• Wie ben ik?

    Wie ben ik?

    In Zing voor me morgen stelt Deniz Kuypers opnieuw zijn familieachtergrond centraal. Draait het in het vorige boek, De atlas van overal, om zijn Turkse vader, in Zing voor me morgen duikt Kuypers dieper zijn Nederlandse verleden in en tracht hij de achtergrond van zijn moeder, Lucia, te ontrafelen.
    Het veel geroemde De atlas van overal heeft geleid tot een breuk met zijn ouders. In dat boek komt zijn vader er niet zo goed vanaf. Zijn vader is als buitenlandse werknemer naar Nederland gekomen waar hij genoodzaakt is werk te verrichten ver onder zijn niveau. In Nederland is hij getrouwd met Lucia, bij wie hij twee kinderen heeft. Daarnaast onderhoudt hij een gezin in Turkije, waar hij regelmatig heen gaat. Lucia weet hiervan. Dit gespleten leven leidt ertoe dat zijn vader zich eigenlijk nergens thuis voelt. Dit veroorzaakt veel ruzie en geweld in het gezin.

    De atlas van overal heeft voor veel ophef gezorgd binnen de Turkse gemeenschap van zijn vader. Zijn vader is erop aangesproken. Het wordt in die kring gezien als een boek waarin de vuile was van de familie wordt buiten gehangen, waardoor de hele gemeenschap besmet raakt.

    In Zing voor me morgen opent Kuypers met een compilatie van de correspondentie die hij met zijn moeder heeft gevoerd over zijn vorige boek. Zijn moeder biedt haar excuses aan voor wat zich allemaal in het gezin heeft afgespeeld en erkent dat er veel dingen zijn misgegaan in zijn jeugd. Zij verontschuldigt zich daarvoor met een verwijzing naar haar eigen kinderjaren. Daarnaast wijst zij op de overeenkomst tussen zijn eigen leven en het leven van zijn vader. Beiden zijn immigranten in een ander land. Zijn vader vanuit Turkije in Nederland en hij vanuit Nederland in Amerika. Dit heeft Deniz Kuypers geïnspireerd tot het schrijven van Zing voor me morgen.

    Graven in het verleden

    Kuypers gaat op zoek naar gegevens over het leven van zijn overgrootmoeder Levina, zijn oma Nel en zijn moeder Lucia. Hij duikt daarvoor in de archieven, zoekt contact met familieleden en doet onderzoek op locatie. Daar waar de feiten verborgen blijven in de schoot van het verleden, permitteert Kuypers zich de vrijheid hier op eigen wijze invulling aan te geven en, omdat hij zeer beeldend kan schrijven, levert dit een meeslepende zoektocht op. Hij ontdekt een patroon in de levens van de drie vrouwen. Alle drie zijn ze ongewenst zwanger geraakt van een man die al een ander gezin blijkt te hebben.

    In het eerste hoofdstuk laat Kuypers je meeleven met de strijd die Levina moet voeren om zich als alleenstaande moeder overeind te houden in het leven aan het begin van de twintigste eeuw, zonder sociale wetgeving en afhankelijk van de almacht van de kerk. Geheel in de beste traditie van de sociale roman uit die tijd beschrijft Kuypers hoe Levina, uitgekotst door haar familie, ten einde raad aanklopt met haar dikke buik bij Beth Palet, een kerkelijke stichting voor de opvang van ‘gevallen vrouwen’, op de Prinsengracht in Amsterdam. Als zij daar, na haar bevalling, besluit weg te gaan, laat zij haar zoontje Jan achter in het tehuis. Om de pijn van het afscheid te verlichten heeft Levina ervoor gezorgd zich niet te veel aan haar zoontje te hechten. Zij kan op dat moment niet voor hem zorgen. Later, als het haar beter gaat, wil zij hem ophalen. Omdat zij gehoord heeft dat kinderen in Beth Palet regelmatig verwisseld of weggegeven worden, heeft zij, in haar wanhoop, de baby met een keukenmes gestoken in zijn hiel. Aan het litteken dat hij hieraan overhoudt hoopt zij hem later te kunnen herkennen.

    In het tweede hoofdstuk staat oma Nel centraal. Haar leven speelt zich af in de tijd vlak vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Nel heeft zich ontwikkeld tot een sterke, onverzettelijke vrouw, die, na de nodige tegenslagen in haar leven, heeft besloten haar eigen boontjes te doppen. Zij heeft geleerd zich niet primair door haar gevoelens te laten leiden.

    Van historicus naar socioloog en psycholoog

    Als Kuypers in de eerste twee hoofdstukken vooral als betrokken onderzoeker naar voren komt, is dat in het derde deel veel minder het geval. Daarin gaat het om zijn eigen relatie met zijn moeder. De toon is persoonlijker en emotioneler. Dit deel heeft een bespiegelend karakter. Hij reflecteert op het leven van zijn moeder en daarbij ook op dat van zijn vader. Hoe moet hij zich verhouden tot deze mensen, en misschien nog veel belangrijker, hoe moet hij zich verhouden tot zichzelf, tot zijn eigen verbroken relatie in Amerika? Het zijn existentiële problemen waarmee iedere immigrant worstelt. Deniz Kuypers maakt duidelijk dat er achter deze persoonlijke vragen ook meer algemene vraagstukken schuilgaan van vooral culturele aard die betrekking hebben op de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. Prachtig is zijn reflectie op de vraag of het beeld dat hij heeft van zijn moeder, waarin zij zich totaal niet herkent, eigenlijk niet meer is dan een projectie van hemzelf.

    Een prachtig boek

    Deniz Kuypers heeft een prachtig boek geschreven vanuit een zeer persoonlijk invalshoek. Je ziet hem wandelen over de grachten en aanbellen op de adressen waar Levina en Nel hebben gewoond. Je ziet hem zitten in Beth Palet, terwijl hij zich tracht te verplaatsen in de gevoelswereld van Levina. Je ziet hem snuffelen in de archieven op zoek naar informatie over Levina en Nel. Door het professionele karakter van zijn zoektocht creëert hij ook de nodige distantie. Het leesgenot wordt tenslotte nog versterkt door het historische decor waartegen zijn zoektocht zich afspeelt.

     

     

  • Vechtwedstrijden gedetineerden tot de dood er op volgt

    Vechtwedstrijden gedetineerden tot de dood er op volgt

    Van Nana Kwama verscheen in 2019 de verhalenbundel Friday BlackChain Gang All-Stars is de eerste roman van deze jonge Amerikaanse auteur en gaat over de commerciële uitbuiting van gevangenen in geprivatiseerde huizen van bewaring. Abjei-Brenyah geeft zijn fantasie de vrije loop en vertelt het verhaal van een absurde, maar in de roman vanzelfsprekende gang van zaken waarin gevangenen tegen elkaar vechten om hun vrijheid te ‘verdienen’. Gevangenen kunnen zich aanmelden voor SPEL, het Strafrechterlijk Programma voor Entertainment door Langgestraften, wat inhoudt dat ze in arena’s en daarbuiten tegen elkaar vechten ter vermaak van het publiek. Iedere gevangene die veroordeeld is tot minstens 25 jaar detentie, kan, als hij of zij drie jaar de gevechten op leven en dood overleeft, in aanmerking komen voor gratie.

    Winst maken met het voeden, huisvesten en verzorgen van gevangenen is in de VS, Australië en Engeland heel gewoon. Acht procent van de Amerikaanse gevangenen zit zijn tijd uit in geprivatiseerde huizen van bewaring. Ondanks herhaalde pogingen, onder meer van oud-staatssecretaris Fred Teeven, bestaat dit in Nederland niet. Na onderzoek bleek dat niet kon worden vastgesteld of privatisering in Nederland de kosten zou drukken bij gelijkblijvende behandeling van de gevangenen. 

    De deelnemers

    De roman bestaat uit meerdere hoofdstukken die verdeeld zijn over de vier groepen die een hoofdrol spelen. Allereerst is daar de deelnemers aan SPEL. Zij worden van alle kanten belicht, als echte sporthelden. Zij hebben bij- of koosnamen, zoals ook deelnemers aan vechtsporten buiten de gevangenis die hebben. Daarnaast komen enkele trouwe kijkers in aparte hoofdstukken aan bod. Zij kunnen iedere seconde uit het leven van hun favorieten volgen via hun holofoon, een beeld en geluidsontvanger. In de derde plaats worden de demonstranten tegen de gevechten in enkele hoofdstukken belicht. Zij zijn verenigd in de ‘Coalitie ter Beëindiging van Moderne Slavernij’ en demonstreren op straat tegen de onmenselijke behandeling van gevangenen.

    Een van hen is Nile, een student die door zijn protest tegen SPEL vrijwel geïsoleerd komt te staan aan de universiteit. Hij krijgt te horen dat SPEL gewoon sport is en de deelnemers zichzelf aanmelden, dat het allemaal verkrachters zijn en dat die lui gevaarlijk zijn en dat er niet alleen zwarten aan meedoen, maar ook witten. Kortom Nile is een watje, omdat hij SPEL afkeurt. Ten slotte komt Chain Gang Unlimited in beeld, het bedrijf dat deze gevechten heeft bedacht en exploiteert. Het houdt zich bezig met de organisatie van de gevechten in de arena’s, de logistiek van de ‘Marsen’ naar volgende steden en organiseert publieksmanifestaties waar het publiek kennis kan maken met gladiatoren. Het bestuur van dit bedrijf denkt dat dit gevangenen circus kan uitgroeien tot het grootste entertainment product ter wereld. Als hen dat zo uitkomt veranderen ze de reglementen om nog meer spanning op te roepen. De meest aansprekende figuur in dit bestuur is Mick Wright, de persoon die het ‘circus des doods’ presenteert en met zijn ‘elektriserende stem’ het publiek opwarmt. 

    Vechten voor vrijheid

    Hoofdpersonen van de roman zijn de twee zwarte vrouwen Loretta Thurwar en Hamara ‘Hurricane Staxx’ Stacker, die worden gevolgd op hun tocht van gevecht naar gevecht, tot aan wat genoemd wordt de definitieve ontketening. Wie uiteindelijk ontketend wordt laten we hier in het midden. Hun gevechten worden bijna tot op de huid beschreven. Alle details over houding, handeling en resultaat worden door de auteur aan de lezer voorgeschoteld. De twee zwarte vrouwen behoren tot de ‘A-Hamm Keten’, een tiental gevangenen die via gevechten vrij willen komen. Deze gevangenen vechten individueel of collectief tegen (leden van) andere ketens. Deelnemers aan SPEL worden continu gevolgd door HMC’s, ‘Holo Microphone Camera’s’, het (fictieve) meest gebruikte video/audio-opnameapparaat in de wereld van de actiesport waardoor iedere beweging en ieder geluid van de deelnemers 24/7 gevolgd kan worden. Ze trekken van stad naar stad en worden onderweg bewaakt door geavanceerde technische hulpmiddelen die voorkomen dat ze kunnen ontsnappen. Kijkers kunnen de beelden van hun helden gratis bekijken, ter opwarming voor de gevechten in de arena, waarvoor ze wel entreegeld moeten betalen.  

     Loretta en Staxxx zijn een liefdeskoppel (Staxx krijgt na iedere gedode tegenstander een x achter haar naam erbij). Zij vechten uiteindelijk ook samen tegen de compleet geschifte ‘ondoodbare’ Simon J. Craft en de altijd zingende eenarmige krachtpatser Hendrix ‘Scorpion Singer’ Young. Het is aandoenlijk te lezen hoe Loretta en Staxxx, twee sterke, ongenaakbare en wrede vrouwen die veel anderen om het leven hebben gebracht, teder en lief voor elkaar zijn. Ze laten zien dat mensen in de moeilijkste omstandigheden toch liefde voor elkaar kunnen opbrengen. Loretta haalt andere deelnemers in haar keten ertoe over elkaar niet uit te roeien, zodat er in de onwerkelijke wreedheid van hun bestaan toch iets van solidariteit ontstaat. Beide vrouwen worden tot publiek bezit en hun fans willen alles van hen te weten komen. 

    Onvoorstelbare wordt doodnormaal

    De roman geeft eenzelfde harde beeld van het leven in de gevangenissen als Kathy Page dat deed in haar roman Simons Alphabet over een Engelse gevangenis. Daar lag de nadruk op de kans op rehabilitatie door een psychologische aanpak waarbij de gevangene een beter mens wil worden. In onderhavige roman draait het om gevangenen die via ‘entertainmentlynchpartijen’ vrij kunnen komen door medegevangenen te doden ter vermaak van het publiek en tot profijt van de investeerders. 

    De auteur slaagt er in de lezer mee te voeren met de helden die zich voorbereiden op een gevecht of aan het vechten zijn waardoor het onvoorstelbare verandert in iets wat doodnormaal lijkt. Door middel van voetnoten geeft hij uitleg over technische of juridische details, waardoor het nog realistischer lijkt. Hij laat goed zien dat er in deze commerciële hel ook liefde en genegenheid bestaat, maar dat het systeem door en door verrot is. Gevangenen zijn in dit door Chain Gang-Unlimited geleide bedrijf niets meer dan een bron van vermaak voor het grote publiek. De roman toont een uiterste consequentie van privatisering van het gevangeniswezen waarin mensen worden gereduceerd tot handelswaar, en dus tot geldmachines.

     

     

  • Oogst week 49 – 2023

    De Muur voorbij – Berlijnse fado

    De dreiging van de ‘linkse wolk’ is voorlopig afgeslagen, zo verzuchtte menig stemmer een paar weken geleden. Nog altijd associeert men een socialistisch bewind met Oost-Duitsland, de DDR. Geen ander land kent tijdens de Koude Oorlog een hogere concentratie afluisteraars en spionnen voor de staat. Des te verrassender dat vertaler en lusitanist Harrie Lemmens er vrijwillig drie jaar gewoond heeft om te werken voor Intertext. Zijn literaire non-fictiewerk De Muur voorbij vormt hiervan het ooggetuigenverslag. Hij ontmoet er de liefde van zijn leven, Ana Carvalho, en wijdt zijn Berlijnse fado (ondertitel) aan haar.

    Lemmens geldt als dé schrijver die de Portugese literatuur naar Nederland importeert. Als blijk van dank schenkt de Portugese president hem in 2022 de Ordem do Infante Dom Henrique. Van Fernando Pessoa, José Saramago en vele anderen vertaalt hij in totaal meer dan 100 boeken naar het Nederlands. Hoewel hij ook vanuit het Spaans, Engels en Duits omzet, ontzenuwt hij steevast de precisie waarmee een vertaler werkt. Hij zegt daarover: ‘Vertalen is verzinnen wat er staat.’ Met De Muur voorbij vertaalt Lemmens vooral zijn eigen gedachten op papier. Het geheugen als enige brontekst.

    De Muur voorbij - Berlijnse fado
    Auteur: Harrie Lemmens
    Uitgeverij: Arbeiderspers

    Ik kom hier nog op terug

    Ik kom hier nog op terug van Rob van Essen klinkt als een belofte. Zijn nieuwste roman gaat over Rob Hollander die een fout uit het verleden tracht te herstellen. In zijn poging dit te doen komt hij echter op een ander spoor terecht. Van Essen (1963) oogst met zijn oeuvre tot nu toe lof voor zijn eenvoudige stijl. Die combineert hij met een geloofwaardig spel tussen schijn en werkelijkheid. Het levert hem een luisterrijke palmares op: met De Goede Zoon won hij de Libris Literatuur Prijs (2019). Zijn verhalenbundel Hier wonen ook mensen leverde hem bovendien de J.M.A. Biesheuvelprijs op (2015). Hij is getrouwd met de getalenteerde Belgische schrijfster Lize Spit.

    Rob van Essen doet aan tijdreizen in Ik kom hier nog op terug. Maar dan gewoon door zijn hoofdpersoon van Schiphol naar L.A. te laten vliegen. Simpel zat. Jeugdvriend Icks, die hem daar opwacht, presteert bepaald niet niks: hij heeft het helemaal gemaakt als game-ontwikkelaar. Toch gaat de roman niet alleen over deze hereniging. In de breedste zin van het woord behandelt Van Essen niet slechts een plot, maar ook het plot dat we onszelf voorhouden, als gedane zaken geen keer nemen. Want of iets echt gebeurd is of niet, staat vaak los van wat we kunnen of willen geloven. En daar kun je altijd op terugkomen.

    Ik kom hier nog op terug
    Auteur: Rob van Essen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Hoe eindig alles – Een kleine kroniek van mijn moeder

    Elliptische formuleringen als Hoe eindig alles zien we tegenwoordig vaker voorbijkomen in poëtische uitingen. Marre van Dantzig titelt aldus de kleine kroniek over haar moeder. De onaffe zin suggereert een onvoltooid leven dat Van Dantzig wil eren. Of gevoelens die zich niet in woorden laten vatten. Tien jaar hiervoor schreef zij al een kroniek over haar vader, getiteld Zolang niet alles is verteld. Van Dantzig bestierde tot vorig jaar een boekhandel in Amsterdam die barstte van de reisboeken en itineraria: Evenaar. Maar soms is het leven de reis die een verhaal op zich verdient. Zoals het leven van Van Dantzigs moeder.

    Hoe eindig alles begint met Marres moeder en sluit met haar af. Tussendoor verweeft de schrijfster allerlei familieleden, plekken en gebeurtenissen met het leven van haar moeder. De pijn dat alles voorbijgaat, zal net als in de hommage aan haar vader, in dit boek een melancholische uitwerking hebben. De illustraties en foto’s zullen bovendien bijdragen aan de weemoed over het verstrijken der tijd. Hopelijk is Hoe eindig alles geen aankondiging van een stagnerend schrijverschap. Van Dantzig zal nog velen tot vertroosting en verstrooiing zijn, als haar oeuvre hier niet eindigt.

    Hoe eindig alles - Een kleine kroniek van mijn moeder
    Auteur: Marre van Dantzig
    Uitgeverij: Uitgeverij De Brouwerij
  • Een kamer voor jezelf en geld om te kunnen schrijven

    Een kamer voor jezelf en geld om te kunnen schrijven

     

    Fien Veldman (1990) studeerde literatuurwetenschappen en schreef meerdere essays over het thema klassenongelijkheid. In 2021 won ze de Joost Zwagerman Essayprijs met ‘Not really making it’. Een essay over een zedenzaak in een achterstandswijk in Leeuwarden waar zij zelf opgroeide. Deze zomer verscheen van haar het essay, ‘In onze maatschappij word je nooit een kwartje – hooguit een dubbeltje op een andere plek’ in het NRC.

    Als kind las Veldman van alles door elkaar. Vanaf haar twintigste, toen ze Literatuurwetenschappen ging studeren, kwamen de klassiekers aan de beurt. Aan het eind van haar studie begon ze te schrijven voor verhalenwedstrijden om wat geld te verdienen. Ze won verschillende prijzen en ontdekte dat schrijven ook een loopbaan kon zijn. Daarna won ze twee belangrijke essayprijzen, met een behoorlijke geldprijs waardoor ze tijd kon vrijmaken om te schrijven. 

    ‘Virginia Woolf schreef ‘A room of one’s own’, waarmee ze meer bedoelde dan alleen die kamer voor jezelf. Eigenlijk zei ze, je hebt een kamer én geld voor jezelf nodig. En dat besefte ik wel, dat ik geld nodig heb om te kunnen schrijven. De Elise Mathilde-prijs was een enorme gift [10.000 euro] waardoor ik ruimte zag om me met schrijven bezig te houden.’

    Dit jaar debuteerde Fien Veldman met de roman Xerox als prozaschrijver. Een roman over een jonge vrouw die van onderaf de maatschappelijke ladder beklimt. Komend vanuit een achterstandswijk valt dat nog niet mee. Ze werkt als klantenservicemedewerker bij een kantoor in een niet nader genoemde stad. Het motto in haar werk tot nu toe is dat opgroeien in een achterstandswijk je hele verdere leven op achterstand stelt. Een zwaar thema, maar luchtig en met humor verteld.


    Wat wilde je laten zien?

    ‘Ik wilde het kantoorleven laten zien door de ogen van iemand die zich niet naar de gangbare, gewone wereld kan voegen. Voor iemand die deel uitmaakt van de middenklasse, is het niet denkbaar dat een ander bepaalde omgangsvormen en codes niet begrijpt.’ 

    De naamloze jonge vrouw lijkt op het eerste gezicht het type ‘loser’, maar blijkt een scherp observeerder van het menselijk onvermogen en heeft een nogal kritische, soms ronduit botte mening over haar collega’s, maar sluit zonder bedenkingen vriendschap met een vuilnisman. Wat zij belangrijk vindt, zijn niet de behoeften van haar collega’s die tot de ‘havermelkelite’ gerekend kunnen worden. Ze is niet ambitieus en bekritiseert elke ambitie bij anderen. Haar printer is het enige waarmee ze communiceert. Daar is een heel hoofdstuk aan gewijd, aan de gedachten en meningen van de printer. Over haar baan denkt ze, ‘Wat als ik rijk was geweest? Dan had ik deze baan nooit gehad. Dan was het niet eens in me opgekomen dat dit werk bestond.’ Het besef dat de ene klasse niet voor de andere klasse bestaat hakt er dan wel in. 


    Wat is ze voor iemand?

    ‘Ze komt in een wereld terecht die ze niet begrijpt en die veel weg heeft van leeg consumentisme. Mensen die elkaar vertellen hoe belangrijk ze zijn op de werkvloer, maar inhoudelijk weinig te bieden hebben. Klassenmigratie betekent dat je je bewust bent van alles om je heen: dat je let op alle sociale regels die je niet van huis uit hebt meegekregen. Dat je je in het concertgebouw moet aanpassen aan de cultuur die daar heerst. Daar wordt op een stille manier gesproken, er wordt bepaalde kleding gedragen en het drankje is bij de toegangsprijs inbegrepen terwijl jij je consumptie wilt afrekenen. Kleine details waar je niets van weet. Niemand gaat het je leren, dus je wordt je er hyperbewust van hoe de anderen het doen. Dat geldt ook voor mensen uit een andere cultuur, er is een kloof die ze zelf moeten dichten.’ 

    Ze functioneert niet in haar baan, wordt op non-actief gesteld en uiteindelijk ontslagen. Dan gebeurt er iets waardoor het verhaal kantelt. Als ze op kantoor is geweest om haar ontslag te ondertekenen, besluit ze bij het verlaten van het pand haar printer mee te nemen. Ze zoekt hem in een opberghok. Ze sluipt door het gebouw en als ze bij het berghok is aangekomen, denkt ze: ‘Nog twee stappen, dan ben ik de Styx overgestoken.’ 


    Wat gebeurt daar?

    ‘Ze leeft erg in een onder- en bovenwereld, op de grens daarvan. Ze steekt de Styx over om in een ander universum te komen. Na haar ontslag denkt ze: dit is mijn transformatieve moment. Daar zit ook de beweging in dat ze actief moet meedoen en niet alles maar over zich heen moet laten komen.’ 


    In zowel het boek als het essay is er sprake van een verdwenen meisje, van seksueel misbruik. Is het boek ontstaan vanuit het essay ‘Not really making it’?

    ‘Het was eigenlijk andersom. In 2019 begon ik aantekeningen voor het boek te maken en in 2020 begon ik eraan te schrijven. Er zit wel eenzelfde thematiek in: sociale klasse en hoe je omgaat met je sociale achtergrond. Ik wilde het vooral hebben over hoe iemands sociale klasse doorwerkt in haar volwassen leven. 

    Ik wilde me niet verplicht voelen recht te moeten doen aan de waarheid, aan wat er echt gebeurd is in mijn eigen bestaan. Om scherper naar mijn personage te kunnen kijken, moest ik daarvan loskomen. Ik wilde geen autobiografisch verhaal schrijven, maar ik moest wel iets met dat verhaal om het uit mijn systeem te krijgen, dat het uit mijn schrijven zou verdwijnen. Zodat ik daarna helemaal op de fictieve toer kon gaan voor dit boek. Daarom schreef ik eerst het essay.’

    De personages zijn naamloos of worden genoemd naar hun functie, ‘marketing’, ‘sales’, ‘administratie’. Als iemand in het boek haar aanspreekt, staat er: ‘Hé [mijn naam].’ 


    Waarom wilde je het naamloos houden? 

    ‘Ik vond het belangrijk dat ze op een redelijk generieke manier beschreven wordt. Je weet ook niet hoe ze eruitziet, het zou eigenlijk iedereen kunnen zijn. Dat past wel bij de manier waarop zij zichzelf en de wereld ervaart. De wereld is vaag voor haar. Ze kan zich bijvoorbeeld ineens afvragen of het kantoor waar ze werkt wel echt bestaat. Alsof haar leven niet echt is.’ 

    Het boek opent met een citaat van Rilke: ‘Als er tussen de mensen en uzelf geen verbondenheid is, probeer dan de dingen nabij te zijn: zij zullen u niet in de steek laten.’ Het lijkt haar personage op het lijf geschreven.


    Kun je zeggen dat zij slachtoffer van haar eigen keuze is?

    ‘Ze staat wel heel ambivalent ten opzichte van de middenklasse omdat ze naar een wereld toe groeit die ze niet begrijpt. Ze is daardoor ook totaal niet ambitieus, waardoor ze geen aansluiting met haar collega’s vindt die wel willen opklimmen in hun werk. 


    Wat was je ingang tot het boek?

    ‘Het begon met de stem van het personage dat in mijn hoofd opkwam, haar innerlijk leven. Dat was de leidraad voor de rest van het verhaal. De manier waarop zij naar de wereld kijkt – ze is best arrogant, denkt alles beter door te hebben dan de rest – is een hele specifieke manier van kijken en daar had ik veel aan. Dat zorgde er ook voor dat het boek een bepaalde stijl heeft gekregen.’

    Op een dag wordt ze door een gemeentewerker met zijn vuilniswagentje aangereden. Het is een man zonder oordeel. Ze worden goede vrienden, hij is voor haar een soort heilige. ‘Ik had altijd al zo’n scène in mijn hoofd van een personage die langs een gracht loopt en wordt aangereden door een achteruitrijdend vuilniswagentje. Dat zag ik altijd al voor me – dat is een sleutelscène in iets wat ik ooit ga maken.’

    Er lopen verschillende verhaallijnen door het boek. De vriendschap met haar vriendin van vroeger, de buurt waar ze uit voortkomt, een printer als personage, een kwijtgeraakt pakketje, de vuilnisman. 


    Ontstonden die verhaallijnen tijdens het schrijven?

    ‘Gaandeweg ontdekte ik haar probleem door hoe ze tegen de printer praatte, dat was een teken dat ze sociaal niet meekomt. Dan wordt ze gediagnosticeerd met een burn-out en moet ze vrij nemen van haar baas. Ik volgde haar in hoe ze dacht en wat ze deed en daaruit volgden de scènes. Zoals de therapiesessies bij de bedrijfscoach die haar nogal voor de hand liggend advies geeft, maar haar niet echt helpt.’ 


    Is dat de huidige bedrijfsmentaliteit, een coach inhuren?

    ‘Startups met jonge mensen, millennialkantoren, hebben richting nodig en daar huren ze mensen voor in. Sommigen doen echt wel nuttig werk, maar vaak is het gewoon gebakken lucht, zijn het ervaringsdeskundigen die zelf weleens een burn-out hebben gehad. En dat er bij problemen altijd iemand moet worden ingehuurd om het geheel te begeleiden, is eigenlijk een trieste zaak, dat ze het niet intern kunnen oplossen.’


    Welke schrijvers hebben je geïnspireerd?

    ‘Tijdens het schrijven heb ik veel gelezen. Alle Faxen boeken van Mizee, om de manier waarop ze naar haar omgeving kijkt. Ook Het bureau van Voskuil heeft me geholpen bij het schrijven. En in de periode dat ik aantekeningen maakte voor het boek, las ik onder meer Jaag je ploeg over de botten van de doden van Olga Tokarczuk, met een geweldig personage dat zich heel anders tot de planten en dieren verhoudt dan de rest van de wereld.’ 


    Kreeg je uit je vroegere buurt reacties op je essay?

    ‘Er zijn vrienden uit die tijd die ik nog steeds zie. Ik heb het aan iedereen voorgelegd die erin voorkwamen en die ik nog kende, ze vonden het allemaal acceptabel dat ik ze erin schreef. Maar niet iedereen uit de buurt was er blij mee, sommige mensen zien het als een beledigend stuk. Het is natuurlijk ook geen rooskleurig beeld van de buurt, maar wel een realistisch beeld. Anderen vonden het juist heel goed dat ik zoiets aankaartte. Uiteindelijk is het in het belang van de kinderen die in zulke buurten opgroeien, je wilt ze net zoveel kansen geven als de kinderen die in Amsterdam-Zuid opgroeien.’ 

    ‘Ik had het nodig om een zo waar mogelijk verhaal te vertellen, terwijl veel mensen het fijner zouden vinden als ik dit verhaal in een positiever narratief zou gieten, dat ik mensen zou beschrijven als mensen met weinig kansen maar dat ze wél heel lief zijn voor hun kinderen, of de moeder van die en die was verslaafd aan alcohol, maar ze was wél heel leuk. Daar houd ik niet van, ik wil het zo eerlijk mogelijk vertellen.’

    ‘Mijn moeder heeft mijn boek twee keer gelezen. De eerste keer vond ze het grappig, maar bij de tweede lezing vond ze het eigenlijk een heel treurig verhaal.’

     

     

    Foto: Laila Cohen


     

     

     

     

     

     

     

    Xerox / Fien Veldman / 224 blz. / Atlas Contact

     

     

  • Cassante passages van een astrante tante

    Cassante passages van een astrante tante

    Lionel Shriver (1957), de schrijfster die haar naam in een jongensnaam veranderde omdat ze zich een tomboy voelde, werd bekend met de roman We moeten het eens over Kevin hebben. Vorig jaar bracht ze met Tegendraads een non-fictie boek uit. Omdat ze haar aanvankelijk ‘schamele verdiensten als romanschrijver moest aanvullen’ werd Shriver namelijk ook journalist en columnist. Voor Engelse en Amerikaanse media schreef ze columns, essays en opiniestukken over vele onderwerpen: van vriendschap tot gezondheidszorg, belastingen, de dood en overgewicht. Materiaal was er genoeg. Tegendraads leest alsof je mee tolt met een wervelwind. Het keert je hoofd binnenstebuiten en schudt het heen en weer. Eenmaal tot rust gekomen hou je er soms nieuwe percepties aan over.

    Bakken kritiek

    In de inleiding waarschuwt Shriver evenwel de lezers. Ze drukt de hoop uit dat zij nog altijd haar romans zullen lezen indien zij het niet eens zouden zijn met haar standpunten over bijvoorbeeld Brexit, migratie, woke. Shriver vindt echter niet dat ze zich moet verontschuldigen voor haar controversiële stukken. Volgens haar helt de overgrote meerderheid van haar literaire collega’s ver naar links en heeft de letterenwereld ernstig behoefte heeft aan tegenwicht. Voor haar essays en toespraken kreeg Shriver bakken kritiek over zich heen.

    In haar persoonlijke essays is ze op haar best. De brief naar haar jongere zelf, toen zij nog een onbekende arme schrijfster was, is ontroerend en geestig. Ook de stukken over haar broer die aan een eetstoornis stierf en over wat dik zijn betekent in deze maatschappij getuigt van moedige openhartigheid en scherpzinnige ideeën. Het relaas van haar jarenlange verblijf als correspondent in Belfast koppelt het persoonlijke met de politieke situatie en dat is bijzonder interessant. Vriendschappen kunnen eraan stuk gaan. Wat Shriver vertelt over The Troubles in Belfast doet soms denken aan de tijd van corona waarin anti-vaxers ruzie kregen met hun tegenstanders in eenzelfde familie.

    Het is ook boeiend om te lezen hoe haar romans tot stand kwamen: soms licht Shriver namelijk een tipje van de sluier op en ontrafelt ze haar fictie tot non fictie, legt ze fictie als het ware uit. In tijden waarin fictie wordt bedreigd en zich steeds meer moet verantwoorden, is dat een grappige contradictie. Maar Shriver toont het denkproces dat aan fictie voorafgaat, de keuzes die de schrijver moet maken. Het is interessant hoe zij, geboren in een strenge religieuze familie, vertelt hoe ze het juk van godsdienst van zich afgooide en fictie ging schrijven. Hoe verhouden die twee zich eigenlijk tot elkaar?

    Andermans hoed

    Met heldere argumenten en pittige quotes fulmineert Shriver over woke en culturele toe-eigening. Ook een witte man mag volgens haar in de huid kruipen van een zwart tienermeisje. Zelf beschreef Shriver een schietpartij in een school en ‘het spijt haar dat ze het moet zeggen: ze heeft zelf nog nooit zeven kinderen, een leraar en een kantinemedewerker doorzeefd.’

    Nadat een verkleedpartij onder studenten werd beschouwd als ‘een daad van etnisch stereotyperen’, – studenten hadden een mini-sombrero opgezet – pleit Shriver ervoor dat iedereen een sombrero mag opzetten. Je mag andermans hoed opzetten! Is schrijven ook niet in iemands schoenen gaan staan en empathie ontwikkelen?

    Shrivers essays over taal zitten goed in elkaar. Haar betoog om zorg te dragen voor die taal is vurig, gaat verder dan wat kommaneuken. Voorbeelden zijn het essay over de interpunctie en het verkeerd gebruik van de komma of het enkele haakje. Daarin voert ze opnieuw sterke argumenten aan. Shriver is hevig maar blijft de logica bewaren wanneer ze het heeft over de ‘linguïstische verlakkerij’. Zo vindt zij de term ‘cisgender’ geforceerd en niet organisch. ‘Cis’ is Latijn voor ‘aan deze kant van’ tegenover ‘trans’, wat ‘aan de andere kant van’ betekent. ‘Door het gebruik van dit adjectief onderschrijf je de opvatting dat sekse bij de geboorte wordt ‘toegewezen’ en niet erkend wordt als een biologisch gegeven,’ schrijft Shriver. En even later: ‘om entiteiten aan te duiden die zijn wat ze lijken te zijn, zouden we overal ‘cis’ voor kunnen zetten. ‘Cisblauw’ zou betekenen blauw en niet geel. ‘Cisboring’ zou echt saai betekenen en niet stiekem toch amusant.’ Deze redeneringen doen aan de filosoof Peter Sloterdijk denken die ook al wees op de gevaren van rechts én van links, van conservatief én van progressief.

    Wat Shriver vertelt over syntaxis, interpunctie en grammatica gaat ook over een maatschappij. Ze wil de taal en haar grammaticale regels beschermen tegen barbarij en gemakzucht. In het woke-debat en het debat over diversiteit wordt het kind weleens met het badwater weggegooid, telt de wijsheid plots niet meer als die bijvoorbeeld van een witte geprivilegieerde man komt.

    Vast in de bubbel

    Wanneer Shriver zich waagt op politiek terrein lijkt ze soms zelf in een bubbel vast te zitten. Ze herhaalt zichzelf dan met nog een luider woord, zoals in een facebookdiscussie. Het politieke spectrum lijkt haar eigen ideeën plat te drukken en dat is jammer. De argumenten worden minder krachtig. Shriver gaat soms wel heel kort door de bocht. Ze spreekt zichzelf tegen als ze zegt dat je in elk personage mag kruipen. Dat heeft ze blijkbaar met een zekere egocentrische willekeur bedoeld, want sommige van haar standpunten getuigen niet bepaald van empathie en mededogen. Shriver vindt het normatieve jargon van links duiden op bekrompenheid die neigt naar dogma. Haar jargon wordt echter even bekrompen: sceptisch over vaccinaties, migratie, woke, voor Brexit. Het zijn de af te vinken lijstjes van rechts. Het blijft wel interessant dat een dochter van conservatieve religieuzen die zich daarvan wilde losrukken, nu zelf ook neigt naar het conservatieve.

    Gaandeweg ontbreekt er een zekere rust in de teksten. Sommige quotes worden weleens drammerig, Shriver stampvoet als een macha rond en pookt op met veel stof. Sommige zinsneden doen gezwollen aan. Het wordt bijwijlen teveel, zoals in het nochtans hilarische stukje over een bezoek aan het filmfestival van Cannes. Daaraan heeft Shriver een epiloog gebreid die de droge tekst met gevoel voor zelfrelativering teniet doet en de grappen uitmelkt. Het brede scala aan onderwerpen is goed gemonteerd in Tegendraads. Ondanks hier en daar een drammerige passage schreef een pittige tante een boeiend boek dat je in beweging zet.

     

     

  • Oogst week 19 – 2023

    En toen ging hij

    Tussen 2001 en 2023 schreef Jannah Loontjes vijf dichtbundels en zes romans. Hoewel zij geboren werd in Kopenhagen en opgroeide in Zweden, zijn haar boeken Nederlandstalig. Naast literair talent bezit Loontjens wetenschappelijke kwaliteiten. In 2012 verschijnt haar proefschrift over modernisme en tussen de bedrijven door schrijft zij voor De Groene Amsterdammer, de Volkskrant, de NRC en Trouw.

    In een interview merkte zij recent op: ‘Vertrouwen in de mens, ik zou willen dat dat nog bestond.’ Een duistere opmerking. Is dit pessimisme ook te vinden in haar nieuwste boek, En toen ging hij? Loontjens, geboren in het land van hygge, mikt met dit werk niet bepaald op knusheid. Eerder gaat de roman over verdwijnende vanzelfsprekendheden, geknakte hoop en – het blijft een Scandinavische pageturner – een politieke moord.

    Naar aanleiding van de aanslag op sociaaldemocraat Olof Palme wordt de moeder van hoofdpersoon Ebba gearresteerd. Het boek geeft een mooi beeld van de Zweedse couleur locale uit de jaren ’70 en ’80, zonder te behagen. In het licht van de voorgaande kritieken op Loontjens’ oeuvre zou dit verhaal een nieuw exportproduct kunnen worden voor Noord-Europa. Eerst had het de Edda. Toen was daar ABBA. En nu het verhaal van Ebba.

    En toen ging hij
    Auteur: Jannah Loontjens
    Uitgeverij: De Geus

    Waar ik ophoud – psychoanalytische essays

    De laatste jaren trekken nogal wat dubieuze beroemdheden de aandacht van jongemannen. Via non-fictieboeken, TikTok en Instagram bieden ”echte” mannen sturing in deze verwarrende tijden, waarin klassieke rolpatronen opgeheven dreigen te worden. Goede voorbeelden hiervan zijn atleet Andrew Tate (A Top G Story) en psycholoog Jordan B. Peterson (12 Rules for Life). Zij wijten de toegenomen onzekerheid onder jongemannen vooral aan de te ver doorgeschoten feminisering van de maatschappij.

    Wie een volwassener kijk op de wereld en tóch een beetje sturing verlangt, wende zich beter tot Arthur Eaton. Waar ik ophoud – psychoanalytische essays zou hierbij weleens heel nuttig kunnen zijn. Eaton heeft een psychologenpraktijk in Amsterdam en verkent het gebied van de psychoanalyse. Hierop promoveerde hij reeds in 2017 én De kleine Freud is ook van zijn hand. Welke onderbewuste processen beïnvloeden ons denken, gedrag en dus ons leven?

    Zijn eerste advies is dat meer mensen in therapie moeten gaan. Dit levert namelijk zelfkennis op die veel kan opleveren en leed kan voorkomen. Volgens Eaton is de psychoanalyse de enige vrijplaats waarin alle ideeën en gevoelens oordeelloos en vrij kunnen worden gedeeld. De mens is veel irrationeler dan hij over zichzelf wil toegeven. Een belangrijke voorwaarde om de gevaren van die onredelijkheid te ontmantelen, is haar te erkennen in onszelf. Daarom lijkt de aanschaf van Waar ik ophoud alleszins redelijk.

    Waar ik ophoud - psychoanalytische essays
    Auteur: Arthur Eaton
    Uitgeverij: Athenaeum

    Ei, foetus, baby – Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap

    Trudy Dehue (1951) wordt in 2011 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau voor haar wetenschappelijke relevantie en maatschappelijke invloed. Haar vakgebieden zijn de psychologie, wetenschapstheorie en wetenschapsgeschiedenis. Vooral De Depressie-epidemie en Betere mensen verstevigen Dehues academische reputatie. Tot haar emeritaat in 2016 is zij hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en sindsdien gaat Dehue gestaag door met belangwekkende publicaties.

    Ei, foetus, baby werpt een nieuw licht op zwangerschap en hoe de mensheid deze fase behandelt. Eigenlijk is ‘mensheid’ een te neutrale term, in ogenschouw genomen wie die bewuste behandelingen bepalen en altijd bepaald hebben. Bovendien staat abortus tot op de dag van vandaag in het Wetboek van Strafrecht onder bepaalde voorwaarden én krijgt de Nederlandse antiabortuslobby vanuit Amerika fikse financiële steun. Nog steeds zijn de vrouwelijke ervaring en realiteit niet leidend in het beleid.

    Met de zachtheid van harde feiten brengt Dehue in kaart hoe we omgaan met zwangeren en zwangerschap. De huidige cultuur vormt geenszins het humane eindpunt van een lineaire ontwikkeling, zo laat haar perspectief vanuit de vrouw zien. Vooral de pas sinds kort afnemende godsvrucht stelt het belang van de ongeboren vrucht steevast boven het belang van de vruchtdragende vrouw. Hoe dit zo ver heeft kunnen komen en wat dit betekent voor de vrouw, zet Dehue uiteen in een zeer belangrijke pennenvrucht.

    Ei, foetus, baby - Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap
    Auteur: Trudy Dehue
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 18 – 2023

    Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter.

    De Veere Wachter uit Een vrouw met mooie borsten begint de aantekeningen in haar dagboek op Nieuwjaarsdag 2019. Met vriend Krzysztof is ze in Saint Monans in Schotland. ‘Ik werd niet te sentimenteel, het was allemaal heel gemoedelijk en ik voelde me gelukkig waar ik was; bij het water, met mensen die ik niet kende maar die warm en vriendelijk waren naar elkaar, ergens in een onbeduidend vissersdorpje aan de oostkust van dit wonderlijke eiland’. Twee dagen later maakt ze een heerlijke wandeling met haar vriend. Ze praten over een kinderwens: ‘” Een hond kan natuurlijk ook,” opperde ik, want ergens diep in mezelf voel ik dat ik beter geen kinderen kan baren. Of is dat angst? Angst voor iets wat mijn leven over kan nemen, vermoedelijk zal gaan beheersen?’
    Weer een paar dagen later, terug in Amsterdam, herinnert ze zich de zin van Virginia Woolf: ‘Een vrouw moet geld en een eigen kamer hebben als ze fictie wil schrijven’. Ze wil een kamer ‘waarin ik me kan terugtrekken, waarin ik kan lezen en schrijven, meer niet’.
    Elte Rauch is Nederlandse. Ze groeide op in Zeeuws-Vlaanderen en studeerde Filosofie en Sociale Wetenschappen in Engeland en daarna Theologie in Utrecht. Ze was literair assistent van theoloog-dichter Huub Oosterhuis. Een vrouw met mooie borsten is haar debuut.

    Een vrouw met mooie borsten. Het dagboek van Veere Wachter.
    Auteur: Elte Rauch
    Uitgeverij: Cossee

    Bedrog

    Joeri Felsen was het pseudoniem van de Russische schrijver Nicolai Freudenstein. Hij werd in 1894 geboren in Sint Petersburg, maar ontvluchtte de dictatuur in zijn land in 1923 en vestigde zich in Parijs. In zijn tijd werd hij vergeleken met Nabokov en zelfs werd hij in diverse teksten over hem op internet de ‘Russische Proust’ genoemd. Bedrog is Felsens debuut. Het verscheen in 1930 in het Russisch, maar werd in zijn geboorteland verboden. Het is een driedelige roman met dagboekaantekeningen van een Russische immigrant in Frankrijk. Hij draait grotendeels om de obsessieve liefde van de (naamloze) verteller voor zijn muze Lyolya.
    Felsen werd in 1943 vermoord in Auschwitz-Birkenau en daarna zo goed als vergeten. Vertaler Hans Boland noemt de vernederlandsing van Bedrog in zijn naschrift ‘geen kattenpis’. Problemen vormden de onmogelijk lange zinnen, het veelvuldig gebruik van deelwoorden en het speciale woordgebruik van de auteur. ‘Met mijn vertaling van Felsen hoop ik (…) een – zij het minimale, maar nooit overtollige – bijdrage te kunnen leveren aan het behoud en de ontwikkeling van een Nederlands dat zich niet laat breidelen door formalisme maar houdt van zout in de pap en onvoorspelbaarheid. Want daaraan ontbreekt het de literatuur van de mooiste taal van de wereld naar mijn smaak te vaak’.

    Bedrog
    Auteur: Joeri Felsen
    Uitgeverij: Athenaeum

    Chain Gang All Stars

    Nana Kwame Adjei-Brenyah (1991) debuteerde in 2018 met de ook in Nederland vertaalde (in 2019) verhalenbundel Friday Black over racisme en ongeremde consumptie. Chain gang All Stars is zijn romandebuut. Het is een dystopie over de duistere kanten van Amerika. Niet zozeer een dystopie in de zin van een onheilspellende toekomst, maar als een gechargeerde kwaadaardige uitbeelding van het gevangenissysteem in Amerika gecombineerd met de bewondering voor extreme sports. In de gevangenis worden in het programma Chain-Gang All-Stars van het Strafrechtelijk Programma voor Entertainment door Langgestraften sportwedstrijden georganiseerd waarin veroordeelde moordenaars elkaar bevechten tot de dood erop volgt. De ultieme winst is de vrijheid. In de Amerikaanse huiskamers genieten de kijkers via een streaming van de bloedige gevechten. Twee van de vechters zijn elkaars geliefden die door de gevechten kans maken elkaar kwijt te raken. Maar de roman gaat ook over de vraag hoe je in dit geweld je menselijkheid kunt bewaren, terwijl de productiemaatschappij alles doet voor de kijkcijfers. De New York Times schreef in zijn recensie: ‘De maatschappij waarin [de veroordeelden] leven definieert hen door hun ergste daden, maar de schrijver van deze roman weigert dat’.

    Chain Gang All Stars
    Auteur: Nana Kwame Adjei-Brenyah
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Oogst week 17 – 2023

    Moeder, na vader

    In zijn nieuwste boek beschrijft Gerbrand Bakker in Moeder, na vader een jaar uit het leven van zijn 86-jarige moeder nadat zijn 90-jarige vader is overleden. Hij begint met het verhalen van de laatste maanden van zijn vader. Die is overleden aan spit, schrijft hij, ‘iets anders kan ik er niet van maken.’

    Met de details die we van Bakker in zijn andere autobiografische boeken als Jasper en zijn knecht en Knecht, alleen gewend zijn, beschrijft hij de laatste maanden van zijn vader, waarin de dokter, thuiszorgsters, fysiotherapeut, bed, sta-opstoel, rollator en pijnstillers het huis van zijn ouders in komen, terwijl langzaam maar zeker ook verwardheid zich van zijn vader meester maakt. Zij moeder, zelf ook niet meer gezond, ziet ‘met lichte wanhoop’ de achteruitgang. ‘(…) ze zei: “Het loopt allemaal zo anders, we hadden zo graag samen oud willen worden.” Toen zei iemand, ik zal het geweest kunnen zijn, dat dat al zover was, dat die tijd nú was. Dat ze nú samen oud waren, hij 90, zij 86. Alsof oud en gebrekkig zijn steeds maar weer vooruitgeschoven werd; ach, oud en gebrekkig en uiteindelijk dood, dat is iets voor in de toekomst.’

    Na vierenzestig jaar huwelijk blijft zijn moeder alleen achter, met haar verdriet. Alle kinderen hebben steeds de helpende hand geboden, aan vader en moeder en aan moeder alleen voor wie het nu allemaal niet meer zo hoeft. Toch is ze gehecht aan het leven, meer dan ze erg in heeft. Bakker beschrijft de hele tijdspanne op zijn bekende directe, feitelijke en daarmee ontroerende wijze en laat onderwerpen als zijn eigen leven, zijn vrienden en geliefden, de natuur en de literatuur niet buiten beschouwing.

     

    Moeder, na vader
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2023

    een klein detail

    De Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) publiceert in literaire en culturele tijdschriften in Europa en het Midden-Oosten. Ze schrijft romans, toneelstukken, korte verhalen en verhalende essays, waarbij haar thema’s alledaagse dingen in familieleven en liefde zijn, tegen de gewelddadige achtergrond van het Israël-Palestinaconflict.

    In een klein detail is haar uitgangspunt het waargebeurde verhaal van een Palestijns bedoeïenenmeisje dat in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten is verkracht en vermoord. Deze oorlog wordt door Israël als de Onafhankelijkheidsoorlog gevierd maar staat onder Palestijnen bekend als de Nakba, de Catastrofe.

    Het eerste deel van de novelle wordt verteld door een Israëlische commandant met psychopathische trekjes die met zijn mannen in de woestijn op zoek is naar Arabieren. In het tweede deel leest een naamloze, jonge Palestijnse vrouw uit Ramallah een artikel over het bedoeïenenmeisje. Het verhaal obsedeert haar en ze besluit de verkrachting en moord, ongeveer vijftig jaar na dato, te onderzoeken. Bang rijdt ze door Israël naar de plaats van de gebeurtenis. ‘Zodra ik achter het stuur van de kleine witte auto heb plaatsgenomen en het sleuteltje omdraai, lijkt het alsof een spin zijn web om me heen weeft, zo strak dat het een ondoordringbare barrière wordt, ook al zijn de draden nog zo breekbaar en dun. Dat is mijn angst die me de weg verspert, ontstaan uit mijn angst voor wegversperringen.’ In musea en archieven doorzoekt ze gegevens voordat ze uiteindelijk arriveert op de zandvlakte waar de misdaad heeft plaatsgevonden. Een verontrustende, meesterlijke ontknoping volgt.

    In een interview zegt Shibli: ‘Mijn werk (…) ontstaat uit en komt voort uit Palestina als een conditie van onrecht; uit het normaliseren van pijn en degradatie.’

    een klein detail
    Auteur: Adania Shibli
    Uitgeverij: Koppernik 2023

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981

    Journalist en publicist Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog en japanoloog. Voordat hij New York als woonplaats koos, woonde hij onder meer in Hong Kong en in Tokio. Hij schrijft artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, en boeken in het Engels en Nederlands, vooral over Azië en met name Japan. Ook publiceert hij over een breed aantal onderwerpen op politiek en cultureel gebied in vooraanstaande kranten. De Tweede Wereldoorlog is een centraal thema in zijn werk. Zo publiceerde hij in 2013 1945, biografie van een jaar waarin hij een beeld geeft van de directe gevolgen van de oorlog in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie.

    Minder bekend is dat Buruma ook fotografeert. In Spektakel in Tokio – Japanse foto’s 1975-1981 publiceert hij een ruime selectie van de foto’s die hij maakte in zijn tijd in Tokio. Hij zag er naast conformisme, rangen en standen en ingewikkelde etiquetteregels veel theatraliteit en excentriciteit die hij op foto’s vastlegde. Zelf maakte hij als acteur en danser in Tokio een tijdje deel uit van die wereld. Naast foto’s maakte hij er ook documentaires. In 2018 verscheen zijn boek Tokio mon amour over die periode. Deze verhalen worden met Spektakel in Tokio aangevuld met beelden van een onbekende kant van de wereldstad, waaronder die van achterbuurten, kermiswerkers, traditionele tatoeage-meesters, de theaterwereld.

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023
  • Oogst week 13 – 2023

    Omtrekkende bewegingen

    De Russische schrijver Sergej Dovlatov (1941-1990) schreef korte verhalen en romans met een veelal autobiografisch karakter. Hij groeide op in Leningrad waar hij ook een paar jaar Finse taal- en letterkunde studeerde. Zijn militaire dienstplicht vervulde hij als bewaker in een goelagkamp, daarna ging hij journalistiek studeren. Schrijver Joseph Brodsky zegt dat Dovlatov van dat goelagkamp terugkwam als ‘Tolstoj uit de Krim met een bundel verhalen en een zekere verbijstering in zijn blik’.

    Dovlatov bleef verhalen schrijven, waarvan het hem niet lukte die uitgegeven te krijgen. Pas in 1978 werden twee boeken van hem gepubliceerd, bij een uitgeverij in New York waarheen hij – met toestemming van de Sovjetautoriteiten – met zijn gezin was verhuisd. In 1990 overleed hij aan een hartstilstand. Kort daarop werd hij een van de populairste schrijvers van Rusland.

    Zijn stijl doet eenvoudig aan en heeft een laconieke, soms hilarische toon. Niet zelden komen er pechvogels, verschoppelingen of criminelen in voor, maar vooral maakt Dovlatov zijn eigen leven tot onderwerp. Omtrekkende bewegingen bevat vier romans. Compromis gaat over zijn mislukkingen bij een Estlandse krant; Die van ons vertelt zijn familiegeschiedenis, van zijn grootvader uit Vladivostok tot zijn in New York geboren zoon; Ambacht bevat zijn ervaringen met afwijzingen van zijn werk van Leningradse uitgevers en met de krant die hij in New York begon. Filiaal tenslotte handelt behalve over zijn eerste huwelijk over een conferentie met geëmigreerde Russische schrijvers in Californië.

     

    Omtrekkende bewegingen
    Auteur: Sergej Dovlatov
    Uitgeverij: Van Oorschot 2023

    Huisgenoten – Insecten in en om je eigen huis

    Entomoloog, schrijver en spreker Aglaia Bouma is onderzoeker bij Naturalis en heeft een veelgelezen column over insecten in de NRC. Wie niet wist dat kakkerlakken sociaal zijn en oorwurmen zorgzaam doet er goed aan zich te verdiepen in HuisgenotenInsecten in en om je eigen huis van Bouma. In 2020 schreef zij het boek Insectenrijk. Dertig jaar eerder overleefde zij nauwelijks een steek van een grote wesp met een fobie tot gevolg. Daarop besloot ze zich grondig in insecten te verdiepen.

    Uit Huisgenoten blijkt dat er veel meer diertjes in en rond je huis vliegen, rennen, kruipen en scharrelen dan je ooit had gedacht. ‘We wonen gemiddeld samen met ongeveer honderd verschillende soorten geleedpotigen, al willen de meesten het vermoedelijk niet weten.’ schrijft Bouma. Insecten zijn niet populair, de meeste mensen houden er niet van en schromen niet ze te doden wanneer ze er in huis een tegenkomen. Bouma laat zien hoe fascinerend de kleine kriebelige beestjes zijn en welke er leven in alle hoeken en kieren van je huis, in de potten met kruiden in je keuken en in je tuin. Je leert ze kennen en gaat begrijpen hoe één bedwants of één limonadewesp het voor de hele groep verpest.

    Net als de film Onder het maaiveld – over wormen en microscopisch kleine beestjes op en in de aarde onder onze voeten – leert Huisgenoten over gedrag en belang van de allerkleinste dieren, de wezens zonder aaibaarheidsfactor. Bouma verandert door begrip en kennis de menselijke blik van wegkijken in begroeten.

     

    Huisgenoten - Insecten in en om je eigen huis
    Auteur: Aglaia Bouma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023

    Siciliaanse brieven – Berichten van Ortigia

    Ze doen denken aan dagboekaantekeningen, de 25 brieven van Geerten Meijsing in Siciliaanse brieven (Berichten van Ortigia). De auteur schrijft over Sicilië en zijn woonplaats Ortigia, het schiereiland en historisch centrum van Syracuse. Hij geniet van zijn appartement met dakterras, dwaalt door kleine steegjes, langs oude gebouwen, langs vissersboten, zwemt in zee en geniet van de natuur. Aan wie hij de brieven richt wordt niet duidelijk. De ontvanger zou een ‘verloofde uit het noorden’ zijn. Tien eerder verschenen brieven zijn ook in deze bundel opgenomen.

    Als oudere schrijver laat hij de ouderdom niet onvermeld, andere onderwerpen zijn onder meer de maffia, filosofie, literatuur, zijn werkster. Ook zijn oudere, in 2012 overleden zuster Doeschka Meijsing wordt gememoreerd als hij mijmert over een bezoek van haar: ‘Nu kon ik haar verzorgen en behoeden. Ik sliep op de bank en zij in mijn bed, en buiten bonkte de winterzee tegen het bastion.’ En in het kader van de oudheid vertelt hij over zijn dochter die dit tot onderwerp van haar studie heeft gemaakt. Eén brief is helemaal gewijd aan Siciliaanse schrijvers. Ondanks de wat weemoedige toon is duidelijk dat Meijsing geniet van het leven op Sicilië.

    Siciliaanse brieven - Berichten van Ortigia
    Auteur: Geerten Meijsing
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Gümüşay wil geen intellectuele poetsvrouw meer zijn

    Gümüşay wil geen intellectuele poetsvrouw meer zijn

    Stigmatisering, demonisering, uitsluiting, wokisme, sensitivity readers. De discussies over taalgebruik en waartoe dat kan leiden zijn niet van de lucht. Woorden doen er inderdaad toe. Ze hebben impact op persoonlijke levens en op identiteit van mensen. Of in de woorden van de in Duitsland werkzame Turkse denker en schrijver Kübra Gümüşay (1988): ‘Taal ontsluit de wereld voor ons en begrenst haar – en dat allebei tegelijk’ en ‘Taal beïnvloedt ook onze waarneming van het heden’. Kortom: ‘Taal heeft macht’, waar ze aan toevoegt: ‘En met macht komt verantwoordelijkheid’. In haar boek Spreken en zijn. Hoe taal ons beperkt en bevrijdt geeft Gümüşay tal van haar persoonlijke ervaringen in talkshows, forums en interviews en doet ze veel illustratieve grepen in de literatuur.

    Gümüşay begint haar betoog beeldend door onze communicatiewereld voor te stellen als een Museum van de Taal. Het is een ongelijkwaardig museum omdat een deel van de aanwezigen de labelaars is en een ander deel de gelabelden. De labelaars zien de anderen enkel vanuit hun eigen perspectief zonder dat ze beseffen dat ze dat doen. Anderzijds zijn de gelabelden voortdurend bezig uit te leggen dat het zicht op hen niet klopt. Ze worden in een defensieve rol gedwongen. In de ogen van de labelaars representeren ze een collectief; ze worden in dat beeld vastgezet, zodat ze zich alsmaar moeten verweren. Ze worden niet gezien als individu, maar als vertegenwoordiger van een groep: de moslims, de vrouwen, de Turken, de homo’s. Dat leidt tot ontmenselijking. Een belangrijk gevolg is dat ze vrijwel niet in staat zijn om hun eigen identiteit zichtbaar te maken.

    Simpelweg

    Daar is pas wat aan te doen als we door hebben hoe groot de invloed van de taal is op ons denken en onze levens: ‘Als we ons bewust zijn van onze grenzen, relativeert dat de dingen die we in onze onwetendheid veronderstellen. De dingen die we als universeel beschouwen – al definiëren ze alleen maar de grenzen van onze horizon’. Zowel de labelaars als de gelabelden hebben een verantwoordelijkheid om uit die valkuilen van de taal te breken. De labelaars moeten zich bewust worden van wat hun taal teweegbrengt en hoe die hun blik begrenst. De gelabelden moeten niet afwachten tot hen meer ruimte geboden wordt, maar die ruimte simpelweg pakken: ‘Het moeilijkste simpelweg dat ik ken’. Spreken en zijn is daarmee ook een activistisch boek.

    Gümüşay haalt halverwege haar boek een verdediging aan die labelaars veelvuldig gebruiken: ‘Je mag tegenwoordig ook niks meer zeggen’. Het doet meteen denken aan het boekje dat Onze Taal vorig jaar uitgaf onder de titel Dat mag je óók al niet meer zeggen’. Er zijn meer voorbeelden van boeken in het Nederlands die Gümüşay had kunnen noemen als zij ze gekend zou hebben. Zo geeft ze twee pagina’s met voorbeelden van opmerkingen zoals die van een leraar tegen een Turks meisje: ‘Je bent te gast in dit land. Dus gedraag je’. De Nederlandse Naeeda Aurangzeb vulde twee jaar geleden een heel boek met dergelijke uitspraken, 365 Dagen Nederlander. Menigeen zal ook de sketch van Van Kooten en Bie te binnen schieten van Mehmet Pamuk die in perfect Nederlands zijn groenteboer aanspreekt terwijl deze zijn toevlucht zoekt in krakkemikkige zinnen omdat hij voetstoots aanneemt dat iemand van Turkse afkomst de Nederlandse grammatica niet kent.

    Seriemoordenaars

    Daarmee wil maar gezegd zijn dat Spreken en zijn ook voor een Nederlands publiek een alleszins herkenbaar boek is. Het houdt ook ons – die onbewust net zo goed labelaars zijn – een spiegel voor. Gümüşay analyseert en formuleert scherp en ze heeft een zeer serieuze boodschap, maar haar boek is vaak toch luchtig. Over TV-programma’s bijvoorbeeld, waarin ze was uitgenodigd, werd ze te vaak gedwongen stigmatiserende discussies om te zetten in constructieve. Ze voelde zich dan ‘een intellectuele poetsvrouw’.
    En zij haalt een anekdote aan uit een toespraak van de ook in Nederland bekende Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Adichie, waaruit die onbewuste stereotypering spreekt: een Amerikaanse student zei, naar aanleiding van de bruutheid van een personage in één van haar romans, tegen haar dat hij het jammer vond dat Afrikaanse vaders zo gewelddadig zijn. Waarop Adichie repliceerde dat zij net American Psycho [van Bret Easton Ellis] had gelezen ‘en dat het zo jammer is dat jonge Amerikanen seriemoordenaars zijn’. Stereotypen zijn niet per se onwaar, maar wel onvolledig. Gümüşay schrijft: ‘Als één enkel verhaal de perceptie van een hele groep mensen domineert, bestaan die mensen niet meer als individuen’. Categoriseren is op zich niet zonder meer verkeerd, maar dat wordt het als één waarheid de enige waarheid wordt.

    Dat categoriseren gebeurt door middel van taal en dat heeft verstrekkende gevolgen. Als voorbeeld onder vele geeft Gümüşay de bekende benoeming van het coronavirus door Trump als het ‘China-virus’. Het leidde er toe dat wie die term overnam niet slechts geloofde in een causaal verband tussen het virus en het laboratorium in Wuhan, maar ook Chinezen ging uitsluiten.
    Je als gelabelde verzetten tegen je etiket helpt niet, zo bemoedigt Gümüşay haar lezers die voortdurend vechten tegen die ‘last van de representatie’: ‘Wij – de expositiestukken in het Museum van de Taal – moeten ermee stoppen te spreken om begrepen te worden, we moeten spreken om te zijn (…) als we niet meer door de ogen van anderen naar onszelf kijken, zijn we vrij’.

     

     

  • Oogst week 10 – 2023

    Moeder en pen

    Moeder en pen is het derde deel van de dagboeken van Mensje van Keulen. Eerder verschenen in 2006 Alle dagen laat (uit 1976) en in 2018 Neerslag van een huwelijk (uit de jaren 1977-1979). Dit derde deel bestrijkt de periode 1979-1983. Het huwelijk van Mensje van Keulen staat op springen omdat haar man L vreemd gaat en zich totaal niet bemoeit met de opvoeding van zoontje Aldo. Hoe de verhoudingen liggen blijkt uit deze passage: ‘Ik mag dan geen waarde hechten aan dromen, de droom die me vannacht kwam plagen blijft rondspoken. Van Aldo’s schedeltje zou een plakje worden gehakt. Het was iets wat moest, zoals amandelen knippen. Ik smeekte een dokter het te doen, bang dat L er te veel vanaf zou hakken. De dokter hakte er te weinig af en moest nog eens hakken. Ik snikte het uit.
    Gisteren, toen we weer thuis waren, hield ik het niet meer. Een monoloog, een huilbui. Het quasi-gezellige kaartenhuis stortte in. Weer dat hij geen kinderen wilde, dat ik dat had moeten respecteren en omdat ik dat niet had gedaan was daar zijn ontrouw uit voortgekomen. De verwijten over en weer, de wrede, vernederende woorden. Mijn hoofd bonkte steeds harder. Ik schold hem uit zonder nog naar hem te kijken, zag mijn tranen druppen op mijn pizza.
    Hij ging weg, zogenaamd naar een verjaardag, hij zal de fruitboom bedoeld hebben, al heeft hij het niet meer over haar gehad’.

    Moeder en pen
    Auteur: Mensje van Keulen
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult terugkeren naar Ragión

    De Spaanse schrijver Juan Benet (1927-1993) is in Nederland nauwelijks bekend. Er kwam alleen werk van hem uit bij uitgevers als IJzer en Kievenaar, die zich toeleggen op (her)uitgaven van literatuur die meer aandacht verdient dan ze ooit kreeg. Zo konden Nederlandse lezers in 2007 kennis maken met In de schemer en in 2021 met de novellen Een graf en Numa, een legende. In 2002 verscheen bij de nog kleinere uitgever De Leguaan (met speciale aandacht voor Spaanse literatuur) ook nog Dertien en een halve fabel en fabel veertien. Het is nu tijd voor een omvangrijker werk, zijn roman Je zult terugkeren naar Región, die dateert uit 1968. Het is een lastige roman omdat het als het ware aan de lezer wordt overgelaten om te bedenken wat het verhaal (en de waarheid ervan) nu eigenlijk is. Als hulp daarbij is een essay opgenomen van vertaler Vanderzee. Toen vertaler Spaans Maarten Steenmeijer de verschijning van dit boek vorig jaar in de Volkskrant aankondigde wees hij er op dat Faulkner Benets grote voorbeeld was. Die voerde de wereld niet op als ‘overzichtelijk en hapklaar, maar als een veelstemmige ervaring. Een ervaring die vanwege de complexiteit van de werkelijkheid én vanwege het menselijk onvermogen haar te doorgronden niet anders dan ondoorzichtig, labyrintisch en mysterieus kan zijn. De werkelijke werkelijkheid is, aldus Benet, een mysterie’.

    Je zult terugkeren naar Ragión
    Auteur: Juan Benet
    Uitgeverij: Kievenaar

    Scherven

    Heel wat bekender in Nederland is Bret Easton Ellis, zeker na zijn bestseller American Psycho uit 1991, dat in 2000 ook als verfilming succesvol was. Daarin werd de wereld beschreven vanuit de yup en seriemoordenaar Patrick Bateman. Geen seriemoorden in Scherven (in het Engels The Shards), zijn eerste roman na een stilte van dertien jaar. Het is een autofictioneel verslag van Ellis’laatste jaar op de Buckley highschool in Los Angeles in 1981. Het idee voor het boek drong zich al twintig jaar eerder aan Ellis op toen zijn herinneringen aan vreselijke gebeurtenissen die hem en zijn vrienden op Buckley zich zozeer opdrongen dat hij er wakker van lag. Hij kon er toen echter, wonend in New York, geen vorm voor vinden en drukte alles weg. Toen hij twintig jaar later terugkeerde naar Los Angeles en vond dat hij het aan moest kunnen, kreeg hij een angstaanval: ‘De angstaanval, en de mislukking, vonden plaats precies op het moment dat ik over de Treiler wilde schrijven, een seriemoordenaar die in het late voorjaar van 1980 de San Fernando Valley onveilig begon te maken en zich daarna, in de zomer van 1981, nog heftiger liet gelden, en die angstaanjagend genoeg op een of andere manier met ons verbonden leek – en ik werd op de avond dat ik aantekeningen begon te maken overspoeld door zo’n enorme golf van stress dat ik letterlijk kreunde van angst bij de herinneringen, de tequila die ik achterovergeslagen had weer uitkotste en op de grond in elkaar stortte’. Dat was in 2006. De angstaanval bleek alles te maken te hebben met de belevenissen in 1981. In 2020 klopte het boek opnieuw bij hem aan: ‘Ik moest het boek schrijven, ik moest ophelderen wat er gebeurd was – eindelijk was het tijd’.

    Scherven
    Auteur: Bret Easton Ellis
    Uitgeverij: Ambo Anthos
  • Verhalen zijn representaties van de wereld waarin we leven

    Verhalen zijn representaties van de wereld waarin we leven

     

    De in Buenos Aires geboren schrijver Hernan Diaz (1973) groeide op in Zweden en woont al geruime tijd in de Verenigde Staten waar hij werkt aan de Universiteit van Columbia. Op zijn twaalfde ontdekte hij de Argentijnse schrijver Julio Cortázar. ‘Ik vond het zo geweldig wat hij schreef, dat ik dacht: dat wil ik ook. Nadat ik zijn verhalen las, wilde ik jazz luisteren, roken.’ Later werd hij een groot liefhebber van de Amerikaanse literatuur uit de negentiende eeuw. In 2017 verscheen zijn debuut In de verte, een historische roman over een jongen, gevlucht uit Zweden en op zoek naar zijn broer ten tijde van de ‘goldrush’ in Amerika. 

    Zijn tweede boek, Vermogen, is eveneens een historische roman, geschreven door vier verschillende (fictieve) auteurs en speelt in de ‘roaring twenties’ van de vorige eeuw. Het eerste deel is de roman ‘Effecten’, zogenaamd geschreven door Harold Vanner. Het is gebaseerd op het leven van de legendarische Wall Street magnaat Benjamin Rask en zijn vrouw Helen Brevoort. Het tweede deel is het onaffe manuscript ‘Mijn leven’ van Andrew Bevel, die in ‘Effecten’ model stond voor Benjamin Rask. Bevel schrijft een autobiografie waarin hij zichzelf nogal op de borst klopt. Het derde deel, van deze vierdelige roman is ‘Een gedenkschrift, herinnerd’ van Ida Partenza, dochter van Italiaanse immigranten en secretaresse van Andrew Bevel. Daar begint de roman te kantelen; het blijkt dat Partenza de memoires van Andrew Bevel schreef. De roman die vooral over mannen ging, wordt vanaf hier een boek over vrouwen. Het laatste deel ‘Opties’, bevat dagboekaantekeningen van Mildred, de vrouw van Bevel, die in zijn gedicteerde autobiografie nauwelijks voorkomt. Wie dit boek tot de laatste bladzijde leest, blijft in verbijstering achter, niets blijkt wat het leek te zijn. Dat Diaz in Amerika wordt gezien als een van de origineelste en ambitieuze schrijvers van zijn tijd, is dan ook niet moeilijk te geloven.

    Op uitnodiging van het literair festival Crossing Border, was Diaz in november vorig jaar enkele dagen in Nederland. In de Cobra Lounge van het Ambassade hotel in Amsterdam vertelt Diaz, met een twinkeling in zijn ogen, hoe deze roman over de financiële wereld in Amerika zijn vorm vond. Hoe hij als schrijver in de voetsporen treedt van de traditionele roman, maar er tegelijkertijd een loopje mee neemt, er steekjes uit lostrekt, andere patronen maakt. 

    Nog voor we hebben plaatsgenomen, noemt Diaz de naam van Nabokov, daarbij kijkend naar de systeemkaarten met aantekeningen die ik uit mijn tas haalde. Diaz heeft een voorliefde voor ‘index cards’. En of ik weet dat Nabokov hele romans op deze ‘index cards’ schreef? Bij toeval weet ik dat, een jaar geleden vond ik in de opruiming het postuum uitgegeven Het origineel van Laura van Nabokov. Met op elke pagina een foto van de originele systeemkaarten waarop Nabokovs handgeschreven versie van het verhaal staat, daaronder de gedrukte tekst.


    Over moneymakers

    Vermogen gaat over geldstromen en over mannen die van geld altijd meer geld weten te maken. Tijdens de voorbereidingen voor zijn roman vond Diaz weinig boeken over moneymakers. ‘Dat is opmerkelijk want geld is waar het in de Amerikaanse samenleving om draait.’ En in wat hij daarover las, kwamen geen vrouwen voor. ‘In het begin zag ik een lineaire roman voor me, maar toen ik ontdekte dat vrouwen geen stem hadden in het narratief rondom kapitaal, bedacht ik hoe het zou zijn als de autobiografie van Bevel, geschreven bleek door een vrouw. Het zou oneerlijk zijn als we niets te weten zouden komen over hun rol in het leven van rijke en machtige mannen. In de literatuur hebben deze vrouwen geen substantie, ze zeggen niets, ze doen niets. Het laatste deel van het boek heb ik gebruikt om Mildred neer te zetten als een belangrijke vrouw met originele ideeën.’


    Authentieke vrouwenstemmen 

    De vrouwelijke vertellers, zoals Ida en Mildred klinken zeer authentiek, zeer vrouwelijk. Diaz las hiervoor alle dagboeken en manuscripten van vrouwelijke schrijvers die hij kon vinden. ‘Omdat ik als man een vrouwenstem wilde laten klinken, voelde het als een plicht dit goed te doen. Als hun stemmen niet vrouwelijk hadden geklonken, zoals jij zegt, dan zou het hele boek niet gewerkt hebben.’

    Diaz speelt met de lezer die de te verwachte loop van het verhaal steeds moet bijstellen. Bevel zegt aan het begin van zijn memoires: ‘Ik ben geen historicus, en het was niet mijn bedoeling om een geleerd overzicht te bieden van de ontwikkeling van de financiële sector van Amerika.’ Waarmee Diaz de lezer attendeert op wat het boek niet is. ‘Ik kom uit een humane wereld. Ik studeerde literatuur en wist niets van de financiële wereld. Ik realiseerde me dat het ook niet de bedoeling is dat wij, gewone mensen, begrijpen hoe de financiële wereld in elkaar zit. Het is zo complex. Daardoor kunnen deze mannen verkeerde dingen doen zonder zich zorgen te hoeven maken over wat er gezegd wordt.’


    Maakbaarheid van de wereld

    Van alle memoires die Diaz gelezen heeft, is hij overtuigd dat er in een paar de waarheid geweld wordt aangedaan. ‘Ik ben er vrij zeker van dat deze mannen publieke aangelegenheden hebben verbogen naar een versie die hen beter past. Niet allemaal, maar van een paar van hen ben ik zeker dat ze dat gedaan hebben. Het is interessant hoe iemand met macht de realiteit naar zijn hand kan zetten. Dat is ook de kern van het boek. Hoe het mogelijk is om waarheid zo te verbuigen en daarmee fictie te creëren die een stempel drukt op de werkelijkheid zelf.’

    Het verbuigen van de werkelijkheid gaat in het boek behoorlijk ver. De roman ‘Effecten’, waarover Bevel niet te spreken was, werden door hem allemaal opgekocht en vernietigd. Ook liet hij alle exemplaren uit de bibliotheken verwijderen. ‘De initialen van Howard Vanner zijn enkel te vinden in het dagboek van Mildred. Ik weet niet hoe dit vertaald is in de Nederlandse versie, maar er is een zin die Vanner gebruikt in de roman, die ook in het dagboek staat. Die zin heeft hij gestolen uit een brief van Mildred aan hem.’

    Als Ida tijdens het dicteren Bevel op een leugen betrapt en die wil corrigeren, zegt Bevel dat het zijn taak is altijd gelijk te hebben, altijd. ‘Hij zegt dat hij alles in het werk zal stellen om de fouten die hij maakt te verdoezelen. Dat hij het er zo uit zal laten zien dat het geen fout was. Maar verhalen zijn representaties van de wereld waarin we leven. Ze verdienen het naar waarheid verteld te worden want ze vormen de manier hoe we de realiteit accepteren.’


    Arbeidersklasse en middenklasse

    De financiële wereld was een echte mannenwereld, voor vrouwen was er geen plaats, er werd in die tijd sowieso niet gedacht dat vrouwen zakelijk konden zijn. ‘Het was voor het eerst dat vrouwen van die wereld deel uit gingen maken als secretaresses, wat een heel nieuwe functie was. Daarvoor waren er geen secretaressen in die zin van het woord. Interessant daarbij is, dat secretaresses een soort geheimhouder van hun baas werden. Dat vond ik fascinerend. Deze vrouwen kwamen uit de arbeidersklasse, werden opgeleid tot typiste en stenograaf en werden tegelijk de geheimhouders van hun welgestelde bazen.’ 

    Ida, die met haar vader in een klein appartement woont, is een verbindende factor tussen de arbeidersklasse en de middenklasse. ‘Wat deze twee werelden met elkaar gemeen hebben is het machismo want ook de arbeidersklasse onderdrukte hun vrouwen en dat trok mijn aandacht. Ik laat Ida vertrekken uit het huis van haar vader, dat was heel ongewoon in die tijd. Ze huurt een kamertje voor zichzelf, gaat schrijven.’ Zonder dat het benoemd wordt, komt hier A Room of One’s Own van Virginia Woolf bovendrijven. In het vierde deel leest Mildred Flush, van Woolf. Er komen meer vrouwelijke schrijvers in de roman voor, al zijn er enkele fictief. ‘De meeste schrijvers waarnaar ik verwijs, hebben echt bestaan, sommige heb ik verzonnen. Zo schreef ik zelf de gedichten die in het boek staan en verzon de auteursnamen.’


    De mannelijke weergave van intellect bij vrouwen

    In ‘Effecten’ is Helen Brevoort, een intelligente vrouw die zich, onder toezicht van haar man, bezighoudt met liefdadigheidswerk voor de literatuur en muziek. Zij zakt uiteindelijk weg in een stille vorm van gekte. Een klassieke weg voor vrouwen wiens talenten in die tijd miskent werden. Het was normaal dat vrouwen hysterisch werden. ‘Er werd niet gekeken naar de talenten van vrouwen, naar de waarde daarvan. Als Mildred in een andere tijd was geboren, was ze kunstenaar geworden. In haar tijd was het niet de bedoeling dat vrouwen iets werden, zeker geen kunstenaar. Het leven als bohemien werd bij vrouwen afgekeurd als iets minderwaardigs. Ik vond het schokkend in Edith Wharton’s memoires te lezen dat het haar als meisje verboden werd te schrijven, het werd haar niet toegestaan. Maar het is niet zo dat alle slimme vrouwen gek worden. Het is de mannelijke weergave van intellect bij vrouwen waardoor ze als gek gezien worden.’

    Toen het boek in Engeland werd uitgegeven, ontving Diaz een brief van zijn Engelse uitgever en allerlei mensen daaromheen die het boek hadden gelezen. Iedereen schreef wat ze van het boek vonden. ‘Er was een vrouw die toen ze las dat Helen werd opgesloten in een kliniek en daar sterft, zo kwaad werd dat ze het boek in een hoek wilde gooien. Ze was kwaad op mij omdat ik dat had laten gebeuren. Dus eerlijk gezegd, ben ik altijd een beetje bang als vrouwelijke lezers bij die passage van het boek komen.’

    Min of meer vermoordt hij haar

    Het is inderdaad schrikken dat Helen op deze wijze eindigt. Mildred, die model stond voor Helen wordt niet gek, maar wordt met kanker opgenomen in een kliniek in Zwitserland. Hier zegt Diaz, met die twinkeling in zijn ogen: Het is goed te onderschrijven dat ze niet gek is, het is een verhaal. Het is de mannelijke romanschrijver Vanner, die dit verzonnen heeft in zijn roman over Bevel.’ Daarmee negerend dat het hele boek ontsproten is aan de fantasie van Diaz zelf. 

    In ‘Effecten’ financiert Rask het onderzoek naar elektroshocks dat in die tijd in de kinderschoenen staat. Er wordt mee geëxperimenteerd op zijn vrouw Helen, waardoor ze sterft. In het laatste deel wordt Mildred met kanker opgenomen. Bevel trekt zijn aandelen terug uit een farmaceutisch bedrijf dat de medicijnen voor zijn vrouw produceert. Daardoor ontbeert Mildred de juiste behandeling en overlijdt ze. Bevel is daar schuldig aan. ‘Ja, knikt Diaz stellig, ‘Min of meer vermoordt hij haar.’

    Diaz speelt met de verwachtingen van de lezer, hij tornt aan aannames waarmee we allemaal behept zijn. Wie dit boek leest, kan rekenen op een geweldige leeservaring. ‘Ik heb wel geprobeerd de lezer steeds een hint te geven. Ik wilde niet dat het aan het eind tot een grote ontknoping zou komen.’ Waarvan gezegd kan worden dat Diaz in die opzet meer dan geslaagd is.

     

     

    Foto: Pascal Perich


     

     

     

     

     

     

     

    Vermogen / Hernan Diaz / vertaling Harm Damsma en Niek Miedema / 436 p. / Uitgeverij Atlas Contact