• Wat doe je als je moeder een spion blijkt? Je schrijft er een boek over

    Wat doe je als je moeder een spion blijkt? Je schrijft er een boek over

    ‘Er zijn dingen die we pas kunnen begrijpen als we ze zelf meemaken,’ schrijft de verteller van De akte van mijn moeder. Eén van die dingen is het moment dat je door hebt dat je moeder al die tijd niet was wie ze zei dat ze was, namelijk ‘geen verklikker maar een spion. Geen echte spion, maar iets wat erop lijkt. Ze was geen van beide, ze was een geheim medewerker, een gm. Een minuscuul radertje in een kleinzielig onderdrukkend apparaat (…)’. De Joodse Bruria Avi-Shaul, ‘MEVROUW PÁPAI’ (haar cn, codenaam), was tussen 1975 en 1985 de mol in de familie.

    In deze roman komt de schrijver tot de ontdekking dat zijn moeder, en trouwens ook zijn vader, informatie aan de geheime dienst van Hongarije rapporteerde. Over dissidenten, over vrienden en bekenden. Zelfs over haar eigen kinderen.

    Op het moment van zijn ontdekking leeft zijn moeder niet meer, maar zijn hele perspectief op haar leven kantelt. Hoe deed ze dat dan allemaal? En, misschien belangrijker, waarom? Waarom trekt een Joods stel vanuit Israël terug naar Hongarije? Waarom keerden ze terug naar een plek die eerder was ontvlucht vanwege de verschrikkingen van nazi-Duitsland? Het gevolg was in elk geval een sappelend bestaan waarin zij nooit ergens écht bij hoorden omdat hun Hongaars nog altijd doorspekt was met Hebreeuws. ‘Voor de kameraden waren ze Joden, voor de Joden waren ze communisten, voor de communisten waren ze Hongaren, voor de Hongaren waren ze migranten.’ Kennelijk was dat het allemaal waard om te werken voor hun stalinistische idealen.

    Het is autobiografisch, zo bevestigde Forgách onlangs in het televisieprogramma VPROBoeken – maar hij heeft sommige dingen met zijn verbeelding ingevuld. Hij noemt het boek dan ook zeer expliciet een roman. Forgách citeert echter óók de officiële documenten die hij heeft aangetroffen, waarin de verschillende officieren op tamelijk onbeholpen wijze kond doen van hun betrekkingen met Bruria Avi-Shaul.  

    Die zijn doortrokken van een ontluisterende banaliteit en bureaucratie. Het laat zien hoe een regime zich in zekere zin werk verschaft met het volgen van mensen die misschien helemaal niet tegen de macht zijn. Het zorgt in elk geval voor een dictatuur waarin elke mond die mogelijk een tegenstem zou kunnen formuleren wordt gesnoerd. Tegen de achtergrond van de actuele ontwikkelingen in het Hongarije van nu, bezorgt het de lezer rillingen.

    Het pijnlijkste aan het boek is dat het meeste dat Bruria aan het regime opdist niet zo spectaculair is. Af en toe komt ze met nuttige informatie over het zionisme (de betrekkingen tussen Hongarije en het nieuwe Israël waren buitengewoon slecht), maar écht doorslaggevende zaken bleken het niet te zijn. Tegelijkertijd bekruipt de lezer het akelige gevoel dat de geheime dienst alle op zichzelf niet zoveel zeggende puzzelstukjes bij elkaar legde om vervolgens actie te ondernemen tegen deze of gene dissidente figuur.

    De kracht van dit boek is ook meteen zijn zwakte. Hoe naar die documenten ook zijn en hoe ontluisterend zijn ontdekking ook moet zijn geweest voor de verteller, toch raakt de lezer op een goed moment wat murw. Na het zoveelste lelijk geschreven ambtelijk rapport, dat wordt afgewisseld met fictief commentaar, worden de dingen die aan het begin nog zo bizar waren, wat gewoontjes en zelfs een tikje vervelend om te lezen. Niet uit te sluiten valt dat dit deels ook het doel is geweest van Forgách: de dagelijkse realiteit van een onderdrukkend regime is kennelijk zo droog.

    Er zitten ook schaarse maar zeer mooie momenten van ontroering in het boek. Dat zijn de momenten dat het tot Bruria doordringt dat de geheime dienst haar eigen zoon op de korrel heeft. Ontroerend is ook als de geheime dienst noteert dat ‘aan het begin van ons gesprek bleek dat MEVROUW PÁPAI erg veel van haar kinderen houdt en alles voor ze overheeft’ – alsof men dat pas na een aantal jaren doorkrijgt.
    Je kunt, zo blijkt, zielsveel van je kinderen houden, terwijl je ze tegelijkertijd verraadt. Dat is wat een heilig geloof in een ideologie met abstracte doelen met je doet, lijkt Forgách te suggereren. Hij eindigt hierdoor dit monument voor zijn, van haar voetstuk gevallen moeder, toch nog met een (vorm van) mededogen.

     

    Kijk hier Boeken van de VPRO

  • Oogst week 45 (2018)

    De akte van mijn moeder

    De Hongaar András Forgách (1952) is in eigen land een bekende schrijver. Men kent hem ook van zijn werk als vertaler, toneelschrijver en beeldend kunstenaar. In de jaren zeventig en tachtig was hij actief in verzet tegen het Sovjetregime.

    Zijn nieuwste roman De akte van mijn moeder is gebaseerd op de waarheid. Een waarheid waar hij dertig jaar na het overlijden van zijn moeder bij toeval achterkomt omdat een oude jeugdvriend hem daarop attendeert. Het blijkt dat zijn moeder, op wie hij dol was, vanaf 1975 tot aan haar dood gespioneerd heeft voor de geheime dienst. Zij rapporteerde over bekenden, haar vrienden, en zelfs over haar echtgenoot en kinderen. Dat zijn ouders Stalinisten waren, wist Forgách wel. Maar dat zijn moeder zo ver zou gaan, was een schok voor hem.

    Het boek is inmiddels in 14 landen vertaald en wordt ook verfilmd.

    De vertaalster, Rebekka Hermán Mostert, over dit boek: ‘Het is een boek met tanden, bij vlagen hilarisch, soms dor irritant, soms heel raak en roerend, maar zeker informatief, op het randje van exhibitionistisch. Hongarije in de ‘soft-socialistische’ late jaren, met mensen voor en tegen, onmachtig in en buiten het systeem, Israël en de Arabieren, de Holocaust, toe maar. Met talloze excursen, feiten en namen tussen neus en lippen door, die je langs even zovele nieuwe paden sturen. Een lange, ongemakkelijke blik in de keuken van een schrijver die aan systeemontleding doet, en daarbij zichzelf en de zijnen niet spaart. Een poging tot reconstructie. Een ontdekking van een wereld en werelden. Een altaar voor moeilijke liefde.’

     

     

     

     

     

     

    De akte van mijn moeder
    Auteur: András Forgách
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Mijn zusje, de seriemoordenaar

    Na Forgàch die schrijft over het verraad van zijn moeder, nu een ander ‘familieboek’, Mijn zusje, de seriemoordenaar, over twee bizarre zusjes. De één, de mooie Ayoola, vermoordt na verloop van tijd al haar vriendjes, de ander, Korede ruimt de boel op wist alle sporen. Totdat Ayoola ingaat op de avances van een man op wie Korede heimelijk verliefd is.

    Oyinkan Braithwaite studeerde rechten en creatief schrijven, werkte voor online magazines en een Nigeriaanse uitgeverij en treedt ook op als als poetry slammer. Ze wilde altijd al schrijfster worden en publiceerde Mijn zusje, de seriemoordenaar op een online platform. Omdat ze zoveel enthousiaste reacties kreeg, stuurde ze het naar een uitgever. Inmiddels is haar debuut een groot succes en zijn de filmrechten ervan verkocht.

     

     

    Mijn zusje, de seriemoordenaar
    Auteur: Oyinkan Braithwaite
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Voor wie in het donker op mij wacht

    Als je wakker wordt moet je altijd even aan de dag wennen’
    en dat is helemaal niet waar, ik hoef helemaal niet aan de dag te wennen, waar ik aan moet wennen is dat ze dingen verplaatsen zonder mij iets te vragen, ze doen gewoon waar ze zin in hebben, de dame op leeftijd schudde het kussen op, hielp me rechtop te gaan zitten
    ‘Voorzichtig want u hebt al vaker geknoeid’
    gaf me mijn pillen en schonk thee voor me in, terwijl de kat als water op de grond gleed, als ze langs mijn benen strijkt hoor je een motortje dat ronkt tot zijn staart voorbij is en hij me vergeet, heel even moest ik denken aan Faro, aan mijn moeder, als ze ’s avonds de soep op tafel zette, en mijn vader, die met zijn servet half in het boordje van zijn hemd en half in zijn hand, in bretels en zonder colbertje
    ‘Kom eens hier’
    zei dat ik mijn tong moest uitsteken, zijn wijsvinger natmaakte en een vlek van mijn neus wreef’

    (…)

    Nauwelijks interpunctie, het is niet altijd duidelijk over wie de hoofdpersoon het heeft, herinnering en werkelijkheid wisselen elkaar af. Je moet er wel bijblijven bij het lezen van Voor wie in het donker op mij wacht van António Lobo Antunes.

    Voor wie in het donker op mij wacht gaat over de kracht van het geheugen en tegelijkertijd het verliezen van herinneringen.
    De 79-jarige Celeste is de verteller. Ze lijdt aan alzheimer en is overgeleverd aan de zorg van een oudere vrouw en de neef van haar tweede echtgenoot. Hoewel het spreken haar steeds slechter vergaat, probeert ze haar herinneringen vast te houden – aan haar jeugd in de Algarve, haar jaren als actrice en haar twee huwelijken. Als actrice verplaatst ze zich bovendien voortdurend in de mensen die haar omringen en verzint ze levens voor hen.

    Voor wie in het donker op mij wacht
    Auteur: António Lobo Antunes
    Uitgeverij: Ambo|Anthos