• Oogst week 2 – 2024

    Woo is me

    Als René Van den Bosch, hoofdpersoon in Woo is me van Frans Stüger (1946), zeventien jaar is loopt hij weg uit het pleeggezin waar hij woont. Al sinds hij op achtjarige leeftijd hoorde dat hij is geadopteerd en zijn werkelijke achternaam De Graaf luidt, is hij op zoek naar zichzelf. In Frankrijk en België beleeft hij een gevaarlijk avontuur. Hij komt in komische, absurde en tragische situaties terecht, moet moeite doen om zich staande te houden en wordt flink op de proef gesteld. Sommige gebeurtenissen zijn waar gebeurd, zoals het overlijden van Stügers pleegmoeder, zijn verblijven in verschillende pleeggezinnen en internaten en het vinden van zijn biologische moeder. Wat niet wil zeggen dat alles wat in het boek voorkomt zo is gebeurd.

    Fragmenten uit het boek zijn eerder verschenen als korte verhalen in de literaire tijdschriften Tirade, Hollands Maandblad en De Tweede Ronde. De titel Woo is me komt van een spottende, oud Engelse opmerking, die zoiets betekent als ‘Kijk mij nou toch, wat een pech heb ik’.

    Frans Stüger besloot al jong om schrijver te worden. Om geld te verdienen had hij allerlei baantjes, ergens tussendoor studeerde hij een jaar Nederlands. In 1975 verscheen zijn debuut De gedachte. De jaren erna volgden nog talloze romans en korte verhalen. In 1996 richtte hij met anderen De Schrijversvakschool op. Hij schreef enkele schrijfboeken en doceert korteverhalenschrijven aan groepen en particulieren.

    Woo is me
    Auteur: Frans Stüger
    Uitgeverij: Uitgeverij Gopher 2023

    Dag voor dag

    De Duitse Helga Schubert (1940) studeerde psychologie en werkte jarenlang full time als psycholoog. Op een gegeven moment werd dat parttime, want de behoefte om te schrijven was al sinds haar tienertijd aanwezig. Ze publiceerde een serie kinderboeken over het alledaagse leven in Oost-Duitsland en later verhalen en romans voor volwassenen. Zelf woonde ze in Oost-Berlijn. Ze schreef ook toneel- en televisiestukken, hoorspelen en filmscenario’s. Meer dan tien jaar stond ze onder toezicht van het Ministerie van Staatsveiligheid in de DDR. Voor haar boek Altijd weer opstaan – over haar leven in de DDR – ontving ze in 2020 de Ingeborg Bachmann Preis.

    Dag voor dag – Een getijdenboek van de liefde gaat over de liefde tussen twee ouder geworden mensen. In een verhaal van een dag laat Schubert zien hoe de hoofdpersoon haar eigen psychische kracht bewaart terwijl ze de hand van haar zieke echtgenoot vasthoudt. Meer dan vijftig jaar leven ze al samen. Met zijn overlijden in zicht wordt het leven klein en beperkt, nog net niet geïsoleerd. Ondertussen komen verhalen voorbij van hun persoonlijke en hun gezamenlijke geschiedenis met liefde en genade. Schubert beschouwt het ouder worden en alle beproevingen die daar meestal bij komen kijken grondig. Dag voor dag is vooral een verhaal over de liefde tussen twee mensen.

     

    Dag voor dag
    Auteur: Helga Schubert
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim 2023

    Martelaarschap – Dagboeken 1965-1974

    Martelaarschap is het derde deel van de dagboeken van J.J. Voskuil en beslaat de jaren 1965-1974. Voskuil verkeert in een existentiële crisis. Halverwege 1966 stopt hij met dagboekschrijven. Wel gaat hij verder met Binnen de huid, dat een afrekening met zichzelf moet worden. Als het boek eind 1968 af is, schrijft hij niets meer. Pas in 1972 gaat hij er fanatiek weer mee verder.

    Martelaarschap geeft inzicht in zijn professionele leven als wetenschapper. Zijn werk bij het Meertens Instituut – waarvan de romancyclus Het Bureau de neerslag is – vergt veel van hem. Onverbloemd meldt hij dat hij Dick Blok en Jo Daan (respectievelijk Jaap Balk en Dé Haan in Het Bureau) wel wil doodslaan of -schieten. Hij onthult zijn worstelingen met het leven en de botsingen met Lousje, hun gedachten en meningen. Het zijn soms bizarre verslagen van kleine, alledaagse gebeurtenissen en observaties die samen een genuanceerd en levendig beeld van Voskuils leven en werk vormen. Ironisch en komisch, zoals hem eigen is.

    Hij observeert scherp en gaat gedetailleerd in op de dagelijkse beslommeringen en de complexiteit van menselijke relaties. Martelaarschap draagt bij aan een dieper begrip van J.J. Voskuil als persoon en schrijver en het is, zoals zijn andere (dag)boeken ook een tijdsdocument. Het voegt een dimensie toe aan zijn literaire nalatenschap.

     

    Martelaarschap - Dagboeken 1965-1974
    Auteur: J.J. Voskuil
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot 2023
  • Een taalfeest

    Een taalfeest

    Recensie door Frans Stüger

    Zoals het een goede openingszin betaamt, is deze kenmerkend voor de rest van de tekst. Zo ook in de roman van Sasja Sokolov, School voor zotten, waarin hij zijn personage laat zeggen: ‘Oké, maar hoe moet ik beginnen, met welke woorden?’
    Vanaf dat moment richt het personage zich rechtstreeks tot de lezer, alsof de lezer tegenover hem zit, en verhaalt van zijn jeugd op de School voor zotten.

    Na deze opening volgen vijf hoofdstukken, waarbij ieder personage, voormalige zot van deze school, verhaalt van zijn schooltijd, waarbij hij of zij in parlando zich ook rechtstreeks tot de lezer richt. Inmiddels ouder geworden bewonen zij hun datsja’s op het Datsjakamp dicht bij het station. Daar verhalen zij over hun ervaringen op de School voor zotten. De auteur heeft ieder personage zijn kenmerkend taaleigen gegeven, met alle eigenaardigheden van dien: vergissingen, opvallende zelfcorrecties, bizarre beeldspraak, soms geëxalteerd, vaak ook met onderhuidse weemoed. Omdat ieder hoofdstuk door een andere ‘zot’ wordt verteld, met zijn eigen idioom, ontstaat er een kakofonie van stemmen; soms kraakhelder van betekenis, vaak ook onbegrijpelijk door het zo persoonlijke taalgebruik.

    Zelfcorrectie

    Het begint al in de openingstekst, als de spreker per ongeluk het woord stationsvijver gebruikt, om zichzelf onmiddellijk uitgebreid te corrigeren: stationsrestauratie of stationskiosk, dat zou kunnen maar, stationsvijver niet. Wel kan een vijver bij het station zijn. Waarna de spreker zichzelf toestaat: nou bij het station dan.
    In de verhalen wemelt het van dit soort zelfcorrecties, terwijl ondertussen de meest bizarre verhalen worden verteld. Omdat elk hoofdstuk door een wisselend personage wordt verteld, verschilt per verhaal de stem van de verteller. Het doet denken aan de woordexplosies in Ulysses van James Joyce.

    Hoewel de verhalen van de personages doorgaans licht van toon zijn, verwijzen personages in hun teksten vaak impliciet naar de hardnekkige beerput die Rusland heet. Soms genoemd in contrast met heftige liefdes die zonder pathos opbloeien en daardoor diep ontroerend zijn. Op de achtergrond minacht een Kafkaëske overheid haar onderdanen. Om de situatie te verzachten verhaalt de verteller liever eufemistisch van Datsjakampen in plaats van barakken. Uiteindelijk leveren al die personages een stemmenboeket dat de perfecte beschrijving geeft van Rusland met al zijn eigenaardigheden, weemoed en agressie.

    Verrassend taalgebruik

    Dat Sasja Sokolov een groot talent is, leidt geen enkele twijfel, met zijn rijk register; zijn stijlbloemen als: ‘…de dalen van het niet zijn; als gefluisterde levens… Of een vergelijking als: de weerschijn van vallende sterren, in de scherf van een spiegel, die plotsklaps in het donker uit zijn lijst viel, om het gevaar te vernietigen van zijn nakende dood…’
    Een taalfeest van verrassende schoonheid.

    Het boek sluit af met een essay van Maxim Osipov dat de aangrijpende schoonheid van het boek benadrukt en daarmee de auteur Sasja Sokolov de plaats toekent in de wereldliteratuur die hem toekomt.

     

     

  • Recensie door: Margo Zuidema

    Recensie door: Margo Zuidema

    De 45 jarige alleenstaande Hugo Zandsteen, hoofdpersoon van de roman Een jaar uit het leven van Hugo Zandsteen, woont in een ‘penthouse met een panoramisch uitzicht’. Ondanks zijn fijne woning heeft Zandsteen moeite om het geluk te vinden.

    Zandsteen is hoofd van de afdeling Uitgaande Meningen op het Meningenbureau, zijn taak is om meningen en retorische vragen, schijnargumenten en weerleggingen te formuleren voor congresgangers. Het bureau, waar behalve baas Hans ook collega Binnenkomende Meningen werkt, doet denken aan Jiskesfet’s Debiteuren Crediteuren. ‘ “Goedemiddag, fijne, fijne collega. Wat is het toch een heerlijke, wat zeg ik, verrukkelijke lentedag!” … Na deze woorden van Baas Hans maakten Hugo Zandsteen en zijn collega van Binnenkomende Meningen een vreugdedansje tussen de bureaus. Baas Hans zag het gedoe aan, danste zelfs even mee .. en baste vervolgens: “Back to work, loyale stafmedewerkers!”’.

    Op een dag in april krijgt Zandsteen een waarschuwing van zijn lichaam dat hij op zoek moet gaan naar de Ander. Nu heeft Zandsteen niet veel sociale contacten; hij bezoekt eenmaal per week zijn vader en af en toe spreekt hij af met vriend Boy. De communicatie met deze karikaturale typen verloopt via zorgvuldige rituelen en standaardzinnen. Om makkelijker contact te maken volgt Zandsteen een cursus ‘Glimlachen, een kunst’ op het instituut voor Volwassen Educatie. Normaal contact met vrouwen heeft Zandsteen niet. Vrouwen zijn voor Zandsteen wezens die je kunt inhuren of kunt lokken met een lokdoos. Af en toe maakt hij gebruik van de ‘Servicedienst van Bikinimeisjes’ waar hij voor 38 euro 15 minuten naar een meisje mag glimlachen. Soms verlangt Zandsteen naar visite en eenmaal belt hij de visitecentrale om visite te bestellen: een vrouwelijke academische eenpersoonsvisite die het heelal als gespreksonderwerp heeft. Een andere keer gaat hij naar een ‘betaalmevrouw’ bij wie hij kan wenen.

    In de wereld van Zandsteen moeten de burgers verplicht op vakantie. Ze moeten zich melden bij een kamp waar ze met jaargenoten een cursus moeten volgen in het herkennen van verschillende bouwstijlen bij kathedralen en het ‘schaterlachend strandballen of andere plastic voorwerpen overgooien’ oefenen. In het vakantiekamp wordt de cursusdag afgesloten met geprojecteerde zonsondergangen. Na de verplichte cursus mogen de vakantiegangers zelf de vrije natuur opzoeken, maar ambtenaren controleren of de vakantiegangers wel hun burgerlijke plicht vervullen en bij een verblijf van langer dan vijf minuten in een Staatsbos, opgewekt fluiten.

    Het verlangen naar communicatie, de eenzaamheid, de disharmonie met het lichaam; Stüger beschrijft het op een humoristische wijze. De roman bevat grappige vondsten: de ‘sprekende’ centrale verwarming, de Vakantie Controle Dienst, een Vlekkeninstituut, een personeelsuitje voor 3 heren, en het ‘verplichte genieten’ tijdens de vakantie. Maar halverwege de roman, de roman telt 389 pagina’s, wordt het procedé van Stüger erg voorspelbaar; er zit weinig spanning in het verhaal, de lezer wordt niet meer verrast en de humor van Stüger bereikt bij de lezer een verzadigingspunt.

    ‘Na de koffie stonden Zandsteen en Boy op om in de stad klein leed te verzachten. (…) Zij legde hun wangen tegen elkaar, neurieden zacht, totdat geluidstrillingen resoneerden in elkaars jukbeenderen. Even later liepen Zandsteen en Boy hand in hand over straat, speurend naar klein leed. Ze waren het park nog niet voorbij of Boy stootte Zandsteen aan. “Kijk daar,” riep Boy, “daar, bij het stoplicht, staat een vrouw met een jutezak. Ze weent.” (…) Hand in hand huppelden zij naar de vrouw, terwijl zij uit volle borst zongen: “Wij gaan klein leed verzachten.” (…) “Waarom weent u, vrouw?” (…) Ze keek in het goedmoedige gezicht van Hugo en Boy en snikte: “Ik was herfstbladeren aan het verzamelen in het park. En ineens sprong iemand vanuit de struiken te voorschijn…”
    “O jee,” zei Boy, “de herfstbladerendief.”’

    Na dit ‘grote’ avontuur bevat de roman nog 180 bladzijden met ‘humoristische’ belevenissen van het absurdistische personage Zandsteen. Hugo Zandsteen is een paar maanden leuk, maar na die paar maanden wordt Hugo Zandsteen flauw.
    Een jaar uit het leven van Hugo Zandsteen is een geredigeerde verzamelbundel van vier eerder verschenen Zandsteen-delen: Paso doble in de herfst (1996), Een lichaam in de lente (1997), Een zomer voor later (1999) en Sporen in de winter (2001).

    Frans Stüger (1946), publiceerde vanaf 1975 romans en korte verhalen. Hij was literair medewerker bij de VPRO-radio. Tegenwoordig is hij werkzaam als docent creatief schrijver aan de schrijversvakschool in Amsterdam.

    Een jaar uit het leven van Hugo Zandsteen

    Auteur: Frans Stüger
    Verschenen bij: Compaan Uitgevers (2010)
    Prijs: € 19,90