• Oogst week 37 – 2024

    Heroides/Held…

    Een aspect van Homeros’ epos De Odyssee inspireerde Ovidius 700 jaar na dato, om achttien vrouwen van mythologische helden een brief te laten schrijven aan hun echtgenoten of geliefden. De brieven werden gebundeld in Heroides (Heldinnen). Tweeduizend jaar later heeft Harrie Geelen (1939) zich geïnspireerd gevoeld om daarvan een indrukwekkende vertaling te maken, die hij ironisch Held… noemt. In deze tweetalige uitgave schrijft Dido aan Aeneas, Helena aan Paris en Penelope aan Odysseus, in het Latijn Ulysses genoemd:

    Dit is een brief die Penélopé stuurt aan je, lakse Ulysses.
    (Nee, hoef geen brief terug,
    kom maar in eigen persoon.)

    Troje, dat wij Griekse meisjes zo haatten, ligt plat. Zo’n gedoe voor
    Priamus? Heel die stad?
    Had niet gehoeven voor ons.

    De geest van Ovidius waart door deze bewerking van de Heldinnenbrieven, maar de tweeregelige distichons van Ovidius heeft Geelen omgezet in drieregelige strofen, wat het lezen gemakkelijker maakt. Aan het begin van elke brief staat een korte toelichting over de inhoud.

    Naast schrijver en illustrator is Geelen ook componist en tekstdichter. Eerder vertaalde hij de Metamorphoses van Ovidius.

     

    Heroides/Held…
    Auteur: Harrie Geelen
    Uitgeverij: In de Knipscheer 2024

    De hartelijke poezen van Drs. P.

    Een jaar na het overlijden van Drs. P stierf ook zijn vrouw Mieke. In hun nalatenschap werden honderden ansichtkaarten gevonden, die Drs. P. gedurende zo’n dertig jaar lang twee à drie keer per week aan zijn vrouw verstuurd had, voorzien van een door hem geschreven gedicht. Alle kaarten droegen een afbeelding van katten op de voorkant, omdat beide echtelieden een grote passie voor deze dieren hadden. Geluidstechnicus Marc van Hecke vertelde tijdens de tv-uitzending ‘De terugkeer van Drs. P.’ in ‘Het Uur van de Wolf’ uit 2019 over de kaarten die gevonden waren: ‘Poezen op tafels, getekende poezen, geschilderde poezen, Japanse poezen, lapjespoezen, poezen in een strandstoel en poezen in een mandje:

    ‘We liggen met ons beiden in een mandje
    Dit kwam al eens ter sprake, dat is waar
    Maar ook al klinkt het als hetzelfde bandje –
    We vormen – daarvan hebben wij een handje –
    Na al die tijd nog een gelukkig paar.’

    Was ondertekend: Heinz.

    Dit boekje is een mooie aanvulling op de verzameling van zowel kattenliefhebbers als bewonderaars van het werk van Drs. P.

     

    De hartelijke poezen van Drs. P.
    Auteur: Drs. P.
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar 2024

    Uit hoofde van Jut

    In 1965 debuteerde Frans Kuipers met de bundel Zoals wij, waarna nog twaalf bundels zouden volgen. Inmiddels heeft de 82-jarige dichter een nieuwe bundel uitgebracht: Uit hoofde van Jut is een zeer persoonlijk verslag van een lang mensenleven: geboorte, kind zijn, een verliefde puber worden en je later afvragen of de angst om alleen oud te worden wel reëel is. Speels en optimistisch als altijd bezingt Kuipers het leven in de voor hem kenmerkende bruisende taal, vol van personificaties van dieren en dode dingen en vooral zijn neologismen zoals in het titelgedicht:

    ‘Ik ook wissel wat af en schrijf uit hoofde van jut
    —Zoals elk avontuur begint met een stap over de drempel
    en de ramp even zo goed plaatsvindt als je thuisblijft,
    — ik ook curriculumeer mij niet maar zin op ontzwemming’

    Hoewel de dichter de ouderdom met kwalen en pijnen niet ontkent en ook de dood niet uit de weg gaat, is het toch vooral een ode aan het leven geworden, een ‘kweetnietersliedboek’, zoals Kuipers het zelf noemt, omdat de verwondering zoals altijd hoogtij viert in zijn gedichten.

     

    Uit hoofde van Jut
    Auteur: Frans Kuijpers
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Bombong de kleine reus beleeft grootse avonturen

    Bombong de kleine reus beleeft grootse avonturen

     

    Wie Bombong de kleine reus van Drs. P leest, zal niet snel vermoeden dat het hier om een oude tekst gaat. Drs. P schreef Bombong tientallen jaren geleden als vervolgverhaal voor de Donald Duck. Toch voelt het in de nieuwe uitgave, bewerkt door Ivo de Wijs en voorzien van prachtige illustraties van Elisa Pesapane, als een splinternieuw verhaal. En, het frisse en nieuwe van Bombong is niet de enige verrassing. In het nawoord schrijft Ivo de Wijs dat Drs. P bekend stond als kinderhater. Een onterecht gevolg van een interview waarin werd geknipt, en na het lezen van Bombong ook moeilijk voor te stellen. Het boek ademt juist liefde voor kinderen: wat is er mooier dan het schrijven van een verhaal dat zo aansluit bij de belevingswereld van een kind?

    Hoe een reus leert oppassen
    Bombong is niet klein geboren, maar zoals een reus betaamt: GROOT. Hij houdt ervan de mensen een beetje bang te maken door stampend en bulderend rond te gaan. ’Attentie, attentie!’ roept hij. ‘Ik ben een reuzereus!’ Echt kwaadaardig is hij niet, om dorpen loopt hij heen, maar wel reuzehinderlijk. Zijn stappen dreunen het porselein aan diggelen en hij laat enorme gaten achter in het voetbalveld. Toch zijn de dorpelingen allang blij dat hij hun huizen met rust laat, maar Mutar, de tovenaar, is uit ander hout gesneden. Als Bombong midden door Mutars net geschapen landschap banjert, is de maat vol. Voor Bombong goed en wel door heeft wat er gebeurt, heeft de tovenaar hem veranderd in een piepklein reusje in een reuzegrote wereld.

    Lees verder op Jong Literair Nederland

     

  • Piekeren over pijnpunten: biografen aan het werk

    Piekeren over pijnpunten: biografen aan het werk

    Biografen moeten nieuwsgierig zijn naar de levens van hun biografelingen*. Dat betekent niet dat ze alles dat tijdens hun onderzoek te weten komen zomaar – zonder twijfel en zonder scrupules – aan het papier toevertrouwen. Zeker als het gevoelige informatie betreft is zorgvuldigheid geboden. Soms staat de eigen positie als biograaf ter discussie. Ook dan moet verantwoording worden afgelegd.
    Tijdens ‘Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker’, georganiseerd door het Louis Couperus Genootschap, gingen Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunisse en Wim Hazeu in op hun ‘pijnpunten’.

    Foute ideeën en sympathieën
    Elisabeth Leijnse wist min of meer waar ze aan begon toen ze de biograaf werd van de zussen Cécile en Elsa de Jong van Beek en Donk. Cécile had uitgesproken opvattingen over joden. Ze was een overtuigd antisemiet. Geen moment heeft Elisabeth Leijnse gedacht dat ze die kant van Cécile de Jong van Beek met de mantel der liefde moest bedekken.
    In zekere zin was het antisemitisme van Cécile – getrouwd met een jood – zelfs een godsgeschenk. Elisabeth Leijnse liet zich bij de keuze van de constructie van haar biografie leiden door in haar ogen interessante tegenstellingen en paradoxen. Zo was zus Elsa – getrouwd met een antisemiet – bijvoorbeeld een anti-antisemiet.
    Het contrast tussen beide zussen is de basis geworden van Cécile en Elsa: strijdbare freules. Een biografie, waarin de paradox opvoeding c.q. privéleven versus ideologie en de ontstaansgeschiedenis van het antisemitisme en collaboratie in Frankrijk belangrijke elementen zijn.

    In de researchfase raadpleegde Elisabeth Leijnse andere biografieën waarin netelige kwesties aan de orde kwamen. Wat ze over de persoonlijkheidsstoornis van Alma Mahler las, sterkte haar in haar opvatting dat zij de oorzaken van het antisemitisme niet alleen moest zoeken in karakterologische kenmerken van haar biografeling, maar ook in externe factoren.
    Punt van aandacht was hoe binnen het kader van het boek kritiek op het antisemitisme te verwoorden. Elisabeth Leijnse koos er uiteindelijk voor om Elsa degene te laten zijn die commentaar geeft en haar verontwaardiging uit. Volgens de biografe een logische en verantwoorde keuze: het antisemitisme van haar zus had impact op Elsa. Dat blijkt uit de beschikbare  bronnen.

    Een heikel punt was de manier waarop het antisemitische gedachtengoed zelf in de biografie van de freules de Jong van Beek en Donk terecht zou komen: citeren of parafraseren. De biografe vatte vooral veel samen en zag bovendien af van het opnemen van karikaturale tekeningen en cartoons die gebruikt werden om ideeën te verspreiden.

    De objectiviteit van de biograaf
    Hij werkt inmiddels al geruime tijd aan de biografie van Heinz Polzer / Drs. P, maar het boek is nog lang niet klaar. Toch houdt één vraag Michèl de Jong nu al bezig: hoe voer ik mezelf op in het verhaal als ik toe ben aan de laatste tien jaar van zijn leven? Michèl de Jong is namelijk niet alleen de biograaf van Heinz Polzer / Drs. P, hij kende hem ook tamelijk goed en was tien jaar hecht met hem bevriend.
    Dat zou kunnen betekenen dat de objectiviteit van de biograaf in het geding is. Michèl de Jong is zich bewust van het dreigende gevaar, maar verwacht niet dat hij in een valkuil zal trappen. Dat de eerste 85 levensjaren van Heinz Polzer / Drs. P voor hem net zo’n onontgonnen gebied zijn als voor iedere andere biograaf, speelt daarbij een belangrijke rol.
    Bovendien kan bewondering op zich volgens Michèl de Jong geen kwaad – ‘echte vrienden kun je niet kritiekloos bewonderen’ – en is fascinatie niet per se een bezwaar.

    Een pijnpunt is zijn eigen verschijnen in het laatste hoofdstuk van de biografie niet, maar hij worstelt dus nog wel met de manier waarop hij zichzelf op gaat voeren en wat de consequenties daarvan zijn voor het vertelperspectief. Wordt hij een ‘ik’ of stapt er straks een Michèl de Jong de biografie binnen. De biograaf houdt zich aanbevolen voor suggesties.

    Zwaar woog voor Michèl de Jong lang de vraag of de zeer op zijn privacy gestelde Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring wel zou hebben gegeven aan het schrijven van een biografie. Is het geen verraad aan de vriendschap? Tweeënhalf jaar na de dood van zijn biografeling vond Michèl de Jong een sonnet dat voor hem bestemd was. Daarin sprak Heinz Polzer / Drs. P zijn goedkeuring uit voor het werk dat De Jong begonnen was. Dat was toch een pak van zijn hart.

    Uit de slaapkamer klappen
    Frans Coenen was niet alleen belangrijk als aanjager van de literaire carrière van Clare Lennart, hij vervulde ook een aantal jaren de rol van minnaar in een relatie die door sadomasochisme gekenmerkt werd. Toen Petra Teunissen, biografe van Clare Lennart, de beschikking kreeg over de achthonderd brieven die haar biografeling en Frans Coenen elkaar schreven, kon ze niet meer om dat gegeven heen. Hoewel ze het liever niet geweten had, kon ze die kennis niet meer ongedaan maken en moest ze beslissen of ze de lezers van haar biografie met de feiten zou confronteren.
    Ze stelde zichzelf drie vragen – de filters van Socrates indachtig: is het waar? Is het nodig? Is het aardig? Waar was het, dat wist ze zeker. De sadomasochistische voorkeuren van Frans Coenen waren al uit andere bronnen bekend. Dat op sm geen taboe meer rust, maakte het prijsgeven minder beladen.
    Was het nodig? Ja, want ook buiten de slaapkamer was de relatie tussen Frans Coenen en Clare Lennart ongelijkwaardig. Het creëren van afhankelijkheid was een strategie van Coenen. Hij hield er een harem van jonge (schrijvende) vriendinnen op na.
    Is het aardig? Nee. De biograaf is hier een voyeur. Een professionele dief. Clare Lennart liep niet met haar privéleven te koop, zij was uitermate gereserveerd.

    Toch koos Petra Teunissen er in Voor ’t gewone leven ongeschikt: een biografie van Clare Lennart uiteindelijk voor om expliciet, maar objectief – dus zonder te oordelen – over de aard van de seksuele relatie van Clare Lennart en Frans Coenen te schrijven, omdat het voor het psychologische portret van Clare Lennart belangrijke informatie is. Frans Coenen was haar mentor, minnaar en meester. Maar hij was ook een vaderfiguur. Bij hem vond ze geborgenheid. Zoals ze ook geborgenheid vond bij Wim van den Boogaard, de man met wie ze al een aanzienlijk deel van haar leven samen was voordat ze uiteindelijk met hem trouwde.

    Rekening houden met nabestaanden
    Het verschijnen van zijn biografie van Lucebert ging gepaard met de nodige commotie. Voordat Bertus Swaanswijk Lucebert werd, liet hij zich enthousiast uit over nazi-ideeën. Wim Hazeu had Lucebert: biografie al zo goed als af toen hem de brieven waaruit dat bleek ter hand werden gesteld. Hij moest de nieuwe informatie inpassen in het verhaal dat hij al geschreven had (hij zocht en vond verklaringen voor de foute sympathieën van Bertus Swaanswijk: hij wilde het huis uit en kunstenaar worden; hij leed aan avontuurzucht; hij was gevoelig voor beïnvloeding; hij was een bewonderaar van Duitse literatuur ). Een verhaal waarin tot dat moment angst en een bijzondere vriendschap als rode draad fungeerden.

    Wim Hazeu overwoog geen moment om de informatie uit de op de valreep ter inzage gekregen brieven achter te houden. Als het om het optekenen van de levens van zijn biografelingen gaat, kent Wim Hazeu geen taboes, maar wel fatsoen. Hij is bereid om rekening te houden met nog levende familieleden. Met de weduwe van Gerrit Achterberg die ervan overtuigd was dat haar man de biografie niet gewild had, maakte hij afspraken. Hij las haar ook ter harer geruststelling passages uit de biografie voor. Passages waarin het niet om haar man draaide, maar om haar. Toen de weduwe Achterberg overleed, voelde Wim Hazeu zich vrij om de censuur die hij had toegepast op te heffen en voegde een appendix aan de biografie toe.

    In het geval van Lucebert hoefde Hazeu geen rekening te houden met de gevoelens en wensen van een weduwe, die waarschijnlijk niet op de hoogte was van de brieven en de inhoud.
    Wat zou de biograaf gedaan hebben als de weduwe van Lucebert nog wel geleefd had? Dan zou hij waarschijnlijk minder kritisch geschreven hebben over de kwestie of de publicatie van het boek uitgesteld hebben tot na haar dood. En voor het geval hij eerder dan zij zou overlijden, zou in zijn testament verwezen zijn naar het manuscript van de biografie, met de vermelding dat het boek pas na de dood van Tony Swaanswijk-Koek gepubliceerd zou mogen worden. Dat de kinderen van Lucebert nog leven, realiseert Wim Hazeu zich. En ook dat de onthullingen over hun vader voor hen meer dan pijnlijk zijn.

    Biograferen is geen kwestie van klakkeloos een leven beschrijven. Biograferen is samenhang aanbrengen op basis van een door de biograaf geformuleerde visie op een leven. Een biograaf wordt verondersteld ethisch te handelen en niet moedwillig schade toe te brengen aan het imago van zijn biografeling. Daarbij moeten biografen regelmatig balanceren op een slap koord. Ze kennen zonder uitzondering de door Elisabeth Leijnse, Michèl de Jong, Petra Teunissen en Wim Hazeu aangestipte ‘pijnpunten’, al zal niet iedere biograaf er in gelijke mate mee geconfronteerd worden.

     

    * In Vierspan: over biografieën en het schrijven ervan introduceert Jan van der Vegt de term ‘biografeling’ voor degene die het onderwerp is van een biografie. Wim Hazeu pleitte tijdens Tussen slijk en sterren: de schrijversbiografie in de kijker voor een breed gebruik van het woord.

     

    Foto Michèl de Jong © Liliane Waanders

  • Leve de poëzie

    Leve de poëzie

    Op Radio 1 zendt de EO dagelijks het programma Dit is de Dag uit waarbij steevast een dichter wordt uitgenodigd een sneldicht te schrijven bij een onderwerp van de uitzending. Uitgeverij Brandaan bundelde de vijftig beste gedichten. Een stoet aan sneldichters, cabaretiers en liedjeszangers passeerde de revue. Ingmar Heytze, Hanz Mirck, Wietske Loebis, Thomas Möhlmann, Frank van Pamelen, Ruben van Gogh, Alexis de Roode, Daniël Dee en Rikkert Zuiderveld om er maar enkelen te noemen. De dichters hadden dus vaak maar een uur de tijd om iets te brouwen. Vreemd genoeg staat dit de kwaliteit van deze 50 verzen niet  in de weg. Een dichter blijft kennelijk een dichter ook al staat deze onder tijdsdruk. Eerlijkheidshalve zij hier wel gezegd, dat er veel gedichten zijn verdwenen en ook zijn dichters na een slecht optreden niet nog eens gevraagd voor de uitzending. Dat is verstandig geweest van de programmamakers. De bijzondere verzen overtuigen. Zo was Alexis de Roode getuige van de aanslag op koningin Beatrix bij de Naald in Apeldoorn, toen de uitzending hot from the spot werd uitgezonden op nog geen 100 meter van de plaats des onheils:

    ‘Koninginnedag 2009’
    De koningin was een wandelende bloem vandaag
    de Loolaan een warme mensenhaag
    het koninklijk huis was van iedereen
    wij allen een beetje koning vandaag.
    Maar 1 man voelde zich koning te veel;
    een auto ging dwars door de mensen heen.
    Maxima zag het, hand aan haar mond.
    Het Nederlands volk grijpt naar het hart.
    De vlaggen werden witte lakens.
    Oranje maakt plaats voor zwart.

    Vier mensen niet meer: Ontferm U Heer.

    De meest uiteenlopende onderwerpen komen aan de orde en dat is eigenlijk wel een voordeel van deze bundeling. Het brengt variatie en verrassing. Wat te denken van een Ode aan de postbode of van verzen over hoofdrekenen, de kredietcrisis, Afghanistan, de PVV, de taxi, JSF en Europa? Het mooiste, ontroerendste gedicht werd door Thomas Möhlmann gemaakt. Aanleiding was een wanhoopsactie van een 42-jarige Iraanse asielzoeker die van een brug bij Nijmegen wilde springen, omdat hij dreigde te worden uitgezet:

    ‘Hier vandaag’

    Bij Nijmegen staat een man op de boog
    op de tweede boog van een brug en
    een stuk verderop begint een ander

    een ander leven, beantwoordt iemand
    rustig vragen vanuit zijn werkkamer
    gewoon en choquerend als zuurkool:

    dingen worden op de agenda gezet
    met een doel, met alle stoplichten
    uit, met zo min mogelijk lastendruk.

    Waar velen verantwoordelijk zijn
    zijn weinigen verantwoordelijk dus
    per saldo komt het geweten van buiten.

    We maken klanten van burgers en
    beleggers van spaarders, redden rozen
    van de straat en we komen geen stap

    vooruit maar de remmen zijn los, daar
    betalen we voor, de verantwoordelijk-
    heid wordt eerlijk verdeeld onder

    anderen en op de boog aan het eind van de rit
    staan de rustgevende regels, de verkeershinder
    wordt verminderd, gekoesterd, hervat.

    Een ander hoogtepunt is het fraaie Spree killer van Ingmar Heytze n.a.v. het bloedbad dat een 17-jarige Duitse scholier aanrichtte op een school. Een lichtere noot verzorgt Wietske Loebis met haar light vers over probleemwijken. Tuinstraat 33c/ na het stuken en behangen/ eventjes de vloer vervangen(…). Ze treedt duidelijk in de voetsporen van Drs.P. En ook Frank van Pamelen, die dagelijks in de krant voor politieke verzen zorgt levert een lichtere bijdrage.
    Het is zoals scheidend programmapresentator Arie Boomsma, die afzwaait bij de EO uitroept: “Leve de Poëzie!”
    Een bundel om van te snoepen.