• Beste boeken 2025

    Beste boeken 2025

     

    Ook dit jaar weer vroeg Literair Nederland zijn recensenten en redacteuren om hun twee Beste Boeken te noemen die zij in 2025 hebben gelezen. Dat kunnen herlezen boeken zijn, of nieuwe boeken die om allerlei redenen grote indruk op hen maakten. Uit de honderden boeken die op Literair Nederland worden genoemd kwam een diversiteit aan titels binnen. Van wat zware of complexe boeken tot egodocumenten tot thrillers. Zo leuk, al die verschillende boeken die verschijnen en behalve door onze recensenten door nog heel veel andere mensen met plezier worden gelezen. Wat zijn we blij met al die boeken!


    Jan Douwe Westhoeve

    Liefde, als dat het is – Marijke Schermer

    In 2025 deed ik een halfslachtige poging om alle vijf de boeken van de shortlist van de Libris Literatuurlijst te lezen. Verder dan In het oog van Marijke Schermer en Oroppa van Safae el Khannoussi kwam ik niet. Maar door die poging ontdekte ik wel Marijke Schermer, een geweldige schrijver waar ik eerder niet bekend mee was. Later in het jaar kwam ik terecht bij Liefde, als dat het is uit 2019, wat mij betreft een van de beste boeken over relaties dat ik ooit las. Aan de basis van het boek ligt het meest fundamentele van het leven, de liefde, en hoe ongelofelijk ingewikkeld dat kan zijn. Een aantal van de personages reflecteert uitgebreid op wat liefde zou kunnen zijn, zonder dat ze ooit tot een sluitend antwoord komen. Juist die interne monologen vind ik erg sterk. Liefde, als dat het is is bij vlagen grappig en herkenbaar, ook voor mensen in hele andere vormen van relaties of situaties. Maar bovenal stelt Schermer de onbeantwoordbare vraag: wat is liefde eigenlijk echt?

    Oroppa – Safae el Khannoussi

    Oroppa kwam in 2024 uit, dus ik was in die zin een beetje een late adopter van het boek. Oroppa zou namelijk ingewikkeld zijn, of volgens sommigen in mijn omgeving zelfs ‘onleesbaar’. Wat mij betreft niets van dat alles; ja, de verschillende verhaallijnen zijn onnavolgbaar met elkaar verbonden, maar dat maakt het boek alleen maar een razend interessant labyrint. Als lezer raak je verdwaald, maar al snel krijg je het idee dat dat juist de bedoeling van El Khannoussi is. Zijn de personages in Oroppa niet allemaal ook verdwaald in het leven? En wie zegt dat er één vorm van de waarheid of werkelijkheid is? Wie op zoek is naar een eenduidig verhaal kan bij vele andere boeken terecht, maar wie zich wil laten verrassen en zich durft over te geven aan de chaos, voor die lezer is Oroppa onovertroffen. En dan te bedenken dat dit nog maar het debuut is, dat in de loop van 2025 de Boon én de Libris literatuurprijs won. Om het maar met een gedicht van Gerard Reve te zeggen: “Je vraagt je wel eens af: / ‘Waar hebben wij het aan verdiend?’”


    Anna Husson

    Blauw of de kleur van blijdschap – Anke Scheeren

    In deze subtiele roman maakt Scheeren haar protagonist Egbert Klein mee op een ongewone missie in Mongolië: het promoten van windenergie. Egbert, een introverte en onopvallende man, wordt uit zijn veilige routine gehaald en geconfronteerd met onzekerheid en ongemak. Het fascinerende van Scheerens schrijfstijl is de manier waarop ze Egberts innerlijke wereld onthult: sober, precies en met suggestieve kracht. De fysieke leegte van Mongolië weerspiegelt Egberts innerlijke isolatie, en de tragikomische toon gecombineerd met wrange humor maakt het verhaal zowel ontroerend als herkenbaar. Scheeren laat zien dat de reis van een personage vaak belangrijker is dan het resultaat, en dat stilte soms meer zegt dan woorden.

    De Alpenfederatie – Gregor Verwijmeren

    Verwijmeren voert de lezer naar een toekomstig, verontrustend Newholland, waarin sociale structuren ingestort zijn en morele keuzes centraal staan. Otto, Tilly en hun dochter Sophia navigeren door een wereld van extreme ongelijkheid en morele dilemma’s, terwijl Iwan en zijn medestrijders zich verzetten tegen de elite. De kracht van dit boek zit in de gelaagdheid: thema’s van klimaat, ongelijkheid en verzet worden subtiel verweven, terwijl de personages elk een eigen stijl en perspectief hebben. Verwijmeren combineert ernst met een onderhuidse satire, waardoor de roman scherp, diepgaand en tegelijkertijd wrang-humoristisch is. Het boek nodigt uit tot reflectie op ethiek, verantwoordelijkheid en de keuzes die we maken in een complexe wereld.


    Ronald Bos

    De zoon van de accordeonist – Bernardo Atxaga

    Afgelopen zomer, tijdens een korte wandeling over het pad naar Santiago de Compostella in Baskenland, ontmoette ik een paar wandelaars. We raakten in gesprek, ook over Baskische literatuur en zij noemden belangrijke hedendaagse schrijvers – van wie ik nog nooit iets had gelezen. Zoals Bernardo Atxaga (1951) en zijn roman De zoon van de accordeonist (2003), in het Baskisch geschreven en door hem zelf in het Spaans vertaald. Het is de geschiedenis van twee vrienden tijdens hun jonge jaren in de onrustige tijd van oplevend Baskisch nationalisme en onderdrukking door de Franco-dictatuur, die het gebruik van de Baskische taal had verboden. Bernardo Atxaga werd wereldbekend door zijn bekroonde roman Obabakoak (1988), met verhalen die zich afspelen rond het dorp Obaba in het bergachige gebied rondom Donestia (Baskisch voor San Sebastian). De beginzin van De zoon van de accordeonist is: ‘Het was de eerste schooldag in Obaba’, en gaat dan verder met de herinneringen van Joseba, klasgenoot van David, die de zoon van de accordeonist is. In een interview zegt Atxaga dat Obaba een ‘innerlijk landschap’ is, het is het land uit zijn verleden, ‘een mix van het werkelijke en het emotionele.’ De zoon van de accordeonist is een soort raamvertelling. In het langste deel Stukje Steenkool vertelt David over zijn jeugd en pubertijd in Baskenland, over zijn vrienden en vriendinnen, de Spaanse burgeroorlog en zijn bewustwording van de Baskische nationaliteit en taal. Als vijftienjarige zag hij voor het eerst zijn moedertaal in druk. (De Nederlandse vertaling is uitverkocht, maar nog wel tweedehands verkrijgbaar.)

    Mijn Lwów – Jozef Wittlin

    Met gesloten ogen hoort de Pools-Oekraïense schrijver Jozef Wittlin (1896-1976) de ‘Lwowse klokken, het gespetter van de fonteinen en het geruis van de geurende bomen’ in de stad van zijn jeugd. Hij luistert in stilte naar de voetstappen van de mensen die allang niet meer lopen, het zijn de schimmen die hij achter zich heeft gelaten nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog naar New York is gevlucht. In opdracht van uitgevers schreef hij in luchtige woorden en zinnen een ‘praatje’ over zijn Lwów, waar hij achttien jaar tijdens zijn jeugd heeft doorgebracht. Mój Lwów schreef Jozef Wittlin in 1946 in New York – hij zou nooit meer terugkeren naar Oekraïne. In 1945 werd het Poolse Galicië met de hoofdstad Lwów bij de Sovjet-Unie ingedeeld tijdens de beruchte Conferentie van Jalta. Nu vallen de Russische bommen op het Oekraïense Lviv. Het was hoog tijd voor een Nederlandse vertaling, nadat ook Wittlins beroemde roman Het zout van de aarde een paar jaar geleden (ook door Dirk Zijlstra) uit het Pools is vertaald. Mijn Lwów is een klein juweel in een mooi verzorgde uitgave met historische foto’s. Wittlin schrijft zonder weemoed en met ironie en liefde over de stad met zijn verschillende culturen die terug te zien zijn in de prachtige kerken en standbeelden en de vele schrijvers. Hij laat het literaire leven de revue passeren en de vele kroegen, café’s en restaurants waar dat leven zich afspeelde. Wittlin sluit zijn ogen en ziet ‘hele menigtes over de Corso dolen…de doden wandelen met de levenden.’


    Marjet Maks

    De verkavelingen – Arthur Goemans

    Het debuut van Arthur Goemans (1995) De Verkavelingen speelt in een heerlijke Vlaamse setting in de jaren negentig. We lezen over de gecompliceerde vriendschap tussen drie bevriende tieners, Robert, Jenny en Wes. Ze komen uit verschillende milieus, wat de verhaallijn breed trekt. De vrienden zijn tot elkaar veroordeeld voor de rest van hun leven door een gezamenlijk vergrijp. De jongens zijn verliefd op Jenny, ze is een interessant personage, zelfstandig en grillig en wordt gekweld door de moeizame relatie met haar moeder, gedurfde keuzes die ze moet maken, de middelbareschooltijd die haar niet boeit en uiteindelijk een ongewenste zwangerschap, tot ze helemaal van de aardbodem verdwijnt. De jongens zijn minder gecompliceerd, maar daardoor niet minder interessant. De psychologische ontwikkeling van de jonge volwassenen is geloofwaardig. Knap en verrassend goed geconstrueerd verhaal. Lees hier de recensie.

    Luister – Sacha Bronwasser

    Luister van Sacha Bronwasser (1968) is een boeiende ingetogen roman die in Parijs speelt in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren. Marie vlucht naar Parijs, wanneer ze ontdekt dat ze misbruikt is door haar vriendin, Flo, een kunstzinnige fotograaf. Aan de hand van aantekeningen in haar dagboek vertelt ze het verhaal, van de familie Lambert waar ze au-pair is van de kinderen van Phillipe en Laurence. Een heel deel gaat over de achtergrond van Phillipe, zijn jeugd met zijn gevoeligheden en angsten in een vermogende Parijse familie. Maar hij heeft ook een gave. Wanneer hij geobsedeerd raakt door een Duitse au-pair, die al voor Marie in het gezin was, neemt het verhaal een wending. Bijzonder intelligent geschreven en slim elliptisch geconstrueerd verhaal over lotsbestemming en boetedoening.


    Evert Woutersen

    De resten van een mens – Detlev van Heest

    Als je van dikke boeken houdt, is De resten van een mens van Detlev van Heest een aanrader. Het boek verscheen in februari van dit jaar en heeft bijna 900 bladzijden. Het boek bestaat uit verschillende dagboekfragmenten, waarbij Van Heest veel observeert en noteert. De nadruk ligt op de dialogen die hij met precisie weergeeft. Detlev zelf blijft daarbij enigszins op de achtergrond. De belangrijkste verhaallijnen in het boek zijn die over zijn werk als parkeercontroleur in Hilversum en zijn bezoekjes aan Emma Paulides aldaar. De beschrijvingen van zijn werk komen vaak terug. Door de herhalingen voelt zijn wereld heel vertrouwd aan. Het is knap hoe rustig Van Heest blijft onder de bedreigingen die de bekeurden soms uiten. Tussendoor bezoekt hij Emma; zij is na de moord op haar dochter in Zaandam (de Zaanse paskamermoord) naar Hilversum verhuisd: ‘Ik moest daar weg. Ik woon nu hier en niemand weet iets van mij.’ Bij elk bezoek van Detlev vertelt ze over haar dochter Sandra die op 21-jarige leeftijd is vermoord. Van Heest woont in Amsterdam. Daar spreekt hij vaak af met Lousje Voskuil, echtgenote van de in 2008 overleden Han Voskuil. Zijn ontmoetingen met haar beschrijft hij eveneens uitvoerig. Ondanks de dikte en de herhalende beschrijvingen blijft het boek tot het einde toe boeiend.

    Bevrijding Dagboeken 1981-1987 – J.J. Voskuil

    Vanaf 2022 verschijnen de Dagboeken van Han Voskuil in zeven delen (totaal zo’n 4000 bladzijden over de periode 1939-2006). Detlev van Heest is een van de bezorgers daarvan, samen met Thomas van Grafhorst en Mirjam Lucassen. In november 2025 is het zesde deel uit de reeks verschenen, Bevrijding, de dagboeken uit de jaren 1981–1987. Het laatste deel staat gepland voor 2026. Bijzonder is dat Lousje ooit stukken uit het dagboektyposcript had weggeknipt. Na zijn overlijden kreeg ze spijt van haar censuur. Op basis van bewaarde dagboekschriften zijn die hersteld. Deze dagboeken bevatten stukken over Voskuils werk op Het Bureau, eindigend met zijn laatste werkdag: ‘Ik sliep pas in toen de muggen kwamen en de merel begon te zingen.’ Daarnaast bevatten de dagboeken meerdere beschrijvingen van de echtelijke twisten van Lousje en Han. Een fragment uit het begin: ‘Ik waarschuw L. dat ze de theepot scheef op het lichtje zet. Ze wordt daar heel boos om. Alsof ze geen theepot op een lichtje zou kunnen zetten. Waar bemoei ik me mee.’ Het boek staat bovendien vol met bijzondere observaties wat het lezen ervan zo boeiend maakt. Bij een bezoekje aan Enkhuizen drinkt Han met een vriend een borrel. Ondertussen buiten: ‘Een jonge Duitser met een rotkop rijdt met zijn veel te grote en dure auto achteruit een paaltje omver. Wat gegeneerd probeert hij het weer overeind te zetten, de gêne van iemand die in het buitenland is en onder het oog van de autochtone bevolking gefaald heeft.’


    Els van Swol

    De slager van Klein BirmaHåkan Nesser
    Op een gegeven moment zie ik een advertentie die een nieuwe crime van Håkan Nesser aankondigt: Een brief uit München. De advertentie vormt meteen de aanleiding om de beste crime van hem die ik tot nu toe las weer eens uit de kast te pakken: De slager van Klein Birma. De Zweedse schrijver is niet voor niets een van de succesvolste misdaadschrijvers. In dit deel uit de Inspecteur Barbarotti-reeks graaft hij net wat dieper dan je misschien meestal van zulke boeken bent gewend. Het verhaal begint weliswaar op een ochtend met een dode, maar dat is de vrouw van de inspecteur die gestorven naast hem in bed ligt. Het zet zijn leven op z’n kop. En daar komt dan ook nog eens een cold case uit 2007 bovenop. Een boek om niet alleen gretig te lezen, maar ook niet snel te vergeten, dat blijkt maar weer eens. Een literaire crime met filosofische diepgang, vol vragen en weinig antwoorden. Die mag je zelf geven. Ik zie uit naar de nieuwe titel, die ook nog eens rond kerst speelt.

    Vacht! – Cobi van Baars 
    Het laatste boek dat ik in 2025 van Literair Nederland ter recensie kreeg aangeboden is de roman Vacht! van Cobi van Baars. Het is zo’n beetje – als mijn geheugen me niet in de steek laat – het mooiste op fictiegebied dat ik afgelopen jaar toegestuurd kreeg. De roman begint weliswaar met een cliché, in één woord: ‘Knotje!’ voor een archivaris (v), maar de auteur zet het snel in als iets waaraan ze veel van het verhaal ophangt. Een knotje waartegen je tikt om onheil af te zweren bijvoorbeeld. Of als antenne voor wat er zou kunnen gaan gebeuren. Net zoals ze het woordje ‘Vacht!’ (met uitroepteken) gebruikt. Een beschermwoord tegen de nieuwsgierige, maar niet werkelijk geïnteresseerde en kwetsende collegae van het hoofdpersonage, Eline van der Veer in het archief. Vacht slaat ook op de schapen die ze uit het raam van haar werkkamer kan zien. Je voelt haar verlangen dat iemand háár eens aait. De ontknoping zit razendknap in elkaar en laat je als lezer verbluft achter. Een boek dat nazindert.


    Hettie Marzak

    Krekel – Annet Schaap

    Na Lampje was het acht jaar ongeduldig wachten op nog een boek van Annet Schaap. Voor Lampje leek De geheime tuin van Frances Hodgson Burnett een inspiratiebron te zijn geweest, maar Krekel is gebaseerd op een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Schaap heeft aan beide boeken haar geheel eigen draai gegeven. In Krekel gaat het over de stoere maar kwetsbare Eliza, die de namen van haar vijf grote broers op haar bovenbeen laat tatoeëren. Deze broers zouden op zee verdronken zijn, maar Eliza kan dat niet geloven. Ze gaat samen met haar overgebleven kleine broertje Krekel, dat helemaal op haar vertrouwt, op zoek naar hun broers. Annet Schaap vertelt in prachtig proza voor kinderen en volwassenen het verhaal van de zoektocht, waarin Eliza en Krekel niet alleen naar hun broers zoeken, maar ook inzicht krijgen in zichzelf, elkaar en de wereld. Het is een verhaal als een sprookje, vol verborgen wijsheden, fijnzinnige humor en ongelooflijke avonturen. Een licht feministische toon is nooit ver weg, zoals die ook in Lampje te bespeuren viel. Maar de rode draad wordt toch gevormd door rouw, verdriet en verlangen, die bij ieder karakter in dit boek verschillend zijn. Nergens wordt het verhaal week of zoetelijk, het blijft spannend en ruig. Het speelt zich af in dezelfde wereld als die van Lampje, waarnaar af en toe verwezen wordt, zoals wanneer de vuurtoren in beeld komt. Een wereld die heel herkenbaar is en tegelijk zo wonderlijk vreemd. Bijzonder is dat de prachtige, sfeervolle illustraties ook van de hand van de auteur zijn.

    Beladen huis – Christine Brinkgreve

    Beladen huis is een verdrietig maar eerlijk en openhartig verhaal over een huwelijk, overdacht en opgeschreven nadat de echtgenote weduwe is geworden. Als ze terugkijkt, beseft ze dat ze heel veel heeft moeten inleveren en verbaast ze zich erover dat zij dat als hoogopgeleide vrouw heeft laten gebeuren. Het is een heel persoonlijk boek geworden, ongeacht of het nu feit of fictie is. Geen doorlopend verhaal, maar verschillende herinneringen die opkomen. Wat het zo bijzonder maakt is dat de auteur de schuldvraag niet bij een van beide echtelieden legt, maar erkent dat deze situatie zo gegroeid is gedurende hun relatie. De maatschappij was niet ingericht op werkende vrouwen die ook kinderen kregen. Ook in academische kringen was het niet gebruikelijk dat vrouwen gelijkwaardig werden behandeld of dat mannen hun aandeel in het huishouden en de opvoeding van de kinderen op zich namen. Het zal in meer relaties dan alleen deze voor verwijdering en vervreemding van elkaar hebben gezorgd. Brinkgreve spaart zichzelf niet: ze beseft dat patronen uit haar jeugd doorwerkten in haar huwelijk en dat ze zich heeft laten beïnvloeden door traditie en conventies. Het huis, dat na de dood van haar man moet worden opgeruimd, is de metafoor voor hun verstandhouding: pas als alle overbodige ballast uit de weg is geruimd, waarmee het huis in de loop van tijd voller en voller is gestouwd, worden de fundamenten van het huwelijk zichtbaar. Een boek vol inzicht in rolpatronen voor veel mensen, niet alleen voor vrouwen.


    Adri Altink

    Lied van de profeet – Paul Lynch

    Paul Lynch begon aan zijn Lied van de profeet (beBooker-Prized) omdat het aan hem vrat dat de wereld in 2018 ondanks alle afschuw bij de foto van het verdronken jongetje Alan Kurdi toch gewoon doordraaide. Wat zouden we doen als de Syrische burgeroorlog in ons land plaatsvond en we zelf te maken zouden krijgen met willekeurige arrestaties en martelingen? Zouden we vluchten? Maar hoe dan? Vragen die hij zichzelf – en daarmee de lezer – stelt.
    Hij nam als plaats van handeling Dublin. Straten en gebouwen in de roman bestaan echt. Hoe dichtbij komt alles als we lezen hoe vader Larry van het gezin Stack door de staat wordt opgepakt en moeder Eilish met vier kinderen achterblijft in een situatie die alsmaar grimmiger wordt. Ik vond het een beklemmend boek. Maar ik bleef ook zitten met de vraag of de bedoeling van Lynch overkomt. Lynch drukte me indringender met de neus op de vraag wat ik zelf zou doen. Maar het effect was ook dat ik me vooral nóg machtelozer voelde. Een boek dat je zo beroert moet gelezen worden.

    Het Carnaval van het Zijn. Handboek ‘Patafysica – Matthijs van Boxsel

    Terugbladerend in de lijst van boeken die ik dit jaar voor Literair Nederland besprak, sprong ineens Het Carnaval van het Zijn weer duidelijk op. Van Boxsel schreef er een ultieme encyclopedie mee over ‘alle theorieën, wetenschappelijk of niet, als evenzovele min of meer mislukte pogingen in het reine te komen met de idiotie van het bestaan’. In het boek komen – om me maar te beperken tot Nederland – illustere patafysici langs als Atte Jongstra, Wim T. Schippers, Maxim Februari en Rudy Kousbroek. Vreemd vond ik wel dat Van Boxsel nauwelijks aandacht besteedt aan het Simplistisch Verbond dat ons toch vaak een aardige spiegel van onze idiotie heeft voorgehouden. Als ik moedeloos wordt van de praatprogramma’s op tv over politiek of opgeblazen incidenten pak ik Het Carnaval van het Zijn graag weer eens op om me aan een paar pagina’s te laven. Het staat, niet toevallig, in mijn kast naast het Barbarber-Alfabet uit 1990. Ook zo’n boek dat heimwee wekt.


    Joke Aartsen

    Ossenkop – Manik Sarkar

    Lees dit boek! Ossenkop van Manik Sarkar uit 2024, is vorig jaar niet opgenomen in het Beste Boekenoverzicht van Literair Nederland. Dat moet rechtgezet! Ossenkop is een laat debuut van de 52-jarige geboren Groninger Sarkar. Het is een werkelijk prachtig en prachtig geschreven boek over een slagerszoon in een plattelandsdorp die niet met zijn tijd meegaat omdat hij dat niet wil en omdat hij dat niet kan. Hoofdpersoon Rensing junior heeft ontegenzeggelijk talent voor zijn vak en liefde voor de runderen en het pluimvee. Het boek lijkt te gaan over deze enigszins onhandige niet-sociale dorpsjongen en over slachten en middenstander-zijn, maar gaat vooral over menselijke onmacht en over waarachtigheid. Het is daardoor confronterend voor iedereen die klaagt over de teloorgang van de dorpswinkel maar zelf wel de boodschappen bij de grootste Lidl in de buurt doet. Ossenkop is dit jaar bekroond met de Hebban debuutprijs, met de prijs voor het Beste Groninger Boek en met de Hans Vervoort-prijs, jaarlijks uitgereikt aan het beste verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard. Het is nog niet te laat: lees dit boek!

    Een nieuw geluid – de geboorte van de moderne poëzie in Nederland Gilles Dorleijn en Wiljan van den Akker

    Dit boek kwam uit in april 2025 en is een feest voor neerlandici en voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuurgeschiedenis of de Tachtigers in het bijzonder. De beide professoren-schrijvers hadden behoefte aan een frisse kijk op de bestaande literatuurgeschiedenis. Ze vinden dat schrijvers, critici, methodes en literatuurdocenten elkaar napraten zonder werkelijk empirische basis en met dit boek leveren zij die basis. Het resultaat is een zeer volledige beschrijving van de literatuur vanaf 1880, dus met name van de toenmalige poëzie. Autonomie verdringt erfenis, vrouwen worden uitgesloten. De mannen van Een nieuw geluid beschrijven de bevindingen van hun indrukwekkende onderzoek naar deze poëziegeschiedenis overzichtelijk en in een fijne, toegankelijk stijl gelardeerd met volop (fragmenten van) gedichten. De Groningse Tessa van der Waals heeft het mooie omslag van het boek verzorgd.


    Bjorn Lichtenberg

    Onzichtbare steden – Italo Calvino 

    Dit was mijn eerste boek van 2025 en bovendien mijn eerste kennismaking met Italo Calvino. Onzichtbare steden voert de lezer langs een groot aantal fictieve steden, hoewel de reguliere betekenis van de benaming ‘stad’ geen recht doet aan wat dat woord in dit boek allemaal betekent. De steden vormen een raamwerk voor het presenteren van verfrissende filosofische ideeën, wiskundige curiositeiten, recursieve patronen, horror-achtige taferelen en paradijselijke scènes. Het boek vertegenwoordigt een enorme schat aan creativiteit en wekt de indruk dat de tekst slechts de oppervlakte is van de vele lagen die zij herbergt. Tussen de beschrijvingen van de steden door lezen we gesprekken tussen Marco Polo en Kublai Kan. De laatste vermoedt in toenemende mate dat de steden die Marco Polo hem beschrijft, in feite één en dezelfde stad zijn: Polo’s eigen Venetië. Onnavolgbaar, inspirerend en wonderschoon.

    Over de berekening van ruimte V – Solvej Balle 

    Bij Uitgeverij Oevers verschijnen vanaf 2022 de boeken uit Solvej Balles septologie Over de berekening van ruimte. In deze boekenserie volgen we Tara Selter, die elke dag opnieuw 18 november beleeft. In het vijfde deel zit zij al ruim tien jaar in 18 november vast. Na omzwervingen door heel Europa heeft zij zich, samen met vele anderen die vastzitten in de tijd, gevestigd op een verlaten universiteitscampus in de buurt van Luik. Dit deel is minder plotgedreven dan sommige van de voorgaande delen: er komt rust in het verhaal en er is meer ruimte voor filosofie en reflectie. De personages zitten vast in 18 november en nergens wordt gesuggereerd dat zij ooit nog een uitweg uit de achttiende zullen vinden. De serie is een verslag van wat de mensen zouden doen als de tijd onverbiddelijk stil zou komen te staan. En ja: vastzitten in de tijd is bij tijd en wijle best wel saai. Balle schuwt die saaiheid niet. Door die insteek doet Over de berekening van ruimte eerst en vooral aan als een extreem realistisch sociaal gedachte-experiment. Dat realisme wordt nog benadrukt door de kurkdroge, afgevlakte stijl die Balle bezigt. Van de zeven boeken die de serie zal behelzen, zijn er zes nu in het Deens verschenen; de eerste vijf zijn in het Nederlands vertaald. Deel VI verschijnt in augustus 2026.


    Ben Koops

    Godric – Frederick Buechner

    De rauwe spiritualiteit die Buechner hier toont, via de echt bestaande Godric, vertegenwoordigt de woestijnfase van elk leven. Het bestaan van zijn hoofdfiguur is ongemakkelijk, avontuurlijk, zeer onorthodox en diepgeworteld in de oudtestamentische verhalen van Kanaän en de zoektocht naar een overstijgend perspectief. Buechner lijkt bijna te zeggen: als Godric een heilige kan worden, kan ieder mens verlost worden. Het gaat om genade, maar niet de zoetsappige soort. Het onverloste deel van Godric is diepgeworteld in de klei waar hij uitkomt. Je krijgt geen makkelijke antwoorden van deze grijsaard. Hij is nurks, grofgebekt en heeft een kort lontje. Toch spreekt hij tot ieder mens, door de mond van een krakkemikkige, krakende oude man. Het werk zou je een spirituele biografie kunnen noemen, al dekt dat de lading niet helemaal. Het is zeker geen typisch heiligenleven met een moraal van “heb ik jou daar”. Je zou hem een ziener kunnen noemen: gewond en eigenlijk half onwillig, voortploeterend door pijn, verraad en tumult. Net als Jona of Job draagt Godric een zware last. Het is “roepen in een lege put”, “pijlen afvuren in het donker”. Op die manier heeft Buechner meer gemeen met Maria Esther Magnis en haar zoekende houding. Beiden spreken vanuit onwetendheid in plaats van stelligheid; waar het raakvlak afbrokkelt, bouwen ze hun eigen kansel. De spiritualiteit van vlees en bloed zet zelfs botten op de tocht.

    Aan het hof van Dionis – Mircea Eliade

    Eliade was godsdienstwetenschapper en verwerkt veel mythen en mysterie in zijn dubbelzinnige verhalen. De context is vaak verwarrend, stroperig en desoriënterend. Mensen raken verdwaald, lopen vast of verdwijnen in de tijd. Tegelijkertijd zijn de verhalen rijk aan symboliek en reiken ze de grenzen van het alledaagse voortdurend op. Er zijn magische zigeuners, liften die nooit naar de juiste bestemming gaan en mensen die zomaar verdwijnen. In verhalen als De Brug wisselt het perspectief voortdurend, wat een gelaagd verhaal oplevert. Telkens als je denkt iets te kunnen vastpakken, ontsnapt Eliade door een nieuwe paradox. Het mysterie is hier niet om te doorgronden, maar om van buitenaf te bewonderen. Alles wordt door zijn vertelwijze bijna tot een sprookje. ‘“Wij dromen allemaal,” zei zij. “Zo begint het, als in een droom.”’ Hier en daar wordt gerefereerd aan de Upanishaden, Indische filosofie en mythes zoals die van Adonis, wat een kader biedt om het boek te plaatsen. Het verhaal speelt duidelijk in Roemenië, met name in Boekarest tussen de wereldoorlogen. Zigeunerliedjes en maskeradeballen vormen de beste vergelijking. Gedrenkt in nostalgie is het genieten van dit uitgelezen feestmaal van Eliade’s mythopoëtische vertelsels. Net als de oerkracht van mythes legt het niets uit, maar het biedt een beklijvend beeld dat betekenis draagt. Je hoeft zijn theoretische werk niet te kennen om hiervan te proeven in zijn literaire arbeid.


    Juul Martin Williams

    Uiterste dagen – Ferdinand Lankamp

    Wanneer een boek op de eerste pagina al komt aanzetten met een boer, een paard en sneeuw, dan kan het voor mij niet meer stuk. Terwijl er natuurlijk een heleboel stuk kan. Een debutant kan makkelijk de mist in gaan met een stijl die niet consistent blijkt, details die niet goed zijn gekozen of geplaatst, een ongeloofwaardige plotwending. Ferdinand Lankamp heeft al die beginnersfouten weten te omzeilen en daarmee een wondermooi debuut afgeleverd. Behalve een ingetogen roman over de Finse Winteroorlog van 1939-1940 ook een memoir over het schrijven van dat verhaal. Tussen die historische delen – simpelweg aangeduid met ‘1940’ – waarin Lankamp op aangenaam trage wijze beschrijft hoe zijn overgrootvader Edvard Haga tegen wil en dank in die oorlog tegen de Russen verzeild raakte, reflecteert de auteur op zijn eigen schrijverschap, op de integriteit waaraan hij gehouden is bij zo’n persoonlijk thema, en ook wat de speelruimte is voor een dergelijke mix van fictie en geschiedenis. In hoeverre mag hij met het levensverhaal van zijn overgrootvader aan de haal gaan zonder hem te verminken of zijn nagedachtenis te onteren? Die liefdevolle behoedzaamheid is er in alles, in hoe hij de personages portretteert, in de morele kwesties die er speelden, in de taal waarmee dit intieme familieverhaal aan vreemden wordt voorgelegd. Een klein, sober, aandachtig geschreven boek dat je elke winter opnieuw zou willen lezen.

    We hebben alles bij ons – Arjen van Meijgaard

    De formule is simpel: een literaire roadmovie van een vader die verhuist naar Portugal en een zoon die hem daarbij helpt. De situatie zou alledaags kunnen zijn, ware het niet dat vader en zoon een groot stuk leven niet met elkaar hebben doorgebracht. Gesprekken zijn doordrenkt van al dan niet moedwillige misverstanden, omfloerste verwijten en opgekropte frustraties. Vooral van de kant van de zoon, het ik-personage in dit boek. Waar middels talrijke herinneringen het verhaal voor de lezer steeds duidelijker wordt, wordt ook de scheefgroei steeds gênanter. In deze gemankeerde ouder-kind-relatie staat tegenover het gekwetste, teleurgestelde kind een egocentrische vader die nooit zijn verantwoordelijkheid heeft willen nemen en daarmee zelf in zekere zin een kind was. Naarmate blijkt dat vader aan het aftakelen is, rijst bij de zoon de twijfel wat er nu nog valt uit te praten of goed te maken. De toekomst is een panorama waar de gemiste kansen hun schaduw alvast vooruit hebben geworpen. Uiteindelijk kan de nuchtere, bij vlagen hilarische verteltrant het ongemak en de triestigheid niet verbloemen. Gaandeweg blijkt juist dat wat er niet was het zwaarst te wegen en zijn de woorden die niet gezegd worden de meest pijnlijke.


    Anky Mulders

    Het derde rijk (deel drie van de Morgensterserie) – Karl Ove
    Knausgård

    De morgenster is deel een van de serie, De wolven van de eeuwigheid deel twee en Het Derde rijk deel drie. In aparte hoofdstukken leven los van elkaar staande personages hun leven, doen alledaagse dingen. Soms hebben ze met elkaar te maken, vaak niet. In het derde deel wisselen protagonisten en antagonisten uit het vorige deel elkaar af. Dat wisselende perspectief op dezelfde situatie is boeiend. Op de achtergrond speelt de extreme warmte en de plotseling verschenen ster waarvoor niemand een verklaring heeft. De alomtegenwoordige thema’s dood, liefde, bijbel, het duister en natuur komen in alle boeken terug. En wat daarin vooral terugkomt bij Knausgård is, vaak onmerkbaar, het ongrijpbare, dat wat verborgen is en wat de mens zo graag wil kennen maar waar hij niet bij kan. Soms lijkt het gevoel iets te kunnen vatten van het geheim van het al, het mysterie, het ondoorgrondelijke, wat dan weer snel verdwijnt zodra het verstand zich ermee gaat bemoeien. Dat onkenbare zweeft door Knausgårds boeken en is wat ze zo intrigerend maakt, naast de herkenbare situaties, de levensechte personages, hun twijfels, verlangens, hun verstandige of onverstandige beslissingen. Dat de verhalen een open einde hebben doet er niet toe. Er is altijd wel weer iets anders dat zich aandient om ontraadselt te worden. Wat even zo vaak niet gebeurt.

    De zwevende wereld – Annejet van der Zijl

    Annejet van der Zijl houdt het simpeler, nou ja, dat wil zeggen, geen mysterie, geen duisternis, niets ongrijpbaars. Wel veel boeiende feiten. Met veel inlevingsvermogen beschrijft ze in De zwevende wereld gedetailleerd het leven van de Duitse arts, botanist en Japankenner Franz von Siebold die in 1823 als ‘factorijarts’ op de Hollandse handelspost Desjima voor de kust van Nagasaki terechtkwam. Japan was toen nog hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Franz’ jeugdige belangstelling voor dieren en planten ontpopte zich op Desjima tot verzamelwoede van voor hem onbekende planten. Hij kocht ook kunstvoorwerpen en landkaarten van Japan en het bezit van die kaarten werd gezien als ‘verraad’, reden waarom hij het land werd uitgezet. Ondertussen was hij hevig verliefd geworden op zijn concubine Sonogi en had met haar een dochtertje, Oine. Wanhopig schrijft hij brieven, maar terugkeren mag hij niet. Over Oine gaat het tweede deel van het boek. In het voetspoor van haar vader is zij ten koste van persoonlijke opofferingen (de eerste vrouwelijke) arts geworden, maar Franz had daar weinig belangstelling voor. Als hij na dertig jaar eindelijk terugkomt in Japan – het land is inmiddels opengegaan – verwacht hij dat Oine zijn huishouding verzorgt. Wat ze weigert. Hun ontmoeting is een grote teleurstelling. Het is Van der Zijls verdienste dat ze het leven van Von Siebold en het 19e eeuwse Japan zo gedegen en levendig beschrijft. Het boek is prachtig geïllustreerd met tekeningen en foto’s. Je zou haast zelf verliefd worden op Japan!


     

  • Fotosynthese 36 – Verliefd op Japan

    Fotosynthese 36 – Verliefd op Japan

     


    Op Lefkas zag ik dit beeld van Lefkadios Hearn. Het was niet de buste zelf die mijn aandacht trok, maar diens tweede naam op de plaquette eronder: Yakumo Koïzoumi (1850-1904).
    Twee weken voor mijn vakantie had ik De zwevende wereld van Annejet van der Zijl gelezen over het leven van Franz von Siebold (1796-1866) en zijn Japanse vrouw en kind. In dat boek legt de schrijfster uit dat verschillende verwijzingen naar Japan, eerder in haar leven, ineens op hun plek vielen tijdens een rondleiding in het door Frank Lloyd Wright ontworpen huis ‘Falling Waters’ in Pennsylvania. Wright was geïnspireerd door over de rivier hangende theehuizen in Japan; in het pand hangen bovendien prenten van Ando Hiroshige. Ze wist ineens dat haar volgende boek over Von Siebold moest gaan: de man die onder andere de Japanse kunst in Europa introduceerde.

    Dat ik hier in Lefkas De zwevende wereld nog in mijn hoofd had was beslissend. Ik zou anders hoogstwaarschijnlijk niet lang bij het beeld stil zijn blijven staan. Nu wilde ik weten wat de connectie met Japan was van deze 16 jaar voor Von Siebolds dood geboren Hearn (Πατρίκιος Λευκάδιος Χερν). Ik kreeg al snel het gevoel dat de stad Lefkas veel eer naar zich toe trekt: Lafkadios werd er geboren, maar vertrok amper twee jaar later al naar Dublin. De tekst op de plaquette laat zelfs zijn werkelijke Ierse voornaam Patrick weg, als om te benadrukken welke eer hij Lefkas bewees door zijn tweede. Hearns Ierse vader Charles was getrouwd met de Griekse Rosa Cassimati. Het was een huwelijk dat niet lang stand hield. Hearn groeide op bij pleegouders in Ierland, kwam op zijn 19de in Cincinnati terecht en later in Louisiana (New Orleans). Zijn pleegfamilie liet hem al vroeg aan zijn lot over. Ook zijn vader en moeder zag hij nooit meer.

    In Amerika werd hij journalist, was zes jaar getrouwd met een voormalige slavin (wat als illegaal gold), ging Franse literatuur vertalen en publiceerde over thema’s als geweld, corruptie en criminaliteit in zijn stad. In 1890, 40 jaar oud, trok hij voor zijn krant als correspondent naar Japan, dat zijn grote liefde zou worden. Hij werd er docent Engels in Matsue en trouwde er met de Japanse samoeraidochter Koïzumi Setsuko, met wie hij vier kinderen kreeg. Hij werd Japans staatsburger en bekeerde zich tot het boeddhisme. Tegelijk met zijn naturalisatie nam hij zijn nieuwe naam aan, een eerbetoon aan zijn nieuwe land en aan zijn vrouw, die ook Koïzumi heette (Yakumi is een poëtische verwijzing naar de streek war het gezin woonde). Na een hartaanval werd hij begraven in Tokio.

    In een toelichting bij het beeld dat ik in Lefkas zag wordt zijn grote betekenis genoemd voor de westerse kijk op Japan. Is dat niet wat chauvinistisch in zijn geboortestad Lefkas?
    Ik had nooit van Hearn gehoord. Over Von Siebold las ik al lang geleden dat hij dé man was die Europa’s blik op Japan wist te richten. Er zijn volgens Van der Zijl aan Von Siebold gewijde musea in Nederland, Duitsland en Japan. Ook Hearn staat centraal in twee musea in Japan. Leiden eert Von Siebold in het naar hem genoemde Huis aan het Rapenburg; Lefkas heeft het (kleinere) Lafcadio Hearn Historical Center. En zoals Von Siebold zijn botanische tuinen kreeg in Leiden, zo kreeg Hearn zijn Japanese Gardens in het Ierse Waterford.

    Hearn wordt in De zwevende wereld niet genoemd. Dat is te billijken: er zijn na Von Siebold meer mensen geweest die hielpen het venster op Japan open te houden.
    Over Hearn verscheen bij mijn weten maar één biografie, The Outsider: The Life and Work of Lafcadio Hearn: The Man Who Introduced Voodoo, Creole Cooking and Japanese Ghosts to the World. Die noemt op zijn beurt Von Siebold ook niet. De subtitel wijst er al op dat Hearn heel andere interesses had. Von Siebold was wetenschapper, arts en geïnteresseerd in botanie en handel. Hearn vooral in Japanse mythen en spookverhalen. Die vertaalde hij in onder andere zijn bekendste boek Kwaidan (ook verfilmd).
    Ik heb een poging gedaan de biografie te lezen. Mijn aandacht verslapte snel. Geef me dan maar Von Siebold. Ik ben er van overtuigd dat zijn betekenis, ondanks zijn – door Van Zijl uitdrukkelijk beschreven kwalijke kanten – groter is. Dat vind ik geen chauvinisme van mezelf.

     

  • Oogst week 40 – 2025

    Verspreid over de aarde

    Japan is van de aardbodem verdwenen in de nieuwe roman Verspreid over de aarde van Yoko Tawada (1960). De inwoners zwerven over de wereld en Japan wordt nu het land van sushi genoemd. Hoofdpersoon Hiruko is via Noorwegen en Zweden in Denemarken beland en heeft zelf een taal ontworpen, het Pansca, waarin ze immigrantenkinderen lesgeeft. Ze wil graag in haar moedertaal praten, maar er is niemand om dat mee te doen. Onder het opmerkelijke gezelschap om Hiruko heen bevinden zich de Deense taalkundige Knut, en Nanoek uit Groenland die vaak voor een Japanner wordt aangezien. In de vrolijke dystopie ontmoet het gezelschap op zijn zoektocht onder andere een dode walvis, een Andalusische matador en robotvrouwen.

    Volgens vertaler Luc Van Haute gebruikt Tawada altijd woordspelletjes in haar taal, maar ‘ditmaal was die uitdaging nog een stuk groter, met personages van verschillende nationaliteiten die in verschillende landen communiceren in verschillende talen.’

    Yoko Tawada is geboren in Tokio, verhuisde in 1982 naar Duitsland waar ze Duitse literatuur studeerde. Sinds 2006 woont ze in Berlijn. Tawada schrijft in het Japans en in het Duits en won vele Japanse en Duitse prijzen voor haar werk. Haar thema’s zijn de relatie tussen woorden en realiteit en het idee dat verschillen in taal assimilatie in een andere cultuur onmogelijk maken. Het gaat vaak over het overstijgen van grenzen, zowel wat betreft reizen tussen landen en culturen als de grens tussen waken en dromen, gedachten en emoties. Tawada publiceerde tientallen boeken, verhalen en essays. Ze laat zich beïnvloeden door Paul Celan en Franz Kafka.

     

    Verspreid over de aarde
    Auteur: Yoko Tawada
    Uitgeverij: Koppernik

    De zwevende wereld

    Om nog even bij Japan te blijven: Het leven van de Duits-Nederlandse arts, wetenschapper en botanicus Franz von Siebold (1796-1866) vond onderdak in De zwevende wereld, het nieuwste boek van Annejet van der Zijl. Maar niet alleen zijn leven, ook dat van zijn Japanse dochter Kusumoto Ine ‘Oine’ (1827-1903) wordt door Van der Zijl meeslepend beschreven. Oine was de eerste vrouwelijke arts in Japan en is tegenwoordig een heldin in boeken, opera’s en televisieseries.

    Von Siebold vertrok in 1823 naar de Hollandse handelspost Deshima, aanvankelijk met de opdracht om informatie te verzamelen over het toen nog grotendeels van de buitenwereld afgesloten Japan. Hij ontmoette er zijn grote liefde Sonogi en kreeg met haar dochter Oine. ‘Onder het portret dat Franz opnam in het eerste deel van Nippon, dat hij in deze maanden aan het schrijven was, noemde hij haar Otaksa, het koosnaampje dat hij zijn geliefde na de geboorte van hun dochter had gegeven.’ Helaas werd Von Siebold verbannen uit Japan. Vader en dochter zouden elkaar tientallen jaren niet zien en toen het eindelijk zover was, pakte de ontmoeting anders uit dan voorzien.
    Von Siebold werd wereldwijd beroemd als Japankenner. In Nederland kregen de vele door hem gestuurde en meegebrachte planten een plek, onder meer in de Leidse Hortus Botanicus.

    Van der Zijl schreef een uniek boek over een unieke vader en een unieke dochter, dat begint met ‘Het lijden van de jonge Siebold. (…) De vroegste kinderjaren van Philippe Franz von Siebold waren doordrenkt met tranen, de rest van zijn jeugd met oorlog.’ Het boek bevat stambomen van zijn familie en van die van Sonogi, plus een overzicht van historische en persoonlijke gebeurtenissen.

     

    De zwevende wereld
    Auteur: Annejet van der Zijl
    Uitgeverij: Hollands Diep

    Afdruk

    In de nieuwe roman van Peter Brouwer, Afdruk, is Carl in de jaren tachtig student fotografie in Utrecht. Hij beleeft zijn studententijd met vrienden die korter of langer in zijn leven aanwezig zijn. Zo heeft hij een onenightstand met de twintig jaar oudere Mara die de volgende dag zijn camera lijkt te hebben gestolen. Als vijftigjarige blijkt hij in het bezit van een haarkam in de vorm van een vogel. Hij was vergeten dat hij de kam bezat en waar deze vandaan kwam weet hij niet meer. Zijn vrouw, een kunsthistorica, zet hem ertoe aan om het verhaal achter de kam te gaan uitzoeken. Maakt het voorwerp deel uit van een traumatische geschiedenis, is het verleden onzichtbaar geworden?

    In Zuid-Frankrijk zoekt Carl antwoorden op vragen die in zijn studententijd zijn ontstaan. Hij ontmoet er Patrique Rossier, een Fransman en Carls voormalige docent die teruggetrokken op de Haute-Vienne leeft. Hij bezoekt een gruwelplek uit de Tweede Wereldoorlog, het dorp Oradour sur Glane waar in 1944 de Nazi’s een massaslachting aanrichtten. Er is sprake van roofkunst en van een geschilderd portret van een meisje met een masker dat Carl op Corsica ziet. Dat herinnert hem aan de nacht met Mara.

    Peter Brouwer (1965) studeerde Duitse taal- en letterkunde. Hij is schrijver, vertaler en nuziektheatermaker. Voor Afdruk publiceerde hij al drie romans en drie poëziebundels.

     

    Afdruk
    Auteur: Peter Brouwer
    Uitgeverij: Nobelman
  • Kijk, jongeren en literatuur gaat heel goed samen!

    https://youtu.be/UYvwCJbi2KM

     

    Literaire talkshow voor en door jongeren. Met interessante gesprekken, muziek, ontwerpen en veel vragen van jonge lezers. Besproken wordt het boek Sunny Boy van Annejet van der Zijl. Uitzending is vanuit Openbare Bibliotheek Amsterdam Oosterdok. Presentator Tim Hofman ontvangt auteur van het Boekenweekgeschenk Annejet van der Zijl en Karin Amatmoekrim.

     

  • Literaire true crime van groot formaat. 

    Literaire true crime van groot formaat. 

    De lugubere titel is er een die je niet direct bij haar zou verwachten: ‘Moord in de bloedstraat & andere verhalen’. Is hier een andere Van der Zijl aan het werk dan de veelgeprezen biograaf van Anna, Bernhard en Heineken. De succesvolle auteur van Jagtlust en het hartverscheurende Sonny Boy?

    In deze in 2013 verschenen bundel maken we een uitstapje naar Van der Zijls negentiger jaren – de periode voorafgaand aan bovengenoemd werk – waarin zij als misdaadjournaliste vrijwel dagelijks verkeerde in de wereld van het kwaad. Tweehonderd pagina’s thrillerachtige kost in de vorm van tien literaire reconstructies van true crime. Stuk voor stuk aangrijpende geschiedenissen die de lezer een inkijk biedt in de tragische wereld achter het kleine, onopvallende krantenbericht.

    Al op de lagere school – een zwaar christelijke – werd Van der Zijl gefascineerd door het kwaad in de mens. Verhalen over de onmetelijke goedheid van Jezus konden haar niet bekoren. Kwam daarentegen de zondige Judas voorbij, dan spitste ze de oren en schoof ze op naar het puntje van de stoel. Hoe was het toch mogelijk dat die nou juist zo’n slechterik was geworden? En hoezo ging God met al zijn voorbeschikte gaven vrijuit en moest Judas branden in de hel – voor eeuwig nog wel? Was dat niet zielig? Morele vraagstukken waarop zij wijsgerig naar antwoord zocht maar die – klassengesprekken waren nog zeldzaam en het geloof predikte waarheid en leven – geen weerklank vonden. Onbevredigende uren waarin de kiem voor haar latere misdaadcarrière werd gelegd.

    Als misdaadjournaliste ging het Van der Zijl niet om de spectaculaire, in het nieuws vaak breed uitgemeten, criminaliteit – de kinderverkrachters, de seriemoordenaars – maar om de ‘kleine’ verhalen van de herkenbare medemens – noem het de keurige burger, je vriendelijke buurman – die tot afschuwelijke daden komt. Wat drijft hen? Waar ligt de grens tussen goed en slecht? Op welk moment wordt deze gepasseerd?

    In ongepolijste taal, met de nodige afstand en onderzoekende geest – haar handelsmerk – wordt de lezer deelgenoot van het leven op het scherpst van de snede. ‘Nu is het enige gezelschap dat hij heeft de kwade Koos Bakker, dezelfde die zijn leven zo veranderd heeft. Of misschien is het wel de goede Koos die hem gezelschap houdt; het is maar net van welke kant je het bekijkt.’ Stuk voor stuk intrieste verhalen van het eigenlijke leven dat zich heeft afgespeeld onder de oppervlakte van het nieuwsbericht. Of het nu gaat om een bollenkweker die zijn vrouw stelselmatig vergiftigt in het verlangen naar nieuwe liefde, om de verwoestende dynamiek van de pestende groep die het individu verstoot en de dood injaagt of een cafébaas die zich murw getreiterd geen andere uitweg ziet dan het heft in eigen hand te nemen… Het blijkt steeds weer te gaan over in principe normale mensen die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden en karakters aan de verkeerde kant van de lijn tussen goed en kwaad zijn beland.

    Het lezen van Moord in de bloedstraat is een ronduit fascinerende, spannende en tevens verwarrende ervaring. Een uitdaging voor het ethisch gedachtengoed en een – zij het keurig verpakt met strik en lint – uitnodiging aan de journalistiek. Je kunt het boek niet tot je nemen zonder in de eigen ziel rond te dolen. Voor je het doorhebt, sta je niet meer aan de zijlijn maar beweeg je noodgedwongen zelf op de grens waar de moraal danig op de proef wordt gesteld. Wankel op de benen – starend in de afgrond – besef je ineens hoe dun de scheidslijn tussen de onbesproken burger en misdadiger kan zijn. ‘Stap ik erover of niet?’ En na deze innerlijke worsteling volgt steevast de echo ‘wie is het slachtoffer, wie de dader?’ Ben je je meer dan eens bewust van de verschillende gedaantes waarin het kwaad, ook óns leven, onze eigen ziel kan binnensluipen. Ontdek je hoe gevaarlijk kwetsbaar we allen in wezen zijn.

    Daar waar de leergierige Van der Zijl vroeger van het antwoord verstoken bleef, krijgt de nieuwsgierige lezer het met Moord in de bloedstraat – met oog voor de menselijke tragiek van het geheel – op een kleurrijk dienblad  gepresenteerd. Zij het dat Judas nu Koos, Nico of anderszins heet en dat de zondaars niet voor eeuwig worden geroosterd in de hel maar tijdelijk mogen afkoelen in een cel.

     

  • Een brievencollectie om te koesteren

    Een brievencollectie om te koesteren

    Recensie door Heleen Rippen

    ‘Pure vivisectie’ noemde Annie M.G. Schmidt ooit een interview van Ischa Meijer met haar en dat in 1975 in de Haagse Post werd gepubliceerd. Toch was dit snijden in haar vlees niet zo ernstig dat ze interviews daarna voor gezien hield. In 1992 liet ze zich opnieuw genadeloos ondervragen door dezelfde Ischa Meijer, nu voor de televisiecamera. Hoewel er tijdens dit historische interview steeds gegrapt wordt over scènes die er na afloop uitgesneden zouden moeten worden, is alles onversneden terug te zien op internet. ‘Ach, het hoort er allemaal bij’ verzuchtte ze aan het begin van dat laatste interview met Meijer. Ter ere van haar honderdste geboortedag op 20 mei was er een televisiemarathon over haar te zien en al eerder verschenen er biblio- en biografieën over de grande dame van de jeugdliteratuur.

    Zestien jaar na haar dood, verschijnt Liefs van Annie, een bundeling van haar mooiste brieven gericht aan geliefden, vrienden en collega’s. Hoe zou Annie M.G. Schmidt zelf gedacht hebben over de publicatie van haar brieven? Brieven zijn in principe niet bedoeld voor de openbaarheid. Als lezer denk je na over het nut en nadeel van deze bundel. Is het niet zo dat haar privéleven voor de zoveelste keer op straat ligt en hoort dat  gewoon bij het schrijversvak? Of is deze briefuitgave na de ‘vivisectie’ waarover ze destijds uiteindelijk zelf nog de regie voerde, toch een ongewenste ‘sectie’ achteraf.
    Aan de andere kant: in ons digitale communicatietijdperk met kort gehouden emails en sms-jes is het alleen al om nostalgische redenen waardevol een brievencollectie als deze te koesteren.

    Schmidt schreef tussen 1933, wanneer ze haar ouderlijk huis verlaat, tot halverwege de jaren ’80 soms drie tot vier brieven per week. Ze moet er tijdens haar leven enkele duizenden hebben geschreven. Ruim 800 zijn bewaard gebleven, waarvan 131 in deze bundel zijn opgenomen. Annejet van der Zijl, biografe van Annie M.G. Schmidt, maakte de eerste selectie en Flip van Duijn, zoon van Schmidt en de redactie van uitgeverij Querido annoteerden en verzorgden de eindredactie. De selectie is gerelateerd aan belangrijke gebeurtenissen in het leven van Annie, meer uitleg geven de samenstellers er niet over.
    Het boek is chronologisch opgedeeld in acht episoden van haar leven, telkens verbonden aan de dorpen en steden waar ze woonde. Van het Zeeuwse dorp Kapelle, waar ze in 1911 geboren werd, tot haar laatste levensfase in Amsterdam van 1978 tot 1995.

    De eerste negentig pagina’s van de bundel zijn brieven van Annie aan haar moeder Truida Schmidt, geschreven tussen 1933 en 1939. De toon van de brieven doet vreemd aan. Het is de toon van een opgewonden, wat oudere bakvis, die haar moeder in jubelstemming per kerende post schrijft hoe spannend alles is bij haar kostfamilie in Schiedam.
    Haar moeder is haar beste vriendin en alle belevenissen tijdens haar werkzaamheden in de openbare bibliotheek brieft Annie aan haar door. In die jaren zijn ze beiden naarstig op zoek naar een geschikte echtgenoot voor Annie. Moeder Schmidt zet voor haar dochter contactadvertenties in landelijke dagbladen. Dat moet wel fout gaan. En inderdaad schrijft Annie zomer 1939 aan haar moeder, die een correspondentie met ene Joost op eigen houtje al te fanatiek heeft voortgezet:

    ‘Dat wordt dus heus niks en iedere inmenging van buiten maakt het nog maar hopelozer. Schrijf hem dus niet weer, alsjeblieft, het maakt het voor mij des te vernederender’.

    Halverwege de oorlog wordt Annie directrice van de bibliotheek in Vlissingen en zakt alle correspondentie in. In 1946 wordt ze gevraagd als documentaliste bij het Amsterdamse Parool. De redactionele omgeving bij deze krant blijkt een grote stimulans voor haar. Ooit had ze, aangespoord door haar moeder, stichtelijke gedichten geschreven. Bij het Parool wordt ze in korte tijd de tekstleverancier van versjes en gedichten voor het journalistencabaret de Inktvis.
    In deze tijd ontmoet ze ook haar levensgezel, Dick van Duijn, ditmaal via een advertentie die ze zelf heeft gezet. Dick is getrouwd en zal na hun eerste ontmoeting nog zes jaar bij zijn eerste vrouw blijven wonen. Als Annie op haar veertigste zwanger blijkt en hun zoon wordt geboren, koopt ze een huis en trekt Dick bij haar in.

    De bundel bevat openhartige brieven aan haar vriendinnen over het samenwonen met Dick. Hij heeft last van depressies, is jaloers op het succes van zijn vrouw en wil graag het burgerlijke Nederland ontvluchten.
    Hun tweede huis in Le Rouret nabij Cannes, blijkt in de zeventiger jaren een onophoudelijke bron van stress, waarover ze aan haar zoon Flip schrijft:

    ‘ Je vader heeft zijn intrek genomen in het kleine huisje, dat nu ook op instorten staat, (..) de fundatie was namelijk gebouwd op griesmeel in plaats van op rots, ook DAT hadden we al vermoed’.

    Verder een paar troostbrieven waarin ze al haar levenswijsheid doorgeeft aan haar zoon die met liefdesverdriet rondloopt.
    Naarmate ze ouder wordt, hebben haar brieven een sarcastische ondertoon, vooral als het schrijven niet lukt in Le Rouret. De brieven die een reflectie op haar eigen schrijverschap bevatten zijn het meest interessant. In een brief aan Gerard Reve schrijft zet:
    ‘ Ik ben geen kunstenaar, ik ben een ambachtsman (nou ja – vrouw dan) (…) met warempel ook nog iets eigens, iets origineels’.
    Daarna waarschuwt ze hem voor de ‘sjoo-zwijnen’ van televisie die het werk van een schrijver kunnen beschadigen. ‘Ze komen áán je, vreten je op om je weer uit te braken ten behoeve van de trendigentsia’.

    Vanwege hun historische waarde is het goed dat deze brieven zijn uitgegeven. Toch valt er nog wel wat te zeggen over de samenstelling van de bundel. De brieven van Annie aan haar moeder zijn geen negentig pagina’s waard. En er zijn nogal wat brieven met gebabbel opgenomen, dat vaak ook nog eens in de voetnoten wordt voortgezet. Daardoor is de bundel niet altijd eenvoudig te lezen. Weliswaar gaat elke episode uit het leven van Schmidt vergezeld van een inleidende tekst, toch vergt het een behoorlijke studie om te onthouden wie wie is. Naast een grote hoeveelheid familieleden en vrienden komt de halve televisiewereld aan bod, die via voetnoten worden ingeleid.

    Ondanks dat woud aan namen en informatie blijf je na afloop zitten met vragen over haar jeugd en latere context. Zo wordt slechts een halve noot aan het slechte contact met haar vader gewijd en komt nauwelijks aan bod wat voor band ze met haar ouders en broer had. Vliegenier Jan H., op wie ze zeer verliefd was, blijft in de lucht hangen evenals de vraag: (waarom) heeft ze bepaalde brieven vernietigd?

    Die vragen worden wel beantwoord in de in 2002 verschenen biografie Anna van dezelfde Annejet van der Zijl. De lezer die de achtergrond van haar schrijverschap, haar spel en haar krasse, soms ambivalente uitspraken beter wil begrijpen, kan ik aanraden deze pil te lezen.
    Er is een theorie die beweert dat succes altijd inhoudt dat men iets compenseert. Als je Anna leest, begrijp je hoe een gebrek aan leven in de holle, koude pastorie waar ze opgroeide, later door haar is omgezet in een overvloed aan productiviteit en levenslust. In deze biografie worden haar dominante moeder, haar afwezige vader en haar isolement op de lagere school uitvoerig beschreven. De inhoud en toon van de vroege brieven aan haar moeder hebben dus te maken met ‘een kameel van een schuldgevoel’ in haar eigen woorden.

    Haar lijfspreuk voor kinderen ‘Doe nooit wat je moeder zegt’ bracht ze zelf in praktijk door telkens weer die Hollandse hypocrisie en fatsoensnormen op de hak te nemen. De prijs is misschien hoog geweest. Maar als onafhankelijke geest werd ze al snel een icoon en daarmee een inspiratiebron voor miljoenen kinderen en volwassenen.