• Recensie door: Martin Lok 

    Recensie door: Martin Lok 

    Lezen als lijden

    Soms weet je het al bij de eerste zin: dit boek wordt afzien en moeizaam, als een rul, hellend zandpad. Dit boek lees ik niet in één ruk uit, in één doorwaakte nacht. Nee, verre van dat. Dit boek vangt stof in de lange weken dat het me vergezelt. Dit boek hoort bij die bijzondere categorie die lezen lijden maakt, maar die je toch niet weg kan leggen. 

    In de eerste zin van De leerschool van het lijden gooit Carlo Emilio Gadda je meteen in het diepe. Hij confronteert je met een niet bestaand land (Maradagal), waar de ellende zo groot lijkt dat het de zeven bijbelse plagen tot een kinderfeestje doet verschrompelen. Om vervolgens een verhaal te ontvouwen waarvan de rode draad nooit echt duidelijk wordt en de hoofdpersoon Gonzalo Pirobuttiro ternauwernood de vele omwegen, uitwijdingen en doodlopende verhaallijnen weet te ontstijgen. Maar ik had het kunnen weten. Ook dat andere boek van Gadda, Die gore klerezooi in de Via Merulana was niet makkelijk geweest. En Ronald de Rooy, die De leerschool van het lijden van een inleiding voorzag, waarschuwde al dat Gadda zijn verhaal ‘op geen enkel moment van deze roman makkelijk weggaf’. Dus verbaasd hoef ik niet te zijn dat het verhaal slechts tergend traag op gang komt. Het ene na het andere zijspoor wordt verkend en schetst beetje bij beetje dat vreemde Maradagal. Waar de oorlog net is afgelopen, het genieten van een onrechtmatig oorlogspensioen een wijdverbreid genoegen lijkt en de bliksem keer op keer hetzelfde huis lijkt te vinden, totdat dat huis de strijd opgeeft en in vlammen opgaat. De eerste ontmoeting met de hoofdpersoon vindt pas aan het einde van het tweede hoofdstuk plaats. Het verhaal is dan al zo’n vijftig pagina’s op weg als hij bezoek krijgt van de dokter, die bij zijn onderzoek geen andere ziekte kan constateren dan levenspijn, die het leven van zijn patiënt tot lijden maakt. Ondertussen leren we Gonzalo kennen als een gefrustreerde oorlogsveteraan, die een weerzin heeft ontwikkeld van zijn moeder (zijn vader en broer zijn dood) en van de mensen die naar zijn idee als klaplopers de deur bij zijn moeder platlopen. Om daarna als lezer te verdwalen in een zijspoor over de Palumbo, de oorlogsdove die door de mand valt als hij meer dan goed hoort dat het verlof dat hem wordt toegekend wat korter is dan hij verwachtte. Om vervolgens weer terug te keren in het huis van de Pirobutirro’s, waar de oude moeder van Gonzalo eenzaam door de lege kamers zwerft. Met pijn in haar hart vanwege haar gestorven man en zoon. Maar ook vol verdriet over haar nog levende zoon, die haar nooit iets vertelt over de oorlog en geen oorlogspensioen had meegebracht, laat staan wat roem om trots op te zijn. Moeder en zoon lijken langs elkaar heen te leven. Zij bezoekt geregeld het graf van haar man en zoon en schept er genoegen in om arme mensen wat extra’s toe te stoppen of te helpen. Hij gaat op in zijn eigen wereld van de literatuur en verafschuwt iedere medemenselijkheid. Verfoeit zijn moeder erom, omdat het naar zijn idee het weinige familiekapitaal dat er nog is doet verschrompelen. Tot Gadda zijn relaas uiteindelijk met een trieste apotheose tot een einde brengt, waarbij het nimmer duidelijk wordt wat dat einde is, laat staan waarom het zo is gegaan.

    Nee, de Leerschool van het lijden is geen gemakkelijk boek en Carlo Emilio Gadda geen toegankelijke schrijver. Het is een beetje ‘lezen voor gevorderden’, en dan nog wel in de buitencategorie. Maar het is ook lezen met onverwachte doorkijkjes en plotselinge pareltjes, in de vorm van prachtige zinnen die op zichzelf een klein gedichtje lijken te vormen. Zoals de omschrijving van Gonzalo als deze zich voor het eerst in het verhaal toont:  ‘Hij was groot, een beetje gebogen, met een ronde borstkas, een buikje en de gelaatskleur van een Kelt; maar zijn huid was slap en hij zag er moe uit, ook al was het een schitterende morgen.’ Of als kolonel Di Pascuale, weer zo’n terloopse randfiguur, zich door Palumbo laat inpakken en van ontroering breekt: ‘Hij slaagde er zelfs in uit de twee daartoe bestemde zakjes twee halve porties volstrekt vaderlijke tranen te persen, die langzaam neerbiggelden en opdroogden op het antieke perkament van zijn wangen, zoals het schaarse water van de wadi verdampt in de klaarte van de Syrthe’. Het zijn deze zinnen die je als lezer op de been houden en zorgen dat je – steeds weer opnieuw – het boek toch opent om verder te zoeken naar de rode draad die nog niet gesponnen lijkt. En het zijn ook deze zinnen die bewondering wekken voor het vakmanschap van de vertaler Frans Denissen, die een ondoorgrondelijke verhaal met onmogelijke zinswendingen in nog enigszins begrijpelijk Nederlands wist om te vormen.

    Plotsklaps dient de laatste zin zich aan: ‘Hij nodigde hem uit om nader te treden en de moerbeibomen op een rij te zetten, in de verlatenheid van het opgedoemde land.’ Een perfecte zin om een boek mee te beginnen. Onmiddellijk slaat de nieuwsgierigheid toe en wil je het opgedoemde land binnentreden. Terwijl je dacht aan het einde te zijn gekomen. Of is dat alles schijn en is dit was Gadda wil? Je met zo veel uitwijdingen, zijsporen en doodlopende steegjes onderdompelen in de leerschool van het lijden dat je daarna niet anders meer kan dan vol verwachting het opgedoemde land te betreden. Zonder lijden. Zonder vrees.

     

    De leerschool van het lijden

    Auteur: Carlo Emilio Gadda
    Vertaald door: Frans Denissen
    Met een voorwoord van Ronald de Rooy
    Verschenen bij: Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep (2011)
    Aantal pagina’s: 260
    Prijs: € 29,95

  • Overwegingen halverwege een boek – Italië

    door Menno Hartman

    In de rechterbalk staat een vakje ‘Bij de buren’. Vroeger stonden daar slechts bijdragen van NRC-Handelsblad, nu zijn daar een aantal buitenlandse kranten aan toegevoegd. Het is tenslotte goed te weten wat men elders denkt en doet, speciaal in een tijdsgewricht waarin men tracht vaderlandse liederen op radio 2 aan een hoger percentage te krijgen, waarin wat van elders komt dus verdacht is. Toch is dat laatste een zeer internationaal gezichtspunt. Kijk maar bij deze link, die je ook in de rubliek ‘Bij de buren’ aantreft.

    The New York Times biedt de lezer zijn lijstje van tien beste boeken, en er is er niet een vertaald. Toch kan het zeer bevrijdend werken vooral veel vertaald werk te lezen, er is zo vreselijk veel goeds. Het kan ook zeer bevrijdend werken soms eens een buitenlandse krant in te zien, je ziet dan andere koppen en deskundigen. Ik liep anderhalve week terug met een rugzak langs Hadrian’s Wall, opgetrokken om vreemde elementen buiten het Romeinse rijk te houden. Daarom was ik van plan Hadrianus Gedenkschriften van Marguerite Yourcenar te herlezen. Maar ik ben geen herlezer. Ik had goddank meer in mijn rugzak: Laurent Binet’s HhhH, waar Machiel Jansen al een stuk over schreef en het nieuwe boek van Sandro Veronesi XY, vertaald door Rob Gerritsen. Twee van de vorige boeken van Veronesi hadden mij redelijk van mijn sokkel geblazen: Kalme chaos en In de ban van mijn vader.

    Wat is XY voor een boek? In een klein bergdorp vindt een bizar incident plaats, waarbij tien mensen de dood vinden, die achteraf door totaal verschillende doodsoorzaken gestorven te zijn. Een is zelfs gebeten door een haai die al driehonderd jaar uitgestorven is. De besneeuwde boom waaronder men de lijken vond is rood van kleur en na onderzoek blijkt dat bloed te zijn dat dna vertoont van alle gestorven aanwezigen.

    De plaatselijke pastoor gaat samen met een vrouwelijke psychiater trachten de ontwortelde dorpsbewoners bij te staan. Veronesi komt niet met een oplossing voor het drama. Het boek lees je dus vooral om de hoofdfiguren, een zeventigjarige pater en een vrouwelijke psychiater van in de dertig, en om sommige zeer snedige Veronesi passages, steeds een heel verrassende mix van filosofische waarneming en alledaagsheid.  Ik moet denken aan de De naam van de roos van Umberto Eco, een intellectuele thriller, met een standvastige kloosterling als inspecteur. Maar je kunt ook denken – als je dit boek wilt flankeren met titels die er iets van weg hebben – aan de Italiaanse klassieker Die gore klerezooi in de Via Merulana van Carlo Emilio Gadda, een detective die geen detective is, waarin het gerechtelijk onderzoek op allerlei dwaalwegen belandt en de lezer steeds helderder voor ogen krijgt dat de diefstal en de moord uit dat boek slechts aanleiding zijn om het over iets heel anders te hebben. Een modernistische klassieker vermomt als detective. XY lijkt meer te gaan over het gegeven dat je altijd je leven weer in eigen hand kunt nemen en dat het verrijkend is de werkelijkheid soms eens vanuit een andere paradigma te bezien.

    Gadda, Veronesi, Eco, de top tien van de New York Times. In het café ontdekte ik dat ‘mijn overwegingen halverwege een boek’ een vermomming waren voor mijn top tien uit de Italiaanse literatuur. Ik vulde er voor een van de andere Literair Nederland redacteurs twee bierviltjes mee.

    Hij luidt tot nader orde zo:

    Giorgio Bassani – twee keer: De tuin van de Fitzi-Contini’s – De reiger

    Dino BuzzatiDe woestijn van de tartaren

    Italo Calvinotwee keer: Als op een winternacht een reiziger – Het pad van de spinnenesten

    Carlo Emilio GaddaDe gore klerezooi in de Via Merulana

    Primo Levidrie keer: Is dit een mens, Zo niet nu wanneer dan, Het periodiek systeem

    Curzio Malaparte – Kapputt

    Alberto Moravia – De voyeur

    Cesare Pavese – drie keer: Stilte in augustus – De duivel op de heuvel – De maan en het vuur

    Tomasi di Lampedusa – De tijgerkat

    Italo Svevo De bekentenissen van Zeno

    Sandro Veronesi -twee keer: In de ban van mijn vader – Kalme Chaos

     

    Ik zie dat het elf schrijvers zijn, geen tien en dat er geen vrouwelijke auteurs bij staan, dat verbaast me zeer, maar ik kan er niet veel noemen. Van Natalia Ginzburg las ik alleen een korte biografie over Tsjechov. Wie mis ik? Zie ook de wikipedialijst.

    Volgende keer bespreek ik hoe het voelt halverwege te zijn met  Tim Harfords‘ Adapt. Why success always starts with failure en tot welke boeken dat boek  zich verhoudt.