• Een taalfeest

    Een taalfeest

    Recensie door Frans Stüger

    Zoals het een goede openingszin betaamt, is deze kenmerkend voor de rest van de tekst. Zo ook in de roman van Sasja Sokolov, School voor zotten, waarin hij zijn personage laat zeggen: ‘Oké, maar hoe moet ik beginnen, met welke woorden?’
    Vanaf dat moment richt het personage zich rechtstreeks tot de lezer, alsof de lezer tegenover hem zit, en verhaalt van zijn jeugd op de School voor zotten.

    Na deze opening volgen vijf hoofdstukken, waarbij ieder personage, voormalige zot van deze school, verhaalt van zijn schooltijd, waarbij hij of zij in parlando zich ook rechtstreeks tot de lezer richt. Inmiddels ouder geworden bewonen zij hun datsja’s op het Datsjakamp dicht bij het station. Daar verhalen zij over hun ervaringen op de School voor zotten. De auteur heeft ieder personage zijn kenmerkend taaleigen gegeven, met alle eigenaardigheden van dien: vergissingen, opvallende zelfcorrecties, bizarre beeldspraak, soms geëxalteerd, vaak ook met onderhuidse weemoed. Omdat ieder hoofdstuk door een andere ‘zot’ wordt verteld, met zijn eigen idioom, ontstaat er een kakofonie van stemmen; soms kraakhelder van betekenis, vaak ook onbegrijpelijk door het zo persoonlijke taalgebruik.

    Zelfcorrectie

    Het begint al in de openingstekst, als de spreker per ongeluk het woord stationsvijver gebruikt, om zichzelf onmiddellijk uitgebreid te corrigeren: stationsrestauratie of stationskiosk, dat zou kunnen maar, stationsvijver niet. Wel kan een vijver bij het station zijn. Waarna de spreker zichzelf toestaat: nou bij het station dan.
    In de verhalen wemelt het van dit soort zelfcorrecties, terwijl ondertussen de meest bizarre verhalen worden verteld. Omdat elk hoofdstuk door een wisselend personage wordt verteld, verschilt per verhaal de stem van de verteller. Het doet denken aan de woordexplosies in Ulysses van James Joyce.

    Hoewel de verhalen van de personages doorgaans licht van toon zijn, verwijzen personages in hun teksten vaak impliciet naar de hardnekkige beerput die Rusland heet. Soms genoemd in contrast met heftige liefdes die zonder pathos opbloeien en daardoor diep ontroerend zijn. Op de achtergrond minacht een Kafkaëske overheid haar onderdanen. Om de situatie te verzachten verhaalt de verteller liever eufemistisch van Datsjakampen in plaats van barakken. Uiteindelijk leveren al die personages een stemmenboeket dat de perfecte beschrijving geeft van Rusland met al zijn eigenaardigheden, weemoed en agressie.

    Verrassend taalgebruik

    Dat Sasja Sokolov een groot talent is, leidt geen enkele twijfel, met zijn rijk register; zijn stijlbloemen als: ‘…de dalen van het niet zijn; als gefluisterde levens… Of een vergelijking als: de weerschijn van vallende sterren, in de scherf van een spiegel, die plotsklaps in het donker uit zijn lijst viel, om het gevaar te vernietigen van zijn nakende dood…’
    Een taalfeest van verrassende schoonheid.

    Het boek sluit af met een essay van Maxim Osipov dat de aangrijpende schoonheid van het boek benadrukt en daarmee de auteur Sasja Sokolov de plaats toekent in de wereldliteratuur die hem toekomt.

     

     

  • Oogst week 22 -2022

    Moeder wist niet beter

    Journalist en schrijver Paul Teunissen is geïnteresseerd in mensen. Dat blijkt uit zijn onderwerpkeuze voor zijn artikelen die hij schreef voor o.a. Het Parool en Vrij Nederland. Het zijn allemaal betrokken artikelen die ingaan op het verdriet, de worsteling en het leven van individuen. Verhalen over o.a. een thuisloos meisje, over ouders van omgekomen kinderen, zijn ouder wordende vader (ook verfilmd) en over het jongenmeisje Juul.

    Ook zijn eerder verschenen boeken gaan over echte mensen. In In de beste kringen kruipt hij in de huid van mensen die hun dierbaren zien lijden aan ziektes als dementie, depressie, schizofrenie en borderline. En in Extreme overlast schetst hij ‘Portretten van op drift geraakte levens’.

    Zijn derde boek, de onlangs verschenen roman Moeder wist niet beter wijkt echter af omdat het autobiografisch is. Het is een boek over rouw en berouw, over jezelf verliezen en uiteindelijk hervinden, over hoe de liefde ook na de dood blijft voortbestaan.

    Moeder wist niet beter is het verslag van een zoon die niet met de teloorgang van zijn eens liefdevolle moeder kan omgaan. Hij besluit haar een laatste brief te schrijven en verbreekt vervolgens het contact. Kort daarna overlijdt zijn moeder en verliest de rouwende zoon de grip op zijn bestaan. Twintig jaar later schrijft hij haar opnieuw, in een ultieme poging te doorgronden waarom hun ooit intens verbonden levens zo wreed uiteenvielen.

     

    Moeder wist niet beter
    Auteur: Paul Teunissen
    Uitgeverij: Uitgeverij Podium

    School voor zotten

    In hetzelfde jaar dat de Russische schrijver Sasja Sokolov, in 1975, de Sovjet Unie voorgoed mocht verlaten werd zijn manuscript van School voor zotten de Sovjet-Unie uit gesmokkeld en in het westen gepubliceerd.
    Sokolov werd in 1943 in Canada geboren, als zoon van een hooggeplaatste diplomaat maar groeide sinds 1946 op in de Sovjet-Unie.

    School voor zotten gaat over een jonge bewoner van een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De jongen probeert in het reine te komen met de dood van zijn dierbare mentor en met zijn onbeantwoorde liefde voor zijn lerares. Zijn herinneringen aan jeugdzomers vallen samen met het heden, de doden zijn nog in leven en de geliefde is alom aanwezig.

    School voor zotten laat zich eveneens lezen als een metafoor voor het leven in de toenmalige Sovjet-Unie. Maar ook voor het leven in het huidige Poetin-Rusland waar nog steeds outsiders en dissidenten in psychiatrische inrichtingen of kampen worden opgesloten.

    Het boek werd vertaald door Gerard Cruys. Maxim Osipov, auteur van De wereld is niet stuk te krijgen schreef een nawoord.

     

    School voor zotten
    Auteur: Sasja Sokolov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Het gele behang

    Vorige week werd Moederland in deze rubriek genoemd, een van de ‘vergeten literaire werken’ die uitgeverij Karakters terug onder de aandacht van het lezend publiek wil brengen.
    De schrijfster daarvan, de sociologe Charlotte Perkins Gilman (1860-1935) wordt wereldwijd beschouwd als een (weliswaar niet onomstreden) belangrijke feministische schrijfster. Haar opvattingen en ideeën verwerkte ze in haar romans en verhalen, en Moederland en Het gele behang zijn daarvan de meest bekende.

    Bij uitgeverij Orlando is onlangs Het gele behang verschenen. Het titelverhaal is gebaseerd op de eigen worsteling van de auteur met een postnatale depressie. In het verhaal raakt een jonge moeder in de ban van het gele behangpatroon op haar kamer, waarin ze een verplichte rustkuur ondergaat, en verliest langzaam haar verstand. De publicatie van ‘Het gele behang’ in 1892 veroorzaakte indertijd grote opschudding in de literaire en medische wereld.
    De andere verhalen in de bundel gaan over de traditionele plaats van de vrouw in de maatschappij. Voor Perkins Gilman stond vast dat niet alleen vrouwen maar ook mannen en kinderen zouden profiteren van het doorbreken van de vaste rolpatronen. Leidraad in al haar verhalen is de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw.

    De verhalen voor deze bundel zijn geselecteerd, vertaald en van een nawoord voorzien door Tjadine Stheeman.

    Het gele behang
    Auteur: Charlotte Perkins Gilman
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando
  • Er was eens …

    Er was eens …

    In den beginne was er alleen de verwarring: ‘Waar gaat dit boek over?’ Vervolgens was er, naast de verwarring, ook verbijstering over de complexiteit en schoonheid van vorm en inhoud waarin Sjisjkin de lezer onderdompelt. Tenslotte was er de stilte van de absolute overgave aan een meesterwerk.
    Venushaar is een complex boek dat zich niet gemakkelijk laat doorgronden. De verschillende verhaallijnen lopen zonder enige overgang, slechts gescheiden door een witregel, in elkaar over. Er is geen hoofdstukindeling. Aangezien de verhalen in tijd en ruimte zeer uiteenlopend zijn, vergt het van de lezer de nodige concentratie en geestelijke flexibiliteit om grip te krijgen en te houden op de inhoud van het boek.

    Kafka
    De hoofdpersoon is een Russische tolk bij de Zwitserse immigratiedienst. Hij vertaalt de vragen aan Russische asielzoekers. De meesten maken nauwelijks kans op een positieve beoordeling, dat weten ze en daarom is het zaak op de proppen te komen met een zo schrijnend mogelijk, maar toch geloofwaardig verhaal, dat natuurlijk niet geverifieerd kan worden. Hierop bereiden zij zich samen met andere asielzoekers zeer goed voor. De meest gruwelijke verhalen over de oorlog in Afghanistan of Tsjetsjenië passeren de revue in een Kafkaiaanse setting. Zo krijgt een volkomen getraumatiseerde jongeman de volgende vragen voorgeschoteld:

    ‘Vraag: Hoe oud bent U?
    Antwoord: Zestien.
    Vraag: Heeft u een paspoort of ander legitimatiebewijs?
    Antwoord: Nee.
    Vraag: U moet een geboortebewijs hebben. Waar is dat?
    Antwoord: Verbrand. Alles is verbrand. Ze hebben ons huis afgebrand.
    Vraag: Hoe heet uw vader?
    Antwoord: Die is al heel lang dood. Ik herinner me hem helemaal niet.
    Vraag: Waaraan is uw vader gestorven?
    Antwoord: Weet ik niet. Hij was vaak ziek. Hij dronk.
    Vraag: Noemt u de voornaam, achternaam en meisjesnaam van uw moeder.
    Antwoord: Haar meisjesnaam ken ik niet. Ze hebben haar vermoord.
    Vraag: Door wie, wanneer en onder welke omstandigheden is uw moeder vermoord?
    Antwoord: door de Tsjetsjenen.
    Vraag: Wanneer?
    Antwoord: Deze zomer, in augustus.
    Vraag: Op welke datum?
    Antwoord: …. Dat weet ik niet meer.’

    Het maakt helemaal niet uit of iemand al die verschrikkingen zelf werkelijk heeft meegemaakt. Hij zou het meegemaakt kunnen hebben. Om ze een beetje te helpen, doet de tolk allerlei suggesties. De een nog krankzinniger dan de ander. Daarmee overrompelt de tolk de asielzoeker, die uiteindelijk zelf niet meer weet wat hij wel of niet heeft meegemaakt. Dat maakt ook helemaal niet uit. Beiden weten uiteindelijk dat al die verhalen in hun meest ongehoord wrede brutaliteit waar gebeurd zijn en nog steeds gebeuren. Fantasie bestaat niet. En dan nog: voor de beoordeling maken die verhalen ook al niets uit. Die zijn immers, door de tijden heen, al honderd keer verteld.

    ‘Vraag: U bent uw eigen vertelsel.
    Antwoord: Wat is mijn vertelsel dan?
    Vraag: Van alles en nog wat. Wat het altijd goed doet, is een of ander simpel, banaal-sentimenteel verhaal. Zoiets als: er was eens een prinses, en toen veranderde ze in Assepoester.
    Antwoord: Veranderde ik in Assepoester?
    Vraag: Het is maar een beeld. Een metafoor!
    Antwoord: Dat had u dan meteen wel kunnen zeggen. Assepoester, daar bedank ik feestelijk voor.
    Vraag: Nou goed, als Assepoester u niet aanstaat, verzint u dan maar wat anders………’

    In den beginne was het Woord
    Het klinkt cynisch, maar uiteindelijk is niemand geïnteresseerd in die verhalen, omdat niemand geïnteresseerd is in die mensen, met uitzondering van de tolk: ‘Ik noteer alleen maar. Vraag-antwoord. Zodat er iets van u overblijft. Het enige wat er van u overblijft, is wat ik nu noteer.’ Het gaat om de verhalen.
    Dit rechtvaardigt ook zijn uitweidingen in zijn brieven aan zijn zoon over De tocht tegen de Perzen van zo’n 2500 jaar geleden, vastgelegd in de verhalen van de Griekse schrijver Xenophon. Zonder die verhalen was de tocht van de Grieken tegen de Perzen er nooit geweest. Hij spreekt zijn zoon voortdurend aan met: ‘Waarde komende voormalige Nabuccodinosaurus’, een verzonnen naam verwijzend naar verschillende perioden uit het verleden. Ook de zoon bestaat natuurlijk alleen maar door de verhalen van de tolk. ‘Ik vraag me af wanneer U dit epistel van me zult ontvangen. Dit soort brieven gaat langzaam, temeer als ze niet verzonden worden. Niet-verzonden brieven komen gegarandeerd aan. Niet-verzonden brieven hebben de eigenschap de tijd te doorbreken. Zonder postzegels en stempels – hup! – daar hebt U ze al in handen.’
    Ook het onderscheid tussen ondervrager en ondervraagde vervaagt steeds meer. De ondervrager gaat meer vertellen en de ondervraagden stellen vragen. Dit culmineert in het aangrijpende relaas van een gevangene, die door zijn advocaat en de tolk in zijn cel wordt opgezocht en de vraag opwerpt met welk recht zij de vragen stellen en hij moet antwoorden. Zijn zij soms beter dan hij?

    Leven, liefde en schoonheid
    Tijd en ruimte zijn voor Sjisjkin geen strak afgebakende begrippen. Hij is de verhalenverteller voor wie het niet uitmaakt of het verhaal zich nu afspeelt in de tijd van de Oude Grieken of ten tijde van de Russische Revolutie, de oorlog in Afghanistan of Tsjetsjenië. Het gaat hem om de grote vragen van het leven: de vraag naar de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens, naar de zin van het bestaan, naar de betekenis van begrippen als geluk en vrijheid, naar intermenselijke relaties, naar de liefde. In die zin voelt Sjisjkin zich ook staan in de traditie van grote Russische schrijvers als Tolstoj en Dostojevski. De titel, Venushaar, bron van het leven, verwijst naar een kruid, een varensoort dat groeit tussen de ruïnes van het oude Rome en daar al groeide vóór er sprake was van De Eeuwige Stad, terwijl het in Rusland een kamerplant is, die zonder menselijke warmte, zonder liefde, niet kan overleven. Dit vindt zijn weerspiegeling in de andere verhaallijnen in het boek. De verhalen van de tolk, die zich afspelen in Rome, vol hunkering naar zijn geliefde van eertijds, Isolde, hem ontnomen door Tristan. De brieven aan zijn fictieve zoon, de vrucht van die liefde, waarin hij vertelt over zijn jeugd en over de boeken die hij leest. Het levensverhaal van Isabella Joerjeva, de zangeres over wie hij, toen hij nog in de Sovjet-Unie woonde, een biografie had geschreven en die, tijdens haar overpeinzingen over de ellende van de Revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog opmerkt: ‘Ik denk er zo over: als er ergens op deze aarde gewonden met geweerkolven worden afgemaakt, dan is het nodig dat er op een andere plek mensen zijn die zingen en zich over het leven verheugen! Hoe meer dood er om je heen is, des te belangrijker is het om daar leven, liefde en schoonheid tegenover te stellen!

    De actualiteitswaarde van dit monumentale boek is groot. Het is een boek vol filosofische en psychologische bespiegelingen, die het noodzakelijk maken voortdurend terug te bladeren en te reflecteren op het gelezene. Het is een boek dat je ‘rijker’ maakt.

     

  • Grote Deense auteur eindelijk vertaald

    Grote Deense auteur eindelijk vertaald

    De lezer wordt al in de eerste zin gelijk aangesproken door een verteller, die de gedachten van zijn moeder weergeeft toen ze hem onmiddellijk na de geboorte in haar handen kreeg. Die verteller levert daar meteen weer zijn eigen commentaar op, geformuleerd zoals een jong kind dat zou doen. Dat alles in een kort stukje van ruim zes gedrukte regels, met veel komma’s en maar één punt, namelijk die aan het einde.

    Dat de vorm waarin deze tekst wordt gepresenteerd als eerste wordt beschreven, is voor de hand liggend. Die vorm is een belangrijk aspect bij het beleven, en genieten, van dit boek. Hultbergs Preludes bestaat namelijk uit louter korte fragmenten van hooguit een bladzijde, waarbij de verteller steeds een ander kan zijn. De eerste verteller blijkt de latere meesterpianist en componist Chopin, maar ook zijn moeder, vader, zusters en enkele anderen laten zich in de fragmenten horen. Die vertellers geven hun gedachten weer, en niet noodzakelijk in goed lopende zinnen.

    Eerst lijkt de taal van het kind Chopin vooral wat gebabbel, door het gebruik van simpele woorden, herhalingen en beelden. Ook de inhoud is eenvoudig. De taal van de fragmenten echter volgt zijn ontwikkeling tot hij ongeveer twaalf jaar oud is en naar het gymnasium gaat. Daar houdt het verhaal op.

    Fryc of Frycek, en een enkele keer Frédéric maar dan is er iets ernstigs aan de hand, is dan al een tijdje een wonderkind. Als hij nog heel jong is, misschien is hij pas twee, vindt één van de vertellers, vader of moeder, dat er iets vreemds aan hem is. Hij kan niet stilstaan als er piano gespeeld wordt, hij moet meebewegen met het ritme en hij danst net zolang door als er muziek klinkt. Als hij maar niet gek wordt, verzucht de verteller. Het moet hem echt verboden worden. Het kan niet goed zijn voor zijn rug en zijn beentjes, misschien krijgt hij wel O-benen.

    Zijn opvoeding is het hoofdonderwerp van het boek. Chopin is in 1809 geboren in een gegoed burgerlijk Warschau’s milieu. Wie Nummer Veertien, home, de indrukwekkende video van Guido van der Werve over zijn bezetenheid voor onder anderen Chopin heeft gezien, die begin dit jaar in het Stedelijk Museum in Amsterdam werd getoond, heeft een glimp van zijn geboortehuis kunnen opvangen. Chopins vader was Frans en zijn moeder Pools. Vader wilde als volgeling van de Verlichting en Rousseau zijn zoon zowel rationeel als naar de natuur vrij opvoeden. Hij moest dus niets hebben van de bijgelovigheid van de moeder en het dorpse dienstmeisje. Gelijkertijd moesten het kind wel de strenge fatsoensregels van het burgerlijke milieu eigen gemaakt worden, waartoe vanzelfsprekend ook religie en kerkbezoek behoorden.

    Af en toe worden de vertelfragmenten afgewisseld met eigentijdse teksten over opvoeding. Soms zijn ze heel gruwelijk, maar vaak ook zeer zoetsappig. Alles samen leveren ze een beeld op van hoe in het burgerlijk vroegnegentiende-eeuws Europa gedacht werd over opvoeding. Niet echt op een wetenschappelijke manier, maar veeleer suggererend en beeldend.

    Interessant aan het boek is ook hoe Hultberg de ontdekking, bij het kind zelf en bij zijn omgeving, schetst van Chopins muzikale talenten. Voor het kind is het iets vanzelfsprekends, iets waar hij veel plezier en bevrediging in vindt. Voor zijn ouders is de muziek eigenlijk maar een bijzaak, maar wel eentje waardoor ze maatschappelijk aanzien verwerven. Het schattige wonderkind Chopin wordt door de adel van Warschau op handen gedragen. En door zijn goede opvoeding kan hij zich in de hoogste milieus gelukkig gemakkelijk bewegen. Toch is al die muziek voor de toekomst van het kind niet het belangrijkste. Wanneer Chopin naar het gymnasium gaat, moet zijn aandacht daarvoor echt wijken voor serieuzere zaken vinden zijn ouders.

    Het verklappen van de inhoud maakt voor het plezier van het lezen van het boek eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat om het beleven van de tekst, die heel beeldend en meeslepend is. En om al lezend de gevoelens van het kind te ontdekken. In hoeverre de schrijver voor het verhaal zijn fantasie heeft gebruikt of zich heeft gebaseerd op gedegen onderzoek, is dan eigenlijk geen relevante vraag.

    Peer Hultberg (1935-2007), die vooral na 1985 zeer productief was, wordt in Denemarken als een belangrijk prozavernieuwer beschouwd doordat hij een eigen invulling weet te geven aan de moderne stijlvorm ‘stream of consciousness’. Op basis van deze goed lezende vertaling lijkt die reputatie zeer wel verdiend.

     

    Preludes

    Auteur: Peer Hultberg,
    Vertaald door: Gerard Cruys
    Met een nawoord van Henk van der Liet
    Verschenen bij: Uitgeverij Watervis, 2012
    Aantal pagina’s: 268
    Prijs: € 19,95

     

  • Ontroerend mooi proza

    Ontroerend mooi proza

    ‘Het wil maar niet lukken om aan het leven te wennen, hoewel het hoog tijd wordt’, zegt hoofdpersoon Aleksandra (Sasja) in Onvoltooide liefdesbrieven, de roman van de Russische schrijver Michaïl Sjisjkin. Deze zin vat de essentie van deze roman treffend samen. Want het is niet alleen Alesksandra die niet aan het leven kan wennen. Niemand in deze roman kan dat. Hoe kun je wennen aan het leven, wetend dat het eindig is? De dood is alom aanwezig in deze Grote Russische Roman. Tegelijkertijd spat de wil om te leven ervan af.

    Onvoltooide liefdesbrieven is vanaf het begin tot het einde een briefwisseling tussen de geliefden Aleksandra (Sasja) en Vladimir (Volodja). Ze beginnen met schrijven wanneer Vladimir als militair wordt opgeroepen. Hij moet als lid van een internationale interventiemacht naar China om daar de Bokseropstand te onderdrukken.

    De briefwisseling krijgt een raadselachtig tintje wanneer het leven van Sasja voortgaat en dat van Volodja stil lijkt te staan. Als Sasja schrijft dat ze al zolang niets meer van Volodja heeft gehoord, wordt al gauw duidelijk wat er aan de hand is. Volodja is gesneuveld.
    Maar zelfs over de dood heen houdt Volodja contact met zijn geliefde. Een magisch element dat niets afdoet aan de geloofwaardigheid van het verhaal. Op een bepaalde manier is het ook niet belangrijk of Volodja wel of niet in leven is. Hij blijft bestaan omdat Sasja hem zich blijft herinneren.
    Zijn dood wil overigens niet zeggen dat hij ophoudt met zich te ontwikkelen. In zijn brieven zien we hoe de gruwelijkheden van de oorlog steeds meer vat op hem krijgen.

    De dood van Volodja wordt nergens breed uitgesponnen, maar het gat dat hij achterlaat bij Sasja is pijnlijk voelbaar. Ze studeert af, wordt vrouwenarts en gaat werken in een abortuskliniek die in al zijn steriele kilheid symbool kan staan voor de samenleving als geheel in de Sovjet-Unie van die tijd. Hoewel Sasja ook zonder Volodja een bestaan opbouwt met ups en downs, nieuwe man, werk en vriendinnen lijkt het leven zo’n beetje aan haar voorbij te gaan. Alsof niet alleen Volodja is gestorven, maar de ziel van Sasja met hem.

    Onvoltooide liefdesbrieven biedt naast ontroerend mooi proza ook een gedetailleerde blik op de bijna vergeten oorlog in China aan het begin van de vorige eeuw. Toch is het in de eerste plaats een verhaal over de liefde tussen twee mensen die wreed wordt verstoord door de alom aanwezige dood. Verstoord, maar niet overwonnen.
    Michaïl Sjisjkin geldt als een van de belangrijkste Russische schrijvers van dit moment. Zijn werk is bekroond met zowel Russische als internationale prijzen waaronder The Big Book Award in 2012. Als krachtige criticaster van het hedendaagse Rusland, leeft hij in zelfgekozen ballingschap in Zwisterland.

     

    Onvoltooide liefdesbrieven

    Auteur: Michaïl Sjisjkin
    Vertaald door: Gerard Cruys
    Verschenen bij: Uitgeverij Querido
    Aantal pagina’s: 312
    Prijs: € 19,95