• No guts, no glory

    No guts, no glory

    Met Gekkenwerk schrijft Minca Nijhuis een persoonlijke getuigenis van haar werk als oorlogscorrespondent. Om niet te vervallen in een droog, gefragmenteerd verslag van haar belevenissen van de afgelopen 25 jaar heeft zij ervoor gekozen deze te gieten in de vorm van een roman. De hoofdpersoon is Lotte. Zij wordt geflankeerd door haar vriendin Anne, net als Lotte stewardess. Beide zijn jong, vooruitstrevend en avontuurlijk ingesteld. Anne hoopt een roman te schrijven, Lotte droomt ervan een journalistieke carrière op te bouwen. Zij is geïnspireerd door een boek van de befaamde journalist Oriana Fallaci, gekregen van haar neef Alexander. Met Alexander onderhoudt Lotte een intensieve briefwisseling, waarin zij verslag doet van haar avonturen. Deze correspondentie geeft structuur aan het boek.

    Onverschrokken 

    Met een niet aflatend enthousiasme en groot doorzettingsvermogen zoekt Lotte zich een weg naar haar gestelde doel. Haar stamkroeg in Bangkok, The Monkey Man, is een ontmoetingsplaats van een internationaal gezelschap van stewardessen, medewerkers van NGO’s, journalisten en backpackers. Daar hoort zij van een Britse arts, werkzaam in een Birmees vluchtelingenkamp in Thailand, over Manerplaw, hoofdkwartier van de Karenrebellen, die in oorlog zijn met de Birmese junta. Zij krijgt een telefoonnummer van een contact ter plaatse en Lotte besluit daar heen te gaan. Onder het motto ‘No guts, no glory’ steekt zij illegaal de grens over en belandt midden in oorlogsgebied in de binnenlanden van Birma, waar zij al snel onder vuur komt te liggen en, later, als een van de eersten zicht krijgt op beelden van slavenarbeid in steengroeven, een Birmese goelag. Met veel moeite slaagt zij erin haar reportage over het conflict gepubliceerd te krijgen in een gerenommeerde krant. Als zij wordt uitgenodigd om lid te worden van een nieuw opgerichte club van Nederlandse oorlogscorrespondenten komt de verwezenlijking van haar droom als journalist steeds dichterbij.

    Een avonturenroman?

    Gekkenwerk is in zeker opzicht een echte avonturenroman in de ouderwetse zin van het woord, alleen, als daarin meestal de hoofdrol is weggelegd voor mannen, wordt deze nu vervuld door Lotte, een stoere meid voor niets en niemand bang. Hoewel oorlogsverslaggeving nog steeds vooral het domein is van mannen, zien we dat ook vrouwen steeds meer hun plaats opeisen. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de oorlogsverslaggeving van de Noorse journalist Åsne Seierstad van de bombardementen op Bagdad en de hel van Grozny. Lotte gaat in dubbel opzicht op avontuur, in de oorlog en in de mannenwereld. Toch is Gekkenwerk meer dan dat. Als het avontuurlijke karakter van deze roman vooral appelleert aan gevoelens van romantiek, dan is Nijhuis’ schets van die wereld allesbehalve romantisch.

    Contrasten 

    De verhalen over de inname van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh door de Rode Khmer, waarbij hele families wanhopig op zoek zijn naar bescherming binnen de hekken van de Franse ambassade, roepen beelden op van soortgelijke taferelen bij de Amerikaanse ambassade in Saigon aan het einde van de oorlog in Vietnam. De horror van de Killing Fields, verzucht een Franse arts, hebben van dit land één grote open psychiatrische inrichting gemaakt. Het is de schets van een gekkenhuis, waarin mensen bij het minste of geringste volkomen op tilt kunnen slaan, bijvoorbeeld bij het zien van een schone wc in een bar: ‘De Rode Khmer is hier! Dat is de enige in heel Cambodja met genoeg discipline om sanitair zo schoon te houden.

    Tijdens het eten van een gebakje op een familiereünie kwalificeert Lottes neef Wim haar werk dan ook als gekkenwerk. Nijhuis is voortdurend op zoek naar contrasten. Soms werken zij op de lachspieren zoals de scène met neef Wim. Soms maken zij je kwaad en opstandig zoals het verhaal over de Amerikaanse bereidheid gemiddeld $300,- te betalen voor een bodybag van een gesneuvelde soldaat, gevonden in de jungle of een rijstveld. Voor een dode Vietnamees wordt niets betaald. De kloof tussen arm en rijk strekt zich uit tot in de hemel. En soms bezorgen zij je een brok in de keel zoals de vrouwen op Oost-Timor, die ’s -morgens, nadat zij gevlucht zijn voor de terreur van Indonesische milities, bij dag en dauw beginnen met het lappen van de ramen van hun nieuwe bouwvallige onderkomen.

    Een rijk boek

    Gekkenwerk is een rijk en prachtig boek. Er zit vaart in en is vlot geschreven. De dagboekcompositie pakt goed uit en zorgt voor levendigheid. De verschillende avonturen komen daarin bij elkaar. Het is ook een geëngageerd boek, waarin Nijhuis de perversiteit van de oorlog in al zijn facetten etaleert zonder de lezer te zeer een neerdrukkend gevoel te geven. Die voelt vooral empathie met inheemse strijders en journalisten uit andere landen, maar ook met de Amerikaanse militair in Irak, die zich afvraagt waar hij eigenlijk is en zich zorgen maakt over zijn vrouw en zoontje thuis in de Midwest. Hij voelt verontwaardiging bij Nijhuis’ beschrijving van de gevolgen van -meestal militaire- macht op gewone mensen. Het is een strijdbaar boek dat bovenal aangeeft hoe belangrijk het werk is van goede journalisten in een wereld waarin machthebbers steeds geraffineerder gebruik maken van het opzettelijk verspreiden van nepnieuws.

     

  • Oogst week 17 -2020

    Gekkenwerk

    Er verschijnt zoveel moois dat we er soms niet onderuit kunnen een titel meer op te nemen in de oogst van de week dan de gebruikelijke drie. Te beginnen met een roman over de geheimen van een oorlogsjournalist door Minka Nijhuis, een boek met 575 haiku’s van Kees van Kooten (Haikoots wel te verstaan), een nieuwe gedichtenbundel van Daniël Vis en een lijvig boek over de koloniale geschiedenis buiten de Verenigde Staten van Daniel Immerwahr.

    Minka Nijhuis (1958) verbleef als oorlogscorrespondent onder andere in Syrië, Irak, Oost-Timor en Afghanistan vanwaar zij verslag deed voor verschillende media. Voor haar journalistieke werk ontving ze in 2017 de Nieuwspoort Prijs van het Vrije Woord. Ze schreef meerdere non-fictie boeken over haar ervaringen, in 2009 werd ze met haar boek Birma: land van geheimen genomineerd voor de Bob den Uyl Prijs. Gekkenwerk is haar eerste roman, een roman in briefvorm waarin Lotte, beginnendd als stewardess maar met de ambitie om oorlogscorrespondent te worden, schrijft ze haar neef Alexander. Brieven die een uiteenzetting zijn van haar gedachten, haar plannen en ondernemingen. Deze neef schrijft evenwel nooit terug, er komen geen brieven van hem in de roman voor, maar de gerichtheid waarmee Lotte aan hem schrijft, maken hem tot een belangrijk personage in deze roman.

     

     

    Gekkenwerk
    Auteur: Minka Nijhuis
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    575 Haikoots

    Kees van Kooten is een liefhebber van de haiku. Als bewonderaar raakte hij er min of meer door besmet en kon het schrijven ervan niet meer laten. Een haiku is een versvorm van zeventien lettergrepen en bestaat uit drie versregels van respectievelijk vijf, zeven en vijf lettergrepen. Dat het er 575 zijn geworden is dan ook te herleiden naar de opbouw van de haiku.

    Voor de ooit vermaarde Bescheurkalender (1973-1986) van Van Kooten en De Bie, schreef hij zo nu en dan al de zogenaamde Haikoot. Hoewel de oorspronkelijke haiku overwegend gewijd is aan de natuur, gaat een Haikoot over van alles en nog wat. Deze werkwijze resulteert in originele waarnemingen van ons aller doen en laten. 575 Haikoots is een ruime en bonte verzameling Haikoots en voorzien van passende foto’s door Van Kooten zelf.
    Hier is er een:

    uitgevallen roos
    siert nog even de paden
    met een feesttapijt

    575 Haikoots
    Auteur: Kees van Kooten
    Uitgeverij: De Harmonie

    Amerika buiten de Verenigde Staten

    Daniel Immerwahr is een Amerikaanse historicus die onderzoek deed naar de koloniale gebieden buiten VS, zoals de Guano-eilanden en de Filipijnen. In Amerika buiten de Verenigde Staten vertelt Daniel Immerwahr over gebieden die geen vertegenwoordiging hadden in het Amerikaanse Congres, maar er wel door werden bestuurd. In het geval van Puerto Rico is dat tot op de dag van vandaag nog zo.

    Hoewel dit niet strookt met het beeld dat Amerika van zichzelf heeft als voormalige kolonie, is het tot ver in de twintigste eeuw de situatie dat de Stars and Stripes wapperen op eilanden en militaire bases over de hele wereld. Na de Tweede Wereldoorlog nam de VS afstand van het kolonialisme. De tegenwoordige wereldwijde invloed van Amerika doet echter in wezen niet onder voor imperiale macht, zelfs vandaag heeft het nog gebieden over de hele wereld. Een boek over Amerika dat je visie op dit land doet veranderen.

    Amerika buiten de Verenigde Staten
    Auteur: Daniel Immerwahr
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het weefsel

    De dichter Daniël Vis (1988) won in 2014 het NK Poetry Slam. In datzelfde jaar publiceerde hij Crowdsurfen op laag water, waarover Menno Wigman zei, ‘Eindelijk weer een jonge dichter met een grote mond. En hij maakt het nog waar ook.’
    In 2018 volgde zijn tweede bundel Insect Redux.

    Het werk in zijn nieuwe bundel Het weefsel wordt ‘onvoorspelbaar en rücksichtlos’ genoemd. Hierbij een kleine voorproeve:

    ‘de gestalte
    op dat schilderij van munch —

    de opengesperde mond —

    schreeuwt niet,
    maar legt de handen tegen het hoofd

    om de schreeuw niet te horen.

    de angst,

    een fundamentele
    gebeurtenis —

    dat ik er ben —

    en opnieuw
    ontstaan

    de draden die het gekopieerde dna
    in de zich delende cel verdelen —

    een techniek
    van het aanwezig blijven.

     

     

     

    Het weefsel
    Auteur: Daniël Vis
    Uitgeverij: Prometheus