• Oogst week 22 – 2025

    Hazenklop

    Hanneke van Eijken (1981) is hoogleraar Rechtsstaat en democratie aan de Universiteit Utrecht. Als dichter publiceerde ze in literaire tijdschriften, waaronder Tirade, Het Liegend Konijn en Deus ex Machina. Ze debuteerde met de bundel Papieren veulens (2013), waar ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs mee won. Ook ontving ze de Zeeuwse boekenprijs accolade voor het beste debuut en werd met dezelfde bundel genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. In haar vierde poëziebundel Hazenklop verkent ze in zorgvuldige en beeldende taal de begrippen tijd en ruimte en het deel uitmaken van een kudde.

    ‘Honger

     Iedereen krijgt een klomp klei
     een koude, grijze homp
     op mijn tafel ligt een toekomst
     die zich vermomt

     we modelleren zachte lijnen, warme handen
     een buik die plat is nodig, vruchtbaar
     wanneer gewenst

     aandacht is mooie klei waarvoor ik een hoog cijfer krijg

     hoe klamp ik me vast
     aan wie in mij staat te stampen?

    Hazenklop
    Auteur: Hanneke van Eijken
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Onvolledig alfabet

    Annelie David (1959) is danser, choreograaf, dichter en vertaler Duitse poëzie. Vanaf 2003 verscheen haar werk in verschillende literaire tijdschriften. Haar poëzie werd in 2004 bekroond met de Dunya Poezieprijs. Haar debuutbundel Machandel verscheen in 2013. Voor haar bundel Schokbos (2020) werd ze genomineerd voor de Grote Poezieprijs. De thema’s in Davids poëzie zijn ontheemding, migratie en natuur.

    In Onvolledig alfabet onderzoekt zij in de vorm van prozagedichten vragen over identiteit, familiegeheimen, verlies van plek en taal. Gesitueerd in de intieme wereld van een tuin, van oudsher beschouwt als paradijselijk, ervaart de lezer door de sporen van een verloren taal iets over de gevolgen van gedwongen vertrek, de onvolledigheid van herinneringen en het verlangen naar het onbekende.

    ‘V staat voor

     vluchten afgeleid van vlucht [ontvluchting]. Als kind had ik er geen
     beelden voor. Het woord weerkaatste nooit van de vredige muren, werd bui-
     ten de kamers, het huis, de tuin gehouden die schuilplaats waren, refugium,
     vergeetruimte, plek om te helen, het gemis te dempen onder een deken van
     zwijgen. Vluchten is een naamloze aanwezigheid die schuilgaat in het licht
     van de stille dingen…

     

    Onvolledig alfabet
    Auteur: Annelie David
    Uitgeverij: PoëzieCentrum

    Soms blijft iets

    Froukje van der Ploeg (1974) debuteerde in 2006 met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels. Ze ontving de Hollands Maandblad Poëziebeurs en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Regelmatig wordt haar werk in literaire tijdschriften en in bloemlezingen gepubliceerd, en treedt ze op festivals op. 

    In haar nieuwe bundel trekt Froukje van der Ploeg lering uit alles wat beklijft. Met humor en zonder schroom onderzoekt ze het ongemak, de verandering en het welbehagen van lichamen, noteert ze de levensverhalen van andere mensen en toont ze hoe een spin die met klompen over de slaapkamermuur loopt grote gevolgen kan hebben. In brieven aan Imke en op weg naar huis, door het park, maakt ze de balans op. Een godin zaait verwarring op aarde, een vrouw kijkt opgerold de tijd weg en huizen doen huizen na.

    Femicide

    Neem altijd de kortste route door het park
    kijk, je ogen wennen aan het donker, zie
    scherp de sterren boven de bomen, de egel
    in de bosjes, slapende mannen zonder dak  

    De maan fietst met je mee, want de dood
    wacht voor jou nooit in dit park
    87 procent van je gevaar woont in huis
    zit op je bank, je vriend of bijna-ex  

    Je vader, broertje, buurman. Zij willen
    bezit van je nemen, weten waar je was
    met wie je sprak, wat je zei, fiets verder
    door vergeten wijken van een stad  

    En leer nieuwe vrouwen kennen
    in je klas, in de kroeg, als je rent
    langs het water en neem soms een man mee
    door het bos, want met jou zijn ze veilig.

     

    Soms blijft iets
    Auteur: Froukje van der Ploeg
    Uitgeverij: Querido
  • Berustend wachten in een benauwend niemandsland

    Berustend wachten in een benauwend niemandsland

    De vierde bundel van Froukje van der Ploeg, Nachtvangst, roept onmiddellijk een van de beste albums van Bob Dylan in herinnering: Blood on the tracks, ook wel Dylans echtscheidingsalbum genoemd omdat het gaat over de pijn en het verdriet die de scheiding van zijn toenmalige vrouw Sarah teweeg bracht. Dylan ontkende later dat persoonlijke ervaringen ten grondslag lagen aan de teksten, maar de eenzaamheid, de boosheid en de bitterheid die uit de songs spreekt, doen anders vermoeden.

    Dat geldt ook voor de bundel van Van der Ploeg, waarin het lyrisch ik, die autobiografisch lijkt te zijn, eveneens een echtscheiding achter de rug heeft. Die schijnt niet zonder slag of stoot verlopen te zijn: in het gedicht 23 juli, 02:23 staat de veelzeggende versregel: ‘Ik denk / aan escalatie, straatverboden, ontzeggingen, kapot / glas, een spoor bloed.’ Ook uit andere gedichten krijg je de indruk dat er in het huwelijk geweld gebruikt werd: ‘dit gaat niet vanzelf voorbij’ in het gedicht Uitgesproken doet denken aan de tv-spotjes van SIRE over huiselijk geweld. Al eerder werd er geconstateerd dat ‘de akte van berusting met een andere pen wordt getekend dan de huwelijksakte’. De bundel is dan ook doortrokken van een bitterheid en een tristesse, waarin het lyrisch ik berustend wacht alsof ze vastzit in een niemandsland waarin ze niet meer voor- of achteruit kan gaan.

    Stofje in het heelal

    De titel van de eerste afdeling is GJ1214b. Dit is een zogenaamde exoplaneet, die om een andere ster draait dan de zon. De dichter beseft dat we slechts een klein onderdeel zijn van iets groters; onze dagelijkse wereld is een stofje in het heelal. De mens staat machteloos tegenover de gebeurtenissen en kan niet zelf zijn koers kiezen. Uit de gedichten spreekt het verlangen om zelf het leven te kunnen sturen door in het hier en nu te blijven, niet achterom te zien en niet vooruit te kijken, maar door afstand te nemen en te relativeren.

    OVERZICHT

    Kijk: hier zijn we nu Halverwege. Sommigen van ons verlaten
    mannen voor vrouwen, verkopen huizen voor ze af zijn
    sluiten anderen buiten en staan weer op een schoolplein.

    We zijn de mensen geworden die er verstand van hebben
    verleiden met weinig tekens, bestellen personen als pizza’s
    sommigen van ons zien dingen van dichtbij onscherp worden.

    Voor een van ons is de dichtstbijzijnde ander een astronaut
    op vierhonderd kilometer boven zich in rondjes om de aarde
    iemand probeert slaapkamerbeloftes te ontbinden in de
    rechtszaal.

    Loslaten, zeggen we tegen de buurvrouw, want de angst van wat kan
    is erger dan het moment zelf, onze stemmen zijn laag geworden.

    Vrolijk is anders

    Niet alle gedichten gaan over het lyrisch ik of over de dichter zelf. In de derde afdeling Hoofdzaken zijn gedichten opgenomen die zijn geschreven vanuit het perspectief van een ander: er worden portretten geschetst van een gescheiden vader die zijn dochter weer ziet, een dementerende vrouw die ‘wil onthouden wie [ze] was’, en zelfs een dode vrouw die haar vroegere minnaar toespreekt vanuit haar kist. Het is ironisch te bedenken dat deze gedichten over scheiding, afscheid, zelfmoord, ziekte en dood onder Hoofdzaken gerekend worden door de dichter, alsof er niets anders in het leven is dat de moeite waard is. Het zegt wel iets over de teneur van deze bundel, vrolijk is anders. 

    In de afdeling Insomnia staan vijf gedichten die alle in de vroeger ochtenduren van de zomermaanden juli en augustus geschreven zijn. In een van de gedichten, 26 juli, 03.15, geeft de dichter aan dat haar leven tot stilstand is gekomen, ‘het dagelijks leven dat almaar wacht / op beginnen / en niet weer die droom waarin niets vooruitkomt.’ Uitgesproken is de titel van de laatste afdeling waarin de aanleiding tot de scheiding centraal staat, met titels van gedichten als Geduld, Te lang en Overval. Uitgesproken slaat zowel op het bevestiging van de scheiding als een aspect van de voorbije relatie. Het is ook de afdeling waarin naar verandering van de situatie gestreefd wordt:

    Ik had iets nodig dat me overnam, groter
    dan de ruimte waar mijn ex zat, lichter
    van kleur, iets dat mijn grenzen opzocht, iets
    dat dingen vloeibaar maakte, oprekte, opnieuw
    uitvond, de realiteit veranderde

    (Uit AMOR FATI 3

    Mooi in deze strofe van het gedicht is het verrassende gebruik van de enjambementen, maar ook de aanduiding van het in beweging komen na een periode van stilstand. 

    Er is hoop

    In elke afdeling, behalve in Insomnia, is een gedicht opgenomen getiteld Lieve Imke, gedateerd in respectievelijk september, oktober en november, met als standplaats Amsterdam, maar de laatste afdeling bevat een brief aan Imke die in augustus is geschreven, in de Franse plaats Dole. Waar de eerste drie briefgedichten nog getuigden van verslagenheid, is de laatste brief in de zomer in Frankrijk opgewekter en gewaagt van een nieuw begin: ‘Mijn vader stelt me steeds mannen voor met een kalm karakter / en zonder gelaagde geheimen’. Al eerder werden terloops aanwezige mannen vergeleken met dat wat de kat binnenbrengt: de verklaring voor de Nachtvangst uit de titel van de bundel. Er is sprake van een acceptatie, de troost van de alledaagsheid en een berusting die niet meer voortkomt uit wanhoop. Er is hoop.

    Froukje van der Ploeg heeft in deze bundel haar emoties goed onder controle en houdt haar stemmingen met vaste hand in toom door haar parlando taalgebruik, dat vlak en toonloos is en waarin het temmen van het verdriet de overhand heeft. Soms komt dat te kalm, te berustend over en zou je willen dat ze een keer uitschiet, maar dat gebeurt niet. Het gedicht Doldrums  (Doldrums zijn zones rond de evenaar met relatief rustig weer en lage luchtdruk) illustreert dat:

    Mijn hersens zijn glad
    windstil water, ik drijf
    door de dagen, geen vlaagje

    in de ruimtes waar ik woon
    een vast vestjesklimaat alleen
    een trui als de aankleders samen zijn

    de vloer, de lakens, mijn haar
    de tegels in de badkamer, puree
    appelmoes, vla, glad, glijdt

    nergens een haakje, splinter
    drempel of kronkel waar iets
    aan kan blijven hangen.

    De emoties in deze gedichten zijn zodanig geserreerd dat een splinter of een haakje welkom zou zijn, in ieder geval iets waar je als lezer ‘aan kan blijven hangen.’