• Zomerlezen – Beste dikke boekenlijstje

    Geheime kamers

    Jeroen Brouwers’ Geheime kamers verscheen in 2000 en is in mijn ogen een meesterwerk, een van zijn beste boeken. De compositie van het verhaal, de taal waarin Brouwers het verhaal vertelt, zijn imponerende stijl, de metaforen en verwijzingen die hij gebruikt, de spanning die hij weet op te roepen, maken het lezen van dit boek tot een genotvolle tijdpassering. Het mooie is dat hij van een tamelijk simpel en een in de literatuur veel behandeld thema – de relatie tussen een man en een vrouw, in dit geval twee echtparen – een rijk boek weet te maken.

    In veel boeken van Brouwers komen zijn hoofdpersonen in situaties terecht waarin ze eigenlijk niet willen zijn: een lift die vastzit, een huwelijk dat eigenlijk voorbij is, een vader wiens kind eerder doodgaat dan hijzelf, een grijsaard die tegen zijn zin een cruise maakt over de Middellandse Zee. Ook in dit boek is de hoofdpersoon een deerniswekkend figuur die niets dan ellende ontmoet in zijn leven. Hij vindt zichzelf een non-valeur maar van alle figuren in het boek is hij eigenlijk de enige die deugt. Al doet hij steeds de verkeerde dingen op de verkeerde momenten maar weet toch te overleven.

    Brouwers weet dit verhaal zoveel breedte en diepte te geven, dat het uiteindelijk gaat om de fundamentele existentie van de mens, zijn moraliteit en zijn lust tot al dan niet te willen leven.

     

     

    Geheime kamers
    Auteur: Jeroen Brouwers
    Uitgeverij: Olympus

    De lijfarts

    Maria Stahlies De lijfarts verscheen in 2002; het is nog steeds een boek dat het lezen meer dan waard is.

    Het knappe van Maria Stahlie vind ik haar veelzijdigheid als romancier. Ze schrijft prachtig, componeert consciëntieus, met veel oog voor detail (schept er een genoegen in om met getallen te spelen en er een symbolische betekenis aan te geven) en tekent in heldere stijl scherpe psychologische portretten van haar personages, die tot op zekere hoogte worstelen met het leven.

    De lijfarts is een van haar mooiere boeken, vooral omdat het verhaal je in alle opzichten zo weet te boeien dat het je niet meer loslaat. Wanneer je De lijfarts hebt uitgelezen, vind je Egidius vast ook heel mooi.

     

     

    De lijfarts
    Auteur: Maria Stahlie
    Uitgeverij: Prometheus

    Het achtste leven (voor Brilka)

    Nino Haratischwili’s, Het achtste leven (voor Brilka), verscheen in 2014; een familie epos over acht levens uit zes generaties van de familie Jasji, in één ruk uit te lezen, althans als je even de tijd hebt. Het verhaal over deze familie uit Georgië speelt zich af in Rusland en beslaat de hele twintigste eeuw. Het knappe is dat de persoonlijke lotgevallen van deze familie ingebed worden in de politieke en sociale ontwikkelingen in Rusland, met name de jaren waarin Stalin aan het bewind was. Daarmee stijgt het ver uit boven het afzonderlijke leven van de diverse familieleden maar laat het ook zien welke invloeden die ontwikkelingen hebben op hun levens. Mooi geconstrueerd en prachtig beschreven door Brilka, de jongste telg uit het geslacht Jasji. Van haar wordt verwacht dat zij haar leven pas inricht nadat zij kennis heeft genomen van de levens van de voorgaande generaties. Haar tante Nitsa vertelt haar daarover en wij mogen meelezen.

    Een heerlijk boek om je in te verliezen.

     

     

    Het achtste leven (voor Brilka)
    Auteur: Nino Haratischwili
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Goudzand

    Wanneer je deze drie boeken uit hebt, wacht nog een mooi boek: Konstantin Paustovski, Goudzand bevat korte verhalen, dagboeken en brieven van de schrijver die nog niet eerder zijn gepubliceerd. Zijn zesdelige autobiografie De geschiedenis van een leven is één van de mooiste boeken uit de twintigste eeuw. Dan vraag je je af of daaraan nog iets kan worden toegevoegd: ja, dat kan dus! In Goudzand vertelt Paustovski de geschiedenis van Rusland vanaf de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren 60. Deze geschiedschrijving lardeert hij met ontroerende brieven aan zijn vrouw, vrienden en collega-schrijvers. Hij moet ook oppassen met zijn publicaties omdat het Russische regime na de Tweede Wereldoorlog de kritiek van schrijvers op de Russische politiek en maatschappij niet duldde. Paustovski schreef kritische brieven aan Brezjnev en de partijtop wanneer er weer een collega werd gedwarsboomd in zijn werk of gevangen genomen werd.
    Een schitterend boek, prachtig geschreven, intrigerend om te lezen.

     

    Goudzand
    Auteur: Konstantin Paustovski
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. Van Oorschot
  • Zoekend naar eenheid

    Zoekend naar eenheid

    ‘Minuut na minuut, uur na uur, dag in dag uit was ik de juiste persoon op de juiste plaatsen de tijd vloog en ook ik kreeg vleugels en minuut na minuut, uur na uur, dag na dag voelde de leugen, mijn zwendel, aan als een gevleugelde waarheid. Niet geschapen voor het moederschap was ik, niet voor het dochterschap, niet voor het eegaschap, ik was geschapen voor het lijfartsschap.’

    Het sterke aan de roman De lijfarts van Maria Stahlie is dat het zich ergens onttrekt aan de typisch Nederlandse verwachtingen ten aanzien van de roman: een hecht gecomponeerde tekst die voortdurend naar zichzelf verwijst en grote verhalen en bewegingen schuwt, omdat er gezocht wordt naar eenheid. Muriel Wijnings, de hoofdpersoon, wordt niet van stond af aan in een situatie geplaatst die vervolgens goed literair uit te werken valt: geen hydrograaf die in een impasse in zijn leven op een bootje zit, geen vioolbouwer die de nieuwe eeuw weigert te omarmen en in zijn huisje ingesloten wordt door een groots hotel; om de ‘nieuwe wereld’ te symboliseren. Muriel Wijnings is in die zin geen literair personage en dat is zo’n enorme opluchting dat je uiteindelijk liever haar koestert in je herinnering, en je afvraagt hoe het haar gaat, dan dat je de mooi afgesloten levens van voornoemde Nederlandse romanhelden nog eens de revue laat passeren.

    Muriel vlucht zich een weg door de roman heen: na de dood van haar ouders, waaraan ze schuld denkt te hebben, naar de VS, alwaar ze een man ontmoet en een zoon krijgt waarvan ze in paniek weer naar Nederland vlucht, van haar familie en vrienden vlucht ze vervolgens in het beroep van lijfarts, waarvoor ze de papieren niet heeft, om ook daar steeds te willen vluchten. Maar waarheen dan nog? Voor vrijwel alle personages die in dit verhaal een rol spelen geldt dat ze vlees en bloed hebben, dat niets geconstrueerds ze nog door het papieren vel heen steekt.

    En dan de zinnen. Eigenlijk is dit boek te dik om ook nog op de zinnen te kunnen letten, maar ze staan er: zinnen die hoekig door je hoofd blijven rollen: “De grootste opdracht die een mens heeft is ontvankelijk te raken door de drang van het lot om genereus te zijn”, en meer van dit soort aforismen.
    Muriel wordt min of meer heen en weer gesjord tussen de wijsheden van anderen, tegelwijsheden soms. Door het boek heen ondergaat zij mede daardoor toch een zekere katharsis, zonder dat deze nu zo goed symbolisch weer te geven valt. Het is meer dat je na het lezen van dit boek, niet de ‘literaire hoofdfiguur’ mooi uit ziet komen in het ‘literaire verhaal’, maar dat je ziet dat de mens Muriel, misschien zelfs zonder het zelf helemaal te doorzien, een klassieke levensgang gegaan is. Zodat de lezer na de laatste bladzijde het boek gelouterd dichtslaat.

    Lees ook het interview in de NRC van Elsbeth Etty met Stahlie, als je wilt weten hoe het navolgende citaat is ingebed: ‘Er bestaat een vrijwel algemeen geaccepteerd negatief wereldbeeld waarin de mens onvolkomen is en het leven zinloos. Ik vind dat een te gemakzuchtige visie van mensen die te snel zijn opgehouden met nadenken, nadat ze eenmaal de zogeheten ontnuchterende waarheid onder ogen hebben gezien.’