• Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Na de verdoving

    Na de verdoving

    Waarom lezen we? Onder andere om te verdwijnen, te leren, te begrijpen, te verplaatsen en om te herkennen… Herkenning in een boek is een kwaliteit, een besef dat je niet alleen staat, dat je niet uniek bent en in het geval van de memoir Beladen huis van Christien Brinkgreve legt deze herkenning zaken bloot die ontegenzeggelijk in veel relaties spelen, verschillen tussen mannen en vrouwen die soms onoverbrugbaar zijn.

    In Beladen huis beschrijft Brinkgreve het verhaal van haar huwelijk met Arend Jan Heerma van Voss, die in februari 2022 na een lang ziekbed stierf. Ze gebruikt hun huis, dat langzaam dichtslibde met zijn spullen en ‘beladen’ is geraakt, als een metafoor voor de tragiek van hun relatie en de vervreemding van elkaar. ‘De staat van verwaarlozing van het huis drong in de tijd daarna pas goed tot me door. Ik zag de scheuren in de muren, de afgebladderde muren in de wc, de uitpuilende boekenkasten in de gang die slechts een klein looppad toelieten. De stapels oude kranten en tijdschriften, de dozen met spullen waarop jarenlang niemand meer een blik had geworpen.’

    Overgeleverd

    Brinkgreve’s memoir begint met de herinnering aan de begrafenis van A zoals ze haar man Arend Jan door het hele boek heen noemt. Dat werkt goed en geeft haar enige afstand tot het onderwerp. Langzaam ontwaakt ze uit haar verdoving en begint met hulp het huis een beetje op te ruimen, leefbaarder en weer eigen te maken. Daarmee komen de herinneringen aan en anekdotes over een gelukkig huwelijk dat gaandeweg steeds moeizamer wordt, bovendrijven.

    Ze ontmoetten elkaar eind jaren zeventig, toen Brinkgreve met de socioloog Bram de Swaan samenwerkte en A voor de Haagse Post schreef, voordat hij daar hoofdredacteur werd. Het was liefde op het eerste gezicht, al merkte Brinkgreve er bij hem weinig van, schrijft ze. Ze bewonderde hem, zijn scherpe geest en humor. Later begreep ze dat hun ontmoeting een trigger was ‘om zijn in zijn ogen vastgelopen huwelijk achter zich te laten.’

    Ze gingen samenwonen in haar huis in de Noorderstraat in Amsterdam, dat ze tot haar grote spijt heeft verkocht. ‘Ik gaf uiteindelijk toe: na twee jaar verzet zwichtte ik voor zijn druk om het huis te verkopen. Ik veronachtzaamde daarmee, in de taal van later, mijn eigen grenzen. Dat was ik gewend, overgeleverd als ik me als kind voelde aan de wanhoop van mijn bij vlagen angstige en depressieve moeder.’

    Het huis als metafoor

    De ervaren socioloog Brinkgreve las veel boeken (gezien de lijst achterin) over rouw en relaties en citeert daar soms uit, woorden die haar onderzoek ondersteunden. Ze komt tot inzichten en zoekt naar antwoorden die raken aan haar verhaal van onvermogen om haar man te bereiken. Waarom was ze als geëmancipeerde vrouw, hoogleraar vrouwenstudies, een intellectueel en één van de eerste moeders met een veeleisende baan, niet in staat om haar man, die er toch ook moderne denkbeelden op nahield, te weerstaan? Waarom keerde hij zo naar binnen op het depressieve af, vooral na zijn pensioen? In hoeverre werkten de patronen van hun jeugd door in hun volwassen leven? En de hamvraag: Waarom ging ze niet bij hem weg? ‘Er was veel wat me bond. Maar het was ook angst die me weerhield om weg te gaan. Het opbreken van vertrouwde paden vroeg om een onverschrokkenheid die ik toen niet had.’

    Het huis als metafoor van de tanende relatie komt wel het best tot uiting in de kelder die jarenlang ondergelopen staat. Spullen verweren en vallen uit elkaar. A kan het niet opbrengen om er iets aan te doen en onbegrijpelijkerwijs laat ook Brinkgreve het gebeuren. Het zegt alles over de moedeloosheid waarin de relatie zich bevond.

    Ze beschrijft de laatste maanden van zijn ziekbed indringend, de zware sfeer, het onvermogen om elkaar te bereiken is schrijnend. Toch blijkt, als ze de moed vindt om tijdens het opruimen hun emailuitwisseling van jaren geleden te herlezen – zij zit boven in haar werkkamer, hij beneden achter zijn laptop in zijn kamer – dat er wel degelijk een vorm van contact was. Ze herkent zijn heldere argumentatie en betrokkenheid in zijn schrijven. Het is tragisch dat ze het gesprek nooit konden voeren terwijl ze elkaar in de ogen zagen.

    Een boos boek is ongepast

    Ze kon niet tegen hem op, verzucht ze op twee-derde van het boek. ‘Hij was zo bepalend, door zijn stemmingen, de scherpte van zijn woorden, zijn oordelen.’ Uiteindelijk was hij ook slachtoffer van zijn opvoeding. Of zoals Brinkgreve het zo mooi verwoordt: ‘Ik zie ook de karrensporen oplichten die A ondergronds hebben getekend. Het spoor van zijn angst overweldigd te worden door het massieve verdriet van zijn moeder, en zijn angst verlaten te worden.’ Hun band was belast met A’s angst verlaten te worden. Zelfs als ze thuis was en boven in haar werkkamer zat, voelde ze zijn verwijtende blik. Een trauma dat in zijn jeugd ontstond toen zijn vijf jaar oudere zusje Dokie, aan wie hij erg gehecht was, stierf aan de gevolgen van een ongeluk. Dit psychologisch besef komt pas op het einde van het boek aan bod. Brinkgreve ziet de dood van zijn zusje als de oorzaak van veel onverwerkt zeer.

    Tijdens het schrijven van Beladen huis vraagt Brinkgreve zich vaak af wat voor soort boek het moet worden. Geen boos boek, dat is ongepast en oninteressant. ‘Het is ook niet mijn overheersende gevoel: de verwondering heeft het inmiddels gewonnen van het verwijt, de compassie overstemt de woede.’ Het is een persoonlijk boek geworden over rouwverwerking en inzichten vergaren. ‘Dat het een boek over rouw was werd voor mij steeds voelbaarder. Over rouw die bemoeilijkt werd door het ontbreken van een afscheid.’

    Brinkgreve meandert door de tijd van haar huwelijk, werk, ouders, kinderen, vakanties, vrienden en het huis. Onvermijdelijk werkt dat hier en daar wat herhaling in de hand. Bovendien blijft A’s karakter soms wat algemeen. Hij is het dode paard waaraan het moeizaam sjorren is, zegt een vriendin. Meermalen vertelt Brinkgreve dat A scherp is in zijn argumentatie, dat ze houdt van zijn humor. Daarvan had ze best wat meer voorbeelden kunnen geven. ‘Dat kan dus, die sterke afwisseling in één persoon van lichtheid en humor en aan de andere kant zwaarmoedigheid. Ik ben blij dat ik ook deze lichte momenten weer terugkrijg: (…) Ik mis zijn humor, zijn onverwachte en vaak rake opmerkingen. Het valt me moeilijk er één persoon van te maken, zo verschillend als zijn kanten konden zijn. En zo abrupt de omslag.’

    Als ervaren schrijfster, sociologe en feministe weet Brinkgreve de problematiek van haar huwelijk breed te trekken. Ze raakt veel zijdelingse onderwerpen aan, waardoor het ook een universeel verhaal wordt, wat diepgang en leesplezier ten goede komt.

     

  • Oogst week 8 – 2025

    Uittocht uit Gaza

    Oktober 2023: na vijftien jaar lukt het de Belgisch-Palestijnse schrijver Fatena Al Ghorra eindelijk om haar familie in Gaza te bezoeken. Drie dagen na haar aankomst barst de hel los. Omdat ze haar ouders niet alleen wil laten besluit Al Ghorra in Gaza te blijven. Te midden van Israëlische bombardementen vlucht ze met haar familie naar het Al-Qudsziekenhuis, waar ze, samen met 12.000 anderen, een maand lang probeert te schuilen. Ondertussen wordt Gaza in puin geschoten, met duizenden doden tot gevolg, waaronder talloze kinderen. In Uittocht uit Gaza documenteert Al Ghorra deze vernietiging en de hoop die de vluchtelingen hardnekkig blijven koesteren, in brieven aan haar nichtje. 

    Fatena Al Ghorra (1974) is dichter en journalist, geboren in Gaza. Sinds 2009 woont ze in België, waar ze asiel aanvroeg, en sinds 2016 heeft ze de Belgische nationaliteit. In 2000 debuteerde Al Ghorra in het Arabisch met de dichtbundel Er is een zee tussen ons. Inmiddels staan er, naast haar laatste boek, Uittocht uit Gaza, vijf dichtbundels op haar naam. Haar werk is vertaald in het Spaans, Italiaans en Nederlands en in 2012 won ze de El Hizjra-Literatuurprijs. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 2014: Gods bedrog. Diverse scenario’s. Ook de dichtbundel erna, Neem dit lichaam, werd in het Nederlands vertaald.

    Uittocht uit Gaza
    Auteur: Fatena Al Ghorra
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas en Uitgeverij EPO

    Beladen huis

    In haar memoire, Beladen huis, kijkt Christien Brinkgreve na het overlijden van haar man terug op haar vastgelopen huwelijk. Niet wrokkig, met het doel een schuldige aan te wijzen, maar met verwondering en oprechte nieuwsgierigheid. Ze wil weten wat er met haar en haar man is gebeurd en wat dat te maken heeft met de traditionele rolpatronen die zij, net als veel vrouwen van haar generatie en de generaties erna, ontstegen dacht te zijn. Wat mooi begon, een verbintenis tussen twee mensen, eindigde in een dichtgeslibd huis vol kranten, boeken en zwaarmoedigheid. Brinkgreve maakt niet alleen de balans op van haar huwelijk, ze probeert ook haar man en zichzelf terug te winnen.

    Christien Brinkgreve (1949) is emeritus hoogleraar Sociale Wetenschappen. Naast haar werk aan de universiteit schrijft ze met het doel complexe problemen toegankelijk te maken voor een breed publiek, waaronder in 1992 De vrouw en het badwater: over de lusten en lasten van het moderne (vrouwen)leven, in 1999 Huismensen: essays en columns over vrouwen, mannen en kinderen en in 2006 Wie wil er nog moeder worden? Gedurende haar lange en diverse carrière is ze onder andere lid geweest van de wetenschappelijke begeleidingscie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en zat ze in de redactie van het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift. Brinkgreve woont in Amsterdam. 

    Beladen huis
    Auteur: Christien Brinkgreve
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De archeologie van het verlies

    Ook in Sarah Tarlows memoire, De archeologie van het verlies, gaat het over het verlies van een dierbare. In 2012, kort nadat ze als archeologe aangesteld wordt aan de universiteit, wordt haar partner Mark ziek. Een neurologische aandoening die ervoor zorgt dat hij snel steeds minder kan: niet meer autorijden, lopen, proeven, tot hij voor vrijwel alles afhankelijk is van de hulp van anderen, vaak van die van Tarlow. In haar werk aan de universiteit onderzoekt Tarlow hoe mensen in het verleden omgingen met verlies en het verdriet dat daarbij hoort. Toch is ze niet voorbereid op wat de ziekte en het overlijden van haar man met haar doen. Gewapend met wetenschappelijke kennis neemt ze haar ervaringen onder de loep. 

    Sarah Tarlow (1967) is een Britse archeoloog en academicus, die als hoogleraar Historische Archeologie verbonden is aan de Universiteit van Leicester. Tarlow geniet bekendheid met haar archeologische onderzoek naar dood en begrafenis. Haar onderzoek heeft betrekking op Groot-Brittanië en Noord-Europa. In 2012 werd haar de leerstoel Archeologie toegekend. Ze heeft meerdere wetenschappelijke werken gepubliceerd, waaronder Handbook of the Archaeology of Death and Burial (Oxford Handbooks) en van 2011 tot 2016 leidde ze Harnessing the Power of the Criminal Corpse, een onderzoek naar het beheer, de behandeling en het gebruik van lijken van criminelen in Groot-Britannië tussen de zestiende en de twintigste eeuw.

    De archeologie van het verlies
    Auteur: Sarah Tarlow
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Een andere wereld

    Een andere wereld

    Zelfs hij, die alle muziek
    bij naam en toenaam kende,
    wist niet wie zongen,
    noch de componist.
    Toch kende hij het stuk.

    Dit dichtte Willem Jan Otten in ‘De ene tel’ uit zijn nieuwste bundel Genadeklap. De hij is Ottens vader, blokfluitist Kees Otten, die bijkwam uit een coma, ‘volgend op gestorven zijn / en weer pneumatisch teruggebeukt.’ Hij had ‘daar’ een koor gehoord.
    Iets soortgelijks overkwam mij onlangs, ‘gewoon’ met twee benen op de grond, twee keer achter elkaar. De eerste keer hoorde ik op de radio een muziekstuk dat ik niet (her)kende, hoewel ik het overduidelijk leek te kennen. Een rare gewaarwording was dat. De tweede keer gebeurde het bij de als ‘muziek, geluidsontwerp’ omschreven toonband bij de toneelopvoering van Oedipus door Toneelgroep Amsterdam.

    Het eerste stuk, op de radio, bleek de eerste van zes Enigma’s te zijn op tekst van Leonardo da Vinci voor koor a cappella van de mij tot dan onbekende Oostenrijks-Zwitserse componist Beat Furrer (1952). Maar zoals dat gaat; eenmaal gehoord, kom je zijn naam daarna opeens overal tegen. Zo zal hij op 8 november dit jaar als dirigent van Klangforum Wien een eigen werk leiden in het Amsterdamse Muziekgebouw aan ‘t IJ. De radio zond dit ene Enigma uit in een uitvoering door het Helsinki Kamerkoor onder leiding van Nils Schweckendiek, ter gelegenheid van het feit dat Furrer de Ernst von Siemens Musikpreis 2018 had gewonnen, zeg maar de Nobelprijs van de muziek.
    Het tweede stuk, bij Oedipus, bleek muziek van de in Londen wonende sound designer Tom Gibbons te zijn, een naam die ik tot dan toe evenmin kende al klinkt er natuurlijk wel die van een collega-componist, Orlando Gibbons, in mee.

    Beide composities, van zowel Furrer als Gibbons, klonken nieuw en toch ook weer niet, alsof Mnemosyne haar werk had gedaan, de Griekse godin van het geheugen. En meer dan dat: alsof in het heden zowel verleden als toekomst meeklonken. Het werk van Furrer ademde tenslotte ook nog zoiets als het gedicht ‘Mondnacht’ van Joseph von Eichendorff:

    Es war, als hätt’ der Himmel
    Die Erde still geküßt.

    Muziek kan je immers, zoals Christien Brinkgreve in haar recent verschenen studie Het raadsel van goed en kwaad meteen aan het begin al schrijft, ‘meevoeren naar een andere wereld waar een gevoel van geluk heerst, van tijdloosheid, van bestaan en, tegelijk, opgaan in iets groters.’ Voor haar zijn dat Bachs Goldbergvariaties. Voor mij de afgelopen weken even de muziek van Beat Furrer en, in diens slipstream, Tom Gibbons.

     


    Els van Swol leest alles wat los en vast zit en slaat als het even kan geen toneelvoorstelling van Shakespeare over. Zij bezoekt regelmatig het concertgebouw waar ze dan weer over schrijft in haar columns.

  • Belang van het verhalen vertellen

    Belang van het verhalen vertellen

    Vertel, over de kracht van verhalen gaat in grote lijnen over de geschiedenis van de mens toen hij gaandeweg taal tot zijn beschikking kreeg en over de reikwijdte van deze ontwikkeling. Met “verhalen” bedoelt socioloog Christien Brinkgreve alles wat gezegd en geschreven wordt. Vanuit een sociologisch metastandpunt beschrijft zij in nauwkeurige formuleringen twee groepen verhalen: die van individuen en die van de context waarin zij leven. Aan de ene kant zijn er de privéverhalen en aan de andere kant de collectieve verhalen van maatschappij, organisaties, werkomgeving, sociaal domein en politieke en religieuze systemen, waarvan mensen met hun persoonlijke beleving deel uitmaken.

    In oude tijden beperkten de verhalen zich tot de relatief kleine groepen waarin mensen leefden; tegenwoordig overbruggen ze de hele wereld. Alle verhalen van de hedendaagse global village krijgen wij mee. Brinkgreve’s boek bestrijkt het hele scala van persoonlijk en openbaar leven, waardoor de lezer zijn eigen leven en dat van anderen op iedere bladzijde herkent. Ook in eerdere boeken, zoals Licht en schaduw en Vroeg mondig, laat volwassen,  laat Brinkgreve al zien hoezeer zij geïnteresseerd is in de persoonlijke verhalen van mensen, ingebed in de maatschappelijke omgeving.

    Doel van het vertellen van verhalen is om zowel grip te krijgen op de chaos in ons hoofd als om de wereld om ons heen te begrijpen, stelt ze. Oude verhalen, zoals die uit de bijbel en de Griekse tragedies, verhalen uit de antropologie, mythen, sagen en sprookjes ‘tonen voorbeelden en schrikbeelden over de verleidingen van het leven, richtlijnen voor goed en kwaad en regels voor hoe gemeenschappen dienen te leven,’ zo schrijft Brinkgreve.

    Verhaalgebieden die zij bijzondere betekenis toekent zijn onder meer de psychoanalyse en de roman. In de sociologie heersen de grote lijnen, de structuren en patronen van een samenleving. Maar the hot stuff underneath, citeert Brinkgreve Jonathan Franzen, komt uit de roman. ‘Dat is iets waar de sociologie niet bij kan of niet als wetenschappelijke kennis ziet.’

    Als voorbeeld waarin de hot stuff en de sociologie samenkomen neemt Brinkgreve de roman Badal van Anil Ramdas onder de loep en ze concludeert: ‘Er worden thema’s en motieven uitgelicht, uitvergroot, literair bewerkt, verwerkt in een verhaal dat inzicht geeft in verhoudingen, gedrag en emoties.’

    In vrijwel alle hoofdstukken benadrukt Brinkgreve het belang van het kunnen vertellen van eigen verhalen. ‘Het is de ultieme vernietiging als je niet meer kunt vertellen wat je hebt meegemaakt, omdat mensen het niet geloven, of niet geïnteresseerd zijn’. Een bewijs van haar gelijk stond in de Volkskrant van 4 augustus. Daarin schrijft een man over de depressie en zelfmoord van zijn vrouw: ‘Mijn vrouw […] wilde op deze manier niet verder leven. Daarom wilde ze niets liever dan praten over hoe zij in deze situatie terecht was gekomen en wat ze moest doen om er weer uit te komen. Daar bleek geen ruimte voor te zijn.’

    Vertel is ook een persoonlijk boek. Als kind al had Brinkgreve de drang om te willen weten en begrijpen. Het vertellen van verhalen hing daarmee voor haar gevoel samen, want wie zelf verhalen vertelde – zoals de jonge Christien deed aan haar zusje – ‘kan een andere orde creëren’. Tijdens haar studie sociologie miste ze de verhalen van mensen, omdat het in de wetenschap om metingen en getallen draait. En ze verhaalt over haar moeder die na een valpartij in het ziekenhuis terechtkwam en zo zwak werd dat zij niets meer wilde. Brinkgreve maakte toen dagelijks aantekeningen over symptomen en verloop, om, toen haar moeder weer sterker werd, haar de notities voor te lezen. Daardoor kon haar moeder invullen wat ze vergeten was in de maanden na de val.

    Ook maatschappijkritiek vinden we terug in Vertel. Via marxisme en communisme komt de schrijfster terecht bij ziekmakende systemen die mensen overbelasten, marginaliseren, ontdoen van betekenis. Vervreemding in arbeid ontstaat door automatisering oordeelt ze, door  hiërarchische structuren waarbinnen mensen weinig te vertellen hebben en het verlies van de band met het werk en het bedrijf waar ze werken. In het moderne kapitalisme zijn mensen ‘beroofd van een leidend verhaal’. Het kwaad ligt bij de neoliberale markteconomie.

    In heldere taal bewandelt Brinkgreve tal van kleine zijweggetjes en haalt ze er literatuur bij van gezaghebbende denkers die ook iets te zeggen hebben over het tot stand komen en het belang van de verhalen van mensen en welke plaats ze innemen in het grote verhaal van een samenleving. Een enkele keer leidt dat af van het overkoepelende betoog, meestal voegt het interessante wetenswaardigheden toe.

    Wat na lezing overblijft is de conclusie dat je maar beter niet te lang kunt geloven in een afgebakend verhaal, noch een persoonlijk verhaal, noch een collectief, omdat desillusie immer op de loer ligt. Er zijn altijd andere verhalen die andere waarden vertegenwoordigen en bovendien veranderen verhalen onder invloed van de tijdgeest.

    Vertel is een rijk boek. Iedere zin is de moeite waard om onthouden te worden, Brinkgreve verliest zich nergens in beweringen die er minder toe doen. Achter in het boek is behalve een literatuurlijst een uitgebreide verantwoording opgenomen van wie waarover is geraadpleegd. Uit die verantwoording kan de lezer die meer over de deelonderwerpen wil weten uitgebreid putten.

     

     

  • Oogst week 27

    Door Carolien Lohmeijer

    Van Alice Munro las ik tot nu toe alleen De liefde van een goede vrouw. Het maakte weinig indruk, maar ik geef dat met enige schroom toe omdat haar werk overal zo lovend wordt besproken, en zoveel mensen van haar boeken genieten. Het oeuvre van Munro is gelukkig groot. Er zijn voldoende andere titels te kiezen als ik nader kennis wil maken met de kwaliteiten van deze schrijfster. Munro’s boeken verschijnen al jaren bij Uitgeverij De Geus. Als laatste is daar is nu haar historische roman Levens van meisjes en vrouwen verschenen in een vertaling van Pleuke Boyce. Munro is vooral bekend als schrijfster van verhalenbundels; Van Levens van meisjes en vrouwen zou je kunnen zeggen dat het een verhalenbundel is die een roman is geworden, de hoofdpersoon, Della Jordan, komt in de verschillende verhalen steeds terug. Het is een coming out of age-roman die zich net na de Tweede Wereldoorlog afspeelt in Canada in de jaren veertig. Het gezin van Del Jordan verhuist van het platteland naar de stad. Daar wordt ze omringd door vrouwen: haar agnostische moeder, een pittige, wat bijzondere vrouw, haar moeders wellustige kostganger, en haar beste vriendin Naomi. Via hen en haar eigen ervaringen met seks, geboorte en dood ontdekt Del de donkere en zonnige kanten van het vrouw-zijn. Alice Munro, vertaling: Pleuke Boyce, Uitgeverij De Geus, 245 pagina’s, € 21,95

     

    VertelChristien Brinkgreve gaat in haar boek Vertel uitgebreid in op de kracht van verhalen. In Vertel neemt ze deze bron van inzicht in de ervaringswereld van mensen serieus. Ze luistert, vertelt, en laat zien hoe verhalen kunnen verbinden, uiteendrijven, en richting kunnen geven in een tijd waarin oude ideologieën niet meer werken en er grote behoefte bestaat aan visies waarin mensen kunnen geloven. Christien Brinkgreve is hoogleraar Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Zij heeft naast haar universitaire werk altijd geschreven voor een breder publiek, bijvoorbeeld De ogen van de ander –  Sociologen en filosofen over zelfkennis, en Het verlangen naar gezag – over vrijheid, gelijkheid en verlies van houvast. Christien Brinkgreve, Uitgeverij Atlas Contact, € 18,99