• Toergenjew en Cardoso

    Toergenjew en Cardoso

    Ik zocht naar de werkelijkheid, naar een verhaal, stoere verhalen, aards maar ook verheven. Meedogenloze winters, weemoedigheid, verblindende zomerdagen, de dood van een bedrieger. Ik begon in Jagersverhalen van Toergenjew, ‘Ik heb een buurman, een jong landeigenaar, die een enthousiast jager is.’ Ik heb niets met jagen, toch las ik verder. ‘Op een prachtige Julimorgen kwam ik te paard bij hem en vroeg hem, of hij zin had mee op korhoenderjacht te gaan. Hij voelde daar wel voor.’ Er wordt gerept van bonte spechten die met geweld tegen de bast van bomen timmerden. En, ‘tussen de struiken kwinkeleerden er tuinfluiters, fitisjes en sijsjes.’ Lezen is soms net als een gerecht bereiden waarvan je nog niet weet wat het worden moet, snufje van dit, snufje van dat. En tussendoor proeven of de verlangde smaak, textuur van het gerecht al bereikt is. Met Toergenjew was ik er nog niet.

    Ik nam Keerzijde van Dulce Maria Cardoso. Over een rijke Portugese vrouw, bijna zestig, die zich op een dag wanneer haar man met een jonge vrouw ergens in de stad in bed ligt, afvraagt hoe ze toch zo oud is geworden. ‘Alice kijkt op haar horloge en vervolgens op de pendule op het dressoir. De pendule op het dressoir loopt nooit gelijk met de andere klokken.’ Ze verveelt zich, denkt aan toen ze jong was. Dat komt door die pendule waar een mollig engeltje op een schommeltje als slinger dienstdoet. Ze kocht het bij een antiquair ‘tijdens haar eerste winter in deze stad.’

    Ze glimlacht tegen de spiegel, ‘Om te bevestigen dat ze nog een mooie glimlach heeft, nog een mooie vrouw is.’ Over een week wordt haar man zestig, ze wil hem een onvergetelijk cadeau bezorgen, maar kan niets verzinnen waarbij het woord ‘onvergetelijk’ zou passen. Op die dag dat Alice niet weet wat ze moet doen, verongelukt prinses Diana, het is dus 1997. Dat is mooi, dat je opeens ergens in zit waar je zelf ook herinneringen aan hebt. Ik was die zomer net terug uit Portugal, vier maanden zwanger van de jongste, toen ik het nieuws op de radio hoorde. Alice werd gebeld door een vriendin:
    ‘Prinses Diana ligt op sterven.’
    ‘Dat kan niet.’
    De vriendin herhaalt het.
    ‘Goh, wat naar, dat is wel heel triest’, zegt Alice
    ‘Een auto-ongeluk. Een verschrikkelijk auto-ongeluk.’
    Alice zucht. Haar vriendin heeft niet de juiste toon  getroffen. Zulk nieuws verdient de juiste toon.’
    Ik mag Alice wel, weet precies wat ze bedoelt. 

    Ik lees verder over de man van Alice. ‘Twee naakte lichamen liggen op een bed. Een oude man, Afonso, en een jong meisje, Sofía.’ Afonso is een machtig man maar weet geen gesprek te voeren met het meisje, ze weerlegt alles wat hij zegt, windt hem om haar vinger. Ze heeft een vriend, Júlio, die niet weet dat zij om geld met Afonso slaapt. ‘Ze lopen hand in hand. Ze lijken gelukkig. Ze lijken gelukkig omdat ze gelukkig zijn.’ (die herhaling!) Afonso wordt ergens in het boek vermoord, door Júlio. Alice wil een biografie over haar man laten schrijven (een mooi cadeau voor zijn zestigste verjaardag). De biograaf die ze daarvoor op het oog heeft is Gustavo, waarover te lezen in het hoofdstuk: ‘Als apen zich konden vervelen, zouden het mensen kunnen worden’, wat een geweldige titel is. Dit boek is dus precies goed, het verhaal groots, Cardoso een schrijver ‘sans scrupules’.

     

     

    Keerzijde / Dulce Maria Cardoso / vertaling Harrie Lemmens / Uitgeverij Prominent (2016)


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over het snijvlak waar literatuur en het leven elkaar raken.

  • Het is mooi als het nog een kant op kan

    De Portugese fotografe Ana Carvalho (1952, Porto) is van oorsprong vertaler. Ze vertrok halverwege de jaren zeventig naar Berlijn waar ze Thomas Mann en Ernst Jünger in het Portugees vertaalde. Later, toen ze in Nederland woonde, vertaalde ze Adriaan van Dis, Hugo Claus en Judith Herzberg. Sinds tien jaar is ze fotografe en sinds twee jaar vormgeefster bij Zuca-magazine, een online tijdschrift voor vertaalde Portugeestalige literatuur waar ze samen met haar man, vertaler Harrie Lemmens, invulling aan geeft. Op 13 juni, de dag dat Fernando Pessoa 130 geleden in Lissabon geboren werd, verschijnt het fotoboek Het uurwerk van de ziel van Ana Carvalho.

    Het uurwerk van de ziel is een keuze uit de gedurende twee jaar wekelijks gepubliceerde korte citaten uit het Boek der rusteloosheid door Fernando Pessoa in vertaling van Harrie Lemmens, begeleid met een foto van Ana Carvalho op Zuca-magazine.

    ‘Een dialoog’ merkt Ana Carvalho op als we in Utrecht tegenover elkaar aan tafel zitten bij restaurant De Rechtbank. ‘Mijn foto’s zijn geen illustraties maar gaan een dialoog aan met literaire teksten.’

    Literair Nederland ging met haar in gesprek over Portugese literatuur, foto’s voor boekomslagen en waar haar inspiratie vandaan komt.

     

    Zijn de foto’s er eerst en wordt daarbij een tekst gezocht of is een tekst het uitgangspunt?

    ‘De foto’s maak ik veelal zonder opdracht. Ik ben doorlopend aan het fotograferen. In Portugal heb ik een paar jaar geleden een catalogus van mijn werk gemaakt met teksten van Antonio Lobo Antunes, een hommage aan de schrijver. De teksten zijn er al en vormen het uitgangspunt. Mijn laatste fotoboek was wel een opdracht, van de stad Póvoa de Varzim bij Porto. In dat boek heb ik een beeld van de stad geschetst in verbintenis met de zee met de titel MarTerraMar (ZeeLandZee). Omdat de zee belangrijk is voor de economie en cultuur van de stad. De citaten van Pessoa voor Zuca-magazine waren er natuurlijk al en daar zocht ik een foto bij. Bij zijn zinnen pasten mijn meer abstracte foto’s.’

     

    Hoe ontstaat een beeld zoals deze verfspuwende kraters?

    ‘Ik ensceneer nooit voor een foto. Deze foto maakte ik op een bouwplaats. Ik fotografeer graag op plaatsen waar gewerkt wordt. Ook op scheepswerven. Dit is nadat er een kwast is uitgeschud tegen de muur. Wat ik erin zag is een soort vallen, vallende druppels maar dan zonder beweging.’


    Wat is de aantrekkingskracht van een bouwplaats?

    ‘Bouwvakkers hebben een bepaalde structuur van werken. Ik heb er verschillende stillevens gemaakt. Dan staat er een emmer, de kwasten, een potje. Alles zetten ze klaar voor ze aan het werk gaan. Dat heeft mijn interesse en dat fotografeer ik. Ik fotografeerde in Portugal eens een muur op een bouwplaats. Tegen de schilder zei ik, “Dat is kunst wat je daar maakt.” Toen zei hij: “U moet straks nog eens komen, dan is het nog veel mooier.” Maar ik vind het mooi als een werk nog niet af is, zodat het nog alle kanten op kan. Een strak geschilderde muur heeft niets meer te vertellen. Wat ik doe met fotografie is de werkelijkheid in fictieve beelden vangen. Als ik een deur zie, zie ik geen deur maar de vorm van een deur. Composities van vorm, ruimte en kleur.

     

    Hoe kom je tot deze vorm van beelden maken, was er een eerste keer?

    ‘Ik maak zintuiglijke foto’s. Ik fotografeerde altijd al veel, maar niet zozeer de gewone foto’s die je in een album plakt. Wat ik zoek zijn de sporen van de tijd, de vergankelijkheid van de dingen. Ik voel me aangetrokken tot beelden die iets anders laten zien dan wat het in werkelijkheid is. Ik was een keer in een kelder waar een trap op een onmogelijke plek zat, de traptreden en de geometrie van dit alles trok me aan. Dat werd mijn eerste abstracte foto. Ik werk veel met diagonalen, contrast, licht en schaduw en dat met de sporen van de tijd. De tijd vind je in verschillende lagen terug in een beeld. Dat kan een deur zijn met afgebladderde verf, een affiche aan de muur dat er al jaren hangt, roestige schepen. Imperfectie is wat ik interessant vind en fotografeer. Het zijn sporen die spontaan ontstaan zijn, dat breng ik in beeld.’

     

    Is er wel eens een moment geweest dat je op zoek ging naar een bepaald beeld?

    ‘Toeval is een belangrijk aspect in mijn werk. Ik ga niet op zoek, ik loop rond en dan treft me iets. Net als Picasso zei: “Ik zoek niet, ik vind.” Dat is zoals ik werk, ik kom het tegen, ik zoek het niet op. Ik zie bijvoorbeeld sporen van slijtage op een muur en maak er een foto van. Maar dan zie ik daarnaast iets dat veel interessanter is. De beste foto zat waar ik niet zocht. Ik fotografeer geen composities, ook mensen fotografeer ik als objecten van een compositie, als personages in een verhaal. Het is dat wat ik zie en fotografeer wat het wordt. Ik hoef het niet in te kaderen of te bewerken, het enige wat ik soms doe is kleur toevoegen.’

     

    Zoals een schrijver notities maakt, maakt Ana Carvalho doorlopend aantekeningen met haar fototoestel. Net als de notities van een schrijver, is niet alles bruikbaar. ‘Ik kies uit wat er het beste in past, in dialoog met een tekst.’

    De laatste jaren leverde ze de afbeeldingen voor verschillende boekomslagen, zoals voor de in het Nederlands verschenen romans van Eduardo José Agualusa, Raduan Nassar en Dulce Maria Cardoso.

     

    Is het anders om een foto bij een boek te zoeken dan bij een enkel citaat?

    ‘Meer dan dat ik foto’s maak, maak ik afbeeldingen. Een fotograaf maakt de keuze van portret- of documentaire fotografie. Bij mij gaat het om het detail, om kleur en de vorm. Ik heb een eigen stijl ontwikkeld. In Het uurwerk van de ziel is uitgegaan van een enkele zin en daar heb ik een beeld bij gezocht. Voor een boekcover is dat anders, dan zoek ik een beeld dat een reactie is op het hele boek, dat het verhaal moet weergeven. Voor de hommage aan Lobo Antunes heb ik voor een heel oeuvre beelden gezocht. Dat is duidelijk moeilijker. Ik heb dat toen in drie hoofdstukken ingedeeld: personages, scenario’s en geheugen.’

     

    Er komen weinig mensen op je foto’s voor, waarom is dat?

    ‘De foto’s die ik maak zijn fictie, net als literatuur. Ook mensen zie ik als fictieve personages. Laatst maakte ik een foto van een vrouw die haar hand naar het achterhoofd van een man beweegt. Ze zaten op een bank, ik zag ze van achteren. De zon scheen en ik fotografeerde hen op het moment net voor haar hand op zijn hoofd neerkwam. Dat is het dus, een hand die in de lucht blijft, dat is een verhaal. Je weet niet of zij überhaupt haar hand op zijn hoofd legt of weer terugneemt. En dat is fictie. Zo’n foto maak ik zo snel dat ik niet aan alles denk wat ik er in eerste instantie in zie. Als in een flits zie ik de huizen op de achtergrond, de brug en de twee personages op de bank. In basis is alles daar, de kijker kan er een verhaal van maken. Als ik iets zie, moet ik het direct kunnen fotograferen. Maar zelfs een foto die onscherp is, kan goed zijn. Kan ik gebruiken voor een tekst.’

     

     


    Past het bij deze tijd deze snelle manier van fotograferen?

    ‘Vroeger was er niet veel keus in het maken van foto’s. Je moest werken met de apparatuur die er voorhanden was. Met een digitale camera werkt het sneller, en dat past heel goed bij mij, hoe ik de werkelijkheid in fictieve beelden zie. Snel kunnen reageren is belangrijk voor mijn werk.’

     

    Welke kunstenaars hebben je geïnspireerd?

    ‘Het begon met het constructivisme in de schilderkunst. Ik herinner me dat ik in het Van Abbemuseum was en daar werk zag van de Russische kunstenaar El Lissitzky. De kleuren en de vormen, het was een openbaring voor me. Een ander moment was in een kerk in Rome waar een schilderij van Caravaggio hing. Het was er donker, ik kon het werk niet goed zien. Toen deed een bezoeker een munt in een apparaat en scheen er opeens licht. Het rood uit het schilderij sprong op me af. Ik heb het schilderij niet kunnen zien, alleen dat rood. Het was overweldigend en had een grote impact op me. Het enige dat echt indruk op me maakte van dat hele schilderij. Rood is zo rood bij Caravaggio, zo fel. Toen werd rood mijn kleur, wilde ik het gebruiken. Ook film noir is voor mij belangrijk geweest. De foto met de twee personages en de hand bijvoorbeeld is voor mij als een still uit een film, een fragment. En natuurlijk de fotograaf Cartier-Bresson, die werkte veel met schaduwen, lege plekken in het beeld.’

     

    Welke Portugese schrijver heeft veel voor je betekend?

    ‘Lobo Antunes was toentertijd voor mij echt een ontdekking, zoals voor veel Portugezen. Hij heeft de werkelijkheid zo goed beschreven, de koloniale oorlog, de revolutie. Bijvoorbeeld in De pracht en praal van Portugal, een heel sterk boek, en Fado alexandrino. Zijn stijl spreekt me erg aan. En ook José Saramago, hoewel niet alles van hem me aanspreekt, maar Memoriaal van het Klooster, heeft sterke beelden.’

     

    De titel van het boek ‘Het uurwerk van de ziel’ doet denken aan een citaat van Pessoa.

    ‘Nee, het is geen citaat van Pessoa. Ik was wel aan het werk voor een expositie van Pessoa over Rusteloosheid, toen het beeld daarvoor ontstond. Ik zette zinnen van Pessoa op papier en knipte die uit. Ik had ze op de tafel uitgespreid. De uitgeknipte woorden lagen over elkaar heen en het woord alma (ziel) was zichtbaar en daarnaast mijn horloge. Dan zie ik de grafische vorm erin en maak een foto. Daarna heb ik er kleur in aangebracht en dat werd de cover. In het Portugees is het ‘O Relógio da Alma’.

     

     


     

     

     

     

     

     

     

     

    Het uurwerk van de ziel (uitgeverij Koppernik).
    Deze link verwijst naar de site van Ana Carvalho.

     

     

  • Mijn Portugese kat

    Mijn Portugese kat

    Ik verkeer de laatste tijd nogal in Portugese gedachtesferen, het zal wel te maken hebben met de warme dagen waardoor het leven zich tot de basale levensbehoeften beperkt. Het is heerlijk hoor, maar het voelt ook als een vergeefs teruggrijpen in de tijd. Want wat geweest is, is geweest, over en uit. Wat blijft zijn herinneringen die op onverwachte momenten opduiken. Wonderlijk genoeg laten ze je altijd een andere kant van de betekenis zien dan die je aan een bepaald moment hechtte. Keer op keer. Herinneringen kunnen zich, als een tentakel die vanaf het plafond hangt, je in de kraag grijpen wanneer je te dicht in de buurt komt en je omhoog halen, zodat je in zwevende toestand het onderliggende vloerkleed met zijn ingewikkelde patronen kunt aanschouwen. Gek genoeg komt dat kleed je opeens vreemd voor en je denkt: hé, verdomd leuk vloerkleed, eenvoudige patronen, sprekende kleuren! Je zou het wel willen hebben.

    Dat is de grap van herinneringen, alles van voorbije tijden lijkt, hoe rot het ook was, altijd mooier, eenvoudiger. Maar goed, nu ik er bij stil sta, (herinneren is stilstaan) zijn die Portugese gedachtesferen begonnen toen de kat met drie poten ons huis binnenkwam. Het was altijd de taak van de kinderen ervoor te zorgen dat er levende have in huis kwam. Maar opeens bemoeide ik me ermee. Er was een oproep via social media dat een kat met drie poten een huis zocht in een buitengebied. ‘Klik’, zei het ergens in  mijn herinneringen. Het is natuurlijk een beetje gek, maar we hadden eens een driepotige hond. De kat kwam uit Portugal (klikklik… de hond ook) en woonde op een Amsterdamse bovenwoning. Zonder enige ruggespraak met Mijn lief, reageerde ik direct, als was ik bang dat iemand me voor zou zijn. Nou ja, het kan je bezielen soms.

    Het katje kwam een week later met grote verhalen binnenlopen. Het kletste me de oren van het hoofd, en ik begreep dat, want dat doen ze in Portugal, eindeloze verhalen vertellen. Het maakt dus nogal geluid.Vanaf het moment dat je ’s ochtends de woonkamer binnengaat, (soms al wanneer ze de trap hoort kraken), pakt ze de draad van de dag daarvoor moeiteloos op en  hoef je alleen te zeggen: ‘Aha, tudo bem, simsim’ (u begrijpt, deze kat verstaat alleen Portugees). Of ze start een klaagzang: ‘saudade, saudade’ en dan is het goed haar even in de armen te nemen. De litanieën van de kat sloten moeiteloos aan bij Violeta en de engelen dat ik weer gepakt had omdat ik in Portugese gedachtesferen verkeerde. Dulce Maria Cardoso vertelt in één lange zin het verhaal van Violeta’s leven. Een roman die begint en eindigt met het woord ‘onverwacht’. Daartussen de herinneringen van Violeta als het aaneenrijgen van kralen aan een snoer, van een leven waarin alles ongepast leek. Waarin witregels de enige adempauzes zijn, zoals de nachten voor mijn Portugese kat. Wie ook in Portugese sferen wil verkeren, lees Cardoso, of Lobo Antunes en niet te vergeten, Saramago.