• Persoonlijke essays en de moderne letteren

    Persoonlijke essays en de moderne letteren

    Wie een studie wil maken van de poëticale opvattingen van H.C. ten Berge (1938) treft een ware ‘Fundgrube’  aan in zijn bundels met essays en dagboeknotities. Ruim twintig jaar na De honkvaste reiziger en Vrouwen, jaloezie en andere ongemakken heeft Ten Berge wederom stukken verzameld en van een even mysterieuze titel voorzien: Een spreeuw voor Harriët. Behalve scherpzinnige analyses van het werk van collega-dichters die hij vaak persoonlijk kende zoals Breyten Breytenbach en A. Roland Holst, bevat dit derde boek ook essays en schetsen over de mens achter de literator. Waarbij Ten Berge niet alleen  exegeses van eigen werk geeft, maar ook zichzelf portretteert.

    Herbenoemen van de wereld
    Het meest centraal staat Ten Berge in de met foto’s verluchte afdeling ‘Eigen achtergronden’. Daarin figureren ook dichters en schrijvers die hij in zijn literaire carrière is tegengekomen, bespreekt hij zijn redacteurschap van tijdschrift Raster en zijn vernieuwende literatuuropvattingen. Opvallend hierbij is de objectieve kijk die Ten Berge op zichzelf heeft. Nergens ijdeltuiterij of zelfroem in deze afdeling die het stuk bevat waarnaar de hele bundel genoemd is. In ‘Een spreeuw voor Harriët’ toont Ten Berge dat hij als beginnend dichter al zocht naar het woord dat de wereld herbenoemt en nieuwe perspectieven opent in verten met naar verwachting wijkende kimmen.

    Jeugdgedicht
    Dit zeer persoonlijk essay bevat de ontstaansgeschiedenis van een jeugdgedicht. Het vers is een van Ten Berge’s eerste publicaties, verschenen bij de ‘Spreeuwenpers’ (oplage: één exemplaar) en opgedragen aan een vriendin. De thematiek van zijn debuut Poolsneeuw en volgende bundels – die samen met werk van vooral Hans Faverey en van Gerrit Kouwenaar de experimentele poëzie uit de jaren Vijftig ‘gecorrigeerd’ hebben – tekent zich in dit gedicht af. De reis voert niet naar noordelijke of andere ver gelegen onontgonnen gebieden (waar een horizon, die hoe dichter deze genaderd wordt, in rook blijkt op te gaan). Het is echter een even verwachtingsvolle reis naar Zuid-Europa die óók in het niets eindigt: de reiziger is ‘opgebrand / Of neergeschoten op de vlucht.’ Gevolgd door de verrassende slotregels: ‘Niemand die hem mist? / Ja, ik!’

    Sterke taalbouwsels
    Het titelessay doet in zijn sterk (auto)biografisch getintheid niet onder voor de andere stukken over schrijvers- en dichterslevens. Onmiskenbaar is de maker en kunstenaar met zijn werk verstrengeld. Hoe boeiend de biografische gegevens op zichzelf ook zijn, voor Ten Berge moeten ze het werk overstijgen. De door Ten Berge bewonderde Breytenbach bijvoorbeeld, is een meester in zulke sublimaties. Hij weet als geen ander persoonlijke ervaringen en observaties te verbinden met het ‘algemene’.
    Evenals de poëzie en het verhalend proza (Ten Berge schreef enkele romans en novellen) kunnen de essays goed in elkaar gezette en prachtige taalbouwsels worden genoemd. Niet alleen weet Ten Berge het ‘juiste’ woord te vinden maar ook de vorm die dat woord in kracht en ‘onsterfelijkheid’ laat stralen. De nieuwe en vruchtbare gronden waarnaar hij in zijn poëzie steeds weer vergeefs op zoek is, komen in de essays open te liggen in de zoektocht naar de mens achter het literaire werk.

    Vertrek van een nulpunt
    Op deze reis is de collega-dichter en -schrijver een lotgenoot van Ten Berge, iemand die net als hij telkens weer op vluchtigheid stuit en betrekkelijk weinig weet te doorgronden. Een ander punt van overeenkomst met de meeste besproken literatoren of andere kunstenaars is dat zij vaak vertrekken vanuit een nulpunt. Wat hen aan ‘werkelijkheid’ omringt, wordt vóór de zoektocht gezuiverd en leeggemaakt om van daaruit tot een diepgaander ontdekking te komen dan voorheen was gedaan.
    Geen wonder dat Ten Berge zoals hij in Een spreeuw voor Harriët ook zelf aanstipt, grote belangstelling aan de dag legt voor de ‘primitieve’ sprookjes en mythen, voor de middeleeuwen (de mystiek van Hadewych, de vaganten en de danse macabre) en voor de cultuur van de Azteken. Geen wonder ook dat hij in twee essays in Een spreeuw voor Harriët de bloeiende Duitse ‘Kosmische kring’ (ca. 1900) rond Stephan George centraal stelt.

    Ten Berge ziet in Albert Verwey – die nadat hij deel had uitgemaakt van de Beweging van Tachtig en zich mede onder invloed van die kring vernieuwde – een van zijn ‘historische’ metgezellen. De door Ten Berge ondernomen zoektocht is van alle tijden, evengoed als de verbeelding die daaraan vorm heeft gegeven. Bij alle verschillen is op zijn lijf het streven van Verwey geschreven, de Idee van de Verborgen Eenheid van Ik en wereld, zichtbaar gemaakt door de verbeelding.
    De lezer krijgt met Een spreeuw voor Harriët een literatuurgeschiedenis annex relaas over de moderne letteren voorgeschoteld via een speciale, maar veel omvattende invalshoek.

     

     

  • Oogst week 16 – 2018

    Hoe alles hier verandert

    Antjie Krog krijgt dit jaar de Gouden Ganzeveer. De in Nederland vooral als dichter bekende Krog maakte voor die gelegenheid een persoonlijke keuze uit drie van haar  non-fictie titels, waarin ze verslag doet van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika en die relateert aan haar eigen gevoel van erbij horen.

    In De kleur van je hart (2000) volgde Krog de verhoren van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Een andere tongval (2004) gaat over een land dat opnieuw moet beginnen en de inspanningen die bewoners daarvoor moeten leveren. Het meest persoonlijke is Niets liever dan zwart (2010) waarin Antjie Krog zich rekenschap geeft van haar eigen positie als witte Zuid-Afrikaan met een politiek-correct ANC-verleden, die haar draai niet kan vinden in haar veranderende land.

    Hoe alles hier verandert
    Auteur: Antjie Krog
    Uitgeverij: Podium b.v. Uitgeverij

    Macbeth

    De voorspelling dat hij ooit koning van Schotland zal worden, maakt van generaal Macbeth een ambitieus en meedogenloos man. Als hij eenmaal op de troon zit, moet hij vrezen voor zijn leven. Ook dat is onderdeel van de toekomst die drie heksen voor hem zagen. Door angst geregeerd, leidt hij zijn rijk op tirannieke wijze. Macbeth gaat over lijken, maar dat helpt hem niet. Tot zover William Shakespeare.

    Toen Jo Nesbø een Shakespeare mocht kiezen om in het kader van ‘Hogarth Shakespeare’ te hervertellen, koos hij Macbeth. Het eenvoudige plot en het geringe aantal personages vormden voor hem de ideale kapstok om een hedendaags misdaadverhaal aan op te hangen. Nesbø’s Macbeth speelt in een fabrieksstadje in de jaren zeventig van de vorige eeuw. De politie neemt het op tegen drugsbaronnen. Inspecteur Macbeth wordt door één van hen uit de tent gelokt en laat zich manipuleren. Maar net zoals Shakespeare gaat het Nesbø niet alleen om de intrige. Beiden ontleden de mens en leggen het wezen bloot.

    Macbeth
    Auteur: Jo Nesbo
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)

    Een spreeuw voor Harriët

    Het oeuvre van H.C. ten Berge (1938) omvat poëzie, proza, essays, literaire antropologie en vertalingen. Het is niet opvallend omvangrijk, maar uitermate rijk als het gaat om bronnen en beelden. Ten Berge kijkt buiten voor de hand liggende kaders en verraadt in zijn werk belangstelling voor antropologie.
    In 2006 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre, omdat de jury zijn poëzie weigerde los te zien van zijn proza.

    Een spreeuw voor Harriët
    is de derde verzameling essays, dagboekbladen en veldnotities. Het zijn hele persoonlijke stukken, maar niet zoals literatuur tegenwoordig op het autobiografische af persoonlijk is. Ten Berge schrijft ook in zijn dagboekbladen en veldnotities niet primair over zichzelf. Het blijft hem ondanks die vorm gaan om waar hij aan werkt. Dat levert gedegen stukken op die van voorliefdes getuigen.

    Een spreeuw voor Harriët
    Auteur: H.C. ten Berge
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    Blokken

    De roman Blokken (1931) van F. Bordewijk toont een strikt geordende samenleving. Rechtlijnigheid is letterlijk en figuurlijk het devies van de Staat die het helemaal niet zo slecht met de mens voor lijkt te hebben, als die mens zich maar schikt en de wens om een individu te zijn opgeeft.
    Bordewijk voorvoelde vast dat er weer wat te gebeuren stond, maar kon onmogelijk vermoeden hoe de samenleving op de langere termijn zou veranderen richting zijn angstbeeld. Blokken is dystopisch, maar zonder al te scherpe randjes.

    Viktor Hachmang (1988) weet inmiddels hoe de wereld er voor staat. Zijn beeldroman Blokken: de mislukking van een heilstaat oogt grimmiger dan het origineel leest. Met zijn tekenstijl geeft hij vorm aan de hoekigheid van het regime. Het inzoomen op details en het kleurgebruik verhogen het onheil. Terwijl Hachmang goed beschouwd – het heeft zin Blokken te herlezen – de zakelijkheid van Bordewijk nieuw leven inblaast. Blokken: de mislukking van een heilstaat volgt de tekst van Bordewijk nauwgezet.

    Blokken
    Auteur: F. Bordewijk
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar (2018)