• Strijkend licht

    Strijkend licht

    We zitten aan de keukentafel, binnen is het zestien graden. We roosterden granen en noten in een koekenpan, maakten koffie. Naast me op tafel de verhalen van William Trevor. Op de radio ‘Het spoor terug’. Over Ernest Shackleton, die in 1914 een expeditie naar Antarctica ondernam. De expeditie eindigde niet zo best. Shackleton was een romanticus, schreef en droeg gedichten voor aan zijn bemanningsleden. Toen hij zeventien was, wilde hij indruk maken op een meisje en meldde zich voor de Discovery-expeditie van Robert Falcon Scott, een reis naar het toen nog vrij onbekende Antarctica. Het werkte, na drie jaar kwam hij terug, een jaar later, in 1904, trouwde hij met haar. Hoewel Scott beroemder werd dan Shackleton, wordt de laatste geroemd om zijn organisatietalent. Nog schijnen de Britten te zeggen: ‘Zit je in een hopeloze situatie, geef me dan Shackleton.’

    Je kunt nooit helemaal weten wat iemand beweegt de dingen te doen die ze doen. William Trevors verhalen vertellen niet wat er gebeurt. In het verhaal ‘Afzondering’, duwt een kind in een nauwelijks beschreven beweging, haar moeders minnaar van de trap. Haar vader is Egyptoloog, een dromer, ongrijpbaar. Zonlicht strijkt over de keukenvloer, buiten is het koud.

    Op de radio de holle knallen van houten spanten die breken, een ijzige wind, er is schipbreuk. Shackleton laat een kamp opslaan op het pakijs. Het is min dertig graden, er worden tenen geamputeerd, vallen met een klikkend geluid in een emmer, (ik hoorde het echt). De kou in de keuken is opeens te verwaarlozen. Met de verhalen van Trevor in mijn hoofd veroorzaakt dit een heen en weer schakelen tussen twee manieren van zijn. Daartussen sluimeren gedachten, doen zich mogelijkheden voor die nooit overwogen waren.

    In een sfeer van wijkende werkelijkheid en sluimerende gedachten, moet ook bij de jonge vrouw uit het titelverhaal ‘Heilige beelden’, de gedachte ontstaan zijn dat ze haar vierde kind dat ze verwacht tegen betaling aan haar kinderloze vriendin zou kunnen afstaan. Dan zou haar man, die prachtige beelden maakt, dit kunnen blijven doen in plaats van als wegwerker te gaan werken. De vriendin is verbijsterd, ‘Ze trilde op haar benen en moest gaan zitten, (…) “Ik denk niet dat ik je goed begrepen heb”, zei ze, ofschoon ze beter wist.’ Het leek de jonge vrouw een mogelijkheid, een optie om twee hunkerende zielen te helpen. Zelf zou ze, als ze erover heen was, wel weer zwanger worden.

    In het verhaal ‘Afzondering’ komt Shackleton ook voor. ‘Ernest Shackleton was een hoogst opmerkelijk man,’ zegt de vader van het meisje die haar moeders minnaar van de trap duwde. ‘Misschien wel de nobelste van al die mannen die zich hebben onderscheiden (…). De geheimen die ze voor elkaar hadden, de kwalen die ze verborgen hielden, hun gebeden, hun teleurstellingen. Wat een ontbering, maar ook wat een geesteskracht! We zitten vreemd in elkaar, wij mensen, vinden jullie ook niet?’ Daar schrijft William Trevor prachtige verhalen over, over mensen en hun raadselachtige beweegredenen.

     

    Heilige beelden / William Trevor / vertaling Sjaak Commandeur / Meulenhoff (2014)


    Inge Meijer is een pseudoniem, leest alle dagen en schrijft over ontdekkingen in de marges van de literatuur.

  • Derde Man Syndroom

    De eerste keer dat ik de stemmen hoorde, was toen ik ’s morgens mijn tanden poetste. Ik stond nergens speciaal aan te denken, toen ik me er ineens van bewust werd dat er mensen aan het praten waren. Luid maar niet duidelijk, zodat ik niet kon verstaan waar ze het over hadden. Het klonk alsof er verschillende mensen in een drukke conversatie gemengd waren en ze spraken allemaal tegelijk. Toen in de dagen daarna de stemmen bleven spreken elke keer als ik mijn tanden poetste, ging ik naar de dokter. Hij vertelde me dat ik misschien leed aan tinnitus, waarbij je een geluid hoort zonder dat er een geluidsbron aanwezig is. Later las ik over de ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton: toen hij op zijn Antarctische expeditie was, dacht hij dat er nog iemand aanwezig was naast hemzelf en twee groepsleden: ‘Gedurende die lange en uitputtende mars van 36 uur over naamloze bergen en gletsjers van Zuid-Georgia leek het vaak alsof we met zijn vieren waren en niet met drie.’ Dit zogenoemde Derde Man Syndroom wordt verklaard als een ‘gecultiveerd innerlijk karakter’ in tijden van trauma en afzien.

    Ook Gerrit Achterberg moet het verschijnsel ervaren hebben, zij het op een iets andere manier:

    ‘Ik kwam in ’t park de jachtopziener tegen
    en vroeg hem naar de stand van het roodwild.
    Hij draaide er om heen en trok verlegen
    met een schoenpunt raadsels in het grint.
    Ik was hem sinds zijn aanstelling genegen
    en hij mij wederkerig goedgezind.
    Waarom werd ik opeens geheel ontsteld
    of hij reeds maanden iets had doodgezwegen?
    Er is er dikwijls één meer dan ik tel
    zei hij bezorgd en keek me in de ogen.
    Waanzin en waarheid lagen in de zijne
    voortdurend voor elkander te verschijnen.
    De bomen stonden naar ons toegebogen.
    Toen klonk ginds op het huis de etensbel.’

    Als ik mag kiezen, dan prefereer ik de verklaring van de Derde Man Factor boven die van de tinnitus, hoewel het woord een mooie klank heeft en me doet denken aan het ‘tintinnabulum’ van de componist Arvo Pärt. Als geen van de verklaringen voldoet, dan zal ik aan iets veel ergers moeten gaan denken. Daarom heb ik er van afgezien om mijn tanden ’s avonds te poetsen wanneer ik naar bed ga, om de stemmen te vermijden voor ik ga slapen. Het wordt dus óf de psychiater óf de tandarts die ik een bezoek moet brengen.

     

    Afbeelding: Ernest Henry Shackleton


    Hettie Marzak is poëzierecensent bij Literair Nederland en een groot lezer.