• Oogst week 27 – 2023

    Ideeën – Het boek Le Grand

    Welke passage over de liefde zou beroemder zijn: Korintiërs 1 vers 13 of ‘Es ist was es ist, sagt die Liebe’? De laatste zin komt van dichter Heinrich Heine, de geestelijk vader van onder andere Die Lorelei. Als vertegenwoordiger van de Romantiek vermengt hij in zijn oeuvre bittere ernst met zwartgallige humor, mislukking met triomf, liefde voor kunst met maatschappijkritiek. Hij waarschuwt zelfs voor regimes die boeken verbranden, want zulke regimes zullen hetzelfde met mensen doen. Dat hij tijdens het Derde Rijk logischerwijs zélf onder ‘entartete Kunst’ viel, heeft zijn status allerminst bezoedeld. Eén van zijn vroegste prozawerken uit 1827, Ideen – das Buch Le Grand, kent eindelijk een Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. In dit boek toont Heine zich de humorist én criticus van wie Duitsland zo veel houdt.

    In Ideeën – het boek Le Grand vertelt Heine over zijn jeugd en eerste liefdes, zijn bewondering voor revolutionair Napoleon én een bijzondere trommelaar. Even beroemd als Oskar uit Die Blechtrommel van Günter Grass is deze monsieur Le Grand weliswaar niet, maar de drummende tamboer-majoor dicteert wel de cadans waarin Heine schrijft. Zo blijft de dichter Heine altijd aanwezig in de bij vlagen polemische, journalistieke teksten. Het verbaast overigens niet dat talloze schrijfsels van Heine postuum tot lied zijn omgetoverd. Uiteindelijk kiest de romanticus voor een leven (en levenseinde) in Parijs. De opmaat naar deze zelfgekozen emigratie klinkt al door in Ideeën – het boek Le Grand. Weggaan doet zeer, maar hoe zit dat met weten dat je ooit weg zult gaan?

    Ideeën - Het boek Le Grand
    Auteur: Heinrich Heine
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. van Oorschot

    Het volle leven

    De ultieme inspiratiebron van Charles Bukowski heet John Fante (1909 – 1983). Dat belooft wat. Deze zoon van een Italiaanse immigrant maakt in de jaren ’30 furore met de boeken Wait until spring, Bandini en Ask the Dust. Aangezien Fante uitwijkt van Colorado naar Los Angeles, wordt één aantrekkelijk scenario bewaarheid: hij mag filmscripts gaan schrijven. Maar waar zijn eerste twee romans zeer geschikt zijn voor het witte doek, zit dat anders met de biografische roman Het volle leven, origineel Full of Life (1952). Het blijkt een romcom, zonder dat er echt iets te lachen valt. Niettemin wordt het boek een gigantisch commercieel succes. Zonder gêne kiest Fante voor de Amerikaanse droom van financiële onafhankelijkheid: “My business in life is to save myself. (…) I shall not dirty my hands trying to save the masses.” Scoren dus.

    Deze lelijke waarheid, waarover Fante altijd eerlijk is geweest, verweeft hij in al zijn boeken. In het voorwoord van Het volle leven noemt Jaap Scholten John Fante de grootmeester van het verlangen. Inderdaad is verlangen de drijvende kracht achter de American Dream, waar Full of Life aan appelleert: nooit is het genoeg, altijd lonkt de belofte naar meer. Tegelijk laat Fantes carrière zien hoe gewoontjes en toevallig het leven van een schrijver in een stroomversnelling raakt. Pas als filmscenarist begint hij de successen te boeken die hem uit de armoede van zijn jeugd sleuren. Het volle leven is zo Amerikaans als wat: ene John krijgt vrouw en kind, maakt ruzie met zijn bemoeizuchtige Italiaanse ouders én worstelt zich omhoog in de arena van Los Angeles. Want net als nu, was het toen flink sappelen voor de broodschrijvers in Hollywood…

    Het volle leven
    Auteur: John Fante
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    De amuletten van de liefde en van de wapenen – een trilogie

    Kort na de Tweede Wereldoorlog verschijnen drie liefdesverhalen van Andreas Embirikos. Hij is Griekenlands beroemdste psychoanalyticus en surrealist. Argo of de Ballonvaart, Zemfyra of het Geheim van Pasiphaë en Beatrice of de Liefde van Buffalo Bill komen pas in 2012 als drieluik samen tot De amuletten van de liefde en van de wapenen. In deze trilogie verkent Embirikos de grens tussen lust en liefde en kiest hij voor een vrijzinnige ondertoon. Dit deed hij overigens al eerder in het erotische O Megas Anatolikos. Anders gezegd: niet voor niets kent het fenomeen ‘porneia’ zijn oorsprong in het oude Griekenland. Argo speelt zich af in Zuid-Amerika, Zemfyra in Parijs en Beatrice in de VS. De liefde komt voorbij in respectievelijk goede vs. slechte lust, relatietherapie en ware liefde.

    Vertaler Hero Hokwerda merkt op dat moderne Griekse literatuur allang niet meer hoofdzakelijk doordrenkt is met de mythologie uit de Klassieke Oudheid. Deze ontwikkeling dankt zij mede aan modernisten als Andreas Embirikos. Toch dringt de associatie met een zwaarwegende, eeuwenoude traditie zich op in De amuletten van de liefde en van de wapenen. Argo is de boot waarop Iason en de Argonauten koers zetten naar Het Gulden Vlies. Pasiphaë bevalt van de beroemde Minotaurus na gemeenschap met een witte stier. En Beatrice is de muze van niemand minder dan Dante Alighieri, de schrijver van De Goddelijke Komedie. Je zou haast denken dat er alleen over erotiek geschreven mag worden, zolang de grote namen een eervolle vermelding krijgen. Rode oortjes vallen niet op onder het schijnsel van een aureool.

     

    De amuletten van de liefde en van de wapenen - een trilogie
    Auteur: Andreas Embirikos
    Uitgeverij: Ta Grammata
  • Oogst week 15 – 2023

    Onze voorouders ('I nostri antenati')

    Italo Calvino (Cuba, 1923) is één van die schrijvers die de oorlog niet slechts beschrijft vanaf de veilige zijlijn: tijdens de Tweede Wereldoorlog zit hij daadwerkelijk in het Italiaanse verzet. Na de val van Mussolini studeert Calvino literatuurwetenschappen in Turijn en sluit hij zich aan bij de Italiaanse communistische partij, die hij in 1957 weer verlaat. Ondertussen blijkt hij een productief schrijver. Nagenoeg alle romans die uit zijn pen vloeien, vallen op door magisch-realisme enerzijds en door een grote maatschappelijke betrokkenheid anderzijds. In 1960 verschijnt Calvino’s trilogie ‘I nostri antenati’, Onze voorouders.

    Pas in 1986, een jaar na Calvino’s heengaan, publiceert Bert Bakker eindelijk de Nederlandse vertaling. Heinrich Heine merkte niet voor niets ooit op: ‘In Holland passiert alles erst dreissig Jahren später.’ Het is een drieluik van Calvino’s vroegere novellen De gespleten burggraaf, De baron in de bomen en De ridder die niet bestond. Uitgeverij LJ Veen Klassiek geeft het nu opnieuw uit, na Calvino’s werken De onzichtbare steden, Als op een winternacht een reiziger en Waarom zou je de klassieken lezen? LJ Veen Klassiek wil Nederland laten ontdekken waarom het Calvino zou moeten lezen!

    Onze voorouders ('I nostri antenati')
    Auteur: Italo Calvino
    Uitgeverij: LJ Veen Klassiek

    Uitzicht van dichtbij

    In een artikel voor Vice schrijft Megan van Kessel (1989): ‘Ik ging na waarom het schrijven van mijn boek inmiddels al net zo lang duurt als het leven van een gezonde cavia.’ Deze plompverloren nuchterheid had zo uit de koker van Paulien Cornellisse kunnen komen. Het alledaagse dat tegelijk het bijzondere daarvan benadrukt, valt onder Nieuwrealisme. Van Kessels debuut, Uitzicht van dichtbij, maakt het leven op het platteland, moederschap en tuinieren tot iets uitzonderlijk gewoons. De wat paradoxale titel is behalve een uitzicht van dichtbij, eveneens een zeer lezenswaardige focus van veraf. Maar waarop?

    Bij het eerder aangehaalde stuk in Vice schampert Van Kessel over haar eigen werk: ‘… wat ik op papier zette [was] niet veel spannender dan een gemiddelde gebruiksaanwijzing van aspirine.’ Op deze zelfkritiek valt een hoop af te dingen. Talloze auteurs gingen haar voor in het schrijven over banaliteiten. Het kan haast niet anders of Van Kessel is een begenadigde stilist. Het medium Papieren helden omschrijft haar werkethiek als volgt: ‘Toen ze moeder werd en nooit meer tijd had, ging het beter met schrijven.’ Dit heeft dus geleid tot Uitzicht van dichtbij. Het wordt hoog tijd de schrijfkunsten van de Waalse van dichtbij te bewonderen.

    Uitzicht van dichtbij
    Auteur: Megan van Kessel
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Schrikkeljaar

    Als de titel van Anka Hashins literaire debuut, Schrikkeljaar, een voorbode is voor haar productiviteit, zitten we voorlopig geramd. In dit boek geeft Hashin (1980) volgens de Oost-Europese traditie en tóch in geheel eigen stijl een kleurrijk beeld van haar inmiddels niet meer bestaande vaderland: de Sovjet-Unie. De nostalgie voor haar geboortegrond gaat wel wat dieper dan de ‘industrieel-dus-gaaf-lampje’-fabriekshallenromantiek. Hashin is naast auteur beeldend kunstenares. Ze interesseert zich bovenmatig voor het spanningsveld tussen het vergane en het moderne, conservering en verwaarlozing.

    Volgens Uitgeverij Vrijdag is Schrikkeljaar een verhalenbundel die de grens tussen mens, dier en andere schepsels vervaagt. Het motto bij één van Hashins verhalen komt van Günter Grass: ‘De vogelverschrikker is gemaakt om op de mens te lijken.’ Weliswaar niet als een vogelverschrikker, maar als een piloot in alwetend perspectief beziet Hashin de teloorgang van de Sovjetrepubliek. Het literaire maandblad waarvoor Hashin schrijft, Znamya, betekent bovendien ‘spandoek’. Daarom zou Schrikkeljaar weleens de perfecte luchtreclame kunnen zijn voor de eersteling van Anka Hashin.

    Schrikkeljaar
    Auteur: Anka Hashin
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag