• Poëzie in de strijd tegen de Goleman

    Poëzie in de strijd tegen de Goleman

    De wolkendragers van Peter Holvoet-Hanssen is een dichtbundel die niet uitsluitend gedichten van hemzelf bevat, maar die de resultaten draagt van een groot project waaraan meer dan dertig individuele dichters, collectieven en verschillende andere groepen aan hebben bijgedragen. Deze groepen bestonden uit klassen van middelbare scholen, patiënten van de oncologische afdeling van een ziekenhuis, psychiatrische patiënten en nog veel meer mensen. Dat leverde een bonte stoet gedichten op, waarbij Holvoet-Hanssen de eindredactie op zich nam, maar vaker nog werden de gedichten afgedrukt zoals ze ontstaan waren. 

    De rode draad in deze overvloed van gedichten is de strijd van de wolkendragers tegen de Goleman, een reus die aan de Golem doet denken, een mensfiguur uit klei gemaakt. Deze Goleman bedreigt de wereld van de mensen als vijand van alles wat mooi en goed is. Onder de wolkendragers bevinden zich de dichters die hem bevechten door middel van het woord, ieder op zijn eigen manier. Dat levert een verzameling aan gedichten op in allerlei varianten en uiterlijke vormen, van prozagedichten tot aan typografische gedichten. Het doet nog het meeste denken aan de werkwijze van Paul van Ostayen, een dichter die door Holvoet-Hanssen gezien wordt als zijn grote voorbeeld. 

    Verzet tegen de Goleman

    De bundel bestaat uit drie afdelingen: bovenstroom, onderstroom en tegenstroom. Het gedicht dat aan de afdelingen vooraf gaat, kondigt het verzet tegen de Goleman al aan in de laatste strofe:

    het totaalmoment kijkt met een derde oog; nu brandt de stad
    in de verte tussen zee en hemel als een een kamertje
    in je hoofd en zo is dit gedicht gedaan, het tilt je op
    fluistert in je oor: ‘laat ons verrijzen als vers brood uit het
    bont geslagen deeg des levens, glippend door de tanden van zes
    hondenuilen want wij zijn van wind en als het lot ons vangt
    vliegeren wij weg’- sta recht, zeg: ‘Goleman, wat heb jij pech
    want jij kent geen voetjes in het zand met uitzicht op het licht’

    (Uit: Trinacria, Vuurtorenstraat)

    Hierna volgen gedichten over Antwerpen, geschreven door leerlingen van een middelbare school, waarin verandering en beweging belangrijke motieven zijn. Vervolgens worden gedichten ‘uit de zeef van een goudzoeker’ afgewisseld met prozafragmenten uit de memoires van een Vlaamse SS-ooorlogsreporter en een bladzijde uit het dagboek van een bemanningslid van een Duitse onderzeeboot. Na een vissersopstand als intermezzo wordt een toneelscene beschreven over een auto-ongeluk met dodelijke afloop, waarbij de ‘snarenraker’ het laatste woord heeft: de dood is niet het einde. 

    Overweldigende verzameling gedichten

    Als de Goleman zelf aan het woord komt, blijkt hij het verlangen te hebben een mens te zijn, ook al weet hij niet wat dat inhoudt en kan hij geen hoogte krijgen van de mensen. De dichter krijgt een opdracht:

    Mensenkind, jij moet schrijven over Amaradja, droomgeliefde smaragd.
    laat je woorden als spreeuwen samentroepen. Tik met je dichter-snavel
    op de taal, de sterren melkwit. Goochelarend, dit moet ik je melden:
    zolang je gedichten maakt die Goleman niet zou kunnen bedenken,
    zolang blijf je in leven. Betreed gebieden die onze meester niet onder
    woorden, niet onder de verzenknie krijgt. Kom vogeltje, chip chip chip.

    (Uit: Logo van het blauwe hekje)

    In de tweede afdeling, onderstroom, zijn vuur en licht de belangrijkste elementen. Ook hier wordt in proza gesproken over de Tweede Wereldoorlog als een dreiging uit het verleden, waarbij Marinus van der Lubbe als wolkendrager opgevoerd wordt. Ook hij kwam in opstand tegen een allesoverheersende Goleman. Als lichtvoetige tegenhanger komen hierna weer de kinderen aan het woord in lyrische gedichten, en ook Orpheus en Eurydice, een zeemeermin, een Tibetaanse lama en Aristophanes worden opgevoerd in de gedichten. De bonte verzameling van allerlei gedichten is overweldigend, de vormen zijn velerlei, van toneeldialogen, prozateksten tot aan lyrische ontboezemingen: als een kolkende stroom overvalt deze bundel de lezer, die moet zien dat hij niet kopje-onder gaat.

    Vaak is niet duidelijk wat het betreffende gedicht te maken heeft met de overige en lijkt het er aan te zijn toegevoegd zonder reden. Overdaad schaadt in dat geval, er wordt voldoende duidelijk gemaakt dat woorden van poëzie en schoonheid elk kwaad in de wereld moeten afweren: ‘[…] Goleman de reus hoort ‘wij zijn van de wind’, ons medicijnlied / krijgt hij niet geplet, het is een koepelrok van sterrenzang / daarom dansen wij de Wolkenmaker, wapenen ons met dit woord / […]’. (Uit: Een amulet uit Onderland

    Avonturenroman

    In de laatste afdeling, tegenstroom, staan voornamelijk bijdragen van dichters als Delphine Lecompte, Tonnus Oosterhoff, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen zelf en vele anderen, die het door middel van hun poëzie opnemen tegen de Goleman. De gedichten zijn zo verschillend als hun dichters: sommige beslaan slechts één regel, er wordt gespeeld met typografische kenmerken en er zijn veel verwijzingen te ontdekken naar andere literatuur, met name poëzie, en naar bekende namen. 

    In het gedicht Windvanger, dat puur associatief lijkt te zijn geschreven, wordt de Goleman werkelijk gevaarlijk als hij naar de stad wil oprukken. De afloop van deze aanval wordt niet beschreven, maar er wordt troost geboden in geval de Goleman toch zou winnen:

    WOLKENDRAGER in een weide een witte ezel, die knielt voor mij – waarom

    EZEL voor de appel, windvanger, de appel in jou

    ZOTTE MUS het is poëzie maar ik proef het gif en vind geen troost

    DE APPEL de golem overweldigt ons maar in mij zit mijn kroost
    er zullen altijd pitjes zijn die ertoe doen
    een steen
    kan drie steentjes zijn – de pijn een druppel voor de stroom

    DE PITJES schrijf ons niet af al zijn we klein – in ons vrucht
    de boom

    Deze bundel leest als een avonturenroman, als een sprookje. Er wordt heel wat van de lezer gevraagd, maar wie het waagt zich als een nieuwsgierig kind mee te laten voeren door de tomeloze fantasie van de diverse dichters, zal een ervaring rijker zijn.