• Oogst week 42 – 2025

    Tussen heden en morgen

    In Tussen heden en morgen van Jenny Erpenbeck lijkt dezelfde joodse vrouw steeds opnieuw te sterven. Stierf ze als baby, aan het begin van de twintigste eeuw, in het stadje Brody? Of in Wenen, vlak na de Eerste Wereldoorlog? Erpenbeck vertelt het verhaal van deze vrouw steeds opnieuw en steeds met een ander dodelijk einde om de lezer zo mee te nemen in de geschiedenis van de hele twintigste eeuw.

    Jenny Erpenbeck (1967) is een Duitse schrijver en opera regisseur. Ze is geboren in Oost-Berlijn en studeerde theater van 1988 tot 1990 theater aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. Vanaf 1990 studeerde ze voor Muziektheater regisseur aan het Hanns Eisler Muziek Conservatorium, een studie die ze in 1994 afrondde. Erpenbeck schreef romans, novelles, korte verhalen, essays en toneelstukken en won meerdere prijzen, waaronder in 2024 de Internationale Booker Prijs voor haar roman Kairos.

    Tussen heden en morgen
    Auteur: Jenny Erpenbeck
    Uitgeverij: De Geus

    Heldingen

    Heldinnen van Kate Zambreno komt voort uit hun blog genaamd Frances Farmer is My Sister en de anti-patriarchale onlinegemeenschap die zich daaromheen vormde. Zambreno onderzocht modernistische schrijfsters als Vivienne Eliot, Jane Bowles, Jean Rhys en Zelda Fitzgerald op een radicaal nieuwe manier. Deze vrouwen waren meer dan alleen muzen voor mannelijke schrijvers, maar hun eigen werk en de bijdragen aan het werk van hun echtgenoten werden verdoezeld en vergeten. Een deel van hen werd opgesloten in psychiatrische instellingen. Heldinnen is een literair manifest dat aan de kaak stelt hoe de vrouwelijke ervaring als minderwaardig wordt weggezet en de woede daarover in banen leidt om ons zo alsnog te bevrijden van het patriarchale keurslijf.

    Kate Zambreno (1977) is een Amerikaanse schrijver van romans, essays en kritieken en professor aan de Colombia Universiteit en het Sarah Lawrence College, waar hen schrijven onderwijst. Zambreno studeerde journalistiek aan de Northwestern Universiteit en performance theory aan de Universiteit van Chigaco. Hen publiceerde meerdere boeken, waarvan Heldinnen de meest recente is.

    Heldingen
    Auteur: Kate Zambreno
    Uitgeverij: Koppernik

    Het gezoem van bijna alles

    Een bankje begroeid met mimosa. In Het gezoem van bijna alles van Coco Schrijber is het bijna alsof Cato er al negen jaar zit, bevroren sinds haar jongetjes door een koelkast werden verpletterd. De zuidwestenwind blaast tranen in haar glazen oog. Waarom komt ze nu toch in beweging? Heeft het te maken met de plotselinge dood van haar buurvrouw of met de wijn die ze heel de dag drinkt? Misschien komt het door het gezoem van alles bij elkaar. Ze schrijft een paar zinnen waardoor alles weer in beweging komt.

    Coco Schrijber (1961) is een Nederlandse schrijver en filmregisseur van documentaires. Ze studeerde aan de Rietveldacademie. Met haar documentaire over verveling, Bloody Mondays & Strawberry Pies, won ze meerdere prijzen waaronder in 2008 het Gouden Kalf. Ook was deze film de Nederlandse inzending voor de Oscars. Schrijber werd drie keer genomineerd voor de Jan Hanlo Essayprijs klein en schreef drie boeken. In 2016 interviewde Literair Nederland haar over haar boek De luchtvegers.

    Het gezoem van bijna alles
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • Twee afgesloten hoofdstukken

    Twee afgesloten hoofdstukken

    De hoofdpersoon van Kairos. is Katharina. In de roman reconstrueert ze de liefdesgeschiedenis die ze vele jaren geleden had met schrijver en radiomaker Hans in Oost-Berlijn. Hans is overleden. Van zijn zoon heeft ze twee kartonnen dozen thuisbezorgd gekregen, met daarin brieven, agenda’s, foto’s en negatieven uit de periode 1986-1992 in Oost-Berlijn. Katharina heeft zelf nog een koffer met brieven en doorslagen uit die tijd. Uit de Proloog: ‘Lang geleden voerden de papieren, die uit zijn dozen en die uit haar koffer, een dialoog met elkaar. Nu voeren ze een dialoog met de tijd. In zo’n koffer, in zo’n doos, liggen het einde, het begin en het midden onverschillig door elkaar in het stof van decennia, ligt alles wat werd geschreven om te misleiden en alles wat was bedoeld als waarheid, alles wat werd verzwegen en alles wat werd opgetekend, of het nu wil of niet dicht bijeen, zitten het tegenstrijdige, de verstomde woede en de verstomde liefde samen in een envelop, in een en dezelfde map, is wat je bent vergeten net zo vergeeld en verkreukeld als wat je je nog vaag of duidelijk herinnert.’

    Een gelukkige tijd

    In de volgende hoofstukken (Doos I, Intermezzo, Doos II, Epiloog) ontvouwt zich de liefdesgeschiedenis van studente Katharina en Hans. Zij is 19, hij 34 jaar ouder. Zij is van 1967 en hij van 1933. Ze ontmoeten elkaar in Oost-Berlijn voor het eerst in bus 57 vanaf de Marx-Engels-Platz. Ze besluiten een kop koffie te gaan drinken. Dat Hans getrouwd is en een zoon heeft en nog een verhouding heeft met een vrouw bij de radio is voor Katharina geen bezwaar: ‘Al had je duizend vrouwen, zegt ze, van belang is alleen de tijd die wij samen hebben.’ Tijdens hun samenzijn speelt muziek een grote rol. Klassieke muziek zoals het Requiem van Mozart, maar ook hedendaagse muziek van Wolf Biermann. (Op Spotify is van de muziek uit het boek een playlist te vinden.) De eerste fase van hun relatie verloopt rooskleurig met veel restaurant- en theaterbezoek en wandelingen door Oost-Berlijn.

    Het kost Katharina veel tijd om doos I door te spitten. Ze herleest de boeken van Hans en zoekt ook haar oude notitieboekjes op. ‘Ze houdt negatieven van dertig jaar geleden tegen het licht om te kijken of het de moeite waard is om er afdrukken van te laten maken.’ Volledigheidshave dient ze het verzoek in om zijn Stasi-dossier te mogen inzien.

    Omslag

    Uit de reconstructie van de brieven en aantekeningen uit Doos II komt naar voren dat de liefdesrelatie van Katharina en Hans verandert als zij met leeftijdsgenoot Vadim naar bed gaat tijdens een stage in Frankfurt. Hans wil niet meer de door straten lopen waardoor ze samen wandelden toen alles nog goed was, niet meer naar de muziek luisteren die zij met Vadim heeft geluisterd. ‘In je hals wil ik je niet meer kussen, die heb je aan iemand anders geschonken.’ Hij merkt op: ‘Voortaan is dus alles wat eruit ziet als geluk alleen nog maar façade.’ En: ‘Vanaf nu, zegt hij, had ik graag dat je je brieven aan mij typte. Ik kan niet meer tegen dat handschrift van jou.’ Hij spreekt een cassette in ‘Kant A, Kant B, zestig minuten’. Zij moet daarop schriftelijk reageren. Het is steeds dezelfde cassette; hij neemt die weer mee en spreekt die opnieuw in, ‘alsof hij voor haar alleen met krijt schrijft, de spons pakt, uitwist, weer schrijft, opnieuw uitwist. Als de blaadjes met haar aantekeningen er niet waren, zou ze soms denken dat ze alles droomde.’ Zo moddert de relatie maar door; noch Katharina, noch Hans kan er een punt achter zetten. Als lezer krijg je steeds meer een hekel aan Hans met zijn autoritaire en perverse gedrag. Waarom gaat Katharina niet bij hem weg? Uiteindelijk strandt dan toch hun relatie.

    Kairos. is een vol boek met veel verwijzingen naar DDR-schrijvers en hun werk, zoals dat van Hanns Eisler, de componist van het DDR-volkslied. Hij werkte nauw samen met Bertolt Brecht, voor Hans een groot voorbeeld als schrijver.

    Val van de Muur

    In de jaren van hun liefdesrelatie wordt de politieke situatie in de DDR onstabieler. ‘Opkomende veranderingen die tot voor kort nog in tegenspraak waren met de bestaande orde in het Oosten, zullen binnenkort in tegenspraak zijn met de orde van het Westen die gaat komen.’

    De liefdesgeschiedenis van Katharina en Hans is ingebed in de gebeurtenissen in de laatste jaren van het bestaan van de DDR, leidend tot de val van de Muur op 9 november 1989 en opheffing van de staat in 1990. Hans verliest, net als veel anderen, zijn baan. Symbool voor het stuklopen van hun relatie staat het bijna onttakelde café waar zij de enige gasten zijn.

    Epiloog

    In de Epiloog bezoekt Katharina het Stasi-archief, de staatsveiligheidsdienst van de DDR. ‘In alle stilte wordt hier bij alle mogelijke burgers van een land dat niet meer bestaat, de schedel gelicht en mag je naar binnen kijken. Hans blijkt ook jarenlang voor de Stasi te hebben gewerkt. Onder de naam Galilei (schuilnaam gekozen naar een stuk van Brecht) heeft hij mensen bespioneerd.  Maar na vijftien jaar kreeg hij genoeg van het verklikkerswerk. Katharina vindt een aantekening van Hans: ‘Er bestaan bedenkingen tegen details van de cultuurpolitiek van onze staat. Vooral tijdens de ‘affaire Biermann’ treden er aarzelingen op.’ De Stasi-autoriteiten archiveren zijn dossier, omdat ze geen perspectief zien in verdere samenwerking.

    Voor jonge lezers zou een lijst met noten en een personenregister wellicht nuttig zijn. Want wie kent nog Wolf Biermann met zijn kritische teksten over de DDR, leidend tot zijn Berufsverbot en Ausbürgerung? Hij is vooral bekend door de Ballade vom preußischen Ikarus. Na een optreden in Keulen in 1976 mocht hij niet terugkeren naar de DDR en werd hem het staatsburgerschap ontnomen. Verwijzingen naar die ballade duiken telkens op in het boek. Alleen als een Ikaros kun je ontsnappen uit een land dat zijn burgers gevangen houdt.

    Kairos is de god van het gunstige moment. Het enige waaraan je hem kunt vastpakken, is de lok op zijn voorhoofd. Uit de proloog: ‘Was het een gunstig moment toen ze, als meisje van negentien, Hans leerde kennen?’ Dat Kairos een anagram is van Ikaros, lijkt geen toeval. Achter de titel van de roman staat een punt. In het boek is daarvoor geen verklaring te vinden. Wellicht staat die punt daar om te benadrukken dat de liefdesrelatie en het bestaan van de DDR voorgoed voorbij zijn.

    Boeiend boek

    In mei 2024 ontvingen schrijver Jenny Erpenbeck (1967) en haar vertaler Michael Hofmann de International Booker Prize 2024 van 50 duizend pond voor de beste naar het Engels vertaalde roman van dat jaar, Kairos.  Erpenbeck is de eerste Duitse auteur die de prijs wint. De roman verscheen oorspronkelijk in het Duits in 2021. In 2024 verzorgde Elly Schippers de Nederlandse vertaling. Uit het juryrapport van de Booker Prize: ‘It starts with love and passion, but it’s at least as much about power, art and culture. The self-absorption of the lovers, their descent into a destructive vortex, remains connected to the larger history of East Germany during this period, often meeting history at odd angles /…/ What makes Kairos so unusual is that it is both beautiful and uncomfortable, personal and political.’

    Daar kunnen we het helemaal mee eens zijn. Kairos. boeit van begin tot eind. Op een knappe manier heeft Erpenbeck de destructieve liefdesgeschiedenis van haar hoofdpersonen gecombineerd met de ineenstorting van het politieke systeem van de DDR.  Achter beide hoofdstukken is een punt gezet. Voorgoed voorbij.

     

     

  • Oogst week 29 – 2024

    All Fours

    Dit is de laatste Oogst van de week voor de zomervakantie, in de eerste week van september verschijnt de volgende ‘oogst’.

    ‘Wervelend en geestig,’ noemt de Volkskrant de onlangs bij De Bezige Bij verschenen vertaling van de roman All Fours, in het Nederlands verschenen onder dezelfde titel. De veelzijdige Amerikaanse Miranda July is regisseur, screenwriter, acteur en schrijver, All Fours is haar tweede roman.

    Een 45-jarige kunstenares neemt in Los Angeles afscheid van man en kinderen om per auto naar New York te rijden. Nog geen twintig minuten later neemt ze een afslag en boekt ze een kamer in een eenvoudig motel. Voor één nacht, maar dat worden er al snel meer. Ze begint zelfs een affaire met een jongere, getrouwde man. Wanneer ze beseft dat ze vlucht van haar realiteit als moeder, echtgenote en het ouder worden, neemt ze opnieuw een afslag in haar leven. Dat blijkt het begin te zijn van een heel andere reis.

    Miranda July bewijst opnieuw haar unieke benadering van fictie. Wrang, komisch en met een ongegeneerde nieuwsgierigheid naar menselijke intimiteit en tastbaar plezier in het verleggen van grenzen. July kaapt het bekende om dat te veranderen in iets nieuws en opwindends.

     

    All Fours
    Auteur: Miranda July
    Uitgeverij: De Bezige Bij 2024

    Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd

    Bij uitgeverij Lucht verscheen Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd, het debuut van Martin Koot (1968). Werkzaam bij onderzoeksbureau MoneyView, daarnaast is Koot muziekproducent, organisator van culturele evenementen en schrijver.

    In Boreling schrijft Martin Koot een kwetsbaar en persoonlijke verhaal, over hoe zijn eenzame kindertijd hem heeft gevormd voor de rest van zijn leven. Toen Koot als tiener steun en kameraadschap zocht bij een leraar van zijn lagere school werd hij misbruikt. Wanneer jaren later Martins huwelijk op de klippen loopt en de grond onder hem en zijn kinderen lijkt te verdwijnen, vindt hij de moed om op te staan en het juk van zijn jeugd en de pijnlijke gebeurtenissen te verwerken. Naast die narigheid heeft de auteur ook veel oog voor schoonheid en die schoonheid raakt. Een openhartig en toegankelijk geschreven boek.

     

    Boreling – Echo’s van een gebroken jeugd
    Auteur: Martin Koot
    Uitgeverij: Lucht 2024

    Kairos.

    Kairos. van de (Oost-)Duitse auteur Jenny Erpenbeck (1967) was dit jaar de winnaar van The International Booker Prize van de in 2023 verschenen vertaalde literatuur. Erpenbeck wordt gezien als een krachtige stem in de hedendaagse Duitse literatuur.

    Veel DDR-romans gaan over het repressieve regime en de periode voor de val van de Muur. In Kairos. schetst Erpenbeck het gewone leven van gewone mensen die liefhebben, uitgaan, gelukkig en ongelukkig zijn door hun zorgen in de privésfeer. Maar op de achtergrond speelt de ingrijpende maatschappelijke en politieke omwenteling van de jaren ’80.

    Katharina is een studente van 19, Hans is 34, schrijver, radiomaker en getrouwd. Ze ontmoeten elkaar in de bus en voelen meteen een sterke aantrekkingskracht. Een wervelende affaire is het gevolg, maar gaandeweg verschuift er iets tussen hen. Katharina wordt volwassen en gaat meer haar eigen weg, wat bij Hans jaloezie en agressie oproept, zelfs met sadistische en paranoïde trekken. Een superieure roman over dimensies en lagen in de liefde, macht, verraad en de waarheid.

     

    Kairos.
    Auteur: Jenny Erpenbeck
    Uitgeverij: De Geus 2024
  • Zomerlezen – Beste dikke boekenlijstje

    Geheime kamers

    Jeroen Brouwers’ Geheime kamers verscheen in 2000 en is in mijn ogen een meesterwerk, een van zijn beste boeken. De compositie van het verhaal, de taal waarin Brouwers het verhaal vertelt, zijn imponerende stijl, de metaforen en verwijzingen die hij gebruikt, de spanning die hij weet op te roepen, maken het lezen van dit boek tot een genotvolle tijdpassering. Het mooie is dat hij van een tamelijk simpel en een in de literatuur veel behandeld thema – de relatie tussen een man en een vrouw, in dit geval twee echtparen – een rijk boek weet te maken.

    In veel boeken van Brouwers komen zijn hoofdpersonen in situaties terecht waarin ze eigenlijk niet willen zijn: een lift die vastzit, een huwelijk dat eigenlijk voorbij is, een vader wiens kind eerder doodgaat dan hijzelf, een grijsaard die tegen zijn zin een cruise maakt over de Middellandse Zee. Ook in dit boek is de hoofdpersoon een deerniswekkend figuur die niets dan ellende ontmoet in zijn leven. Hij vindt zichzelf een non-valeur maar van alle figuren in het boek is hij eigenlijk de enige die deugt. Al doet hij steeds de verkeerde dingen op de verkeerde momenten maar weet toch te overleven.

    Brouwers weet dit verhaal zoveel breedte en diepte te geven, dat het uiteindelijk gaat om de fundamentele existentie van de mens, zijn moraliteit en zijn lust tot al dan niet te willen leven.

     

     

    Geheime kamers
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Olympus

    De lijfarts

    Maria Stahlies De lijfarts verscheen in 2002; het is nog steeds een boek dat het lezen meer dan waard is.

    Het knappe van Maria Stahlie vind ik haar veelzijdigheid als romancier. Ze schrijft prachtig, componeert consciëntieus, met veel oog voor detail (schept er een genoegen in om met getallen te spelen en er een symbolische betekenis aan te geven) en tekent in heldere stijl scherpe psychologische portretten van haar personages, die tot op zekere hoogte worstelen met het leven.

    De lijfarts is een van haar mooiere boeken, vooral omdat het verhaal je in alle opzichten zo weet te boeien dat het je niet meer loslaat. Wanneer je De lijfarts hebt uitgelezen, vind je Egidius vast ook heel mooi.

     

     

    De lijfarts
    Auteur: Maria Stahlie
    Uitgeverij: Prometheus

    Het achtste leven (voor Brilka)

    Nino Haratischwili’s, Het achtste leven (voor Brilka), verscheen in 2014; een familie epos over acht levens uit zes generaties van de familie Jasji, in één ruk uit te lezen, althans als je even de tijd hebt. Het verhaal over deze familie uit Georgië speelt zich af in Rusland en beslaat de hele twintigste eeuw. Het knappe is dat de persoonlijke lotgevallen van deze familie ingebed worden in de politieke en sociale ontwikkelingen in Rusland, met name de jaren waarin Stalin aan het bewind was. Daarmee stijgt het ver uit boven het afzonderlijke leven van de diverse familieleden maar laat het ook zien welke invloeden die ontwikkelingen hebben op hun levens. Mooi geconstrueerd en prachtig beschreven door Brilka, de jongste telg uit het geslacht Jasji. Van haar wordt verwacht dat zij haar leven pas inricht nadat zij kennis heeft genomen van de levens van de voorgaande generaties. Haar tante Nitsa vertelt haar daarover en wij mogen meelezen.

    Een heerlijk boek om je in te verliezen.

     

     

    Het achtste leven (voor Brilka)
    Auteur: Nino Haratischwili
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Goudzand

    Wanneer je deze drie boeken uit hebt, wacht nog een mooi boek: Konstantin Paustovski, Goudzand bevat korte verhalen, dagboeken en brieven van de schrijver die nog niet eerder zijn gepubliceerd. Zijn zesdelige autobiografie De geschiedenis van een leven is één van de mooiste boeken uit de twintigste eeuw. Dan vraag je je af of daaraan nog iets kan worden toegevoegd: ja, dat kan dus! In Goudzand vertelt Paustovski de geschiedenis van Rusland vanaf de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren 60. Deze geschiedschrijving lardeert hij met ontroerende brieven aan zijn vrouw, vrienden en collega-schrijvers. Hij moet ook oppassen met zijn publicaties omdat het Russische regime na de Tweede Wereldoorlog de kritiek van schrijvers op de Russische politiek en maatschappij niet duldde. Paustovski schreef kritische brieven aan Brezjnev en de partijtop wanneer er weer een collega werd gedwarsboomd in zijn werk of gevangen genomen werd.
    Een schitterend boek, prachtig geschreven, intrigerend om te lezen.

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  • Arme drommel

    Arme drommel

    Eduard Saxberger is een oude man die zijn dagen slijt op kantoor. Er was een tijd dat hij het burgerlijke leven dat hij nu leidt, veracht zou hebben. In die tijd publiceerde hij zijn eerste en tevens laatste werk, Omzwervingen. Een klein boekje gevuld met zijn gedichten. Nu, op zijn oude dag, vindt hij zijn leven wel prima zo. Na zijn werk leest hij de krant of soms zelfs een ‘onderhoudende’ roman en geregeld ontmoet hij een vast groepje vrienden in de kroeg voor een potje biljart of een warme maaltijd.

    De ontmoeting
    Bij thuiskomst van een van zijn wandelingen door de stad zit een jongeman op hem te wachten. De jongen stelt zich voor als Wolfgang Meier. Schrijver. Meier begint zijn lofzang: Saxberger ontmoeten is één van zijn grootste wensen, hij heeft grote bewondering voor de dichter en Omzwervingen is een prachtig werk.

    Meier vertelt dat hij lid is van een kring van jonge schrijvers. Deze kring bestaat uit een groep excentriekelingen, die het één voor één proberen te maken in de harde wereld van de kunst. De groep is een allegaartje van acteurs, schrijvers, dichters, toneelschrijvers en meer. Zíj zijn de talentvollen en de rest zijn talentlozen. Zij zijn –ongewaardeerde- kunstenaars. Ze houden zich ver van de heersende stroming, maar het publiek blijkt nog niet klaar voor hen te zijn. Zij zijn er echter van overtuigd dat hun tijd hoe dan ook nog zal komen.

    Saxberger wordt door Meier uitgenodigd om de mensen uit deze kring te ontmoeten. En zo bevindt Saxberger zich op een dag na zijn wandeling tussen de vrienden, ‘het jonge Wenen’, in het koffiehuis waar de groep geregeld samenkomt. Ieder van hen is lyrisch over Saxberger en zijn gedichten. Hij neemt de woorden van lof in ontvangst en bedankt de jongens vriendelijk.

    Deze ontmoeting zet Saxberger aan het denken over een onderwerp waar hij zich al jaren niet meer mee bezighoudt: zijn gedichten. Zijn ze misschien werkelijk zo goed? Heeft het publiek een fout gemaakt door zijn werk niet te erkennen? Hoe vaker hij de kunstenaarskring in het koffiehuis bezoekt, hoe zekerder hij is: ja, ze hebben een fout gemaakt. Hij is een dichter en zijn werk had meer waardering verdiend.

    Moment suprême
    Hoewel de kring zich fel uitlaat over de massa die niet weet wat kunst is, hebben ze toch publiciteit nodig: ze besluiten een voordrachtsavond te organiseren. Ieder van hen zal een stuk uit eigen werk voordragen. Saxberger die al redelijk ingeburgerd is in de groep moet er ook aan geloven. Ze vragen hem een nieuw gedicht te creëren voor de grote avond. En dan wordt het moeilijk voor de oude man. De heer, die zichzelf nu als miskent dichter beschouwt, moet de kunst weer oppakken en dit vergaat hem niet gemakkelijk. De weken gaan voorbij, maar hij krijgt geen woord op papier. Hij moet met tegenzin aan zijn nieuwe vrienden bekennen dat hij het dichten is verleerd.

    Toch leeft Saxberger naar de voordrachtsavond toe. Op deze avond zullen er wat gedichten uit zijn eerdere werk worden gelezen. Hij is gaan verlangen naar roem. Zal deze avond hem dat brengen? Nadat zijn gedichten zijn voorgedragen en hij op het podium zijn applaus in ontvangst neemt, hoort hij echter een ander geluid. Als hij van het podium af is, overspoelt hem een intens verdriet. Hij twijfelt eerst nog, maar weet het dan zeker: iemand noemde hem ‘een arme drommel’. Waarom werd dat gezegd? Is het zijn leeftijd, zijn het zijn gedichten? De woorden blijven zich herhalen in zijn hoofd.

    De schrijver
    Arthur Schnitzler (1862-1931) was een huisarts en een schrijver. Zijn bekendste roman is Leutnant Gustl (1900) in de vorm van een interne monoloog. Na zijn dood heeft hij al zijn werk aan zijn zoon nagelaten; acht kisten met manuscripten van (on)voltooide werken, schetsen, notities, en briefwisselingen. Hierbij zat ook Late roem, dat eerder door Schnitzler was betiteld als Geschiedenis van een bejaarde dichter. Interessant is dat hij dit boek al op 32-jarige leeftijd heeft geschreven.

    Tijdloos
    In deze novelle drijft Schnitzler lichte spot met de kunstenaars en vooral de kunstenaarsbijeenkomsten van zijn tijd. De personages zijn een typische weergave van vrijgevochten kunstenaars met grootse uitspraken, maar met weinig succes. Dit maakt de passages in het koffiehuis met de gepassioneerde gesprekken tussen de ‘echte’ kunstenaars van Wenen vermakelijk om te lezen. Ze voeren een strijd om de aandacht van het publiek terwijl ze dit eigenlijk als een stel onwetenden zien. Zo wordt beschreven dat tijdens de voordrachtsavond het publiek voor elke bijdrage even hard applaudisseerde, zich duidelijk niet bewust van enig kwaliteitsverschil in de stukken. De recensies over de voordrachtsavond zijn niet bepaald positief te noemen. Dit roept de vraag op: zit het publiek er zo ver naast of ligt het aan de kunstenaars?

    Ook de strijd tussen het vrije kunstenaarsbestaan aan de ene kant en het saaie burgerlijke leven aan de andere kant komt in het boek naar voren. Het boek eindigt in een anticlimax. Door het boek heen zie je Saxbergers vertrouwen in zijn dichterschap groeien. Hij begint neer te kijken op zijn normale leven en alles wat daarbij hoort. Zijn nieuwe vrienden helpen hem dit zelfvertrouwen te vinden waardoor hij vervreemdt van zijn oude vrienden die duidelijk niet meer snappen met wie ze te maken hebben. De ommezwaai die Saxberger aan het einde maakt, is misschien wat makkelijk. Maar misschien is dat wel de boodschap van het boek: wanhopig streeft men naar roem, sommigen mogen er even van proeven, maar velen zullen zich daarna weer –gedesillusioneerd- op dezelfde plek bevinden als waar ze zijn begonnen. ‘Hij had het gevoel dat hij na een korte, vermoeiende reis thuiskwam, in een huis waar hij nooit van had gehouden, maar waar hij de bedompte en warme behaaglijkheid van vroeger hervond.’

    De tijdloze thema’s van het verhaal maken dat het boek nu net zo actueel is als toen het werd geschreven. Schnitzler schrijft toegankelijk en voor je het weet lees je de laatste bladzijde. Toch zaait het verhaal ook de nodige twijfel. Bijvoorbeeld over Saxberger. Het ene moment voel je medelijden met de oude man, die niet helemaal op zijn plek lijkt tussen de jonge kunstenaars. Het andere moment is het moeilijk sympathie voor hem te voelen wanneer hij steeds verder naast zijn schoenen begint te lopen. Schnitzler kiest niet. Het is uiteindelijk aan de lezer om een antwoord te vormen op de vragen die zich opdringen na het lezen van het boek.

  • De moedertaal als paradijs

    Hoe duidelijke wil je het als lezer hebben? De ondertitel Een autobiografische roman zet Ruben Jablonski meteen onontkoombaar neer als het alter ego van Edgar Hilsenrath. En wie de feiten uit het leven van de auteur in zijn achterhoofd heeft vraagt zich tijdens het lezen meerdere malen af waar het romaneske en de fictie dan wel in zit. Daarover straks meer. Maar zo ooit, dan is het nu wel van belang eerst de jeugdervaringen (tot ongeveer zijn 25ste) samen te vatten.

    Hilsenrath werd in 1926 in een Duits-Joods gezin geboren in Leipzig, maar groeide op in Halle. Na de Kristallnacht in 1938 vluchtte het gezin zonder de vader naar het Roemeense Sereth. Daar woonden een opa en oma en het stadje had voor de toen 12-jarige Edgar een paradijselijke klank, die hij er in werkelijkheid ook ervoer. Zijn vader bleef in Halle achter, maar vluchtte in 1939 naar Parijs. Edgar zou hem pas na de oorlog weer zien toen het hele gezin wonder boven wonder herenigd werd. In 1941 kwamen Edgar en zijn moeder en broer terecht in het Oekraïense getto Mogilev-Podolski – een stad die niet meer dan een ruïne was – , waar ze soms met meer geluk dan wijsheid gespaard bleven voor transport naar een vernietigingskamp. In 1944 werd het getto door de Russen ontzet en al snel koos Edgar voor het avontuur door naar Palestina (destijds nog Engels mandaatgebied) te trekken in de hoop daar een nieuw paradijs te vinden. Dat werd een deceptie. Hij belandde er meerdere keren in de gevangenis. In 1947 keerde hij terug naar het inmiddels in Lyon wonende gezin, maar vertrok kort daarna al weer naar de Verenigde Staten. Momenteel woont Hilsenrath in Berlijn.

    De eerste roman van Hilsenrath, Nacht, is een beklemmende beschrijving van het leven in het getto van Mogilev-Podolski. Het boek verscheen in 1964 in Duitsland, maar werd daar nogal opzichtig tegengewerkt omdat hij in Joodse ogen een leugenachtig beeld schetste van de houding van de Joden zelf. Een jaar later sloeg het wel aan toen er een Amerikaanse vertaling kwam.

    De belevenissen van Ruben Jablonski uit 1997, dat onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen, is een verslag van zijn jeugd tot en met het schrijven van Nacht, het boek dat voor hem zelf als een verlossing kwam. De Ruben uit de titel is geobsedeerd door de drang dit boek te schrijven. We volgen hem in sneltreinvaart door zijn jonge jaren. We krijgen een indruk van de romantische omgeving die Sereth voor de jongen was en een sober overzicht van het getto waarin hij zich tot een ware overlever ontwikkelt. De grote lijnen in het boek worden gevormd door zijn alsmaar mislukkende pogingen om het gettoleven te beschrijven, zijn onrustige maatschappelijke bestaan (waarin hij het ene baantje na het andere, van bordenwasser tot ziekenhulp, aanpakt en vaak na een paar dagen alweer opgeeft), zijn zoektocht naar een samenleving waarin hij kan geloven en zijn verstoorde verhouding tot vrouwen. Hij kan ze alleen maar zien als seksobjecten en laat ze vallen als ze niet bereid zijn om op zijn commando te neuken.

    Als Ruben na zijn Palestijnse avontuur (de staat Israël wordt in 1948 uitgeroepen, maar juist op dat moment vertrekt hij) in Lyon in het gezin terugkeert frustreert zijn vader zijn verlangen om te schrijven en dwingt hem in de bontindustrie te gaan werken. Ruben vervalt in een diepe depressie, gepaard aan impotentie, waaruit niets hem lijkt te kunnen redden. Tot het beslissende moment waarop hij Arc de Triomphe van Erich Maria Remarque leest. Deze novelle gaat over statenloze vluchtelingen in Parijs vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog; Remarque schreef het tijdens zijn ballingschap in Amerika. Ruben Jablonski schrijft: ‘Voor het eerst had ik gezien hoe iemand in uiterst bondige taal een sfeer neerzette, goede karakters creëerde, razend spannend vertelde en vooral dialogen schreef zoals ik ze nog nooit had gelezen. Dat bracht me op het idee mijn gettoroman ook zo te schrijven.’ Aan boord van De Grasse, het schip dat hem naar de VS brengt, voltooit hij het boek.

    Intussen heeft de lezer in De belevenissen van Ruben Jablonski een amalgaan van politieke discussies geserveerd gekregen, die ook in andere romans van Hilsenrath zijn uitgewerkt: de verwikkelingen in Midden-Europa tijdens het nazisme, zijn visie op de Armeense genocide (het onderwerp van zijn roman Het sprookje van de laatste gedachte) en de ontwikkeling van de Joodse staat en de verhouding tussen Palestijnen en Joden in die tijd.

    Maar er is ook iets merkwaardigs aan deze roman voor wie eerder werk van Hilsenrath heeft gelezen. We vinden hier niets terug van de aangrijpende taferelen in het getto uit Nacht, of van de venijnige satire in De nazi en de kapper, het boek dat in Nederland voor zijn definitieve doorbraak zorgde. Deze Belevenissen lijken zonder de geringste literaire ambitie geschreven. Er zitten, vooral als het gaat over de historische achtergrond, bijna naïef te noemen dialogen in en beschrijvingen die je eerder in een droog geschiedenisboek verwacht. De vele seksscènes worden afgeraffeld op de manier waarop je vertelt wat je in de supermarkt hebt gekocht.

    Toch zal een dergelijke kale, bijna fantasieloze, verteltrant een bewuste keuze van Hilsenrath zijn geweest, want het sluit wel aan op het levensverhaal van Ruben Jablonski die na het getto zijn inspiratie en zin in het leven totaal lijkt te zijn kwijtgeraakt. Wat past daar beter bij dan de platte, onversierde, taal, de plichtmatige dialogen, het zonder opsmuk beschreven gehobbel van het ene baantje naar het andere, en de kleurloosheid van de rafelranden van het leven.

    Je krijgt wel de neiging te gaan psychologiseren over de banaliteit van zijn seksleven. Is het een weerslag van de ervaringen in het getto? Is het een voortdurende zucht zijn mannelijkheid te willen bewijzen omdat hij zichzelf eigenlijk een mislukkeling vindt? Is het een soort wraak op de wereld die geen liefde te bieden heeft (de Jodenvervolging, de Armeense genocide, de vernedering van de Palestijnen en de arrogantie van de zionisten)?

    Een mooie conclusie bieden in elk geval de laatste regels van het nawoord van Helmut Braun, een Duitse uitgever en pleitbezorger van Hilsenrath. Ruben Jablonski weet aan boord van De Grasse zeker dat hij zijn boek zal voltooien en zelfs bij welke uitgever het in Amerika zal verschijnen (daarin is deze autobiografie wél fictie, want in feite zal Hilsenrath het boek in Amerika pas afronden). Braun schrijft daarover: ‘En wat een moeizame weg (…) moest Edgar Hilsenrath gaan voor hij aankwam waar Ruben Jablonski overtuigd was te zijn. Heeft Hilsenrath later ooit zijn paradijs gevonden? Ja, alleen niet op een plek op deze aarde, maar in zijn moedertaal, die ook zijn literaire taal is, in het schrijven, in zijn boeken en de respons erop.’