• Flöthmann vertelt het verhaal zonder woorden

    Flöthmann vertelt het verhaal zonder woorden

    Duimpjes (omhoog of naar beneden), smiley’s, verkeersborden, aanduidingen bij toiletten: overal om ons heen zijn pictogrammen die ons zonder woorden informatie geven. We staan er niet meer bij stil en dat is ook de bedoeling. Wie bijvoorbeeld op de afbeelding van een diskette klikt om een bestand op te slaan, realiseert zich niet meer wat er letterlijk afgebeeld wordt. De striptekenaar Frank Flöthmann gebruikt bekende en nieuwe pictogramman in zijn strips.

    In strips wordt er altijd al veel informatie overgebracht door tekeningen, maar meestal hebben we ook nog tekst, in tekstblokken of tekstballonnetjes. In Sprookjes van Grimm zonder woorden (2017) liet Flöthmann zien dat de tekst vervangen kan worden door pictogrammen. Hetzelfde procedé herhaalt hij in Stille nacht. Ook nu is het een klassiek verhaal dat Flöthmann als uitgangspunt gebruikt. Dat is handig, want dat betekent dat de grote lijn bij veel lezers bekend zal zijn. Ook als dat niet zo zou zijn, is het verhaal overigens goed te lezen.

    De tekeningen zijn eenvoudig en strak: eigenlijk zoals figuren in pictogrammen zijn. Ook het kleurgebruik is sober gehouden: naast zwart en wit worden alleen rood en blauw gebruikt, zonder kleurnuance. In grote lijnen vertelt Flöthmann het verhaal zoals dat in de Bijbel staat. Hier en daar vult hij iets aan of wijkt licht af. Dat heeft vaak een humoristisch effect. Zo laat hij Jozef zoeken naar zijn potlood, dat achter zijn oor blijkt te zitten.

    Het verhaal begint in Nazareth, in het huis van Jozef en Maria. Jozef timmert er lustig op los en Maria is bezig met de boekhouding, waarbij ze zich goed moet concentreren. Als Jozef haar roept, zegt ze dan ook dat hij even stil moet zijn. Flöthmann kan volstaan met het tekentje voor ‘mute’, een speaker met een streep erdoorheen.
    Zo’n teken is duidelijk en toch moet je er even over nadenken, omdat het buiten zijn gewone context wordt gebruikt. Als het tekentje op een afstandsbediening had gestaan, had niemand er aandacht aan geschonken. Dat veranderen van context gebruikt Flöthmann verschillende keren. Bijvoorbeeld als Jozef Maria stilletjes wil verlaten. Dan zien we in een gedachtewolkje het tekentje voor ‘nooduitgang’.

    Steeds lukt het Flöthmann om helder het verhaal te vertellen, ook als het vrij ingewikkelde gesprekken betreft.  Zo spelen twee herders het spelletje steen, papier, schaar om te bepalen wie er op wacht moet staan bij de schapen. Ze krijgen onenigheid: wint papier van steen of andersom? De discussie is prima te volgen.
    De humor zit niet alleen in de gebeurtenissen, maar ook in hoe ze gepresenteerd worden. Je kunt je voorstellen dat Maria aan Jozef uit moet leggen dat hij niet de vader is van het kind dat ze draagt. Dat gesprek wordt in bed gevoerd. Pas als je de bladzijde omslaat, zie je dat Jozef en Maria gescheiden slapen, waardoor nog duidelijker wordt dat Jozef zijn vraagtekens zet bij de zwangerschap.

    Aan het eind van het boek, als Jezus al geboren is, zal Jozef, als een kleine wraakneming dat dan ook inbrengen als Maria hem het bed uit wil sturen omdat de kleine Jezus huilt: ik ben de vader niet. Maar Maria is een pittige dame en Jozef zal er toch aan moeten geloven.

    Verder zit de humor in de anachronismen. Niet alleen het stilteteken (de speaker met de streep erdoor), maar ook het vliegtuig (dat een van de wijzen suggereert bij het zien van de ster) of het model tent dat de wijzen meenemen op hun tocht passen niet in de tijd. Ze houden het verhaal luchtig.
    Voor een deel is Stille nacht een soort kinderbijbelverhaal, maar de luchtigheden relativeren het verhaal en ontnemen elke zwaarte eraan, zodat het een amusante hervertelling wordt, die je vlotjes leest. Bij herlezing realiseer je pas hoe knap Flöthmann de vertelling naar zijn hand heeft gezet.

     

  • Oogst week 44

    De dochter van Crusoe

    Deze week een vertaalde roman uit 1985 van Jane Gardam, poëzie van Karel Wasch, een kerstverhaal zonder woorden van Frank Flöthmann en een roman van de Duitse schrijver Uwe Timm.

    Jane Gardam (1928) publiceerde meer dan dertig boeken waaronder romans, verhalen en kinderboeken. Ze is de enige auteur in Engeland die twee keer met de Whitbread/Costa Award werd bekroond. Toch maakten wij in Nederland pas in 2017 kennis met haar door de uitgave van de Old Filth-trilogie bij uitgeverij Cossee die direct een groot succes werd.
    De roman De dochter van Crusoë uit 1985 werd onlangs vertaald. Het boek is deels gebaseerd op Gardam’s eigen jeugd en die van haar moeder in het Yorkshire van begin vorige eeuw.
    De zesjarige Polly Flint wordt bij twee vrome tantes achtergelaten in een huis aan de Engelse kust. Met om zich heen niets anders dan de duinen en een uitgestrekt landschap leest Polly zich de dagen door. Daarbij ontwikkelt ze een grote verwantschap met Robinson Crusoë: zij leeft immers net als Crusoë eenzaam en verlaten aan de kust en ze zijn beiden de held van hun eigen verhaal. De beschrijvingen van het leven van Polly strekt zich uit over acht decennia. Ze ontmoet de liefde en de overzichtelijke Victoriaanse eeuw maakt plaats voor de grote veranderingen van de twintigste eeuw. We worden meegenomen in de veranderingen in het leven van Polly en hoe het huis aan de Engelse kust omsloten wordt door woonwijken en autowegen.

    En ja, het is zoals de schrijver Ian McEwan al zei: ‘Jane Gardams boeken behoren tot de grote schatten van de Engelse literatuur.’

    De dochter van Crusoe
    Auteur: Jane Gardam
    Uitgeverij: Cossee, Uitgeverij

    Icarië

    In het werk van Uwe Timm (1940) spelen autobiografische apsecten en het verleden van Duitsland een grote rol. Zijn boek Mijn broer bijvoorbeeld (2003) gaat over zijn zestien jaar oudere broer die bij de Waffen-SS diende en in 1943 in Oekraïne is gestorven. Het werd door NRC Handelsblad geselecteerd als een van de beste boeken van 2003. In eigen land ontving hij dit jaar de prestigieuze Schiller-Preis voor zijn hele oeuvre.

    Ook in Icarië dat zich afspeelt in het Duitsland van 1945, verweeft hij feiten met fictie. De oorlog is verloren en geallieerde troepen rukken op langs verwoeste steden. De Amerikaanse officier Michael Hansen krijgt opdracht van de geheime dienst uit te zoeken welke rol de vooraanstaande rassenhygiënicus dr. Alfred Ploetz heeft gespeeld in het Derde Rijk. Hansen verricht zijn werk vanuit een geconfisqueerde villa, legt beslag op een luxe cabriolet en wordt verliefd op de jonge Duitse weduwe Molly.
    Uwe Timm wilde al meer dan veertig jaar over dr. Alfred Ploetz – die de grootvader van Timm’s vrouw is en van grote invloed was op de rassenleer van de nazi’s – schrijven. Nu het zich eindelijk liet schrijven is het evenals Mijn broer bijvoorbeeld, een zeer persoonlijk werk geworden waarvoor hij een indrukwekkende hoeveelheid research pleegde.

    Icarië
    Auteur: Uwe Timm
    Uitgeverij: Podium

    Het geluid van denken

    Dichter, biograaf, columnist en essayist, Karel Wasch, publiceert voor het eerst een gedichtenbundel bij uitgeverij In de Knipscheer. Zijn gedichten gaan over liefde en schuld, en indringende thema’s als een tragische vriendschap, een zieke moeder, katholieke rituelen als een processie en spanningen in een gezin. In deze bundel neemt de dichter de lezer mee op een odyssee door zijn leven, maakt hem deelgenoot van zijn ontheemding, de turbulenties in zijn geest. Volgens de uitgever is Het geluid van denken ‘een bundel voor de poëzieliefhebber, persoonlijk, gedurfd en buiten de gebaande paden van de mediawerkelijkheid.’
    En kan gelezen worden als een poëtische autobiografie ‘waarbij de lezer als een blinde een beeld aftast, voelt wat het voorstelt en er zo zijn eigen betekenis aan geeft.’

    Het geluid van denken
    Auteur: Karel Wasch
    Uitgeverij: In de Knipscheer

    Stille nacht

    De tekenaar Frank Flöthmann maakte al eerder van traditionele vertellingen een getekende versie; zonder tekst. Daarbij is het steeds weer verbazend hoeveel informatie Flöthmann kwijt kan in enkele simpele beelden.
    Zo hertekende hij verhalen van Shakespeare, maar ook maakte hij een animatiefilm over het Kindeke Jezus waarbij de enige woorden gebruikt worden voor de inleiding die aldus luiden: ‘Er zijn verhalen die zo groot zijn, dat ze geen woorden nodig hebben’.

    Zo heeft hij nu ook het kerstverhaal met tekeningen vertaald naar deze tijd. Waarin vragen naar voren komen als: ‘Wat geef je een kind dat de hele wereld in zijn hand houdt? En als dat kind de zoon van God is maar niet wil slapen, houdt zijn stiefvader dan ook nog van hem? En is het wel verantwoord van de Drie Wijzen om een klein kind zo veel geschenken te geven?’ Een kerstverhaal met humor en liefde voor detail en zonder woorden: dat prikkelt de verbeelding.

    Er wordt gezegd dat zijn boek over het kerstverhaal behoort tot de hoogtepunten van de stille strips.

    Stille nacht
    Auteur: Frank Flöthmann
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Sprookjes hebben geen woorden nodig

    Sprookjes hebben geen woorden nodig

    De Bijbel, de Griekse en Romeinse mythen en sagen, en de sprookjes van Grimm en Andersen – dat zijn de verhalen die steeds weer opduiken. Blijkbaar hebben die zich zo verankerd in onze cultuur dat we er niet omheen kunnen of willen.

    Al vroeg komen we ermee in aanraking. Van veel van deze verhalen zijn tekenfilms gemaakt en er zijn boekjes voor heel jonge kinderen die het verhaal op eenvoudige wijze vertellen. Omdat de kennis ervan breed verspreid is, kunnen we ook spelen met de inhoud en erop variëren. Hans Teeuwen maakte bijvoorbeeld in zijn eerste show een hutspot van allerlei Bijbelverhalen en er zijn talloze varianten van sprookjes, ook door auteurs die hun sporen in de literatuur hebben verdiend, zoals Louis Paul Boon en Rudy Kousbroek.

    De tekenaar Frank Flöthmann is zich bewust is van de traditie. Zo hervertelde hij verhalen van Shakespeare, maar ook maakte hij een animatiefilm over het Kindeke Jezus. De enige woorden in dat filmpje vormen de zin in de inleiding: ‘Er zijn verhalen die zo groot zijn, dat ze geen woorden nodig hebben’.

    Voor sprookjes geldt dat ook en van Flöthmann is nu  een sprookjesboek verschenen in een Nederlandse uitgave: Sprookjes van Grimm zonder woorden. De tekenaar heeft een uitgekiende manier van vertellen gevonden. De tekeningen zijn bijzonder strak. Elementen eruit doen denken aan pictogrammen. Daarbij gebruikt hij naast wit en zwart slechts twee kleuren: rood en groen. Het gebruik van deze complementaire kleuren, geeft helderheid. Het heeft ook iets hards: er is geen nuance. Maar ook dat past bij de vertellingen.

    Het ‘lezen’ van de tekeningen vergt enige inspanning, maar de lezer wordt daar rijk voor beloond. Ten eerste is de manier van vertellen uitermate geestig. De keuze van de symbolen is zo verrassend, dat lach geregeld op de loer ligt. Als de prinses in ‘De kikkerkoning’ aan haar ouders vertelt dat ze met de bal gaat spelen, zien we in een beeldballonnetje een pictogram van een voetballer. De paardenstaart en het kroontje bij het poppetje maken duidelijk dat het om het meisje zelf gaat.

    Verder is het steeds weer verbazend hoeveel informatie Flöthmann kwijt kan in enkele simpele beelden. De moeder van Roodkapje houdt een heel verhaal tegen het meisje als ze haar dochtertje op pad stuurt: niemand aanspreken, geen bloemen plukken, rechtstreeks naar oma. In drie heel simpele beeldballonnetjes maakt Flöthmann dat helder. Zijn verhalen duren dan ook meestal maar vier of zes bladzijden.

    Sprookjes van Grimm zonder woorden laat zich niet lezen als een ander stripboek, doordat niet altijd de normale plaatjesvolgorde (regel voor regel) is aangehouden. Met pijltjes stuurt Flöthmann de lezer naar de volgende plaatjes. Zo kunnen we op één bladzijde kiezen voor zowel de route van de wolf als die van Roodkapje.

    De sprookjes zijn van Grimm, maar Flöthmann gaat er vrij mee om. Aan het eind van Roodkapje leeft de wolf nog. Met een schortje voor bedient hij grootmoeder, Roodkapje en de jager, die genieten van een maaltijd. En als Hans en Grietje weer thuis zijn na hun avontuur bij de heks, smeden ze meteen snode plannen om hun ouders buiten spel te zetten.

    Hoe langer je kijkt in Sprookjes van Grimm hoe meer het opvalt dat Flöthmann een geraffineerd tekenaar en verteller is. Met minimale middelen maakt hij de gemoedsgesteldheid van de personages duidelijk en altijd weer zijn er vondsten op detailniveau. De stiefzussen van Assepoester proberen het glazen muiltje. In het beeldballonnetje staan dan drie tekeningetjes: een voet, een schoen en daartussen het ‘groter-dan-teken’, >.

    Sprookjes van Grimm zonder woorden is een heerlijk boek. Aan de ene kant conserveert Flöthmann de aloude verhalen, maar tegelijkertijd vernieuwt hij ze en zo houdt hij ze levend. Sommige verhalen zijn misschien wat minder bekend (‘Duimendik’, ‘Gelukkige Hans’, ‘Het dappere snijdertje’). Wie ze bij Flöthmann leest, zal de neiging hebben het oorspronkelijke verhaal op te zoeken, om te zien wat de verschillen zijn.

    De sprookjes van Grimm zijn al oud, maar ze zijn nog zeker niet belegen. Flöthmann laat ons zien dat ze springlevend zijn en dat ze generaties lang meekunnen.