• Klein bier

    Klein bier

    Een Algerijnse schrijver die vermoord werd omdat hij volgens een van zijn moordenaars zo’n angstaanjagend goede pen had dat moslims erdoor van hun geloof zouden kunnen vallen, verdient diep respect. Tahar Djaout is die schrijver. Op 2 mei 1993 werd hij voor zijn deur in zijn auto door fundamentalisten tweemaal door het hoofd geschoten. Tien dagen later overleed hij op 39-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. Djaout was een van de eerste intellectuele slachtoffers in de strijd die woedde tussen de Algerijnse staat en de islamisten in het laatste decennium van de vorige eeuw. De islamisten hadden de verkiezingen gewonnen, maar de westers georiënteerde regering weigerde plaats te maken waarna de rebellie begon.

    Ruim dertig jaar na zijn dood publiceert uitgeverij Jurgen Maas Djaouts roman De wachters, vertaald door Hester Tollenaar. Het oorspronkelijke werk verscheen in 1991 onder de titel Les vigiles en gaat niet over de burgeroorlog maar over de nasleep van wat de vuile oorlog werd genoemd; de onafhankelijkheidsoorlog die van 1954 tot 1962 duurde en het land bevrijdde van de Franse koloniale bezetter. Volgens het naschrift van schrijver Asis Aynan, tevens docent aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening van de Hogeschool van Amsterdam, gaat al het bij leven gepubliceerde werk van Djaout over die oorlog en niet over de latere burgeroorlog. Pas na zijn dood verscheen De laatste zomer van de rede, over een boekhandelaar die weigert zich te onderwerpen aan het dictaat van de fundamentalisten.

    Macht en onmacht

    Zijn werk over de onafhankelijkheidsstrijd moet de fundamentalistische opstandelingen in het verkeerde keelgat zijn geschoten, om het eufemistisch uit te drukken. Volgens de achterflap is de roman een politieke, morele fabel over kwaadaardige bureaucratie, gedachteloos extremisme en het opschorten van vrijheden uit naam van vaderlandslievendheid. Maar vreemd genoeg wordt in dit boek juist de machthebber aan de kaak gesteld, de macht waartegen de islamitische fundamentalisten de wapens hebben opgenomen.

    De uitvinder Mahfoudh Lemdjad probeert een innovatief weefgetouw gepatenteerd te krijgen en stuit op bureaucratie. Door regeringsgezinde, ex-onafhankelijkheidsstrijders wordt hij bovendien gewantrouwd, want hij lijkt geheimzinnige dingen te doen. Zij – de wachters uit de titel – beramen een inbraak, proberen Lemdjad in een kwaad daglicht te stellen en zijn zelfs bereid hem fysiek te intimideren. Aanstichter is Menouar Ziada, een veteraan van de onafhankelijkheidsstrijd die indertijd ‘per ongeluk aan de goede kant heeft meegevochten’. Maar dan wint de uitvinder met zijn weefgetouw zomaar een internationale prijs. De uitstraling daarvan op de staat is zeer welkom voor de zittende, opportunistische machthebbers en plotseling draait alles om. De veteraan Ziada is een verrader die zich moet verantwoorden voor de tegenwerking en de verdachtmaking van de uitvinder Lemdjad.

    Schaken

    Het boek is net zo schetsmatig opgezet als de korte samenvatting hierboven. De auteur laat het verhaal nauwelijks tot leven komen. De personages zijn als schaakstukken die door Djaout naar hartenlust worden verplaatst in een spel dat zich onvermijdbaar aankondigt. Enigszins verrassend is de omkering van het slachtofferschap, maar omdat de auteur nauwelijks heeft geïnvesteerd in het vlees en bloed van de personages, laat de lezer dat koud.

    Als het boek dus nauwelijks tot leven komt omdat de auteur niet een roman maar een politiek pamflet schreef, is het de vraag waarom Jurgen Maas dan toch juist nu dit boek heeft willen uitgeven. Is het omdat ook nu overal intellectuelen stelselmatig worden gewantrouwd door zelfbenoemde ‘wachters’? Voorbeelden daarvan buitelen dagelijks over elkaar. Wetenschappers die vaccins ontwikkelen worden verketterd. Een politicus die wikt en weegt en zijn woorden zorgvuldig kiest legt het genadeloos af tegen het gebral van de populist. Een agressieveling noemt een vredelievende regering neonazistisch, een president hitst zijn eigen volk op tot een (ternauwernood mislukte) staatsgreep en komt daar moeiteloos mee weg. Tegen deze achtergrond moet de uitgever gedacht hebben dat een geëngageerde schrijver als Tahar Djaout iets aan het discours heeft toe te voegen. En dat is ook zo, maar vooral vanwege de waarschuwing die zijn levensloop inhoudt, in veel mindere mate dankzij dit boek. Want wat er met Lemdjad en Ziada gebeurt, is in dit tijdsgewricht klein bier.

     

  • Oogst week 7 -2024

    De wachters

    In reactionaire tijden delven intelligentsia als eerst het onderspit. Sinds 1989 rust er een fatwa op Salman Rushdie, die een aanslag in 2022 ternauwernood overleeft. Anderen vergaat het slechter: Tahar Djaout (1954) wordt vóór zijn veertigste levensjaar geliquideerd door Algerijnse extremisten. Deze schrijver – tevens dichter, journalist en wiskundige – had immers het lef seculiere zinnetjes in zijn oeuvre te stoppen. Schrijver en werk hoeven niet per se dezelfde ideeën te uiten, maar bij fanaten van de Schrift vindt die stelregel geen weerklank. Djaout moest dood.

    Eén van zijn boeken die tegen fundamentalisme ingaan, luidt De wachters (Les vigiles, uit 1991). Centraal staat de geharde, verzuurde veteraan Menouar Ziada. Deze lepe opportunist scant zijn omgeving als een woestijnvalk. Ook de goedaardige uitvinder Mahfoudh Lemdjad verliest hij geen moment uit het oog. Druk bezig met bureaucratische klusjes, formulieren en patenten vormt Lemdjad een levensgevaarlijke dreiging voor Ziada en andere oud-veteranen. Althans, dat geloven zij. En die overtuiging doet rare dingen met hen. Tahar Djaout zou het later zelf ervaren.

    De wachters
    Auteur: Tahar Djaout
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Het boek van de zwaan

    Zwanen inspireren niet alleen Tsjaikovski en Aronofsky tot kunst. Alexis Wright schrijft in 2013 The Swan Book, dat tien jaar later in Nederland verschijnt onder de titel Het boek van de zwaan. In Australië geniet Wright grote vermaardheid: haar fictie en non-fictie winnen vele prijzen. Haar literaire bijdrages aan het erfgoed van de Aboriginalcultuur (waar zij zelf een afstammeling van is) leveren zelfs de Lifetime Achievement of Literature op. In Het boek van de zwaan volgen we het meisje Oblivia. Zij leeft in een dystopisch Australië dat ten onder dreigt te gaan aan klimaatverandering.

    Klimaatfictie is actueel. Klimaatfictie vanuit het perspectief van tweedegraads onderdrukten, zoals vrouwelijke Aboriginals, is nog actueler. Achtergestelde bevolkingsgroepen wereldwijd ondervinden immers al decennia de fatale gevolgen van global warming. Wright combineert traditionele verhaalelementen met magisch-realisme, orale verteltraditie en passages over zwarte zwanen, aan Oblivia verteld door de Europese vluchteling Bella Donna. Deze zwanen inspireren de getraumatiseerde Oblivia tot een vlucht die ze nooit voor mogelijk hield. En dat is nodig ook, na een brute ontvoering.

    Het boek van de zwaan
    Auteur: Alexis Wright
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando

    Moet het zo

    Tegenwoordig lijkt ieder onderwerp een podcast te verdienen in plaats van andersom. Voor een goede poëziepodcast kun je gelukkig terecht bij dichter, vertaler en performer Daan Doesborgh (1988). Sterker nog: hij maakte er al vijf! Vijf jaar lang was hij bovendien stadsdichter van Venlo (2006 – 2011). Daarnaast trad hij op bij diverse festivals en werden zijn gedichten door onder meer NRC en Het Parool geprezen. Ilja Leonard Pfeijffer en Gerrit Komrij reserveren zelfs plek voor Doesborghs gedichten in hun bloemlezingen van de 21ste-eeuwse poëzie. Moet het zo is de recentste bundel van de Tirade-redacteur.

    De titel Moet het zo klinkt als een spagaat tussen experimentele en traditionele dichtkunst. Hoe zelfverzekerd Doesborghs verzen ook lijken, zijn twijfel is nooit ver weg. Zowel thematisch als stilistisch wisselt de dichter dan ook regelmatig van benadering. Nu eens ouderwets, strak en klassiek, dan weer avant-gardistisch, vrij en associatief. Bovendien blijkt Doesborgh verfrissend geëngageerd: gedichten mogen heus wel ergens over gaan. Een dichter hoeft niet alleen maar ijdel doch wereldvreemd te navelstaren. Moet het zo gechargeerd? Geen idee. We mogen het eind februari ontdekken!

    Moet het zo
    Auteur: Daan Doesborgh
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  • Oogst week 12 – 2019

    Ware aard gedichten

    In de oogst van deze week twee dichtbundels en twee vertaalde romans.

    Jan-Willem Anker (1978) debuteerde in 2005 met de bundel Inzinkingen. In de daaropvolgende vier jaar verschenen er nog twee dichtbundels. En daarna was het stil. Tot in 2012 Anker kwam met zijn romandebuut Een beschaafde man. Die zeer goed ontvangen werd. In 2017 verscheen de roman Vichy en nu zijn nieuwste dichtbundel Ware aard.

    In Ware aard maakt de dichter de balans op. Er lijkt een bepaalde leeftijdsgrens te zijn bereikt waardoor mogelijkheden beperkt blijken. In deze bundel vraagt Anker zich af wat hij nog kan worden en vooral hoe hij (voorwaarts) zou moeten leven. In zijn poëzie probeert hij antwoorden te formuleren. Hij doet dat langs de weg van kleine autoriteiten als de Vader, de Europeaan, de Weesper, de Dichter. Maar ook door zijn verontrusting uit te spreken over het klimaat en de verrechtsing in de politiek. Een bundel die na deze laatste verkiezingen wel eens de vinger op de zere plek zou kunnen leggen.

     

    Ware aard gedichten
    Auteur: Jan-Willem Anker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Jacobsboeken

    De Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962), won vorig jaar de Man Booker International voor de Engelstalige uitgave van haar roman Flights. De Man Booker International is een prijs voor Engelstalige literatuur waar Tommie Wieringa met zijn vertaalde De heilige Rita dit jaar ook voor genomineerd staat.
    Tokarczuk schreef twaalf romans, en wordt sinds 2011 bij De Geus uitgeven. Niet alles van haar werd nog vertaald maar De rustelozen (2007) wel. Een boek over vluchten, thuisloos zijn en de op zoek zijnde mens en voor de goede lezer lijkt het een voorbode te zijn van  het omvangrijke De Jacobsboeken dat deze maand verschenen is. Het gaat over een historische sekteleider, Jakob Frank (1726-1791) die  duizenden joden bekeerde tot het ‘frankisme’. Het is een allesomvattend boek geworden over het leven, religie en de mens.

    In Polen werd het enerzijds ontvangen als het literaire meesterwerk dat het is (Tokarczuk won er de belangrijkste Poolse literaire prijs mee en werd een bestseller). Maar het ontketende ook een ware hetze jegens Tokarczuk, vooral nadat zij op tv sprak over de zwarte bladzijden in de Poolse geschiedenis en dat het land deze onder ogen moest zien. Het werk haar niet in dank afgenomen, ze werd met haat overladen en moest een tijdlang beveiligd worden.

    De Jacobsboeken
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus

    Vallende tijd

    Het tiende deel van de Berberbibliotheek is een poëziebundel. De Berberbibliotheek werd in 2007 geïnitieerd door schrijver Asis Aynan en vertaalster Hester Tollenaar. Hoewel het een proza reeks was, werd het nodig geacht – om een volledig beeld van de Marokkaanse literatuur maar ook een politiek beeld van Marokko te vangen – poëzie toe te voegen. Vallende tijd is een bloemlezing van gedichten die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw geschreven zijn. Voor wie de gedichten leest en weet heeft van de situatie in Marokko moet wel vaststellen dat er in het land weinig veranderd is in de afgelopen decennia.

    Vallende tijd bevat een selectie uit het werk van de vier grootste dichters uit de Rif, in het noorden van Marokko. De dichters Mohammed Chacha (1955-2016), Ahmed Ziani (1954-2016) , Fadma el Ouariachi (1957) en Mimoun el Walid (1959) hebben hun leven gewijd aan de poëzie, op het gevaar af gevangen genomen te worden of verbannen. In de gedichten wordt de liefde bezongen, de migratie verfoeid en om emancipatie geschreeuwd. Stemmen uit de vorige eeuw die nu nog steeds weerklinken; luid en duidelijk.
    In een verklarend nawoord beschrijft Asis Aynan het ontstaan en het afsluiten van het Berberbibliotheek project.

    Vallende tijd
    Auteur: Mohammed Chacha ; Ahmed Ziani ; Fadma el Ouariachi ; Mimoun el Walid
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    De Poolse bokser

    Van de Spaanstalige schrijver uit Guatemala Eduardo Halfon (1971) de roman De Poolse bokser.
    Halfon schreef zo’n twaalf romans waarvan De Poolse bokser een eerst kennismaking is met zijn werk voor de Nederlandstalige lezers.

    Op het eerste gezicht lijkt De Poolse bokser net een verhalenbundel maar het is in werkelijkheid een web van vertellingen die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. De vertellingen vloeien uit elkaar voort en beïnvloeden elkaar – voor wie na het laatste verhaal opnieuw begint, leest de eerste bladzijden alsof het een ander boek betreft.
    Al vertellend brengt Eduardo Halfon de lezers steeds dicht bij een antwoord, om ze er vervolgens weer van weg te voeren. Een boek om niet meer weg te leggen.

    In de buitenlandse pers werd Halfon geprezen als ‘Een ongelooflijk goede schrijver, (…) zijn woorden zijn droog als kiezelstenen.’

    De Poolse bokser
    Auteur: Eduardo Halfon
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Oogst week 48

    Het verlaten land

    Het verlaten land is het nieuwste deel uit De Berberbibliotheek, klassiekers van auteurs met een Berberachtergrond. Auteur Mouloud Mammeri (1917 – 1989) was een groot voorvechter van de Berbercultuur en -taal. Het boek behoort tot de vroegste Franstalige romans in Algerije en geldt daarmee als een belangrijke klassieker.

    De roman vertelt het verhaal van een vriendengroep in een Berbers bergdorp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Algerije was nog een kolonie van Frankrijk en dus werden de mannelijke dorpsbewoners gemobiliseerd voor de strijd.
    Een roman over liefde, vriendschap en het leven in een dorp dat functioneert aan de hand van eeuwenoude tradities, maar waar steeds meer andere waarden binnensijpelen in de vorm van islamitische regels en Europese zeden.

    In een nawoord schrijft Asis Aynan:
    Dat maakt het eveneens een onthaastingsroman; de levens van de personages worden niet als een serie snapchatfoto’s gepresenteerd, maar als een panorama waar de tijd voor moet worden genomen.
    Het is ook een ontwikkelingsroman, niet van één persoon, maar van een vriendengroep, de vrienden van Taasast.’

     

     

    Het verlaten land
    Auteur: Mouloud Mammeri
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas

    Kleine helden

    In krachtige zinnen schetst Almudena Grandes (Madrid 1960) aan het begin van haar boek de omgeving en geschiedenis van de bewoners van een volksbuurt in Madrid. Rijk en arm, jong en oud, singles en gezinnen, Spanjaarden en immigranten. Zij hebben geen schuld aan de crisis, maar moeten haar wel dragen, en er ondanks alles proberen bovenuit te stijgen. Elk op hun eigen manier beleven buurtgenoten bitterzoete momenten van onverwachte solidariteit, van verontwaardiging en woede maar ook van tederheid en doorzetten. Samen blazen ze hun buurt nieuw leven in.

    In Spanje is Grandes een van de meest gewaardeerde literaire auteurs. Met Het ijzig hart (2010) won ze vele nationale en internationale literaire prijzen. Mario Vargas Llosa noemt haar ‘een van de beste romanschrijvers van onze tijd.’

     

    Kleine helden
    Auteur: Almudena Grandes
    Uitgeverij: Uitgeverij Signatuur

    Boven de straat hangt een witte lucht

    De prachtige titel van deze roman onthult de dichter achter auteur Anne Büdgen (1979). Bij De Arbeiderspers verschenen van haar eerder de dichtbundels Ik schrijf u nog en Ze hapte in een tomaat. Behalve poëzie schrijft ze ook voor theater.

    Boven de straat hangt een witte lucht gaat over de 14-jarige Anna die zeer gelovig opgroeit. Ze schrijft in haar dagboek. Ze houdt zich vast aan de woorden. Als ze ouder wordt slaat de twijfel toe. Ze schrijft over Jezus en Brad Pitt, een aardbeienmilkshake en het avondmaal. Zonder terughoudendheid schrijft ze over de buitenwereld die steeds meer binnendringt.

     

     

    Boven de straat hangt een witte lucht
    Auteur: Anne Büdgen
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers
  • ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    ‘Het was alsof hij een muur kuste’

    Componist en schrijver Paul Bowles (1910 – 1999) werd wereldberoemd toen Bertolucci zijn roman The sheltering sky verfilmde. Hij speelde zelf een klein rolletje, als zichzelf: een oude westerling in Tanger. Naast zijn eigen werk legde hij in meer dan tien boeken de verhalen vast van de Marokkaanse verteller (en kunstschilder) Mohammed Mrabet (1936). Liefde met een lok haar (1967) was het eerste daarvan: een moderne roman gevoed door de orale traditie.

    Ooit werden verhalen verteld, door mensen van vlees en bloed, die ze uit hun geheugen opdiepten en op smaak brachten met fantasie en actualiteit. Literatuur was een verzameling gedeelde ervaringen. Dat is het soms nog, maar meestal gaat het om vastgelegde teksten, gestold op papier en bijgezet in boeken. En soms denken we dat daarmee iets verloren is gegaan, dat we willen terugvinden in culturen waar de orale traditie nog leeft. Bijvoorbeeld in Marokko. Bowles was een tamelijk ideale figuur om een brug te slaan tussen stem en schrift, oost en west. Hij woonde vanaf 1947 in Tanger, was geschoold componist en had dus oor voor verhalen. Bovendien keek en luisterde hij onbevooroordeeld naar uitingen van andere culturen – hij beschouwde zichzelf als reiziger: ‘Een belangrijk verschil tussen toerist en reiziger is dat de eerste zijn eigen beschaving accepteert zonder vragen; maar zo niet de reiziger, die hem vergelijkt met andere, en die elementen die hem niet bevallen verwerpt.’

    Tovervrouw
    Liefde met een lok haar is een roman, door Mohammed Mrabet verteld aan Paul Bowles en door hem opgetekend. Bowles was, geheel in lijn met zijn eigen werk, meer gefascineerd door het karige leven en de leegte van de woestijn, dan door Duizend-en-een-nacht-achtige sensualiteit en exotisme. Liefde met een lok haar is een sober verteld verhaal. Het speelt in Tanger en gaat over de 17-jarige Mohammed, die als barman werkt en woont in het hotel van de Engelsman Mr. David, met wie hij ook het bed deelt. Mohammed wordt echter verliefd op zijn overbuurmeisje Mina. Omdat hij er van overtuigd is dat de gevoelens niet wederzijds zijn, neemt hij zijn toevlucht tot een tovervrouw, die een haarlok van de aanbedene verwerkt tot een magisch middel dat de liefde ook van de andere kant op gang brengt. De twee betrekken een huisje en sluiten een huwelijkscontract bij de notaris. De wederzijdse families en Mr. David plus vriendenkring vieren het feest mee, maar tot een echt huwelijk komt het niet. Maar Mohammed betwijfelt of de met toverij verworven liefde wel echt kan zijn en Mr. David adviseert hem keer op keer om bij Mina weg te gaan voordat hij er gek van wordt. Drankmisbruik, achterdocht, overspel en valse beschuldigingen zijn het gevolg, en een scheiding is het resultaat. Mina vertrekt met haar kind en ‘Mohammed bleef bij Mr. David in het hotel, waar hij in de bar hielp, en ze waren allebei gelukkig’. Zo begint het laatste hoofdstuk, dat eindigt met de beschrijving van een ontmoeting, jaren later, tussen Mohammed en Mina. Een wrang slot.

    Bioscoop
    Liefde met een lok haar wordt verteld in kort aangebonden taal, verdeeld over 61 scenische hoofdstukken. Geen melodrama of talige arabesken, maar karige zinnen en stugge dialogen. Terwijl ze bij voorbeeld in de bioscoop zitten realiseert Mohammed zich hoeveel hij van Mina houdt, maar ook ‘dat ze nooit echte liefde voor hem kon voelen, omdat de toverspreuk die had vervangen door nepliefde.’ Als Mina later op de avond zegt: ‘Mijn hart houdt van jouw hart, Mohammed, en ik weet niet waarom,’ ziet hij daarin een bevestiging van zijn angst. Hoe hij dat ter sprake brengt? ‘Denk er niet over na, zei hij. Ze kusten elkaar en hielden elkaar stevig vast. Mohammed deed het groenige licht uit, waarna ze gingen slapen.’ Zo dus. Soms is de tekst zo droog dat het komisch wordt. ‘Die avond, toen Mohammed thuis kwam, kuste hij Mina, maar het was alsof hij een muur kuste.’

    Geest of handlanger
    Op één plek wekt de auteur de suggestie dat Mr. David probeert de werking van de toverij teniet te doen. Als Mohammed na de geboorte van zijn zoon dronken bij zijn hotel aankomt en uitgeput in bed valt, vertoont zich aan hem een verschijning – en of dat een geest is of een handlanger van Mr. David wordt in het midden gelaten: ‘Een helemaal in het wit geklede figuur kwam naar hem toe en zei: dat je altijd gezond moge blijven, Mohammed. Allah heeft je behoed voor veel kwaad. Binnenkort zul je een ander leven hebben.’

    Je kunt Liefde met een lok haar lezen als een verhaal over liefdespaniek in een samenleving die met liefde en hartstochten niet goed weg weet en veel bedekt met zwijgen. Je kunt het lezen als het verslag van een loyaliteitsconflict: trouw aan de westerse rijke relaxte Mr. David of de Oosterse arme verwarde Mina. Of je leest het als een tegenhanger voor alle rijk gestoffeerde exotische liefdesverhalen waar westerlingen zo graag bij weg zwijmelen: betaalde toverij brengt de magie van de liefde om zeep. Maar misschien kun je Liefde met een lok haar het beste lezen als een moderne roman, waarin de premoderne magische opvatting van liefde als een fatale macht in het hoofd van de hoofdfiguur botst met de moderne visie op liefde als een economische uitruil van geld, genegenheid en genot tussen weldenkende en calculerende burgers. In dat boek geeft de auteur Paul Bowles het woord aan vertelinstantie Mohamed Mrabet, die toevallig ook in de werkelijkheid rondliep en deels samenviel met zijn eigen hoofdpersoon. Ooit dan toch.

     

    Liefde met een lok haar

    Verteld door: Mohammed Mrabet
    Opgetekend door: Paul Bowles
    Vertaald door: Hester Tollenaar
    Voorwoord door: Asis Aynan
    Verschenen bij: Uitgeverij Jurgen Maas (2014)
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: € 14,95 (deel 5 in de Berberbibliotheek, onderdeel van de Schwob-reeks)

  • Cryptisch puzzelproza in poëtische stijl

    Cryptisch puzzelproza in poëtische stijl

    Nedjma van Kateb Yacine (1929-1989) geldt als een klassieker in de Algerijnse literatuur. Yacine biedt een enigmatisch web van verhalen, waarbij het hem er niet om te doen lijkt te zijn om iets als begrip aangaande de gebeurtenissen bij de lezer te bewerkstelligen. In de inleiding schrijft vertaalster Hester Tollenaar dat de auteur de lezer graag in het duister laat tasten, ‘niet uit kwade wil of pesterigheid, maar omdat niet-begrijpen bij het leven hoort en verrijkend is.’ (p. 7). Het is echter de vraag of veel onduidelijkheid scheppen wel bij het ambacht van verhalen vertellen zou moeten horen. De romanschrijver moet de chaos van het leven in zijn tekst omvormen tot een op zijn minst enigszins coherent verhaal, als hij of zij ten minste iets wil communiceren. Een verhaal moet meer zijn dan slechts de fragmentarische weergave van het mysterieuze. De lezer die op zoek is naar een begrijpelijke geschiedenis blijft na lezing van dit boek met een gevoel van wrevel zitten.

    De in korte hoofdstukjes vertelde geschiedenis speelt in het door de Fransen gekoloniseerde Algerije. Vier arbeiders, Lakhdar, Mustapha, Rachid en Mourad spelen de hoofdrollen, maar de auteur laat de lezer niet echt dichtbij hen komen, waardoor het moeilijk is mee te leven met de gebeurtenissen; er wordt geen empathie opgewekt, ook niet in de dagboekpassages. Je leert de personages niet echt kennen en dit geldt zeker voor de voor alle hoofdpersonages belangrijke vrouw die de roman zijn titel gaf, Nedjma. Zij blijft een enigma.

    In het boek spelen familiekwesties, doodslag, gevangenschap en ontvoering een rol, maar Yacine weet ondanks heftige gebeurtenissen de lezer niet te raken of te ontroeren. Dat had hij mogelijk kunnen bereiken door politiek engagement. De auteur was actief voorstander van de Algerijnse onafhankelijkheid en werd in gevangenschap gemarteld. Nedjma is echter geen boek met politiek in het hart van de vertelling. Er zijn wel enkele geëngageerde passages zoals deze: ´Iedereen weet dat iedere moslim die in de luchtvaart werkt de peuken van de piloten moet opvegen, en dat een officier, zelfs als hij op de beste scholen heeft gezeten, alleen tot kolonel wordt benoemd om de administratie van zijn landgenoten bij te houden op het rekruteringsbureau.´ (p. 231) De roman is echter niet te lezen als een duidelijke stellingname tegen de Fransen. Wel belangrijk is, zoals Tollenaar in haar inleiding ook aangeeft, dat Yacine als een van de eersten de gebeurtenisen beschrijft vanuit het gezichtsveld van de Algerijnen en niet uit dat van de kolonisator.

    Het is een fragmentarische roman, waarvan de soms poëtische stijl tot de wèl sterke punten behoort. Yacine biedt vele complexe, rijke zinnen, zoals deze: ´er valt zelden regen boven de oostelijke vlakte van Algerije, maar dan wel in stortbuien; de miraculeus bezwangerde Seybouse baart woeste vloedstromen, als een rivier in doodsstrijd, uitgespuugd door de dorre oevers die ze heeft gevoed; breed kolkend en extatisch vreet de donker geworden zee een steeds grotere hap uit de stervende rivier, die zijn bronnen niet wil loslaten en drijfnat in zijn bedding ligt, maar altijd nog in staat is tot wanhopige golven, symbool van de onstuimigheid van een streek met waterschaarste, waar de ontmoeting van de Seybouse met de Middellandse Zee wel zinsbedrog lijkt…´  (p. 66 en 67) en zo gaat de zin nog vele regels verder.

    Dit boek verscheen voor het eerst in 1956, ten tijde van de Algerijnse bevrijdingsoorlog, die eindigde in onafhankelijkheid. De Nederlandse vertaling maakt deel uit van de Berberbibliotheek van Athenaeum-Polak & Van Gennep. In deze reeks verscheen eerder vertaald werk van onder meer  Ibrahim al-Koni, Mohammed Khaïr-Eddine en Tahar Djaout.

    De personages in deze roman worden niet uitgediept.  Het van buiten af zichtbare wordt getoond, niet het binnenleven van mensen, terwijl dat inkijkje in andermans leefwereld toch voor veel mensen de reden is om proza te lezen. Nedjma wordt wel in verband gebracht met de stroming van de nouveau roman die tegenwoordig niet relevant meer lijkt te zijn. Voor de liefhebber van cryptisch puzzelproza is deze roman een aanrader, voor de liefhebber van meer gangbare, invoelbare teksten niet.

     

    Nedjma

    Auteur: Kateb Yacine
    Vertaald door: Hester Tollenaar
    Verschenen bij: Athenaeum-Polak & Van Gennep
    Aantal pagina’s: 269
    Prijs: € 19,95

  • Eerste deel Berberbibliotheek was tot 2005 verboden in Marokko

    Eerste deel Berberbibliotheek was tot 2005 verboden in Marokko

    Mohammed Khaïr-Eddine wordt beschouwd als een van de grondleggers en het enfant terrible van de Marokkaanse literatuur. In 1965 werd hij verbannen naar Frankrijk waar hij jarenlang fabriekswerk verrichtte. Zijn eerste boek Agadir (1967) werd in Marokko geweigerd vanwege de kritische toon. Khaïr-Eddines boeken zijn een tijdlang verboden geweest, pas sinds 2005 mogen ze weer gelezen worden.

    Mohammed Khaïr-Eddine keerde in 1979 terug naar Zuid-Marokko. Met een soortgelijke terugkeer als uitgangspunt begint het boek. Een man keert na twintig jaar afwezigheid terug naar zijn land. Door de ogen van deze remigrant wordt de lezer  het verhaal binnen geleid. Er volgen beschrijvingen over het landschap en over de teloorgang van de Berbervrouw die, ‘immer hoedster is geweest van de verborgen betekenissen van de wereld. Zij was het die de kleine kinderen de voorouderlijke cultuur inprentte en niet de man, want die was te lui (…).’ Volgens de verteller waren deze vrouwen zich niet bewust van de paradijselijke staat waarin zij leefden, tot ze met hun mannen mee emigreerden naar Europa. ‘Zij waren toen nog vrij om waar dan ook te gaan in de vallei en de bergen; (…) Nu laten ze zich opsluiten in villa’s of benauwde appartementen, komen ze alleen onder begeleiding buiten (…).’

    Opnieuw beginnen

    De remigrant is in eerste instantie teleurgesteld door wat hij ziet en levert kritiek op de veranderingen in zijn dorp. Maar zo gauw hij herkend wordt als de lang geleden vertrokken jongeman, wordt hij overrompeld door de gastvrijheid van zijn dorpsgenoten. Hij raakt hierdoor zo ontroerd dat hij op onderzoek uitgaat naar het bestaansrecht van zijn volk, de Berbers.

    Dan verweeft  Khaïr-Eddine de terugkeer van de remigrant met de legende van Agoun’chich en begint het boek opnieuw met het sprookjesachtige:
    Er was eens… . We maken kennis met een herder die met zijn omvangrijke familie en enorme kudden geiten en schapen op de vlucht slaat voor een verwoestende natuurramp. Ze trekken door onherbergzame gebieden waar ze belaagd worden door wilde dieren en strijdlustige stammen. De afstammelingen van deze herder ontwikkelen zich tot een moorddadig en strijdlustig volk. Ze leven van plunderingen en ze gaan uiterst gewelddadig de strijd met elkaar aan. Het is een tijd van desperado’s: bandieten voor de eer die niets anders bezitten dan een muilezel, een patroongordel, geweer en een dolk. Een van die desperado’s is Lahcen Agoun’chich.

    De legende van Agoun’chich speelt zich af ten tijde van de Franse bezetting (1912-1925) in Marokko. Agoun’chich had nog nooit een mens gedood dan alleen uit zelfverdediging. Maar wanneer zijn zus door een bandiet wordt vermoord, raakt hij vervuld van wraak en onderneemt een strafexpeditie door de bergen en dorpen van de Anti-Atlas. Als een ware (geweldadige) Don Quichot trekt hij ten strijde met als enig gezelschap zijn dierbare muilezel waar hij een liefdevolle relatie mee onderhoudt.

    Naamloze bandiet

    Na enige tijd ontmoet Agoun’chich ‘de verkrachter’, een naamloze bandiet die elke vrouw die hij tegenkomt als zijn bezit beschouwt. Hij laat zich door de verkrachter overhalen hem te vergezellen naar het Noorden om moderne geweren te kopen. Dan wordt het een haast mythische vertelling waarbij ze bezocht worden door de doden, verleid door vrouwelijke demonen en gekweld door honger en kou. Wanneer Agoun’chich uiteindelijk arriveert in Taroudant, een stad aan de voet van de Hoge Atlas, ontmoet hij een kaïd (stamhoofd) die uit de gevangenis van de Franse bezetter is ontsnapt. Samen met deze man trekt Agoun’chich ten strijde tegen de bezetter. Hij is getuige van de gevolgen van een luchtbombardement op een dorp en van de executie van een zwakzinnige man die ten onrechte wordt verdacht van verkrachting en moord op de vrouw van een Franse officier. Op dat punt in het verhaal veranderd er iets in Agoun’chich’. ‘Alles wat hij had gekend en waarvoor hij vol overgave had gestreden zou verdwijnen. Ik heb niets meer te zoeken in deze wereld, dacht hij.’

    Het verzet van de Berbers wordt gebroken en Agoun’chich trekt zich in eerste instantie terug in de bergen en later in de stad Tiznit. Daar wordt zijn muilezel door een vrachtwagen aangereden. Agoun’chich verlost het dier met een dolksteek in het hart uit zijn lijden. Waarna het gevoel hem overvalt dat hij niet meer bestaat. Een grote verandering in zijn leven dient zich aan.
    ‘God! Moet ik net als de anderen worden, een gewone man, terwijl ik mijlenver van ze afsta?’
    Een stem fluistert hem in dat hij moet opgaan in de anonimiteit van de grote stad. ‘Word koopman of misschien politieagent, maar keer niet terug naar de bergen ze zijn niet meer van jou. (…) Neem de bus en ga!’
    En dat is wat hij doet. Hij begraaft zijn wapens nog diezelfde dag naast zijn muilezel en neemt de bus naar Casablanca.

    Het verhaal leest als een western. Het is een ruig en woest leven dat de mannen leiden die Khaïr-Eddine beschrijft. Op drift geraakte mannen zijn het, die zich door het leven slaan door ongestructureerde paden te betreden en over lijken gaan om hun (vaak primitieve) doel te bereiken. Helemaal geloofwaardig is het niet dat Agoun’chich zijn leven van vrijheidsstrijder aan de wilgen hangt en zich ontpopt als burgerman. Maar het is een legende, dan kan een karaktermoord uitkomst bieden om de legende een wending te geven waardoor het achterliggende verhaal meer zichtbaar wordt. Want het gaat natuurlijk over de grote veranderingen die de schrijver, daardoor geschokt, aantrof in het Marokko van de jaren zeventig/tachtig van de vorige eeuw.

    Eerbetoon

    Er zijn meerdere verhaallijnen waarvan er niet één tot echte ontwikkeling komt (zo is de verkrachter zomaar uit het verhaal verdwenen.) Maar zonder twijfel is Leven en legende van Agoun’chich in alle opzichten een eerbetoon aan de orale traditie van Berberverhalen, die terugklinkt in de toonwisselingen van de schrijver die dan weer explosief, dan weer lyrisch poëtisch of humoristisch is.

    Leven en legende van Agoun’chich van Mohammed Khaïr-Eddine is het eerste deel van De Berberbibliotheek die uiteindelijk tien klassieke, uit het Frans vertaalde Noord-Afrikaanse werken zal bevatten. Een initiatief van schrijver en columnist Asis Aynan die het NRC-feuilleton Ik, Driss schreef, en vertaalster Hester Tollenaar. Het feit dat er inmiddels miljoenen Berbers buiten Noord-Afrika wonen heeft geleid tot een wedergeboorte van de Berbercultuur buiten Marokko. Met name in Nederland ontstonden Berber muziekfestivals, is er Berbertelevisie op internet en zelfs een Berberfaculteit aan de Universiteit Leiden. Het is daarom niet vreemd dat de Berberbibliotheek in Nederland zijn oorsprong vindt en met  Leven en legende van Agoun’chich een intrigerende start maakt.