• Wat is dit voor boek?

    Wat is dit voor boek?

    Anne Broeksma (Almelo, 1987) is schrijver, dichter, journalist en fondsenwerver. Voor haar poëziedebuut regen kosmos kamerplant ontving ze het C.C.S. Crone Stipendium; haar tweede bundel Vesper werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de J.C. Bloem Poëzieprijs. Broeksma schrijft over natuur, geschiedenis en literatuur.

    Een verhaal met schubben is haar non-fictiedebuut. Al lezend in dit fantastische boek deed zich de vraag voor: wat ben ik aan het lezen? Een roman? Het verslag van een manie? Een biologiestudie? Een pleidooi voor meer liefde voor de natuur? Het blijkt het allemaal te zijn! Je kunt je afvragen waarom iemand in hemelsnaam een boek wil schrijven over schubdieren, een dier waarvan velen nog nooit hebben gehoord. En nu een heel boek over dit zoogdier.

    Zeven jaar zoeken

    Tijdens een driedaagse retraite die draaide om het drinken van ayahuasca, een bladerdrank uit de Amazone, gericht op het opdoen van inzichten en spirituele groei, ontdekt Broeksma niet alleen zichzelf, maar ook het schubdier. Een geheimzinnig dier, een soort boomdraakje, dat in Azië en Afrika voorkomt en het meest gestroopte zoogdier ter wereld blijkt te zijn. Het wordt haar lievelingsdier. Ze raakt geïntrigeerd en besluit naar het schubdier op zoek te gaan. Zeven jaar lang zoekt ze, eerst nog in boeken en op internet, daarna daadwerkelijk in het verre oosten en in Afrika.

    Broeksma geeft aan dat ‘het’ schubdier niet bestaat: ‘Het schubdier is de idee van een diersoort zoals zich dat in mijn hoofd ontwikkeld heeft dankzij de hoofden van vele anderen. Een dier bovendien waarin ik de hele tijd aanwezig ben. Ik heb geprobeerd uit het schubdier te stappen, maar dat bleek helaas niet mogelijk. Alles wat ik schrijf is vergiftigd met mijn blik.’

    En waarom dan nou precies een schubdier? Voor de schrijfster vertegenwoordigen ze de levendige chaos van de kosmos waarin alles rent en vliegt en botst en evolueert tot iets nieuws. ’En omdat er een zelfde soort chaos in mijn hoofd zit, waarin ook alles rent en vliegt en botst kom ik van het lezen over die dieren tot rust.’

    Achter het schubdier blijkt een wereld van verhalen schuil te gaan: ‘Verhalen zijn een machtsmiddel, net als gebiedskaarten.’ Verhalen over de geschiedenis, over evolutie, ecotoerisme, illegale wildhandel en -smokkel en over nog veel meer. Zo verschijnt het schubdier als een soort bindend element in de verhalen die gemeenschappen in kleine dorpen in Azië en Afrika bij elkaar moeten houden. We leren over totemisme, waarvan sprake is als een plant of een dier een totem is waar een groep mensen zich mee associeert, en waarmee ze zich onderscheiden van andere groepen. Ondanks Broeksma’s innerlijke bezwaren tegen vliegen, ecotoerisme en inbreuk maken op gesloten gemeenschappen reist ze samen met haar man over de wereld om alles te weten te komen over het schubdier en natuurlijk om er een in levende lijve te zien.

    Massagraven met schubdieren

    Het duurt lang voordat ze daadwerkelijk een schubdier spot. Op allerlei plaatsen op de wereld gaat ze met gidsen, dorpsbewoners en zelfverklaarde schubdierexperts op pad om er een in het wild te vinden. ‘Het schubdier vertoont ongrijpbaarheid, ook in de stamboom van het leven,’ laat ze zien aan de hand van de geschiedenis van het schubdier. Het blijkt al miljoenen jaren te bestaan en is daarmee een van de oudst bekende zoogdieren. ‘Het lijkt wel of ze pas tevoorschijn komen als je stopt met zoeken.’

    Op een van haar reizen komt ze terecht in een dorpje waarin een opvanghuis voor zieke schubdieren blijkt te zijn, gedreven door vrijwilligers die zich het lot van dit dier aantrekken. En daar ziet ze voor het eerst een schubdier. Ze moet ze verzorgen, hokken schoonmaken, eten geven en komt erachter dat onbevangen naar dieren kijken lastig is: ‘Het mensenbrein weekt mij niet los van het dierenrijk.’

    De handel en smokkel in schubdieren vindt vooral plaats omdat er in veel gemeenschappen in Afrika en het verre oosten aan de schubben van het dier allerlei geneeskrachtige of versterkende of afrodisiacumachtige krachten worden toegekend. Broeksma ontdekt op internet foto’s van massagraven waarin honderden van hun schubben ontdane schubdieren liggen. De schubben zijn een gouden handel.

    Dan is het maart 2020. Het coronavirus wordt in China op een dierenmarkt bij onder andere schubdieren aangetroffen. In één klap is het schubdier wereldberoemd, waar het voorheen een nogal obscuur dier was. Nog meer mensen gaan erop jagen, waardoor de kans op uitsterven vele malen groter wordt.

    Miljoenen jaren ervaring met de wereld

    Dat is het moment waarop Broeksma in haar boek overstapt op milieufilosofie. Een verhaal met schubben wordt ook een ecoboek. ‘De lucht , het water, het land: het is alles wat we hebben.’ Ze pleit voor meer aandacht voor de wereld als ecosysteem, de aarde als broedplaats voor al het leven. ‘De natuur wil ons niet weg hebben, ze mist ons.’ Vandaar ook haar oorspronkelijke moeite met reizen over de wereld: door haar vliegreizen doet ze mee aan de verwoesting ervan. Het schubdier wordt het symbool voor een wereld waarin we met z’n allen druk bezig zijn dieren uit te roeien, de aarde naar de filistijnen te helpen en daarmee onszelf.

    Broeksma richt met haar boek een monument op voor het meest bejaagde zoogdier ter wereld en daarmee spoort ze ons aan om als de tijden somber zijn juist onze fascinaties te volgen in plaats van te gaan doemdenken. Er gaat met het verdwijnen van een diersoort een heleboel verloren, in dit geval miljoenen jaren ervaring – van het schubdier met de wereld. Bij uitsterven verdwijnt niet alleen dat, maar ook een unieke ervaringswereld, een Umwelt, de subjectieve leefwereld van een dier.

    Vraag je niet af wat dit voor soort boek is, het is niet belangrijk. Lees het vooral en laat je meevoeren in een bijzondere wereld: die van de gedachten, ervaringen en pleidooien van Anne Broeksma en ook in die van het schubdier.

     

  • Liefde voor het verborgene en mysterieuze in de natuur

    Liefde voor het verborgene en mysterieuze in de natuur

    Vespers, zo wordt het avondgebed van de getijden van de rooms-katholieke kerk genoemd; het begrip komt in het Nederlands alleen in het meervoud voor, waarschijnlijk naar analogie van de overige ‘grote uren’ metten, lauden en completen. Toch geven de oudste liturgische bronnen voor alle getijden het enkelvoud aan. Ook Anne Broeksma heeft als titel voor haar nieuwe bundel het enkelvoud gekozen en ze geeft daarmee meteen al aan dat zij terug wenst te gaan tot de bron, de oertoestand en het authentieke. Bij Broeksma slaat dat op de natuur, die ongetemd en wild is. Er komen dan ook niet veel mensen voor in haar gedichten, hoewel er wel altijd sprake is van een lyrisch ik. 

    Op de voorkant van de bundel staat een tekening van een draak die sereen de ogen sluit en zijn voorpoten berustend laat hangen terwijl hij bestookt wordt door papieren vliegtuigjes die langs hem heen gaan. Er komen meer dan eens draken in voor, maar de tekening zet de lezer toch op het verkeerde been. Dit is geen kinderboek. 

    Welwillende goden

    De bundel bestaat uit zes afdelingen. De eerste, Polytheïstische Gezangen, bevat zes gedichten die ieder gericht zijn aan een onbekende godheid, namelijk die van het Wakkere, het Geduld (die als enige een godin blijkt te zijn), het Avontuur, het Lichaam, de Lucht en de Taal. Met humor beschrijft Broeksma deze welwillende goden, maar in het laatste gedicht wordt al gedreigd met een toekomst waarin ‘niemand weet waar de wolk met documenten is gebleven / mijn toekomst zat in de wolk, zonder documenten kan ik die niet betreden’. De ‘megafauna’ is bezig te wereld te heroveren, de taal zal verdwijnen en we zullen zonder verhalen zijn, zoals een kind dat nog geen voorkennis heeft. 

    Hoewel Broeksma Nederlands gestudeerd heeft, gaat haar grootste passie uit naar natuurlijke historie, zoölogie en biologie. Ze werkt volgens een interview in Tubantia al vier jaar aan een boek over schubdieren en het is haar grote wens er een te vinden. Daarvoor reisde ze verschillende keren naar Zuidoost-Azië. Het schubdier, dat bijna uitgestorven is, was ook de aanzet om te schrijven over de verhouding tussen mens en natuur, waarvan deze bundel getuigt. Het schubdier staat wellicht symbool voor de draak, waarover ze in verschillende gedichten schrijft. 

    Geheimzinnige deurtjes

    Broeksma houdt van het verborgene, het mysterieuze in de natuur die eens weer de overhand zal nemen. Haar gedichten gaan over geheimzinnige deurtjes die je maar beter dicht kunt laten, over verdwijnen in een verborgen wereld. Ze voelt zich verbonden met de magische ‘Nachtseite’ van de natuur, die sprookjesachtig is, maar net als sprookjes gevaar en dreiging behelst. Via taal en namen als toverspreuken probeert de dichter zich toegang te verschaffen tot die onderwereld, die haar toch vreemd en sinister blijft. Als Alice in Wonderland spreekt ze in diverse gedichten over deurtjes, tunnels, kruipruimtes en kastjes, om zich in te verschuilen en te verdwijnen. 

    Ballingschap is de afdeling waarin de dichteres in vijf gedichten over zichzelf en haar kinderjaren vertelt. In tamelijk lange gedichten, waaronder enkele prozagedichten, spreekt ze in wat bijna parlando is over haar liefde voor dieren, over een excursie van vogelaars met Nico de Haan en het platteland:

    ‘Het platteland zegt iemand’

    meteen voel ik iets prikken in mijn keel
    de schuren waar de dieren waren
    die je niet kan zien maar wel kon ruiken:
    hun angst, de korrels die ze aten

    zondagen werden er gesmoord in schuurmachines
    het gapend gazon voor de deur waarin sprookjes verdwenen
    hoe groter de tuinen hoe meer de mensen binnen bleven
    vreemd verbond van spoken tussen velden bossen wegen

    ik zocht me een weg en dook in conifeer
    rook het dichtschroeien van taal
    vlees wonden perspectieven
    de eindeloze dagen op de fiets
    waarin we het diepe kijken verleerden
    de ogen afstelden op standje roedelleven

    […]

    Wie het platteland zo ervaart, moet zich wel een balling voelen. In de daaropvolgende afdeling Uittocht heeft de dichter daarom gekozen voor de uiterste consequentie ‘om in het wild te leven’. Er is zelfs sprake van een Walden, zoals Thoreau dat wilde opzetten, in het gedicht Onder Breda. Het valt op dat de gedichten lyrischer van toon worden als het gaat om iets dat haar aan het hart gaat: het parlando maakt plaats voor lyriek met alliteratie en assonantie en het ritme wordt als vanzelf sterker, zoals in de laatste strofe van Cameraval, waar een lynx door verborgen camera’s tot louter studieobject verworden is: ‘laat mijn droomlynx passeren / haal de ogen van de bomen / tot een wilder weten vanuit verre velden / weer kan spreken / maak het duister op haar pad’

    Frisse metaforen

    Broeksma gebruikt geen leestekens, op een enkele komma na en hoofdletters voor de goden in de gedichten van de eerste afdeling. Humor en zelfspot zijn haar niet vreemd. Maar vooral weet ze frisse metaforen en andere beeldspraak te verzinnen. Taal is een middel om de wereld te begrijpen, maar ook om die in te delen, te classificeren, zoals in de laatste strofe van Lied voor een lavendelmot in de afdeling Influisteringen: ‘[…]  / waarin taal zich strekt als landingsbaan / een ophangrek om de wereld aan te drogen / en ik noem de mot, ik noem haar naam  / en ze vliegt weg’

    Zoals in het gedicht Levend kruidboek verwezen wordt naar Carl Linnaeus, die de grondlegger was van de classificatie van dieren, planten en mineralen.

    De laatste afdeling is Terugkeer, niet die naar de bewoonde wereld, maar juist terug naar de natuur, ‘dieper het oerwoud in’. Hier wordt een vrede en rust bereikt die een hoogtepunt vindt als ‘een man met een draak aan zijn zijde’ de dichter leert om ‘alle schitteringen van de wereld samengeperst’ te zien door haar eigen draak op te roepen in het gedicht Opwekking: ‘[…]

    ‘dus loerde ik tweemaal daags schuin omhoog
    terwijl mijn vingers met de grond verbinding maakten
    ik loerde en loerde maar, de horizon bleef onbewogen
    toen werd er iets wakker in mijn onderrug
    kwam wervel voor wervel naar boven gekropen’

    Dat het laatste gedicht Completen heet, ‘avondgebed’ met de associatie van ‘compleet’ hoeft niet te verwonderen: het is een smeekbede om de natuur met rust te laten.