•  Eenzaamheid en aftakeling

     Eenzaamheid en aftakeling

    ‘Het ergste moet nog komen’. Deze veel aangehaalde woorden van Arthur Schopenhauer zijn een aansporing om tijdig de hoop op een happy end te laten varen. Omdat de meeste mensen zich er niets bij voorstellen, leven ze er doorgaans lustig op los totdat de feiten dwingen tot verandering. Het boekje Het leven moe van Detlev van Heest maakt de lezer getuige van een in de versukkeling gerakend bestaan.

    Schrijver Detlev van Heest is bekend als vriend en bewonderaar van J.J. (‘Han’) Voskuil en diens vrouw Lousje Voskuil-Haspers. Al eerder kwam Lousje Voskuil via Van Heest uitgebreid aan het woord in het boek Ik ben ik niet (Van Oorschot, 2014). Sindsdien zijn ruim tien jaren voorbijgegaan: Lousje is 99 jaar oud, enerzijds verward en kwetsbaar, en tegelijk opstandig en boos. Het een heeft ongetwijfeld met het ander te maken.

    Nog steeds is in deze hoogbejaarde dame Nicolien ter herkennen, de vrouw van Maarten Koning, hoofdpersoon van de befaamde 7-delige romancyclus Het bureau, die verscheen in de jaren 1996-2000. Nicolien is obstinaat, tegendraads, dwingend en eigenzinnig en toch tegen wil en dank: steun en toeverlaat van Maarten Koning. Nu Nicolien / Lousje de leeftijd der zeer sterken bereikt (zij is weduwe sinds 2008) laten eenzaamheid en aftakeling zich gelden.

    Konden eerder lezers om de slapstick der huwelijkse perikelen tussen Maarten en Nicolien nog schateren, de ontreddering die de ouderdom onvermijdelijk met zich meebrengt doet een mens het lachen wel vergaan. Uit een negental prozafragmenten – overwegend dialogen – rijst een ontluisterend beeld op dat de lezer met mededogen vervult. Lousje breekt een arm, ze wil geen gips, ze maakt haar mitella zoek. Ze weet niet meer wanneer dingen gebeuren, wat er is afgesproken. De poes die dood is beweegt nog, en begint weer te eten. Lousje beschuldigt de dierenarts van moord en zichzelf van medeplichtigheid. Ze durft de straat niet meer op. Ze is soms dronken en weerloos, en heel vaak heel erg moe. Het relaas zal voor veel mantelzorgers herkenbaar zijn.

    En voor wie de geschreven impressies nog niet overtuigend genoeg zijn, bevestigen bijna veertig foto’s van het interieur het verhaal nog eens indringend en onmiskenbaar: de tijd is in huize Voskuil tot staan gekomen. Niemand hoeft er meer naar op zoek, de details spreken boekdelen.

    Trouwe Bureau-lezers moeten zich dit werkje niet laten ontgaan. En los daarvan is het voor iedereen een relevante oproep: memento mori, gedenk te sterven, eens, ooit. En meer nog misschien voor nu, vóór het te laat is: pluk de dag.

     

    Detlev van Heest / Het leven moe / 88 blz. / uitgeverij Hof van Jan / beeld: Michèle Baudet / prijs € 18,-

     

  • Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Tobben op papier

    Tobben op papier

    ‘Waar gaan die boeken van jou over?’
    ‘Over mijn buren in Japan en Nieuw-Zeeland.’
    ‘Is dat interessant? Ik heb alleen saaie buren. Wil iemand dat lezen?’
    ‘Ik had ook alleen maar saaie buren.’
    ‘Waarom worden ze dan uitgegeven? Niemand wil toch over zijn saaie buren lezen?’
    ‘Ik denk dat mijn lezers zelf ook saai zijn. Zo kunnen ze met een lange omweg over zichzelf lezen.’

    Autobiografisch dagboek

    Met De resten van een mens komt de lezer weer terug in de wereld van Detlev van Heest. In De verzopen katten en de Hollander (2010) schrijft hij over zijn belevenissen in Japan, in Pleun (2010) over die in Nieuw-Zeeland. Deze romans hebben de vorm van een dagboek; met data en jaaraanduidingen. Met Parkeren in Hilversum (2024) is hij terug in Nederland. Ook dit boek heeft ‘roman’ onder de titel staan. Tussendoor verscheen nog Het verdronken land. Terug naar Japan (2011). Hier geen ‘roman’ onder de titel, maar wel een motto ontleend aan De Avonden van Gerard Reve: ‘Elke gelijkenis van figuren of voorvallen in dit verhaal met werkelijke personen of gebeurtenissen is toevallig.’

    Bij De resten van een mens geen ‘roman’ onder de titel en geen tijdsaanduidingen. Wel een motto: ‘Wer nicht lügen kann, weiß nicht was Wahrheit ist ‘ (Nietzsche). Uit de tekst is af te leiden dat het boek speelt in de jaren na de dood van Han Voskuil (2008). Sporadisch zijn er verwijzingen naar actuele gebeurtenissen, zoals de begrafenis van Michael Jackson in 2009 en het jaar waarin Sven Kramer door zijn coach Gerard Kempers de verkeerde baan in werd gestuurd tijdens de Olympische Spelen in Vancouver (2010). Grappig in dit verband is dat wat we op bladzijde 145 lezen we over parkeercontroleur Detlev: ‘Volgens mijn vrienden heb ik ook de verkeerde baan genomen.’ Het boek bevat meerdere van zulke kapstokjes in de tijd.

    Van Heests nieuwe boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij hij observeert en noteert. Het is knap hoe hij verslagen maakt van de bezoeken die hij aflegt. De nadruk ligt op de dialogen die hij met veel precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond.
    De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar, de moeder van de in 1984 vermoorde Sandra van Raalten. Tussendoor bezoekt hij Lousje Voskuil in Amsterdam en zijn familie in Duitsland.

    Parkeercontroleur

    De resten van een mens bevat talloze uitvoerige beschrijvingen van Detlevs werk als parkeercontroleur. Bij het uitschrijven van bonnen wordt hij soms bedreigd met de dood. De discussies met de bekeurden zijn soms hilarisch om te lezen. Detlev komt meerdere malen in conflict met zijn managers over de vaak in zijn ogen belachelijke regeltjes en voorschriften, bijvoorbeeld over de kleur van zijn riem die hij bij zijn uniform moet dragen. Het ziekteverzuim ligt boven de 40 procent, volgens Detlev een gevolg van slecht management. Hij heeft daarover ook brieven geschreven aan de directie in Den Haag. Dat wordt hem niet in dank afgenomen. Bovendien neemt hij het op voor zijn collega’s Youssef, Bercolo en Farouk die door hun gebrekkige kennis van het Nederlands niet alles volgens de regels doen, omdat ze de instructies niet goed of verkeerd begrijpen. Farouk komt zelfs in een psychiatrische kliniek terecht waar Detlev hem meerdere keren opzoekt, tegen de wens van het management in. Detlev helpt zijn collega’s o.a. met het opstellen van bezwaarschriften. Na een zoveelste akkefietje schiet Detlev uit zijn slof en noemt een van zijn managers een ‘kapo.’ Zij moeten dan nog wel opzoeken wat dat betekent, maar uiteindelijk slagen zij erin hem over te laten plaatsen naar Noordwijk.

    Emma Paulides

    Emma is na de moord op haar dochter in Zaandam naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev, vertelt ze over haar dochter Sandra van Raalten die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Dit is de paskamermoord in Zaandam in 1984. In 2002 schreef Emma een brief aan de minister van Justitie of er in deze zaak gebruik was gemaakt van nieuwe DNA-technieken. De zaak werd heropend en kon een paar jaar later definitief worden afgesloten. Maar niet voor Emma: in de gesprekken met Detlev komt zij telkens terug op de moord op Sandra. Emma staat op de omslag van het boek afgebeeld met poes Klaasje. De aquarel is gemaakt door Pita Snoeck.

    Literaire verwijzingen

    De herinneringen aan Han Voskuil en Detlevs bezoeken aan diens vrouw Lousje doen authentiek aan. Hij helpt de weduwe van Voskuil met het laten verschijnen van de boeken Binnen de huid (2009) en De Buurman (2012). In het voorwoord van dit laatste boek is Lousje Detlev ‘onuitsprekelijk dankbaar’ voor zijn ‘onnavolgbare’ steun en het gereedmaken van het manuscript voor publicatie.
    Momenteel verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen. Detlev is een van de bezorgers daarvan (samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen).

    Aftakeling

    De titel De resten van een mens slaat op de aftakeling van mens én dier. Lousje wordt steeds vergeetachtiger en ook haar kat is ziek. Als Detlev bij Lousje langsgaat, hebben ze het af en toe ook over Frida. Die ziet er uit als een héél oud vrouwtje met een bochel. Voor de insiders: Frida Vogels komt als Henriette Fagel voor in Han Voskuils Bij nader inzien(1963). De boeken van Voskuil, Vogels en Van Heest zijn soms nauw met elkaar verweven.
    Aan het einde van het boek kan Emma Paulides niet meer thuis wonen. Zij komt uiteindelijk in een verpleeghuis in Zaandam terecht. Detlev helpt haar met het laten uitkomen van haar laatste wil: zij wil samen met het stoffelijk overschot van haar dochter gecremeerd worden. Na zijn overplaatsing naar Noordwijk schrijft Van Heest: ‘De golven vloeien uit over de voetstappen. De wind zuigt zich tussen hemel en aarde, die hier woest en ledig is. Morgen is het voorbij.’

    Dagboek of fictie

    In een interview (NRC 24 juli 2025) zegt Van Heest over de manier waarop hij Emma Paulides in het boek opvoert: ‘Ik heb bij al die andere mensen, inclusief mezelf, natuurlijk fictie bedreven. Je laat opmerkingen weg en voegt opmerkingen toe, je verandert de namen van mensen, noem maar op, maar Emma heb ik zo natuurgetrouw mogelijk willen opvoeren. De anderen spreken gepolijst, maar zij spreekt juist verbrokkeld, onsamenhangend, ze komt steeds weer op hetzelfde punt uit, namelijk op die dochter die ze is kwijtgeraakt.’ Dit sluit aan op de opdracht die voorin het boek staat: ‘ter nagedachtenis van Emma en Sandra.’

    Saai

    Op een paar plaatsen in het boek laat Detlev zich uit over het schrijversvak: ‘Als we ergens over schrijven, blijven we er over doormeieren, omdat we niets anders kunnen verzinnen. We melken een onderwerp helemaal uit.’ Een familielid zegt: ‘Dat is een extra belasting, al dat geschrijf. Dat is tobben op papier.’

    De kwalificaties ‘saai’, ‘doormeieren’ en ‘tobben op papier’ kunnen ironisch opgevat worden. Voor de boeken van Van Heest moet je als lezer een lange adem hebben. De nauwkeurige verslaglegging van op het eerste gezicht wellicht saaie gebeurtenissen levert een interessant boek op. Deze dikke paperback op dundrukpapier valt soepel open en is mede daardoor prettig leesbaar. Als lezer breng je veel tijd door in de wereld van Van Heest. Dat is geen straf: De resten van een mens blijkt een vermakelijk boek. Met weemoed en een ‘boekenkater’ neem je afscheid van zijn wereld.

     

     

  • Herbeleven van wat verdwenen is

    Herbeleven van wat verdwenen is

    Recensie door Laura Schans

    Vorig jaar maakte Detlev van Heest indruk met zijn debuut De verzopen katten en de Hollander. Hierin verhaalde hij van zijn belevenissen in Japan, waar hij twaalf jaar woonde met zijn vrouw Annelotte en hun kat Kootje. Sinds zijn vertrek uit Japan hebben ingrijpende veranderingen plaatsgevonden: zijn relatie met Annelotte liep op de klippen na hun emigratie naar Nieuw-Zeeland (waarover in de roman Pleun te lezen valt), Japan werd bovendien getroffen door een verschrikkelijke tsunami, met alle gevolgen van dien. Van Heest, die inmiddels weer in Nederland woont, keert er terug. Hij bundelde zijn reiservaringen in zijn nieuwe boek Het verdronken land – Terug naar Japan. 

    Deze terugkeer betekent een reis naar een verleden waarin ontstellend weinig ruimte voor toekomst is. Van Heest bezoekt Japan kort na de ramp in maart en april 2011 en nogmaals in september en oktober 2011. Deze reiservaringen worden voorafgegaan door een eerder bezoek in 2009, waarin hij met een nieuwe vriendin, Adèle, zijn vroegere buurt Nieuwloofwijk bezoekt. De ontmoetingen met kennissen en buurtbewoners worden met oog voor detail beschreven: er is veel aandacht voor wat er gezegd wordt en wat er op tafel komt. De herinneringen aan Annelotte gaan hierbij een hoofdrol spelen, waardoor Van Heest een steeds grotere afstand tot Adèle lijkt te voelen. Ze ergert hem met haar opgewekte nuchterheid.

    Het verdronken land – Terug naar Japan is te lezen als een epiloog. De tocht staat in het teken van herbeleven wat verdwenen is: ‘Halverwege de jaren negentig waren Annelotte en ik in Semi-onsen, in ditzelfde onderkomen. Ik loop langs onze toenmalige kamer, de ‘zelkova-kamer’, en walg van mijzelf om het eindeloze herkauwen van mijn leven. Het moet afgelopen zijn. Ik zweer: dit is mijn afscheidstoernee. Hierna is er geen terug naar Japan meer, wat er ook gebeurt.’

    Het besef dat er geen of weinig toekomst meer is zit in alles: de verbroken relatie met Annelotte, de relatie met Adèle die duidelijk ook niet gaat werken, de tsunami met alle doden en verdwenen stadjes, de veranderde wijk, veel oud geworden of gestorven mensen. Niet alleen zijn persoonlijke leven laat geen weg terug toe, ook Japan zelf confronteert hem met afloop. Zo wordt de persoonlijke thematiek van de hoofdpersoon versterkt door het Japan dat eveneens niet meer hetzelfde is.

    Veelzeggend in dit verband zijn de suïcidale gedachten die Van Heest soms overvallen. Deze neiging wordt versterkt door de aanwezige radioactiviteit. De straling is een onzichtbare vijand die de toekomst buiten spel zet. In de provincie Foekoeshima bemachtigt Van Heest een stel goedkope perziken. ‘In mijn kamer inspecteer ik de vruchten. Ze zien er lekker uit. Ik ruik eraan. Ik trek de huid van de grootste. Nee, ik eet ze niet, want ik ben niet levensmoe. Alhoewel: gisteren wou ik nog zelfmoord plegen. Van deze perziken krijg ik wellicht pas over tien of twintig jaar schild- of lymfeklierkanker. Ik zet mijn tanden in de gepelde perzik. Zelden was de dood zo zoet.’

    In zijn beschrijvingen is Van Heest afstandelijk: ‘Ik merk dat ik begin af te stompen. Dat hoort waarschijnlijk zo. Een mens kan maar een beperkte hoeveelheid leed pruimen. Het surplus dringt niet tot mij door.’ Zijn beknopte, heldere vertelwijze heeft een air van objectiviteit. Vooral dialogen zijn hierdoor vaak geestig, maar de beweegredenen voor zijn reizen blijven raadselachtig. Van Heest wil iedereen opzoeken maar lijkt daarmee vooral zichzelf te kwellen. Hij vindt zelden wat hij zoekt (wat hij zoekt is het verleden – dat bestaat immers niet meer) en hij lijkt zich aan iedereen die hij opzoekt te ergeren. Enkel wanneer er honden of katten in het spel zijn lijkt Van Heest oprechte emoties te tonen. Wanneer hij, waarschijnlijk voor de laatste keer, afscheid neemt van de familie Vierkanten, wordt hij vooral geraakt door hun hond Dzjiro. ‘“Dag jongen! Tot de volgende keer!” Bij de vijver in het park zwaai ik. Als ik me afwend, komen de tranen.’

    In het eerste deel reist Van Heest samen met zijn toenmalige vriendin Adèle. Hier vindt zijn sombere ergernis in haar een mooie tegenstem. Adèle vormt een interessante tegenhanger voor de weinig reflectieve Van Heest. Haar positieve houding komt naar voren wanneer ze hem vraagt: ‘Maar hier is het toch mooi? Bijvoorbeeld de bergen hier. Die zijn nog niet verpest.’ Ook de interactie met de Japanners krijgt reliëf, bijvoorbeeld wanneer Adèle veronderstelt met welke Japanners Van Heest meer of minder bevriend was. Van Heest is het nooit met haar eens, maar haar visie biedt wel perspectief op zijn sombere houding. In het tweede en derde deel is er echter alleen nog Van Heest, die niet meer van zijn depressieve houding loskomt en ook zijn lezer erin meetrekt.

    Al met al is Het verdronken land een bizarre mengelmoes van een verlept Japan, een sombere reiziger, droge humor en trieste droefenis. De actuele gebeurtenissen in het land vormen een interessant samenspel met de persoonlijke geschiedenis van Detlev van Heest. Thema’s worden verdiept en krijgen wederzijds meer effect. Tot het einde toe blijft Het verdronken land – terug naar Japan treurig. In dit boek is er (nog) geen ruimte voor toekomst. Van Heest zal hopelijk in zijn volgende boek onthullen welke invulling hij na dit afscheidstournee gevonden heeft.

     

     
  • ‘Alles moet opgeschreven worden.’

    ‘Alles moet opgeschreven worden.’

    ‘Alles moet opgeschreven worden.’

    ‘In het westen van Tokyo bevindt zich de schilderachtige buurtschap Nieuwloofwijk.’
    Met deze eerste zin omschrijft de schrijver de wijk, waar hij gedurende de eerste jaren van deze eeuw een aantal oudere buurtbewoners portretteert. Van Heest is dan nog journalist, maar met tegenzin en zit liever thuis terwijl zijn vrouw Annelotte in de bloemenhandel werkzaam is. Van Heest houdt ervan om naar zijn buren te kijken en hen te beschrijven. Hij portretteert hen in dit boek om beurten.

    Het eerste en meteen het mooiste portret is van mevrouw Suzuki, die steeds vergeetachtiger wordt. Van Heest trekt zich haar lot aan en oogst daarmee de dankbaarheid van haar familie. Aan het eind van het boek, als hij inmiddels naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd is, bezoekt hij samen met enkele van haar familieleden haar graf.
    Enkele andere buurtbewoners zijn kapper Booreiland die leverkanker heeft en trompettist Z. die hem en zijn vrouw fluitles geeft. Zij worden af en toe door Z. uitgenodigd voor een etentje, maar ze zijn zelf vegetariërs en worden ziek van de grote hoeveelheden vlees die ze daar krijgen. Verder leren we onder meer kok Dzjoen kennen, die geen vaste baan heeft en bedelt om geld, de heer Van Tricht, die in de loop van de jaren aan de praat raakt over zijn gedrag tijdens de oorlog en mevr. D., een Jehova’s getuige die bevriend raakt met Van Heest.
    De meeste Japanners hebben Nederlandse namen zoals mevrouw Schaduwberg of Boomdorp.
    De fonetische schrijfwijze van Japanse namen zoals Foedzji in plaats van het gebruikelijke Fuji doet vreemd aan.

    Door de dialoogvorm komen we mondjesmaat iets te weten over de verhouding tussen Van Heest en zijn vrouw. Ze hebben geen kinderen, wel een kat zonder staart. Detlev is behoorlijk fobisch, Annelotte komt over als een chagrijnig mens. Ze heeft veel op haar man aan te merken. Ze vindt bijvoorbeeld dat hij teveel foto’s maakt. Het vele gekibbel doet denken aan de relatie tussen Maarten en Nicolien in Het Bureau van Voskuil. Het boek is ook aan de laatste opgedragen. Detlev is een fanatiek dierenbeschermer, net als Voskuil was. Hij onderneemt actie om te voorkomen dat bomen gerooid gaan worden. De dwangmatige manier waarop hij de bloemen van zijn uurwerkplant telt, is exemplarisch voor het opschrijven van alles wat er in zijn buurtje gebeurt. Daarmee schetst hij wel een interessant beeld van de dagelijkse Japanse cultuur.

    Van Heest baseert zich qua stijl, vorm en zelfs bepaalde uitdrukkingen op Voskuil. Daar is niets op tegen, maar zoals vaker is de kopie minder overtuigend dan het origineel. In dit boek had nog wel wat geschrapt kunnen worden om het geheel sterker te maken, maar ook in deze vorm levert het een boeiend menselijk document op.

    De verzopen katten en de Hollander

    Auteur: Detlev van Heest
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2010)
    Prijs: € 25,- paperback, € 45,- gebonden