• Brieven

    Brieven

    Er is een schriftje weg, er staat iets in dat ik nodig heb, denk ik. Ik zoek een zinsnede, een opgeschreven waarneming die iets op gang moet brengen. In mijn ergernis dat ik het niet kan vinden, stoot ik mijn teen tegen een grote zwarte koffer. Gevuld met honderden met de hand geschreven brieven en postkaarten. Brieven die pas na mijn dood gelezen zullen worden door anderen. Nu schrijven we e-mails die worden opgeslagen in een cloud waar niemand tegenaan loopt. Ik las een boek waarvan elk hoofdstuk zich laat lezen als een e-mail, puntsgewijs, in ingedikte taal, als is er geen tijd te verliezen. Een met de hand geschreven brief brengt gedachten op gang, werkt ideeën uit. We schreven brieven, en wachtten daarna weken op een wederhoor. Geïntrigeerd door hoe mensen op internet corresponderen, schreef de Braziliaanse schrijver Michel Laub een roman. Zijn gedachten over wat we allemaal via internet vrijgeven, hoe weinig besef er is wat ermee gebeurt, werkte hij uit in Het donderdagtribunaal.

    Hoe het is als je leven onder een digitaal vergrootglas wordt gelegd. Brieven die online geschreven zijn lopen kans door anderen gelezen te worden. Waarom zou je e-mails van anderen willen lezen? Wraak is er een, domweg nieuwsgierig een tweede. Gewoon even kijken wat de ander zoal doet op internet.
    José Victor en Walter zijn sinds hun jeugd vrienden van elkaar. Ze zijn van de generatie ‘80, toen aids de seksuele vrijheidsbeleving in zijn greep hield. José Victor houdt van vrouwen, Walter van mannen, beiden hebben wisselende contacten gehad. Seksuele veroveringen worden in hun e-mailwisseling in oneliners neergezet, hiv besmettingen op de hak genomen. Ze zijn als jongens onder elkaar, de grootspraak, onderbroekenlol, niet voor derden bestemd. Dan stuit de ex-vrouw van José Victor op de mailwisseling, (als vond ze een koffer met brieven onder het bed) en begint te lezen.

    Ze komt te weten dat Walter al jaren seropositief is (daar maken ze grappen over in hun mails). Ooit heeft de ex, kort voor ze José Victor ontmoette, onbeveiligde seks gehad met Walter. De schrik slaat haar om het hart. Ze voelt zich toch al bedrogen omdat haar man voor een andere vrouw koos, uit wraak zet ze enkele van hun e-mails online. De vrijgegeven berichten werken als een roddel, ze ontberen de context en verspreiden zich snel. José Victor wordt verguisd door vriend en vijand. Dan zegt hij zijn baan op en begint een zelfonderzoek.
    Dat vriend Walter in de jaren tachtig besmet raakte, dit geheim hield, laat nog weer eens zien wat een schande er kleefde aan de diagnose aids, aan homo zijn. Laub laat in tegenstelling tot wat nog wel gedacht wordt, zien dat ieder mens met het aidsvirus besmet kan worden, ongeacht geaardheid. Verrassend boek.

    Het schriftje vind ik dan eindelijk tussen andere schriftjes op mijn werktafel, ik lees de zin: ‘Het internet versnelt de tijd die we hebben, roem en vernietiging gaan langs dezelfde weg.’ Ja, dat brengt wel iets op gang.

     

    Het donderdagtribunaal / Michel Laub / vertaling Harrie Lemmens / Ambo|Anthos (2018)


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

  • Oogst week 50

    Het donderdagtribunaal

    Deze week oogsten we het complete werk (krap 4000 pagina’s) van Marcel Proust in een nieuw jasje, de tweede vertaalde roman van de Braziliaanse schrijver Michel Laub en literair tijdschrift Terras.

    Het donderdagtribunaal van Michel Laub (1973) is een aanklacht tegen het ongebreidelde veroordelen via social media: de aanklachtverspreider bij het minste geringste van de veelal hypocriete aanklager. Philip Roth schreef De menselijk smet, Michel Laub Het donderdagtribunaal. Waarin twee beste vrienden (veertigers) e-mails met elkaar uitwisselen. Wanneer een van de twee in scheiding ligt, worden de mails explicieter en gaan over seks, liefde, trouw en verraad. Dit alles onderschreven met rauwe humor. Een uitlaatklep voor de vrienden. Maar wanneer de ex-vrouw deze mails vindt en openbaar maakt, is het hek van de dam en ontstaat er een groot schandaal.

    Het NRC noemde het een moedige en onthutsende roman. Laatste zin: ‘Van buiten komt het straatrumoer, dat niet ophoudt, nooit zal ophouden: we hebben tijd, net als iedereen.’

    Het donderdagtribunaal
    Auteur: Michel Laub
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Op zoek naar de verloren tijd

    Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust is eindelijk weer in zijn geheel verkrijgbaar in een prachtige uitgave van De Bezige Bij. Het is een van de grootste triomfen van de wereldliteratuur, maar daarmee ook een van de moeilijkst leesbare boeken van zijn tijd. De romancyclus is een gangenstelsel van sublieme personages, subtiele ironie, in heldere zinnen en scherpe observatie beschreven waar je, voor je het weet, in verdwaalt. De vertaling van À la recherche du temps perdu (bijna 4000 pagina’s) werd het levenswerk van vertaalster Thérèse Cornips (1926-2016). waarvoor zij gelauwerd werd met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs.

    Marcel Proust (1871-1922) leidde het leven van een mondaine schrijver. Hij leed aan astma en na de dood van zijn ouders, zonderde hij zich volledig af en wijdde zich aan het schrijven van de romancyclus.

    Sinds halverwege de jaren tachtig werkte Cornips aan de integrale vertaling van de monumentale romancyclus. Haar was niet meer de tijd gegund om In de schaduw van meisjes in bloei van een nieuwe vertaling te voorzien. Dit zevende boek is nu in haar geest vertaald door Désirée Schyns en Philippe Noble.

    Tip: voor wie Op zoek naar de verloren tijd voor het eerst leest: lees eerst Alain de Bottons Hoe Proust je leven kan veranderen. Dan weet je in ieder geval waarom je het zou moeten lezen.

    Op zoek naar de verloren tijd
    Auteur: Marcel Proust
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Terras #15

    Medewerkers van Terras bevinden zich verspreid over de hele wereld en de redactie is immer benieuwd naar wat er aan de andere kant van de grens leeft. Dit samengebracht levert steeds mooie literaire stukken op en zet voor de lezer de deur open naar schrijvers, die (omdat ze zover weg leven, niet vertaald zijn, namen niet beklijven), binnen het bereik komen. En dan is het aan de lezer om verder te zoeken naar werk van deze schrijvers.
    Het in november verschenen nummer is gewijd aan Afrika met daarin veel werk van Afrikaanse auteurs, jonge schrijvers en overleden gerenommeerde Afrikaans schrijvers uit West- Oost- Zuid- en Midden-Afrika.

    Onderbelichte delen van de literatuur zijn het interessantst: voor de lezer die van ontdekken houdt, van ‘zelf doen’, ligt er een mooie weg te aan in het ontdekken van de namen en teksten die deze Terras biedt. Verhalen die – net als westerse verhalen – handelen over liefde, mannen en vrouwen, homoseksualiteit, vlucht en migratie, dagelijks leven, politiek en emancipatie, maar dan anders, omdat de achtergrond anders is. Dat geeft nieuwe ideeën en schept een nieuw begrijpen ‘van’

    Als extra bijlage levert Terras een klein boekje, inmiddels het derde deel in de reeks ‘Schemerschijn’ en bevat de essaybundel Geringere schepsels van Jan Postma die rondom zijn verblijf op de Jan van Eyck Academie in Maastricht ontstond.

    Terras #15
    Auteur: Onder redactie