• Oek de Jong en de Boekenbon Literatuur Prijs 2020

    De roman Zwarte schuur van Oek de Jong (1952) werd vorige week bekroond met een grote literaire prijs. De roman werd dit jaar twee maal eerder genomineerd voor een literaire prijs, waaronder de Libris, maar ving steeds achter het net. Voor veel lezers van de Zwarte schuur en van zijn eerdere werk is het dan ook een vreugde dat de Boekenbon Literatuur Prijs (voorheen de BookSpot, ECI, AKO Literatuurprijs), naar De Jong ging. Niet dat De Jong nooit een prijs gewonnen heeft, maar de echt grote prijzen gingen steeds aan hem voorbij.

    Oek de Jong debuteerde in 1977 met een verhalenbundel en brak door in 1979 met Opwaaiende zomerjurken waarvoor hij de F. Bordewijkprijs kreeg. Zijn tweede roman, Cirkel in het gras, een indringende liefdes geschiedenis, was geniaal. In 2002 volgde de sterke roman Hokwerda’s kind, waarvoor De Jong in België genomineerd werd voor de Gouden Uil, en hier voor de Libris Literatuurprijs. Zijn geweldige tweedelige roman Pier en oceaan (2012) kwam op de shortlist van de Librisprijs terecht en werd bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs, F. Bordewijkprijs en de Gouden Uil. Verder publiceerde De Jong meerdere autobiografische geschriften, dagboeken en essays. En dan nu deze grote prijs, waar een bedrag van 50.000 euro aan verbonden is. Zelf ziet Oek de Jong deze prijs als een grote waardering voor de literaire roman.

    Oordeel jury

    Dit was onder meer wat de jury over Zwarte schuur zei: ‘Met zijn geconcentreerde, sterk psychologische aanpak heeft Oek de Jong een mens en een decor neergezet die de lezer moeiteloos opeisen en dwingt hem (…) om na te denken over de dunne lijn tussen seksualiteit en agressie, mannelijke identiteit en de al dan niet genezende kracht van kunst.’

    De jury bestond uit Jan Dertaelen, boekverkoper De Groene Waterman te Antwerpen en recensent, Sofie Gielis, redacteur literair tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, Sebastiaan Kort, recensent NRC, Daan Stoffelsen, boekverkoper, recensent en hoofdredacteur literair tijdschrift De Revisor en Jeroen Vullings, literatuurcriticus Elsevier en Nieuwsweekend.

    Andere genomineerden waren dit jaar Marcel Möring met Amen, Koen Sels met Gloria, Stephan Enter met Pastorale en Charlotte van den Broeck met Waagstukken.

     

     

    Lees hier de recensie van Daan Lameijer over Zwarte schuur.

     

     

     

  • Verhalen recht uit het leven gegrepen

    Verhalen recht uit het leven gegrepen

    De verhalen in de bundel van Mensje van Keulen Ik moet u echt iets zeggen zijn uit het leven van doodgewone mensen gegrepen. Met een bedrieglijke eenvoud, humor en verbeelding schetst ze herkenbare situaties die haast kabbelend beginnen tot een onverwachte wending het verhaal op losse schroeven zet. Een man houdt in een kroeg tegen de jonge kelnerin een larmoyant verhaal over de stervende hond van zijn vriendin, hij vraagt om een fles wijn en laat zijn bestelling opschrijven. Je weet meteen dat hij liegt, maar hij komt ermee weg, omdat de kelnerin hem wil geloven. 

    Een vrouw is haar trouwring kwijt. Aangevoerd door haar echtgenoot gaat de zoektocht tot zelfs in de groenteafdeling van de supermarkt en daarmee ontvouwt zich langzaam de tragiek van een huwelijk. 

    In het titelverhaal ‘Ik moet u echt iets zeggen’ is een moeder van een kind dat zwaar crimineel is aan het woord. Hij is een dief, een leugenaar, een verkrachter, een dierenmishandelaar en een moordenaar. De vrouw verwoordt haar grieven over haar zoon in een lange monoloog aan haar buurman en vraagt hem een brief te schrijven aan de rechter, die hem zal veroordelen. Als lezer voel je medeleven en afgrijzen, het zal je kind maar wezen. Waarom die brief? Om te pleiten voor strafvermindering? De uitkomst is anders, het gaat niet om de zoon, maar om de moeder, die vrij van schuld wil zijn. 

    Levensechte dialogen

    In ‘De toneelmeester’ wordt de man geregeerd door de foto van zijn overleden vrouw op de keukenkast, die staat zo dat ze hem altijd kan zien. Het is een sneue man en zijn onvermogen, schuldgevoelens en zwaktes zijn voelbaar. Je zou bijna medelijden met hem krijgen. Tot in het theater waar hij toneelmeester is een cabaretier met zieke grappen op zijn nummer wordt gezet door een vrouw in de zaal. Voor de toneelmeester wordt dat de kentering in zijn leven. Tijdens een momentopname, wat een kort verhaal veelal is, en dankzij de kunst van het weglaten ontvouwen zich levens van mensen van vlees en bloed. Mensje van Keulen kiest haar woorden zorgvuldig, er staat er niet een te veel. In flashbacks en met levensechte dialogen komen de verhalen heel natuurlijk uit de verf met die spannende laag eronder en aan het eind een verrassende twist. Daarmee schept Van Keulen net die diepgang waardoor haar verhalen een eigen sfeer krijgen. 

    In het verhaal ‘In het donker’ zien we een alledaags tafereel. Oude vrienden komen op bezoek bij een stel dat naar het platteland verhuisd is. De gesprekken met de clichés, melige grappen en valse complimenten over en weer zijn herkenbaar. Niemand is echt in de ander geïnteresseerd. Zijn de huwelijken wel gelukkig? Ligt er niet veel eenzaamheid achter die schone schijn. Een verhaal met sterke subtekst. 

    Vrouwen maken keuzes, mannen sukkelen

    In alle verhalen staan vrouwen op een keerpunt in hun leven en blijken de mannen toch sukkels te zijn. De vrouwen moeten afrekenen met hun verleden, keuzes durven te maken en het recht in eigen hand nemen. Zoals in het verhaal ‘De achterkant’ waarin een gescheiden vrouw een telefoontje krijgt van haar ex. Hij wil de  kostbare Venetiaanse vaas hebben. Ze ontmoet een oude klasgenoot, die een heftige gebeurtenis uit het verleden bij haar oproept en haar heden in een ander daglicht zet. In het verhaal ‘De tuin’ is in een voormalig bordeel nu een hotel gevestigd. Een man en een vrouw brengen er de nacht door, de gedachte aan het bordeel roept onvermoede lustgevoelens op bij beiden, voor de vrouw is dat een reden om te zien wie haar man eigenlijk is. In ‘Angela’ heeft een ambitieuze politica via een advertentie een vijftal mannen tegelijk uitgenodigd in een huisje in een volkstuincomplex. Een date voor de seks met door haar streng opgestelde regels. Het gaat haar alleen niet om het genot van de seks maar de macht die ze over hen heeft. 

    Slechte huwelijken

    Het laatste verhaal ‘Meneer Harry’ is een lange innerlijke monoloog, want Harry kan niet meer praten. Hij was geen lieverdje begrijpt de lezer uit zijn mijmeringen. Een sterke man, hij heeft het leven ten volle geleefd. Nu zit hij volledig afhankelijk in een verpleeghuis en moet het doen met zijn herinneringen ‘die niet door een zeef of een vergiet zijn weggelekt, maar zomaar kunnen terugkeren. Het springt van de hak op de tak, en doet pijn, het brengt je in de war, het is een doolhof, een apothekerskast, een stalling, een markt, een moeras, een overwoekerde tuin, een grabbelton, een ruïne, een wereld in de mist, hemel en hel ineen, het is een universum, het is de som der dingen, het is wie je bent.’

    Mensje van Keulen schreef in de afgelopen veertig jaar een omvangrijk oeuvre bij elkaar en neemt een eigen plaats in de Nederlandse literatuur in. Haar verhalen tonen het schijnbaar gewone en alledaags leven, subtiel, puur en soms wrang. De tragiek van ongewenste kinderen, slechte huwelijken, foute mannen, verloren liefdes, verkeerde keuzes, spijt of berusting. Uiteindelijk neemt de vrouw die ten opzichte van de man aanvankelijk de zwakkere lijkt te zijn, in de verhalen van Van Keulen, het heft in eigen handen. 

     

     

  • Oogst week 38 – 2020

    Het hele leven

    Bart Moeyaert (1964) is een veelzijdig auteur. Hij debuteerde al op negentienjarige leeftijd met Duet met valse noten, dat in meerdere talen werd gepubliceerd. Naast vertalingen, gedichten en toneelstukken schrijft hij zowel jeugdboeken als romans. In 2019 won hij de Astrid Lindgren Memorial Award, ook wel bekend als de Nobelprijs voor Kinderliteratuur. Nu is Het hele leven verschenen, een bundeling van Moeyaerts eerdere cyclus De Schepping, Het Paradijs en De Hemel, geïllustreerd door Peter Van Den Ende. Deze cyclus is ontstaan uit een samenwerking tussen Moeyaert en het Nederlands Blazers Ensemble. Deze muzikaliteit komt terug in de poëtische taal en de illustraties maken het geheel compleet.

    Het hele leven
    Auteur: Bart Moeyaert, Illustraties Peter Van Den Ende
    Uitgeverij: Querido

    Op het eerste gezicht

    Lucy is een tweeënveertige vrouw uit een witte wijk. Ze ligt in scheiding en wordt verliefd op Joseph, die bij de slager werkt. Hij is twintig jaar jonger, een stuk armer en zwart. Hun relatie is niet makkelijk voor hun omgeving en er ontstaan nog meer grenzen wanneer blijkt dat het verhaal zich afspeelt tegen de achtergrond van de brexit. Dat is de inhoud van Op het eerste gezicht, de nieuwe roman van bestsellerauteur Nick Hornby (1959), vertaald door Nico Groen. Hornby won meerdere prijzen en verschillende van zijn boeken zijn verfilmd. De recentste adaptie is High Fidelity, te zien op de streamingdienst Hulu.

    Op het eerste gezicht
    Auteur: Nick Hornby
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Winterbijen

    De Duitse auteur Norbert Scheuer (1951) won in zijn taalgebied meerdere literaire prijzen. Voor het eerst is één van zijn romans in het Nederlands vertaald door Anne Folkertsma: Winterbijen, gebaseerd op een plaatselijke geschiedenis. Egidius Arimond, leraar Latijn, woont in de Eifel en wordt vanwege zijn epilepsie ontslagen. Als hobby houdt hij bijen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog smokkelt hij Joodse vluchtelingen in bijenkisten over de grens met België. Tussendoor heeft hij een affaire met de echtgenote van een prominente nazi. In 1944 komt er nog een dreiging bij: Engelse en Amerikaanse bommenwerpers boven de Eifel. De situatie escaleert wanneer Egidius wordt opgepakt.

    Winterbijen
    Auteur: Norbert Scheuer
    Uitgeverij: Ambo|Anthos
  • Oogst week 37 – 2020

    Begeerte

    Begeerte (1995), de verhalenbundel waarmee Manon Uphoff vijfentwintig jaar geleden debuteerde, is afgelopen zomer heruitgegeven. Voor de heruitgave schreef Uphoff een voorwoord waarin ze de essentie van haar latere werk herleidt tot deze verhalenbundel. In haar eigen woorden zou Vallen is als vliegen (2019) de ‘ultieme uitbarsting’ zijn van de vulkaan waarvan Begeerte de ‘eerste eruptie’ was. Dit jaar werd Vallen is als vliegen genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Het boek behaalde de shortlist. Uphoff beschrijft in Vallen is als vliegen met behulp van een omfloerste, metaforische stijl het misbruik dat haar jeugd tekende. De zware thematiek van de roman, die wordt geschetst met behulp van sprookjesachtige beelden, komt in Begeerte al naar voren: de hoofdpersoon van het titelverhaal ‘hield van sprookjes, maar niet die waarin alles tot een zoet einde komt’. Uphoff verwijst naar de strijd van Andersens kleine zeemeermin, die haar vissenstaart inruilt voor echte mensenbenen, met als keerzijde van de afspraak een continue, vlammende pijn. En zo vergaat het haar personage – symbolisch, dan – ook.

    Begeerte
    Auteur: Manon Uphoff
    Uitgeverij: Querido

    De val van Thomas G.

    Nelleke Noordervliet beschrijft in De val van Thomas G. hoe een controversiële uitgave (Hedendaags fanatisme) het hoofdpersonage, uitgever Thomas Geel, van zijn geloofwaardigheid berooft. Hij sterft enkele maanden later, zijn vrouw reconstrueert de gebeurtenissen voorafgaand aan zijn dood en stelt haar ervaring op schrift, en ondertussen is een jonge journalist geïnteresseerd in Geels kant van het verhaal in de hoop op een scoop. Noordervliet onderzoekt aan de hand van de verschillende stemmen in het boek actuele culturele tendensen, waaronder trial by media.

    De val van Thomas G.
    Auteur: Nelleke Noordervliet
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Nora, of brand Oslo brand!

    Ook Johanna Frid legt in haar Nora, of brand Oslo brand! pijnpunten van deze tijd bloot. ‘Het begon allemaal met een foto.’ Het hoofdpersonage, Johanna, is jaloers op de ex-vriendin van haar vriend Emil – en laat Instagram nu net de perfecte voedingsbodem vormen voor het zaadje van die ziekelijke jaloezie van haar, als telkens beschikbare spiegel van haar ongenoegen en als podium voor de kwaliteiten van Nora, Emils ex. Bovendien wordt Johanna niet alleen geplaagd door dit gevoel van tekortschieten: haar arts ontdekt een ongevaarlijke cyste op haar eierstok en ze lijdt aan een constante pijn in haar baarmoeder. Nora, of brand Oslo brand! kreeg de Dagens Nyheters kulturpris toegekend. Het is Frids debuut.

    Nora, of brand Oslo brand!
    Auteur: Johanna Frid
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij
  • Boeiende weergave van de nabije toekomst

    Boeiende weergave van de nabije toekomst

    Dit opmerkelijke, eigentijdse boek, Frankusstein van Jeanette Winterson, begint met de verregende vakantie in 1816 van Mary Shelley en haar echtgenoot de dichter Percy Bysshe Shelley, haar wat simpele halfzus Claire die tevens de minnares is van dichter Lord Byron, en diens arts Polidori, beiden ook aanwezig. Uit verveling besluiten ze een griezelverhaal te bedenken, voor Mary Shelley de aanloop naar Frankenstein.
    In de tweede verhaallijn, de hedendaagse, klinkt de stem van transgender en arts Ry Shelley, geboren als vrouw (Mary) maar op weg man te worden. Tot het einde van het boek wisselen de twee verhalen elkaar af, ieder met een eigen stem: die van de negentiende-eeuwse Mary en die van de hedendaagse Ry. Deze Ry wordt verliefd op professor Victor Stein, expert op het gebied van kunstmatige intelligentie en geobsedeerd door de cryogenetica (cryoneren = het vriesdrogen van een lichaam). Hij droomt ervan ingevroren lichamen weer tot leven te wekken en van het kunnen uploaden van de inhoud van het menselijk brein in een computer.* Data zonder lichaam, geest zonder materie ziet hij als een ideaal toekomstbeeld.

    Seksrobots

    Stein is het equivalent van Frankenstein; beiden willen levenloze lichamen tot leven wekken. Ook de andere personen uit de negentiende eeuw worden gespiegeld in het nu. Voor Lord Byron staat Ron Lord, een zakenpartner van Stein en een nogal botte, vrouwonvriendelijke ondernemer. Hij verhuurt opvouwbare vrouwelijke sekspoppen die verrijkt met de kunstmatige intelligentie van Stein tot leven komen. Dan is er de zeer vrome christelijke Claire die na aanvankelijke weerzin tegen Rons business wel brood ziet in een christelijke seksrobot voor naar zinnelijke lust hunkerende mannen.

    De dialogen tussen Ron en Claire zijn geestig en ook in de rest van het boek valt te glimlachen om Wintersons humor. Een hilarische scène is die wanneer op een officiële ontvangst Ron per ongeluk een van zijn seksrobots activeert, waarna deze luid en duidelijk haar erotische vermogens verbaal ten gehore brengt. Ondanks de nonchalante humor en de luchtige sfeer van de gebeurtenissen heeft het boek een koele ondertoon. En als Stein de anderen meeneemt diep een nucleaire bunker in, waar onder andere het licht uitvalt, de vloer onverklaard volstroomt met water en Stein zijn gecryoniseerde hoofden toont, wordt de sfeer bepaald dystopisch.

    Ondergeschikt aan verhaal

    In 1816 krijgt Mary Shelley het idee voor haar beroemde gothic novel Frankenstein, de arts die een monster creëert. In het nu merkt Victor Stein op: ‘Kunstmatige intelligentie is niet sentimenteel, ze zoekt naar de best mogelijke oplossingen. Het menselijk ras is niet de best mogelijk oplossing.’ De Shelley’s, zowel Mary als Percy, zijn bekende historische figuren en kunnen het als personage in dit geval wel zonder veel diepgang stellen. Anders is het met de hedendaagse personages: zij blijven aan de oppervlakte en zijn ondergeschikt aan het verhaal. Maar Wintersons weergave van de nabije toekomst is boeiend en verdient op zich al bewondering.

    Liefdesverhaal?

    In alles heeft Winterson de tegenstelling gezocht en dat heeft ze knap gedaan: man vrouw, geest lichaam, heden verleden, utopie dystopie, kunst technologie, liefde horror.

    De ondertitel van Frankusstein is Een liefdesverhaal. Over de liefde tussen Mary en Percy Shelley hoeft geen twijfel te bestaan, die van Ry en Victor ziet er ondanks de lichamelijke relatie een stuk koeler uit. Vooral Ry blijft een onbewogen, afstandelijk type. In een interview met The Guardian geeft auteur Winterson aan dat zij zichzelf man noch vrouw en misschien zelfs geen mens voelt. Dat zien we terug in Ry. Ze levert Victor illegaal lichamen voor zijn experimenten, behalve uit liefde ook uit eigen interesse voor wat kunstmatige intelligentie allemaal vermag.

    Hedendaagse thema’s

    Jeanette Winterson is een Britse schrijfster, geboren in 1959. Met haar eerste boek Sinaasappels zijn niet de enige vruchten uit 1985 won ze al meteen de Whitbread Prize. Het  fors autobiografische boek gaat over een lesbisch meisje dat opgroeit in een streng religieuze gemeenschap. Winterson schreef tot nu toe zo’n twintig boeken, waaronder verhalen, romans, non-fictie, kinderboeken en essays. Haar thema’s zijn (gender)identiteit, fictie en werkelijkheid, tijd en ruimte, en ze gebruikt ideeën uit de natuurwetenschappen waarmee haar verhalen een science fiction-achtige uitstraling krijgen. In 2006 werd ze benoemd tot ‘Officer of the British Empire’ voor haar verdiensten voor de literatuur. In 2011 schreef ze een ‘echte’ autobiografie.

    Onsterfelijk

    In The Guardian verklaart Winterson dat zij (nog steeds) een enthousiaste christen is. ‘Maar dat is wie ik ben, dus ik moet het gebruiken.’ Religie en geslacht hebben haar gevormd en in de robotica zag ze dit samenkomen. ‘Ik dacht ineens, wacht even, dit komt allemaal samen. Hebben we niet altijd gezegd dat de lichamen zullen wegvallen, de geest doorgaat, er daarbuiten een eeuwigheid is? Dit is nu wat de wetenschap belooft, dat we de inhoud van onze hersenen zullen uploaden of onszelf zullen uitbreiden met slimme implantaatgenen. […] …langzaam vorderend tot dit punt, waar we onsterfelijk konden worden, zoals we altijd wilden zijn, en altijd dachten dat we waren.’ Wie technologie en toekomst fascineren, die leze Jeanette Winterson.

     

    * Meer informatie: Alcor Life Extension Foundation op internet.

     

     

  • Het leven op een koffieplantage in Suriname

    Het leven op een koffieplantage in Suriname

    Plantage Wildlust is de vierde roman van Tessa Leuwsha, die naast haar werk als schrijfster en documentairemaker ook cultureel attaché is bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo. Ze beschrijft in deze roman hoe de jonge Oscar Brouwer en zijn vrouw Janna begin 20ste eeuw vanuit Middelburg naar Suriname gaan waar hij een baan krijgt als directeur van een koffieplantage. Voor hen beiden is deze verhuizing een bevrijding uit het stijve milieu en de strenge opvoeding in hun jeugd. Janna hoopt een gezin te starten en wil een schooltje beginnen bij de plantage, Oscar hoopt zich voor de Nederlandse Handel-Maatschappij die plantage Wildlust bezit te kunnen bewijzen als goede bestuurder van de onderneming.

    Leuwsha geeft een minutieuze beschrijving van de reis van het tweetal, hun ontvangst in de betere (uiteraard blanke) kringen van Paramaribo, hun aankomst op de plantage, hun kennismaking met het vervallen huis en de stugge Indiase huishoudster Alma. Ze vervolgt met een soms wel erg volledige beschrijving van de koffieteelt en de inrichting van de onderneming. Daar werken nu – de slavernij is een halve eeuw eerder afgeschaft –  vooral Indiase contractarbeiders, maar de zwarte opzichter Creebsburg drijft ze nog steeds als slaven. 

    Verlangens en raadselen

    In traag tempo begint de roman. Lukt het Oscar Brouwer de touwtjes in handen te krijgen in een onderneming waar mensen werken van wie hij de taal niet spreekt en waar een opzichter rondloopt die hem – de zoveelste blanke directeur – niet respecteert? Kan Janna een goede relatie opbouwen met huishoudster Alma, een gezin stichten en een schooltje beginnen? De beantwoording van die vragen zou best een goede roman kunnen opleveren. Op de één of andere manier lukt het Leuwsha niet haar personages tot leven te brengen. Oscar blijft de wat stijve hark die hij vanaf het begin al is, Janna blijft verlangen naar het eindelijk beginnen van het goede leven en het krijgen van een kind, huishoudster Alma blijft een raadsel, en van opzichter Creebsburg blijft de schrijfster herhalen hoe lelijk hij – getekend door acné – wel niet is en welke nare geuren hij met zich meedraagt. Drie van de honderden Indiase contractarbeiders krijgen een naam en een rolletje in het verhaal, de rest blijft een vage massa. Veel gebeurt er niet op zo’n plantage lijkt het in de eerste 150 pagina’s. 

    Ingrijpende gebeurtenis wordt genegeerd

    Maar dan is er de middag waarin Janna een – deels mislukt – picknick-feest heeft georganiseerd voor gasten uit Paramaribo en na afloop wat rondloopt. Ze ziet opzichter Creebsburg die erg zijn best heeft gedaan bij de voedselbereiding en voor haar en Oscar nog twee volle borden klaar heeft staan. En dan geschiedt dit:

    ‘Haar vingers beroerden de zijne. De aanraking kwam volstrekt onverwacht, zijn huid voelde droog als schuurpapier. Diep in haar ontwaakte iets. De opzichter leek die verandering in haar te bespeuren, hij hield zijn hoofd wat opzij. Zijn adem ruiste luid. Hij nam het ene bord van haar terug, zette beide maaltijden weg en tilde haar met één beweging op tafel. Zijn reuk van tabak, zwavel en aarde drong zich aan haar op. Het droge van zijn handen schuurde ook over haar dijen, haar picknickjurk raakte verfrommeld. Ze steunde op haar ellebogen, voelde het ruwe hout. Hij leunde over haar heen, zijn geur kwam nog dichterbij en ook zijn getekende gezicht. Hij bewoog zich soepel, lenig. Het duurde kort, lang. Toen ze onder hem vandaan schoof, schikte ze haar jurk en streek haarlokken achter haar oren. Hun blik kruiste elkaar. Leeg.’

    Uit niets in het verhaal is af te lezen of Janna als gevolg van deze ontmoeting misschien – je weet maar nooit – boze of juist warme gevoelens heeft ontwikkeld ten opzichte van de opzichter. Wel blijkt ze enige tijd later zwanger te zijn. Maar of ze zich er ongerust over maakt dat het kind misschien niet van Oscar is, wordt niet gemeld. Het leven en de roman gaan na dat vreemde moment weer een tijdlang z’n gangetje.

    Vlam in de pan

    Dan, alsof iemand tegen de schrijfster heeft gezegd ‘wanneer gebeurt er nou weer eens wat?’ slaat ineens de vlam in de pan. De over het algemeen humane Oscar heeft – om redenen die niet uitgelegd worden – een Indiase jonge arbeider nogal straf behandeld en die pleegt zelfmoord. Dat brengt de Indiase contractarbeiders tot muiterij en bijna wordt Oscar vermoord. Even later wordt de plantage in brand gezet, verdwijnt Creebsburg met de Noorderzon en wordt Oscar teruggeroepen naar Nederland, wegens gebrek aan succes.

    Te midden van deze gebeurtenissen brengt Janna een kind ter wereld dat niet blank is en vervolgens zonder enige omhaal van woorden wordt weggegeven aan huishoudster Alma. Want die wilde ook wel een kind. Daarna gaat het echtpaar tamelijk onbekommerd weer de boot op, terug naar Nederland. En laat de lezer ontredderd achter. Die had graag iets meer willen weten over de reden van het direct afstaan van dat gekleurde kind, de gevoelens die zo’n gebeurtenis achterlaat en het gevolg dat dat heeft voor een huwelijk. Plantage Wildlust geeft de lezer een goed beeld van het reilen en zeilen van een koffieplantage in Suriname aan het begin van de 20ste eeuw. Maar een  overtuigende beschrijving van de mensen op die plantage is Tessa Leuwsha helaas niet gelukt.

     

     

  • Oogst week 26 – 2020

    Onderwaterverhalen

    Onderwaterverhalen was volgens schrijver en dichter Ineke Riem niet wat ze aanvankelijk wilde schrijven: ze begon aan een roman, en eindigde met een heel nieuw manuscript, dat van een verhalenbundel. Ze werd onder andere geïnspireerd door een reis naar de Azoren en door het idee van een zogenoemde ‘eenheidservaring’ of verbintenis van afzonderlijke verhalen. Mensen die niet helemaal passen in de tijd waarin ze leven lijken een thema in haar werk: in haar nieuwste bundel hebben alle personages een ‘oude ziel’. Haar boek Rauw hart (2017) handelt over een man die geen binding voelt met het moderne tijdperk. Ook de sprookjesachtige sfeer en onderwatersymboliek keren in verschillende boeken van Riems hand terug: niet alleen in Onderwaterverhalen, maar ook in haar debuutroman Zeven pogingen om een geliefde te wekken (2013) en poëziedebuut Alle zeeën zijn geduldig (2015) – what’s in a name. Riem ontving voor Zeven pogingen om een geliefde te wekken de Bronzen Uil en de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. Daarnaast werd haar debuut genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs.

    Onderwaterverhalen
    Auteur: Ineke Riem
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het boek der tranen

    Heather Christle schreef met The Crying Book, door Koen Boelens en Helen Zwaan vertaald als Het boek der tranen, een boek over de rol van tranen in onze hedendaagse samenleving. Ze schuwt haar eigen kwetsbaarheid daarbij niet: zelf verloor ze haar beste vriend en maakte ze een emotionele zwangerschap door. Haar ervaringen en beelden vervlecht ze met haar cultuuranalyse. Ze snijdt overkoepelende thema’s en vragen aan die te maken hebben met het fenomeen huilen: scheikunde, poëzie, geschiedenis, feminisme – hoe komt het toch dat huilen als iets typisch vrouwelijks – en (onterecht) zwaks – wordt gezien? –; semantiek – to cry is “luider” dan “to weep, schreien”, dat is het “natst”; esthetiek – Christle constateert wat er mooi en lelijk is aan huilen, en is nu eens droog en humoristisch, dan weer ernstig.

    Het boek der tranen
    Auteur: Heather Christle
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Ness

    Ness van Robert Macfarlane is lastig eenduidig te omschrijven: het verhaal doet zowel denken aan toneel als aan poëzie en is een moderne mythe, een met trekjes van een dystopische novelle. De Ness waarnaar met de titel wordt verwezen is de natuur van een landtong voor de oostkust van Engeland. Vroeger was er een militaire basis gehuisvest waar nucleaire experimenten werden uitgevoerd. Nu is de bunker vervallen en overwoekerd en strijden natuur en De Wapenmeester, een geheimzinnige kracht, om de heerschappij. De intrigerende zwart-witbeelden komen uit de pen van illustrator Stanley Donwood (pseudoniem van Dan Rickwood), die sinds jaar en dag het artwork van de band Radiohead verzorgt.

    Ness
    Auteur: Robert Macfarlane
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Oogst week 25 -2020

    Hölderlin

    Dit jaar is niet alleen het Beethovenjaar en in Nederland het Multatulijaar, het is ook nog eens 250 jaar geleden dat dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) werd geboren. Ter gelegenheid daarvan verschenen er twee boeken over zijn leven. Karl-Heinz Ott schreef Hölderlins Geister en Rüdiger Safranski voegde aan zijn studies over Nietzsche, Goethe, Schiller, Heidegger en Hoffmann nu Hölderlin toe.

    Het verscheen nu ook in het Nederlands onder de titel Hölderlin. Biografie van een mysterieuze dichter. Van Hölderlin verschenen in Nederlandse vertaling gedichten, het meest recent in 2011, en toneel, zoals Hyperion in 1991, maar toch is hij min of meer een vergeten dichter. Safranski vindt dat hij meer aandacht verdient.

    Hölderlin
    Auteur: Rüdiger Safranski
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Mathilde

    In een interview zegt Leïla Slimani (1981): ‘Tot voor kort was het in het Westen (…) onmogelijk schrijfster te zijn zonder rebels te zijn (…) Ze mag zich niet uitspreken, niet choqueren, ze is gevoelig, niet in staat de grote geschiedenis te begrijpen, metafysische vragen te stellen. Vrouwen die ervoor kiezen te schrijven, weten dat ze zullen worden verafschuwd of zelfs verstoten (…). Je accepteert het idee dat je mishaagt. Voor een vrouw is niet in de smaak vallen veel ingewikkelder dan voor een man’.

    Slimani is een Frans-Marokkaanse journalist en schrijver die door de befaamde Kamel Daoud (van Moussa of de dood van een Arabier) ‘de Française van de toekomst’ werd genoemd. Nu is er van haar Mathilde, het eerste deel van wat een trilogie (Het land van de anderen) zal worden, gebaseerd op Slimani’s eigen familiegeschiedenis tegen de achtergrond van de Maraokkaanse onafhankelijkheidsstrijd.

    Mathilde
    Auteur: Leïla Slimani
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Kwaad bloed

    Schrijver, journalist en columnist Henk van Straten publiceert boeken met een frequentie van gemiddeld één per jaar: Het waren er tussen 2007 en 2019 precies twaalf. Dit jaar komt daar Kwaad bloed bij. Hoewel, een nieuw boek is het strikt genomen niet. De thriller is een ‘remake’ van Van Gogh sneed hier nooit een oor af uit 2019 naar aanleiding van de plannen voor een verfilming daarvan.

    Kwaad bloed is een thrillerachtige novelle, zoals al snel duidelijk wordt: ‘We woonden in Nuenen, een weinig noemenswaardig dorp, los van het feit dat Vincent van Gogh er ooit woonde (…) Gelukkig heeft hij niet hier maar in Arles een oor afgesneden. Ik zeg gelukkig, want sinds alle nieuwsberichten over mijn ouders wekt ons dorpje al genoeg sinistere associaties op’.

    Kwaad bloed
    Auteur: Henk van Straten
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
  • Oogst week 24 – 2020

    Een week of vier

    Een alleenstaande moeder woont in een stad die ze nog niet goed kent en raakt besmet met een dodelijk virus. Een ziekenhuisopname kan haar leven redden, maar haar baby moet dan achterblijven bij onbekenden die ze niet vertrouwt. Als ze niet gescheiden wil worden van haar baby, is er slechts één andere optie: vluchten. In de op het coronavirus geïnspireerde roman Een week of vier beschrijft Laura van der Haar (1982) de consequenties van de keuze die de moeder maakt.

    Laura van der Haar publiceerde eerder de dichtbundel Bodemdrang en de roman Het wolfsgetal. Ze is een winnaar van het Nederlands kampioenschap Poetry Slam en schrijft daarnaast voor onder meer De Speld en Vice.

    Een week of vier
    Auteur: Laura van der Haar
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Fantoomliefde

    Laura Freudenthaler (1984) wordt gezien als hét literaire talent van Oostenrijk. Ze schreef eerder een verhalenbundel en een roman, maar haar internationale doorbraak kwam pas na de publicatie van haar derde boek Fantoomliefde, naar het Nederlands vertaald door Jan Bert Kanon. In 2019 won ze met dit boek de EU Literatuurprijs.

    Fantoomliefde gaat over Anne, een pianiste die al twintig jaar samenwoont met Thomas. Wanneer ze een sabbatical neemt, gaat alles mis: piano spelen lukt niet meer en voor het boek dat ze wil schrijven krijgt ze geen letter op papier. Tot overmaat van de ramp is Thomas steeds vaker weg en Anne vermoedt dat hij vreemdgaat. Dit levert een intense roman op waarin de hoofdpersonen steeds verder van elkaar vervreemden.

    Fantoomliefde
    Auteur: Laura Freudenthaler
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Sempre Susan

    De Amerikaanse auteur Sigrid Nunez (1951) doceert creative writing aan de Boston University. Ze schreef verschillende romans en korte verhalen en won in 2018 een National Book Award voor haar roman De vriend.

    Op haar vijfentwintigste kreeg ze een baantje als typist voor de beroemde essayist Susan Sontag. Zo leerde ze Sontags zoon kennen, David Rieff, die nog bij zijn moeder woonde. Nunez kreeg een relatie met hem, trok bij hen in en Sontag werd haar grote voorbeeld.

    Sempre Susan, naar het Nederlands vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap, bestaat uit herinneringen van Nunez aan deze periode. Het is een intiem verslag van de band tussen een beginnend schrijver en een groot intellectueel.

    Sempre Susan
    Auteur: Sigrid Nunez
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Waarschuwing van de auteur, het is geen autobiografie

    Waarschuwing van de auteur, het is geen autobiografie

    Schrijver A.H.J. Dautzenberg beoefent vele genres van de literatuur, korte verhalen, toneel, romans, poëzie, essays en autobiografisch werk. Met zijn nieuwste roman Geestman, doet hij een appèl op de verbeelding van de lezer. De roman heeft vijf verschillende verhaallijnen: een zoektocht, een zelfonderzoek, een raamvertelling, een allegorie en een sprookje. Het gaat over een man die een relatie zoekt en een vrouw bij hem thuis uitnodigt. Eenmaal bij hem thuis wil hij haar zo snel mogelijk weer weg hebben. Om aan haar te ontsnappen springt hij uit het raam en komt in een plas water terecht, vanaf dat moment vliegt het verhaal alle kanten op. Via die plas komt hij in een fantasiewereld terecht waarin vogels en mollen tegen hem praten en hem vragen stellen. Hij bevindt zich op een getekend eiland met uitgegumde lijnen, gaat met een mol onder de grond, eindigt naakt in een meertje en komt uiteindelijk weer in zijn eigen huis terecht. 

    Op reis Im Kopf

    Geestman kent verschillende stijlen en is vanuit verschillende perspectieven geschreven. Er komt beeldpoëzie in voor, de briefvorm en thrillerelementen. En dan stopt een verhaallijn opeens, of stapt de schrijver over op een andere vertelvorm en wordt er verwezen naar een huwelijk, een moord. Het geheel is erg knap en consequent gedaan, maar waartoe het leidt? De verteller van een van de verhaallijnen (alter ego van de schrijver?) geeft aan: ‘Ik moet op reis Im Kopf. Het onderbewuste zal daarbij mijn belangrijkste gids zijn.’ En even verder: ‘Nooit eerder heb ik het schrijven als reddingsboei ervaren. Ik vond dat aanstellerij van quasi getormenteerde schrijvers. Tot nu.’
    Dautzenberg geeft zelf de thema’s en motieven van deze roman aan: ‘Toeval. Serendipiteit.’ De vijf verhaallijnen worden hierdoor verbonden en geven ook een zeker houvast tijdens het lezen.

    Het in 2018 gepubliceerde dagboek, Ik bestaat uit twee letters, van Dautzenberg, is ook een taalexperiment. Daarin geeft hij zijn vakantie weer in de taal van de schrijver Dmitri Danilov die in zijn boek De horizontale stand  (2013) het leven beschrijft vanuit een relatieve metapositie, van een afstand naar zichzelf kijkt, wat zich vertaalt in het vermijden van het woord ‘ik’.
    In Geestman schrijft Dautzenberg nu, ‘Na de publicatie van het dagboek Ik bestaat uit twee letters besloot ik niet meer expliciet over mezelf te schrijven en dat meende ik oprecht, ik ben geen ik-schrijver, maar nood breekt wet. En het woord ‘nood’ is op dit moment een eufemisme.’

    Kritisch op alles

    Dautzenberg is nieuwsgierig, experimenteert met taal, vorm en thematiek. Hij stelt zich kwetsbaar op, zijn jeugd, zijn vrouw en zijn familie, alles wordt gebruikt. Daarbij uit hij veel zelfkritiek en lijkt erop uit te zijn zichzelf onderuit te halen. Hij twijfelt letterlijk aan alles wat hij doet, zet vraagtekens bij zijn gedrag, zijn reacties op mensen in zijn omgeving, vraagt zichzelf van alles af, maar vraagt ook veel van zijn omgeving.
    Alleen de herinnering is gebleven en de herinnering is niet genoeg, de herinnering is een groot verlangen’ citeert hij Marcel Möring in zijn dagboek. Dat verlangen naar herinnering is vooral het verlangen naar aandacht en begrip; vroeger van zijn ouders, nu van iedereen om hem heen. Dautzenberg is uit op aandacht, in het middelpunt staan en tegelijkertijd ook niet, zijn onzekerheid bestrijden, kortom, waar elk mens naar streeft: gezien worden.

    Dautzenberg is ook kritisch over allerlei ontwikkelingen en bewegingen in de maatschappij: tv-programma’s waarin iedereen maar een mening over van alles heeft, overheden, rechtspraak, rechtvaardigheid, etc. In Geestman krijgen al deze aspecten van de mens Dautzenberg een plek. De auteur waarschuwt de lezer: ‘Het is geen autobiografische roman, ik laat de verbeelding spreken, mijn obsessies.’ En in die zin zou Geestman ook als een autobiografische roman beschouwd kunnen worden, want de schrijver is nooit ver weg. 

    Geestman zou opgevat kunnen worden als een variant op Batman en Superman, de geest van de man die door Dautzenberg wordt neergezet wordt sterker gedurende de roman, hij maakt keuzes en neemt beslissingen. Bovendien, alles wat de lezer leest, is ontsproten aan de geest van de man. Door de verschillende taalexperimenten en verhaallijnen is het geen eenvoudig toegankelijk boek, maar maakt wel nieuwsgierig en prikkelt de fantasie.

     

     

  • Oogst week 22 – 2020

    De verhalen die we onszelf vertellen

    De verhalen die we onszelf vertellen is een verzameling essays van Joan Didion (1934) over Californië, New York en de jaren zestig. De keuze maakte Joost de Vries uit haar eerder gepubliceerde werken als Slouching Towards Bethlehem, The White Album en Where I Was From. Joan Didion schrijft al sinds de jaren zestig over het leven in Amerika op onconventionele wijze. Haar overdenkingen lezen alsof je je onder de huid van een samenleving en haar persoonlijke leven bevind. Eerder verscheen van haar Het jaar van het magisch denken (2006 Prometheus), over het verlies van haar man, en Blauwe nachten (2012 Bezige Bij) over het verlies van haar dochter. Boeken die integendeel treurig zijn, of adviezen bevatten om verlies van geliefden te overleven. Het is essayistisch proza wat Didion schrijft.

    Haar essays gaan over het vrije leven in de jaren zestig, revolutionaire politiek, beroemdheden en persoonlijke reflecties. Haar stijl en observaties oefenen doorgaans een grote aantrekkingskracht uit op de lezer.

     

     

    De verhalen die we onszelf vertellen
    Auteur: Joan Didion
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Het failliet

    Dichter Arnoud van Adrichem (1978) debuteerde in 2008 debuteerde hij met de dichtbundel Vis, die bekroond werd met de Hugues C. Pernathprijs 2009 en het Charlotte Köhler Stipendium 2009. In 2010 verscheen een bundeling essays, gedichten en vertalingen onder de titel Stemvork, in samenwerking met Jan Lauwereyns maakte. In 2015 publiceerde hij zijn derde dichtbundel, Geld. Zijn nieuwe dichtbundel Het failliet. Dichten over een faillissement, ervandoor gaan, op de vlucht voor schuldeisers. Wisselend vind je de dichter terug op een eiland, aan zee, opgesloten in zijn atelier. Maar waar hij zich ook bevindt, imaginair gaat hij gewoon naar kantoor en neemt plaats achter zijn bureau, dat overigens allang geveild. Ondertussen wordt alles waargenomen.

    Het eerste gedicht ‘Schelp’ begint zo, ‘Een open einde? / Nee, het is net begonnen /met een hondse grom.’

    Het failliet
    Auteur: Arnoud van Adrichem
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf

    Dichter Lamia Makaddam is geboren in Tunesië waar ze Arabische taal en letterkunde studeerde. Ze publiceerde drie dichtbundels in het Arabisch en won in 2000 de El Hizjra literatuurprijs. Op twintig jarige leeftijd kwam ze naar Nederland. Haar derde dichtbundel is nu naar het Nederlands vertaald is door Abdelkader Benali en kreeg de intrigerende, haast strijdlustige titel mee, Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf. Naast dichter is Makaddam ook journalist en vertaler.

    In de poëzie van Lamia Makaddam worden rauwe beelden opgevolgd door opwellingen van tederheid. Geliefden en minnaars worden vastgehouden, weer losgelaten en ten grave gedragen. In haar poëzie is niemand onschuldig in de liefde. Lamia Makaddams poëzie raakt aan haar sentimentele gevoelens maar gaat evenzeer om wraak, wraak als sentimentele aangelegenheid.

    Het is nog even wachten op deze bundel, verschijnt 5 juni.

    Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf
    Auteur: Lamia Makaddam
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Oogst week 17 -2020

    Gekkenwerk

    Er verschijnt zoveel moois dat we er soms niet onderuit kunnen een titel meer op te nemen in de oogst van de week dan de gebruikelijke drie. Te beginnen met een roman over de geheimen van een oorlogsjournalist door Minka Nijhuis, een boek met 575 haiku’s van Kees van Kooten (Haikoots wel te verstaan), een nieuwe gedichtenbundel van Daniël Vis en een lijvig boek over de koloniale geschiedenis buiten de Verenigde Staten van Daniel Immerwahr.

    Minka Nijhuis (1958) verbleef als oorlogscorrespondent onder andere in Syrië, Irak, Oost-Timor en Afghanistan vanwaar zij verslag deed voor verschillende media. Voor haar journalistieke werk ontving ze in 2017 de Nieuwspoort Prijs van het Vrije Woord. Ze schreef meerdere non-fictie boeken over haar ervaringen, in 2009 werd ze met haar boek Birma: land van geheimen genomineerd voor de Bob den Uyl Prijs. Gekkenwerk is haar eerste roman, een roman in briefvorm waarin Lotte, beginnendd als stewardess maar met de ambitie om oorlogscorrespondent te worden, schrijft ze haar neef Alexander. Brieven die een uiteenzetting zijn van haar gedachten, haar plannen en ondernemingen. Deze neef schrijft evenwel nooit terug, er komen geen brieven van hem in de roman voor, maar de gerichtheid waarmee Lotte aan hem schrijft, maken hem tot een belangrijk personage in deze roman.

     

     

    Gekkenwerk
    Auteur: Minka Nijhuis
    Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar

    575 Haikoots

    Kees van Kooten is een liefhebber van de haiku. Als bewonderaar raakte hij er min of meer door besmet en kon het schrijven ervan niet meer laten. Een haiku is een versvorm van zeventien lettergrepen en bestaat uit drie versregels van respectievelijk vijf, zeven en vijf lettergrepen. Dat het er 575 zijn geworden is dan ook te herleiden naar de opbouw van de haiku.

    Voor de ooit vermaarde Bescheurkalender (1973-1986) van Van Kooten en De Bie, schreef hij zo nu en dan al de zogenaamde Haikoot. Hoewel de oorspronkelijke haiku overwegend gewijd is aan de natuur, gaat een Haikoot over van alles en nog wat. Deze werkwijze resulteert in originele waarnemingen van ons aller doen en laten. 575 Haikoots is een ruime en bonte verzameling Haikoots en voorzien van passende foto’s door Van Kooten zelf.
    Hier is er een:

    uitgevallen roos
    siert nog even de paden
    met een feesttapijt

    575 Haikoots
    Auteur: Kees van Kooten
    Uitgeverij: De Harmonie

    Amerika buiten de Verenigde Staten

    Daniel Immerwahr is een Amerikaanse historicus die onderzoek deed naar de koloniale gebieden buiten VS, zoals de Guano-eilanden en de Filipijnen. In Amerika buiten de Verenigde Staten vertelt Daniel Immerwahr over gebieden die geen vertegenwoordiging hadden in het Amerikaanse Congres, maar er wel door werden bestuurd. In het geval van Puerto Rico is dat tot op de dag van vandaag nog zo.

    Hoewel dit niet strookt met het beeld dat Amerika van zichzelf heeft als voormalige kolonie, is het tot ver in de twintigste eeuw de situatie dat de Stars and Stripes wapperen op eilanden en militaire bases over de hele wereld. Na de Tweede Wereldoorlog nam de VS afstand van het kolonialisme. De tegenwoordige wereldwijde invloed van Amerika doet echter in wezen niet onder voor imperiale macht, zelfs vandaag heeft het nog gebieden over de hele wereld. Een boek over Amerika dat je visie op dit land doet veranderen.

    Amerika buiten de Verenigde Staten
    Auteur: Daniel Immerwahr
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het weefsel

    De dichter Daniël Vis (1988) won in 2014 het NK Poetry Slam. In datzelfde jaar publiceerde hij Crowdsurfen op laag water, waarover Menno Wigman zei, ‘Eindelijk weer een jonge dichter met een grote mond. En hij maakt het nog waar ook.’
    In 2018 volgde zijn tweede bundel Insect Redux.

    Het werk in zijn nieuwe bundel Het weefsel wordt ‘onvoorspelbaar en rücksichtlos’ genoemd. Hierbij een kleine voorproeve:

    ‘de gestalte
    op dat schilderij van munch —

    de opengesperde mond —

    schreeuwt niet,
    maar legt de handen tegen het hoofd

    om de schreeuw niet te horen.

    de angst,

    een fundamentele
    gebeurtenis —

    dat ik er ben —

    en opnieuw
    ontstaan

    de draden die het gekopieerde dna
    in de zich delende cel verdelen —

    een techniek
    van het aanwezig blijven.

     

     

     

    Het weefsel
    Auteur: Daniël Vis
    Uitgeverij: Prometheus