• In memoriam Harrie Geelen (1939–2025)

    In memoriam Harrie Geelen (1939–2025)

    Harrie Geelen (10 januari 1939 – 30 augustus 2025) was illustrator, schrijver, tekstdichter, scenarist, tekenfilmmaker, bewerker en vertaler. Zijn werk, verspreid over verschillende media, bereikte talloze lezers, luisteraars en kijkers. Generaties groeiden op met de muzikale kinderseries Oebele en Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, die hij in de jaren zeventig schreef. Zijn jaren bij de Toonder Studio’s leverden korte tekenfilms op die nog altijd een eigen plaats innemen in de Nederlandse animatiegeschiedenis. Hij vertaalde talloze animatiefilms en regisseerde de nasynchronisatie van bekende Disneyfilms. Als illustrator was hij betrokken bij tientallen boeken, vaak in samenwerking met zijn levenspartner Imme Dros.

    Voor het blad Vooys, mocht ik samen met een mederedacteur een aantal jaar geleden het illustere duo interviewen. Ik was als kind helemaal verzot op de Griekse Mythen vertaald door Imme Dros en voorzien van Harrie Geelens bijzondere illustraties. Al vanaf het moment dat we binnenstapten in hun huis in Hilversum, kreeg ik het idee dat dit een ander interview dan anders zou zijn. Het witte herenhuis in Hilversum was binnen een kleurige boel, met vrolijke meubels en overal boeken en illustraties. Het was er donker en daardoor geheimzinnig. Ook toen het donker werd mochten de lampen niet allemaal aan, voor Imme die last van haar ogen heeft. We wilden Dros en Geelen eigenlijk spreken over het onzegbare en hoe je dat op papier brengt, maar in plaats daarvan spraken we vijf uur lang over hun rijke carrière en hun jeugd. Tussendoor werden we regelmatig voorzien van thee, wraps en koekjes van Texel (waar Imme Dros geboren is).

     

    Vanaf de bank was Harrie Geelen vrijwel onafgebroken aan het woord, af en toe ruw onderbroken door Imme Dros die ook graag wat wilde zeggen. Het was een vrolijke en enthousiaste man, die ons hals over kop meesleurde naar zijn werkkamer om zijn laatste projecten en zijn werkwijze te laten zien. Tussen zijn verhalen door buitelde het van de boektitels en projecten. Zijn werk werd ook veelvuldig bekroond, hij ontving onder meer de Zilveren Penseel voor Juffrouw Kachel (1992), de Zilveren Griffel voor Herman het Kind en de Dingen (1994), de Gouden Penseel voor Het beertje Pippeloentje (1995), de Woutertje Pieterse Prijs samen met Imme Dros voor Bijna Jarig (2006) en in 2014 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

    Over het op papier stellen van het onzegbare kwamen we bij ons interview niet echt meer te spreken, want zodra we eenmaal waren gaan zitten gaven we de regie van het gesprek uit handen. Harrie vertelde wel dat hij in zijn tekeningen niet de letterlijke handeling vatte, maar de dreiging, de weidsheid, de eenzaamheid of juist de tederheid van het geschrevene. Hij maakte beelden die er net zo goed niet hadden kunnen zijn, echt als ondersteuning van de tekst, maar die het boek wel onvergetelijk maakten.

     

    Harrie Geelen liep ook vaak tegen de beperkingen van zijn werk aan. Zijn verfilming van Annetje Lie in het holst van de nacht (2004), naar het gelijknamige boek van Imme Dros was een technisch hoogstandje in de begindagen van de digitale wereld. Hij maakte het voor de VPRO, maar echt succesvol werd het niet. Ook financieel waren er soms beperkingen, maar daarover zei hij: ‘Taal kost gelukkig verder niks; dat zit in je hoofd, en dat kun je opschrijven.’

    Hij laat een immens en veelzijdig oeuvre na, maar bovenal de herinnering aan een kunstenaar die nooit koos voor de makkelijke weg. Hij vond schoonheid in beperkingen en wist met schijnbaar ongeschikte middelen werelden op te roepen die velen inspireerden.

    Aan het eind van het interview vroeg ik Imme Dros en Harrie Geelen om mijn exemplaar van De macht van de liefde te signeren. Imme zette een snelle krabbel, maar Harrie tekende een prachtig Trojaans Paard voorin. Een echte Harrie Geelen, grove lijnen, waarin niet de vorm maar de essentie het belangrijkste is. Het wordt hoog tijd om die maar eens in te lijsten.

     

     

    Deels gebaseerd op Vooys 40.3: ‘In taal heb je andere dingen nodig dan woorden’ Interview met Imme Dros & Harrie Geelen door Jan Douwe Westhoeve & Bram Scharpach

     

     

  • Oogst week 37 – 2024

    Heroides/Held…

    Een aspect van Homeros’ epos De Odyssee inspireerde Ovidius 700 jaar na dato, om achttien vrouwen van mythologische helden een brief te laten schrijven aan hun echtgenoten of geliefden. De brieven werden gebundeld in Heroides (Heldinnen). Tweeduizend jaar later heeft Harrie Geelen (1939) zich geïnspireerd gevoeld om daarvan een indrukwekkende vertaling te maken, die hij ironisch Held… noemt. In deze tweetalige uitgave schrijft Dido aan Aeneas, Helena aan Paris en Penelope aan Odysseus, in het Latijn Ulysses genoemd:

    Dit is een brief die Penélopé stuurt aan je, lakse Ulysses.
    (Nee, hoef geen brief terug,
    kom maar in eigen persoon.)

    Troje, dat wij Griekse meisjes zo haatten, ligt plat. Zo’n gedoe voor
    Priamus? Heel die stad?
    Had niet gehoeven voor ons.

    De geest van Ovidius waart door deze bewerking van de Heldinnenbrieven, maar de tweeregelige distichons van Ovidius heeft Geelen omgezet in drieregelige strofen, wat het lezen gemakkelijker maakt. Aan het begin van elke brief staat een korte toelichting over de inhoud.

    Naast schrijver en illustrator is Geelen ook componist en tekstdichter. Eerder vertaalde hij de Metamorphoses van Ovidius.

     

    Heroides/Held…
    Auteur: Harrie Geelen
    Uitgeverij: In de Knipscheer 2024

    De hartelijke poezen van Drs. P.

    Een jaar na het overlijden van Drs. P stierf ook zijn vrouw Mieke. In hun nalatenschap werden honderden ansichtkaarten gevonden, die Drs. P. gedurende zo’n dertig jaar lang twee à drie keer per week aan zijn vrouw verstuurd had, voorzien van een door hem geschreven gedicht. Alle kaarten droegen een afbeelding van katten op de voorkant, omdat beide echtelieden een grote passie voor deze dieren hadden. Geluidstechnicus Marc van Hecke vertelde tijdens de tv-uitzending ‘De terugkeer van Drs. P.’ in ‘Het Uur van de Wolf’ uit 2019 over de kaarten die gevonden waren: ‘Poezen op tafels, getekende poezen, geschilderde poezen, Japanse poezen, lapjespoezen, poezen in een strandstoel en poezen in een mandje:

    ‘We liggen met ons beiden in een mandje
    Dit kwam al eens ter sprake, dat is waar
    Maar ook al klinkt het als hetzelfde bandje –
    We vormen – daarvan hebben wij een handje –
    Na al die tijd nog een gelukkig paar.’

    Was ondertekend: Heinz.

    Dit boekje is een mooie aanvulling op de verzameling van zowel kattenliefhebbers als bewonderaars van het werk van Drs. P.

     

    De hartelijke poezen van Drs. P.
    Auteur: Drs. P.
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar 2024

    Uit hoofde van Jut

    In 1965 debuteerde Frans Kuipers met de bundel Zoals wij, waarna nog twaalf bundels zouden volgen. Inmiddels heeft de 82-jarige dichter een nieuwe bundel uitgebracht: Uit hoofde van Jut is een zeer persoonlijk verslag van een lang mensenleven: geboorte, kind zijn, een verliefde puber worden en je later afvragen of de angst om alleen oud te worden wel reëel is. Speels en optimistisch als altijd bezingt Kuipers het leven in de voor hem kenmerkende bruisende taal, vol van personificaties van dieren en dode dingen en vooral zijn neologismen zoals in het titelgedicht:

    ‘Ik ook wissel wat af en schrijf uit hoofde van jut
    —Zoals elk avontuur begint met een stap over de drempel
    en de ramp even zo goed plaatsvindt als je thuisblijft,
    — ik ook curriculumeer mij niet maar zin op ontzwemming’

    Hoewel de dichter de ouderdom met kwalen en pijnen niet ontkent en ook de dood niet uit de weg gaat, is het toch vooral een ode aan het leven geworden, een ‘kweetnietersliedboek’, zoals Kuipers het zelf noemt, omdat de verwondering zoals altijd hoogtij viert in zijn gedichten.

     

    Uit hoofde van Jut
    Auteur: Frans Kuijpers
    Uitgeverij: Atlas Contact