• Tintje

    Tintje

    De taxichauffeur vindt dat het de laatste twintig jaar met Nederland de verkeerde kant opgaat. Of ik weet hoe dat komt, vraagt hij. Nee, dat weet ik niet, maar ik heb wel een bang vermoeden van wat hij gaat zeggen. ‘Omdat we de grenzen wagenwijd opengezet hebben voor al die eh…mensen met een tintje’, zegt hij. ‘Die geen fatsoen kennen, zich niet aan onze regels houden. Die denken dat ze zich alles straffeloos kunnen permitteren. Ze zouden ze moeten terugsturen of op zijn minst opsluiten. Maar ja, Nederland is niet streng genoeg.’
    Ik breng voorzichtig naar voren dat de gevangenissen ook vol zaten toen er nog geen migranten in Nederland waren. Misdaad is niet aan een enkele bevolkingsgroep voorbehouden. Maar hij luistert niet en vraagt of ik wel eens naar het programma Opsporing verzocht gekeken heb. ‘Dieven, verkrachters en moordenaars, altijd allemaal donkere mensen, mevrouw.’

    De adem stokt in mijn keel en ik voel hoe ik verstijf. Wat als ik hem nu vertel dat ik al een halve eeuw getrouwd ben met een van die donkere mannen? Dat mijn kinderen met een tintje aardige, eerlijke, betrouwbare mensen zijn? Dat hij mijn man, mijn kinderen, mij, een klap in het gezicht geeft met zijn uitlatingen? Misschien moet ik James Baldwin citeren: ‘It has always been much easier (because it has always seemed much safer) to give a name to the evil without than to locate the terror within’. Misschien moet ik het gedicht van Anne Vegter voordragen, dat ze in 2015 schreef als Dichter des Vaderlands.

    ‘Welkom in Nederland

    Iemand zei geschiedenis zoekt naar evenwicht.
    De tellingen hebben ons overtuigd:
    mensen en mogendheden in ongelijke mate.
    Nu lopen de cijfers langs de wegen van Europa
    vol speeksel, vol tranen, vol dringende verwachtingen.
    En waar zou jij op hopen als je verhaal, je land,
    je stad, je monument, je berg, je dorp, je eer,
    je school, je huis, je deken, je matras,
    je nachtrust dagelijks aan stukken werd gerukt?
    Geschiedenis vindt evenwicht, maar niet vanzelf.
    En onze harten slaan de tijd, beng, beng,
    om het logeermatras te kloppen.’

    Maar ik zeg niets. Hij zou niet luisteren en als hij het wel deed, zou hij zijn mening niet wijzigen, of erger nog: zeggen dat er ook wel goeie tussen zitten.
    De tijden zijn voorbij dat ik als wereldverbeteraar vooraan op de barricades stond, mijn bloeddruk is tegenwoordig te hoog. Je kunt tijdens een taxiritje van twintig minuten geen eeuwen aan vooroordelen bestrijden.

    Heb ik de morele plicht om er iets van te zeggen? Misschien. Ben ik laf? Nee, ik ben alleen maar moe. Ik wil me niet weer moeten verdedigen of rechtvaardigen. Het is bij lange na niet de eerste keer dat ik zulke tirades moet aanhoren. Omdat ik wit ben, omdat ik ‘eigen volk’ ben. Maar dat ben ik niet. Niet meer. Ik wil niet behoren tot een volk dat eeuwenlang landen en volkeren heeft geplunderd en uitgebuit en nu weigert de rekening te betalen. Ik wil horen bij mensen die hun verantwoordelijkheden nemen en samen ervoor zorgen dat de wereld inderdaad verandert. Maar dan een andere kant op dan die de taxichauffeur voor ogen staat.

     

     


    Hettie Marzak is poëzierecensent en schrijft maandelijks een column voor Literair Nederland.

     

     

  • Benoeming nieuwe Dichter des Vaderlands uitgesteld

    Benoeming nieuwe Dichter des Vaderlands uitgesteld

    Door persoonlijke omstandigheden zal de benoeming van de nieuwe Dichter des Vaderlands op woensdag 25 januari niet doorgaan. De geplande installatie van een nieuw gekozen Dichter des Vaderlands, die tevens het afscheidsevenement van scheidend Dichter des Vaderlands Lieke Marsman zou zijn, wordt tot een nader te bepalen moment uitgesteld.

    De Stichting Dichter des Vaderlands verspreidde vanmiddag een persbericht waarin staat dat zij de situatie betreuren en er naar streven ‘spoedig alsnog met een benoeming te komen’. Het comité van poëziekenners dat de afgelopen maanden een nieuwe Dichter des Vaderlands uitkoos, zal in de komende tijd opnieuw bijeenkomen om tot een nieuwe voordracht te komen. Met een passend mandaat zal een nieuwe Dichter des Vaderlands aangezocht worden voor de duur van twee jaar. De Dichter des Vaderlands is een ambassadeur voor de poëzie en reflecteert met een gedicht op het nieuws van dichtbij of van ver en ons allen treft. Het ambt werd in 2000 ingesteld op initiatief van NRC Handelsblad, Poëzieclub en Poetry International.

    Gerrit Komrij was de eerste Dichter des Vaderlands, toen nog een vierjarig termijn, gevolgd door Simon Vinkenoog , Driek van Wissen, Ramsey Nasr, Anne Vegter, Ester Naomi Perquin, Tsead Bruinja en Lieke Marsman.

     

     

  • Dichter des Vaderlands 2019 – 2021 – Poëzie is het begin van een gesprek

    Dichter des Vaderlands 2019 – 2021 – Poëzie is het begin van een gesprek

    Tsead Bruinja (1974) wordt vanavond in de Balie in Amsterdam officieel benoemd tot Dichter des Vaderlands en volgt hiermee Ester Naomi Perquin op, die de afgelopen twee jaar deze functie vervulde. Tien jaar geleden, toen de Dichter des Vaderlands nog publiekelijk gekozen werd, deed Bruinja al een gooi om als eerste dit ambt te bekleden. Toen koos het publiek met 3000 stemmen voor Gerrit Komrij (1944-2012). Komrij vervulde deze functie tot 2004.

    Als Dichter des Vaderlands zal Tsead Bruinja de komende twee jaar de vinger aan de pols van de Nederlandse samenleving houden en optreden als ambassadeur van de poëzie. Een Dichter des Vaderlands is niet verplicht iets te schrijven, al moet er wel zes keer per jaar een gedicht van zijn/haar hand verschijnen. Die dan vervolgens worden gepubliceerd in de NRC.

    Tsead Bruinja (1974) is een in Friesland geboren en in Amsterdam wonende dichter. Hij publiceert in het Fries en Nederlands, of tweetalig, zoals zijn laatste bundel: Hingje net alle klean op deselde kapstôk / Hang niet alle kleren aan dezelfde kapstok (2018).

    In zijn eerste interview na de bekendmaking van zijn op handen zijnde benoeming in de NRC liet Bruinja weten dat hij de menselijke kant van een zaak wil belichten, de nuance wil zoeken. ‘Maar’, zegt hij in datzelfde interview: ’ik moet ook ruimte hebben om boos te zijn – en dan misschien ongelijk te krijgen. … dat is óók een stem in de samenleving. De publieke ruimte is een ontmoetingsplaats van uiteenlopende, uitgesproken meningen.’

    Volgens de benoemingscommissie is Bruinja ‘een dichter die in eerlijke, eenvoudige woorden zowel gevoelig als scherp kan zijn, die een inval of anekdote tot gedicht kan verheffen en rauwheid en lyriek afwisselt’. Daarbij is Bruinja ‘een bevlogen ambassadeur voor de poëzie in de breedste zin: als bloemlezer, performer op podia en in de media, organisator van evenementen en aanjager van kruisbestuivingen met andere kunstvormen. Hij beweegt in zijn vaak geëngageerde dichterschap moeiteloos tussen binnenwereld en buitenwijk – en waar het wel moeite kost, levert dat spannende poëzie op.’

    En dat is waar dit ambt, sinds de benoeming van Ramsey Nasr, om vraagt: maatschappelijk geëngageerd zijn om de vele lagen van een volk te kunnen benaderen. Dat is Tsead Bruinja wel toevertrouwd.
    De dichter was amper benoemd of schreef al een gedicht voor het volk en …, nee, niet vaderland. Hierbij:

     

    voor volk en moederland

    nederland je gaf mij een dubbele tong
    en vruchtbare grond waar ik tuintegels overheen leg
    ik zwoer dat ik de hark en spade in de schuur zou laten
    maar nu zie ik overal onkruid
    straks moet ik nog ondergronds
    om het met wortel en tak uit te roeien

    nederland ik ben niet tegen je gepolder bestand
    je heupen zouden alles kunnen oplossen
    maar ze zitten op slot

    nederland so what als de grond verzakt onder onze voeten
    ik balanceer al jaren tussen hier en de overkant
    en zie ze daar niet veel anders doen
    er is ruimte op de dansvloer
    en zijn manden van beschaving
    waar we samen doorheen kunnen vallen

    liefste bankiereklier mijn o vosselijn pass me die kruiwagen aub
    er is een schuldberg die we moeten voeden
    ik spuug in mijn handen en duw hem
    in het zweet jouws aanschijns een mestvaalt op
    en bedel gedwee om een hypotheek

    nederland je gaf ons en de wereld waterwerken
    baggeraars bruggen en bordeeleigenaren die bonnetjes schrijven
    waarop ze hun onderneming een brasserie noemen
    je bent mijn brea bûter en griene tsiis
    my favourite slippery motherfucker ben je
    en dat pakken ze ons nooit meer af

    nederland ik ga van je vaderland een moederland maken
    op de operatietafel met jou en je grote paddenstoel

    het mes erin                   we gaan ruimte maken

    ik zeg katsjing tegen je kassa nederland
    samen laten wij ons de nagelkaas mooi niet van het brood eten
    ik ga je een grote dienst bewijzen door te slapen met een ander
    misschien moet leeuwarden je hoofdstad blijven en ga ik vlaanderen bezetten
    dat vuurtje tussen ons gaat anders in een klap uit

    nederland sluit je bordelen en maak je liefde gratis
    pleur een paar bruggen over die middellandse zee en breid je helpdesk uit
    ik wil de mensen wel te woord staan

    nederland waarom kijk je zo sip
    als ik je achterlijke zelfbeeld niet omarm
    niemand wil een misogyne homofobe racist genoemd worden
    waarom wil jij dat dan zo graag zijn?

    nederland ik wil nooit je ex zijn
    misschien word ik ooit je bruid

     

    De benoemingscommissie bestond uit Arie Boomsma (bloemlezer en presentator), Radna Fabias (dichter), Eva Gerlach (dichter), Menno Hartman (Poëzieclub), Marije Koens (organisator poëzie-evenementen), Feline Steekstra (Poetry International) en Thomas de Veen (NRC).

     

    ‘Poëzie is het begin van een gesprek’ (uit: Nooit meer slapen Radio 1)
    Kijk op Dichter des Vaderlands voor verschillende (radio) interviews met Tsead Bruinja.

     

  • Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

    Een oer-Vlaams bestaan, maar dan anders

    Charles Ducal is geen onbekende in het Nederlandse taalgebied. Zijn gedichten domineren al twintig jaar de literaire scène en dat leverde hem in 2014 de titel ‘Eerste Dichter des Vaderlands’ van België op. Dat hij nu op 66-jarige leeftijd zijn eerste roman schrijft, is op zijn minst merkwaardig te noemen. Zijn romandebuut Kroniek van een verzonnen leven is er een vol platgetreden paden en herkenbare Vlaamse clichés, maar toch slaagt hij erin ontroering bij de lezer los te maken en er uiteindelijk een kleine parel van te maken.

    De feiten
    Kroniek van een verzonnen leven is niets meer en niets minder dan wat de titel brengt. Het werk put uit Ducals eigen leven en doet denken aan de oerdegelijke, uit Vlaamse kleigrond geschapen traditionele roman die we kennen van Streuvels, Teirlinck en Timmermans. Waar precies de autobiografische feiten ophouden en het verzonnen leven begint, houdt hij echter goed verborgen. Feit is dat Frans Dumortier, alias Charles Ducal, opgroeide in de jaren vijftig in een boerengezin, Germaanse filologie studeerde in Leuven en daarna 37 jaar les gaf aan een gerenommeerd college. Tijdens zijn studies was hij actief lid van de marxistische-leninistische beweging en hij werd een veel gelauwerd dichter. Tot hier de feiten.

    Het verhaal
    In Kroniek van een verzonnen leven groeit het hoofdpersonage Remi Dessein op in een streng, katholiek boerengezin in de naoorlogse jaren. Vader is hard en afstandelijk, voortdurend aan het werk, moeder runt het gezin met ijzeren hand. Alles wordt bepaald door gebod en verbod, door God,  zonde en schuldbesef. Op school blinkt hij uit en hij wil ook overal de beste in zijn. En dan zijn daar de eerste tekenen van een ontluikende seksualiteit. Seksualiteit zal ook zijn hele verdere leven bepalen. Als hij als elfjarige ’s nachts uit zijn kamer ontsnapt om een pornoblaadje te halen dat hij langs de kant van de weg heeft achtergelaten, is hij getuige van een brutale verkrachting die eindigt in een gruwelijke moord. Wat hij heeft gezien, zal hem zijn hele leven blijven achtervolgen, zijn schaamte voeden en zijn relatievaardigheden bemoeilijken. Kort daarna gaat hij op internaat. Ook daar is hij primus, blijft hij worstelen met zijn seksualiteit, maar is hij een eenzaat en kan hij enkel ‘vriendschappen’ opbouwen door medeleerlingen te laten afschrijven en te helpen.
    In de beschrijving van het internaatleven komt Hugo Claus en zijn Het Verdriet van België de hoek omkijken.

    Sporen van de werkelijkheid
    En dan gaat Remi naar de universiteit waar hij Germaanse filologie studeert. Hij komt in contact met het marxisme en wordt één van de voorvechters hiervan. Zijn vriend en grote voorbeeld Joris overheerst zijn leven en beïnvloedt hem aan alle kanten. Zijn studies beginnen er onder te lijden, maar dan komt zijn grote prestatiedrang weer bovendrijven en hij ziet in dat zijn studies toch belangrijker zijn. Hij breekt ook met Joris die hem dat nooit meer zal vergeven. Remi wordt leraar en blijft 37 jaar lang Nederlands geven, terwijl zijn dichtbundels overal gelauwerd worden. Zijn zussen hebben kritiek omdat hij op een onverholen manier over zijn moeder en vader en over het huwelijk schrijft.
    Wie bekend is met het werk van Ducal herkent hierin een knipoog naar Ducals eerste dichtbundel, het zeer cynische Het huwelijk.  Ook Remi’s huwelijk is niet het meest geslaagde, hij blijft immers worstelen met zijn seksualiteit en de gebeurtenis uit zijn jeugd. Pornosites, het liefst met brute verkrachtingsscènes, blijven zijn enige vorm van echte opwinding. Na een hardhandige ontmoeting met een prostituée komt hij echter in het reine met zichzelf. Het einde van de roman toont een gedementeerde Remi die door vrouw en kinderen wordt begraven.

    Spotten met gemeenplaatsen
    Ducal haalt dus alle clichés boven die in de Vlaamse literatuur de revue gepasseerd zijn: het oerkatholieke godsvrezende boerengezin uit de jaren vijftig, het door priesters gedomineerde internaatsleven, mei ’68 met de anti-Vietnambetogingen en de marxistische beweging, de linkse student die zich uiteindelijk settelt als rechtse modaalburger. Vlaanderen krijgt hier niet genoeg van, maar toch is het bij Ducal anders. Hij slaagt erin om de lezer te ontroeren. Dit doet hij op exact dezelfde wijze als in zijn gedichten. Een zeer poëtische, maar rake en treffende stijl met korte zinnen, to the point, wars van alle ballast. Hij weeft een fijn web van relaties, van oorzaak en gevolg. De manier waarop seksualiteit, het taboe daarop en het gruwelijke geheim dat Remi zijn hele leven meedraagt, de hele roman voortdurend onderhuids aanwezig is in kleine hints en verbloemde suggesties, tonen dat Ducal heel wat in de vingers heeft.  Het fijne raderwerk van een heel mensenleven van kind tot dood wordt op een subtiele, maar verbluffende manier getekend tegen de grote gekende achtergrond. Precies die herkenning en het verrassende van het leven daarin maakt van deze kleine roman een groot werk.