• De vele ‘ikken’ van Fernando Pessoa

    De vele ‘ikken’ van Fernando Pessoa

    Het was een zondag in maart en we hadden het niet zo in de gaten maar het bleek de warmste dag in maart ooit geregistreerd. We liepen langs overvolle terrassen linea recta naar Nederlands enige Literatuurhuis dat zich aan de Oudegracht in Utrecht bevindt. In een klein, witgekalkt zaaltje, voorheen de sacristie van de niet meer bestaande Regulierenkerk, hield Fernando Pessoa-kenner en directeur van Het Literatuurhuis Michaël Stoker, een lezing over de Triomfdag van deze Portugese schrijver. Het veelal oudere maar zeer aandachtig publiek had in de gereedstaande stoelen plaatsgenomen. Naast mijn studentendochter, liep er op de valreep nog een enkele jongere binnen. Het was een rustig zaaltje, als in een filmhuis. In een uitgespaarde ruimte in de muur stond een klein metalen beeldje van Jezus aan het kruis. De ruimte deed denken, (door het felle zonlicht, dat langs een halfgesloten gordijn door het openstaand venster naar binnen schitterde zonder iets van warmte af te geven) aan één van die Portugese achterkamertjes waar, hoe fel de zon buiten ook scheen, het altijd koud blijft en er geen zichtbare behoefte aan decoratie te ontdekken is dan alleen het  onontbeerlijke kruisbeeld.

    Michaël Stoker kende zijn onderwerp goed en sprak anderhalf uur lang, enkel onderbroken door drie korte filmfragmenten – waaronder een opname van een interview met August Willemsen, die Pessoa eind jaren zeventig in Nederland introduceerde. Hem werd gevraagd: ‘Waarover gaat het werk van Pessoa. Kun je dat uitleggen?’ Willemsen keek recht in de camera en zei enkel: ‘Nee’.
    Er was een korte film van de Triomfdag (1988), waarin een onrustige en weifelende Pessoa te zien is, die plots een pak papier op een dressoir schikt en staand, begint te schrijven; het eerste heteroniem, Alberto Caeiro was geboren. Pessoa liet de wereld geloven dat hij op dat moment, achter elkaar 30 gedichten schreef. Maar, wist Stoker te vertellen, onderzoek van het tekstpapier heeft uitgewezen dat hij er een half jaar aan gewerkt heeft.

    De lezing was ter gelegenheid van een nieuw uitgegeven werkje van een van de heteroniemen, Alvaro de Campos, die een Ter nagedachtenis had geschreven voor een ander heteroniem, Alberto Caeiro. Het zijn de enige teksten waarin sprake is van een ontmoeting tussen de drie belangrijkste heteroniemen en ook Pessoa zelf. In de wonderlijke wereld van Pessoa wordt de werkelijkheid gelogen. De eerste heteroniem dus, die in Pessoa een onophoudelijke stroom van gedichten losmaakte, verscheen op  8 maart 1914, later de Triomfdag genoemd. Waarna er zich nog twee aandienden, Ricardo Reis en Álvaro de Campos. Een heteroniem, anders dan een pseudoniem, is een personage die niets van zijn werkelijke verteller blootgeeft, het is een nieuwe ‘ik’. Pessoa was een man met grote plannen in zake de literatuur en zichzelf. Hij wilde zich, in meerdere talen, de wereld in schrijven, beroemd worden. Hij wilde reizen maar kwam Lissabon niet uit en schreef daarentegen het gedicht: ‘Aan de vooravond van nooit vertrekken’. Uiteindelijk liet hij een kist (arca) na met meer dan 30.000 beschreven velletjes papier die hem na zijn dood eeuwige roem bezorgde.

    Pessoa was van plan zichzelf te laten verdwijnen en de heteroniemen te laten voortleven. Uiteindelijk creëerde hij er meer dan tachtig en uit de kist schijnen nog steeds nieuwe heteroniemen tevoorschijn te komen. Een magische kist, die in mijn hoofd ondertussen de vorm heeft aangenomen van een flinke scheepskist. Een kist vol manuscripten liet Pessoa achter en zelf wilde hij verdwijnen. Het heeft iets treurigs, een groot schrijver als Pessoa, die bij zijn leven geen enkele erkenning kreeg. Van August Willemsen was ook de opmerking: ‘Wie Pessoa is, wordt nog onderzocht.’ Michaël Stoker bracht vele lijnen uit het leven van Pessoa in kaart, en lichtte tipjes van de sluier(s) op waardoor Pessoa steeds zichtbaarder voor het voetlicht trad. Na afloop werd aan alle bezoekers onderstaand boekje uitgedeeld. Een inventieve manier om een boek aan de man te brengen. De toegangsprijs was net zoveel als het boekje zelf, de lezing kreeg je erbij, of was het andersom? Maar dat maakte eigenlijk niet uit, het was een welbestede middag. De zon was ver over zijn hoogtepunt heen toen we weer over de Oudegracht liepen waar de terrassen goed gevuld waren. Maar een plaatsje op een terras in de zon,  woog niet op tegen de onthullingen over het leven van Fernando Pessoa, die door George Steiner, zo stond op de achterflap, een literaire jongleur werd genoemd.

     

  • Recensie door: Albert Hogeweij

    Recensie door: Albert Hogeweij

    Toen ik voor het eerst de titel van de ‘nieuwe Pessoa’ zag, las ik aanvankelijk  ‘Heimwee naar vervreemding’. Nadat echter gebleken was dat de werkelijke titel Heimwee naar vereeuwiging luidde, maakte een lichte teleurstelling zich van mij meester. Zou de inmiddels o zo vertrouwd  geworden vervreemding van Pessoa zomaar ingeruild zijn voor een hoogdravend streven naar vereeuwiging?
    De Engelse gedichten, luidde de ondertitel. En Engels was de taal waarin Pessoa (1888 ? 1935) zijn eerste schreden op het dichterspad zette, schoolgegaan als hij was op Engelstalige instituten in Zuid Afrika, waar hij van 1896 tot 1905 met zijn moeder en haar tweede echtgenoot woonde. Tijdens zijn Zuid Afrikaanse studiejaren won hij al eens een prijs voor het beste Engelstalige essay, maar niettemin oordeelden zijn stiefvader en moeder dat zijn toekomst in zijn vaderland, Portugal, moest liggen. In de zomer van 1905 keerde hij in zijn eentje terug naar zijn geboortestad Lissabon, waar hij als zeventienjarige opgenomen werd in het huishouden van twee tantes en een voor krankzinnig versleten grootmoeder. Maar juist in Portugal ontkiemde de wens zich als Engelstalige dichter te manifesteren. Tot 1908 schreef hij zelfs uitsluitend Engelstalige gedichten en pas vanaf 1908 ondernam hij daarnaast ook pogingen in het Portugees te dichten.

    Na een korte letterenstudie aan de universiteit van Lissabon, vestigde Pessoa zich als handelscorrespondent. Zijn kennis van het Engels, Portugees en ook Frans kwam hem hierin van pas. Overdag een kantoorleven, en ’s avonds aan de schrijverij of in benevelde staat zwerven door Lissabon. Het volhouden van een dergelijk opgedeeld leven vraagt om opgedeelde persoonlijkheden. En daarin voorzagen de diverse dichterlijke heteroniemen waarmee Pessoa zich vanaf 1914 begon te bedienen. En dat er ook een paar Engelse heteroniemen tussen zaten, bewijst wel dat hij zijn Engelstalige poëzie serieus nam. Zo kwamen de heteroniemen Alexander Search en Charles Robert Anon in de wereld. Ze werden ook aangewend voor het ondertekenen van ingezonden brieven naar Engelse kranten. Voor iemand die van zichzelf zocht te vervreemden is het misschien ook niet zo verwonderlijk dat hij zich zoekt te uiten in een andere dan zijn eigen taal. Van het twaalf delen tellend Verzameld Werk vult het Engelstalige maar liefst drie delen. Kwantitatief legt het dus zeker gewicht in de schaal, maar het is Pessoa echter niet gelukt om zijn Engelstalige gedichten in boekvorm gedrukt te krijgen, anders dan bij een marginale uitgever voor eigen kosten.

    Na 1920 geeft hij dan ook de brui aan zijn pogingen Engelstalige poëzie te schrijven. Inmiddels had hij zich als dichter in het Portugees gemanifesteerd en daarin liet hij zijn legertje heteroniemen zich verder uiten. Maar… helemaal werd de Engelse taal niet afgezworen, want uit zijn sterfjaar, 1935, niet lang voor zijn dood aan alcoholvergiftiging, dateert het vers D.T. Dat zo inzet:

    ‘In de afgelopen dagen

    Heb ik een duizendpoot

    Met mijn schoen kapotgeslagen.

    Hij was er niet, toch is hij dood.

    Hoe ik dat doe?

    Daar zit ik echt niet mee ?

    Zo begint gewoon D.T.’

    Wanneer men bedenkt dat D.T. staat voor Delirium Tremens, dan leest het als een soort light verse, waarin Pessoa zijn eigen alcoholverslaving op de korrel neemt.

    Maar dit gedicht, waarmee de bundel ? die zich op dit ene, later tot stand gekomen gedicht na  ook laat lezen als een poëziebloemlezing van de jonge Pessoa ? afsluit, is zeker niet typerend voor de rest van de opgenomen gedichten.

    Zijn streven als Engelstalige dichter naam te maken, zette met zeer traditionele vormgegeven sonnetten in. Geen wonder voor iemand die zich ten doel stelde Pope, Milton, Shakespeare naar de kroon te steken. Hij koos dan ook voor het Elizabethaanse sonnet, dat sterk afwijkt van het Italiaanse prototype van Petrarca. Dit laatste bestaat uit een octaaf (8 regels) waarin het thema wordt gepresenteerd, gevolgd door een sextet (6 regels) waarin het thema zijn climax bereikt en tot afronding komt. De zeventiende-eeuwse Elizabethaanse variant telt drie kwatrijnen (4 regels) elk met eigen rijm. Om in de laatste twee regels, het distichon, op pregnante wijze de inhoud samen te ballen, vaak ook met een zekere pointe. De vorm mag dus ouderwets ogen, Pessoa gaat er wel tegenaan met zijn eigen(tijdse) problematiek van vervreemding van de ik ten opzichte van de werkelijkheid, de ontoereikendheid van het menselijke streven naar wezenlijk contact tussen het ik en de ander en zo meer. Een mooi voorbeeld is:

    Sonnet XXVIII

    ‘Het randje van de groene gold sist wit.

    Op ’t natte zand. Ik droom, terwijl ik kijk.

    Voorwaar, de werkelijkheid is toch niet dit!

    Hoe het ook zij, dit is niet wat het lijkt!

    De lucht, de zee, het onbeperkt verbreide

    Van vreugd, de wereldmassa waar wij naar

    Kijken, is niet iets, maar iets tussenbeide.

    Slechts wat hierin iets anders is, is waar.

    Als dit iets voorstelt, als ik in mijn waken

    Die helderheid, de slaap der dingen zie,

    Laat mij dan maar mijn eigen dromen smaken

    En waarheid putten uit mijn eigen fantasie,

                Die al te bitter droomt, vol schoon verwensen

                Heelal, o dagelijkse slaap der mensen.’

    Omdat het Engelse origineel ernaast staat afgedrukt, kan men zien hoe mooi Asscher erin geslaagd is om de zin ‘Only what in this is not this is real.’ om te zetten in: ‘Slechts wat hierin iets anders is, is waar.’

    De Engelstalige gedichten zijn van vorm traditioneler dan de Portugese poëzie van Pessoa. Ze kenmerken zich vooral door de compacte, lapidaire zinsconstructies met hun samengebalde zeggingskracht. Alles strak geregisseerd en de woorden hypergestileerd en vernuftig tegen elkaar uitgespeeld. Neem bijvoorbeeld het distichon uit Sonnet VIII:

    ‘And, when as thought would unmask our soul’s maskings,/ Itself goes unmasked to the unmasking.’ Dit wordt in vertaling: ‘En de gedachte die de ziel ontmaskert / Gaat daarbij zelf nooit anders dan gemaskerd.’ Naar de geest goed weergegeven, al laat het Engelse origineel het nog meer vonken op woordniveau. Maar ja, soms is dat woordspel een beetje overdone en dan is de schier onvermijdelijke afvlakking in het Nederlands niet eens onwelkom. Maar een zin als ‘A port is near the more from port we part’ (vertaald als: ‘Vertrek brengt steeds een haven naderbij’) toont aan dat Pessoa zich ook om welluidendheid bekommerde.

    De 35 sonnetten die in deze bloemlezing integraal gepresenteerd worden dateren van 1912 ? 1914,  maar de bundel vangt aan met het uit 1913 daterende langere gedicht Epithalamium (Bruiloftsdicht), een uiterst zinnelijk vers dat geschreven is vanuit de focus van de bruid op haar trouwdag met voorafschaduwing van de consummatie in de daaropvolgende bruiloftsnacht. Gevolgd door het in 1915 geschreven Antinoüs, een klaaglied voor keizer Hadrianus bij de dood van zijn lievelingsknaap. Deze twee verzen van langere adem zijn nog van de hand van August Willemsen, de vaste Pessoavertaler die in november 2007 overleed. Ze zijn tevens buitenbeentjes in het oeuvre van Pessoa vanwege de openlijke verbeelding van zinnelijke lusten. Gelukkig staan in het oeuvre van Pessoa dergelijke op lustbevrediging gerichte strevingen garant voor evenzovele teleurstellingen, zodat de sluier van vergeefsheid en weemoed oververhitting bij de poëzieminnende lezer voorkomt.

    Wellicht dat de direct in het oog springende traditionelere vorm van deze Engelstalige poëzie in eerste instantie de vertrouwde Pessoastem wat lijkt te hebben weggemoffeld, maar tussen de regels door ontwaart men wel degelijk de stem om wie het de Pessoalezer te doen is.

    Ook in de afdeling Inscripties, die teruggaat op de traditie van de epigrammen, vindt men het vertrouwde:

    Inscriptie nummer VI:

    ‘Bemind als minnaars of als buit verdiend.

    Een echte vrouw voor een doorvoede man

    Was ik van wie ik diende ook gediend.

    Ik liep, sliep, baarde en stierf alsof dat zomaar kan.’

    En nummer VII:

    ‘Genot ging als een vreemde nap aan mij voorbij.

    Aan goden placht ik mij ? streng, eigen ? te vergapen.

    De schaduw naderde gewoonweg achter mij.

    Dromend dat ik niet sliep, heb ik mijn droom geslapen.’

    De drie kloeke Engelse delen uit het Verzameld Werk integraal vertalen zou wellicht wat veel van het goede zijn, maar de kwaliteit van de hier gepresenteerde selectie rechtvaardigt de verschijning ervan in de prestigieuze Pessoareeks van de Arbeiderspers.

    Tot besluit nog een kleinigheid: de achterflap meldt dat ‘niets van deze Engelstalige poëzie’ eerder in het Nederlands uitgegeven zou zijn. Dat moge zo zijn voor de hierin gepresenteerde vertalingen. Maar vier van de 35 sonnetten had August Willemsen zelf al in eigen vertaling opgenomen in zijn vele malen herdrukte en alom geprezen bloemlezing van de Gedichten van Fernando Pessoa uit 1978, waarmee hij vele Nederlanders voor het eerst liet kennismaken met dit poëtisch genie uit Lissabon. Sindsdien was de naam Pessoa voor de Nederlandse poëzieliefhebber zozeer verankerd met die van Willemsen, dat velen vreesden dat met de dood van de laatste ook de eerste een tweede dood gestorven was. Maar gelukkig toont Asscher dat er nog Pessoa na Willemsen is. Al blijft het eeuwig jammer dat Willemsen zelf niet meer van zijn ‘eigen’ Pessoa kan genieten.

    Heimwee naar vereeuwiging

    De Engelse gedichten
    Auteur: Fernando Pessoa
    Vertaald door: Maarten Asscher en August Willemsen
    Verschenen bij: Uitgeverij de Arbeiderspers
    Prijs  € 27,50