• Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Het verhaal en de werkelijkheid

    Het verhaal en de werkelijkheid

    Om mij te overtuigen is niet veel nodig, als het verhaal maar goed is. De huishoudelijke hulp in Huiswerk van Marja Pruis bestaat voor mij echt. Net zo goed dat Clara, het hoofdpersonage, de schrijfster zelf is. De vrouw die op de vraag ‘Wat ben je aan het doen?’, niets over zichzelf zegt. Clara denkt: ‘Het probleem is dat ik mensentaal moet kiezen voor het bestaan dat ik liever poreus houd. Ik moet uitleveren wat ik liever ongezegd laat, bang dat het verdwijnt zo gauw je het onder woorden brengt.’, maar zegt, ‘Ik ben aan het werk.’ Ja, ja, dat kennen we. En Edward uit De Alpenfederatie van Gregor Verwijmeren, dat is gewoon Elon Musk. Het is de waarachtigheid van literatuur die me ervan overtuigt de achterliggende beelden te herkennen.

    Deze week berichtte The Observer dat het verhaal van Raynor Winn, over haar wandeltocht met haar zieke man Moth over het South West Coast Path van zuidwest-Engeland, verzonnen is. Het is het soort informatie dat ik normaal gesproken direct aan de man doorvertel (moet je nou eens horen), maar hield het stil. In de keuken spoelde ik koffiebekers onder de kraan af. De man kwam uit de tuin, zei iets over tuinbonen en slakken. Het waren mijn tuinbonen, evenals de tomaten die ik gepland had. Wat hij wilde zeggen was dat ik ze misschien moest gaan oogsten, die tuinbonen. Ik mompelde ja,ja. 

    Dat ze niet Raynor en Moth Winn heten, maar Sally en Tim Walker, is oké. Dat ze niet zelf bedrogen waren door een vriend waardoor ze hun huis kwijtraakten, maar dat Raynor (Sally dus) in haar baan als boekhoudster een aanzienlijk bedrag achterover had gedrukt, doet het hele verhaal kantelen. Om een proces te vermijden, offerden ze hun huis op. Daar, dat is het verhaal volgens The Observer. Dat je niet wilt geloven als blijkt dat wat je eerder geloofde niet waar blijkt te zijn. Daarom zeg ik nog even niks om het bij het oude te houden.

    Wat het gekke is, dat ik, met dit verhaal van bedrog in mijn hoofd, Raynor (Sally dus), er op de foto’s die er bij deze artikelen staan, opeens onbetrouwbaar vind uitzien. Strak glimlachend kijkt ze in de camera met Gillian Anderson die de rol van Raynor in de film The Salt Path speelt, naast zich. Ik lijk mijn moeder wel, die aan elk vriendje dat de laan uitvloog en waar ze eerst vreselijk mee kon lachen, opeens niets goed meer vond. Geloofwaardigheid is geen duurzaam ding. Er kan zomaar iemand komen die een verzwegen stukje uit je geschiedenis oplepelt. En hoe dat dan weer te interpreteren. Was er niet eens een (Australische?) schrijfster die zich over gaf aan de vliegen tot haar lijf er zwart van zag? Zelfs in haar oren en neus zaten ze. Het bleek niet waar te zijn. 

    Het zoutpad was geen goedgeschreven boek, maar het was wel een goed verhaal. De verteller, Raynor Winn (Sally Walker dus) zat angstig onder de trap toen de deurwaarders kwamen. Waar ze bedacht te gaan lopen, er een boek over te schrijven. Ik zag het mezelf doen, niet bij de pakken neerzitten, rugzak om en lopen maar. Dat alles wat je jezelf ziet doen, wel waar moet zijn.  Later die avond toen we een film keken, zei ik het dan toch. ‘Zeg, wist je dat…?’ Hoe graag je dan het bedrog uit de doeken doet. Denk aan mijn moeder. Het is me wat.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem, schrijft over wat ze leest.

  • Een dystopie die schrikbarend dichtbij komt

    Een dystopie die schrikbarend dichtbij komt

    In De Alpenfederatie voert Gregor Verwijmeren ons naar een toekomst die verontrustend en tegelijk pijnlijk actueel is. De wereld zoals we die kenden is ingestort: het fictieve Newholland is verzwolgen door de zee, sociale structuren zijn weggevallen, en de overgebleven samenleving draait slechts om overleven. Otto, voormalig stadsbotanicus, woont met zijn vrouw Tilly en dochter Sophia in een grauwe flat in het zuiden van het land. De leegte thuis is niet alleen het gevolg van armoede, maar ook van het vertrek van hun zoon Iwan. Hij heeft zich van zijn familie afgekeerd en strijdt samen met andere jongeren tegen de elite, onder het motto ‘Eat the Rich’.

    Wanneer Otto de kans krijgt om te werken in de luxueuze orchideeënkas van een welgesteld echtpaar in de Alpen, ziet hij dit als een ontsnapping uit hun uitzichtloze bestaan. Wat hij echter niet weet, is dat zijn keuze hem en zijn gezin juist in het hart van het conflict plaatst: in hetzelfde gebied bereiden Iwan en zijn medestrijders een aanval voor op de rijke elite die zich daar heeft verschanst.

    Breed scala aan thema’s

    Aanvankelijk lijkt de roman een breed spectrum aan actuele thema’s te behandelen — van klimaatverandering en ecologische rampen tot terrorisme en sociale ongelijkheid. Toch voelt het verhaal nergens fragmentarisch. Verwijmeren opent met de ondergang van Newholland door de stijgende zeespiegel, waarmee de ecologische én humanitaire crisis direct als achtergrond voor de vertelling wordt neergezet. Tegelijk komt de extreme sociale ongelijkheid direct aan de orde, met een kloof tussen rijk en arm die niet meer te overbruggen is. Naarmate de roman vordert, verschuift de focus naar de vraag hoe ver mensen bereid zijn te gaan voor hun idealen, met morele dilemma’s rondom verzet als kernmotief. Door deze thema’s geleidelijk en met precisie te introduceren, schept Verwijmeren een gelaagd verhaal, stilistisch verfijnd en inhoudelijk diepgravend.

    De morele conflicten als kern van het verhaal

    Al is De Alpenfederatie rijk aan thematische lagen, één vraag staat centraal: welke morele keuzes maken we als individu in een wereld die wordt gekenmerkt door groeiende ongelijkheid, ideologische verdeeldheid en ecologische ontwrichting? Zowel in de dialogen als in de innerlijke conflicten van de personages speelt deze ethische worsteling een bepalende rol.

    Uit liefde voor zijn gezin kiest Otto voor een baan bij de elite en belichaamt daarmee de morele compromissen die velen sluiten in een onrechtvaardig systeem. Zijn keuze is geen lafheid, maar het resultaat van een innerlijke strijd tussen verantwoordelijkheid en druk van buitenaf. Verwijmeren laat deze spanning genuanceerd zien en daagt de lezer uit na te denken over diens eigen morele grenzen.

    Sophia vertegenwoordigt de jonge generatie die zich verzet tegen de status quo, maar worstelt met de vraag waar verzet omslaat in destructie. Haar dilemma draait om trouw blijven aan haar morele kompas of zich aansluiten bij een beweging waar ze ook twijfels bij heeft. Haar broer Iwan is geen held, maar een ambigue leider van de opstand. Zijn strijd met de ethiek van geweld en leiderschap onderstreept het centrale thema: dit is geen verhaal over goed of kwaad, maar over hoe systemen mensen dwingen tot onduidelijke keuzes.

    Verwijmeren dwingt je niet om partij te kiezen, maar roept op tot reflectie: hoe verhouden wij ons tot een wereld waarin de spelregels scheefgegroeid zijn — en wat betekent dat voor onze eigen verantwoordelijkheid?

    Satire waar je niet omheen kunt

    Wat op het eerste gezicht welhaast over het hoofd wordt gezien, is de subtiele satire in de roman. Verwijmerens heldere taal is doordrenkt van droge ironie – een stijl die niet luid is, maar onderhuids wringt. Door serieuze beschrijvingen te combineren met eigenaardige details en technocratische nieuwspraak ontstaat een vervreemdend effect dat de absurditeit van de geschetste wereld des te indringender maakt.

    De satire schuilt vooral in het taalgebruik: Verwijmeren ontmaskert met bijtende precisie hoe taal wordt ingezet om controle te verkopen als vooruitgang. Technocratische termen, zogenaamd ambachtelijke producttaal en modewoorden als bodyshaming, zero waste, of het mystificerende colXBri dienen niet om helderheid te bieden, maar om morele en beleidsmatige ideeën aantrekkelijk te verpakken. In werkelijkheid bevorderen ze uitsluiting en gedragsdwang.

    In deze hybride mengtaal — tegelijk commercieel, beleidsmatig en ideologisch — is de auteur zo bedreven dat de roman op momenten hilarisch wordt. Juist doordat de personages haar zelden ter discussie stellen, valt eens te meer op hoe absurd de werkelijkheid is geworden. Verwijmeren overdrijft niet zomaar, maar spiegelt op scherpe wijze het soort taal dat ook in onze wereld steeds normaler wordt gevonden.

    De setting versterkt dit effect. Newholland is de groteske afspiegeling van Nederland: een kunstmatig geconstrueerde natiestaat waarin bureaucratie, identiteitsdenken en nationale symboliek tot in het absurde zijn doorgevoerd. Alles lijkt gecalculeerd, ontworpen, gecontroleerd — een samenleving als maakbaar project. De naam ‘Newholland’ is daarbij een spottende verwijzing; naar de koloniale erfenis, en naar het technocratisch streven naar een vernieuwde, beheersbare nationale identiteit. Verwijmeren toont hoe deze façade hol en gevaarlijk wordt.

    Elk personage een eigen stijl

    ​​Wat De Alpenfederatie in stilistische zin bovendien bijzonder maakt, is de afwisseling in stijl: per hoofdstuk komt de stem en innerlijke wereld van een personage aan bod. Otto’s hoofdstukken ademen een melancholische, poëtische sfeer. Iwans passages zijn rauw en energiek, doorspekt met Engels en activistisch jargon. Sophia’s hoofdstukken zijn introspectiever en filosofischer, met droomachtige beschrijvingen die haar existentiële twijfels voelbaar maken.

    Wanneer de rijke elite aan de beurt is, verandert de toon: afstandelijk, zelfverzekerd, met een abstracte, verheven stijl die de wereld van privileges weerspiegelt. Deze stilistische schakelingen versterken de thematische gelaagdheid van de roman. Ze maken de kloof tussen de verschillende klassen niet alleen zichtbaar in de plot, maar ook voelbaar in de taal zelf. Daardoor slaagt Verwijmeren erin om de psychologische en morele complexiteit van zijn personages verder te verdiepen, en de sociale ongelijkheid in de roman tastbaar te maken.

    De Alpenfederatie is geen roman die geruststelt. Hij biedt geen oplossingen, geen houvast, en zeker geen sluitende moraal. Verwijmeren stelt vragen, niet om ze netjes te beantwoorden, maar om ons eraan te herinneren dat wij ze vaak niet eens meer durven te stellen. Deze roman spoort niet aan tot actie omdat dat ‘moet’, maar houdt ons een spiegel voor. De ware kracht ligt in de confrontatie: durven we te kijken naar wat we zien, en kunnen we nog leven met de keuzes die we maken? In een wereld die zijn eigen ondergang met logica en beleid rechtvaardigt, is dat misschien wel de meest urgente boodschap van allemaal.

     

     

  • Geluiden in je hoofd

    Geluiden in je hoofd

    De vorm van geluid, het debuut van Gregor Verwijmeren, is het beklemmende verslag van de radeloosheid die de ik-persoon overviel toen hij – beroepshalve altijd bezig met geluid – ineens bestónd uit een geluid dat hij continu hoorde. Dit ziektebeeld heet tinnitus. Eén miljoen Nederlanders heeft er last van, 100.000 daarvan véél last en daaruit 25.000 die zóveel lawaai in hun hoofd hebben dat ze er eigenlijk niet mee kunnen leven. We zijn gewend dat geluid van buiten komt. Maar het T-geluid komt van binnen, het wordt door de hersens aangemaakt. Er is geen remedie.

    Geluid als werk

    Gregor Verwijmeren is van beroep catalogiseerder van muziek en dat geldt ook voor de ik-persoon in deze deels autobiografische roman. Zijn leven is vol geluid en het wordt totaal ontregeld als hij plotseling – na een zware oorontsteking – drie tonen in zijn hoofd hoort die niet meer weggaan. De continue dreun van dit driestemmige akkoord brengt hem tot wanhoop en razernij en leidt tot een lange en vergeefse zoektocht naar genezing. Dat Verwijmeren een rasschrijver is, blijkt al snel. Hij vertelt zijn verhaal in zinnen van royale lengte, die – onderweg rijk gevuld met beelden – voort rennen alsof de duivel ze op de hielen zit. Een voorbeeld:

    ‘Terwijl de wereld van geluid zich voor mij sluit, gaat zij voor de kinderen open. Grote broer, op een idee gebracht door het snerpende gefluit van de kop van zijn blokfluit, vult een petfles met water en fluit, drinkt en giet afwisselend, en werkt, opgewonden over de microtonale verschillen, de octaven af tot aan de grondtoon die het karakter heeft van een scheepshoorn. “Dat voelt zo lekker ribbelig in mijn oren,” zegt kleine zus als we over de nog niet door zoevend fietspad vervangen klinkerstrook naar de crèche fietsen. Met open mond luistert ze naar een musicerende ansichtkaart. Ze zingen en dansen de hele tijd, mijn dochters, hun liedjes zweven door de ether als radiogolven, ze hoeven zichzelf maar aan te zetten om ze op te pikken.’

    Verlies gezin

    Dat gezin is het eerste wat hij verliest aan de T, zoals tinnitus in het hele boek wordt genoemd. Het vader zijn is zwaar als het bovenop de allesoverheersende herrie in zijn hoofd komt. Hij ontploft tenslotte tijdens een gezinsprobleempje, slaat een stoel stuk en zijn vrouw zegt terwijl ze zich breed maakt voor een kluwen in elkaar gedoken kinderen: Ga weg! Hij gaat, dat is beter voor iedereen. Later denkt hij met heimwee terug aan de goede tijden:
    ‘In het weekend lagen we lang in bed, beurtelings koffie halend, jij met de Psychologie, ik met een boek, de deur naar het balkon open waar we ’s zomers aan het kleine Hematafeltje aten, uitkijkend op het speeltuintje met de hummeltjes beneden. Je kon er ook goed zelf hummeltjes maken, in dat grote bed, de gordijnen hoefden er niet voor dicht want er was alleen een merel als getuige in Rothko’s groen en merels vinden zoiets niet erg, de merel zingt erbij. En ze bleken best goed gelukt, die hummeltjes.’

    Groepstherapie

    Geleidelijk verliest hij alles in zijn leven. Ook zijn werk, het catalogiseren van muziek, wil niet goed meer lukken. Het enige wat overblijft is de T. en de zoektocht hoe die draaglijk te maken zodat het leven weer opgepakt kan worden. Die zoektocht en de vele theorieën en therapieën die verbetering of zelfs genezing beloven vullen een groot deel van het boek. Een groepstherapie lijkt nog het meest te helpen, daar wisselen de deelnemers hun ervaringen uit en steunen elkaar.
    De vorm van geluid is niet één en al ellende, want al zoekend naar oplossingen voor zijn probleem duikt de schrijver in zijn jeugd, waar alle familieleden op de één of andere manier gevoelig waren voor geluid. Het zijn ‘Toen was geluk nog gewoon’- jeugdherinneringen en veel, heel veel muziek, van Bach tot Coltrane.

    Muziek van buitenaf

    Ten slotte komt de schrijver tot een lofzang op het van buitenaf (en niet uit de hersens) komende geluid, of dat nu muziek of ander geluid is. Hij beseft dat er eigenlijk geen verschil is: elk geluid is muziek. Hij beschrijft de uitvoering van een concert van John Cage’s 4’33” dat uit drie stille delen bestaat I. Tacet. II. Tacet. III. Tacet: zwijgen in vierkwartsmaat. Cage’s filosofie: alle geluiden zijn het waard gehoord te worden.
    ‘De pianist opende en sloot de klep ter aanduiding van de delen, hield zijn ogen op de stopwatch gericht. Na het eerste gegniffel kwamen de geluiden: ritselende kleding, een krakende stoel, een stadsbus van ver, het gezoem van een gebouw dat tot leven leek te komen. Statements: luister, we zijn het waard gehoord te worden, luister en je zult ontwaken tot de wereld. In het slotdeel gebeurde het: het gewone werd subliem, het sublieme gewoon. Het was of de noten die Brahms en Schumann hier speelden ontwaakten, zich verzamelden en die krakende stoel omarmden, zeiden: we begrijpen elkaar.’

    Geleidelijk dient zich een oplossing aan: zou het mogelijk zijn te spelen met het geluid van de T? Het tot muziek maken? Opgewonden van dit idee loopt hij alle verdiepingen af van zijn werkplek in het Conservatorium in den Haag. Overal zijn mensen bezig met geluid, met het veranderen van geluid. Dat moeten zijn hersens ook kunnen met het geluid dat ze in hem produceren. Maar als hij het gebouw verlaat verdwijnt de overtuiging dat zoiets ooit zou kunnen lukken. De zelfmoord enkele dagen later van een therapie-groepsgenoot, maakt het er niet beter op.

    Verrukking

    Maar dan toch het wonder: het lukt de T te beheersen. Het mooie maar barokke proza van Verwijmeren krijgt hier een toon van verrukking waar schrijver Maarten ’t Hart – die een youtube-filmpje aan het boek wijdde en het positief besprak– toch niet van gediend was. “Daar gaat-ie z’n lezers toespreken van ‘ach, het valt allemaal wel mee, het is allemaal zo erg niet’”
    Dat klopt, maar zoals Verwijmeren het beschrijft lijkt het toch eerder een echt meegemaakte doorbraak dan een poging collega-tinnitus-lijders een hart onder de riem te steken. Een emotioneel telefoontje van zijn vrouw (‘Ik wil gewoon weer met zijn vijven op de bank naar het Jeugdjournaal kijken’) was de duw die hij nodig had om te leren het geluid te accepteren, het te incorporeren, ermee te leven. En in het laatste hoofdstuk bezweert hij zichzelf dat dat gaat lukken.

    Leren leven met tinnitus.
    ‘Voel in deze wetenschap hoe de tijd naar je toe buigt, verleden en heden met elkaar verbindt als naald en draad de stof. Tijd, evenmin absoluut als een geluid, is een mysterie. Je lijdt en hij dikt in tot een stip, de stip spat uiteen en wordt oneindig als het universum. Leer de tijd aan te wenden; dit is wat je al die tijd hebt gedaan zonder het te weten. De tijd zal je vriend worden.’

    Als lezer kan je alleen maar hopen dat het zo inderdaad werkt en dat Verwijmeren, net als zijn ik-persoon, heeft leren leven met de T. Het heeft tijd nodig, dat is duidelijk: een eerdere versie van het begin van deze roman verscheen al in 2013 in de Gids, getiteld IPEEP. Het is natuurlijk vloeken in de kerk, maar als tinnitus kan leiden tot een prachtig boek als dit, dan heeft deze ellendige kwaal toch ook nog iets goeds voortgebracht. Waarvan akte!

     

    Op 28 oktober 2018 was Gregor Verwijmeren bij VPRO Boeken om over zijn boek te praten.