• Ellen Deckwitz wint Italiaanse Premio Ciampi

    Ellen Deckwitz wint Italiaanse Premio Ciampi

    Ellen Deckwitz (1982) stond in 2020 op de nominatie voor De Grote Poëzieprijs met Hogere natuurkunde (Uitg. Pluim, 2019), maar kreeg hem niet. Nu heeft ze met diezelfde bundel de Premio Ciampi prijs gewonnen en is hiermee de eerste Nederlandse dichteres die deze prestigieuze prijs krijgt toegekend. De Premio Ciampi staat qua aanzien in dezelfde lijn als onze De Grote Poëzieprijs of de T.S. Eliot Prize in Engeland.

    Hogere Natuurkunde is ontstaan na het overlijden van Ellen Deckwitz’ Indische grootmoeder. Ze ontdekte dat zij de enige in haar familie is die het levensverhaal van haar grootmoeder te horen heeft gekregen. Het is deels een reisverhaal, deels mythe, maar ook een getuigenis. Het is het resultaat van talloze gesprekken die Deckwitz voerde met mensen wier wortels ook in voormalig Nederlands-Indië liggen. Ontroerend, geestig en confronterend schetst Ellen Deckwitz de gevolgen van een oorlog die inmiddels in miljoenen Nederlanders doorwerkt en tot op de dag van vandaag hun levens tekent.

    Mariken Heitman schreef in een column dat ze de bundel direct na de laatste regels opnieuw begon te lezen. ‘Om de lucide taal, scherp en soms geestig, om de overlevingsadviezen van het oma-personage, voortkomend uit een Indisch verleden, adviezen tussen twee haakjes die subtiel het zwijgen over oorlogstrauma en het loodzware gewicht van geheimen lijken te benadrukken, generatie op generatie doorgegeven.’

    Ellen Deckwitz won in 2021 De Johnny, de oeuvreprijs voor podiumpoëzie. In 2022 won ze de oudste literaire prijs, de ­Tollensprijs, voor haar oeuvre. Ze is columnist voor NRC en maakt samen met schrijvers Joost de Vries en ­Charlotte Remarque de literatuurpodcast Boeken FM. Daarnaast heeft ze de dagelijkse podcast Poëzie Vandaag. Sinds januari 2024 is zij Stadsdichter van Amsterdam. En dan nu deze mooie Italiaanse prijs.

    Sinds 2010 wordt de Premio Ciampia jaarlijks uitgereikt en is verdeeld in een binnenlandse en buitenlandse sectie. Deckwitz wint in de buitenlandse sectie met Hogere natuurkunde, de Italiaanse winnaar van dit jaar is Vincenzo Frungillo. De prijs wordt uitgereikt tijdens een groots, tweedaags evenement op 20 en 21 november in het Goldoni Theater in Livorno.

     

    Opmerkelijk is dat deze winnende bundel, gewoonlijk € 21,99, nu bij Bol.com tweedehands voor € 50,00 wordt aangeboden.

     

     

  • Dit boek moet iedereen lezen

    Dit boek moet iedereen lezen

    Dit gaat niet over grasmaaien. Hoe lees je poëzie van Ellen Deckwitz is een vervolg op Olijven moet je leren lezen. Een cursus genieten van poëzie uit 2016. Van deze laatstgenoemde uitgave verschenen in korte tijd zeven drukken. En Dit gaat niet over grasmaaien uit najaar 2020 is ook al binnen een half jaar drie keer herdrukt: alle reden tot vreugde dus. Deze ‘opvolger’ maakte Ellen Deckwitz omdat ze merkte dat poëzie dynamisch is en onder invloed van veranderende omstandigheden telkens opnieuw vragen kan oproepen en nieuwe inspiratie teweeg kan brengen. Wat in de cursus uit 2016 niet aan de orde kwam krijgt nu een herkansing. 

    Opvallend is dat ‘genieten van poëzie’ blijkbaar is versoberd tot ‘het lezen van poëzie’. Wie goed oplet ziet dat in dit boek ook meer nuchtere aspecten van de dichtkunst aan de orde komen. Waarom er gedichten worden geschreven na een ramp, bijvoorbeeld. Of waarom poëzie helpt om te praten. Of waarom je door poëzie kunt ontdekken dat je niet gek bent. In 21 hoofdstukken van gemiddeld zes pagina’s gaat Ellen Deckwitz in op deze en andere vragen. De hoofdstukken zijn lichtvoetig geïllustreerd en van een duidelijke structuur voorzien. Elk hoofdstuk prijkt bovendien met een typografisch uitgelichte quote die – behalve door de vormgeving – de aandacht trekt door prikkelende woordkeus of stelligheid. Bijvoorbeeld:

    Wat je in teksten vindt en waardeert, is altijd afhankelijk van wie je op dat moment bent, wat je leeservaring is, wat je nodig hebt.’

    Of:

    ‘Er is een enorme ontroering wanneer je poëzie leest waarvan je het gevoel krijgt dat ze speciaal voor jou is geschreven.’

    Goeroe met zelfspot

    En dan de literatuur zelf die voorbij komt. Als ik goed heb geteld wordt in kort of ruim bestek verwezen naar het werk van een zeventigtal auteurs, van Rodaan Al Galidi tot Joost Zwagerman en van de Bijbel tot Delphine Lecompte. Ook enkele buitenlandse dichters en schrijvers zijn vertegenwoordigd, met namen als Simone de Beauvoir, Philip Larkin, Sylvia Plath en Warsan Shire, die haar poëzie ook via Instagram verspreidt. Een mooi podium: Deckwitz signaleert dat velen op Insta voor het eerst een gedicht lezen dat hun niet meteen het gevoel gaf dom te zijn. Tenslotte geeft Ellen Deckwitz aan het eind van veel hoofdstukken in een cursief gedrukte paragraaf heel concrete suggesties voor verder lezen.      

    De zelfbenoemde gedichtenevangelist Ellen Deckwitz is voor het antwoord op de vraag ‘hoe lees je poëzie’ een heerlijke ambassadeur: ze schrijft origineel, persoonlijk, met humor, begrijpelijk en toch nergens ooit zouteloos of truttig. Ze kiest haar voorbeelden goed en overtuigend … en met zelfspot, wat altijd goed is, zeker voor een goeroe. Voor het hoofdstuk ‘Hoe weet ik of een gedicht slecht is’ neemt Deckwitz een ongepubliceerd gedicht van zichzelf als uitgangspunt. 

    Vlinders

    ‘De vlinders fladderen verloren rondjes,
     ze hebben dit ongeliefd lichaam verlaten,
     degene die ze wegzond, houdt opeens terstond
     de mond, van verdriet kan ze niet meer praten.
     Het vuur in haar hoofd is wreed gedoofd.
     Wapperende wezens waaiden het uit,
     Dit is de laatste kans weet ze nochtans
     De zorg om de vliesdunne vleugels verbruid.’ 

    Aanstekelijke werkwijze

    In een destructieve analyse van dit gedicht, werkt Deckwitz vervolgens toe naar de stelling dat dit vers alleen maar dóét of het een gedicht is. Wat op zich wel weer mooi gezegd is. 

    Het woord dat Deckwitz’ werkwijze karakteriseert is: ‘aanstekelijk’. Zo gauw je een hoofdstuk uithebt van Dit gaat niet over grasmaaien wil je een gedicht gaan lezen of naar een bundel of bloemlezing grijpen. Beter kan niet, toch? Eigenlijk zou iedereen in Nederland met enig gevoel voor taal en literatuur dit boek moeten kopen en alle anderen zouden het dan van de overheid cadeau moeten krijgen, zomaar.’ Omdat het goed voor je humeur is, omdat het je aanzet tot nadenken, tot een keertje extra kijken en tot je gedachten en associaties de vrije loop laten en met aandacht volgen welke kant die opgaan.

     

  • Overlevers en anderen

    Overlevers en anderen

    Ergens, diep in de Chinese bossen, vieren de civetkatten feest. Het zal een tijd duren voordat de mensen weer op ze durven te jagen. Ze vormen de mogelijke bron van de huidige corona-pandemie. Zij, of een dromedaris. Ik google afbeeldingen van de civetkat, een middelgrote alleseter met een onsympathiek spitse snuit en een wat gluiperige lichaamshouding. Niet iemand die ik graag tegenkom in het donker. Toch is het niet zijn schuld of van die brave dromedarissen, dat de hele wereld binnen zit, bang, ziek of beide.

    De boeken die ik weken geleden van de bieb leende, hoeven niet terug. De bieb is dicht. Gestaag lees en blader ik mij door de stapel, tot ik uitkom bij de klassieker Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond, die ik aanvankelijk om heel andere redenen leende. Maar inderdaad: ziektekiemen. Absurd toeval, maar er is al zoveel absurd. En het is ook niet de schuld van de kippen, de geiten en de ratten die ons al eeuwenlang griep, koorts en pest geven. Het is simpelweg een gegeven. Sinds wij boeren werden en zo’n zesduizend jaar geleden dieren domesticeerden. Sinds dat intieme verbond delen we alles met elkaar: voedsel, arbeid, onderdak en troost. Maar ook elkaars ziektes, zoönosen, zoals dit corona-virus, dat van dier op mens oversprong. Waren we maar jagers en verzamelaars gebleven. Om de romantici onder ons meteen uit de droom te helpen: terugkeren naar deze leefstijl is geen optie, het ‘wilde’ voedselaanbod is al heel lang niet meer toereikend om zoveel mensen monden te voeden en kijk anders bij twijfel de film Into the wild.

    Wat rest? Fictie, om de absurde realiteit te stoven in zijn eigen vocht. Ik lees Hogere natuurkunde van Ellen Deckwitz, dat ik direct na de laatste regels herlees. Om de lucide taal, scherp en soms geestig, om de overlevings-adviezen van het oma-personage, voortkomend uit een Indisch verleden, adviezen tussen twee haakjes die subtiel het zwijgen over oorlogstrauma en het loodzware gewicht van die geheimen lijken te benadrukken, generatie op generatie doorgegeven. Er volgt geen makkelijke oplossing of antwoord. Er zijn overlevers en anderen. Toch stijgt de schrijver, en de lezer met haar, soms boven de prangende situaties uit. Laat de civetkatten maar feest vieren, deze bundel geeft lucht.

     


    Mariken Heitman is bioloog en schrijver. Ze schrijft over natuur en over boeken. In januari 2019 verscheen haar debuutroman De wateraap(Atlas Contact).

  • Oogst week 40 – 2019

    Hogere natuurkunde

    Hogere natuurkunde is de vierde dichtbundel van Ellen Deckwitz. Het thema is de doorwerking van ervaringen in Jappenkampen in Indië op de tweede en derde generatie. Deckwitz’ oma Koos deelde die ervaringen met Ellen, maar nauwelijks met anderen. Ze bespaarde haar kleindochter daarbij de gruwelijke details niet. Na oma’s dood in 2014 ontdekte Ellen dat zij alleen stond met die verhalen en ging ze op zoek naar andere nakomelingen van gevangenen uit de Jappenkampen. ‘Je zult moeten leren verdragen wat in je zit’, zegt ze in NRC Handelsblad. Therapie biedt geen oplossing. Het schrijven aan Hogere natuurkunde hielp haar wel. Op 29 september sprak ze over haar bundel in VPRO Boeken.

    Hogere natuurkunde
    Auteur: Ellen Deckwitz
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Dorsmans dood

    Mieke Smilde is rechtbankjournalist. In haar tweede roman, Dorsmans dood, beweegt ze zich volledig op haar vakgebied. Ze roept vragen op over de invloed van publiek en media op de waarheidsvinding in rechterlijke oordelen, maar ook over wat iemands afkomst betekent voor zijn latere werk. Rechter Pieter Coorn, van oorsprong een Rotterdamse stadsjongen, moet in hoger beroep beoordelen of een Bulgaarse verdachte inderdaad Esther Dorman heeft vermoord. Hij stelt nogal wat fouten vast die de familie en de pers liever niet horen. Ook met Miek Smilde is een interview te beluisteren in VPRO Boeken, op 22 september.

    Dorsmans dood
    Auteur: Miek Smilde
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Vaderliefde

    Het veelzijdige oeuvre van P.F. Thomése (De weldoener, De onderwaterzwemmer en de bijna burleske J. Kesselsromans) kende tot nu geen werk dat zo autobiografisch was als Schaduwkind (over de dood van zijn dochtertje Isa), ook al draagt Nergensman uit 2009 de ondertitel ‘Autobiografieën’. Daar is nu Vaderliefde aan toegevoegd. Hij schreef het na de dood van zijn beide ouders. Het verhaal gaat over veel meer dan zijn vader. Aan de hand van brieven, nagelaten spullen en persoonlijke herinneringen construeert hij zijn familiegeschiedenis tot ver terug, met aan het slot de vraag hoe hij zelf als vader in die geschiedenis zal worden opgenomen.
    Op 6 oktober zal Thomése in VPRO Boeken te gast zijn over Vaderliefde.

    Vaderliefde
    Auteur: P.F. Thomése
    Uitgeverij: Prometheus
  • Succesvolle twintigste editie GDMW

    Literair feestje met sterke voordrachten

    Zaterdagavond in Katendrecht Rotterdam. Literair festival Geen Daden Maar Woorden vierde zijn twintigste editie met optredens verdeeld over drie sfeervolle gelegenheden. Ruim vierhonderd bezoekers lieten zich verrassen door Spoken word artiesten, laafden zich aan voordrachten van jonge schrijvers en genoten van interviews en muzikale optredens.

    Singer-songwriter Janna Lagerström opende de avond om 20.00 uur in muziekcafé Kopi Soesoe, in Kantine Walhalla startte om 20.10 uur Spoken word artiest Guus van der Steen en in Theater Walhalla begon om 20.20 uur het interview door Ellen Deckwitz met Hanna Bervoets en Murat Isik begon. Help oh help daar wil je bij zijn. Het niet overal bij kunnen zijn was wel de grootste crime die avond. Voor het overige was het een heerlijk genieten en werd er al snel gekozen voor een locatie en dat was Kantine Walhalla.

    Van der Steen nam, ondanks een – zo verklaarde hij – fikse oorontsteking waarbij zijn eigen stem nogal in zijn hoofd geresoneerd moet hebben, het publiek mee in een van zijn verhalen op rijm over Timo, een zonderling figuur waar de schrijver als kind uit bewondering achteraan ging. De voordracht maakt deel uit van een cabaretvoorstelling waarmee hij de komende maanden op tournee gaat. Pakkende taalfragmenten, al was het publiek nog niet helemaal op gang.


    Onderkoeld proza
    Gerda Blees las voor uit haar verhalenbundel Aan dood gaan dachten we niet. Haar proza was als een onderkoeld waterstroompje. Met personages die het passeren van de tijd op de staart willen trappen, de overgang van regen naar geen regen hopen waar te nemen. En waarin de enige actie het zoveelste kopje koffie is en het zitten in een tuinstoel onder een afdak. Fantastisch, een bundel die gelezen dient te worden.

     

    Indrukwekkende statements
    Na een muzikaal intermezzo van Gerson Main (met muts) die deze zomer nog met zijn theatervoorstelling ‘Ga weg, maar blijf’ op Oerol en de Parade stond, betrad de volgende spoken word artiest,
    Mariana Hirschfeld het podium die in haar laatste gedicht over haar moeder spreekt, die eerst haar verzorgde en waarvan zij nu de zorg overneemt en haar rode rozen meebrengt en daar voor de doornen afsnijdt. Over het lezen van Filosofie voor dummies dat ze als kind las met dank aan haar moeder die haar altijd meenam naar de bibliotheek. Haar voordrachten zijn een prachtig statement waar geen ontkomen aan is. Je gaat er in onder en komt weer boven met hernieuwde inzichten en bracht het publiek in een staat van bewondering.


    Theatermaker en schrijver Nhung Dam las voor uit haar debuutroman, Duizend vaders. Voorafgaand gaf ze een inkijkje in wat er zoal op je af komt na de publicatie van je boek. Ze had er vier jaar aan gewerkt en dacht nu eens op reis te kunnen, naar Bali bijvoorbeeld. Maar toen begon het pas: de interviews. En de recensies. En dat dan bij de eerste recensie je eindredacteur je sms’t: ‘Wow! Stop die maar in je zak. Gefeliciteerd!’ En een halve minuut later iemand van p.r. je sms’t: ‘Nhung, kop op! We gaan gewoon stug door. Laat je niet kisten.’ En wat je daar dan van maken moet.

     

    Interview Ariel Levy
    De Amerikaanse schrijfster Ariel Levy, die in haar nieuwste boek, The Rules Do Not Apply (De regels gelden niet) onthult hoe zij als feministe dacht op alles recht te hebben dat het leven te bieden heeft, ontdekte door nogal wat tegenslag in haar leven, dat ‘alles’ eigenlijk wel wat veel gevraagd is. Hoe haar leven drastisch veranderde. Het interview met Ariel Levy door Ellen Deckwitz, had iets van een gezellig onderonsje tussen twee schrijvers die aan elkaar gewaagd zijn. Geheel passend in de sfeer van het festival waar toegankelijkheid voorop staat.

    Een zeer fijn festival met de sfeer van een (groot) huiskamerfeest. Literatuur van jong talent dat nog (net) niet het grote publiek heeft bereikt. Met uitzondering van Ariel Levy die voor een promotietour Europa aandeed en op het festival de meest beroemde schrijver was. ‘En Marijn Sikken’, klonk het in de wandelgangen, ‘van Probeer om te keren, is toch ook wel een bekend auteur’, waarvan hier akte. Jonge schrijvers voor een jong publiek. Hoewel, er bevonden zich onder het publiek verrassend veel veertigers, vijftigers en zelfs zestigers.

     

    Foto’s interview Ariel Levy en Ellen Deckwitz, Nhung Dam: Marco de Swart,
    Foto Gerda Blees: Vera Cornel

     

     

  • Dichters in de Prinsentuin jubileert

    Dichters in de Prinsentuin jubileert

    Vrijdagavond 14 juli is de openingsavond van Dichters in de Prinsentuin in de Puddingfabriek en staat geheel in het teken van het jubileum!

    Een terugblik op twintig jaar Dichters in de Prinsentuin wordt gegeven door literair journalist Coen Peppelenbos. Oprichter van het festival, Tsead Bruinja, komt met een all stars formatie een korte voorstelling spelen.

    De Duitse lyrica Monika Rinck komt spreken en de Groningse dichter Jan Glas brengt nieuw werk. Ellen Deckwitz en Ingmar Heytze brengen de bloemlezing der bloemlezingen met de mooiste gedichten uit twintig jaar Dichters in de Prinsentuin. Tot slot zingt broeder Dieleman over zilte zeewind, zonde en zaligheid.

    Een schitterend programma om het jubileum zeer passend te vieren. En na afloop is er dansen!

     

    Kijk voor meer informatie en tickets op www.Dichters in de Prinsentuin.

     

     

     

  • Schriftje

    Ik heb een onwrikbaar beeld van schrijvers. Denk ik A.L. Snijders, dan zie ik hem zitten in een tochtig schuurtje – met een peervormige gloeilamp boven zich. De hele dag bezig met het schrijven van zkv’s en af en toe voedert ie de kippen, veegt het erf of haalt iemand van het station, maar verder zit hij achter een brede plank – zijn schrijftafel – en schrijft. Philip Roth net zo. Die zie ik staand achter zijn schrijfaltaar waar hij onverdroten aan een boek werkt. Ook nu hij niet meer schrijft, zie ik hem zo. Dat kan natuurlijk niet, een schrijver die alleen maar schrijft. Hoewel, als ik aan A.F.Th. van der Heijden denk – in zijn schrijfkantoor met al die werktafels –  dan klopt het: een schrijver die alleen maar schrijft. Gek genoeg krijg ik Adriaan van Dis niet achter een tafeltje geplaatst waar hij zijn noeste schrijfwerk verricht; hem zie ik in de moestuin en bij de geiten.

    In Deventer was De avond van Eus in het Burgerweeshuis. Daar was Adriaan van Dis om te praten over Het buitengebied. Dat zich ergens rond Deventer bevindt. Eus is de schrijver Özcan Akyol. De avond(en) van Eus zijn avonden die ergens over gaan. Daar zorgde Ellen Deckwitz voor – die heeft wat Eus niet heeft – zij trok lering uit de gesprekken, gaf na elk gesprek stante pede een scherp resumé waardoor je dacht: ‘Ah, zó doe je dat!’ Maar zou het jezelf nooit lukken. Nico was er ook, Dijkshoorn. Zat in een zwart poloshirt langs het gangpad. De wat gebogen rug –  schrijverssrug – en zijn blote armen waardoor de gedachte kwam: van schrijven krijg je geen spierballen. Voor hem zat een jonge vrouw met lang blond haar en een blote rug. Nico en de mooie vrouw waren met elkaar aan de praat geraakt. Zij achterstevoren op haar stoel, luisterde aandachtig als hij sprak. Hij lachte wat beschroomd  als zij sprak, zich ondertussen afvragend hoe ie in godsnaam in Deventer was terechtgekomen, stelde ik me zo voor.

    Terwijl Eus, Beatrice de Graaf ondervroeg over het kwaad – dat terug is – dacht ik aan schrijvers in het wild. Wat moet je ermee. Als ik nu een mooi schriftje had waarin ik handtekeningen verzamelde. Dan liep ik op ze toe en zei: ‘ik verzamel handtekeningen’, en dan zetten ze hun handtekening gelijk met een opdracht erbij. In de loop der jaren zou ik bekend staan als die vrouw met haar schriftje, stelde ik me zo voor. Maar ik houd niet van handtekeningen verzamelen en een mooi schriftje had ik ook niet.
    Beatrice bekende ondertussen dat haar eigen kwaad in haar ongeduld schuilt. Dat haar dochtertje eens een boom wilde tekenen voor opa, dat het Beatrice te lang duurde en ze het potlood pakte en zei: ‘Kijk, zo teken je een boom.’ Ja, dat is inderdaad niet aardig.

    Het ging er vrolijk aan toe in het Burger Weeshuis in Deventer  met Özcan Akyol die volledig naturel publiek en genodigden bespeelde en waarvan ik geen idee heb waar hij is als hij schrijft.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken als steunpilaren van het leven en over de ontdekkingen die zij doet in de marges van de literatuur.

     

     

  • Leren lezen van tovertaal

    Leren lezen van tovertaal

    Onlangs was er een workshop ‘Poëzie begrijpen’ bij boekhandel Broesse in Utrecht onder leiding van dichteres Ellen Deckwitz. Casper van der Veen was erbij en maakte er verslag van voor LiterairNederland.

    Een reputatie van ontoegankelijkheid, zeer geringe verkoopsuccessen, een trouwe doch kleine schare lezers: de poëzie heeft het niet makkelijk in Nederland (en daarbuiten). Toch blijkt steeds opnieuw dat er brede interesse bestaat voor deze unieke kunstvorm, bijvoorbeeld bij de jaarlijks drukbezochte Nacht van de Poëzie, het populaire Poetry International in Rotterdam en in de vaak afgeladen kroegen waarin poetry slamwedstrijden worden georganiseerd.

    Zo ook op een zonnige zondagmiddag in de Utrechtse boekwinkel Broese, waar dichteres Ellen Deckwitz een workshop ‘Poëzie begrijpen?’ geeft aan een publiek waarvoor maar net genoeg stoelen zijn. Hoewel het leren lezen van gedichten altijd relevant is, is de directe aanleiding voor de workshop het onlangs verschenen boek Olijven moet je leren lezen (fragment hier te lezen). Daarin geeft Deckwitz een “cursus genieten van poëzie”, waarin de lezer leert wat een gedicht is, hoe je dit begrijpt en vooral hoe je hiervan geniet. “Ik kreeg zo vaak dezelfde vragen over poëzie dat ik maar besloot een boekje te schrijven waarin de antwoorden staan”, aldus Deckwitz.

    De workshop vormt een inleiding voor die cursus, bedoeld om te laten zien dat poëzie lang niet zo onbegrijpelijk is als vaak wordt aangenomen. Net als in haar vorige gids Zo    word je een geweldige dichter (2015) begint Deckwitz in de Domstad ook met een hele elementaire vraag: wat is poëzie eigenlijk? “Een tekst is een gedicht wanneer de schrijver zegt dat dit een gedicht is”, verklaart Deckwitz.

    Dat betekent echter niet dat het plakken van het etiket “gedicht” op een tekst geen gevolgen heeft. “Wanneer een tekst een gedicht is, gaat de auteur een aantal leesafspraken aan”, aldus Deckwitz. “Als ik op het etiket op een blik soep “soep getrokken van gevogelte” lees, interpreteer ik die woorden anders afhankelijk of het een gedicht of simpelweg een lijst ingrediënten is.”

    Na dit theoretische opwarmertje besluit de dichteres voor het eerst een gedicht voor te leggen aan het publiek. Deckwitz leest Een zwemmer is een ruiter (1960) van de Belgische dichter Paul Snoek voor, terwijl de bezoekers kunnen meelezen vanaf hun handout:

    “Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
    is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
    is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

    En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
    is met armen en benen aloude geheimen vertellen
    aan het altijd alles begrijpende water.

    Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
    Want in het water adem ik water, in het water
    word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
    en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
    en toch nog eenzaam blijven.

    Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.”

    Nou, vraagt Deckwitz, wie weet waar dit gedicht over gaat? De zaal zwijgt, totdat enkele mensen aarzelend één woord tellende antwoorden geven: “Gevoel. Vrijheid. Ervaring. Het leven.” Niet fout, maar nog wel erg algemeen en abstract.

    Deckwitz grijpt dit moment van lichte verwarring aan om de vraag te stellen waarom dichters niet gewoon in heldere, onomfloerste bewoordingen zeggen wat ze bedoelen. Waarom niet gewoon “Ik wil met je op date” in plaats van “Ik vind je zo lief en zo licht”?

    Dat komt omdat er exact staat wat er staat – en wat er moet staan, aldus de dichteres. Door het gebruik van metaforen, stijlmiddelen en metrum kan er meer gezegd worden dan wanneer iets letterlijk zou worden neergepend. Bovendien is een ideaal gedicht zo opgesteld dat het lijkt alsof het niet anders geschreven had kunnen zijn.

    Dat het flink wat moeite kan kosten om dat ultieme eindresultaat te bereiken, illustreert Deckwitz eveneens aan de hand van de Paul Snoek. Van hem zijn gedichten bekend waarvan meer dan honderd versies zijn. De bekende Nederlandse dichter Nachoem Wijnberg schrijft van ieder gedicht zo’n vijftig tot honderd versies tot er eindelijk die publicabele parel uit rolt.

    Dan nu de hamvraag: hoe leer je die tovertaal lezen? Vrijwel alle aanwezigen geven toe wel eens een gedicht te hebben gelezen dat zij niet meteen begrepen. Volgens Deckwitz is de sleutel om veel leeservaring op te doen. Begin met een bloemlezing, kijk wat je mooi vindt en blijf ontdekken. Lees gedichten hardop voor om de muzikaliteit te ervaren. O, en koop haar cursusboek natuurlijk, zegt de dichteres met een knipoog. Je zult vanzelf meer begrijpen en poëzie meer leren waarderen.

    “Google is je beste vriend”, zo illustreert Deckwitz aan de hand van een haiku over Kyoto van de beroemde Japanse poëet Basho. Ze leest voor: “Zelfs in Kyoto, / wanneer de koekoek roept, / mis ik Kyoto.” Dankzij Google kwam Deckwitz erachter dat in Japan de koekoeksroep staat voor zowel de naderende zomer als “de doden die vanuit het sprokkelhout naar hun nog levende geliefden roepen”. Maar ook zonder die kennis kun je dit een mooie haiku vinden.

    Uiteindelijk gaat het om wat de lezer zelf uit een gedicht haalt en hoe dit hem of haar raakt, verklaart Deckwitz. Zelfs als je bepaalde zinnen niet helemaal of helemaal niet begrijpt, kunnen die je evengoed raken. Dit doet denken aan een episode die Ilja Leonard Pfeijffer beschrijft in zijn autobiografische boek Brieven uit Genua. Wanneer hij als jonge tiener voor het eerst een dichtbundel uit de boekenkast van zijn vader openslaat, snapt hij niks van de gedichten die erin staan. Wat hij wel direct zeker wist: dit wil hij ook maken.

    Oké, maar als het gaat om wat jij er uithaalt, heeft een gedicht dan überhaupt een vaste betekenis? Of betekent het voor iedere lezer wat anders? Ook hier is volgens Deckwitz geen sprake van vrijblijvendheid, zoals zij eerder in een column in nrc.next uitlegde. Een gedicht kan veel betekenen en is doorgaans multi-interpretabel. Dat maakt poëzie ook zo rijk en bijzonder. Maar, zoals zij eerder aangaf, je mag er vanuit gaan dat over ieder woord lang en hard is nagedacht. Dus hoewel meerdere lezingen mogelijk zijn, is niet zomaar iedere interpretatie zinnig of waardevol.

    Een jongeman vraagt Deckwitz om een discussie met zijn huisgenoot te beslechten. “Als ik wil weten wat er met een gedicht wordt bedoeld, moet ik de auteur dan hiernaar vragen?” De dichteres raadt dit af en wijst erop dat de auteursintentie vaak afwijkt van de interpretatie die lezers en critici van een gedicht hebben.

    Zo vroeg Deckwitz een keer aan Rutger Kopland wat de boodschap was van zijn beroemdste gedicht, “Jonge sla”. Door de jaren heen is erop gewezen dat dit gedicht op uiterst treffende wijze iets zegt over vergankelijkheid, verlies en hoe de mens daarmee worstelt. “Maar Kopland vond het gewoon een leuk gedicht over sla”, aldus Deckwitz. “Hij heeft het in vijf minuten geschreven en baalt ervan dat het zijn bekendste werk is geworden. Sinds ik dit weet, vind ik het gedicht ook minder mooi.”

    Deckwitz geeft twee redenen voor het feit dat veel mensen poëzie niet begrijpen. “Terwijl poëzie de afgelopen decennia over het algemeen ingewikkelder is geworden, leren we door het uitgeklede literatuuronderwijs niet meer hoe we een gedicht moeten lezen.” En dat is zonde, omdat de dichtkunst volgens Deckwitz wel degelijk wereldverbeterende elementen in zich draagt. De dichteres besluit haar workshop met een oproep aan docenten Nederlands:

    “Leer jongeren poëzie lezen, want daardoor leren zij scherper lezen en observeren. In een tijd waarin jongeren vooral Facebook-updates lezen, die bol staan van de holle frasen en waar de nuance vaak ver te zoeken is, is die eigenschap meer dan welkom.”

    Een lerares Nederlands laat na afloop weten dat zij vooral dichtkunst met sterk beeldende elementen in haar lessen inzet. “Ik bespreek poëzie altijd in de aanloop naar de Dodenherdenking, wanneer een leerling een zelfgeschreven gedicht over de oorlog en Bezetting mag voorlezen. Dan komt voor sommige mensen in de klas poëzie meer tot leven.”

    Voor wie de workshop gemist heeft, Deckwitz geeft vaker lezingen en workshops over het begrijpen van poëzie. Haar boek Olijven moet je leren lezen is verkrijgbaar bij Atlas Contact.

     

     

  • Heeft het lezen van literatuur zin? SLAA in Spui25 Amsterdam

    Heeft het lezen van literatuur zin? SLAA in Spui25 Amsterdam
    Het verdriet van anderen
    In zijn nieuwe boek Het verdriet van anderen vertelt Philip Huff hoe na hij na een ingrijpende hartoperatie een lange reis door Australië en Nieuw-Zeeland maakte. Onderweg herlas hij de belangrijke boeken uit zijn leven en dacht hij na over de vraag of het lezen van literatuur zin heeft.
    In Het verdriet van anderen laat Huff zien dat leven en literatuur innig met elkaar verstrengeld zijn. Dit persoonlijke boek vormt het vertrekpunt voor een mooie, inspirerende avond over inleving en verbeelding in de literatuur.
    Een avond waarop Marja Pruis met Huff in gesprek gaat over zijn literaire roadtrip, Maartje Wortel terugblikt op de receptie van haar roman IJstijd, Ellen Deckwitz een column voorleest over hoe lezen je empathischer maakt en Max van Duijn vanuit wetenschappelijk oogpunt het ‘nut’ van literatuur probeert te benaderen.Philip Huff (1984) studeerde filosofie en geschiedenis in Amsterdam. Tijdens zijn studententijd reed hij Martin Bril rond door het land. Hij publiceerde verhalen in onder andere De GidsHollands Maandblad en Hollands Diep. Zijn debuut Dagen van gras verscheen in 2009, gevolgd door de roman Niemand in de stad (2012), bekroond met de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs en de verhalenbundel Goed om hier te zijn (2013). In 2014 publiceerde hij een nieuwe roman, Boek van de doden, gevolgd door een essaybundel over literatuur in 2015, Het verdriet van anderen. Zijn romans zijn verfilmd, hij schreef zelf de scenario’s.

    Met muziek van Lieuwe Roonder.Moderator: Sophie Derkzen. Sophie was journalist voor Vrij Nederland en werkte als gastredacteur bij Die Zeit. Sinds 2015 woont en werkt ze in Berlijn.

    Tickets via hier.
  • Google maps en de Zondvloed

    Google maps en de Zondvloed

    Poëzierecensie door

    Ellen Deckwitz debuteerde in 2011 met De steen vreest mij en een jaar later verscheen Hoi feest. Beide gedichtenbundels waren eigenzinnig, technisch sterk en esthetisch fraai. Hoi feest lag in het verlengde van het debuut, maar De blanke gave verschilt sterk van het eerdere werk, terwijl de gedichten wel duidelijk Deckwitz-gedichten blijven.

    Deckwitz’ poëzie lijkt evenwel soberder geworden: er is minder in het oog springende taligheid. In eerdere bundels was er steeds een min of meer anekdotisch kader rond haar taalspel. Ze liet de taal kantelen, gebruikte beelden die tegelijkertijd associatief en intuïtief waren. De anekdotiek lijkt zeker in de eerste afdelingen van de De blanke gave verder naar voren geschoven, en het talige naar achteren. Dat is weliswaar toch een beetje jammer, maar inhoudelijk valt er gelukkig genoeg te beleven.

    Net als haar eerste bundel De steen vreest mij, is De blanke gave een los opgezette conceptuele bundel, wederom rond een familie. Over de vader in De blanke gave leren we dat hij soldaat is geweest die vaak bidt en Noach bewondert. Het achterliggende verhaal van deze bundel is niet zozeer een familiegeschiedenis, maar een verslag van de aarde die overstroomd wordt. De parallel tussen de Zondvloed en menselijke onverschilligheid tegenover het milieu, wordt via die Noach-vermelding impliciet, maar duidelijk getrokken. De vijf afdelingen van de bundel doen uiteraard aan de vijf bedrijven van de (Griekse) tragedie denken, waardoor je als lezer al snel doorkrijgt dat er iets vreselijk mis zal gaan.

    De aarde wordt in De blanke gave al snel geteisterd door overstromingen. Een punt van kritiek is wel dat het toekomstvisioen van een ondergelopen aarde erg expliciet naar voren komt. In het gedicht ‘Visje’ staat: ‘Ik droomde van een visje. Een jongetje of een meisje, / het maakte niet uit. Zolang het ademde. Het zou een prachtig / staartje krijgen.’ Vul ‘Het zou een prachtig’ eens niet aan tot ‘kind(je) zijn.’; een omgekeerde evolutie. Als de ‘ik’ dan ook nog eens de atlas ‘alvast […] atlasblauw’ krast, wordt het wel heel duidelijk wat er gaat gebeuren.

    Dat probleem wordt al eerder in de tweede afdeling helder neergezet, in het gedicht ‘Hij had het de hele avond over drie ijsmummies uit de Eerste Wereldoorlog die in 2010 onder smeltende gletsjers vandaan kwamen’. Daarin staat de volgende passage:

    voor google maps fotograferen ze elk jaar de
    gletsjers opnieuw

    omdat het googlen van gletsjers iets meer energie
    kost dan twintig gloeilampen een week laten branden

    en dat is prachtig

    ieder jaar danken we google maps
    dat ze weer wat voorgeslacht
    onder het smeltijs vandaan halen

    Het sarcasme druipt er vanaf. De logica tussen het fotograferen en waarom dat gebeurt (‘omdat’) klopt niet, en die ‘en dat is prachtig’ staat daar zo geïsoleerd dat je niet anders dan af kunt vragen hoe dat hoge energieverbruik nu prachtig kan zijn. Het gedicht vraagt op deze manier extra aandacht om te lezen, waardoor de impliciete boodschap des te harder overkomt.

    Volgens de wetten van de tragedie zou in de vierde afdeling van De blanke gave de catastrofe plaatsvinden. In die afdeling, ‘Kleine paarden’, is echter van water geen sprake. Rick is het hoofdpersonage; al aan het begin van de bundel dook hij even op als een vriend van de vader van de ‘ik’. Een schijnbaar los draadje als de persoon Rick, blijkt verderop in De blanke gave ingewoven te zijn, en dat gebeurt vaker. Waar sommige gedichten aanvankelijk buiten het verhaal lijken te vallen, blijken ze vaak toch een plaats in het geheel te hebben.

    Rick leek eerst een onbezorgde man die van elke blauwe envelop ‘een bootje […] vouwde dat echt kon drijven’, maar in ‘Kleine paarden’ blijkt hij een getraumatiseerde soldaat te zijn. In gedachten beleeft hij zijn tijd in het leger steeds opnieuw, getuige de Michauxachtige regels ‘laat je oogleden kadasters zijn / waarvoor soldaatjes daveren.’ Deckwitz’ taligheid komt duidelijk in deze reeks naar voren: door de gedichten heen komen woorden en beelden langs die te maken hebben met het geweld. ‘onze rick / je zou hem zo perforeren / door de kamer strooien / met het raam wijd open’ lijkt eerst betrekking te hebben op Ricks verstrooidheid, maar krijgt door zijn verleden een pijnlijke lading.

    ‘Kleine paarden’ gaat bovendien ook over schuld: ‘[Hij bedoelde] zijn glimlach niet als gunst […] maar als het inlossen van schuld / oprichten van een schild. // We vertellen moeders dat hij sommige jongetjes / uit de rij heeft getrokken.’ Ricks traumatische herinneringen aan zijn gedrag als soldaat is een soort spiegel geworden van de menselijke onverschilligheid tegenover het milieu. Hoewel er geen verwijzingen naar water in de reeks staan, is de Zondvloed zeker niet op veilige afstand. De overstromingscatastrofe wordt buiten beeld gelaten, waardoor die nog dreigender wordt.

    De overstromingstragedie loopt bijna laconiek af: de mensen wennen aan het water, in New Orleans wordt weer vrolijk pianogespeeld alsof er niets aan de hand is en ‘de kinderen die resteerden zeilden blij.’ Het is de ongemakkelijke conclusie van een duidelijk geëngageerde, maar nooit pamfletterige bundel. Onder het verhaal van De blanke gave liggen genoeg ideeën om het hoofd van menig lezer te laten borrelen.

     

    De blanke gave

    Ellen Deckwitz
    64 blz.
    € 15,00
    Uitgeverij Atlas/Contact

     

  • Oogst week 4

    Door Ingrid van der Graaf

    Er verschijnt veel poëzie deze eerste maand van 2015. Wellicht dat mooie poëzie dit  jaar wat in evenwicht kan zingen. En een novelle van de Franse auteur Jean Echenoz.

    Classicus, dichter, essayist en poëziecriticus, Piet Gerbrandy (1958) publiceerde verschillende dichtbundels die niet onopgemerkt zijn gebleven. Zijn debuutbundel Weloverwogen en onopgemerkt (1996) kreeg de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. De in 2013 verschenen bundel Vlinderslag werd bekroond met de Jan Campertprijs 2014 en is genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2015. Voor zijn gehele oeuvre ontving Piet Gerbrandy in 2005 de Frans Kellendonkprijs. Het moment dus om dit jaar het complete poëziewerk van Gerbrandy onder de aandacht te brengen. Gerbrandy zoekt in zijn latere poëzie de grens van de vorm op en zit daar zo tegenaan te dringen dat zijn gedichten uit de voegen barsten. Je kunt wel spreken van een uniek en eigenzinnig oeuvre, dat het zeer waard is om in zijn gehele ontwikkeling te volgen. Alle gedichten van Gerbrandy worden nu  uitgebracht in de bundel Voegwoorden, Blz.: 672, bij Atlas/Contact voor € 39,99.

    normal_pac_9789044534795_cvrDe novelle 14 van Jean Echenoz, speelt rond het uitbreken en tijdens de Eerste Wereldoorlog. De boekhouder Anthime leidt een geregeld leven: doordeweeks werken, de weekenden brengt hij in het café door. Hij toont grote interesse in Blanche, de dochter van zijn baas die al een relatie heeft met Charles, de onderdirecteur. Dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit en worden beiden, Charles en Anthime naar het front gestuurd. Dan laat zich denken wat  daar zich tussen beide rivalen ontwikkelen zal. Echenoz (1947) won in 1999 de prestigieuze Prix Goncourt voor Ik ben weg. In het Nederlands verscheen eerder zijn trilogie over bijzondere personen: de componist Maurice Ravel (Ravel), de atleet Emil Zátopek (Hardlopen) en de uitvinder Nikola Tesla (Flitsen). Echenoz wordt gerekend tot de grootste Franse schrijvers van de laatste drie decennia. 14, vert. Martin de Haan, Blz: 128, De Geus kost € 15,95.

     
    Van Gasse - Zand op een zeebed JPG voor websiteVan de Vlaamse beeldend kunstenaar en dichter Lies van Gasse (1983) verscheen een nieuw ‘graphic poem’ met schitterende schrijf- en schildertechnieken. Van Gasse is één van de actiefste jonge stemmen in de Vlaamse poëzie. Ze ontwikkelde een schitterende verteltechniek door middel van geschilderde afbeeldingen en het geschreven woord.
    In Zand op een zeebed is een vrouw in de hectiek van het grote stadsleven op zoek naar de essentie van het menselijk bestaan. Blz: 176, uitgegeven bij de Wereldbibliotheek en kost: € 29,95.

     

    9200000030108015Ellen Deckwitz (1982) was Nederlands Kampioen Poetry Slam in 2009. Met haar debuut De steen vreest mij won ze de C. Buddingh’-prijs. Van haar is ook deze prachtige strofe uit het gedicht 1948, Siboga, dat in de eerste editie 2014 van Het Liegend Konijn werd opgenomen: ‘(…) de doden groeien met je mee. En we noemen / het pas afgesloten als we er niet meer bij kunnen.’ Nu te vinden in haar nieuwe bundel De blanke gave, waarin ze een wereld beschrijft van oprukkend water. Waarin de A2 verandert in een kalm en groot kanaal en moeders hun kinderen op het droge slepen. ‘Want wat kun je met een land waarin de krant niet meer is dan een sudoku met wat foto’s eromheen, en er achter iedere voordeur geheimen schuilgaan?’ Uitgegeven bij Atlas/Contact en kost: € 15,00.

  • Blind bookdates, voorlezen, dansen en muziek bij Jonge Schrijversavond

    Agenda

    Vrijdag 25 oktober vindt in de Stadsschouwburg Amsterdam de vijfde editie plaats van de Jonge Schrijversavond. Deze avond rondom de literatuur van de toekomst biedt een gevarieerd programma dat bestaat uit auteursoptredens, finale van de nieuwe talentenjacht Manuscripting, de literaire datemaker Loveletters en het inmiddels roemruchte Jonge Schrijversbal.

    Het hoofdprogramma van de Jonge Schrijversavond vormen de optredens van schrijvers Franca Treur, Thomas Heerma van Voss, Ellen Deckwitz, Yannick Dangre, Charlotte van Zanten en Pepijn Lanen. In de monumentale Grote Zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam lezen de schrijvers voor uit eigen werk, waarna ze worden geïnterviewd door auteur Maurice Seleky, die in 2009 het initiatief nam tot de avond. De line-up van schrijvers is op verschillende manieren interessant. Pepijn Lanen ( bekend als lid van muziekformatie De Jeugd van Tegenwoordig) leest voor het eerst voor uit zijn debuut Sjeumig, een verhalenbundel die in november verschijnt. Verder won de Belgisch-Nederlandse auteur Yannick Dangre onlangs nog de Melopee Poëzieprijs en kijken vele lezers reikhalzend uit naar de tweede roman van schrijfster Franca Treur die in 2009 zeer succesvol debuteerde met Dorsvloer vol confetti.

    Jonge Schrijversbal, Manuscripting en Loveletters

    De avond sluit af met het Jonge Schrijversbal  met muziek van de Amsterdamse dj-duo’s Les Deux (Andela & Caron) en The Disco Accidents. Tijdens het bal zijn er nog verschillende activiteiten zoals: schrijvers signeren hun boeken, gelegenheid tot het kopen van boeken bij een stand van boekhandel Athenaeum (wie koopt krijgt een glas champagne) en singles met dezelfde boeksmaak beleven blind book dates met de literaire datemaker Loveletters. De Jonge Schrijversavond organiseert in samenwerking met SSBA Salon en Lebowski Publishers de finale van de nieuwe literaire talentenjacht Manuscripting. Drie getalenteerde schrijvers in spe pitchen hun manuscript in wording aan het publiek en een vakjury bestaande uit Job Lisman (hoofdredacteur van Uitgeverij Prometheus), Jennifer Boomkamp (redacteur bij Ambo-Anthos Publishers) en Willem Bisseling (literair agent bij Sebes & Van Gelderen).  

     

    Jonge Schrijversavond 2013

    Vrijdag 25 oktober
    Stadsschouwburg Amsterdam
    Tijd: 20.15 – 03.00 uur
    Kaarten: € 12,- via www.ssba.nl
    Meer informatie: www.jongeschrijversavond.nl