• Oogst week 3 – 2025

    Oogst week 3 – 2025

    Hier ligt de waarheid in overdaad

    Myriem El-Kaddouri werd in 2023 kampioen Slam Poetry in West-Vlaanderen en onlangs werd ze benoemd tot stadsdichter van Kortrijk.

    Haar debuutbundel Hier ligt de waarheid in overdaad stond op de shortlist van de Granateprijs voor de bundel met het mooiste en best passende titel. Haar poëzie is maatschappelijk geëngageerd en wil een bijdrage leveren aan de strijd voor gelijkheid en rechtvaardigheid voor iedereen. In haar werk probeert ze verbinding te zoeken tussen verleden en heden, ver weg en dichtbij, tussen individu en samenleving. Ze doet dit door geen enkel maatschappelijk probleem uit de weg te gaan, door het constant bevragen van zichzelf en de ander, in een taal die dichtbij de spreektaal blijft.

    Ook de thema’s van haar bundel zijn herkenbaar voor iedereen: vrouw-zijn, de liefde, de breekbaarheid van relaties en de angst. Daarnaast verkent ze de gevoelens die het begrip ‘migratie’ oproepen, waarbij ze duidelijk maakt dat ‘de waarheid’ niet voor iedereen hetzelfde is.

    ‘Ergens ligt een huis in puin.
     Dadelkoekjes staan in een aan stukken geblazen keukenkast
     en verwelkte bloemen zijn begraven onder gruis.
     De kettingen van een lege schommel draaien ineen
     tot ze zichzelf verstikken.
     Een bezoeker confisqueert schaamteloos het beeld
     en wint de hoofdprijs: een nieuwe camera en een reis naar Ibiza.’

     

    Hier ligt de waarheid in overdaad
    Auteur: Myriem El-Kaddouri
    Uitgeverij: Vrijdag

    Te midden van alles

    Frans Budé (1945) debuteerde op drieëntwintigjarige leeftijd met gedichten in Elseviers Weekblad. Sindsdien heeft hij zestien bundels het licht doen zien, waarvan Te midden van alles de nieuwste is. In 2018 ontving hij de Leo Herberghs Poëzieprijs. 

    Zijn poëzie is te plaatsen in de traditie die in Nederland wordt vertegenwoordigd door dichters als Gerrit Kouwenaar en H.C. ten Berge: oeuvrebouwers die een grote nadruk leggen op het ‘talige’ karakter van hun dichtwerk. In zijn werk getuigt hij van zijn liefde voor de natuur en de beeldende kunst: zo ontleent hij inspiratie aan de 30.000 jaar oude grotschilderingen in de ‘Grotte Chauvet’ in de Franse Ardèche. Alsook aan het werk over leegte, leven, dood en liefde van de Franse beeldhouwer Germaine Richier (1902-1959), de schilderijen van de hedendaagse Nederlandse beeldend kunstenaar Bep Scheeren en aan het werk van de in Wit-Rusland geboren Joods-Franse kunstenaar Chaïm Soutine (1893-1943).

    In deze bundel probeert Budé een verborgen werkelijkheid te ontdekken die aan het dagelijkse leven ontstijgt. Met groot inlevingsvermogen laat hij de doden spreken en geeft hij zich over aan de schoonheid van de natuur. 

    ‘Het leven komt en gaat voorbij. Voor en na
     speelt de tijd met ons een spel van winnen en
     verliezen. Vastgesnoerd aan regels en richtlijnen,
     –
     dag en nacht zoekend naar gaten om te ontsnappen,
     doorgangen naar wat bereikbaar is. Het is de liefde
     die redt, de schoonheid van ontroerende landschappen
     –
     die vol verwachting klaarligt. Wij allen, voorzichtig
     balancerend door het leven, ons bewust dat we ooit
     de afslag moeten nemen onderwijl het carrousel
     –
     almaar voortrolt, daaromheen een onbestemd ruisen
     als een spiraal van zich steeds herpakkende tegenwind.’

     

    Te midden van alles
    Auteur: Frans Budé
    Uitgeverij: Meulenhoff

    Plakboel

    Sinds 2000 wordt elk jaar eind januari poëzie extra in de kijker gezet. Op initiatief van Poetry International werd de laatste donderdag van januari uitgeroepen tot Gedichtendag. Een breed samenwerkingsverband van dichters, literaire organisaties, scholen, bibliotheken en andere verenigingen zorgde ervoor dat de donkere januaridagen in Vlaanderen en Nederland een poëtische invulling kregen. Bij elke editie werd aan een dichter gevraagd om 10 gedichten te schrijven die aansloten bij het thema van Gedichtendag. De eerste Gedichtendagbundel werd geschreven door Toon Tellegen. Later volgden onder meer nog Hugo Claus, Tom Lanoye, Remco Campert, Judith Herzberg, Antjie Krog.

    Door het grote succes van de Gedichtendag werd in 2013 besloten om van Gedichtendag een Poëzieweek te maken.

    Dit jaar is de poëzieweek van  donderdag 30 januari (Gedichtendag) tot en met
    woensdag 5 februari. Vanaf 30 januari is het poëziegeschenk gratis te verkrijgen bij de boekhandel bij aankoop van minimaal €12,50 aan Nederlandstalige poëzie. 

    Dit jaar is het poëziegeschenk, Plakboel geschreven door de Vlaamse schrijfster Charlotte Van den Broeck (1991). Haar eerste twee dichtbundels werden overladen met lof en bekroond met de Herman de Coninck Debuutprijs en de Paul Snoeckprijs. Haar prozadebuut Waagstukken, een bestseller met meer dan 25.000 verkochte exemplaren, viel eveneens in de prijzen. 

    De bundel bevat nieuwe gedichten, waaronder een lang erotisch gedicht met de titel ‘Plakboel’, geïnspireerd door het thema van Poëzieweek 2025: Lijfelijkheid.

     

    Plakboel
    Auteur: Charlotte Van den Broeck
    Uitgeverij: Poëziecentrum
  • Twee dichters en het wezen van hun dichterschap

    Twee dichters en het wezen van hun dichterschap

    In zijn tweede bundel Mulhacén, bezingt Jonas Bruyneel, voormalig stadsdichter van Kortrijk, een voettocht in Spanje van Granada naar Mulhacén in de Sierra Nevada. Dit doet hij in de vorm van copla’s, een syllabische dichtvorm die populair was onder het gewone volk in Spanje. Een copla bestaat meestal uit vier versregels van elk acht lettergrepen en de inhoud gaat vaak over dood, verlangen, of de liefde, met soms een scabreuze connotatie. In Nederland zijn het vooral Werumeus Buning en Hendrik de Vries geweest die vertalingen hebben gemaakt of zelf copla’s hebben geschreven, waarbij de regel van acht lettergrepen niet altijd gehandhaafd werd. Bruyneel doet dat wel, maar gebruikt geen eindrijm zoals in de traditionele copla gebruikelijk is. Maar door de vele alliteraties en assonanties is zijn poëzie muzikaal en klankrijk. Het ritme van de verzen doet door de consequent volgehouden acht lettergrepen per strofe denken aan de regelmatige stap van de geoefende wandelaar. 

    Maar opvallender dan het gebruik van de copla is de introductie van zijn reisgenoot, de in 1936 gestorven Spaanse dichter Federico Garcia Lorca, die door velen als de grootste dichter van Spanje wordt beschouwd. Hij werd geboren in Granada en het is van daaruit dat hij de dichter vergezelt. Samen beginnen ze aan hun reis, die in zes af te leggen etappes is verdeeld, die tevens de afdeling van deze bundel aangeven. Die afdelingen worden van elkaar gescheiden door zwart-wit tekeningen die de eenzaamheid van het landschap onderstrepen.

    Voorbije en huidige tijd in poëzie

    Beide dichters zoeken tijdens de tocht naar het wezen van hun dichterschap: wat is er nodig om van een mens een dichter te maken? Wat is de betekenis van poëzie in zowel de voorbije wereld van Lorca als de huidige van het lyrisch ik?

    ‘Op de vlucht voor een bar broedland
     en ongastvrije poëzie
     die geen hechting met het hart vindt
     Of uit veelkleurig verlangen.’

    Lorca vertelt over zijn jeugdjaren en beschrijft een Spanje dat niet meer bestaat, een land dat gebukt ging onder het repressieve regime van Franco. De dichter luistert en geniet van het landschap dat hetzelfde is gebleven en dat hij in beeldende bewoordingen beschrijft voor de lezer. Bruyneel doet dat zo goed, dat je de indruk krijgt dat hij Spanje wel heel goed moet kennen.

    ‘We kijken naar de trillende
     omlijning van de bergtoppen.
     In de avondzon dobberen
     de melkachtige eilanden. 

     De schaduw etst zwarte bressen.
     In de vormloze schemering
     lezen kloven als zinsneden
     uit vergeten Moorse verzen.’

    De stem van Lorca

    Bruyneel vervlecht de huidige tijd met de tijd waarin Lorca leefde. Ze zien een meisje dat een ‘tiktokdansjes’ maakt, iemand zit met een IPad zit op schoot, maar evengoed komen ze soldaten tegen die een jonge arrestant met een zweep martelen. Tijd en ruimte vervloeien in elkaar en zorgen ervoor dat er ook tijdens de tocht van de dichter met Lorca nog overal gevaar dreigt van de rechtse milities uit de tijd van Franco.

    Het was algemeen bekend dat Lorca uitgesproken socialistische denkbeelden verkondigde. In juli 1936 brak de Spaanse burgeroorlog uit, in augustus van dat jaar zou Lorca vermoord zijn door nationalistische milities. Andere bronnen vermelden dat Lorca vermoord zou zijn vanwege zijn homoseksuele geaardheid die hij niet wilde verbergen. De ware toedracht is tot op heden nog niet gevonden. Hij werd een symbool van het antifascisme. Tot 1953 werd zijn werk voor het publiek verborgen gehouden. Pas daarna ontstond de waardering. Bruyneel laat Lorca hierover het volgende zeggen.

    ‘Op een manier waren Franco
     en ik met elkaar verbonden.
     Toen hij stierf, hervatte de tijd
     en durfden ze mijn naam te noemen.’

    Het leven van Lorca wordt besproken in herinneringen: zijn liefde voor Salvador Dali,  zijn reizen, de rol die muziek voor hem speelde. Maar overal volgt de dood hem als een schaduw. Bruyneel laat Lorca overal waar hij gaat een revolver meenemen. Dit wapen wordt het symbool van de ontsnapping, van een zelf te kiezen dood als de nood aan de man komt. 

    Naarmate de reis vordert, wordt het landschap grimmiger. Kou en warmte wisselen elkaar af, harde wind en onweer teisteren het land, een grote dreiging is voelbaar in de woorden die Bruyneel zorgvuldig gekozen heeft. 

    Bestemming bereikt

    Bovenop de top van de berg, als uiteindelijke bestemming, voltrekt zich het drama waar gedurende de gehele reis op gezinspeeld is: Lorca sterft door een kogel uit de revolver, of het door eigen hand is of niet wordt niet duidelijk. Zoals na zijn dood zijn poëzie werd vrijgegeven, zo is nu ook de dichter vrij om te kiezen waar hij voor wil staan in zijn poëzie. De dood van Federico heeft de dichter bewust gemaakt van de maatschappij waarin hij leeft en welke rol poëzie daarin kan spelen.

    Op de terugweg van de top van Mulhacén naar Juviles waar het landschap zich groen voor hem ontvouwt, ontdekt hij een grot waar hij wil wachten.

    ‘Ik wacht in de grot tot kleuren,
     namen en liefde niet doden.
     Accenten en omhelzingen
     niet als dreiging worden gezien.

     Ik wacht tot krachtige leiders
     niet langer meer vol nostalgie
     gewenst worden voor de toekomst
     van Federica’s en mijn land.’ 

    Deze bundel neemt je mee door Spanje, alsof je aan de zijde van de twee dichters loopt. De landschappen en de mensen die er wonen worden zo beeldend beschreven dat je ze voor ogen ziet alsof je erbij bent geweest. Een reisverhaal in dichtvorm, een zwerftocht die in feite een zoektocht naar de ziel is. Bruyneel heeft door de geest van Lorca als metgezel te kiezen een verbinding gemaakt met de tijd waarin deze grote dichter leefde. Ook in onze tijd zal de poëzie zich opnieuw moeten definiëren om gericht te worden als een wapen in de strijd tegen onderdrukking en machtsvertoon.