• Oogst week 51 -2024

    Oogst week 51 -2024

    Hafni zegt

    De Deense schrijfster Helle Helle heeft een heel eigen stem in de literatuur. Met haar laatste roman Hafni zegt heeft ze weer voor een bijzondere vorm gekozen. Hafni belt met een vriendin en zegt dat ze gaat scheiden. De vriendin, aan de andere kant van de lijn, is de verteller; ze luistert en geeft spaarzaam commentaar. Hafni viert haar scheiding met een ‘smørrebrødreis’, zoals ze het noemt, een reis die langs tal van Deense plaatsen gaat. De geplande reis zou een week zijn, maar beslaat al een maand. Hafni hangt rond op campings, ze praat over de ontbijtbuffetten, korte ontmoetingen en haar belevenissen, over haar huwelijk krijgen we echter nauwelijks informatie, maar tussen de regels wordt haar verdriet pijnlijk duidelijk.

    Helle Helle schrijft komisch en tragisch. De troosteloze situatie van Hafni wordt pijnlijk duidelijk in korte terloopse zinnetjes. Een roman over het bestaan: vervreemding, vrijheid, schuld en schaamte, en over de zware druk van verwachtingen.

    Hafni zegt
    Auteur: Helle Helle
    Uitgeverij: Querido

    Memoires van een kip – Een Palestijnse fabel

    De Memoires van een kip van de Palestijnse auteur Ishaq Musa al-Husseini is een Palestijnse fabel, die al verscheen in 1943. Een filosofisch ingestelde kip verwondert zich over haar nieuwe ren en observeert haar medekippen, ze denkt na over de zin van het leven, over de echtgenoot (die ze liefdevol deelt met haar ‘zusters’), over nieuwkomers, over leven en dood, rechtvaardigheid, liefde, solidariteit, kortom over een ideale maatschappij. Helaas is er ook dat andere: jaloezie, roddel, haat en nijd en geweld, dat soms dodelijk afloopt. De mooie theorie blijkt in de praktijk van het dagelijks leven in de ren heel anders te werken.

    Sommige critici associeerden de roman (toen al) met het hoogoplopende Palestijns-Joodse conflict en veroordeelden de afloop als te defaitistisch. Anderen interpreteerden het verhaal als een uiting van een algemene utopische toekomstvisie. Toch heeft deze opmerkelijke roman, ondanks het maatschappelijke thema, volgens de auteur niets met politiek te maken. ‘Mijn roman gaat niet over Palestijnen en Joden, maar over kippen.’

    In het nawoord van Richard van Leeuwen zegt deze: ‘Al met al blijft Memoires van een kip een wonderlijk en intrigerend boek, dat zowel in de tijd van verschijning als in de huidige tijd eenduidige interpretaties weerstaat … Het is aan de lezer om te beoordelen in hoeverre het boek een universele of een politieke boodschap bevat.’

    Ishaq Musa al-Husseini (Jeruzalem 1904 – 1973) is vooral bekend om zijn literair-wetenschappelijk werk en van een aantal politiek-analytische boeken. Hij was een geleerde, criticus, filoloog en vertaler. Hij werd in 1904 geboren in Jeruzalem, in een traditioneel, religieus nationalistisch gezin. Na zijn middelbare schoolopleiding studeerde en werkte hij in Caïro, Londen en Göttingen.

    Memoires van een kip - Een Palestijnse fabel
    Auteur: Ishaq Musa al-Husseini
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Mijn moeder

    De moeder van de tweeling Jana en Broer is dood en zal worden begraven in haar geboortedorp Kukkojärvi in Noord-Zweden. Haar kinderen erven het huis en ontdekken al snel dat het leven daar  heel anders is dan ze hadden verwacht. Hun huis wordt bewoond door huurders die er niet uit willen en leven volgens strikte, religieuze regels. Jana is vanaf het begin wantrouwend, maar Broer voelt zich aangetrokken tot de hechte dorpsgemeenschap, waar de nadruk ligt op gezinswaarden en mannelijke overheersing. Jana moet de strijd aangaan om niet alleen het huis maar ook haar broer terug te winnen, terwijl ze tegelijkertijd probeert haar destructieve relatie te beëindigen. Het tweede deel in de trilogie over Jana Kippo en haar leven in een Zweeds dorp met duistere geheimen.

    De Zweedse auteur Karin Smirnoff (1964) debuteerde in 2018 met de roman Mijn broer, het eerste deel in de succesvolle trilogie over Jana Kippo. In 2021 volgde Smirnoff David Lagercrantz op als nieuwe auteur van de bekende Millennium reeks van Stieg Larsson. Haar verhalen spelen zich af in het noorden van Zweden, de Västerbotten-regio waar ook Stieg Larsson vandaan komt en waar Karin Smirnoff woont en werkt en toevallig is haar meisjesnaam ook Larsson.

    Mijn moeder
    Auteur: Karin Smirnoff
    Uitgeverij: Querido
  • Er dwaalt een aardige jongeman door Kopenhagen

    Er dwaalt een aardige jongeman door Kopenhagen

    ‘Bob verhuist dan en ik met hem naar Vanløse, (…)’ Aldus begint Bob van de Deense schrijfster Helle Helle. Het is augustus, Bob is tweeëntwintig en gaat samenwonen met zijn vriendin. Deze vriendin is de ik die het verhaal vertelt, maar zelf nauwelijks als personage meedoet. Veel meer dan dat ze eerstejaars student is, komen we over haar niet te weten. Af en toe gaat het over ‘we’ of ‘ons’ maar meestal enkel over het wel en wee van Bob.

    Helle dist het verhaal op door Bobs doen en laten in het dagelijks leven te registreren, inclusief wat hij ervaart en onderweg ziet en tegenkomt. Bob klopte de kussens op, Bob zei hartelijk dank, Bob moest strijd leveren, hij kon niet uit bed komen, ging de stad in, liep naar beneden, wilde gaan zitten, wandelde. Bob doet dit en Bob doet dat. Het is even wennen aan die opsomming van trivialiteiten. Is de stijl eenmaal vertrouwd, dan ontstaat een levendig beeld van het leven van een jongeman die zijn best doet zich te handhaven in een nieuwe situatie. Hij weet nog niet wat hij zal gaan studeren, alle opties liggen open maar voor geen enkele voelt hij echt iets. Hij zoekt een baantje en komt bij toeval als receptionist in een hotel terecht. Tijdelijk. Thuis doet hij het huishouden.

    ‘Lange gedachtereeksen ontsprongen aan alles wat hij meemaakte en hoorde en dingen waar hij op stuitte, van een doorweekte graszode tot jeuk aan zijn oor.’ Dwanggedachten zijn de licht neurotische Bob niet vreemd. Straatnamen zijn in het boek in grote mate aanwezig. Ze zijn weliswaar relevant, maar ‘Bob dacht voortdurend aan straatnamen, (…) een gewoonte die thuis aan de ontbijttafel was ontstaan.’ In Kopenhagen, waar hij de weg moet leren kennen, repeteert hij behalve de namen van straten ook die van restaurants, hotels en andere gebouwen. ‘Bob wandelde in de richting van station Nørreport. Hij verdwaalde als gebruikelijk in de buurt van de Grønnegade en Gammel Mønt, het was een hele onlogische buurt, maar na een poosje zag hij de stroom mensen in Købmagergade (…)’ Helle Helle is populair in Denemarken en er zullen zeker lezers zijn die de routes van Bob gaan nalopen.

    Socialemediagemakzucht

    De ik en Bob komen ook voor in Helles roman zij (2019). Het meisje dat in Bob als ‘ik’ een bijrol heeft, is in zij een van de hoofdpersonages. De twee boeken zijn de aanloop naar een serie waarmee Helle langer wil doorgaan. Daarin zal altijd een rol weggelegd zijn, is haar voornemen, voor het meisje/de vrouw, opklimmend in jaren. De schrijfster begint een boek met de eerste en de laatste zin, vertelt ze in een interview in het Parool. Het schrijven van wat er tussenin ligt, ziet zij als een experiment waarbij haar zuinige taal niet los te zien is van het verhaal zelf. ‘Niet dat ik dat per se zo heb bedacht, maar ik schijn niet veel woorden nodig te hebben. Ik erger me wel al gauw als ik boeken lees met meer woorden. Wat ik merk is dat ik mijn eigen werk steeds strenger redigeer.’

    Haar unieke stijl is snel, achteloos haast. Bob eet met iemand smørrebrød in een restaurantje en ‘De klokken van het gemeentehuis sloegen. Hij strooide er meer zout op’. Iedereen snapt dat hij geen zout op die klokken strooit, maar zulke zinnen roepen de vraag op of Helle zich hier de grote stappen van de socialemediagemakzucht veroorlooft, of doorschiet in haar stijl. ‘De lucht was spierwit, hij sloeg zachtjes op het matras.’ Het lijkt erop dat ze moeilijk maat kan houden nu ze het adagium schrijven-is-schrappen is gaan omarmen. Toch zal de gearriveerde en in vele talen vertaalde Helle die steeds strenger redigeert, precies weten wat zij doet. Haar korte zinnen vol details over het dagelijks leven zijn haar handelsmerk. Ze schaaft eraan, net zolang tot ze overhoudt wat voldoende is voor het verhaal – reden waarom zij wel een minimalistisch schrijver wordt genoemd.

    Haar formuleringen zijn vaak ook verrassend en humoristisch. Bobs auto, die bij zijn ouders op het platteland stond gestald, is gestolen en de politie heeft hem gevonden. ‘Maar hij zou helaas geen auto meer worden, zoals zij het inschatten.’ Of in een barsituatie: ‘Sommige mensen kunnen gewoon nooit hun geld vinden’, wat een grappige manier is om te zeggen dat iemand haar drankje graag door een ander laat betalen.

    Moreel kompas

    Het is knap om in een soort telegramstijl een hele vertelling van kop tot staart neer te zetten. Door de veelal korte zinnen leest het boek snel en gemakkelijk weg. Maar wat aanvankelijk lichte kost lijkt, zet de lezer juist aan tot nadenken. Hij moet zelf ontdekken wat er precies gaande is: ‘Haar ogen traanden, hij had een servet van een oud lunchpakketje in zijn zak.’ Dat invullen lukt niet altijd. Bij ‘en dacht voor de duizendste keer: dat kan toch niet’ is in nevelen gehuld wat hij vindt dat er niet kan. Ook bij ‘zijn schuchtere broertje niet, zijn vader met sigaret en koffiekop, lichtvoetig de deur weer uit’ voeren de laatste raadselachtige woorden nergens naar terug.

    Waar het echt om draait, namelijk de relatie van Bob en zijn vriendin, is te vinden in de diepere laag. Er komen vrienden of Bobs broertje op bezoek, met wie ze zoals het jongeren betaamt, gezellig de stad in gaan. Ondertussen bekommert de ik zich niet om huishoudelijkheden en heeft ze Bobs blauwe slaapzak kwijt gemaakt. Soms is ze er niet. En Bob wil soms, als hij elders is, nog niet naar huis.

    Wat blijft hangen is het beeld van een aardige, onzekere, wat naïeve jongeman met neurotische trekjes en een sterk moreel kompas, dwalend door de straten van Kopenhagen. Hij doet de boodschappen en de was, kookt het eten, maakt het bed op, gaat naar de wasserette, bakt pannenkoeken, gaat naar zijn werk en ontmoet vrienden. Door zijn onzekerheid dreigt hij te worden meegezogen in een piramidespel dat hem al zijn spaargeld kost.
    Het boek heeft bijna een open einde. Eén klein gegeven vermeldt Helle, waarmee ze Bob op tijd lijkt te laten ontsnappen aan een uit elkaar vallend voortbestaan. Het is genoeg om opgelucht adem te halen.

     

     

  • Heimwee

    Heimwee

    De allereerste keer dat ik madeleines bakte, jaren geleden, waren ze voor iemand die mij Proust had aangeraden. De cakejes waren een verjaardagscadeau en ik was erg verliefd, ik had ook lindebloesemthee gekocht. Nu bak ik ze voor mijn ouders die ik mis omdat ik maanden niet bij ze langs kon. In een huurauto rijd ik langs geel uitgeslagen weilanden. De bomen hebben magere, doorlaatbare kruinen, mijn rug plakt aan de autostoel. In de tuin drinken we koffie bij de madeleines en grappen over verloren tijd.  

    Het is begin juni en daarom denk ik aan schoolkamp. Ik ruik die mengeling van muf hooi, opgedroogd karton en groentesoep. In mijn herinnering smelten al die verschillende kampgebouwen samen tot één. Ik loop over plakkerig zeil met tegelprint, open een deur van fineer naar een te krappe kamer vol stapelbedden en zie bij het raam de langpootmuggen die naar buiten of juist naar binnen willen, dwarrelend het glas aftasten. Altijd moesten we laarzen meenemen. Sjouwend door het bos, met onze plastic regenjassen halfopen, werden die inderdaad glimmend nat. De brok in mijn keel liet zich even afleiden maar zou zich na de soep en de bonte avond, wanneer mijn klasgenoten zich opmaakten om te keten, als een stormvloed een weg naar boven beuken. In mijn slaapzak, pijnlijk eigen, bekroop mij de paniek van het vreemde, van ver weg zijn en terug willen.

    Intrinsieke heimwee, daar denk ik aan als ik weer nies, om het vele stof of stuifmeel in de lucht. Het geluid van nat gras tegen laarzen, dat hoort al een tijd niet meer bij de lente. Maar van sommige herinneringen wil je niet dat ze opdrogen. Zoals een afgekapte verliefdheid blijft knagen en ik me de niet uitgelezen boeken soms het levendigst herinner. Is het levensangst? Sinds Zij van Helle Helle oordeel ik minder streng. Ik ben dol op het werk van deze Deense schrijver. Ze is nogal zuinig met woorden. In eenvoudige zinnen en taferelen schetst het boek de herinnering aan een moeder en een zestienjarige dochter. De intimiteit tussen de twee blijkt uit het alledaagse. Ze zoeken recepten uit, richten hun huis steeds opnieuw in en hebben onderonsjes in het ziekenhuis. Een duidelijk begin of einde ontbreekt waardoor het boek wel, maar het verhaal feitelijk niet stopt. Klinkt als een stilistisch trucje, maar daar is het te ontroerend voor. Te transparant ook. Zo wordt die dictatuur van de chronologie bijvoorbeeld eenvoudig om zeep geholpen door een bijzin als: ‘(…) de lamp gaat gisteren stuk.’
    Tijdsverloop lijkt mij de belangrijkste overeenkomst tussen een verhaal en een leven. Iedere poging tot verzet daartegen juich ik toe. Want de moeder is ernstig ziek, natuurlijk mag dit verhaal niet eindigen. Onterecht vrees ik toch de laatste bladzijde.

     

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap (AtlasContact).

  • Dit ben ik niet

    Dit ben ik niet

    Twee mensen, een man van 48 en een vrouw van 38, verdwalen onafhankelijk van elkaar tijdens een trainingswandeling in een bos in Jutland. Hij heet Roar. Zij is naamloos. Hij is de verteller, de ik-figuur. Na een toevallige ontmoeting gaan zij samen op zoek naar een uitweg. Tevergeefs. Zij is de sportiefste van de twee. Als hij pijn aan zijn voet krijgt, verzorgt zij hem. Tegen zonsondergang vinden zij een verlaten hut waar ze besluiten de nacht door te brengen. Zij vertelt hem haar levensverhaal: haar mislukte relaties, haar verblijf in de hippie-achtige setting van een woongroep. Van hem komen we in dat opzicht vrijwel niets te weten, behalve dat hij vrijgezel is. De volgende dag gaan ze weer op zoek naar een uitweg uit het bos, opnieuw zonder resultaat. Wel vinden ze een huisje, bewoond door kinderen en niet aanwezige of in ieder geval onzichtbare ouders. Zij besluiten zich niet aan de kinderen op te dringen en slapen in de schuur bij het huisje. Zij is inmiddels flink ziek geworden door het drinken van vervuild water en het eten van bedorven waar. Hij verzorgt haar zo goed mogelijk. De volgende dag blijkt dat ze niet ver van een bushalte zijn die hen naar de beschaafde wereld kan brengen.

    In die twee dagen en nachten is er veel gebeurd tussen deze twee mensen, maar wat precies, blijft onduidelijk en is misschien ook niet zo belangrijk. Haar levensverhaal staat centraal in het boek. Het boek is opgezet als een raamvertelling waarin de verteller zowel de proloog als de epiloog opent met de woorden: ‘. Ik sta niet zo achter een boom in het bos.’ en ‘. Ik zit niet zo met een slapende vrouw in het bos.’ Het gaat niet om hem, hij is slechts klankbord.

    Helle Helle staat bekend om haar minimalistisch realistische manier van schrijven. Met zo weinig mogelijk woorden tracht zij grote zaken te vatten. Het is geschreven in korte, trefzekere zinnen, bijna staccato. Gevoelens van liefde of het ontbreken daarvan worden nergens als zodanig beschreven, maar wel kenbaar gemaakt in de beschrijving van kleine dagelijkse tafereeltjes. Haar verliefdheid op Christian, een jongen uit haar woongroep, wordt duidelijk gemaakt aan het feit dat zij zich voortdurend in de spiegel bekijkt met in haar achterhoofd de gedachte: ‘Hoe zal hij vinden dat ik er uitzie?’ Zij zoekt haar eigen identiteit in zijn ogen. Als zij hem tenslotte zes jaar later bij toeval in Berlijn ontmoet, en hij met haar een relatie aangaat, treedt zij vooral binnen in zijn wereld met zijn zoontje, zijn bedrijf, zijn moeder, zijn huis en zijn spullen.

    Als de liefde later is bekoeld en haar eigen gevoelens en persoonlijkheid weer meer aandacht vragen, wordt dit duidelijk gemaakt aan de hand van de verkeerde cadeautjes die zij van hem krijgt en aan haar irritatie over zijn lach, die al te zeer lijkt op de lach van zijn moeder. Zij is zich steeds meer bewust van het feit dat zij eigenlijk zijn gevangene is en dat ontsnappen nauwelijks mogelijk is. Dit is eigenlijk het centrale thema van het boek. Het feit dat zij verdwaald is in het bos, lijkt dan ook geen toeval te zijn. Het is een poging te ontsnappen aan haar gevangenschap. Of dit voor de verteller, Roar, ook zo is, blijft onduidelijk. Hij lijkt een soort onpersoon, alleen maar noodzakelijk om haar verhaal te kunnen vertellen. Eigenlijk zegt hij het ook zelf door telkens te beginnen met: ‘.’

    Het is fascinerend te zien dat het centrale thema van het boek heel realistisch wordt beschreven juist door de zeer gedetailleerde beschrijvingen van Helle Helle van doodgewone kleinigheden die schijnbaar niet ter zake doende zijn. Het wordt op deze wijze ontdaan van alle romantiek en dramatiek. Het wordt heel doodgewoon, heel ordinair en daarin schuilt misschien wel het echte drama. Dit alles wordt nog versterkt door de absurde setting van de situatie in het bos. Helle Helle heeft een bijzonder boek geschreven dat het verdient gelezen te worden.

     

  • Oogst week 15

    Door Carolien Lohmeijer

    Helle Helle is een Deense populaire en bekroonde schrijfster van wie al eerder werk in het Nederlands werd vertaald.
    In Als je wilt komen twee verdwaalde hardlopers, een man en een vrouw, elkaar in een bos tegen en moeten noodgedwongen de nacht buiten doorbrengen. Het is koud, ze hebben honger en kunnen niemand bereiken. Om wakker en warm te blijven, vertelt de vrouw het verhaal van haar ontwortelde leven.

    Als je wilt, Helle Helle, Uitgeverij Querido, € 18,99

     

    Ica‘Op haar veertiende besloot Ineke Cornelia dat Ineke Cornelia geen naam voor een groot schrijver was, en na een tijdje broeden kwam ze op de samenvoeging. Ica was vreemd, en vreemd viel op, bleef hangen: precies wat een groot schrijver nodig had.

    Zo introduceert Eva Postuma de Boer een van de hoofdpersonen uit Ica, waarin boekenbaldebutante Nadine Sprenger kennis maakt met en gefascineerd raakt door de schrijfster Ica Metz die ze zozeer bewondert. Tussen haar en de schrijfster bestaat onmiddellijk een vanzelfsprekende, maar onverklaarbare vertrouwdheid.

    Ica, Eva Posthuma de Boer, Kor Vries, uitgeverij Ambo/Anthos, € 19,99

     

    Langzaam afbouwen op deze planeetHoe klein Texel ook mag zijn, het is de vruchtbare voedingsbodem voor de boeken van Nico Dros. Onwillekeurig wil je zijn boeken ‘nareizen’ als je op het eiland bent. Ook sommige van de verhalen in zijn nieuwe bundel Langzaam afbouwen op deze planeet spelen zich daar af, en vinden plaats zowel in het heden als verleden, maar ook in de nabije toekomst.
    In de werelden die hij in deze bundel oproept is steeds iets grondig mis. Het kwaad is nooit ver weg. De sfeer is vaak suggestief of zelfs sinister.
    Binnenkort verschijnt ook een herdruk van Dros’ debuutroman Noorderburen.

    Langzaam afbouwen op deze planeet, Nico Dros, Uitgeverij Van Oorschot, € 16,50

     

  • Het onbelangrijke dat belangrijk is

    Het onbelangrijke dat belangrijk is

    De hoofdpersoon in Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden is Dorte, een jonge vrouw op zoek naar identiteit en volwassenheid. Helle beschrijft de eenzaamheid en alledaagsheid van haar bestaan.

    Dorte worstelt met niet zo diepgaande relaties en met kleine tegenslagen: van het jezelf buiten je woning sluiten, tot de ketting die van de fiets loopt of het onvermogen een wasserette te vinden. Dichtbij Dorte kom je echter nooit. Je leert haar, ondanks de beschrijving van haar alledaagse leven, niet echt kennen. Je komt te weten dat ze schrijft, maar inzicht in wat ze precies schrijft, waarom en waarover, krijg je niet of nauwelijks. Ook weet Helle Helle niet voldoende inleefbaar te maken, waarom Dorte liegt over het feit dat ze colleges in Kopenhagen zou volgen. Is Dorte in de war, net als haar tante die ook Dorte heet? En waarom heeft ze een zo gebrekkige  band met haar ouders? Dorte blijft een wat moelijk te doorgronden figuur.

    Het boek is een vertelling over verhuizingen, vriendjes, volwassen worden en verantwoordelijkheid, zonder grote conflicten, geheimen of verlangens. Hier en daar is het geestig. Zo wordt een stel dat net uit elkaar is als volgt beschreven: ‘Nog maar een paar weken geleden had ze hen hand in hand zien staan bij het koelvak, ze hadden naar salami staan kijken. “Wat vind jij?” had de een gevraagd. “Dat weet ik niet, wat vind jij?” zei de ander.’ (p. 96) Stond het hele boek maar vol van dit soort passages. De schrijfster kan namelijk rake beschrijvingen geven.

    Misschien probeert de auteur met de beschrijving van niet zo spannend lijkende gebeurtenissen een schrijnend beeld van het nietszeggende leven van Dorte neer te zetten. Dat lukt ten dele. Een leven kan echter nog zinlozer zijn dan het leven dat Helle Helle in dit boek beschrijft, daarvan getuigen vele klassieke romans. Het opgeroepen beeld van eenzaamheid moet worden genuanceerd, Dorte komt wel degelijk tot enigszins bevredigende relaties met anderen.

    Het boek gaat over het onbelangrijke dat toch belangrijk is. Door het ontbreken van grote gebeurtenissen ontstaat een realistischer beeld van het leven van veel (jonge) mensen, dan in boeken vol verrassende plotwendingen, die gaan over overstelpende verlangens of grote passies. Helle Helle lijkt te vinden dat sommige dingen gewoon gebeuren en dat alleen dàt feit, ze al belangrijk maakt.
    Voor de couleur locale hoef je Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden niet te lezen: de personages hebben Deense namen, maar verder zou het allemaal ook makkelijk in Nederland kunnen spelen.

    De roman biedt wel enig inzicht in de leefwereld van een jonge vrouw die de weg wat kwijt lijkt te zijn. Het geheel is vlot maar ingetogen geschreven, zo ingetogen dat je soms een beetje verlangt naar creatieve ontsporing, tergende spanning of rauwe schrijfpassie. Het boek gaat over het alledaagse leven, maar de tekst zelf lééft niet echt. Lang niet elke passage urgent. Het lijken soms wat lukraak gekozen flarden uit een eentonig leven.

    Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden werd uit het Deens vertaald door Kor de Vries. Helle Helle is een in Denemarken populaire en bekroonde schrijfster, van wie eerder Het idee van een ongecompliceerd leven met een man en Naar de honden in het Nederlands werden vertaald.