• Pijn en lach

    Pijn en lach

    Vader en zoonromans bestaan al lang, van Toergenjev en Borderwijk tot Weijts, maar het lijkt wel of het thema in het algemeen nu sterker leeft dan ooit. Gijs Scholten van Aschat speelt bijvoorbeeld samen met zijn zoon Reinout in een film (Alpha), Jacob en Roman Derwig treden samen op in Shakespeares Hamlet, het werk van de beeldend kunstenaars Jozef en Isaak Israëls wordt in Domburg nadrukkelijk als dat van vader en zoon tentoongesteld. En nu is er dan een herdruk van de roman Kopzorg (1987) van Edgar Cairo (Paramaribo 1948 – Amsterdam 2000). De eerste uitgave dateert uit 1969 (Temekoe), de tweede verschijnt als Temekoe/Kopzorg in 1979 en in 1988 verschijnt het met de ondertitel Het verhaal van vader en zoon.

    Het boek werd bij eerste verschijning niet onverdeeld positief ontvangen, al waren er uitzonderingen. Zoals bijvoorbeeld van Frank Martinus Arion die het als een ‘juweel’ bestempelde, maar Michiel van Kempen had zijn bedenkingen. Hij vond dat Cairo zijn doel voorbij was geschoten. De vraag is dan: hoe lezen we nu de heruitgave, voorzien van een nawoord door Thalia Ostendorf, die bij eerste lezing was overvallen door ‘een gefascineerd soort verbijstering’? ‘Het was,’ schrijft ze, ‘als een storm waar ik in meegezogen werd’.

    God en demon

    Meteen al aan het begin wordt duidelijk dat de 50-jarige vader, Nelis, kopzorg heeft. Is hij behekst? Dan moet hij door de pastoor een duivelse demon uit laten drijven. Hij is dus rooms-katholiek, en – staat er – ‘neger’. Voor de zoon, de ik-figuur, is hij ‘in het geheim een god en tegelijk de demon der verschrikking’. De zoon is een stadskind, geboren in Paramaribo. Zijn vader was geboren in het oerwoud van het Para-district. Dit district kent ook twee kanten, net als de inborst van de vader: die van de ‘paradijselijkheid en het hellevuur (…). Pijn en de lach’. En armoede. Toen Nelis’ ouders waren overleden, kwam hij bij een tante in huis die hem beschouwde als ‘onkind van ’n satanskring’. Hij loopt weg en gaat naar Paramaribo, waar hij zijn ogen uitkijkt: auto’s, gaslantaarns …

    Cairo beschrijft de overgang van het leven in Para naar Paramaribo als ‘het oerouderwetse negerleven’, waaronder magie- en andere praktijken zoals winti, voodoo met jorka’s (geesten van overlevenden) en bakroes (kwelgeesten). Daarna gaat hij over op een stukje geschiedenis, zoals de crisistijd rond de jaren dertig en het feit dat Nelis zonder werk kwam te zitten. Zo glijdt het grote verhaal in een particulier verhaal dat trekken van een sprookje heeft. ‘Daar ging Nelis, met het krieken van de dag z’n erfhuisje uit. Snel het krotje achter zich latend verliet hij het vervallen woonerf en ging de straat op, waar het nog aardedonker was.’ Hij liet zijn zogeheten sekswijf Selina achter, ‘met grote, bobbelende borsten en zoetzalige vleesheupen, naast grote, draaiende, haast uit zichzelf sambadansende billemoten’. Dit volkse taalgebruik wisselt af met woorden in het Sranantongo en ouderwetse uitdrukkingen als ‘aan den lijve welgesteld van lust & vleze’.

    Kantelingen

    Ondertussen vindt Nelis een vaste baan bij de overheid, maar alsnog slaat het noodlot toe: de baby die Selina krijgt overlijdt, Nelis raakt aan de drank, ze krijgen slaande ruzie (koenoe, een vloek) en hij verliest zijn baan. Het wordt allemaal heel gecondenseerd verteld. Net als de kanteling in het verhaal waarin de liefde tussen Nelis en Selina groeit en ze nog een kind krijgen: de ik-figuur. Hetzelfde geldt voor de kanteling in de verhouding tussen vader en zoon. Eerst wordt de zoon door zijn vader stierlijk verwend en vertroeteld, hoewel hij hem ervoor uitmaakt dat hij ‘zo vuil was als ’n stuk zwartteer’. Eerder had de ik-figuur al gesteld dat hij zo’n opvoeding niet neer wilde halen, maar wél kritiek wil leveren op het leven zelf. Ook hier wordt het particuliere met het algemene vermengd. De ogen van het ik-personage worden ‘verlost (…) van de nevelen der onwetendheid’. Misschien had hij die meegekregen door zijn moeder, die vond dat de wereld zijn leerschool was.

    Het is in dezelfde tijd dat vader en zoon uit elkaar groeien. Nelis raakt verouderd, nukkig, nors en eenzaam. Uiteindelijk gaat het boek meer over de vader dan over de zoon, zoals het voorafgaande gedicht het ook heeft over:

    ‘Zo schep ik u, vader, naar ’t woord:
    uw schrijfzaam erebeeld.
    En even vluchtig spiegel ik mij aan u
    tot ’n gelijkenis, uw spiegelbeeld.’

    Misschien wist het boek door de vermenging van taalregisters en stijlen destijds niet iedereen geheel te overtuigen. Dat is nu anders. We zijn gewend geraakt aan al dan niet postmodernistische combinaties van elementen uit verschillende genres, technieken en stijlen en zijn die gaan waarderen. Cairo’s boek is in die zin vergelijkbaar met bijvoorbeeld het werk van een land- en tijdgenoot, musicus en schrijver Ronald Snijders. Diens muziek staat nu opeens weer midden in de belangstelling – waarschijnlijk juist door zulke combinaties van stijlen (jazz, funk, Surinaamse en Braziliaanse invloeden) en eveneens door een heruitgave van zijn muziek (Penta in 2024 heruitgebracht op het Britse label Night Dreamer).

    Het is al met al een goed idee dat uitgeverij Cossee Cairo’s boek juist nu weer opnieuw onder de aandacht heeft gebracht. Mede in een tijd waarin vaders en zoons en de vermenging van stijlen in de belangstelling staan. Het boek verdient het.

     

     

  • Op wolken lopen

    Op wolken lopen

    Het oorspronkelijk in het Duits geschreven boek Boven aarde, beneden hemel van de Duits/Japanse schrijfster Milena Michiko Flašar (1980) heeft een aangename nonchalante toon. Deze is ongetwijfeld het resultaat van juist niet nonchalant schrijven. Er zit zes jaar tussen de publicatie van haar vorige roman — Meneer Katõ speelt familie — en deze. Haar debuut, Een bijna volmaakte vriendschap, verscheen in 2015.

    Boven aarde, beneden hemel wortelt ondanks de half-Duitse achtergrond van de schrijfster in de Japanse cultuur. Het boek speelt zich bijna geheel af in Tokio. Flašar kiest in de 25-jarige juffrouw Suzu een hoofdpersonage dat haar dagen het liefst in volledige eenzaamheid slijt. Saai? Niet als het fijne pennetje van de schrijfster haar tot leven wekt. ‘Landschappelijk bekeken situeerde ik mezelf ergens tussen woestijn en steppe.’ Haar hamster Punsuke spiegelt haar leven. Punsuke kruipt weg in zijn holletje, weigert elk contact, maar als juffrouw Suzu noodgedwongen haar zieke collega Takada een tijdje in huis opneemt, leeft de hamster helemaal op. Hij komt uit zijn holletje en laat zich zelfs weer een beetje aaien.

    Kodokusha

    Juffrouw Suzu komt vooral goed tot haar recht in het contrast met de energieke meneer Sakai. Hij is de uitbater van een hoogst merkwaardig bedrijf waarvoor juffrouw Suzu als schoonmaakster gaat werken. Het bedrijf, met nog een aantal grappige en bijzondere werknemers, is gespecialiseerd in het opruimen en schoonmaken van huizen waarin lijken langere tijd onopgemerkt hebben gelegen. In het Japans worden dat soort overledenen kodokusha genoemd. ‘Het gaat erom dat je iets voor een dode doet wat je anders alleen voor een levende doet’, zegt meneer Sakai om uit te drukken dat elke dode, ook al is hij of zij nog zo eenzaam en verlaten gestorven, respect verdient.

    Via meneer Sakai en juffrouw Suzu brengt de schrijfster in een aantal adembenemende portretten de zo tragisch gestorvenen tot leven. ‘Samen met de bewoners waren ook de spullen blijven liggen, en hoewel het dode, onbeweeglijke voorwerpen waren, weerspiegelde hun toevallige groepering iets van het moment waarop een mens een lijk was geworden’, bedenkt juffrouw Suzu bijvoorbeeld. Zodoende houdt elke dode de levenden een spiegel voor. Als juffrouw Suzu steeds geconfronteerd wordt met haar eigen tamelijk levenloze bestaan, begint er iets te veranderen. De vraag is of ze uiteindelijk het lef heeft haar leven op de kop te zetten. Want, zo bedenkt ze, als de aarde boven en de hemel beneden was, zouden we op wolken lopen.

     

     

  • Oogst week 36 – 2024

    In den vreemde – Kronieken

    Frida Vogels (1930) is bekend geworden met het driedelige De harde kern (1992) en vooral door het tweede deel waarvoor ze in 1994 de Libris Literatuur Prijs ontving. Tussen 2005 en 2014 zijn elf delen van haar dagboeken gepubliceerd, over de jaren 1954-1978. Vogels schreef meerdere boeken, en vertaalde uit het Italiaans. Haar onderwerp is haar eigen leven, altijd in relatie tot familieleden en vrienden die dan ook uitgebreid beschreven worden, soms als hoofdpersoon. Zichzelf en anderen doorgronden is wat haar drijft, en verantwoording afleggen – aan de onbekende lezer. Ze wil kennen en gekend worden.

    In de proloog van In den vreemde schrijft ze: ‘Ik schrijf woorden op het papier. De lezer zit op mijn schouder en leest mee. (…) Hij heeft me door. Dat is trouwens precies wat ik verlang. Ik stel me voor dat hij me ongenadig zal ontmaskeren, (…) dat ik woorden op papier schrijf is geen gekkenwerk; ik heb me te verantwoorden.’ Het is een veel directere stijl dan de meer omfloerste van haar vroegere boeken. In den vreemde beslaat haar jeugd in Bloemendaal en Laren, de oorlog, haar studietijd in Parijs en Milaan, haar huwelijk met de Italiaanse Ennio, haar leven in Bologna en de jaarlijkse gang van enkele maanden naar Amsterdam om er te schrijven.

    ‘Pappa en mammie hielden een Levensboek bij,’ zo begint ze, ‘over mijn eerste levensjaren en dat boek heb ik pas nu, nu ik tweeënnegentig ben, voor het eerst in handen gekregen. Dat ik ooit die bedrijvige, zorgzame kleine Frida ben geweest waar zij twee toen over schreven, “al zo echt een vrouwtje” zoals pappa tevreden constateerde, kan ik nauwelijks geloven, maar zo is het dus geweest.’

     

    In den vreemde - Kronieken
    Auteur: Frida Vogels
    Uitgeverij: Van Oorschot 2024

    Boven aarde, beneden hemel

    Kodokushi is een Japans woord voor mensen wier eenzame overlijden voor langere tijd door niemand wordt opgemerkt. Gespecialiseerde schoonmaakdiensten halen de lijken weg en maken de woning schoon. In Boven aarde, beneden hemel van de Oostenrijkse schrijfster Milena Michiko Flašar (1980, Japanse moeder, Oostenrijkse vader) is Suzu nieuw in het werk, waarvoor behalve eerbied en zorg vooral geduld en een sterke maag vereist zijn. In steden met een toenemend aantal mensen en een kleiner en duurder aanbod van woningen groeien de problemen. Mensen zijn afstandelijk, de grens tussen desinteresse en discretie vervaagt, kodokushi komen vaker voor. Suzu, die thuis haar eenzaamheid deelt met een goudhamster, vindt het moeilijk om met mensen om te gaan, inclusief haar eenzelvige collega die net als zij een gebruiksaanwijzing heeft. Toch leert ze in haar werk iedereen snel kennen. Ook de doden, waarvoor ze groot respect toont. Door hen en hun voorbije leven ontdekt ze de waarde van omkijken naar een ander mens. Ook de kleurrijke collega’s van de schoonmaakdienst helpen Suzu zich te ontwikkelen tot iemand die het belang van contact met andere mensen leert kennen en waarderen.

    Net als in Flašars Een bijna volmaakte vriendschap (2015), waarin een jongeman, een hikikomori, twee jaar het huis van zijn ouders niet uit is geweest, zijn de hoofdpersonages sociaal onhandige, geïsoleerde individuen. Langzaamaan laten ze anderen toe, durven ze toenadering te zoeken en de verbinding met een ander mens aan te gaan.
    Ondanks de zwaarte van de onderwerpen weet Milena Michiko Flašar haar verhalen op droogkomische toon lichtvoetig te vertellen.

     

    Boven aarde, beneden hemel
    Auteur: Milena Michiko Flašar
    Uitgeverij: Cossee 2024

    De vriendschap van bomen – Heropvoeding van een bioloog

    Bioloog Arjen Mulder leerde met bomen communiceren en schreef erover in De vriendschap met bomen. Eerder al schreef hij Vanuit de plant gezien (2019) waarin hij zich in planten verplaatste. Voor meer bomenkennis volgde hij een cursus bij fysisch geograaf en boomdruïde Maja Kooistra die in veel werelddelen onderzoek naar bomen deed. Mulder had al ontdekt dat hij met bomen kon communiceren. In De vriendschap met bomen legt hij uit dat bomen onder- en bovengrondse netwerken hebben waarmee ze met elkaar communiceren en ook met dieren en mensen. Bomen kunnen een stemming oproepen, of actief de menselijke somberheid doen verdwijnen en op vragen reageren, schrijft Mulder. Maar of het allemaal echt zo is weet hij niet. Wel heeft hij ontdekt dat je deze wereld alleen kunt kennen via gevoel, intuïtie en zelfkennis. Als je met bomen wilt communiceren moet je de aannames van het psychologisch model loslaten.

    In het radioprogramma Vroege vogels vertelt hij over zijn ervaringen. Hij merkte dat bomen op hem reageren. Of een boom werkelijk zijn onbewuste kan lezen weet hij niet. ‘Ik heb geen flauw idee. (…) Misschien klopt het idee van hoe wij in elkaar zitten wel niet en kunnen wij met ons lichaam veel meer registreren zonder dat we er erg in hebben, maar leren we onszelf om dat niet te doen.’ In het begin nam hij de beslissing om geen verklaringen te zoeken maar het gewoon mee te maken. Hij ontdekte dat er meer mensen waren met dezelfde ervaring. ‘Toen wist ik zeker dat ik niet gek aan het worden was.’

     

    De vriendschap van bomen – Heropvoeding van een bioloog
    Auteur: Arjen Mulder
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2024
  • Vredig berustend met de dood in zicht

    Vredig berustend met de dood in zicht

    Het late leven is geen autobiografische roman die de succesvolle auteur Bernhard Schlink schreef over ouder worden, maar het thema zal hem na aan het hart liggen. Dat thema is, kort gezegd: hoe worden we oud en wat en hoe laten we als – figuurlijke – erfenis na? Schlink brak als schrijver laat door, naast een loopbaan als jurist. Maar dan wel meteen met een geweldig mooi boek, De voorlezer (1995), over de holocaustverwerking in Duitsland dat een paar jaar na verschijnen geleidelijk aan een bestseller werd, mede door de verfilming. Eerder schreef hij misdaadromans. In zijn latere werk bleef Schlink dicht bij de actualiteit, laatstelijk in De kleindochter (2022) over rechts radicalisme in het voormalige Oost-Duitsland, en de verhalenbundel Afscheidskleuren over, hoe kan het anders, afscheid. Schlink is tachtig, leidt een actief bestaan in afwisselend Duitsland en de VS (New York) en is emeritus hoogleraar rechten. Op die leeftijd zul je weleens gedachten hebben over het (aflopende) leven en hoe je herinnerd wilt worden.

    Dat is dus precies het thema van het mooie, rustige en evenwichtige Het late leven. Net als in het laatste verhaal uit Afscheidskleuren is hoofdpersoon Martin zesenzeventig en getrouwd met de veel jongere Ulla van begin veertig. Anders dan in dat verhaal met een heel optimistisch en vitaal perspectief, heeft Martin nu net de aanzegging gekregen van een ongeneeslijke alvleesklierkanker. Hij heeft nog rond zes maanden te leven. Zijn kalme, evenwichtige bestaan waarmee hij heel tevreden is, met een paar wetenschappelijke klusjes, het naar school brengen en halen van hun nog jonge David van zes, de tuin, de boodschappen en het koken, alles staat op zijn kop. Hoe verhoudt hij zich tot dat opeens zo andere perspectief? Zijn vrouw werkt als succesvol kunstenaar en galeriehoudster. Hun romance was voor hem en voor haar een verrassing en biedt met de duidelijke taakverdeling ondanks het grote leeftijdsverschil een prettig vastomlijnd levenskader.

    Na de schok

    Direct na de onheilstijding komen vragen op, vooral bij Martin die meer tot contemplatie is geneigd dan Ulla. Wat gaan we deze maanden nog doen, wat laat ik hen en met name David na? En op welke manier? Moeten het voorwerpen zijn, maar welke? Die waaraan hij hecht? Maar zal dat ook voor David zo zijn? Wat is een geschenk en wat wordt tot last? Ulla dringt aan op een video bij de begrafenis, maar Martin kiest voor brieven over de grote thema’s in het leven, zoals goed en kwaad, werken en leven, de liefde. En later voor een – zwaar symbolische – composthoop die David en hij samen maken.

    Hun leven lijkt nog verder ontwricht te worden door de verhouding die Martin met enig detectivewerk ontdekt van Ulla met een andere, jongere man. Hij wordt niet werkelijk boos maar berust daarin en gaat zelfs constructief in gesprek met de man in kwestie over een toekomst zonder hem maar met Ulla en David. Dat is wel erg berustend en wijs, maar ook wel in lijn met het kalme en zachtmoedige karakter van Martin.

    Ulla en hij kiezen voor de vlucht vooruit en vertrekken met David voor een paar laatste weken in intiem gezinsverband naar de Duitse kust. Hoewel hij lichamelijk steeds zwakker wordt, beleeft Martin rijke weken. Hij lijkt de kunst van het loslaten goed te hebben geleerd en toegepast. Dit deel van het leven is het ‘voorlaatste hoofdstuk’ dat Martin vult met een vrede die optrad na de eerste schok van de medische diagnose en de heftige ontdekking van Ulla’s vreemdgaan. Hij rust en slaapt veel. Ook bezoekt hij het strand en hoewel eten moeilijker wordt eet hij zo lang mogelijk mee. Hij geniet van de steeds sterker wordende David die op school wordt gepest, droomt niet alleen over het verleden maar heeft ook beelden van een leven voor Ulla en David zonder hem. Boosheid en verongelijktheid zijn hem vreemd, wel huilt hij – eindelijk – meer dan vroeger. ‘Hoe zwakker hij werd, hoe vaker hij huilde. Als jongen vond hij dat hij zijn tranen moest bedwingen en was het verleerd. Tientallen jaren had hij niet kunnen huilen, en al verlangde hij er nu naar, het was een vloek. Nu gebeurde het als hij een merel hoorde zingen, als het geluid van spelende kinderen tot hem doordrong of als de zon onderging.’ Treffend opgeschreven, zeker als deze passage wordt bekroond door een dichtregel van Heinrich Heine: ‘dat het leek alsof zijn brekend hart van vreugde zou kunnen bloeden.’

    De kunst van het loslaten

    Het late leven is een fijnzinnig, stil, melancholisch boek dat je in een rustig tempo zou moeten lezen. Het begin alleen al. ‘Hij nam niet de lift, maar de trap. Hij liep langzaam naar beneden, tree na tree, etage na etage, het wit van de muren viel hem op, het groen van de getallen die naast de lift de etages aangaven, het groen van de deuren. Toen stond hij buiten en vielen hem de frisse lucht op, de voetgangers op de stoep, de auto’s op straat, de steigers voor het huis aan de overkant. Zijn eerste gedachte was dat hij in plaats van de trap de lift had moeten nemen, nu hem nog maar zo weinig tijd restte.’

    Daarmee valt de auteur met de deur in huis; de kunst van het loslaten, het besef van vergankelijkheid, de relativiteit van wat vroeger belangrijk was en tevens de verscherpte blik op alles wat tot dan toe gewoon en routine was. De dilemma’s die zich aandienen, moet je alles nu juist snel doen of toch langzaam of gewoon? Maar ook een zo logische gedachte als hoe zou het met de wereld gaan, komt er oorlog tussen de VS en China, hoe gaat het met het klimaat? ‘Hij hield niet van de dood omdat hij niet zou weten hoe alles verder zou gaan.’ En het onoplosbare dilemma: ’Hij hoefde niet eeuwig te leven, maar had graag verder geleefd op een manier die hem in staat zou stellen om de komende eeuwen op dezelfde manier te zien als hij de afgelopen eeuwen zag.’ Voor een jurist en rechtsfilosoof met een speciale interesse in de geschiedenis van het recht een prangende gedachte.

    Ontroerende roman

    Is er dan niks aan te merken op het boek? Ach, Ulla wordt soms meer als decor dan als levensecht geschetst, Martin is wel erg bovenmenselijk rustig en verdraagzaam. Maar wat zou het als een boek je zo meesleept in afstand nemen, loslaten en aanvaarden van het lot met een korte tijd voor reflectie over wat essentieel is en wat niet. Martin had een gelukkig leven, zeker de laatste twaalf jaar met een jonge Ulla en op zijn zeventigste nog een kind, een ‘geschenk waar je geen vraagtekens bij plaatst’.

    Deze ontroerende roman van een auteur die nooit tot de literaire incrowd wilde behoren pakt je bij de keel. Misschien is Schlink als jurist als geen ander in staat om helder en scherp te schrijven, zonder onnodige uitweidingen of ingewikkelde constructies. In een interview met de Volkskrant heeft Schlink een hele mooie, troostende gedachte voor lezers op leeftijd laten optekenen: ‘Wat ik heb willen zeggen in Het late leven: het late leven is een echt leven. Het is niet zo dat het geleidelijk bergafwaarts gaat. Het is een intens leven met, wederom, zijn eigen uitdagingen, zijn eigen problemen en zijn eigen vreugde.’

    Deze schrijver geeft een grote mate van zuiver lezersgenot, en ook nog een portie troost over de schoonheid van het ouder worden. Jongere lezers zal het wellicht minder aanspreken, maar dit wijze en aangrijpende boek is het waard om met aandacht woord voor woord te savoureren.

     

  • Oogst week 43 – 2023

    Ruitjesblues

    Wiskundige en kleinkunstenaar Jan Beuving is schatplichtig aan Drs. P, George Groot, Jurrian van Dongen, Maarten van Roozendaal en Kees Torn ‘maar er was nooit iets van hem geworden’, schrijft Ivo de Wijs in het voorwoord bij Beuvings bundeling teksten Ruitjesblues, ‘als hij niet zo’n uniek talent had gehad en zulke interessante voorkeuren’. Het is niet veel tekstschrijvers gegeven dat ze al na negen jaar een boekuitgave krijgen waarin (bijna) alle teksten worden opgenomen.

    Liedteksten wel te verstaan, geschreven voor de eigen zes cabaretprogramma’s sinds 2014, maar ook voor anderen. Beuving heeft elke liedtekst voorzien van een meestal anekdotische nabeschouwing over de aanleiding voor het lied, de ontvangst ervan door het publiek en zijn eigen kritische noten achteraf. Uiteraard zijn ook de twee Annie M.G. Schmidt-beprijsde en de daarvoor genomineerde in de bundel terug te vinden. De titel Ruitjesblues is een knipoog naar de ruitjesbloes die hij in zijn wiskundig geïnspireerde programma’s droeg, maar ook de titel van één van de liedjes daaruit.

    Ruitjesblues
    Auteur: Jan Beuving
    Uitgeverij: Nijgh & van Ditmar

    Nachtgevechten

    De eerste twee in het Nederlands vertaalde romans van de Canadese Miriam Toews gaan over vrouwen die zich met moeite losmaken uit de situatie waarin ze leven. In 2020 was er  Wat ze zeiden (ook verfilmd) over een groep misbruikte vrouwen in een mennonitische gemeenschap in Bolivia en in 2022 is de hoofdpersoon in Niemand zoals ik een suïcidale concertpianiste die deze gemeenschap heeft verlaten. De auteur is zelf in 1964 geboren in een mennonitische gemeente in Manitoba (Canada). Nu is er van haar Nachtgevechten.

    De verteller is een kind van negen jaar, Swiv, dat van school is gestuurd. De belangrijkste persoon in haar leven is haar oma Elvira. De vader is afwezig; Swiv onderhoudt in de roman via brieven contact. De voortdurend tierende moeder laat tijdens haar zwangerschap de opvoeding over aan Elvira. Zij is het ook die Swiv had aangeraden haar pestkoppen op school in elkaar te slaan. Oma is een zonderlinge vrouw: ‘Vandaag begint onze neorealistische periode, zei oma vanochtend. Ze smakte gebakken aardappels op tafel en een fles ketchup. Wat een pret! zei ze (…) Onze gezinstherapeut heeft gezegd dat we brieven moeten schrijven, maar mama zegt dat we geen geld meer hebben voor therapie als we toch alleen maar brieven moeten schrijven aan mensen die weg zijn. Oma zegt dat ze denkt dat het nuttig is. Ze zegt dat we net kunnen doen alsof we journalisten zijn, met ons eigen persbureau. Ze zegt dat brieven beginnen als brieven maar iets anders worden. Maar mama vertrouwt ze niet, net als foto’s. Ik wil niet gevangen worden in een moment!

    Toews vertelt tragikomisch. Over de moeder, die in verwachting is van Gord lezen we: ‘Ze liegt. Ze haat woorden als slim en creatief en seksualiteit en ze haat acroniemen. Ze haat bijna alles. Het is oma een raadsel hoe het mama is gelukt om zo lang te stoppen met schelden dat ze in verwachting kon raken van Gord’.

    Nachtgevechten
    Auteur: Miriam Toews
    Uitgeverij: Cossee

    Een zucht van Aleppo

    Willem Bruls (1963) is dramaturg en schrijver met een liefde voor muziek uit het Syrische Aleppo. Hij maakte er in 2002 een radioserie over voor de VPRO. In 2021 ging hij in de inmiddels door de oorlog verwoeste stad de musici die hij destijds sprak weer opzoeken. De neerslag van dit bezoek is te lezen in zijn boek Een zucht van Aleppo. Bruls legt er in uit hoe joodse, christelijke en islamitische invloeden zijn terug te vinden in de muziek van de stad. De plaatselijke ondernemer Antoine Makdis laat hem zien hoe de Aleppijnse muziek de oorlog heeft overleefd ondanks de vele verloren levens.

    Vóór die nieuwe reis naar Aleppo interviewde hij al veel musici die sinds het uitbreken van de oorlog naar (merendeels) Europa zijn gevlucht en daar de muziek lin ere houden. Op 26 september j.l. verklaarde hij in het programma Kunststof zijn liefde voor de stad: ‘Aleppo is door de fysieke schoonheid maar vooral door de culturele mengeling van niet alleen een islamitische stad of een Arabische stad, maar ook alle andere lagen, joods, christelijk – alles wat je kunt bedenken is daar samen. Dat maakt de stad extra mooi’. Over de rol die muziek daarin vervult gaat zijn boek.

    Een zucht van Aleppo
    Auteur: Willem Bruls
    Uitgeverij: Jurgen Maas
  • Oogst week 18 – 2023

    Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter.

    De Veere Wachter uit Een vrouw met mooie borsten begint de aantekeningen in haar dagboek op Nieuwjaarsdag 2019. Met vriend Krzysztof is ze in Saint Monans in Schotland. ‘Ik werd niet te sentimenteel, het was allemaal heel gemoedelijk en ik voelde me gelukkig waar ik was; bij het water, met mensen die ik niet kende maar die warm en vriendelijk waren naar elkaar, ergens in een onbeduidend vissersdorpje aan de oostkust van dit wonderlijke eiland’. Twee dagen later maakt ze een heerlijke wandeling met haar vriend. Ze praten over een kinderwens: ‘” Een hond kan natuurlijk ook,” opperde ik, want ergens diep in mezelf voel ik dat ik beter geen kinderen kan baren. Of is dat angst? Angst voor iets wat mijn leven over kan nemen, vermoedelijk zal gaan beheersen?’
    Weer een paar dagen later, terug in Amsterdam, herinnert ze zich de zin van Virginia Woolf: ‘Een vrouw moet geld en een eigen kamer hebben als ze fictie wil schrijven’. Ze wil een kamer ‘waarin ik me kan terugtrekken, waarin ik kan lezen en schrijven, meer niet’.
    Elte Rauch is Nederlandse. Ze groeide op in Zeeuws-Vlaanderen en studeerde Filosofie en Sociale Wetenschappen in Engeland en daarna Theologie in Utrecht. Ze was literair assistent van theoloog-dichter Huub Oosterhuis. Een vrouw met mooie borsten is haar debuut.

    Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter.
    Auteur: Elte Rauch
    Uitgeverij: Cossee

    Bedrog

    Joeri Felsen was het pseudoniem van de Russische schrijver Nicolai Freudenstein. Hij werd in 1894 geboren in Sint Petersburg, maar ontvluchtte de dictatuur in zijn land in 1923 en vestigde zich in Parijs. In zijn tijd werd hij vergeleken met Nabokov en zelfs werd hij in diverse teksten over hem op internet de ‘Russische Proust’ genoemd. Bedrog is Felsens debuut. Het verscheen in 1930 in het Russisch, maar werd in zijn geboorteland verboden. Het is een driedelige roman met dagboekaantekeningen van een Russische immigrant in Frankrijk. Hij draait grotendeels om de obsessieve liefde van de (naamloze) verteller voor zijn muze Lyolya.
    Felsen werd in 1943 vermoord in Auschwitz-Birkenau en daarna zo goed als vergeten. Vertaler Hans Boland noemt de vernederlandsing van Bedrog in zijn naschrift ‘geen kattenpis’. Problemen vormden de onmogelijk lange zinnen, het veelvuldig gebruik van deelwoorden en het speciale woordgebruik van de auteur. ‘Met mijn vertaling van Felsen hoop ik (…) een – zij het minimale, maar nooit overtollige – bijdrage te kunnen leveren aan het behoud en de ontwikkeling van een Nederlands dat zich niet laat breidelen door formalisme maar houdt van zout in de pap en onvoorspelbaarheid. Want daaraan ontbreekt het de literatuur van de mooiste taal van de wereld naar mijn smaak te vaak’.

    Bedrog
    Auteur: Joeri Felsen
    Uitgeverij: Athenaeum

    Chain Gang All Stars

    Nana Kwame Adjei-Brenyah (1991) debuteerde in 2018 met de ook in Nederland vertaalde (in 2019) verhalenbundel Friday Black over racisme en ongeremde consumptie. Chain gang All Stars is zijn romandebuut. Het is een dystopie over de duistere kanten van Amerika. Niet zozeer een dystopie in de zin van een onheilspellende toekomst, maar als een gechargeerde kwaadaardige uitbeelding van het gevangenissysteem in Amerika gecombineerd met de bewondering voor extreme sports. In de gevangenis worden in het programma Chain-Gang All-Stars van het Strafrechtelijk Programma voor Entertainment door Langgestraften sportwedstrijden georganiseerd waarin veroordeelde moordenaars elkaar bevechten tot de dood erop volgt. De ultieme winst is de vrijheid. In de Amerikaanse huiskamers genieten de kijkers via een streaming van de bloedige gevechten. Twee van de vechters zijn elkaars geliefden die door de gevechten kans maken elkaar kwijt te raken. Maar de roman gaat ook over de vraag hoe je in dit geweld je menselijkheid kunt bewaren, terwijl de productiemaatschappij alles doet voor de kijkcijfers. De New York Times schreef in zijn recensie: ‘De maatschappij waarin [de veroordeelden] leven definieert hen door hun ergste daden, maar de schrijver van deze roman weigert dat’.

    Chain Gang All Stars
    Auteur: Nana Kwame Adjei-Brenyah
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 6 – 2023

    Victoriestad

    Salman Rushdie heeft juist deze week voor het eerst weer van zich laten horen sinds de aanslag op zijn leven augustus vorig jaar in een interview in de New Yorker. Veel over de aanslag en de aanslagpleger, een beetje over zijn nieuwste boek Victoriestad, dat voor de aanslag al geschreven was. Eigenlijk stond er een grote boektour gepland voor deze winter. Maar daar zal niks van komen. Zijn lichamelijke conditie is niet zo best. Hij is blind aan zijn rechteroog, zijn vingertoppen zijn gevoelloos. De grote vraag in het interview is of hij nog weer zal kunnen schrijven. Maar eerst is daar Victoriestad, een episch verhaal over een vrouw die een mythisch rijk tot leven ademt om er vervolgens in de loop der eeuwen door vernietigd te worden.

    In de nasleep van een veldslag tussen twee vergeten koninkrijken in het veertiende-eeuwse Zuid-India heeft een negenjarig meisje een goddelijke ontmoeting. Nadat haar moeder gedood is, wordt het negenjarige meisje Pampa Kampana een medium voor de godin die door de mond van het meisje begint te spreken. De godin verleent Pampa Kampana krachten die het begrip van het meisje te boven gaan en vertelt haar dat ze een rol zal spelen in de opkomst van een grote stad genaamd Bisnaga – letterlijk ‘victoriestad’ – het wereldwonder.

     

    Victoriestad
    Auteur: Salman Rushdie
    Uitgeverij: Pluim

    Een mens valt uit Duitsland

    De in 1908 in Berlijn geboren Kurt Lehmann vluchtte in 1934 naar Nederland. Daar verscheen bij Querido, in die tijd uitgever van emigrantenliteratuur, zijn boek Ein Mensch fällt aus Deutschland. Dat het boek hier werd uitgegeven had hij te danken aan Menno ter Braak, die bleef aandringen toen Querido het manuscript in eerste instantie had afgewezen. Lehmann schreef het boek  onder het pseudoniem Konrad Merz, waardoor de Duitsers ook lang niet wisten dat hij de auteur was. Merz verklaarde de titel als volgt: ‘Mijn vader is voor Duitsland gevallen [hij kwam om in de Eerste Wereldoorlog], zijn zoon is uit Duitsland gevallen.’

    Menno Ter Braak recenseerde het boek in 1936 in Het Vaderland en vergeleek Merz daarin met Heinrich Heine om hun beider vermogen om culturen met elkaar te verbinden. Het met Berlijnse humor geschreven Ein Mensch fällt aus Deutschland was volgens hem geschreven op de grens van twee landen: ‘Dat is ook de reden waarom men deze lotgevallen van een Duitser, die naar Nederland moet vluchten, beschouwen kan als een werk van Europese betekenis’.
    Er kwamen al snel Nederlandse vertalingen, maar de bekendste daarvan is de latere Een mens valt uit Duitsland van Lore Coutinho uit 1979. Van deze is nu een herdruk verschenen.

    Een mens valt uit Duitsland
    Auteur: Konrad Merz
    Uitgeverij: Cossee

    Ik zal alles verdragen, ook mezelf

    ‘Gisteren avond kreeg ik de mededeling dat mijn dochtertje, Raphaëla, overleden is. Het was haar geboortedag, want ze is op 3 januari 1947 ter wereld gekomen. Ik heb haar de naam gegeven van de schilder der idealen, van de zon en het licht, van de zoetste harmonie. Ze mocht niet lang bij haar moeder blijven, die geestesziek naar een gesticht voor zenuwlijders ging. Ik heb Raphaëla, dochter van mijn dromen, in een kinderkribbe moeten doen. Ze had haar eigen kleedjes niet meer. Ze werd een nummer en ze trok zo op mij, met haar grote, bange oogjes. En nu is ze gegaan, zonder een glimlach, zonder een glimpje liefde, gestorven in een vreemde wereld, verwelkt voor haar ontluiken. “Het is maar een wicht van drie maanden”, zegt men, “troost u dus”. Ik kan geen troost vinden, want met haar ging iets schoons en goeds van mezelf. De nacht heeft dit glimpje licht opgeslorpt, mij nu nog meer alleen latend.’

    Dit schreef Leopold Flam op 4 april 1947 in zijn dagboek. Flam (1912-1995) was een Belgische filosoof met een indrukwekkende bibliografie. Hij was kind van analfabetische joodse ouders en leerde zichzelf vanaf zijn achtste jaar in barre armoede in Antwerpen lezen. Hij overleefde Buchenwald en een werkkamp. Van 1925 tot 1957 schreef hij bijna obsessief brieven en dagboeken die zeer intiem zijn. Een selectie daaruit is door Kristien Hemmerechts en Guido van Wambeke uitgegeven in het lijvige Ik zal alles verdragen, ook mezelf. Ze leveren ook toelichtingen op de tekst.

     

    Ik zal alles verdragen, ook mezelf
    Auteur: Leopold Flam
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 5 – 2023

    Bij de buren

    De introverte, twijfelende Julia, tegen de veertig, is met haar man vanuit de stad verhuisd naar een dorp aan het Noord-Oostzeekanaal, waar het leven minder duur en hectisch is. Ook hoopt zij dat hun kinderwens alsnog wordt vervuld.

    Julia heeft in het dorp een keramiekwinkel met onlineshop en is een van de twee personages vanuit welk perspectief Bij de buren wordt verteld. Het andere is Astrid, een 60-jarige huisarts die een opvolger voor haar praktijk zoekt en zich zorgen maakt over haar oude tante met verschijnselen van dementie.

    Om de beurt doen Julia en Astrid verslag van hun levens en gevoelens, tegen de achtergrond van een leegstaand huis waaruit een gezin plotseling spoorloos is verdwenen. Het leegstaande huis wordt het middelpunt van de buren. De personages zijn vreemden voor elkaar, ze cirkelen om elkaar heen op zoek naar geborgenheid en intimiteit maar trekken zich toch weer terug in hun eigen innerlijk. De hele dorpsgemeenschap heeft geheimen en verlangens en wordt voortdurend geconfronteerd met angst, die nog wordt gevoed als in de tuin van het leegstaande huis een mysterieus kind verschijnt. Ook met afbrokkelende huizen, ontmoetingen met doden, mysterieuze observaties en anonieme brieven en boodschappen brengt Bilkau een griezelig aspect in het verhaal.

    Kristine Bilkau werkt als journalist voor verschillende bladen. In 2015 debuteerde ze met de roman De gelukkigen. Begin 2019 verscheen Een liefde, in gedachten en nu is daar Bij de buren.

    Bij de buren
    Auteur: Kristine Bilkau
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee 2023

    Geheugen, geschiedenis, beschaving – Lofzang op de bibliotheek

    Mira Feticu (1973) is een Roemeens-Nederlandse schrijfster. Ze studeerde in Boekarest Roemeense en Franse letteren en Vergelijkende literatuurwetenschap. Al jong schreef ze gedichten en later proza. Aan de universiteit leerde ze haar Nederlandse man kennen, voor wie ze in 2003 naar Nederland kwam, waar ze de taal opnieuw moest leren. Ze liep een taalstage bij de Openbare Bibliotheek in Den Haag.

    Haar liefde voor boeken en literatuur komt tot uiting in Geheugen, geschiedenis, beschaving – Lofzang op de bibliotheek. Een bibliotheek is voor Feticu een verheven oord van kennis en inzicht, waar lezers boeken en hun schrijvers treffen, en schrijvers hun lezers vinden. ‘Er is geen betere plek in een land van adoptie voor iemand die zijn boeken achterliet dan de bibliotheek,’ schrijft ze.

    In Roemenië werkte Feticu als radiomaker en publicist, net als in Nederland. Zij bespreekt vooral culturele en sociale onderwerpen. Sinds 2008 publiceerde ze zes boeken in het Nederlands, waaronder het goed ontvangen Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal. Feticu is ook producent bij de Haagse literaire show Literatuur Late Night. Voor de Roemeense Academie van Wetenschappen verricht ze literair onderzoek en ze zit in de redactie van het Algemene Woordenboek van de Roemeense Literatuur. Nederlandse media nodigen Feticu geregeld uit bij onderwerpen op het gebied van Roemenië en Oost-Europa.

    Tijdens het schrijven van Geheugen, geschiedenis, beschaving overleed haar man en is ze ‘veranderd van iemand die Medea wilde schrijven, in iemand die een boek over Orpheus schrijft.’ Daarmee werd het boek behalve voor de bibliotheek ook ‘een klein requiem’ voor hem.

     

     

    Geheugen, geschiedenis, beschaving - Lofzang op de bibliotheek
    Auteur: Mira Feticu
    Uitgeverij: Uitgeverij De Geus 2023

    Shotgun wedding

    Op 18 september 2019 werd stafrechtadvocaat Derk Wiersum voor zijn huis in Amsterdam doodgeschoten. Wiersum was de advocaat van een kroongetuige in een groot proces tegen een criminele organisatie. De daders voerden de moord in opdracht uit en met voorbedachten rade. Wiersums beste vriend Lucas Hirsch, die in de nacht voor de moord nog met hem appte, schrijft in de roman Shotgun wedding zijn gevoelens van rouw en verdriet van zich af.

    Dichter Lucas Hirsch zoekt in Shotgun wedding naar de taal die weer kan geven wat er precies met zijn vriend is gebeurd en welk effect dat op hem heeft. Wat vriendschap en liefde betekenen. Zijn stijl is poëtisch, zijn klaagzang niet minder rauw. ‘September is sinds vorig jaar voor altijd van jou, en dus een dode maand,’ schrijft hij. Hirsch probeert woorden te vinden om zijn emoties weer te geven, maakt een lijstje met pijn- en angstmetaforen. ‘Maar de woorden dekken na een jaar nog steeds de lading niet. (…) Ik ben stuk. Wat ik ook probeer, een gedicht zit er niet in.’ Uiteindelijk berust hij in het feit dat zijn beste vriend er nooit meer zal zijn.

    Hirsch studeerde Amerikanistiek en werkte in het bedrijfsleven. Onderwijl dichtte hij en publiceerde een aantal bundels. Hij was huisdichter van Museum De Hallen in Haarlem, draagt voor op literaire festivals in binnen- en buitenland en verbleef een aantal maanden in onder andere New York voor het schrijven van de dichtbundel Wu wei eet een ei. Hirsch geeft ook workshops over dichten. Shotgun wedding is na De weinigen (2019) zijn tweede roman.

     

    Shotgun wedding
    Auteur: Lucas Hirsch
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers 2022
  • Oogst Week 47 – 2022

    Bekentenissen

    Toen in 2008 Bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau verscheen in de statige Perpetuareeks van Uitgeverij Polak & Van Gennep met de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur, schreef  cultuurfilosoof Doorman in de Volkskrant een prikkelende beschouwing die zo begon: ‘Dat Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) in de kookketel plaste van Mme Clot, was zeker een kwajongensstreek. Dat hij als leerjongen bij een graveur asperges begon te stelen, en appels en gereedschap, is onder het strenge regime van zijn meester ook wel begrijpelijk. Dat hij als jong-volwassene op donkere plaatsen de potloodventer uithing, en vervolgens bij een put waar meisjes altijd water haalden, is op zijn minst opmerkelijk, evenals de diefstal van flessen witte wijn een paar jaar later, bij de familie waar hij dan huisleraar is. Vooral omdat hij telkens zo hoog opgeeft van eerlijkheid en rechtschapenheid. En wanneer je merkt dat deze grote filosoof er op den duur in slaagt met werkelijk iedereen ruzie te krijgen, zelfs met de beminnelijke Diderot, en zich door iedereen achtervolgd waant en tenslotte ook door iedereen daadwerkelijk wordt verstoten en verjaagd, laten zijn Bekentenissen je niet meer los’.
    Van die editie uit 2008 is nu een herdruk uitgekomen. Maarten Doorman schreef er een Voorwoord voor. Bekentenissen is de eerlijke, niets verhullende autobiografie van de Verlichtingsfilosoof Rousseau, die pas na diens dood verscheen. Bekend is de beginzin ‘Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.’ Die bewering was niet helemaal waar, want na Bekentenissen voelden velen zich geroepen dergelijke terugblikken op hun leven te schrijven.

    Bekentenissen
    Auteur: Jean-Jacques Rousseau
    Uitgeverij: Polak & Van Gennep

    Dans om het hart

    De joodse Dola de Jong (1911-2003) werd geboren in Arnhem, maar vluchtte in 1940 al voor de Duitse inval in Nederland naar Amerika na een antisemitische ervaring toen ze collecteerde op de Albert Cuyp. Later kwam ze nog wel enkele jaren terug in haar geboorteland, maar ze voelde zich daar niet meer thuis. Ze bleef af en toe nog wel in het Nederlands schrijven. In 1939 verscheen van haar Dans om het hart. De Jong was in die tijd naast schrijver balletdanseres. In de heruitgave bij Cossee siert opnieuw een linosnede van een danseres het omslag. Mirjam van Hengel schreef een nawoord.
    Van Hengel is ook de auteur van Dola. Over haar schrijverschap en de hele mikmak.  Daaruit: ‘Ja, misschien gedroeg ze zich als verloren dochter. Ze verliet haar hele familie, van de ene dag op de andere. Maar dat was niet haar wens geweest, niet echt. Ze had oprecht geprobeerd iedereen mee te krijgen: haar vader, haar stiefmoeder, haar broer Hans en haar lievelingsbroer Jan, die net als zij bezig was in Amsterdam een leven op te bouwen ver weg van het Arnhem waar ze waren opgegroeid.  Ze had geprobeerd haar familie de schellen van de ogen te trekken’.
    Enny, één van de personages uit Dans om het hart leeft volgens Van Hengel, zoals Dola gedaan moet hebben: ‘eerzuchtig, verwachtingsvol, onrustig’.

    Dans om het hart
    Auteur: Dola de Jong
    Uitgeverij: Cossee

    Gevangenispost

    Stichting Blocnotes zet zich sinds 2020 in voor ‘enpowerment en talentontwikkeling van mensen in gevangenissen door hen creatief te leren schrijven. Tien gedetineerden werden daarvoor gekoppeld aan evenzoveel bekende Nederlandse auteurs met wie ze een briefwisseling opzetten. De bekendste onder hen zijn Huub van der Lubbe, Lale Gül, Thomas Verbogt, Hannah van Binsbergen, Marjolijn van Heemstra, Raoul de Jong en Christine Otten. Vorige week verscheen een groot deel van die correspondentie in boekvorm onder de titel Gevangenispost. In de stukken komt het menszijn in de breedste zin aan de orde; gedetineerden en schrijvers inspireerden elkaar tot proza en poëzie. Om privacyredenen staan de eersten er allen met hun voornaam in.

    Gevangene Bram (schrijvend aan Huub van der Lubbe) opent de verzameling: ‘Het voelt alsof je thuis bezoek hebt en dat bezoek gaat maar niet weg. Echte nieuwe herinneringen zijn zeldzaam, ze zijn er wel maar af en toe. De oude herinneringen worden kunstmatig beademd. Het is een plek waarvan ik wel eens denk: waar is de nooduitgang? Ook is het een plaats waar je niet direct met de deur in huis kunt vallen. Het vaste moment van luchten is een uur per dag. Dat is niet het beste voor een mens. Het laat je wellicht iets meer voelen hoe de legbatterijkip zich voelt. Je aansteken met corona lukt aardig, het aansteken met kennis haast niet’.

     

    Gevangenispost
    Auteur: Bram & Huub van der Lubbe, Amar & Lale Gül, Richard & Thomas Verbogt, Frank & Hannah van Binsbergen, Rino & Marjolijn van Heemstra, Jamal & Pelumi Adejumo, Melvin & Ronelda S. Kamfer, Job & Raoul de Jong, Mo & Christine Otten, Khalil & Peer Hommel
    Uitgeverij: De Geus
  • Oogst week 36 – 2022

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.

    Filosoof Eva Meijer heeft zich verdiept in de rol van stilte in de politieke samenleving en daarover het essay Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes geschreven.
    De veelzijdige filosoof Meijer is op velerlei gebiedt creatief. Ze maakt tekeningen, kunstprojecten, schrijft liedjes, treedt op, fotografeert, schrijft essays, verhalen, romans en artikelen. Dieren staan in haar werk centraal plus de vraag wat het is om mededier – mens – te zijn. Taal is daarbij een instrument dat niet alleen door mensen wordt gebruikt, zo betoogt Meijer. Ze liet dat onder meer zien in haar boek Dierentalen (2016).

    Het politieke discours lijkt in toenemende mate afhankelijk van het taalgebruik. Wie het meest ad rem is wint het publieke debat en luide stemmen krijgen vaak de meeste aandacht. Wat er gezegd wordt is dan van ondergeschikt belang, net als op sociale media waar iedereen bijna alles kan roepen wat hij wil. Er is ook stilte, zegt Meijer. Die kan onderdrukken, maar kan ook stil verzet zijn, of deelname aan een gesprek via luisteren. In Verwar het niet met afwezigheid onderzoekt Meijer verschillende soorten politieke stiltes en schetst ze contouren voor nieuwe politieke omgangsvormen en de rol van morele dilemma’s.

    Verwar het niet met afwezigheid. Over politieke stiltes.
    Auteur: Eva Meijer
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    De fiscalist

    De fiscalist beschrijft een man, de fiscalist Anton, die in zijn verbleekte leven op zoek gaat naar echt contact. Zijn huwelijk stelt weinig meer voor en zijn werk is meer een dagelijkse sleur dan dat hij het succesvol kan noemen. Hij beseft dat hij eigenlijk hulp nodig heeft, maar in plaats van een psycholoog te bezoeken of zelfhulpboeken of -websites te raadplegen zoekt hij het in contacten via zijn telefoon. Hij merkt al snel dat het hem weinig oplevert.

    Dan richt hij zijn aandacht op Mila Kaufman, de dochter van een van zijn klanten. Deze Kaufman bezit talloze panden in Amsterdam en Anton is voor hem en de familie behalve belastingadviseur ook een vertrouwenspersoon. Mila weet niets van Antons adoratie. Hij laat zich steeds verder gaan en ziet in haar de vrouw die hij zich zou wensen maar die zij niet is. Ze wordt een obsessie. Om zijn rusteloosheid onder controle te krijgen spreekt hij voor zichzelf voicemails in. Gaat dit Anton helpen zijn leven te herscheppen of raakt hij verder verwijderd van de realiteit?
    De fiscalist is gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarin Ariëlla Kornmehl zelf de hoofdrol speelde.

    De fiscalist
    Auteur: Ariëlla Kornmehl
    Uitgeverij: Uitgeverij Ambo Anthos

    Rombo

    Het is 1976. In het noordoosten van Italië vindt tweemaal, in mei en in september, een hevige aardbeving plaats. De aardverschuivingen zijn enorm. Bijna duizend mensen vinden de dood onder de puinhopen, tienduizenden mensen worden dakloos en velen verlaten voor altijd hun vertrouwde omgeving. Er ontstaat een nieuw landschap waarin de kracht van het natuurgeweld zichtbaar is. Minder zichtbaar is het menselijk trauma, de taal ervoor is niet zo gemakkelijk te vinden. Maar in Rombo, de nieuwe roman van Esther Kinsky, komen zeven mensen aan het woord over de gebeurtenissen van toen.

    Ze wonen in een afgelegen bergdorp waar de aardbeving behalve in het landschap ook in de geesten van de mensen littekens heeft achtergelaten. Langzaam leren deze mannen en vrouwen woorden te geven aan de gevoelens die hun toen verpletterde levens zijn gaan beheersen. Verlies en angst kennen allen, maar de individuele herinneringen brengen ook diepere en oudere pijnen boven. Kinsky maakte er ontroerende en beklijvende verhalen van.

    Rombo
    Auteur: Esther Kinsky
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Oogst week 19 – 2022

    Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein

    Al in 1995 kreeg historicus Hans Goedkoop, bij een groter publiek misschien het meest bekend van het TV-programma Andere Tijden, de opdracht de bibliografie te schrijven van Renate Rubinstein. Zij zal bij velen het bekendst zijn door de columns die ze jarenlang schreef voor Vrij Nederland. Toen ze in 1990 stierf kreeg de wereld uit een nagelaten manuscript te horen dat ze een geheime relatie had gehad met Simon Carmiggelt. Het was niet de enige ervaring uit haar leven die ze verzwegen had. Vooral over haar oorlogservaringen als kind liet ze weinig los. Over die vroegste jaren van Rubinstein gaat het pas verschenen Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein. Het boekje telt amper 160 pagina’s maar is meer dan een opwarmertje voor de komende biografie.
    Het boekje opent met een voorval uit 1979 toen de schrijfster bijna vijftig was. Een astrologe concludeerde op grond van de horoscoop van Rubinstein dat ze wel iemand moest zijn die alleen maar schrijfster kon worden, niet van boeken, maar van korte stukjes. Het verbaasde Rubinstein, die altijd zo sceptisch stond tegenover astrologie, hoezeer dat klopte. Tot bleek dat de sterrenwichelaar zich had vergist.
    ‘Zij was door bedrog omringd’, schrijft Hans Goedkoop verderop in het boek.

    Vaderskind. De oorlog van Renate Rubinstein
    Auteur: Hans Goedkoop
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Identitti

    In Identitti, de debuutroman van de Duitse Mithu Sanyal, die als journaliste vaak schrijft over thema’s al vrouwenemancipatie, postkolonialisme, racisme en identiteit, zijn de protagonisten professor Dr. Sarawati en haar studente Nivedita. Deze studente ontdekt dat de door haar bewonderde Sarawati zich als Indiase voordoet maar in werkelijkheid een Duitse witte vrouw is die haar huid heeft laten kleuren. Het wordt een schandaal.
    Nivedita heeft een blog met de naam Identitti waarin ze echter niet klakkeloos met de schandaalroepers meegaat. Voor haar werpt de kwestie vragen op over haar persoonlijke conflict tussen bewondering en het gevoel bedrogen te zijn. En, nog fundamenteler, gaat ze zich vragen stellen over wat eigenlijk iemands identiteit bepaalt. Zowel de fictieve Nivedita als de auteur Mithu Sanyal hebben zelf Indiaas bloed in de aderen.

    Identitti
    Auteur: Mithu Sanyal
    Uitgeverij: Cossee

    Borsten en eitjes

    Time nam het boek op in de Top 10 van beste boeken uit 2020: Borsten en eitjes van de Japanse Mieko Kawakami.
    Nu is er een Nederlandse vertaling. De titel heeft alles te maken met de drie belangrijkste vrouwen in het boek.  Allereerst schrijfster Natsu die in het land, Japan, waar ivf is verboden, een kind wil maar geen partner. Verder haar zus Makiko die haar borsten wil laten vergroten en Makiko’s dochter die worstelt met haar puberlichaam.
    De roman beweegt zich rond vragen over vrouwelijkheid, schrijverschap, moederschap en familierelaties. Natsu:  ‘Het is nu 2008. Als je me zou vragen of ik me nu, op mijn dertigste, bevind waar ik mezelf zag in het vage toekomstbeeld dat ik op mijn twintigste van mezelf had, dan zou ik daar volmondig nee op antwoorden (…)In mijn leven, dat lijkt op een kast in een oude boekhandel waar nog altijd de boeken staan die in mijn ouders’ generatie zijn geleverd, is mijn lichaam dat in tien jaar tijd compleet afgepeigerd is, het enige wat veranderd is’.

    Borsten en eitjes
    Auteur: Mieko Kawakami
    Uitgeverij: Podium
  • Nuchter vertelplezier bij de zoon van de kapper

    Nuchter vertelplezier bij de zoon van de kapper

    Simon vindt het als kapper al gauw goed. De hoofdpersoon uit de nieuwe roman van Gerbrand Bakker, De kapperszoon, knipt, scheert en zwemt. En of hij nu scheert met een mes of met een tondeuse maakt hem niet zoveel uit. Met een dode vader, ook kapper, omgekomen bij de vliegramp op Tenerife in 1977, was hij wel voorbestemd om kapper te worden. Hij draait een beetje rond in cirkels en toont weinig initiatief in zijn leven – indolent noemt zijn moeder het – tot hij gaat graven in het verleden.

    In de Jordaan heeft Simon een eenmanszaakje waar hij bijna alleen maar mannen knipt en af en toe neemt hij er ook eentje mee naar huis. In zijn slaapkamer heeft hij een poster hangen van de Russische zwemmer Aleksandr Popov die vroeger zijn idool was. Tegenwoordig komt Simon alleen nog in het zwembad om zijn moeder op zaterdag te helpen geestelijk gehandicapten te begeleiden.
    Als kapper vindt hij een handjevol klanten wel genoeg, dan draait hij het bordje van zijn zaak Chez Jean al snel weer op Fermé. Met andere mensen omgaan kost hem energie. Na een opmerking van een klant over vliegrampen gaat Simon, nu nieuwsgierig geworden, op internet op zoek naar de feiten over de vliegramp op Tenerife. Zijn moeder praat er bijna niet over.

    Simon kent zijn vader alleen van wat foto’s omdat deze om het leven kwam toen zijn moeder nog zwanger was. Naast het werk in zijn kapsalon rommelt Simon meestal maar wat aan, kookt en leest een beetje. ‘Knippen en scheren, eten en drinken, zwemmen. Dode onbekende vader, licht hysterische moeder. Nooit een vaste vriend gehad.’ Hij heeft een paar regelmatig terugkerende klanten, waaronder zijn opa en een naamloze grijsharige schrijver. In de figuur van de naamloze schrijver kunnen we Bakker zelf herkennen. Hij heeft namelijk bekende boeken als Beneden is het kil en Amandelbomen bloeien rood geschreven. De schrijver raakt geïntrigeerd door het verhaal van de vader van Simon en gaat ermee ‘aan de haal’.

    Behalve de belevenissen van Simon vertelt Bakker tussendoor het daar parallel aan lopende verhaal van de vader. Volgens zijn opa lijkt Simon erg op zijn vader; net als Simon gleed ook hij geruisloos door het leven. Zonder er goed over na te denken stapte hij op een dag in dat bewuste vliegtuig naar Tenerife.

    Het alledaagse

    Simon communiceert als kapper voornamelijk met zijn handen. Hij kan het vaak niet laten even langs een nek te strijken en na het knippen geeft hij soms extra hoofdmassages. Praten tijdens zijn werk is meer iets voor andere kappers, vindt hij. Bij hem blijft het beperkt tot tussenwerpsels als goh, oh ja en hm. Andere mensen zijn voor Simon eerder een bron van onzekerheid: ‘Mensen, je weet nooit wat ze echt willen, wat ze werkelijk bedoelen.’ Hij wordt dan ook in grote verlegenheid gebracht als een van de jongens uit zijn moeders zwemklas zich op een dag in het zwembad aan hem vastklampt. Niet wetend wat hij ermee moet slaat hij op de vlucht. Maar hij kan de blik van deze Igor niet van zich afzetten en kan het niet laten licht opgewonden te worden. De jongen doet hem denken aan het lichaam van Aleksandr Popov. Zijn schoonheid brengt hem in verlegenheid. ‘Wie heeft bedacht dat iemand zo mooi moet zijn?’

    Wars van metaforen speelt de actie zich bij Bakker voornamelijk af in de handelingen. Het alledaagse spreekt voor zichzelf en de karakters zijn geloofwaardig zoals ze tijdens een bezoek aan de kapper of in het café spreken. De nuchtere vertelwijze draagt veel bij tot het leesplezier. De schrijver in het verhaal merkt op een gegeven moment op dat witregels zo belangrijk zijn. ‘Want daardoor kun je een lezer zich alles voor laten stellen, maar er staat dus feitelijk niets. Je kunt je daar altijd op beroepen: er staat hier niets. Het is verbeelding.’ Zo wordt een groot deel van het verhaal over de vader van Simon ook aan de verbeelding overgelaten. Het rommelige en onafgemaakte aspect van de ramp neemt hier de overhand. Bakker zoomt hiermee in op de gevolgen van de ramp voor de nabestaanden. Zo is de vader van Simon nooit geïdentificeerd.

    Vertelplezier

    Met het Popov-korte haar van Igor, de bingo van Miss Windy Mills en de rare tweets die Simon de wereld in stuurt heeft Bakker een levendige wereld geschapen in De kapperszoon. Vol met onderhuidse spanning en knap opgezette zijverhalen. Het levert indrukwekkende vertellingen op, onder andere van de overlevenden van de vliegramp waar Simon op internet over leest. De rol van de schrijver en zijn verhouding met de barman zorgen voor de nodige lichte toon. Het voegt een speels aspect toe, terwijl de schrijver in het verhaal fictie maakt van de geschiedenis van Simons vader. De verschillende elementen worden op natuurlijke wijze met elkaar verbonden. Alleen in het laatste hoofdstuk, als de plotlijnen samenkomen, neemt het verhaal een dramatische en abrupte wending. Op zijn zachtst gezegd is het nogal een cliffhanger waardoor het boek een open einde krijgt.

    Ondanks dit abrupte einde is De kapperszoon een begeesterende Vatersuche. Met groot vertelplezier zet Bakker zijn verhaal op en hij neemt zichzelf nooit te serieus, zoals in het nawoord waar hij ‘verantwoording’ aflegt voor de researchportie van het boek. Hij heeft waarschijnlijk het nodige gemeen met zijn hoofdpersoon. Zoals Simon zegt: ‘Mensen doen gewoon dingen. Er gebeuren dingen. Klaar.’