• Oogst week 45 – 2021

    De dichter die het niet wilde zijn. Leven en werk van Louis Lehmann

    Afgelopen zaterdag zijn er twee uitgaven over en van Louis Lehmann gepresenteerd . Allereerst is er een biografie door Jaap van der Bent onder de titel De dichter die het niet wilde zijn. De auteur zegt in een interview:  ‘Ik zou hem niet een homo universalis willen noemen, zoals sommigen doen. Hoewel hij natuurlijk wel heel veelzijdig was: hij schreef poëzie en proza, recenseerde literatuur en vertaalde, was jurist en archeoloog, componeerde en speelde muziek en was een goed danser. Ook maakte hij collages en tekende. Een multitalent was hij zeker. Ik zou hem de perfecte amateur willen noemen, althans in zijn beeldende werk’.

    Lehmann overleed in 2012 toen hij 92 was. Kort daarvoor kreeg hij een eigen website. Hoewel hij niet op publiciteit uit was schijnt hij er toch wel trots op te zijn geweest.
    Tegelijk met de biografie verscheen Gij zult niet bloemlezen!, een keuze uit de gedichten van Lehmann door Erik Bindervoet. Hij verzorgde ook een nawoord. Veel gedichten van Lehmann zijn licht van toon en gebaseerd op woordspelletjes. Zoals het bekende Gesprek tussen twee muizen:
    Piep. / Piep. / Piep? / Piep. / Piep. / Piep, piep! / …Piep? / Piep. / Piep, piep, piep. / Lievier tierks dien pieps / Jiep! Piep, piep, piep? Piep…

    De dichter die het niet wilde zijn. Leven en werk van Louis Lehmann
    Auteur: Jaap van der Bent
    Uitgeverij: AFdH Uitgevers

    de verschroeiden

    In de eerste zinnen van de verschroeiden (inderdaad zonder hoofdletters) van Antonio Ortuño wordt Gloria, een sociaal werkster in Santa Rita, vlakbij een migrantenopvangcentrum neergeschoten: ‘De politie had geen goede naam bij de inwoners van Santa Rita. Als iemand de moeite zou nemen een lijst op te maken van klachten over de plaatselijke agenten, zouden in geen geval ontbreken: afpersing (van winkeliers en prostituees), verkrachting (van prostituees en hier en daar een willekeurige passant), mishandeling (van de zwervers die in de buurt van het station bivakkeerden, en alweer, prostituees) en diefstal (de politie had de gewoonte cola te drinken bij de buurtwinkel en zonder te betalen te vertrekken)’.
    Geen wonder dat niemand onder de migranten die getuige zijn geweest van de schietpartij iets tegen de politie wil zeggen. Als er brand uitbreekt in het centrum trekt sociologe Irma op onderzoek uit. Ze raakt verstrikt in het web van geweld en corruptie.

    de verschroeiden
    Auteur: Antonio Ortuño
    Uitgeverij: Podium

    De verlossing van Jacob Smallegange

    Rinus Spruit is een laatbloeier in de literatuur. De in 1946 geboren Zeeuw baarde in 2009 opzien met zijn lovend gerecenseerde debuut De rietdekker. In 2013 volgde Een dag om aan de balk te spijkeren, in 2019 De wonderdokter (naar het dagboek van een Zeeuwse plattelandsarts) en nu is er De verlossing van Jacob Smallegange. Alle romans (en zijn korte verhalen) spelen in Zeeland. In de nieuwe roman doet Gerard Stroband onderzoek naar de hoge zuigelingen- en kindersterfte op de Bevelanden rond 1900. Hij verwerkt zijn bevindingen in een boek over vroedmeester (de mannelijke beroepsgenoot van de vroedvrouw) Jacob Smallegange die in Sabbingedijk werkt: Stroband ‘zag Smallegange lopen met over zijn schouder een juten tas met daarin de twee helften van de verlostang en nog wat andere apparatuur. Zoals alle vroedmeesters noemde Smallegange zijn verlostang ‘de ijzers’.
    Rinus Spruit is op 14 november te gast in het boekenprogramma Brommer op zee (NPO 2, 19:25)

    De verlossing van Jacob Smallegange
    Auteur: Rinus Spruit
    Uitgeverij: Cossee
  • Oogst week 28 – 2021

    Tot de dood ons scheidt

    De Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver is ook in Nederland al lang geen onbekende meer. Vooral haar We moeten het even over Kevin hebben werd een bestseller. Daarin liet ze een moeder reflecteren op levensvragen naar aanleiding van door haar 16-jarige zoon gepleegde moorden. Zojuist is van Shriver Tot de dood ons scheidt verschenen. Het echtpaar Cyril en Kay, dat de martelgang heeft meegemaakt van een (schoon)vader die aan Alzheimer is overleden, neemt zich voor om zelf op tijd, als Kay tachtig wordt, uit het leven te stappen. Cyril, die arts is begint erover: ‘Ik heb genoeg geriatrische patiënten zien komen en gaan om vrij overtuigend te kunnen stellen dat heel weinig mensen de “kwaliteit van leven” die we tegenwoordig zo vanzelfsprekende vinden na hun tachtigste nog behouden (…) Het is een mooi rond getal. Dus ik stel me zo voor dat tachtig de grens is’. Hoe dichter die leeftijd nadert, hoe meer vraagtekens het echtpaar bij die keuze stelt. Wat voor mogelijkheden gaat de geneeskunde bieden? Wanneer is leven voltooid? Wat is ‘kwaliteit van leven’?

    Tot de dood ons scheidt
    Auteur: Lionel Shriver
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia is de derde roman van de Georgische schrijver Dato Turashvili die in het Nederlands werd vertaald. Deze nieuwste heeft als plaats van handeling Amsterdam. Zijn grootvader Melenti is daar kort na de Tweede Wereldoorlog vanuit een Russisch strafkamp naar toegevlucht, maar wat hij daar precies heeft uitgevoerd is nooit bekend geworden. Turashvili probeert het te achterhalen. Eén van de thema’s die in de roman aan bod komen is de beruchte opstand van de Georgiërs op Texel (ook wel ‘de Russenoorlog’ genoemd) in 1945. Was zijn grootvader daarbij betrokken? Had hij daar zijn verbanning naar het strafkamp van Stalin te danken?

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia
    Auteur: Dato Turashvili
    Uitgeverij: Cossee

    Het laatste kind

    Het laatste kind in de roman Het laatste kind van Philippe Besson is jongste zoon Théo. De roman doet verslag van de gevoelens die moeder Anne-Marie bestormen als ze hem mee helpt verhuizen. Ze beseft dat haar leven er vanaf nu anders uit zal zien. Als Théo voor de laatste keer voor het ontbijt naar beneden komt lezen we: ‘Ze kijkt naar hem terwijl hij op zijn plekje gaat zitten: zijn haar is ongekamd en zijn gezicht is nog slaperig, hij draagt alleen een onderbroek en een vormeloos T-shirt en loopt op blote voeten over de tegelvloer. Niet op z’n voordeligst, en toch met een schoonheid die haar blijft verbluffen en met trots vervullen. En meteen denkt ze, terwijl ze zichzelf had bezworen dat niet te doen, terwijl ze tegen zichzelf had herhaald: nee vooral niet aan denken, ja, nu denkt ze, op gevaar af dat het pijn doet, op gevaar af dat ze een hik, een snik niet kan onderdrukken: het is de laatste keer dat hij zo verschijnt, het is de laatste ochtend’.

    Het laatste kind
    Auteur: Philippe Besson
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Oogst week 13 – 2021

    De eerste vrouw

    In De eerste vrouw van Jennifer Makumbi groeit het leergierige kind Kirabo op te midden van familie. Haar moeder heeft ze echter nooit gekend en ze is opgegroeid bij haar grootouders. Haar omgeving in het Oegandese dorpje Nattetta lijkt haar te dwarsbomen als ze op zoek gaat naar de vrouw uit wie ze voortkwam. Zelfs van haar vader, die ze wel kent, wordt ze niets wijzer. Kirabo is ook een merkwaardig kind. Ze kan bijvoorbeeld uit haar lichaam treden.

    In het eerste hoofdstuk van de roman besluit ze de blinde dorpsheks Nsuuta te raadplegen. Die weet haar het vertrouwen te geven dat haar uittredingservaringen haar in staat stellen de oorspronkelijk vrouw te vinden die nog niet is gekneed voor de mannenmaatschappij. De roman is gebaseerd op het Oegandese scheppingsverhaal van de eerste vrouw.
    De eerste vrouw begint in 1975 als dictator Idi Amin aan de macht is. Het is de tweede roman van Makumbi van wie in 2020 Kintu in het Nederlands verscheen.

    De eerste vrouw
    Auteur: Jennifer Nansubuga Makumbi
    Uitgeverij: Cossee

    Beer

    In april verschijnt Beer van de Canadese schrijfster Marian Engel (1933-1985). Het origineel is al uit 1976 en is nu in het Nederlands vertaald door Barbara de Lange. Het boek oogstte nogal wat kritiek om de seksuele en spirituele relatie die de 27-jarige bibliothecaresse Lou krijgt met een beer. Dat gebeurt als ze op een verlaten eiland, waarop ze zich heeft teruggetrokken om de bibliotheek van een excentrieke kolonel te catalogiseren, ontdekt dat er buiten haar nóg een bewoner is, de beer.

    Margaret Atwood loofde het als een vreemd en wonderlijk boek en een verontrustend sprookje.

    Beer
    Auteur: Marian Engel
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik BV

    Revisor Binnenpost

    ‘Als ik ’s ochtends aan het fietsen ben, trap ik alle tegenstrijdige gedachten, alle onzekerheid, alle schuldgevoelens en frustratie er even uit en ben ik gewoon lichaam, een steeds makkelijker heuvel op fietsend lichaam. Ja, dit jaar is het jaar van het lichaam. Van medelichamen (…) Is 2020 niet ook een jaar geweest waarin jij je juist geconfronteerd zag met je lichamelijkheid en met een zekere blindheid? Door jouw ervaringen met ziekte en isolatie kan ik me dat goed voorstellen, maar misschien heb ik het verkeerd. Is jouw glas halfvol of halfleeg? En heb jij nog woorden, voor nu de échte, allerlaatste brief?’

    Het is een fragment uit een brief van Alfred Schaffer aan Bernke Klein Zandvoort, één van de bijdragen aan Binnenpost, het nieuwste nummer van De Revisor. Daarin schrijven zes auteurs elkaar in 2020 vanuit vier landen 22 brieven over wat de coronapandemie voor hen betekent. Naast de twee genoemden zijn dat Roos van Rijswijk, Sander Kollaard, Bernard Wesseling en Neske Beks. Ook opgenomen is Aantekeningen uit het moeras van Eva Gerlach.

    Revisor Binnenpost
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Querido
  • Oogst week 9 – 2021

    Schemervluchten

    Schemervluchten bevat de mooiste natuuressays van Helen Macdonald, wetenschapshistoricus, natuuronderzoeker, schrijver en professioneel valkenier. ‘Veel dingen waar ik van houd zijn niet-menselijk, ik merk ze op en wil iedereen erover vertellen’, zegt ze in een interview. Uit haar bestseller H is van havik bleek haar grote liefde voor de natuur al. In de diepzinnige essays van Schemervluchten maakt de auteur de lezer deelgenoot van onder meer de massale trek van zangvogels vanaf de top van het Empire State Building, van een zonsverduistering in Turkije, een rommelende vulkaan in de Chileense woestijn en de Australische droogte die haar hart breekt.

    Macdonald schrijft over onweer, mieren, bessen, paddenstoelen en herten voor koplampen. Haar observaties zijn persoonlijk en invoelend. Zo praat ze in het eerste essay, Nesten, door de schaal van een roofvogelei heen ‘met iets wat nog geen licht of lucht had ervaren, maar dat weldra met honderd kilometer per uur in één ontspannen glijvlucht zou meegaan met de door hem waargenomen draaiingen en kolken van een westelijke bries […] om vervolgens met scherp gepunte vleugels te gaan rondcirkelen, hoger en hoger, zo hoog dat het in de verte de Atlantische Oceaan kon zien schitteren.’
    De titel Schemervluchten is ontleend aan de vluchten in de schemering van gierzwaluwen, tot wel drie kilometer hoogte, vanwaar ze zich perfect kunnen oriënteren en kunnen zien wat voor weer het aan de horizon is. Met dezelfde blik verhaalt Macdonald over de natuur en de plaats van de mens daarin.

     

    Schemervluchten
    Auteur: Helen Macdonald
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Erasmus

    Sandra Langereis is historicus en biograaf en oogstte in 2014 veel lof met haar biografie De woordenaar over drukker en uitgever Christoffel Plantijn die in zijn tijd, medio de zestiende eeuw, al een beroemdheid was. Eerdere boeken over de Nederlandse cultuurgeschiedenis, waaronder Breken met het verleden uit 2010, werden geprezen om Langereis’ toegankelijke stijl en wetenschappelijke waarde.

    Nu is er Erasmus, dwarsdenker, waarin de auteur aan de hand van duizenden brieven van deze sleutelfiguur in het tijdvak tussen middeleeuwen en moderne tijd, zijn leven beschrijft en tevens zijn literaire erfenis in het licht zet. Veel van Erasmus’ werk en leven is tot nu toe nauwelijks geboekstaafd. Erasmus was van grote betekenis voor de literatuur- en wetenschapsgeschiedenis. Hij was een groot en onafhankelijk denker, vooral bekend door zijn Lof der zotheid, en wist zowel de paus als Luther  tegen zich in het harnas te jagen omdat hij van beide kanten tolerantie voor elkaars standpunten verwachtte en een afkeer had van religieus fanatisme. Erasmus bepleitte intellectuele vrijheid en vrede. Met onderwerpen die binnen de culturele, ethische en godsdienstige vorming vielen besloeg zijn werk het gehele gebied van het menselijk leven in zijn tijd. Sandra Langereis biedt daar met haar rijke biografie groot inzicht in en toont het belang van culturele geschiedenis.

     

    Erasmus
    Auteur: Sandra Langereis
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    De geheugenpolitie

    Op een eiland gebeuren vreemde dingen. Een politiemacht moet erop toezien dat zaken als hoeden, vogels of rozen uit het menselijk geheugen verdwijnen. Steeds meer dingen verdwijnen uit het straatbeeld en uit het collectieve geheugen. Als er weer iets ‘weg’ is gooien de mensen deze ‘vreemde’ dingen gewoon bij het afval of op een brandstapel. Degenen die zich de verdwenen voorwerpen nog wel herinneren proberen onder de radar van de geheugenpolitie te blijven, omdat ze weten vervolgd te zullen worden en vrezen voor hun leven. De redacteur van een jonge schrijver wordt door de geheugenpolitie gezocht en krijgt onderdak bij de schrijver. Ze verbergt hem in een ruimte onder de vloer. Zal haar schrijven hun beider redmiddel zijn? Ze werkt aan een verhaal over een vrouw die haar stem verliest en een man die haar laat communiceren door te schrijven.

    Maar langzamerhand sluit deze man haar af van de wereld. Zijn er parallellen tussen de schrijver en haar redacteur en de personages in haar verhaal? Deze uitmuntende vertelling doet denken aan totalitarisme en gaat vooral over de ontreddering die ontstaat als het geheugen het laat afweten.
    De Japanse Yoko Agawa (1962) schrijft romans, novellen en essays en won vele prijzen met haar werk. Voor De geheugenpolitie ontving ze de American Book Award. Twee van haar eerdere boeken zijn ook in het Nederlands vertaald: De huishoudster en de professor en Het zwembad.

     

    De geheugenpolitie
    Auteur: Yoko Ogawa
    Uitgeverij: Cossee
  • Oogst week 48 – 2020

    De reparatie van de wereld

    De Kroatische auteur Slobodan Šnajder (1948) won in zijn vaderland verschillende literaire prijzen, maar is in het Nederlandse taalgebied nog onbekend. Daar komt nu verandering in, want zijn grote historische roman De reparatie van de wereld is door Roel Schuyt naar het Nederlands vertaald.

    Deze roman draait om Vera en Kempf, die elkaar na de Tweede Wereldoorlog ontmoeten, een zoon krijgen en voor elkaar bestemd lijken te zijn. Tijdens de oorlog vocht Kempf echter bij de SS, terwijl Vera als partizaan ten strijde trok tegen de nazi’s. Hoewel ze zielsveel van elkaar houden, dreigt het verleden hen in te halen.

    De reparatie van de wereld
    Auteur: Slobodan Šnajder
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Jaguarman

    Raoul de Jong (1984) was columnist voor onder meer NRC Handelsblad en Het Parool. Voor zijn boeken won hij meerdere prijzen, zo werd De grootsheid van het al het Beste Rotterdamse Boek.

    Recent kwam Jaguarman uit, waarin De Jong zijn reis naar Suriname beschrijft. Nadat hij op volwassen leeftijd zijn vader ontmoet, die hem vertelt over een voorouder die zichzelf kon veranderen in een jaguar, raakt De Jong gefascineerd door het land. Tijdens zijn reis ontmoet hij Surinaamse auteurs en helden. Hoewel Jaguarman gebaseerd is op verhalen uit De Jongs familie en wat de mensen in Suriname hem vertelden, is het boek geschreven als een avonturenroman.

    Jaguarman
    Auteur: Raoul de Jong
    Uitgeverij: Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

    De Vriendt keert terug

    Jeruzalem, 1929, er wordt een aanslag gepleegd op Jitschak Jozef de Vriendt, een Thora-geleerde en schrijver. Hij overleeft dit niet. De Joodse internationale media geven de Arabieren vrijwel meteen de schuld, maar de baas van de geheime dienst, Irmin, gelooft dat niet. Hij start een onderzoek dat wordt belemmerd door religie, politiek en tradities van duizenden jaren oud.

    Hoewel deze roman in 1933 voor het eerst werd gepubliceerd, zijn de conflicten nog steeds actueel. Dat is het verhaal van De Vriendt keert terug, geschreven door Duitse auteur Arnold Zweig (1887-1968). Zweig woonde onder meer in Zwitserland, Frankrijk en Palestina. Jantsje Post en Lilian Caris zijn verantwoordelijk voor deze nieuwe vertaling van De Vriendt keert terug.

    De Vriendt keert terug
    Auteur: Arnold Zweig
    Uitgeverij: Cossee
  • Groot menselijk drama in kleine levens

    Groot menselijk drama in kleine levens

    Vriendschap en liefde hebben veel met elkaar gemeen en daar zijn al veel verhalen over geschreven. Een liefdesrelatie of een vriendschap veronderstelt wederkerigheid. Dat is, hoe fijn het ook in het echte leven is, niet altijd interessant in de literatuur. Relaties waarin het evenwicht om wat voor reden dan ook verstoord raakt, komen hard aan en zijn de moeite waard om geënsceneerd te worden. Dat is precies wat Eric Schneider, die een gevestigde naam als acteur, toneelschrijver en regisseur heeft, doet in de dubbelnovelle Een relaas van vriendschap en liefde. In 2013 debuteerde hij met Een tropische herinnering, gesitueerd in zijn geboorteland Nederlands-Indië. Nu is het decor het naoorlogse Nederland.

    Drama’s achter de duinen

    De ‘twee heel bijzondere drama’s achter de duinen van Scheveningen’ zijn Eric Schneider naar eigen zeggen ‘tot op de dag van vandaag bijgebleven’. Waren het ‘faits divers’, waar hij ooit over gehoord, gelezen heeft? In ieder geval heeft hij ze opgetekend als grote menselijke drama’s in een klein leven.

    In de eerste novelle, ‘Het relaas van een liefde’, dat zich afspeelt in het streng gelovige milieu van de Bible Belt in Zuid-Holland, worstelt de jonge vrouw Theo met de onbarmhartige God van haar vader, de dominee. Daardoor plaatst zij zichzelf buiten de gemeenschap, met een hartverscheurende eenzaamheid tot gevolg. Door zijn chronische bronchitis is Job, zoon van collega-dominee van Theo’s vader, eveneens een buitenstaander. Deze twee eenzame zielen vinden elkaar en zijn een tijdlang samen sterk en zelfs even gelukkig. Totdat ze door de schuldvraag, of toch door de wrekende God, ingehaald worden. Job eindigt verlamd en verslagen, Theo ziet uiteindelijk in dat ‘er aan iedere eenzaamheid grenzen zijn’. Dit waren ooit de woorden van haar moeder, de enige liefhebbende persoon in de steile gemeenschap, beheerst door zondebesef en straf. ‘Onbaatzuchtig, zonder handreiking en in stilte’ jezelf wegcijferen houdt ooit op, al kost het je vrijheid – dat is de les die Theo leert. Een diep verdrietig en beklemmend verhaal. 

    In de tweede novelle, ‘Het relaas van een vriendschap’ zien twee voormalige vrienden, elkaar na twintig jaar weer terug. Terwijl Rüdinger een succesvolle carrière en een gelukkig persoonlijk leven heeft opgebouwd in Canada, is Ben in het door hem zorgvuldig gerestaureerde decor van zijn ouderlijk huis gebleven, met zijn twintig jaar oude herinneringen aan de intense vriendschap. Ze werden ooit boezemvrienden omdat ze buurjongens waren. Ondanks, of juist dankzij grote tegenstellingen – Rüdinger van half-Duitse komaf met een grootmoeder met nazi-sympathieën, en Ben uit een steenrijke joodse juweliersfamilie in Den Haag. De energie die Rudi na de oorlog kon investeren in een nieuw begin, heeft Ben, getraumatiseerd en eenzaam, besteed aan het koesteren van een verloren gegane harmonie. Als ‘slaaf van een verleden’ blijft hij in het schimmenrijk, terwijl zijn vriend heeft mogen leven.

    Toneeltekst versus literaire teksten

    De toneel- en filmwereld heeft het schrijverschap van Eric Schneider sterk beïnvloed. Zijn blik en schrijven zijn filmisch. Dat levert mooie beelden op, zoals de scène waarin Job en Theo elkaar stiekem op het balkon van het ouderlijk huis in Rotterdam ontmoeten met als decor het bombardement van mei 1940.
    ‘Er dreigde weer een bommenwerper aan te vliegen. Ze wilde naar binnen vluchten, maar hij hield haar vast, drukte haar tegen de muur met zijn handen op haar oren, terwijl de immense schaduw over hen heen schoof.’

    Verteltechnieken die effectief zijn in een toneelstuk of film, werken niet altijd in op papier. Zo kun je met flashbacks of flashforwards in de film sprongen maken in tijd en plaats zonder dat de kijker noodzakelijkerwijs de verhaallijn kwijt raakt. Deze strategie is moeilijker toe te passen in een boek. Met name in het eerste relaas valt het voor de lezer niet mee om de chronologie te reconstrueren en niet gedesoriënteerd te raken. In het tweede relaas zijn er veel toneeldialogen. Op toneel, dat het doorgaans zonder een alwetende verteller doet, zijn het de acteurs, met elkaar  pratend, die de informatie aan de toeschouwer verstrekken. Op papier daarentegen doet dit bij vlagen ronduit gekunsteld aan.

    Decor als fundament voor verhaal

    ‘Ik beschouw decorontwerpers eigenlijk als de echte regisseurs’ zei Schneider in een interview in het NRCHet decor is inderdaad het fundament waarop de beide vertellingen rusten. In beide verhalen zijn het aan elkaar grenzende herenhuizen die via een geheime doorgang op zolder met elkaar verbonden zijn. Voor Theo en Job dient het als vluchtroute naar elkaar toe, weg van de verstikkende familie, voor Rudi en Ben als speelplek waar de vriendschap groeide. Later werd het voor Ben een onderduikplek waar hij als enige van zijn gezin de oorlog overleefde. Herinneringen daaraan koestert hij, ‘Herinnering is voor mij zoiets als een film die je even stopzet, herstelt waar nodig, of vernietigt als hij onbelangrijk is’. Het herenhuis is voor hem ook letterlijk een decor waarin de tijd van vlak voor de oorlog lijkt te zijn stilgezet en zo weer tot leven gewekt kan worden, als het treintje in de jongenskamer dat door het aangaan van het licht het station uitrijdt.

    In deze setting vindt dan ook de voor zijn vriend Rudi zorgvuldig geënsceneerde terugkeer naar vroeger plaats. Een poging die op een teleurstelling uitloopt. Voor Theo wordt ‘het grote houten huis aan het einde van de Dorpstraat,’ waar ze met Job na de bruiloft is gaan wonen, de stormachtige locatie waar ze tot het inzicht komt dat verbinding de eenzaamheid niet per sé buitensluit.
    Deze en andere interessante tegenstellingen als schuld en vergeving, goed en kwaad, clementie en strengheid, geven de lezer alle stof tot nadenken, maar voor een volledig inlevingsvermogen zal een bescheidener mise-en-scène beter uitpakken.

     

     

  • Zuinig met grote woorden over verdriet en gemis

    Zuinig met grote woorden over verdriet en gemis

    Op 16 maart 2018 stierf de dichter F. Starik aan een hartaanval. Het was ook de dag waarop hij vijftien jaar samen was met zijn geliefde, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Anderhalf jaar na zijn overlijden verscheen haar zesde dichtbundel Lijfrente, waarin ze vertelt over de dood van haar partner en de verwerking van haar verlies. Voor deze bundel kreeg ze in maart 2020 De Grote Poëzieprijs.
    Op de voorkant van de bundel een foto van een man die zijn hoofd door een opening steekt van wat een bunker lijkt. Hij draagt een keurig pak, nette schoenen, de manchet van zijn overhemd komt onder de mouw van het jasje uit. Het zou zomaar een begrafenispak kunnen zijn. De gedachte dat de man een kijkje neemt in de onderwereld waar de schimmen wonen, laat zich raden. 

    Iets nieuws staat te beginnen

    Het eerste gedicht van de bundel heet Maart, de maand waarin Starik gestorven is, maar ook de maand van het nieuwe begin: in de vijver groeien de eitjes uit tot kikkervisjes met de belofte van nieuw leven: ‘Vanmorgen evolueerde een van de streepjes / tot een komma. Er staat iets te gebeuren.’ Maar voordat Tuinman vertelt wat dat is, doet ze verslag van de revalidatie van Starik na zijn eerste hartaanval negen maanden eerder, zijn ziekenhuisopname en uiteindelijk zijn dood. Om het te boekstaven, om het niet te vergeten, maar ook om te kijken wat er voor haar is overgebleven nu ze alleen verder moet. Het motto van de bundel, een fragment uit Passengers van Iggy Pop, wijst daar op: ‘(…) So let’s take a ride and see what’s mine’.

    Er zijn een aantal van de klassieke rouwfases in deze gedichten aan te wijzen: ontkenning, woede, aanvaarding. De laatste strofe van het gedicht Automaat luidt bijvoorbeeld: 

    ‘Les twee: ontsluit, nog voor er twijfel kan ontstaan,
    met twee handen alle poorten. Maakt niet uit of
    er push staat of pull. Berust niet, sla desnoods
    degene die een deur voor je open wil houden
    voor zijn hoofd. Ga niet in op de belofte van een wonder.’

    Zuinig op grote woorden

    Tuinman dicht niet met grote woorden en houdt de beschrijving van haar emoties klein. ‘Lief is zuinig op grote woorden, lees ik in jouw computer.’ Ze gaat terecht vanuit dat de lezer zelf wel kan aanvoelen wat er achter haar nuchtere observaties schuil gaat. Vooral in de langere prozagedichten is dat zeker zo, kan iedereen voelen hoe moeilijk het moet zijn geweest om thuis te komen in een leeg huis, kleding en persoonlijke spullen van de overledene uit te moeten zoeken en alles voortaan alleen te moeten doen. Het zijn heel persoonlijke, kwetsbare gedichten waarin geprobeerd wordt het verdriet in te dammen. Troost wordt er niet geboden, maar humor is een van de manieren om het beheersbaar te houden:

    Omgekeerde emancipatie

    ‘Nieuw aangeleerd cliché: ‘deze dingen doet mijn man normaal’.
    Het kastje van het zonnepaneel. De banden op spanning.
    De verstopte stofzuiger repareren. Rouw opent deuren – soms letterlijk,
    als het driepuntsslot kapot is en er een man, een andere dus,
    moet komen, die beweert dat dit al maanden speelt, gebeurt
    echt niet zomaar opeens, daar komt mijn cliché, en haalt zomaar
    tachtig euro van de rekening. Voel ik me schuldig? Soms, een beetje,
    want de meeste van die dingen deed hij helemaal niet,
    of ik deed ze al voor hem. Dan schreeuw ik tegen de schroefboor,
    verwijt hem dat er nooit iets lekker vanzelf werkt, het verdorie
    ook nog regent en ik een levende gemeenplaats ben.’

    De praktische aangelegenheden, die gebeuren moeten, zoals het uitzoeken van foto’s en het opruimen van medicijnen, worden in de gedichten afgewisseld met herinneringen aan het gedeelde verleden, waarbij het verdriet en het gemis wél de vrije loop krijgen. Maar steeds opnieuw vermant Tuinman zich, zit niet bij de pakken neer maar blijft bezig, omdat het moet. Het is die afwisseling van de nuchter constaterende en emotionele toon die deze bundel levensecht en zo aanspreekbaar maakt. 

    Pogingen tot afstand houden

    De manhaftige pogingen het verdriet op afstand te houden worden ’s nachts in dromen doorbroken: in twee gedichten, Opzichtige dromen 1 & 2 en 3 t/m 8 vertellen acht dromen van een hernieuwde ontmoeting met de geliefde op een festival, op het station, naast het bed. ‘(…) Ik houd je vast, jij mij niet.’

    In het lange prozagedicht Wachtkamer verderop in de bundel, is de tijd het onderwerp. Dit gedicht fungeert als een samenvatting van de bundel en beschrijft het gehele rouwproces van begin tot einde, van de dood van Starik tot aan het onbeschofte ongeduld van de omgeving: ‘Sorry, maar wanneer houdt dit zielige gedoe nu eens op?’

    Maar het is ook een algemeen aanvaard cliché dat het leven verder gaat. De gedichten kijken gaandeweg vooruit in plaats van achteruit en na een jaar is er voorzichtig sprake van een ander lief. ‘Het begint nu toch wel iets met mij te worden,’ vertelt de beginregel van Omtrekkende bewegingen.

    Met het laatste gedicht van de bundel is de cirkel rond: weer staat de dichter in de tuin, net als in het eerste gedicht. Ze heeft de tuin in velden verdeeld: 

    Gras

    ‘Aan de andere zijde is het groener.
    Op het ene veld staan de mensen die niet
    meer willen, een tuin verderop degenen die nog jaren
    vooruit kunnen, ware het niet dat hun ziekte –
    er valt niets te ruilen. […]
    Ik sta aan de rand van wat eigenlijk meer mos is
    dan gras. Mijn perk zit vol kuilen en oud blad, maar
    ook wonen er mollen in en wormen, er springen padden,
    ’s avonds landen er libelles. Ik neem een stap.’

    Deze bundel zou eigenlijk in elke wachtkamer van elk ziekenhuis, mortuarium en hospice moeten liggen. Iedereen die iemand heeft verloren zal zich herkennen in deze doorleefde bundel.

     

  • Ook vogels kunnen schelden

    Ook vogels kunnen schelden

    In haar roman Het vogelhuis geeft Eva Meijer een stem aan de Britse violiste en biologe Len Howard (1894-1973), die in de tweede helft van haar leven een opmerkelijke keuze maakte. Ze trok zich terug uit Londen en betrok een cottage op het Engelse platteland om daar vogels te bestuderen in hun natuurlijke omgeving. De boeken die zij schreef, Birds as Individuals en Living with Birds, vonden hun weg naar een groot publiek.
    Het vogelhuis is een fictieve biografie. Belangrijk in het verhaal is Howards beleving van de verhouding tussen mens en dier, de vogels, dat ze als wezens gelijkwaardig zijn. Meerdere keren wordt in het boek gesproken over ‘mensen en andere dieren.’ Een zinsnede die overeenkomt met de visie van Eva Meijer en die ook terugkomt in haar eerder verschenen roman Dagpauwoog en het meer wetenschappelijke werk Dierentalen.
    Het schrijven van een roman over een personage dat werkelijk heeft bestaan, brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee. Want hoe doe je recht aan de persoon Len Howard? Eva Meijer heeft zich in het leven van Howard verdiept door haar boeken te bestuderen en haar verhalen te lezen. Ook bezocht ze het huis in Ditchling, waar Howard woonde en sprak ze met mensen die haar gekend hebben.

    Het moment van terugtrekken

    Van kinds af aan voelt Howard een liefde voor vogels, net als haar vader. Ze groeit op in een milieu van kunstenaars, dichters en musici. Zelf speelt ze viool en treedt regelmatig op tijdens de avondjes die door haar ouders worden georganiseerd. Dan al wordt duidelijk dat ze zich in een wereld bevindt waarin ze niet past. Haar kijk op dingen is anders. ‘(…) de gesprekken gaan over buren, affaires, over wat buiten de lijnen valt, nooit over wat de lijnen ter discussie stelt.’
    Howard verhuist naar Londen waar ze werk vindt als violiste in een orkest en probeert haar leven in te richten zoals anderen om haar heen dat doen. Haar relatie met kunstschilder Thomas, is moeizaam: hij heeft aan haar alleen niet genoeg. Tevergeefs zoekt ze troost bij haar viool. ‘Ik blijf een vrouw in een kamer met een stuk hout in haar handen.’ Ook het lezen van haar aantekeningen over de koolmezen is onbevredigend. In Londen kan ze zich niet voldoende in hun gedrag verdiepen. De conclusie is even eenvoudig als veelzeggend. ‘Als ik niet wegga, is dit alles wat ik kan verwachten.’ Het is een kantelpunt in haar leven. Ze vertrekt uit Londen en trekt zich terug in een cottage op het Engelse platteland, ze noemt haar huis ‘Het vogelhuis’.

    Vogels als metgezellen

    Howards huis en tuin behoren aan de vogels, mensen zijn daaraan ondergeschikt. Mussen, roodborstjes, merels en vooral koolmezen zijn de belangrijkste bewoners. De ramen staan altijd open, zodat de vogels in en uit kunnen vliegen. Alleen zo kan Howard hun gedrag op een natuurlijke manier bestuderen en niet in een laboratorium, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Bezoek weert ze zoveel mogelijk. Niet zozeer omdat Howard geen mensen wil zien of mensenschuw zou zijn, maar omdat bezoek de vogels wegjaagt. Mensen kunnen niet stil zijn. ‘Ze zijn zo groot. […] Ze praten alsof ze zichzelf niet horen, alsof ze niet beseffen hoeveel ruimte ze innemen.’

    Menselijke eigenschappen

    Howard geeft namen aan de vogels met wie ze samenleeft: Kaalkopje, Groentje, Ster. Net zo makkelijk kiest ze voor namen die doorgaans aan mensen voorbehouden zijn: Charles, Billy, Pietertje. Dit geeft haar verhouding tot de vogels goed weer. Met een natuurlijke vanzelfsprekendheid ziet ze menselijke eigenschappen in haar vogels, die kunnen schelden of jaloers worden, verdrietig zijn of een tevreden uitdrukking hebben. Howard realiseert zich hiermee af te wijken van de gangbare wetenschappelijke en maatschappelijke norm. ‘Mensen denken dat ik vogels menselijke eigenschappen toedicht. Ze snappen niet dat die eigenschappen helemaal niet alleen menselijk zijn.’
    Soms twijfelt ze, maar uiteindelijk is de zekerheid dat dieren net als mensen emoties kennen sterker. ‘Ze zullen me van antropomorfisme betichten als ik over de pimpelmees schrijf dat ze om hulp vroeg, terwijl ik zeker weet dat dat gebeurde.’

    Eva Meijer zet Howards visie neer als een vanzelfsprekende, zonder uitleg en zonder de drang om te overtuigen. Waarmee ze ruimte geeft aan Howards twijfel. Hierdoor is ze erin geslaagd van Howard geen zonderlinge, mensenschuwe vrouw te maken. Ook is Howard geen verbeten of teleurgestelde activiste. De gekozen stem is rustig, innemend en intelligent, niet belerend of betweterig. Howard is een vrouw met wie je meebeweegt, zoals zij met de vogels en de natuur meebeweegt. Door haar ga je anders naar vogels kijken.

    Veranderen van vorm

    De hoofdstukken hebben in de titel een niet chronologische jaartal vermelding. Het begint met een proloog (1965), gaat terug naar 1900 en besluit met 1973, het jaar waarin Howard sterft. Het geven van jaartallen werkt goed, want niet alleen Howard maakt een ontwikkeling door, ze leeft in een veranderende tijd, van bijna Victoriaans naar modern. Hoewel dit op de achtergrond blijft, net als de twee wereldoorlogen. De hoofdstukken worden afgewisseld met verhalen over Ster, Howards favoriete koolmees. In de verantwoording schrijft Meijer dat deze stukken zijn gebaseerd op de verhalen die Howard zelf over Ster geschreven heeft. Het boek eindigt met hoofdstuk Ster 0. In dit hoofdstuk gaan we terug naar de kennismaking met Ster, terug naar het begin. Het verhaal is rond, het eindigt niet, het blijft. ‘De vogels laten me zien dat tijd niet de lijn is die mensen ervan maken. Dingen eindigen niet, ze veranderen alleen van vorm.’

    De stem die Eva Meijer aan Howard geeft, is een krachtige en eigengereide, maar ook een innemende en soms twijfelende. De stem van een vrouw die, in een tijd waarin dat allesbehalve vanzelfsprekend was, haar eigen weg ging. ‘De volgende ochtend sta ik vroeger op dan nodig zodat ik sporen kan maken, kan lopen zonder de sporen van anderen te volgen.’ Haar verteltoon is prettig en zacht. Misschien bereiken we een tijd waarin mensen met eenzelfde vanzelfsprekendheid als Howard beseffen dat zij ‘andere dieren’ zijn. Dit boek is een prachtig verwoorde bijdrage in die richting.

     

    Het vogelhuis is in 2018 als Bird cottage verschenen in Engeland, vertaald door Antoinette Fawcett.

  • Oogst week 47 – 2019

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden

    Deze week in de oogst een boek dat een ongewone geschiedenis verbeeldt, van schrijver Behrouz Boochani, de tweede roman van documentairemaakster Coco Schrijber en een nieuwe roman van de Franse schrijver Cristophe Botanski.

    Behrouz Boochani behaalde een master in de politieke wetenschappen, als journalist zette hij zich in voor de rechten en de cultuur van de Koerden in Iran. Toen er voor hem gevangenschap dreigde, besloot hij enkele maanden onder te duiken en in 2013 vluchtte hij naar Australië waar hij tegen alle verwachtingen in gevangen werd gezet op het eiland Manus, een uithoek van Papoea-Nieuw-Guinea. Op een naar binnen gesmokkelde mobiel beschrijft hij het leven in het kamp waar honderden mannen in veel te krappe ruimtes verblijven. Hoe beveiligers hun geweld te pas en te onpas gebruiken, de mannen vernederen. De uitzichtloosheid, de wanhoop en de zelfverminking. Alleen de bergen zijn mijn vriend is een Koerdisch gezegde en als boek een aanklacht tegen het onmenselijke vluchtelingenbeleid, geschreven op een mobiel. Nadat zijn boek door Australiërs massaal gelezen werd, ontvangt hij begin dit jaar de Australische Victorian Award, de jury heeft het over: ‘een mooi en precies schrijven dat literaire tradities uit de hele wereld door elkaar weeft’. Ondertussen wacht Boochina nog steeds op zijn papieren om als vrij man door het leven te gaan.

    Deze maand kwam het boek uit bij Uitgeverij Jurgen Maas in vertaling van Irwan Droog.

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden
    Auteur: Behrouz Boochani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De voyeur

    De voyeur is de tweede roman van journalist en schrijver Christophe Boltanski (1962). Met zijn debuut De schuilplaats schreef Christophe Boltanski een monument voor een familie en de huizen waar ze woonden, hij won er verschillende prijzen mee. In De voyeur probeert een zoon het leven van zijn overleden moeder te reconstrueren aan de hand van haar troosteloze appartement waar ze van alles bewaarde en nooit schoonmaakte. Dan blijkt ook dat ze schreef, op een Olivetti-typemachine. Hij vindt het manuscript, over een voyeur. Dan blijkt dat zijn moeder haar eigen leven beschreven heeft en het vermoeden dat ze werd gadegeslagen. Over haar studententijd in de jaren vijftig aan de Sorbonne, tijdens het hoogtepunt van de Algerijnse oorlog. Is het werkelijk zijn moeder die in cafeetjes droomde van een heroïsch leven en zich aansloot zich bij de onafhankelijkheidspartij FLN? Ook in deze tweede roman schetst Boltanski, die niet voor niets journalist is, met veel details een levendig beeld van een Frankrijk ten tijde van radicale sociale verandering.

    De voyeur
    Auteur: Christophe Boltanski
    Uitgeverij: Cossee

    Ola en de dingen

    Coco Schrijber (1961) is documentairemaakster en publiceerde in 2015 haar eerste boek, De luchtvegers, een existentiele zoektocht. In haar tweede boek, Ola en de anderen, gaat het ook om een zoektocht, vanuit het perspectief van een kind. Verder is er geen vergelijk tussen haar debuut en deze roman. Ola is een explosief meisje, onverschrokken, meedogenloos. Ze is vol vuur, een vuur alsof dat bepaalde dingen uit haar hoofd moet verdrijven. Ze is steeds onderweg, rennend, zoekend, dwingend. Het ontwikkelingsverhaal van een kind, dat zich ergens van los moet maken, wat, is niet direct duidelijk. Maar gaandeweg het boek bedaart ze, vindt haar gelijke in een vriend. Een met vaart geschreven boek.

    In 2016 plaatsten we een interview met Coco Schrijber, door Carolien Lohmeijer.

    Ola en de dingen
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • Ontwikkelingen van een plattelandsdokter

    Ontwikkelingen van een plattelandsdokter

    Op een dag onderging Albert Willem van Renterghem (1845-1939), zoals hij in zijn Autobiografie schreef, ‘de gedaantewisseling van zeeofficier tot plattelandsdokter’. De marine had hij vaarwel gezegd en een baan als arts in Heinkenszand (Zeeland) aangenomen. Hij was jong, als arts, als echtgenoot van Hélène en als vader van hun drie maanden oude dochtertje Antoinetje.

    Rinus Spruit vond deze autobiografie in het archief van de Gemeente Goes en stelde het samen tot dit boek. Van Spruit zelf verschenen eerder drie romans, alle drie in Zeeland gesitueerd, maar dat niet alleen: in allemaal valt ook, net als in dit boek, de nadruk op wat Van Renterghem noemt ‘kleine burgers, boeren en boerenarbeiders’, met, zoals hij het omschrijft, alle soms ‘kleinzielige gedoe’ van dien. Alle kleine luiden worden sprekend opgevoerd en spreken dialect.

    Vooruitstrevend

    Van Renterghem weet de armoedige omstandigheden van Heinkenszand, zo’n tien kilometer van Goes, raak te treffen: ‘Toen ik de uit één kamer bestaande stulp’ van een vrouw ‘die van de gemeente vrije woning genoot’ binnentrad, ‘zagen mijn ogen een kale stenen vloer, naakte, wit gekalkte muren, een vierkante, groen geschilderde tafel en een open bedstee zonder gordijnen waarin een strozak met een zogenaamde paardendeken lag. Verder een open schouw waarin aan een ijzeren ketting een aardappelketel hing van hetzelfde metaal. Een enkele stoel met een doorgesleten biezenmattenzitting voltooide de aankleding van het vertrek’. De vrouw heeft een niet passende baarmoederring (pessarium), die wordt vervangen. De beschrijving hiervan komt modern over. Het boek zou echter aan informatiewaarde hebben gewonnen, als in een voetnoot was aangegeven sinds wanneer een dergelijke behandeling wordt toegepast, zoals ten aanzien van bijvoorbeeld medische termen wel voetnoten zijn toegevoegd.
    Dat Van Renterghem best wel eens vooruitstrevend genoemd zou kunnen worden, blijkt uit het feit dat hij over zijn behandelwijze publiceerde in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en een ziekenfonds voor minvermogenden oprichtte, wat op het platteland toen onbekend was.

    Hypnose en suggestietherapie

    Na enige tijd nam hij, in 1881, de praktijk van zijn vader in Goes over. Dat ging niet helemaal van harte, want hij had oud willen worden in Heinkenszand, ‘maar de mens wikt en God beschikt’ en Albert Willems ouder wordende moeder ontving graag zijn medische zorg.
    In Goes vindt Van Renterghem tijd om zich in de hem tot nu toe onbekende wereld van de psychiatrie te verdiepen. Hij kwam op het spoor van de hypnose, suggestie en aanverwante behandelingen. Hij reisde naar Nancy om dr. Liébeault te ontmoeten en enkele van diens sessies bij te wonen. Dit zette zijn hele kijk op geneeskunde op zijn kop: ‘Ik had een beter inzicht verworven in de pathologie van de geest’. Zijn collega-artsen in Goes probeerden hem belachelijk te maken en de apothekers vonden het ‘al te zot’ dat hij nauwelijks medicijnen meer voorschreef. Een uitzondering was dr. Du Pree, die vol lof over diverse genezingen sprak, waaronder die van zijn vrouw. Deze verschillende opvattingen over hypnose spelen nog steeds, getuige de reacties op de herinneringen aan incest die bij de schrijfster Griet Op de Beeck al dan niet door hypnose boven kwamen.

    Van Renterghem kreeg het zo druk, dat hij publieke seances voor suggestietherapie bij hem aan huis organiseerde. ‘Onder hen waren ook enkele snurkers’, vermeldt de dokter droog. De beschrijving van de door het inmiddels hele huis slapende patiënten is vermakelijk, net zoals de beschrijving van de eerste vliegtocht die hij met zijn vrouw in 1921 naar Parijs maakte kostelijk is.

    Frederik van Eeden

    De genezingen trokken de aandacht van de toen zevenentwintigjarige Frederik van Eeden, die op dat moment arts in Bussum was en al De kleine Johannes op zijn naam had staan. Van Eeden stelde zijn collega voor, samen een kliniek voor therapeutische hypnotisme in Amsterdam op te zetten. De praktijk liep als een trein en Van Renterghem liet zijn vrouw en kinderen over komen, terwijl ook zijn inmiddels weduwnaar geworden vader besloot naar Amsterdam te verhuizen.
    Interessant is wat Van Renterghem over Frederik van Eeden schrijft. Terwijl zijn eigen patiëntenkring aanzienlijk groeide, bleef die van Van Eeden achter. ‘Hij was niet meer met hart en ziel bij de zaak, gaf meer aandacht aan zijn literaire werk en aan zijn vooruitstrevende denkbeelden op maatschappelijk gebied’. Voorts meldt de auteur in zijn autobiografie, dat zij weinig met elkaar gemeen hadden. In 1893 scheidden hun wegen.

    Duiden van Jung en Freud

    In 1906 werd A. van der Chijs als assistent benoemd aan de kliniek die inmiddels aan de Van Breestraat 1 was gehuisvest, een nieuw huis in de al even nieuwe Concertgebouwbuurt. Dit gaf Van Renterghem de vrije hand om een congres voor psychoanalyse in Weimar te bezoeken, waar hij Jung en Freud ontmoette. Hij besluit zich in het werk van Freud te verdiepen en zich in Zürich door Jung te laten analyseren. De brieven die hij gedurende die periode aan Van der Chijs schreef, zijn gedeeltelijk in deze uitgave opgenomen. Ook een dergelijke genrewisseling doet modern aan, hetgeen helemaal bij de auteur past.

    Van Renterghem is meteen al in staat het verschil tussen de psychoanalyse van Jung en Freud te duiden: Freud beziet in tegenstelling tot Jung het begrip ‘libio’ uitsluitend in seksuele zin. De brochure die Van Renterghem in 1913 schreef onder de titel Freud en zijn school is nog steeds antiquarisch te verkrijgen. Een jaar later zou hij in Wenen Freud bezoeken. De herinneringen daaraan werden overschaduwd door de dreiging van de Eerste Wereldoorlog.
    Niet dat Van Renterghem meteen alles naar waarde wist te schatten; Van der Chijs’ bezoek aan Van Gogh, die hij behandelde, wordt alleen vermeld, terwijl wij daar als lezers best meer over hadden willen weten. Bijvoorbeeld op de manier waarop de auteur zijn eigen kortstondige depressie overdenkt en analyseert en uiteindelijk oplost, hoewel we dit waarschijnlijk moeten relativeren, net als de vele succesverhalen van genezingen. Op advies van zoon Charles besluit Van Renterghem na allerlei problemen tot dissociatie met Van der Chijs. Hij zet de praktijk alleen voort en sluit zijn autobiografie op 9 juni 1927.

    Een autobiografie die een interessant, soms ook geestig beeld geeft van de sociale en medische situatie in die tijd. Niet alleen mensen die daarin zijn geïnteresseerd zullen deze door Rinus Spruit bezorgde keuze met veel interesse lezen, de vele anekdotes zijn überhaupt leuk. Het boek leest, zoals Spruit in het nawoord en de verantwoording terecht schrijft, ‘als een roman en geeft boeiende informatie (…), vaak ontroerend en humoristisch’.

     

  • In wankel evenwicht tussen twee talen en twee ideologieën

    In wankel evenwicht tussen twee talen en twee ideologieën

    Iedereen heeft herinneringen aan zijn jeugd. Vaak zijn dit geromantiseerde herinneringen, soms gaat het over pijnlijke en traumatiserende ervaringen. De engel van het vergeten van de Oostenrijkse schrijfster Maja Haderlap is een combinatie van beide. Deze debuutroman werd in twintig talen vertaald en is een internationale bestseller. Het werk won bijna alle literaire prijzen van de Duitstalige literatuur. Maja Haderlap, literatuurdocente aan de universiteit van Klagenfurt, publiceerde eerder enkele essays en poëzie in het Duits en Sloveens en wordt vergeleken met Herta Müller.

    Van idylle tot nachtmerrie

    Het begint als een idyllisch sprookje. Haderlap beschrijft hoe Mic (alterego van de schijfster) opgroeit in een boerendorpje in het zuiden van Karinthië. De lezer maakt kennis met de grootmoeder, een kruidenvrouwtje met een eigen mening en zeer begaan met de opvoeding van haar kleindochter. Haar vader heeft last van woede-uitbarstingen en depressieve buien die aanvankelijk moeilijk te verklaren zijn, maar al gauw is duidelijk dat het huwelijk van Mics ouders niet gelukkig is. Haar moeder is verbitterd en wil een leven voor zichzelf. Tegen de achtergrond van een lieflijk landschap begint zich langzaam het verhaal van de geschiedenis van de streek te ontspinnen.

    Grootmoeder overleefde ternauwernood concentratiekamp Ravensbrück, en vertelt haar kleindochter over de ontberingen die ze moest doorstaan. Vader werd als kind gefolterd om zijn eigen vader te verraden. Hij was voorgoed getraumatiseerd en sloot zich daarna aan bij de partizanen. Hard werken en veel drinken kunnen zijn angstgevoelens en suïcidale neigingen nauwelijks onderdrukken. In dit door het verleden getekende boerengezin groeit Mic op. Dan gaat ze theaterwetenschappen studeren in de stad Klagenfurt. Daar ontmoet ze mensen met andere overtuigingen. Ze moet er een moeilijke keuze maken: schrijft ze verder in de taal van haar familie, het Sloveens, of schakelt ze over naar het Duits van de school. Hoe kan ze die twee verbinden? Mic blijft worstelen met spoken uit het verleden en de kansen die de toekomst haar kunnen bieden.

    Vergeten geschiedenis

    De engel van het vergeten is meer dan een familie-epos. Het verhaalt van de lotgevallen van de Sloveense minderheid in Karinthië. Deze minderheid had sinds 1920 een aparte en beschermde status, maar kwam hoe langer hoe meer onder druk te staan, zeker in het nazi-Oostenrijk onder Hitler. Vele boerenjongens uit de zuidelijke dorpjes sloten zich aan bij de partizanen. De vergeldingen waren navenant. De Sloveense minderheid in Karinthië werd een verdeelde groep met verraders, overlopers en verzetstrijders. De onderlinge strijd was wreed  en de Duitsers maakten hier handig gebruik van om deze niet-Ariërs uit te roeien. Hele huizen en zelfs dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, families werden uit elkaar gehaald en gedeporteerd. De weinige overlevenden kwamen zwaar getraumatiseerd terug. Haderlap beschrijft een onbekend stuk Europese geschiedenis. Het nawoord over de Oostenrijkse Slovenen van Ute Weinmann werkt zeker verhelderend als achtergrondinformatie voor wie niet vertrouwd is met deze geschiedenis.

    Loskomen en loslaten

    Haderlap worstelt net als haar alterego Mic met de demonen die haar familie hebben geteisterd. Ze wordt geconfronteerd met twee werelden als ze gaat studeren en probeert in beide werelden haar rol te spelen. Het thema dood is sterk aanwezig in de roman, zowel de natuurlijke dood als de ontelbare zelfmoorden van de door het verleden geteisterde bevolking. Het rouwproces en de begrafenis van de grootmoeder is subliem beschreven en vormt letterlijk en figuurlijk een overgangsritueel. De beschouwingen van de vader tijdens de begrafenis doen Mic tot inzichten komen. Mic weet dat ze het verleden moet koesteren en loslaten, dat ze zich een verzoenende houding moet aanmeten tussen de werelden waarin ze zich beweegt. Alleen op die manier is er een toekomst voor haar en haar lotgenoten weggelegd.

    Afstandelijk hartverscheurend

    De stijl van Haderlap is eenvoudig, maar toch ook vrij poëtisch. Ze doet een spreidstand tussen verschillende soorten ik-vertellers. Haar vertellen is vaak beschouwend en soms belerend, maar ze houdt telkens de teugels strak in handen. De Oostenrijkse beschrijft het verschrikkelijke verleden bijna emotieloos, met flink wat afstandelijkheid. Toch wordt de lezer geraakt, precies vanwege het tragische verleden. Ook haar taal draagt hieraan bij. Haderlap beschikt over de gave om niet alleen het idyllische plattelandsleven, maar ook de tragische gebeurtenissen goed te beschrijven. Het boek hoort zeker thuis in de herinneringseducatie, maar leest als een prachtig en hartverscheurend verhaal over een vergeten stukje geschiedenis van Europa dat zijn evenwicht moet vinden tussen twee talen en twee ideologieën.

     

  • Het zoeken naar de waarheid

    Het zoeken naar de waarheid

    De hoofdstukken in deze debuutroman van de Duitse schrijfster Bettina Wilpert zijn niet genummerd of getiteld maar geletterd van A, B en C, tot en met N. Als je begint te lezen, voel je direct dat er iets aan de hand is dat nog geen naam mag hebben. Niet dat er sprake is van suspense, een spanningsboog of achtergehouden informatie. Nee, er is meer sprake van een grote informatiedichtheid. De personages, Anna, Jonas, Hannes, Verena, Uli, buitelen over elkaar. De gebeurtenissen in Leipzig volgen elkaar met een hoge snelheid op. Het is een snelkookpan die oververhit raakt. De alinea’s worden steeds korter en bestaan soms uit één zin: ‘Ze kon niet lang boos op hem blijven’.

    Anna en Jonas

    ‘Ze’ is Anna, net afgestudeerd als vertaalwetenschapper Russisch en Spaans, en ‘hij’ is Jonas, bezig met zijn proefschrift over Oekraïense popliteratuur. Anna wordt geïntroduceerd als een feministe die ‘vond dat je eigenlijk mánnenvoetbalkampioenschap moest zeggen, omdat er ook een vrouwenvoetbalkampioenschap bestond’. Jonas heeft wat van een macho met een baard, ‘die bijna geen boeken van vrouwen las’ en alles beter weet.
    Een alwetende verteller hoort het verhaal van beiden aan (een advocaat, agent?). Door een zinnetje als ‘Jonas zei dat het in juni was’ of door een opmerking tussen haakjes (‘biechtte hij mij op’). Dit terloopse staat in contrast tot de nadrukkelijke vaart van de ouverture van het boek, waarin alle personages worden voorgesteld (A).

    Vanaf het tweede hoofdstuk wordt pas echt duidelijk, dat het om een verhoor gaat. Het opsommen van feiten begint telkenmale met het woordje ‘Dat’: ‘Dat ze het fijn vond weer eens seks te hebben gehad’, ‘Dat ze elkaar een paar dagen later weer tegen waren gekomen’. Het gaat om-en-om, dan weer is Anna aan het woord, dan weer Jonas. Maar ook Hannes, de studievriend met wie ze heeft samengewoond, en Verena, Anna’s huisgenote, beiden merkten dat er iets niet klopte, maar hadden dit toen niet tot hun bewustzijn willen of kunnen laten doordringen en doen nu alsnog het woord. Zij brengen de details aan bij het woord-tegen-woord van Anna en Jonas. Details die wél te bewijzen zijn. Het zijn stuk voor stuk kenmerken voor dergelijke situaties en worden goed, invoelend en herkenbaar beschreven.

    Twee perspectieven

    Het verhaal en de verteltrant komt in een wat rustiger vaarwater terecht, wat contrasteert met de vertwijfelde, kolkende gemoedstoestand van Anna en de emoties rond het WK voetbal (2014). Dit WK staat symbool voor het thema van het boek: de verkrachting van Anna door Jonas. Er zijn tegenstanders die overwonnen moeten worden, toeschouwers die het niet konden geloven, Anna die er niets bij voelde en Duitse vlaggetjes van auto’s afbrak, boos op alles en iedereen.

    De twee perspectieven van Anna en Jonas staan tegenover elkaar, zoals twee voetbalelftallen. Jonas meent dat ‘het’ in onderlinge overeenstemming gebeurde, hij had immers een condoom gebruikt. Anna meent dat het onvrijwillige seks was geweest. Ook de visies van de omgeving worden van twee kanten bekeken en beschreven. De avondwinkelier die Anna voor openingstijd op het raam hoorde bonzen en twijfelde of hij wel open zou doen, en Anna die vertelt dat hij ‘zo aardig was om open te doen’. Of die van de agent, waarover Anna vertelt dat hij zei dat ze als jonge vrouw niet zoveel moest drinken. ‘U ziet wat ervan komt’, waarmee hij de schuld bij haar legt. Het komt bekend voor: U moet niet zulke korte rokjes dragen, of, onlangs nog: Een vrouw kan zich toch verweren? Alsof er geen verkramping bestaat.

    De waarheid

    Het centrale thema van het boek is echter niet ‘het’ of ‘de gebeurtenis’, maar ‘de waarheid’. Wat is dat, als je vrienden niet kunnen geloven dat Jonas tot verkrachten in staat is en dat Anna nooit liegt?
    Waarheid was al een punt in Anna’s kindertijd. ‘Haar ouders vertelde ze bijvoorbeeld nooit de hele waarheid (…). Van die tienerleugens’. De waarheid betekent ook: je een oordeel aanmatigen. Een kant kiezen.
    Tegen het slot van de roman gaat het over de wettelijke paragraaf over seksueel geweld. ‘Of nee zeggen voldoende was, of dat je je ook fysiek moest verzetten om te voldoen aan de juridische eisen van een verkrachting’. Dat laatste geldt in Nederland ook, maar er komt een wetsvoorstel aan waarin dit mogelijk vervalt.

    Dit – door Marcel Misset schitterend vertaalde – krachtige debuut, vaart mee op de stroom van het #MeToo-debat. Aan de ene kant is dat mooi maar bergt ook het gevaar in zich dat het over het hoofd wordt gezien. Dat het gezien de hoeveelheid publicaties die daarover verschijnen niet wordt opgepikt. Dat zou geheel ten onrechte zijn: want hier is een groot schrijftalent aan het woord, dat zowel qua vorm als inhoud duidelijk grip heeft op het geheel. Eén die het waard is gevolgd te worden.