in de hand. Of wat alledaagser: de ervaring van de Unox-worst reclame: de lezer krijgt in een enorm tempo een shot beelden toegediend.

    De verslaving van het noemen

    Heel de nacht dwaal ik door mijn droombeeld,
    Lichtvoetig stappend, snel en geruisloos stap ik en stop,
    Met ogen wijdopen buig ik over de gesloten ogen van de slapers;
    Verdwaald en verward, in mezelf verloren, niet op mijn plaats, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens,
    Ik houd stil en staar en buig voorover en stop.

    Dit droombeeld is een verslavend droombeeld. Het is niet makkelijk na te voelen waarom het werk door contemporaine critici vuig gevonden werd, naar de schok zoek je dus tevergeefs, maar Leaves of Grass verslaaft in zijn poging volledig te zijn, de maniakale opsomming die Whitman geeft, alles recht willen doen door het maar te noemen, de cadans van de oudtestamentische opsommingen, Abraham gewon Isaac om het allemaal maar niet te vergeten. Het grote hart voor al wat leeft. Het is deze ‘verzamelaarspoëzie’ deze drang aan het woord te blijven met het schuim op de lippen die een vertaler als Pfeiffer moet hebben aangetrokken, Dat wat een lezer aanspreekt in dit werk trekt hem ook door In de naam van de hond heen. Ook Arjen Duinker’s fascinatie – een van de 20 andere vertalers laat zich dan makkelijk raden. En die van Astrid Lampe. Maar Kopland? En Anne Vegter?

    Jacob Groot en Kees ’t Hart haalden 21 dichers bijeen voor dit project. ‘Zo is de Nederlandstalige primeur van deze pionier niet alleen een bevestiging van Whitman’s stemmentheater, ze versterkt het temperament van zijn verteller, de meervoudige acteur pur sang. Daarbij is het ook nog eens een volstrekt unieke bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie geworden.’

    Met deze claim zijn de samenstellers in elk geval zelf dicht bij de Pionier gebleven: ze willen teveel. Ze hadden er met een veel geruster hart aan kunnen toevoegen dat hiermee waarschijnlijk de eerste tweetalige uitgave in Nederland verschijnt waarin bijna op elke spread beide talen worden gelezen.
    Het idee is namelijk alleen productief in de zin dat het heel leuke voorleessessies oplevert, onlangs op Poetry. Verder moet het geweldig zijn als je Whitman al heel goed kent. Dan lees je vooral Nederlandse dichters.
    Onbekend met dit werk blijf je echter met een voor de vertaalwetenschap vast heel boeiend fenomeen zitten. Je bent zeer gefascineerd geraakt door een gedicht, en opeens is het weg, de aria waarnaar je op de radio luisterde is weggedraaid voor een smartlap. Niet omdat Whitman het zo wilde, maar omdat daar toevallig de samenstellers de schaar hadden gezet.

    Zo beland je opeens bij een dichter die

    Who need be afraid of the merge?
    Undrape… you are not guilty to me, nor stale nor discarded,
    I see through the broadcloth and gingham wether or no,
    And am around, tenacious, acquisitive, tireles… and can never be shaken away.

    vertaalt met:

    Wie durft zich niet over te geven?
    Toe, toon jezelf… het ligt echt niet allemaal aan jou, je make-up liep niet uit, je bent geen afdankertje,
    En door je katoentjes kijk ik toch wel heen,
    Hou er rekening mee dat ik hardnekkig ben, hebberig, onvermoeibaar… en dat je met me zit opgescheept.

    Dan begin ik al te denken dat het misschien 20 vertalers hadden moeten zijn. Dan maar wat minder bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie.
    Een mooi bijeffect is wel dat je na lezing denkt: nu wil ik een versie helemaal vertaald door Toon Tellegen, en een helemaal vertaald door Astrid Lampe, en ook maar een hele Pfeiffer, toch een van de weinige die een vertaling aflevert die zowel recht doet aan Whitman alsook zeer onmiskenbaar Pfeiffer is.

    Genoeg gezeurd. Dit is een heel mooi boek. Dit moet onmiddelijk aangekocht worden, vooral om Whitman. Alle eer aan het samenstellend duo, omdat het onbegrijpelijk hoog tijd werd dat de Nederlandse poëzie verrijkt werd met Whitman.
    Dat is natuurlijk de ware gedachte achter deze opzet: er zijn alvast 21 dichters geïnfecteerd.

     

    De vertalers zijn:
    Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Maria van Daalen, Arjen Duinker, Jacob Groot, Kees ’t Hart, Judith Herzberg, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Jan Kuijper, Astrid Lampe, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen, Anne Vegter, Hans Verhagen, Peter Verhelst, Simon Vinkenoog, Elly de Waard en Menno Wigman