• Onbereikbare vaders

    Onbereikbare vaders

    Om het vuur onder het lezen aan te wakkeren is het soms goed kennis te nemen van de teksten van de gedreven lezer en criticus Anthony Mertens. Voor Mertens was lezen ‘verleid worden’. En verdomd, nadat ik een week niet wist waar ik het (als lezende) zoeken moest, kreeg ik De atlas van overal in handen. Werd ik, die dagenlang verschillende boeken vruchteloos opensloeg, overgehaald tot verder lezen. Over een zoon die zijn vader zoekt in de verhalen die hij over hem kent. De schrijver woont sinds zijn twintigste in Amerika. Aan zijn Turkse vader denkt hij met enige wrok, heeft geen contact meer met hem. Als hij zelf kinderen krijgt wordt hij onrustig. Wat voor vader zal hij zijn? Zal hij zijn kinderen kunnen liefhebben, ze verdragen? Zijn vader is een zeer gepreoccupeerd mens. Als enige uit zijn boerenfamilie had zijn vader ambities. Hij wilde schrijver worden. Als hij wordt aangesteld als onderwijzer in een dorpje, lijkt het er even op dat hij het verschil gaat maken. Dan, door ongelukkige omstandigheden, een gedwongen huwelijk, wegen die elkaar kruisen die elkaar beter niet hadden kunnen kruisen, doodt hij een jongen.

    Na zijn gevangenisstraf vertrekt hij als gastarbeider naar Duitsland. Eind jaren zeventig wordt hij leraar Turks op een school in Twente. Daar ontmoet hij de toekomstige moeder van de schrijver. Ze krijgen twee kinderen. Zij weet dat hij in Turkije een gezin heeft, dat hij elk jaar bezoekt. Gespletenheid van levens, niet te overbruggen. De vader is een autoritair man. Wie hem in de weg zit, wordt hardhandig aangepakt. Zat zijn vrouw eens achterna met een hamer, wurgde bijna zijn dochter omdat ze niet gehoorzaamde.

    De schrijver reconstrueert het leven van zijn vader in Turkije. Als vierjarig kind hazelnoten rapend, in bomen klimt voor de laatste noten. Als jonge man, verliefd op de dochter van de hoofdredacteur van een krant. De armoede, opdringerige geiten, de stank, het schrale eten, de ongeïnspireerde levens, het Turkse platteland, de woede van de vader om dit alles. Niets geen fraai gebouwde zinnen maar eerlijke taal, met een grote, aansprekende kracht. Ik heb mij een beeld gevormd.

    De overwegingen van de schrijver hoe hij het verhaal van zijn vader vorm zal geven in een boek, een roman. Stromeningen, bronnen komen samen in een waarachtig geheel. Zeer on-Nederlands ook, ik moet denken aan John Fante, de sfeer in Wacht tot het voorjaar Bandini. Ongekend mooie literatuur.

    Hoewel de zoon niet werkelijk nader tot zijn vader komt, eindigt zijn zoektocht met een innerlijke toenadering. Waarin eenzelfde ontroering te voelen is als in Een goede vader van Jean Paul Franssens. Had ook zo’n onbereikbare vader, tijdens de oorlog collaborerend met de Duitsers, zijn vrouw eens opsloot in een koelcel. Hij besefte dat zijn vader hem nooit zal zoeken, dus zoekt hij hem. Aan zijn sterfbed fluistert hij herhaaldelijk, als om zichzelf te overtuigen: ‘Je bent een goede vader.’ Dan opent zijn vader zijn ogen. ‘Hij staart me aan of hij vreselijk van me schrikt. Alsof hij heel erg bang voor me is. Hij komt even overeind, rukt zijn hand los en slaat me in mijn gezicht.’
    De schrijver van De atlas van overal brengt zijn vader in een denkbeeldige belofte thuis. ‘Ergens in de kosmos, op een verre dag, zal ik mijn vaders boeken naar zijn geboortedorp brengen.’ Mooi boek.

     

     

    De  atlas van overal / Deniz Kuypers / Atlas Contact (2021)
    Een goede vader / Jean Paul Franssens / De Harmonie (1993)


    Inge Meijer is een pseudoniem, wordt geregeld verliefd op een verhaal, zoekt de verleiding.

  • Oogst week 11 – 2021

    Ik zeg Emily

    De poëziebundel Ik zeg Emily is het debuut van Yentl van Stokkum, waarin een jonge dichter een bezoek brengt aan het graf van Emily Brönte (1818-1848, de middelste van de gezusters Brönte, die onder andere Wuthering Heights schreef). De verteller raakt bezeten door de vroeg gestorven Emily, haar leven en werk, en lijkt een verbond aan te willen gaan met de ziel van de dode dichter.

    ‘het verlangen naar Emily is simpel
    en ik wil de associatie vermijden met woorden als
    kwetsbaar ode oprecht liefdevol romantisch romantiek (…)’

    Daartoe reist de verteller naar het graf van Emily Brönte in Scarborough (‘mag ik zeggen dat het graf tegenvalt’). Het ‘hier en nu’ klinkt door in hoe de reis wordt beschreven: de verteller raakt niet alleen aan Emily en haar historische belang, maar ook aan hoe het is om nu vrouw te zijn, bijvoorbeeld in ‘advies voor een jonge alleen reizende vrouw’.

    Yentl van Stokkum (1991) is toneelschrijver en dichter. Ze schreef al voor Hard//hoofd, er is werk van haar opgenomen in de bundel NYX van de feministische uitgeverij Chaos en ze begon tijdens het Slow Writing Lab waaraan ze deelnam met het schrijven van poëzie over Emily Brönte.

     

    Ik zeg Emily
    Auteur: Yentl van Stokkum
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Een Alpenroman

    Goed nieuws voor degenen die verzuchten dat er tegenwoordig nog maar zo weinig Vestdijk wordt gelezen: Een Alpenroman is heruitgegeven. De roman deed bij verschijning in 1961 nogal wat stof opwaaien: Vestdijk beschrijft in zijn roman de lesbische liefde tussen de Nederlandse Lucie Ebbinge en Duitse Anna Brandner, die serveerster is in het hotel, in feite kuuroord, waar Lucie verblijft te Oberstdorf. Vestdijk beschrijft hun liefde zeer gedetailleerd, wat hem op onbegrip bij recensenten kwam te staan. Er werd geschokt gereageerd op de lesbische liefde van Lucie en Anna: ‘Dit boek is ziek, zo ziek.’ (Algemeen Handelsblad);  ‘verboden vorm van geslachtelijke liefde’ (Trouw). Maar niet enkel die liefde analyseert Vestdijk: maatschappelijke tegenstellingen en religieuze waarden en belangen spelen eveneens een belangrijke rol.

    Een Alpenroman verscheen voor het eerst bij De Bezige Bij, en is nu door Uitgeverij kleine Uil opgenomen in de zogenoemde Regenboogreeks, met daarin ‘klassiekers uit de lhbt-literatuur’.

    Een Alpenroman
    Auteur: Simon Vestdijk
    Uitgeverij: Kleine Uil, Uitgeverij

    Klara en de Zon

    In Klara en de Zon van Kazuo Ishiguro is het titelpersonage een ‘Kunstmatige Vriendin’, ofwel: een robot, nauwelijks van een echt mens te onderscheiden, met dezelfde zachtheid en toewijding. Dat Klara de wereld anders waarneemt – technisch gesproken – maakt niet dat ze niet naar menselijk contact smacht en wacht tot iemand haar meeneemt om deel te laten uitmaken van het eigen gezin. Dat laatste gebeurt: ze komt terecht bij de ziekelijke tiener Josie. Wanneer Josie zelf niet in staat is om haar rol binnen het gezin te vervullen, wordt Klara zo geprogrammeerd dat zij dat voor haar kan doen. Daarmee worden thema’s als genetische manipulatie, A.I. en big data aangesneden. Over de verhouding van Klara en de Zon tot de tijd waarin we leven, stelde Ishiguro in een recent interview met The Guardian het volgende:

    ‘“What happens to things like love in an age when we are changing our views about the human individual and the individual’s uniqueness?” he asks. “There was this question – it always sounds very pompous – about the human soul: do we actually have one or not?”’

    Ishiguro won in 2017 de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn The Remains of The Day werd bekroond met de Booker Prize en verfilmd met Anthony Hopkins in de hoofdrol.

    Klara en de Zon
    Auteur: Kazuo Ishiguro
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Wat dit boek zo boeiend maakt is de variëteit aan bronnen

    Wat dit boek zo boeiend maakt is de variëteit aan bronnen

    Jan Brokken is bewonderaar van het werk van de Caraïbisch-Britse auteur Jean Rhys (1890-1979). Vooral de roman De wijde Sargassozee die zich voor een deel afspeelt op Dominica, een van de Bovenwindse Eilanden van de Kleine Antillen, heeft zijn belangstelling. Het eiland van Jean Rhys is een onderzoek naar haar schrijverschap in de vorm van een literair reisverslag dat gebaseerd is op de bezoeken die Jan Brokken in 1991, 1992 en 1996 aan het eiland bracht en dat eerder al leidde tot de uitgave van Goedenavond mrs. Rhys in 1992. Hierna vestigde de auteur zich op het eiland Curaçao, waar hij de documentairemaker Jan Louter ontmoette die een film over Jean Rhys wilde maken. Na een verblijf in Londen, waar Brokken materiaal verzamelde over de schrijfster, werd een uitgebreide versie van Goedenavond mrs. Rhys onder de nieuwe titel En de vrouw een vreemde gepubliceerd. Het eiland van Jean Rhys is de derde versie van dit reisverslag.

    Onder de indruk van het eiland

    Jean Rhys wilde met De wijde Sargassozee een aanvulling geven op het vermaarde boek Jane Eyre van Charlotte Brontë uit 1847. Vanuit het perspectief van de half-Caraïbische Mrs. Bertha Rochester uit Jane Eyre, die in dit boek aan krankzinnigheid lijdt, geeft Jean Rhys vorm aan de ‘nieuwe Mrs. Rochester’, die in De wijde Sargassozee Antoinette Conway heet en evenals Bertha Rochester langdurig opgesloten wordt. Rhys toont in haar boek begrip voor de benauwende situatie waarin Antoinette verkeert. Ze geeft haar personage veel autobiografische gegevens mee om vat te krijgen op haar handelen en karakter. Haar kille Engelse echtgenoot voelt haar West-Indische sensualiteit niet aan. Ze groeien uit elkaar en het zelfbeeld van Antoinette komt in een negatieve spiraal terecht.

    Jan Brokken is onder de indruk van de natuurlijke schoonheid van het eiland die bij hem herinneringen oproept aan De wijde Sargassozee. Brokken laat in zijn boek diverse keren zijn reisverslag met Rhys’ roman in elkaar overlopen of met elkaar versmelten, wat prachtige passages oplevert. Hij wijst er ook op dat Rhys de roman in de negentiende eeuw laat spelen en zich soms bedient van negentiende-eeuwse woorden, hoewel de roman in de twintigste eeuw geschreven is en in zijn dialogen en beschrijvingen een moderne indruk maakt. Om eerst Jean Eyre te (her)lezen, daarna dit boek te vergelijken met De wijde Sargassozee en dan pas Brokkens Het eiland van Jean Rhys ter hand te nemen, is aan te bevelen, maar niet noodzakelijk. Het boek van Brokken kan onafhankelijk van de andere boeken gelezen worden.

    Karakteristieke eilandbewoners

    Niet de schrijfster Jean Rhys of haar roman De wijde Sargassozee, maar het paradijselijke eiland Dominica dat een magische uitstraling heeft op zijn bewoners en bezoekers is de hoofdpersoon van haar boek. Dat betoogde Mevrouw Daphne Agar, de dochter van de schrijfster Elma Napier, die Jean Rhys bij haar terugkeer op Dominica ontmoet heeft. Jean Rhys raakte met haar in conflict, maar Mevrouw Agar gaf wel toe dat De wijde Sargassozee een meesterwerk was. Deze dame van zevenenzeventig met haar ‘scherpe tong’, die al zestig jaar op het eiland woonde, vertelde aan Jan Brokken de familiegeschiedenis van Jean Rhys. Tijdens zijn bezoeken aan het eiland ontmoette Brokken veel karakteristieke bewoners met hun inheemse gewoonten die hun verhalen aan hem kwijt konden of die zich zwijgzaam tegenover hem opstelden. De meest genoemde persoon is Mr. Royce, de zwarte taxichauffeur die Jan Brokken op het eiland naar de plaatsen brengt die hij wil bezoeken.

    Brokken ontmoet ook de eilandhistoricus Lennox Honychurch, de oude man Mike Morrison die het eiland voor hem op papier uittekent en de jonge Paul Hindeman die hem de weg wijst naar de ruïnes van het huis waar Jean Rhys opgroeide en dat in 1930 door brandstichting werd verwoest. Hindeman zorgt ervoor dat Jan Brokken familieleden van de schrijfster ontmoet, neven en nichten van de oorspronkelijk blanke familie Lockhart. De hoteladministratrice Joséphine en haar echtgenoot Max vertellen hem over de Mardi Gras-opstand in de jaren zeventig vorige eeuw van de Black Power-achtige Dreads, zo genoemd naar hun Afrikaanse haardracht. Elke tocht die Brokken onderneemt, levert een bijzondere ontmoeting of ervaring op. Zo bezoekt Brokken de ruïne van de plantage Geneva Estate, waar hij even aan de bemoste stenen voelt.

    Op deze plantage had Jean Rhys gespeeld en waren haar de verhalen over de oproeren verteld. Op deze plek moet de schrijfster ook ‘de sfeer van verlatenheid en verval, van ondergang’ gevoeld hebben, die een belangrijke rol in haar roman speelt. In haar boek vindt hier de bloedige confrontatie plaats tussen het zwarte meisje Tia en het meisje Antoinette, met als gevolg dat de vriendschap van de twee hartsvriendinnen in één ogenblik omslaat in vijandschap. ‘Schoonheid en geweld, schoonheid en verval,’ zo geeft Jean Rhys de pijnlijke geschiedenis van het eiland met zijn natuurrampen, etnische verschillen en bloedige revoltes weer. In Het eiland van Jean Rhys maakt Brokken de geschiedenis voelbaar. Het boek staat vol persoonlijke verhalen en herinneringen van eilanders met wie Brokken in aanraking kwam en die bijdroegen aan de kennis van het vroegere leven op Dominica. 

    Bronnen van een schrijverschap

     ‘Als je je in een leven verdiept, komt er een moment dat je je volledig met je onderwerp vereenzelvigt. Het is een mooi moment en een gevaarlijk. De wereld verkleint zich tot dat ene.’, schrijft Brokken aan het einde van zijn boek. Identificatie kan leiden tot een vorm van kokervisie. Echter, wat dit boek zo boeiend maakt, is de variëteit aan bronnen die hij aanroert. Hij haalt zijn gegevens uit de bibliotheek van Roseau, uit geschriften van en over Jean Rhys en uit de verhalen van eilandbewoners en andere mensen die er geweest zijn.

    In het boek zijn een achttal foto’s opgenomen. De ondertitel Op zoek naar de bronnen van een schrijverschap is goed gekozen,  zijn reizen naar de Caraïben hebben hem uiteindelijk naar de oorsprong van Rhys’ auteurschap gebracht. Tegelijkertijd laat Het eiland van Jean Rhys een werkwijze en onderzoeksmethode zien die inzicht geeft hoe Jan Brokken zijn boeken schrijft en structureert. Dit boek gaat niet alleen over Jean Rhys, maar is tevens een spiegel van het schrijverschap van Jan Brokken. Bij hem is een boek een zorgvuldig afgewogen combinatie van een reportage, journalistiek onderzoek, een of meerdere literaire lagen, biografische gegevens en levensechte personages. Jan Brokken is een rasverteller, zowel van zijn eigen verhalen als die van anderen. 

     

     

  • Oogst week 10 – 2021

    Ernest Hemingway is gecanceld

    Ernest Hemmingway is gecanceld van Henk van Straten (1980) is een stevige roman over censuur cultuur, met vragen als waarom het (witte) man-zijn een probleem is, en wat is eigenlijk masculiniteit? De hoofdpersoon in het boek heeft twee linker handen, vindt zichzelf een zwakkeling die zich laat imponeren door twee dakdekkers die zijn dak komen repareren. Mannelijke mannen dus, wat leidt tot enige verrechtsing in denkbeelden en dan moeten er keuzes gemaakt worden. Naast dat politiek een rol speelt, gaat deze roman gaat ook over een vriendschap. Het boek is opgedragen aan Selim Lemouchi (1980 – 2014), frontman van de occulte band ‘The Devil’s Blood’. Op een van de laatste bladzijden is dit liefdevolle citaat te lezen:

    Moet je zien Semmie. Moet je nou toch zien. Hoe kan dit tegennatuurlijk zijn? Ik bleef het prevelen tegen mijn oude, dode vriend, voor wie mens-zijn een straf was en de mensheid een misdaad, gepleegd door de Demiurg die ons had vormgegeven, terwijl hijzelf, Semmie, zo mooi was, en ik nog steeds zo dankbaar voor zijn bestaan.’

     

    Ernest Hemingway is gecanceld
    Auteur: Henk van Straten
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    Naar Lillehammer

    Er is een nieuwe roman van Vonne van der Meer (1952) verschenen, een schrijfster met een geheel eigen stem. Haar werk wordt gewaardeerd om haar lucide stijl en haar scherpe psychologische inzicht. Haar oeuvre telt dertien romans, verschillende verhalenbundels, novellen en theaterstukken. Haar personages raken vanuit herkenbare levens altijd verwikkeld in bizarre situaties. Stel je voor dat iemand je in een speeltuin vraagt even op haar peuter te passen, en dan niet meer op komt dagen? Dat is wat er in Naar Lillehammer gebeurt. De kinderloze Cécile neemt de zorg voor het kind op zich als de moeder verdwenen is. Maar algauw krijgt ze ook de zorg van de moeder erbij, de Nigeriaanse Gladys.

    Deze wil uit de prostitutie maar haar pooier laat haar niet met rust waardoor ze zich in de stad niet veilig voelt. Ze vlucht naar een afgelegen vakantiehuis in de bossen bij Lunteren, maar ook daar ontkomt ze niet aan de macht van haar pooier.
    Er komt een rechercheur in voor, een mortuarium en een verhoor. Evenals in haar andere boeken wordt er ook in Naar Lillehammer de vraag gesteld over goed en kwaad.

    Naar Lillehammer
    Auteur: Vonne van der Meer
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Hoe verschillig

    Marjoleine de Vos (1957) schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column in het NRC. Een selectie uit deze columns werd in 2000 gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen. In dat jaar verscheen ook haar eerste poëziebundel Zeehond graag, in 2003 gevolgd door Kat van sneeuw. In 2008 verscheen haar laatste en goed besproken bundel Het Waait.
    Haar nieuwe bundel Hoe verschillig bestaat uit veertig gedichten waarin ze de onmogelijkheid van de terugkeer onderzoekt. Hieronder een voorpublicatie uit de bundel:

    Melancholie van het heden

    Het maakt niet uit haast waar je bent,
    een plein of stad, het weidse land,
    elk uitzicht spreekt je van voorbij.
    Of nooit geweest, maar toch gemist.
    Niet jij maar iets in je, wat voelt of
    meetrilt met muziek, zoekt
    in de lucht, de sloten, geur van hooi
    het landschap dat je kent in jou,
    dat óók zo blauw en zomers was.
    Het komt betoverend tevoorschijn:
    gelach van ouders, zingen op de fiets,
    de sprong het juichend water in. Niets
    sprak tot je zoals nu en zei –
    oh onterecht – dat alles wat je leeft
    slechts echo is, een naklank. Bijna echt.

     

    Hoe verschillig
    Auteur: Marjoleine de Vos
    Uitgeverij: Van Oorschot
  • Oogst week 8 – 2021

    De leeuw van Alpi

    In maart 1785 werd in Gent middels een strooibiljet bekend gemaakt  ‘dat d’Heer Alpy in dese Stad is gekomen; hij komt van Lapland, en heeft met sig dry REENDIEREN, te weten: Het Manneken, het Wyfken en een Jong (…) Hy ho(o)pt dan van aen de Heeren der Natuer-kundige het vernoegen aen te doen van hun levendig te laeten sien, aengesien het meeste deel die maer door afbeeldsel, en door hooren seggen gezien en hebben. Hy versoekt de Heeren Liefhebbers van hunne natuerlyke Historie mede te brengen om het afbeeldende tegen het levende te vergelyken’.

    Giovanni Antonio Alpi moet rond 1755 geboren zijn, waarschijnlijk in Parma. Hij reisde kermissen af met wilde dieren en verkocht ze ook. In De leeuw van Alpi beschrijft Arie van den Berg het leven van de man, die onder andere beesten leverde aan de keizer van Oostenrijk en Lodewijk Napoleon.

    De leeuw van Alpi
    Auteur: Arie van den Berg
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De wereld is niet stuk te krijgen

    Maxim Osipov (1963) is een Russische cardioloog en schrijver, vooral van korte verhalen. Daarover zei hij twee jaar geleden in een interview met de Los Angeles Review of Books: ‘Ik denk dat korte verhalen, zelfs lange korte verhalen (waaraan ik persoonlijke de voorkeur geef), dichter bij poëzie kunnen staan dan bij romans. In korte fictie staat voor mij niet het onderwerp centraal, maar stijl en vorm; die zijn veel belangrijker dan de inhoud. Diepgaande kennis van je materiaal – in mijn geval van geneeskunde en in mindere mate van godsdienst, muziek, theater, politiek en zelfs schaken – is, hoezeer het ook kan helpen, niet essentieel. Ik schrijf het liefst over onderwerpen waarmee ik vertrouwd ben’.

    Osipov (zijn vrouw is pianiste) vergelijkt het lezen van korte verhalen met luisteren naar een sonate van maximaal 40 minuten: ‘Net als een sonate moet een kort fictiewerk veel elementen comprimeren en worden opgebouwd uit veranderingen in ritme, tonaliteit, enz. Dat zijn de aspecten die het verhaal drijven- niet het onderwerp’. De wereld is niet stuk te krijgen is Osipovs eerste verhalenbundel die in het Nederlands verschijnt. Het zijn stukken vol compassie en ironie.

    De wereld is niet stuk te krijgen
    Auteur: Maxim Osipov
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Gedachten over onze tijd

    ‘Rond de Saksische boerderij waar ik eens met mijn vader woonde worden de oude, glooiende essen langzaam maar zeker door landbouwmachines afgevlakt en verdwijnen de houtwallen in hoog tempo. Het betoverende coulissenlandschap maakt plaats voor graswoestijnen ten dienste van de intensieve landbouw, het bodemleven is zo goed als dood. Meststoffen en glyfosaat vervuilen het grondwater en driekwart van de insecten is verdwenen.

    Wie in Twente weidevogels wil horen kan ze het best beluisteren op waarneming.nl, want in het vrije veld zijn ze zowat uitgestorven’. Een typische Tommy Wieringaformulering die hij vorig jaar schreef in zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad. Wieringa is bezorgd over onze omgang met cultuur, natuur, democratie en vrijheid. Gedachten over onze tijd geeft een indruk van het brede veld van cultuur, natuur, (misbruik van) vrijheid en democratie waarover de zorgen van Tommy Wieringa zich uitstrekken.

    Gedachten over onze tijd
    Auteur: Tommy Wieringa
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Als een doorgeslagen weegschaal

    Als een doorgeslagen weegschaal

    De ik-figuur in Mijn lieve gunsteling, Kurt, is dierenarts en genoemd naar Kurt Cobain. Hij is getrouwd met Camillia waarmee hij twee zoons heeft. Maar Kurt wil ook zijn lieve gunsteling ‘hebben’, die heeft hij leren kennen op een boerderij in een gereformeerd dorpje dat ‘The Village’ wordt genoemd, in de buurt van Muiden. Hij raffelt zijn werk op andere boerderijen af om bij haar te kunnen zijn, zijn kleine praaldier, zijn porseleinen meisje, zijn hemelse uitverkorene. Al weet zij zelf niet of ze nu een jongen of een meisje is, als iemand die er ‘tussenin zit’, zoals de genderpoli van het VU Medisch Centrum in Amsterdam het omschrijft. Ze noemt zichzelf Vogel, deze in 1991 op dezelfde dag als Hitler geboren veertienjarige. Hitler kwam ook al voor in Marieke Lucas Rijnevelds debuut, De avond is ongemak, waaraan  in 2020 de International Booker Prize werd toegekend. Deze tweede roman staat inmiddels op de longlist van de Libris Literatuur Prijs.

    Aangetrokken tot het gruwelijke

    Vogel is een echte veertienjarige, die bijvoorbeeld bang wordt als ze tijdens de Dodenherdenking op 4 mei niet twee minuten stil kan zijn, dat er weer een oorlog zal uitbreken. En als ze al lopend de halve tegels overslaat er ongeluk volgt. Zó leest een kind de wereld. Ze leest graag boeken van Stephen King. Eigenlijk wil zij ze net zo graag wegleggen als niet meer loslaten, zo gruwelijk vindt ze de verhalen. En zo vergaat het de lezer van dit boek ongetwijfeld ook, meer nog dan met Rijnevelds De avond is ongemak, dat je het wilt wegleggen. Op zich een goed teken want het betekent dat de schrijver je nogal raakt.  

    Kurt vertelt, of wil zijn verhaal vertellen aan zijn ‘hemelse uitverkorene’ en aan de magistraten die hem voor zijn daden gaan veroordelen. Hij doet dit in een bloemrijke taal die van de pagina’s spat, in soms paginalange doorlopende zinnen. Dat zorgt er mede voor, dat het moeilijk is om te stoppen en het boek weg te leggen, hoe weerzinwekkend het soms ook is. Hoewel je als lezer, net als de lieve gunsteling, ‘haast alle griezels [kent] uit mythische verhalen, van het monster van Loch Ness tot Jersey Devil tot aan Kraken en Mothman’, de duivels en monsters uit videogames.

    De gebeurtenissen worden gecompliceerd op het moment dat de oudste zoon van Kurt ook verliefd wordt op Vogel. Kurt ziet dat zij opzettelijk haar arm om zijn zoon slaat wanneer ze langs de stal lopen waar hij bezig is. Hij heeft het over ‘jonge lustelingen’ – in contrast met zijn ‘lieve gunsteling’. Als een weegschaal die de andere kant opslaat; één letter, één gewichtje verschil. Het ene schaaltje vol bravoure, het andere vol diepgang – net zoals dit boek, met alle semi-intertekstualiteit van dien. Bijvoorbeeld wanneer de veertienjarige elke avond voor het slapengaan zegt: ‘Dag bureau, dag schemerlamp, dag bank, dag Adelaarsnest’.
    Ze gaat daarin zover dat Kurt op een gegeven moment zegt dat ze moet ‘stoppen met citeren’, dat ze moet zeggen wat ze écht wil zeggen. Iets wat ze al leek te doen in haar gesprekken met Freud en Hitler. En over het boekje Kikker en het vogeltje van Max Velthuijs, dat volgens haar niet klopt, omdat, ‘een dode niet kapot kan zijn, een dode is dood, niet meer dan dat. Diegene die achterblijft is kapot. In wel duizend stukjes’. 

    Vogel denkt via boeken en popsongs. Kurt denkt in filmbeelden, dromen en de naakten van Rafaël. Wat ze gemeen hebben, is dat ze beiden zijn opgegroeid met de beelden en taal van Bijbelboeken. Maar het liefst leest Kurts zijn lieve gunsteling, die is als het verhaal dat hij altijd al had willen lezen. ‘Ik vreesde de dag dat ik de kaft voorgoed dicht moest slaan, dat je mij de rug toe zou keren, en ik kon het niet helpen dat sommige scènes me tot waanzin dreven, tot extase’.

    Duiden van dromen

    De magistraten duiden die dromen, bijvoorbeeld het gele kuikentje dat verschillende keren terugkeert. Volgens hen staat dat voor wedergeboorte. Maar dat is ‘alles wat ik niet wilde (…), ach nee, ik wilde verder leven in jou’. Dat is de enige mogelijkheid die rest, want de magistraten verbieden elk contact. Tegenover hen draait Kurt alles om en stelt dat alles mis was met Vogel, grondig mis. Ze leeft in een fantasiewereld, spreekt met Hitler en Freud en heeft een obsessie voor penissen, die ze een gewei noemt. Penissen van mens en dier, zoals van een otter, die hoewel hij weer in Nederland voor komt, nog zeldzaam is en even fragiel als het lichaam van Vogel.
    Een kwetsbaar kind, ja daar houdt Kurt van: ‘Ik vond het heerlijk als je kwetsbaar was, net als die keer toen je aan koorts leed en ik je voorlas uit het boek van Gerard Reve en je als lappenpop tegen me aan had gehangen’. 

    Mijn lieve gunsteling is een boek waarin het goede ( de liefde voor) door de ongelijkheid van de relatie in haar tegendeel verkeert, namelijk in seksueel kindermisbruik. De beelden ondersteunen dit. Zoals die van het gele kuikentje; Camillia, die van Kurts ‘relatie’ op de hoogte is, noemt Kurt een ‘donswerker’. Of dat van de stilte in de stal die omslaat in wanhoop, wanneer een stier, een jongen, Joris, dooddrukt. Of in de wrede lading die het gebed meekrijgt dat Kurt voor zijn lieve gunsteling opzegt: ‘Bron van Zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert. Ik geef u een naam opdat ik u een plaats kan geven in mijn leven. Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.’ Een Bijbelse notie, die wordt omgekeerd. In de Bijbel heet het dat wij weten, ‘dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepen zijn’ (Romeinen 8:28). Het is knap hoe Marieke Lucas Rijneveld in een schitterende, beeldrijke taal met deze notie aan de haal is gegaan, maar ook gruwelijk en weerzinwekkend. Als een weegschaal die doorslaat.

     

     

  • Indrukwekkende essays getuigen van noodzaak

    Indrukwekkende essays getuigen van noodzaak

    De Amerikaanse auteur Annie Dillard (1945) schrijft proza, poëzie en literaire kritieken, maar is vooral bekend vanwege haar non-fictie. Haar essaybundel Pelgrim langs Tinker Creek uit 1974 leverde haar de Pulitzerprijs op. In 2020 won Henny Corver de Filter Vertaalprijs voor de Nederlandse editie van dit boek. Corver vertaalde ook De overvloed, een verzameling van wat Dillard zelf haar beste essays noemt. In haar voorwoord introduceert Marja Pruis de persoon Dillard en noemt stukjes uit de essays die in het boek voorkomen, precies genoeg om nieuwsgierig te maken naar meer.

    De essays in De overvloed schreef Dillard op verschillende momenten in haar leven, grofweg tussen halverwege de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig. De onderwerpen lopen uiteen. Zo beschrijft Dillard in het essay ‘Disneyland’ hoe een gezelschap van Chinese auteurs en critici een bezoek brengt aan de Verenigde Staten voor een schrijverscongres. De locatie is Disneyland. Op enkele bezoekers zoomt ze in. Zo beschrijft ze Liu Binyan, bekend van zijn artikelen over corruptie in China: ‘Hij oogt jong, thuis in de wereld; zijn donkere kostuum zit hem wonderwel als gegoten. Na zijn beroepsverbod heeft hij tweeëntwintig jaar dwangarbeid verricht. Nu wandelt hij door Disneyland.’

    Dwangarbeid en Disneyland

    Het heeft iets absurds, de literaire elite in een pretpark vol cartoonfiguren. De bijna terloopse zin over dwangarbeid is vergeten wanneer het gezelschap gaat lunchen in het park en Dillard de taalbarrière beschrijft: wanneer hostess SUSI – zo staat het op haar badge – beleefd aan iemand van de Chinese overheid vraagt of hij Disneyland leuk vindt, is zijn antwoord prompt ‘nee’. Hij dacht dat ze vroeg of hij er al eerder was geweest. Hier zijn complimenten voor Henny Corver op zijn plaats, want de taalkundige misverstanden zijn ook in het Nederlands geslaagd.

    De vakantieanekdote, gezellig en herkenbaar, maakt plaats voor een scène waarin Dillard met mevrouw Fran, de secretaris van het gezelschap, buiten staat. Een Amerikaans jongetje van een jaar of vijf, met een pistoolriem om zijn middel, komt op hen af en vuurt met maar liefst twee pistolen denkbeeldige kogels af op de twee vrouwen. Hij weigert op te houden tot Dillard een idee krijgt: ‘Ik opper dat mevrouw Fan naar haar borst moet grijpen en zogenaamd moet sneuvelen om hem ter wille te zijn en om een einde te maken aan de slachtpartij; zo gezegd, zo gedaan.’ 

    Het essay eindigt met een herkenbaar scenario voor iedereen die ooit op schoolreisje is geweest. Toneelschrijver Chen Baichen is  zoekgeraakt, midden in Disneyland. De droge humor van Dillard komt hier om de hoek kijken. ‘Sommigen in het gezelschap zijn van mening dat Chen Baichen, die twee wereldoorlogen, bezetting, bevrijding, hongersnood, de campagne tegen rechts en de Culturele Revolutie heeft overleefd, Disneyland waarschijnlijk ook wel aankan.’ Wanneer hij wordt gevonden, omhelst Dillard hem spontaan, alle etiquetteregels vergetend. Hij is zo ontroerd dat hij huilt. Een treffende vergelijking: de huilende Chinese man en het Amerikaanse jongetje dat kogels bleef schieten tot zijn slachtoffers deden alsof ze getroffen waren.

    Kritische kijk op rijkdom

    Geweld is een terugkerend thema in Dillards werk, net als de natuur. In het essay ‘De wezel’ staat ze opeens oog in oog met dat dier, waarna ze aan het leven van de wezel denkt (‘alles opmerken, niets onthouden’) en vervolgens aan de vraag hoe zij moet leven, hoe wij mensen moeten leven. ‘De wezel laat zich leiden door noodzaak en wij door keuze; wij haten noodzaak en sterven uiteindelijk onwaardig in zijn klauwen.’ In tegenstelling tot de Amerikaanse mentaliteit is Dillard kritisch op het rijke westen, onder meer in het essay ‘Tsunami’. ‘We doen ons in restaurants tegoed terwijl overal mensen verzwakken en verhongeren, mensen die stuk voor stuk zonen en dochters zijn.’ Alle essays, hoe verschillend ook, ademen noodzaak. Dillard móést dit opschrijven, voor haar was er geen andere keuze. Hoewel de teksten meer dan dertig jaar oud zijn, zorgt deze achterliggende noodzaak ervoor dat het lijkt alsof ze gisteren zijn geschreven.

    Een ander indrukwekkend essay is ‘Zo moet je leven’, waarin Dillard op hypnotiserende wijze een blik werpt op het fenomeen ‘cultuur’. De dichter in haar komt naar boven wanneer ze over mensen schrijft. ‘Ze bidden; ze werpen mensen in veenmoerassen; ze helpen de zieken en gewonden; ze doorboren hun lippen, hun neus, hun oren; ze maken dezelfde fouten, in weerwil van religie, geschreven taal, filosofie en wetenschap. Ze bouwen, ze doden, ze behouden, ze tellen en schatten, ze koken de pot, ze houden het vuur gaande; ze vertellen hun verhalen en gorden zich aan.’ 

    Fluisterend en schreeuwend

    De variatie in taalgebruik is kenmerkend voor Dillard. Een essay kan relatief rustig beginnen, op een soortgelijke toon als ‘Disneyland’, en vervolgens versnellen als Dillard op stoom komt en de woorden om zich heen smijt. Dat levert prachtige zinnen op, zoals: ‘Bewonder de wereld omdat ze nooit het bijltje erbij neergooit – zoals je een tegenstander zou bewonderen, zonder je blik van hem af te wenden of weg te lopen’, en ‘Een van de weinige dingen die ik van schrijven weet is dit: zet alles in, schiet, speel, verspeel alles, zonder nadenken, elke keer opnieuw’. Dit combineert Dillard met nuchtere adviezen, zoals: ‘Zinnen van een recept componeren is niet minder lastig dan zinnen van Moby Dick componeren. Dan kun je net zo goed Moby Dick schrijven.’ De inhoud van Dillards teksten is boeiend, maar haar taalbeheersing voegt veel toe. De overvloed leest alsof Dillard op het podium staat, soms fluistert en soms schreeuwt, vertraagt en weer versnelt, haar publiek daarmee zo in haar ban houdt dat niemand na haar laatste buiging aan klappen denkt.

     

     

  • Oogst week 3 -2021

    Vuurtorenberichten

    In 1896 kwam postuum Record of a Family of Engineers van Robert Louis Stevenson uit. Daarin ging hij op zoek naar de verbanden tussen de verhalen van zijn vader, opa en stiefvader, die allemaal ingenieurs en uitvinders waren van vuurtorens. Hij legde zo, zoals hij het zelf omschreef, een reis af door de afgelopen eeuwen. De Mexicaanse Jazmina Barrera (1988), schrijver van essays en verhalen, had als kind eens een droom van een vuurtoren (ze had er nog nooit een gezien) aan de voet waarvan haar ouders woonden.

    Op haar vraag wat in de toren te zien zou zijn, antwoordde haar vader: ‘Enkel het skelet van een vleermuis’. Die droom en de latere kennismaking met het boek van Stevenson waren het startsein voor een reis langs vuurtorens. Het verslag daarvan, Vuurtorenberichten, is tevens een onderzoek naar haar eigen schrijverschap.

    Vuurtorenberichten
    Auteur: Jazmina Barrera
    Uitgeverij: Karaat, Uitgeverij

    De tuinen van Buitenzorg

    Ook Jan Brokken werd op het spoor gezet van een levensverhaal door een kennismaking met een kunstuiting: niet een boek (zoals vorig jaar in zijn Het eiland van Jean Rhys), maar met een muziekstuk. Hij hoorde op de radio De tuinen van Buitenzorg, een pianostuk van de Poolse componist Leopold Godowsky (1870-1936). Dat deed hem denken aan  de brieven die zijn in Nederlands-Indië wonende moeder in de tijd vóór zijn eigen geboorte in 1949 schreef aan haar Nederlandse zus. Zijn moeder was in 1935, toen ze 23 was met haar man naar Java verhuisd en in 1947, getekend door het Jappenkamp, teruggegaan naar Nederland.

    In De tuinen van Buitenzorg combineert Brokken de beschrijving van het verblijf van zijn moeder in Nederlands-Indië (op basis van haar brieven en de herinneringen van zijn oudere broers) met beschouwingen over taal en muziek, zoals die van Godowsky. De beoogde verschijningsdatum is 2 februari.

    De tuinen van Buitenzorg
    Auteur: Jan Brokken
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Knikkerkoning

    Kira Wuck is de dochter van een Finse moeder en een Indische vader, die elkaar leerden kennen in het Vondelpark. ‘Mijn vader schepte veel op. Hij was de beste geweest in knikkeren, in schaken en dammen en noem maar op. Hij had geen fijne jeugd gehad, maar hij vertelde altijd mooie verhalen’, vertelde Wuck onlangs in Het Parool.

    In haar eerste roman Knikkerkoning beschrijft ze haar versie van de jonge jaren van haar ouders. ‘Voor mijn boek vond ik het vooral interessant om een soort tijdgeest te laten zien waarin nog niet alles zo voorgekauwd was. Ik vind het nu soms wel heel bekrompen. Er was in die tijd meer anarchie, meer vrijheid, meer tijd om jezelf te ontplooien. Er was meer ruimte voor mensen die eigenlijk niet in het systeem passen’, zegt ze in hetzelfde gesprek. Het is een verhaal geworden over harde levens en toch een eerbetoon.

    Knikkerkoning
    Auteur: Kira Wuck
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Oogst week 1 – 2021

    Ik ben er niet

    Lize Spits debuut Het smelt (2016) vielen overwegend goede kritieken en lovende lezersreacties ten deel, en het werd bekroond met de Belgische literatuurprijs De Bronzen Uil en de Hebban Debuutprijs. Onlangs verscheen haar langverwachte tweede roman, Ik ben er niet, waarin de tien jaar durende relatie tussen hoofdpersonen Leo en Simon onheilspellende barstjes begint te vertonen. Leo is snel jaloers, wil de controle hebben en houden, schaduwt haar vriend; Simon gaat zich in Leo’s ogen steeds vreemder en afwijkender gedragen, waarmee de verhoudingen op scherp komen te staan.

    Net als Het smelt is Ik ben er niet deels autobiografisch geïnspireerd, en net als Spits debuut is het een plot driven vertelling (Spit volgde een opleiding tot scenarioschrijver). Meteen wordt met de onheilspellende aankondiging ‘Nog elf minuten, winkel’ al duidelijk dat er iets vreselijks is gebeurd – maar wat dat dan is, dat ontvouwt zich langzaam.

    Ik ben er niet
    Auteur: Lize Spit
    Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij

    & rol door

    ‘Goed advies: struikel je voorover, hou je dan slap en rol dóór.’

    Deze regel uit & rol door, de nieuwste bundel van K. Michel, lijkt haast een optimistische oproep bij aanvang van een vers jaar. Het is ook in verband te brengen met een van de bijzondere vormexperimenten die hij uitvoert; een gedicht als een koprol.

    Michel (pseudoniem van Michael Maria Kuijpers) ontving onder andere de Herman Gorterprijs (voor Boem de nacht), de Jan Campertprijs (voor Waterstudies), de VSB Poëzieprijs (idem) de Awater Poëzieprijs en de Guido Gezelleprijs (beide voor Bij eb is je eiland groter). Werk van zijn hand werd vertaald in het Engels, Spaans en Zweeds.

    & rol door
    Auteur: K. Michel
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Eén erwt maakt nog geen snert

    In dit persoonlijke essay Eén erwt maakt nog geen snert, verschenen bij uitgeverij Van Oorschot, gaat Asis Aynan (1980) in op de komst van migranten uit het Rifgebergte en de vooroordelen die over hen zijn ontstaan in Nederland vanaf de jaren vijftig vorige eeuw. Aynan neemt de lezer mee langs wat de Riffijnen uit Marokko op hun weg naar Nederland verloren. Hij legt een groot aantal misverstanden bloot (zo wonen er nauwelijks Marokkanen in Nederland maar merendeels Riffijnse Nederlanders) en ontkracht hij de vaak onjuiste aannames en vooroordelen waaruit deze misverstanden ontstaan zijn.

    Naast schrijver is Aynan docent op de Hogeschool van Amsterdam. Zijn docentschap inspireerde zijn eerder verschenen Linoleumkoorts, over taal en identiteit door de lens van een schoolomgeving in de grote stad.

    Eén erwt maakt nog geen snert
    Auteur: Asis Aynan
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
  • Oogst week 51 – 2020

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special

    In de laatste Oogst van dit jaar een vers verschenen literair tijdschrift, een debuutroman, en een keuze van twee boeken uit de stapel boeken die de afgelopen maanden zijn binnengekomen.

    De vijfde papieren editie van Zuca-magazine is geheel gewijd aan de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Wat deze editie vooral wil laten zien is dat Pessoa niet alleen dichter was, maar ook was hij journalist, chroniqueur, verhalenschrijver, filosoof, polemist, reclameman, oprichter van tijdschriften, misdaadauteur, uitgever en groot briefschrijver. Veel schreef hij vanuit zijn zogenaamde heteroniemen, zoals de dichter Ricardo Reis. Waarover Yves van Kempen een mooi stuk schreef, ‘De dichter Ricardo Reis en zijn geestelijke vaders’. Waarmee hij natuurlijk Pessoa zelf bedoelt, maar ook Saramago die Ricardo Reis in zijn roman Het jaar van de dood van Ricardo Reis, vanuit Brazilië waarheen Pessoa hem had laten emigreren, laat terugkeren naar Portugal. En beste lezer, wees gewaar dat het hier dus een door Pessoa verzonnen persoonlijkheid betreft, die verder leefde nadat hij zelf overleden was.

    Van Abdelkader Benali een stuk over toen hij als jongeman Het boek der rusteloosheid begon te lezen, de vele streepjes die hij zette, tot pag. 30 van het boek, toen begon het ‘fladderen’ zoals hij schrijft. ‘Het oog werd ekster’ die de aansprekende stukken eruit pikt, ze verzamelt. ‘Snapshots. Dit boek leent zich daar goed voor.’ De korte en langere stukken tekst van Pessoa, die zoals het redactionele stuk vermeldt: ‘Er is een Pessoa voor iedereen!’ Maar het mooie is, dat deze special de verschillende delen van Pessoa naast elkaar laat zien, die soms aan elkaar passen maar nooit helemaal samenvallen met een en dezelfde persoon.

    De vertalingen zijn van de hand van Harrie Lemmens, met een enkel opgenomen stuk in vertaling van August Willemsen.

    In het middenkatern een keuze uit de eerder op de site van Zuca-magazine verschenen citaten van Pessoa die samengaan met een kleurenfoto van Ana Carvalho, die een beeld zo dichtbij haalt dat er een andere werkelijkheid ontstaat.

     

     

    Zuca-magazine, Fernando Pessoa special
    Auteur: Onder redactie van Ana Carvalho, Marylin Suy en Harrie Lemmens
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik

    De druppel

    Jan van Mersbergen is romanschrijver en een veelschrijver, en dat is positief bedoelt. Dagelijks schrijft hij een verhaal op zijn blog, of een stuk dat leest als een fragment uit een roman, hij is schrijfdocent en schrijft ook nog onder het pseudoniem van Frederik Baas thrillers.

    De druppel is zijn derde thriller en gaat over een burenruzie die nogal uit de hand loopt. Met de nogal obsessieve schrijver van een bestseller over opruimen, rust en regelmaat, Tom: een echte controlefreak. Schrijver Jan van Mersbergen is niet ver weg in deze thriller, hij zit in de schrijfstijl, in fragmenten als, ‘Als je een vaste baan hebt en iedere dag naar kantoor gaat dan weet je altijd hoe laat het is en welke dag het is. Zit je thuis met een stapel boeken op je tafeltje, en het werk is gedaan, dan maakt het niet uit welke dag het is.’

    En dan is er de mailwisseling met een schrijfdocent met de initialen J.M, en de cursist Gerard, die in het verhaal de bovenbuurman van Tom is. De druppel zit gewoon geweldig in elkaar, ingenieus geconstrueerd, en levert ook nog schrijftips op.

     

    De druppel
    Auteur: Frederik Baas
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Varkensribben

    Het prozadebuut Varkensribben van Amarylis De Gryse is een tragikomisch verhaal over een jonge vrouw die aan het begin van de roman in een auto leeft omdat haar jeugdliefde haar uit huis heeft gezet. Vanuit die auto vertrekt ze elke ochtend naar een verzorgingstehuis om haar ochtendshift te doen. Terug naar huis, naar haar moeder, blijkt geen optie. Als jongste van vier dochters, wordt het niet gewaardeerd dat haar relatie met de zoon van de slager verbroken is. Waarbij even gedacht wordt aan het prozadebuut van Tom Lanoye, Een slagerszoon met een brilletje. Waarbij met name de sfeer uit het leven van een middenstandsfamilie overeenkomsten vertoont.
    Varkensribben is opgebouwd uit herinneringen, mooi beschreven familietafereeltjes als uitstapjes naar het strand, het vieren van verjaardagen, de rolverdeling onderling.

    Maar meer nog is Varkensribben het verhaal van een jonge vrouw die zich in de steek gelaten voelt, haar eigen route moet gaan bepalen. Het verleden, herinneringen daaraan, spelen een belangrijke rol. Geschreven in prettig korte hoofdstukken, met gedetailleerde beschrijvingen van het menselijk ongemak.

    Varkensribben
    Auteur: Amarylis de Gryse
    Uitgeverij: Prometheus

    Treurzang voor een thuisland

    Ayad Akhtar(1971)  is een Amerikaanse toneel-, roman- en scenarioschrijver van Pakistaanse afkomst die in 2013 de Pulitzerprijs voor Drama ontving voor zijn toneelstuk ‘Disgraced’. Zijn romandebuut De hemelverdiener (2012) verscheen in meer dan twintig landen.

    Zijn nieuwe boek Treurzang voor een thuisland is een hybride roman waarin het politieke met het persoonlijke verhaal verweven is en leest als een aanklacht tegen Amerika. Het verhaal van een vader die cardioloog is, zijn zoon en de ‘Great American Dream’. Een droom die ook voor Ayad Ahkyar uitkwam, na jaren van geploeter werd hij beroemd en rijk. Toch hoort hij er nog steeds niet helemaal bij, omdat hij moslim is, kind van Pakistaanse ouders.

    Treurzang voor een thuisland  gaat over die Amerikaanse Droom, over schulden en drugsverslaving die talloze levens verwoesten, over een gierige reality-tv-persoonlijkheid die president is geworden en over hardwerkende immigranten die voortdurend in angst leven. Een boek dat we zouden moeten lezen.

    Treurzang voor een thuisland
    Auteur: Ayad Akhtar
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 47 – 2020

    Oogst week 47 – 2020

    De partij dat ben ik

    Onlangs verscheen De partij dat ben ik van politicoloog Chris Aalberts bij Uitgeverij Jurgen Maas. Het is het relaas van vijf jaar Forum voor Democratie, van de oprichting van de denktank in 2015 tot de partij die FVD nu is. De ophef en controversie rondom Thierry Baudet spelen een prominente rol: zo benoemt Aalberts de steeds extremere denkbeelden van de partijleider, zijn afnemende populariteit na het conflict met voormalig partijlid Henk Otten (die volgens Aalberts de stille kracht op de achtergrond was), en de huidige problematiek binnen de gelederen. Case in point: eerder dit jaar publiceerde HP/De Tijd screenshots van controversiële WhatsApp-gesprekken tussen JFVD-leden. Gisteren, op 17 november, berichtten de Volkskrant en NRC Handelsblad dat de vermeende klokkenluiders inmiddels zijn geroyeerd.

    De partij dat ben ik is het tweede boek over Thierry Baudet in korte tijd. In oktober verscheen Mijn meningen zijn feiten, geschreven door journalisten Harm Ede Botje en Mischa Cohen. In een dubbelrecensie in de Volkskrant werden de boeken bestempeld als ‘weinig vrolijk stemmende kronieken’, die desondanks de ‘snelle opkomst van Thierry Baudet’ van context voorzien. Zolang er sprake blijft van ophef is het laatste woord nog niet over hem geschreven.

    De partij dat ben ik
    Auteur: Chris Aalberts
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Mijn lieve gunsteling

    Marieke Lucas Rijneveld en vertaler Michele Hutchison ontvingen (Rijneveld als de eerste Nederlandse schrijver in de geschiedenis van de prijs) dit jaar de International Booker Prize voor de Engelse vertaling van De avond is ongemakThe Discomfort of Evening.

    Mijn lieve gunsteling kan als het vervolg worden gelezen: de veearts die in De avond is ongemak wordt geïntroduceerd zou zomaar de verteller van Mijn lieve gunsteling kunnen zijn. Hij tekent, tegen de achtergrond van een beklemmend religieus boerenmilieu, zijn verboden liefde voor een jong meisje op.

    Mijn lieve gunsteling
    Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het glanzend zwart van mosselen

    ‘Dieper doordringen in gebeurtenissen, kunstwerken en ideeën – dat is de belangrijkste reden waarom ik het schrijven van essays altijd interessant heb gevonden. Door te schrijven ontstaat er een nieuw inzicht, een inzicht dat je pratend of alleen maar denkend niet kunt bereiken. Al schrijvend daal je dieper af,’ stelt Oek de Jong in zijn essaybundel Het glanzend zwart van mosselen, die verscheen bij Atlas Contact.
    Het boek bevat niet eerder gebundelde cultuurkritische stukken van zijn hand, en De Jong legt deels de autobiografische dimensie bloot van zijn veelgeprezen romans.

    Zwarte schuur, zijn meest recent verschenen roman, werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2020 en op 12 november van dit jaar bekroond met de Boekenbon Literatuurprijs.

    Het glanzend zwart van mosselen
    Auteur: Oek de Jong
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Na vijfentwintig jaar nog steeds relevant

    Na vijfentwintig jaar nog steeds relevant

    De blinde passagiers van Jan Brokken is een kwart eeuw nadat het boek voor het eerst verscheen, herdrukt en gaat over de scheepvaart. In het algemeen had het scheepvaartverhaal de Nederlandse bijdrage aan de wereldliteratuur kunnen zijn. Er zijn Nederlandse auteurs internationaal succesvol geweest in het genre, denk aan Jan de Hartog, maar het zijn er minder dan je zou verwachten. Gezien de rol die de scheepvaart in Nederlands bekendste legenden als De vliegende Hollander en het vrouwtje van Stavoren speelt, zou je denken dat de thematiek verankerd zou zijn in de Nederlandse literaire verbeelding. Dat is echter niet zo. In de Nederlandse letteren heeft men meer oog voor beschrijvingen van een moeilijke calvinistische jeugd en nationale navelstaarderij dan dat men de internationale wateren opzoekt.

    Ontsnappen

    In De blinde passagiers scheept de Nederlandse schilderijenrestaurateur Maurice Schotel, op het moment dat het Warschaupact wordt afgebroken, in op een trans-Atlantisch vrachtschip om te ontsnappen aan een onbevredigend leven. Op het schip hebben zich ook twee Pools-Russische verstekelingen verborgen die veel ontberingen lijden. De beschrijving van het leven tussen de containers van deze beide jongemannen, levert sterke indringende passages op. Brokken laat zien hoe ontmenselijkend een dergelijke vlucht kan zijn en hoe bijvoorbeeld het besef van tijd verandert in zware omstandigheden. Mensen die hard oordelen over vluchtelingen doen er goed aan deze passages te lezen. Ze worden dan gedwongen tot empathie.

    Er is een liefdesgeschiedenis en verder duiken er schimmige piraten op en is er sprake van malheur op het schip. Het boek gaat na een eerste climax nog meer dan honderd bladzijden door, zodat er iets van de kracht van het vertelde verloren gaat. In een nawoord gaat Brokken in op zijn inspiratiebronnen en ook op de receptie van het boek destijds. 

    Vluchtelingenproblematiek

    Het boek is goed opgebouwd en biedt zowel avontuur als diepgang. Het hoofdpersonage komt tot leven, net als de twee verstekelingen. Het personage Adriana, de vrouw van de roerganger met wie Maurice Schotel een relatie aanknoopt, roept minder medeleven op bij de lezer. Mooi zijn de passages over het vak van schilderijenrestauratie. Zo komen twee van de meest typische aspecten van Nederland, de omgang met water en de omgang met verf samen in dit boek.  Omdat ook de internationale vluchtelingenproblematiek wordt gethematiseerd, is dit een rijk werk dat nog steeds relevant is en deze herdruk zeker verdiende.